Verordening raadscommissies gemeenteraad Amersfoort

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-04-2026

Intitulé

Verordening raadscommissies gemeenteraad Amersfoort

De raad van de gemeente Amersfoort;

gelezen het voorstel van het presidium van 16 december 2025, nr. 202652;

gelet op artikel 82, eerste lid van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening raadscommissies gemeenteraad Amersfoort

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • secretaris: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • wet: Gemeentewet.

Artikel 2. Instelling raadscommissies

  • 1. Er is een:

    • a.

      raadscommissie Omgeving, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

      • 1.

        Ruimtelijk Ordening en Omgevingswet;

      • 2.

        Mobiliteit;

      • 3.

        Wonen;

      • 4.

        Erfgoed;

    • b.

      raadscommissie Sociaal, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

      • 1.

        Ambulante en specialistische zorg en beschermd wonen;

      • 2.

        Sociale basis infrastructuur;

      • 3.

        Diversiteit, integratie en toegankelijkheid;

      • 4.

        Onderwijs, jeugd en arbeidsmarkt;

      • 5.

        Werk en Inkomen;

    • c.

      raadscommissie Bedrijvigheid, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

      • 1.

        Economie,

      • 2.

        smart city en citymarketing;

      • 3.

        Evenementen en recreatie;

      • 4.

        Kunst en cultuur;

      • 5.

        Duurzaamheid;

      • 6.

        Sociale en fysieke veiligheid;

      • 7.

        Stedelijk beheer en milieu;

      • 8.

        Circulaire economie;

      • 9.

        Handhaving;

      • 10.

        Luchtkwaliteit;

      • 11.

        Dierenwelzijn;

      • 12.

        Energietransitie;

      • 13.

        Sport en bewegen;

    • d.

      raadscommissie Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

      • 1.

        Financiën en belastingen;

      • 2.

        Vastgoed;

      • 3.

        Bedrijfsvoering;

      • 4.

        Privacy;

      • 5.

        Communicatie en samenwerking met de stad;

      • 6.

        Dienstverlening inclusief vergunningverlening en toezicht;

      • 7.

        Bestuur en regionale samenwerking;

      • 8.

        Grondexploitaties;

      • 9.

        Gebiedsgericht werken.

  • 2. Vergaderingen van de raadscommissies vinden in de regel binnen de volgende tijdsblokken plaats: woensdag van 14.30 tot 18.00 uur en woensdag van 19.00 tot 22.30 uur.

Artikel 3. Taken

Een raadscommissie:

  • a.

    bereidt besluitvorming van de raad voor;

  • b.

    voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter

  • 1. Alle raadsleden en buitengewoon fractieleden zijn lid van de raadscommissies genoemd in artikel 2 van deze verordening.

  • 2. Commissieleden die geen raadslid zijn, worden buitengewoon fractielid genoemd. Buitengewoon fractieleden worden door de raad op voordracht van de betreffende fractie benoemd. Een fractie kan in totaal maximaal twee buitengewoon fractieleden hebben.

  • 3. De artikelen 10 tot en met 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op buitengewoon fractieleden.

  • 4. Om als buitengewoon fractielid benoemd te kunnen worden, moet de kandidaat in Amersfoort verkiesbaar zijn geweest tijdens de meest recente gemeenteraadsverkiezingen.

  • 5. Een buitengewoon fractielid heeft de volgende rechten:

    • a.

      deelnemen aan vergaderingen van de commissies;

    • b.

      stellen van feitelijke en technische vragen;

    • c.

      stellen van schriftelijke vragen;

    • d.

      stellen van mondelinge vragen bij de Actualiteitenraad.

  • 6. De raad benoemt de commissievoorzitters en plaatsvervangend commissievoorzitters.

Artikel 5. Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een commissievoorzitter en een buitengewoon fractielid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Het lidmaatschap van een buitengewoon fractielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid gestelde eisen.

  • 3. Het lidmaatschap van een buitengewoon fractielid eindigt wanneer de betreffende fractie daarom verzoekt.

  • 4. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.

  • 5. Een buitengewoon fractielid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

  • 7. Het lidmaatschap van buitengewoon fractieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 6. De secretaris

  • 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame raadsadviseur aan als secretaris.

  • 2. De secretaris is belast met:

    • a.

      het adviseren van de commissievoorzitter, de commissie en haar leden;

    • b.

      het logistiek ondersteunen van de commissie en haar leden;

    • c.

      de functie van secretaris van de commissie.

  • 3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de secretaris vervangen door een andere raadsadviseur.

  • 4. Een secretaris kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2. Vergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereiding

Artikel 7: Vergaderfrequentie, dag, tijdstip en locatie

  • 1. De vergaderingen van de commissies vinden periodiek op het stadhuis plaats volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderschema.

  • 2. De commissie vergadert daarnaast zo vaak als de commissievoorzitter dat noodzakelijk acht.

Artikel 8. Oproep en agenda

  • 1. Het presidium stelt, op voorstel van de commissievoorzitter en secretaris, de voorlopige agenda van de commissie vast.

  • 2. Vast onderwerp van de agenda is het punt Actualiteiten. Hierbij kan het college de commissie kort informeren over actuele ontwikkelingen binnen hun portefeuille en kunnen commissieleden portefeuillehouders korte vragen stellen over actuele ontwikkelingen in de gemeente.

  • 3. Inhoudelijke onderwerpen op de agenda worden voorzien van een van de volgende kwalificaties:

    • a.

      beeldvorming: voor kennisoverdracht, het stellen van vragen en/of het voeren van gesprek onderling of met deskundigen;

    • b.

      oordeelsvorming peiling: voor inventarisatie standpunten van fracties en debat;

    • c.

      oordeelsvorming voorbereiding besluit: voor debat over een raadsvoorstel ter voorbereiding op besluitvorming in de raadsvergadering.

  • 4. De commissievoorzitter zendt ten minste twaalf dagen voor de bijeenkomst de commissieleden een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

  • 5. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter in afwijking van lid 4 binnen twaalf dagen een digitale oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken zenden aan de leden, of na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

  • 6. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken

De agenda en daarbij behorende stukken worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Als na het verzenden van de digitale oproep stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

Artikel 10. Openbare kennisgeving

  • 1. Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad of een gemeentelijk informatieblad en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem.

  • 2. De openbare kennisgeving vermeldt:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de bijeenkomst;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Vergadering

Artikel 11. Beslissingen en stemmingen

  • 1. In een vergadering vinden geen beslissingen plaats, met uitzondering over de agenda, voorstellen van orde, geheimhouding, adviezen aan het presidium over voorstellen die ter besluitvorming naar de raadsvergadering doorgaan en afspraken over het vervolg.

  • 2. Beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de woordvoerders van de fracties.

Artikel 12. Beraadslaging over oordeelsvormende onderwerpen

Bij oordeelsvormende onderwerpen wordt het debat in de commissie gevoerd in termijnen, waarbij in eerste termijn eerst de woordvoerders van de fracties het woord krijgen en daarna de portefeuillehouder. Vervolgens volgt naar behoefte een tweede termijn.

Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1. Per agendaonderwerp treedt per raadsfractie slechts één raadscommissielid op als woordvoerder.

  • 2. Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 14. Aanwezigheid burgemeester, collegeleden en ambtenaren

Bij vergaderingen van een commissie worden de burgemeester en het college geacht zich door een van de leden van het college te laten vertegenwoordigen. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de griffie daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij ten minste vijf dagen vóór de vergadering, onder opgave van redenen.

Artikel 15. Spreekrecht burgers

  • 1. Burgers kunnen in de regel aan het begin van een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn of onderwerpen die niet geagendeerd zijn maar wel inhoudelijk bij de betreffende raadscommissie thuis horen.

  • 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor aanvang van de vergadering aan de griffie onder vermelding van zijn naam en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.

  • 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 4. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers korte, verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 5. De spreektijd voor een inspreker is in principe 2 minuten, exclusief beantwoording van vragen, tenzij de voorzitter hiervan afwijkt.

  • 6. De voorzitter kan een inspreker aan het einde van de vergadering nog kort de gelegenheid geven tot reageren.

  • 7. De voorzitter kan bij de aanvang of in de loop van de commissievergadering regels geven ten aanzien van de spreektijd van toehoorders, die verplicht zijn zich daaraan te houden.

  • 8. Bij niet-nakoming van de in het zevende lid bedoelde regels ontneemt de voorzitter de toehoorder het woord.

  • 9. Als een onderwerp een volgende bijeenkomst wordt voortgezet, is er niet opnieuw spreekrecht, tenzij hiervoor bijzondere redenen aanwezig zijn.

  • 10. Voor onderwerpen waar zich naar verwachting veel insprekers aanmelden, kan de commissievoorzitter of het presidium voorstellen een inspraaksessie in te plannen als apart agendapunt in de vergadering.

Artikel 16. Burgerinitiatief

  • 1. Door middel van het recht van initiatief kunnen burgers een nieuw onderwerp via:

    • a.

      een uitgewerkt voorstel in de commissie ter Peiling of Voorbereiding Besluit brengen;

    • b.

      een onderwerp voor beeldvorming in de commissie voor gesprek brengen.

  • 2. Een burgerinitiatiefvoorstel kan niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden:

    • a.

      de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;

    • b.

      gemeentelijke belastingen en tarieven;

    • c.

      vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting, de jaarrekening en de goedkeuring van de begroting;

    • d.

      een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad;

    • e.

      benoeming en functioneren van personen;

    • f.

      handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of ambtenaren waartegen een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend of een door de gemeenteraad of college vastgestelde klachtenregeling;

    • g.

      onderwerpen waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of heeft opengestaan of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken of heeft uitgesproken;

    • h.

      een onderwerp waarover de raad korter dan 2 jaren voor indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen en waarbij door het initiatief geen nieuwe invalshoek wordt gekozen;

    • i.

      een onderwerp dat overwegend het privé-belang van de indiener dient.

  • 3. De indiener is ingezetene van Amersfoort.

  • 4. Het initiatief moet schriftelijk, volgens bijbehorend format, bij het presidium worden ingediend en toegelicht.

  • 5. Het burgerinitiatief is ondertekend door zeker dertig medestanders, eveneens ingezetenen van Amersfoort.

  • 6. Als het voorstel voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in leden 1 t/m 5, neemt het presidium het onderwerp, op voorstel van de commissievoorzitter, op in de voorlopige agenda van de commissie.

  • 7. De raadscommissie meldt de bevindingen aan de raad via de besluitenlijst.

Artikel 17. Handhaving orde en schorsing

  • 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

  • 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

Artikel 18. Voorstellen van orde

Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

Artikel 19. Audiovisueel verslag en besluitenlijst

  • 1. Een secretaris draagt zorg voor een audiovisueel verslag en schriftelijke besluitenlijst van vergaderingen.

  • 2. Uit de besluitenlijst blijkt in ieder geval:

    • a.

      de namen van de commissievoorzitter, de secretaris, de collegeleden en de commissieleden, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

    • c.

      de uitslag van stemmingen;

    • d.

      toezeggingen;

    • e.

      adviezen aan presidium of raad;

    • f.

      de uitslag van een peiling.

  • 3. Het audiovisueel verslag en de besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeenteraad.

  • 4. De besluitenlijst wordt, indien mogelijk, in de eerstvolgende vergadering van de commissie vastgesteld.

Paragraaf 3. Besloten vergaderingen

Artikel 20. Nadere regels omtrent geheimhouding en besloten vergaderen

De raad stelt een aparte verordening vast met regels omtrent geheimhouding en besloten vergaderen.

Paragraaf 4. Toehoorders en pers

Artikel 21. Toehoorders en pers

  • 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 22. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Artikel 23. Nadere regels

Een commissie kan nadere regels stellen ten aanzien van zijn werkwijze.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 24. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening raadscommissies gemeenteraad Amersfoort.

Artikel 25. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Artikel 26. Intrekking vorige versie

De Verordening op de raadscommissies gemeente Amersfoort 2022 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2026.

de griffier

de voorzitter