Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756430
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756430/1
Mandaatbesluit gebiedsontzeggingen Oldenzaal 2026
Geldend van 06-02-2026 t/m heden
Intitulé
Mandaatbesluit gebiedsontzeggingen Oldenzaal 2026De burgemeester van Oldenzaal;
gelet op het bepaalde in titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2:78 van de Al-gemene plaatselijke verordening gemeente Oldenzaal;
overwegende dat:
- •
de burgemeester bevoegd is tot het opleggen van gebiedsontzeggingen ter handhaving van de openbare orde;
- •
het wenselijk is deze bevoegdheid voor kortdurende gebiedsontzeggingen onder voorwaarden te mandateren;
b e s l u i t :
Artikel 1 Mandaat kortdurende gebiedsontzegging (maximaal 24 uur)
-
1. Mandaat wordt verleend aan de buitengewoon opsporingsambtenaren van het Team Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte van de gemeente Oldenzaal;
-
2. Dit mandaat ziet uitsluitend op gebiedsontzeggingen binnen het vooraf vastgestelde centrumgebied, zoals beschreven in artikel 3 en weergegeven in bijlage 1.
-
3. De uitoefening van het mandaat vindt plaats met inachtneming van de instructie (beleidsregel) als bedoeld in artikel 4.
Artikel 2 Gebiedsontzeggingen in verband met evenementen
-
1. Het in artikel 1 verleende mandaat kan tevens worden toegepast bij overtredingen die plaatsvinden in verband met een evenement, voor zover de gebiedsontzegging niet langer duurt dan 24 uur en voldoet aan artikel 2:78 APV.
-
2. Een gebiedsontzegging kan niet worden opgelegd voor de volledige duur van een meerdaags evenement met een enkel besluit. Indien noodzakelijk kan per dag een afzonderlijk besluit worden genomen.
Artikel 3 Gebied
-
1. Het gebied waarvoor de gebiedsontzegging kan worden opgelegd betreft het centrumgebied van de gemeente Oldenzaal.
-
2. De begrenzing van het centrumgebied is weergegeven op de kaart die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd. Deze kaart maakt integraal onderdeel uit van dit besluit.
Artikel 4 Instructie en beleidsregel
-
1. De bij dit besluit gevoegde instructie geldt als beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb voor de uitoefening van het mandaat.
-
2. De gemandateerde handelt overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 5 Horen en ondertekening
-
1. Betrokkene wordt voorafgaand aan het opleggen van de gebiedsontzegging zo mogelijk gehoord.
-
2. Indien sprake is van spoedeisend belang kan het horen achterwege blijven; dit wordt gemotiveerd in het besluit.
-
3. Bij de uitoefening van het mandaat wordt gebruikgemaakt van de ondertekeningsformule: "Namens de burgemeester van Oldenzaal".
Artikel 6 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 7 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als ‘Mandaatbesluit gebiedsontzeggingen Oldenzaal 2026’
Ondertekening
Vastgesteld op 27 januari 2026.
De burgemeester,
P.G. Welman
Bijlage Kaart gebiedsontzegging centrum Oldenzaal
Centrumgebied Oldenzaal: het gebied omsloten door de Kloosterstraat, Ootmarsumsestraat
(tot aan de Eschstraat), Oostwal , Walstraat, Monnikstraat , Paradijsstraat, Ganzenmarkt, Gast-huisstraat, Kortestraat, Deurningerstraat , Langestraat, Vestingstraat zoals aangegeven op de kaart, met inbegrip van voornoemde straten voor zover aangrenzend aan het omsloten gebied.
Instructie (beleidsregel) bij het mandaat voor het opleggen van gebiedsontzeggingen
(Vastgesteld bij besluit van 27 januari 2026 , reg.nr. INTB-26-07157 )
Instructie (beleidsregel) bij het mandaat voor het opleggen van gebiedsontzeggingen
- 1.
Een gebiedsontzegging wordt opgelegd voor het centrumgebied, afhankelijk van de locatie waar de overtreding is gepleegd of naar verwachting opnieuw zal worden gepleegd.
- 2.
Een gebiedsontzegging wordt in beginsel slechts opgelegd indien een waarschuwing of verbal-iserend optreden niet het gewenste effect heeft gehad. Afhankelijk van de feiten en omstan-digheden kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.
- 3.
Een gebiedsontzegging wordt in beginsel opgelegd voor de duur van 24 uur.
- 4.
De gebiedsontzegging wordt schriftelijk uitgereikt en bevat ten minste het tijdvak, een om-schrijving van het gebied, een kaart en de reden van oplegging.
- 5.
Indien het woon-, verblijf- of werkadres van betrokkene in het gebied is gelegen, wordt een toegestane route aangegeven.
- 6.
De politie houdt een registratie bij van de opgelegde gebiedsontzeggingen en informeert de burgemeester periodiek.
Overtredingen waarbij gebiedsontzeggingen kan worden toegepast
De kortdurende gebiedsontzegging kan toegepast worden bij overtreding van één of meer van de volgende artikelen:
- 1.
het verbod als bedoeld in artikel 2:1 APV (samenscholing en ongeregeldheden);
- 2.
het verbod als bedoeld in artikel 2:26a eerste lid APV (verstoren van de openbare orde bij een evenement);
- 3.
het verbod als bedoeld in artikel 2:47 APV (hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen);
- 4.
het verbod als bedoeld in artikel 2:48 eerste lid APV (openbare plaats alcoholhoudende drank nuttigen of bij zich hebben);
- 5.
het verbod als bedoel in artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);
- 6.
het verbod als bedoeld in artikel 2:50 APV (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruim-ten)
- 7.
het verbod als bedoeld in artikel 2:74 APV (Drugshandel op straat)
- 8.
het verbod als bedoeld in artikel 2:74a APV (openlijk drugsgebruik);
- 9.
artikel 426 Sr, in staat van dronkenschap de openbare orde verstoren;
- 10.
artikel 453 Sr, openbare dronkenschap;
- 11.
artikel 350 Sr, vernieling;
- 12.
artikel 141 Sr, Openlijke geweldpleging;
- 13.
artikel 300 Sr, eenvoudige mishandeling;
- 14.
artikel 285 Sr, bedreiging;
- 15.
artikel 302, Zware mishandeling;
- 16.
uitlokking van de feiten genoemd onder 6 tot en met 12;
- 17.
verboden wapens in de zin van de Wet wapens en munitie en in de zin van artikel 2.2 APV;
- 18.
artikel 2 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdo-vende middelen die voorkomen op lijst I van de Opiumwet);
- 19.
Artikel 3 Opiumwet (verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben van verdo-vende middelen die voorkomen op lijst II van de Opiumwet).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl