Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties

Geldend van 07-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024

Intitulé

Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties

De Raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025

(raadsvoorstel nr. 25bb009492/25bo008789); 26bb000744;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5.78u en artikel 5.78ab van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

overwegende dat:

  • -

    met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet geluidhinder is vervallen;

  • -

    het wenselijk is de randvoorwaarden uit het “Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder voor bouw- en bestemmingsplannen in de gemeente Rotterdam (2007)” voor het bouwen van woningen op geluidbelaste plekken tijdelijk voort te zetten onder de Omgevingswet;

besluit:

Artikel 1. Vaststellen beleidsregel

De raad en het college van burgemeester en wethouders, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft, stellen de Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties vast.

Artikel 2. Reikwijdte

Deze beleidsregel is, met inachtneming van de randvoorwaarden, zoals opgenomen in de bijlage, enkel van toepassing op nieuwbouwwoningen, zijnde nieuw te realiseren bouwwerken of delen daarvan met een woonbestemming, voor zover het betreft het afwijken van het omgevingsplan of vaststellen of wijzigen van het omgevingsplan.

Artikel 3. Maximale waarde geluidluw

  • 1. De maximale waarde geluidluw bedraagt in afwijking van de grenswaarde geluidluw zoals opgenomen in de bijlage:

    • a.

      55 dB Lden voor rijkswegen en provinciale wegen;

    • b.

      58 dB Lden voor gemeentewegen.

  • 2. De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle wegen.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

Artikel 5. Citeertitel

De beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 januari 2026.

De griffier,

I.C.M. Broeders

De voorzitter,

C.J. Schouten

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 december 2025.

De secretaris,

G.D.J. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Toelichting

Algemeen:

Rotterdam stelt randvoorwaarden voor geluid aan het bouwen van nieuwe woningen op locaties met een hoge(re) geluidbelasting. Zij wil daarmee haar inwoners beschermen tegen een te hoge geluidbelasting.

Een wijziging van de Wet geluidhinder waarmee gemeenten de bevoegdheid kregen om onder voorwaarden een hogere geluidbelasting op een woning toe te staan, was in 2007 de aanleiding voor Rotterdam om het Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder voor bouw- en bestemmingsplannen in de gemeente Rotterdam (hierna: Ontheffingsbeleid geluid) vast te stellen.

Omdat de Wet geluidhinder per 1 januari 2024 is vervallen en opgenomen in de Omgevingswet, is het Ontheffingsbeleid geluid gebaseerd op een wet die niet meer van kracht is. Omdat dit tot onduidelijkheid over de legitimiteit kan leiden is deze ‘Tijdelijke beleidsregel nieuwbouwwoningen op geluidbelaste locaties’ vastgesteld (hierna: Tijdelijke beleidsregel). Hiermee is geborgd dat de randvoorwaarden uit het Ontheffingsbeleid geluid ook van toepassing zijn op nieuwe procedures onder de Omgevingswet. Met deze tijdelijke beleidsregel wordt het Ontheffingsbeleid geluid voortgezet, behalve wat betreft de maximale waarde geluidluw van wegverkeer zoals opgenomen in artikel 3. Deze waarde is aangepast, omdat beleidsneutraliteit het uitgangspunt is geweest voor het voortzetten van de randvoorwaarden uit het Ontheffingsbeleid geluid. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 3.

Conform de overgangsbepalingen in de Omgevingswet1 blijft het Ontheffingsbeleid geluid ongewijzigd van toepassing op:

  • 1.

    Aanvragen voor hogere waarden die vóór 1 januari 2024 (intrede Omgevingswet) zijn ingediend.

  • 2.

    Het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in de geluidzone van een industrieterrein waarvoor nog geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld.

Artikel 3:

In het Ontheffingsbeleid geluid, dat als bijlage bij deze beleidsregel is opgenomen, is per geluidbron aangegeven wat de grenswaarde voor geluidluwe gevels en buitenruimten is. Bij toetsing aan deze grenswaarden voor wegverkeer was het toegestaan om rekening te houden met het gegeven dat voertuigen stiller worden. Bij de berekeningen mocht daarom een aftrek tussen de 2 en 5 dB worden toegepast. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit niet langer toegestaan. Hierdoor zouden situaties onder de Omgevingswet mogelijk niet als geluidluw worden beschouwd, die dat voorheen wel werden. Om dit te voorkomen wordt in dit artikel afgeweken van de grenswaarde voor geluidluw bij wegverkeer uit het Ontheffingsbeleid geluid. Voor de overige geluidbronnen blijven de grenswaarden geluidluw uit het Ontheffingsbeleid geluid ongewijzigd van toepassing. Er is voorts afgestapt van de terminologie “grenswaarde” om verwarring met de terminologie uit de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving te voorkomen. Waar in het Ontheffingsbeleid geluid nog werd gesproken over “grenswaarde” voor geluidluw, wordt nu de “maximale waarde geluidluw” gehanteerd. De maximale waarde geluidluw kan enkel worden toegepast met inachtneming van de voorwaarden uit artikel 5.78u lid 1 Bkl.

Artikel 4:

De terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024 is geoorloofd omdat dit aansluit bij het moment waarop de Omgevingswet in werking trad en er geen beleidswijzigingen worden doorgevoerd die personen mogelijk benadelen. De Tijdelijke beleidsregel betreft slechts een herbevestiging van de randvoorwaarden uit het Ontheffingsbeleid geluid en een beleidsneutrale aanpassing van de grenswaarde voor geluidluw bij wegverkeer.