Regeling vervalt per 01-01-2030

Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning

Geldend van 06-02-2026 t/m 31-12-2029

Intitulé

Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

BESLUIT:

Vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning

DEEL I - Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

  • 1. Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn.

  • 2. Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;

    • b.

      Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

    • c.

      Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

    • d.

      belangenbehartiging: opkomen voor de belangen van een individu of een groep, dan wel het uitoefenen van invloed op andere organisaties zodat deze op zullen komen voor de belangen van een individu of een groep;

    • e.

      ervaringsdeskundige: iemand die uit eigen ervaring en ondervinding met een ontwrichtende aandoening of stigmatisering en het te boven komen hiervan (herstel), anderen ondersteunt in hun persoonlijke herstelproces;

    • f.

      inclusieve gedachte: er voor zorgen dat elke persoon in onze samenleving maximaal in staat wordt gesteld om zich te ontwikkelen en daarmee voldoende zelfregie heeft om het leven te leiden;

    • g.

      inclusie: is de mogelijkheid om mee te kunnen doen aan de samenleving in al haar facetten en met alle mogelijkheden en capaciteiten die iemand heeft;

    • h.

      inwoner: persoon woonachtig in de gemeente Apeldoorn;

    • i.

      jeugdigen: inwoners in de leeftijd van 0 t/m 22 jaar;

    • j.

      lokaal: in de gemeente Apeldoorn;

    • k.

      mantelzorg: zorg die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;

    • l.

      Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijf Samen055 locaties in de vijf stadsdelen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;

    • m.

      structurele activiteiten: Activiteiten die voor langere tijd minimaal 2 maal per jaar planmatig en doorlopend aangeboden worden;

    • n.

      subsidieregeling: subsidieregeling Algemene voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning;

    • o.

      volwassenen: inwoners in de leeftijd vanaf 18 jaar;

    • p.

      vrijwilligerswerk: Vrijwilligerswerk is niet-beroepsmatig werk in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald voor anderen of de samenleving;

    • q.

      Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep van de regeling

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in het kader van vrijwilligersondersteuning die gericht is op het coördineren, begeleiden, opleiden en coachen van vrijwilligers die:

    • a.

      inwoners in een kwetsbare situatie ondersteunen om zelfredzamer of samenredzamer te worden of blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen; of

    • b.

      mantelzorgers ondersteunen, zodat zij de zorg voor hun naaste(n) zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden.

  • 2. De doelgroep die de regeling ondersteunt betreft:

    • a.

      inwoners van de gemeente Apeldoorn in een kwetsbare situatie;

    • b.

      personen die voor inwoners van de gemeente Apeldoorn mantelzorg verlenen.

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

  • 1. De aanvrager dient bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      geen winstoogmerk en beperkte eigen vermogensvorming conform de beleidsregels reserve en voorzieningen uit subsidiegelden;

    • b.

      in het bezit van rechtspersoonlijkheid;

    • c.

      ingebed zijn in de lokale sociale infrastructuur;

    • d.

      werken volgens de leidende kwaliteitsprincipes sociaal domein;

    • e.

      beschikken over een vrijwilligersbeleid, waarin onder andere aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid;

    • f.

      geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een toegankelijke bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen;

    • g.

      aanvrager kan aannemelijk maken dat zij beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel of vrijwilligers om de beoogde inspanningen en resultaten genoemd in de aanvraag te realiseren.

  • 2. Naast de vereisten uit het eerste lid gelden voor aanvrager die beroepskrachten inzet aanvullend de volgende eisen:

    • a.

      beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B2 beheersen;

    • b.

      een regeling vastgesteld en bij cliënten bekendgemaakt voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;

  • 3. Naast bovenstaande vereisten gelden voor aanvragers die € 100.000,00 of meer per kalenderjaar op basis van deze regeling ontvangen, aanvullend de volgende eisen:

    • a.

      een vertrouwenspersoon hebben aangesteld;

    • b.

      bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Hoofdstuk 2 Subsidiabele activiteiten Vrijwilligersondersteuning en mantelzorgondersteuning, subsidievereisten en wijze van verdeling

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten

Het college kan subsidie verlenen voor vrijwilligersondersteuning en mantelzorgondersteuning die is gericht op één van de volgende aandachtsgebieden:

  • a.

    Het verbinden van inwoners en het voorkomen en/of bestrijden van eenzaamheid, waarbij de verbinding het doel op zichzelf kan zijn en/of onderdeel van een ander doel, zoals het bieden van stabiliteit;

  • b.

    financiën, administratie en digitale- en taalvaardigheden;

  • c.

    praktische ondersteuning, voor of met de inwoner, waarbij de klussen kortdurend en afgebakend zijn;

  • d.

    het gezond opvoeden en opgroeien van jeugdigen;

  • e.

    het ondersteunen van mantelzorgers door het aanbieden van ‘vervangende mantelzorg door vrijwilligers’.

Artikel 2.2. Subsidievereisten

  • 1. De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      Passend binnen de doelstelling en gericht op de doelgroep van de subsidieregeling;

    • b.

      Toegankelijk en laagdrempelig, niet uitsluitend voor eigen leden;

    • c.

      Alleen activiteiten waarbij in elk geval 70 % van het uitvoerend werk in uren door de vrijwilligers gedaan wordt komen in aanmerking voor subsidie;

    • d.

      Niet gericht op het uitdragen van levensbeschouwelijke en/of politieke opvattingen;

    • e.

      Geen éénmalige activiteiten of evenementen. Alleen structurele activiteiten komen in aanmerking voor subsidie;

    • f.

      Ze voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;

    • g.

      Geen locatiegebonden dienstverlening;

    • h.

      De vrijwilligersondersteuning is gericht op een aandachtsgebied zoals genoemd in artikel 2.1.

  • 2. De aanvrager moet minstens voldoende behalen op alle beoordelingscriteria met wegingsfactor 3 genoemd in artikel 2.3

  • 3. Op het bepaalde in artikel 2.2 lid 1 sub g kan een uitzondering gemaakt worden voor wat betreft de de aandachtsgebieden als genoemd in artikel 2.2 onder d en e indien het gebruik van een locatie naar oordeel van het college noodzakelijk is voor het verlenen van de activiteit.

Artikel 2.3 Wijze van verdeling

  • 1. Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:

    • a.

      Legitimiteit – de mate waarin het een activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidieregeling en bijdraagt aan de ondersteuning van de doelgroep van de subsidieregeling.

      • i.

        de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen uit de regeling, namelijk; het ondersteunen van inwoners in een kwetsbare situatie om zelf of samenredzamer te worden of te blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen. En/of het ondersteunen van mantelzorgers, zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden (wegingsfactor 3).

      • ii.

        de onderbouwing van de behoefte aan de activiteiten aan de hand van ervaringscijfers van het aantal hulpvragen, de ontwikkeling in de hulpvragen en/of door de beoordeling/evaluatie door vrijwilligers hulpvragers en/of professionals (wegingsfactor 2).

    • b.

      Effectiviteit – De mate waarin de activiteit doeltreffend en efficiënt te werk gaat, overlap met bestaand aanbod wordt voorkomen, en de activiteiten zich inzetten voor die doelgroepen/vraagstukken waar het effect het hoogst is.

      • i.

        Doeltreffendheid; de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager een weloverwogen plan en strategie heeft voor de activiteit waarbij o.a. beargumenteerd wordt hoe de keuze voor de doelgroep en de insteek van de activiteit bijdragen aan de meest effectieve ondersteuning van de doelgroep (wegingsfactor 3).

      • ii.

        de mate waarin de activiteit is afgestemd op de wat er al is en de mate waarin er wordt samengewerkt en geleerd met andere vrijwilligersorganisaties, sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en wat deze samenwerking en dit samen leren oplevert (wegingsfactor 1).

      • iii.

        de mate van kennis en betrokkenheid bij de hulpvragen en doelgroepen in de lokale omgeving, waarbij het voortzetten van en voortbouwen op bestaande activiteiten voorrang krijgt boven nieuwe aanvragen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit aantoonbare ervaring met de uitvoering van deze activiteiten en de inbedding in de lokale sociale infrastructuur (wegingsfactor 1).

    • c.

      Rendabiliteit – de kosten van de activiteit/inzet in relatie tot de opbrengst voor de Apeldoornse inwoner.

      • i.

        de prijs/rendement-verhouding: hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet, de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden; de noodzaak tot huisvesting- en activiteiten kosten. De aanvrager onderbouwt de hoogte van de subsidieaanvraag aan de hand van de variabelen als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 ( wegingsfactor 2).

  • 2. De rangschikking vindt als volgt plaats:

    • a.

      per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor (1,2 of 3) die bij het criterium hoort.

    • b.

      De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking.

    • c.

      indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde;

    • d.

      Indien toepassing van het tweede lid onder c ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt.

    • e.

      Indien de rangorde in relatie tot het deelplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvraag geen dekkende evenwichtige spreiding van activiteiten per aandachtsgebied gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding in het betreffende aandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 2.1.

Hoofdstuk 3 Subsidiabele kosten

Artikel 3.1 Subsidiabele kosten

  • 1. De subsidiabele kosten zijn:

    • a.

      Loonkosten

      • i.

        Begeleiden, coördineren en matchen van vrijwilligers.

      • ii.

        Matchen en organisatiespecifiek- werven van vrijwilligers.

      • iii.

        Afstemming en samenwerking met partners voor zover dit de inwoner ten goede komt.

    • b.

      Algemene kosten/organisatiekosten

      • i.

        Organisatie-specifieke scholing en training.

      • ii.

        Waardering voor zover het gaat om kleine attenties en compensatie van gemaakte onkosten. Vrijwilligersvergoedingen alleen in uitzonderingsgevallen.

      • iii.

        Vrijwilligersvergoeding uitsluitend in de situatie waarin:

        • o

          Organisaties voor 100% door vrijwilligers worden bemensd; of,

        • o

          Vrijwilligers vervangend werken voor een professionele kracht en als zodanig nagenoeg volledig invulling geven aan een anders professionele positie.

      • iv.

        Activiteitenkosten voor zover deze noodzakelijk zijn voor het ondersteunen en begeleiden van de vrijwilligers.

    • c.

      Huisvestingskosten

      • i.

        Huisvestingskosten kunnen alleen worden aangevraagd voor zover de locatie noodzakelijk is voor het begeleiden en coördineren van vrijwilligers en de kosten niet reeds onderdeel uitmaken van de oplslag overhead in het normtarief.

  • 2. De hoogte van de subsidieaanvraag wordt door de aanvrager onderbouwd aan de hand van de volgende variabelen:

    • a.

      Loonkosten

      • i.

        Betrokkenheid van de beroepskracht.

      • ii.

        Intensiviteit van de ondersteuning van de primaire doelgroep dan wel mantelzorger.

      • iii.

        Omvang van de match.

      • iv.

        Noodzaak/ intensiteit van afstemming en samenwerken.

    • b.

      Algemene kosten/ organisatiekosten

      • i.

        Noodzaak van specifieke scholing.

      • ii.

        Noodzaak van activiteitenkosten.

    • c.

      Huisvestingskosten.

      • i.

        Noodzaak van huisvesting.

  • 3. Alleen voor de activiteit noodzakelijke kosten komen in aanmerking voor subsidie.

  • 4. Als de aanvraag hoger is dan de eerdere subsidieverlening, indien van toepassing, wordt de verhoging aannemelijk gemaakt met een onderbouwing aan de hand van aantoonbaar toegenomen behoefte en/of aantoonbaar toegenomen kosten.

  • 5. Voor de beoordeling van de loonkosten wordt het uurtarief voor professionele inzet vergleken met een normtarief ter hoogte van € 80,00. Indien het gebruikte uurtarief afwijkt van dit normtarief dient de afwijking te worden toegelicht.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen, weigeringsgronden en begrotingsvoorbehoud

Artikel 4.1 Verplichtingen

  • 1. Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:

    • a.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de door het college vastgestelde verantwoordingsformats. Controles en/of steekproeven kunnen hier onderdeel van uitmaken;

    • b.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van deze regeling door het college;

    • c.

      de subsidieontvanger informeert het college per direct als de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten dan wel nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen in het geding is;

    • d.

      de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de Jeugdwet en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelgeving na;

    • e.

      de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;

    • f.

      de subsidieontvanger stemt de activiteiten af met andere vrijwilligersorganisaties, het Knooppunt Vrijwilligers en Verenigingen, met de Kap, met het Netwerk Informele Zorg Apeldoorn, met Samen055 en met andere sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en sluit zich aan bij het Netwerk Informele Zorg Apeldoorn;

    • g.

      de subsidieontvanger werkt conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor zover van toepassing;

    • h.

      de subsidieontvanger biedt kosteloos mogelijkheden aan scholieren en studenten om werkervaring op te doen of stage te lopen;

    • i.

      de subsidieontvanger registreert de activiteiten op de Buurtwijzer en draagt zorg dat het aanbod en de aciviteiten up to date gehouden worden;

    • j.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt overlegd voor de medewerkers en vrijwilligers die worden ingezet bij de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. Voor ervaringsdeskundigen kan hier in overleg met de gemeente een uitzondering op worden gemaakt.

    • k.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat duidelijk is voor de inwoner dat de ontvanger ondersteuning mogelijk wordt gemaakt door een financiële ondersteuning van de gemeente.

  • 2. Het college legt, in aanvulling op de bovenstaande, aan de subsidieontvanger, die aanvrager die € 100.000,00 of meer per kalenderjaar op basis van deze regeling ontvangt de volgende verplichtingen op:

    • a.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat betaalde en onbetaalde uitvoerders en deelnemers van de activiteiten gezond en veilig kunnen werken en deelnemen;

    • b.

      de subsidieontvanger werkt conform een actuele beroepscode voor professionals in sociaal werk, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten;

    • c.

      de subsidieontvanger werkt conform het voor de organisatie toepasselijke bestuursreglement, toezichtsreglement of een vergelijkbaar reglement waarin de verantwoordelijkheden van bestuur en toezicht zijn vastgelegd;

    • d.

      de subsidieontvanger werkt conform een actuele Governancecode Sociaal werk of Governancecode Zorg, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten;

    • e.

      de subsidieontvanger voert eens in de vier jaar een medewerkertevredenheidsonderzoek uit en gebruikt de resultaten van het onderzoek om de werkomstandigheden en processen binnen de organisatie te verbeteren.

  • 3. Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.

Artikel 4.2 Aanvullende weigeringsgronden

De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

  • a.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze subsidieregeling, de Wmo of de Jeugdwet;

  • b.

    de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoeften van de primaire doelgroep, mantelzorgers en vrijwilligers;

  • c.

    de activiteiten blijkens de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • d.

    de activiteiten geen aantoonbare bijdrage leveren aan het integrale aanbod;

  • e.

    de aanvrager niet voldoet aan de in deze subsidieregeling gestelde eisen;

  • f.

    de activiteiten gericht zijn op belangenbehartiging van patiënt-/cliënt specifieke doelgroepen;

  • g.

    het gaat om activiteiten die buiten deze regeling om reeds bij het Stedelijk Knooppunt Vrijwilligers, Netwerk Informele Zorg Apeldoor of of het Stedelijk Knooppunt Mantelzorgondersteuning belegd zijn.

  • h.

    de subsidie op een andere manier bekostigd kan worden;

  • i.

    de subsidie gericht is op de waardering van mantelzorgers;

  • j.

    de subsidie onvoldoende aantoont wat de preventieve waarde is van de aangevraagde activiteiten, of niet aannemelijk maakt hoe de inzet leid tot het voorkomen, vertragen of afschalen van de noodzaak tot professionele maatwerk-ondersteuing.

Hoofdstuk 5 Aanvraag, verantwoording en vaststelling

Artikel 5.1 De aanvraag

  • 1. Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 maart 2026 tot en met 28 April 2026.

  • 2. Per aandachtsgebied als bedoeld in artikel 2.1 dient een aparte aanvraag in te worden gediend.

  • 3. De aanvraag kan uitsluitend digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier worden ingediend voor de uiteindelijke sluitingsdatum (zie lid 1). Dit aanvraagformulier gaat vergezeld van een begroting met een overzicht van de geraamde kosten per activiteit voor het kalenderjaar 2027 en de overige vereiste bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier.

  • 4. Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon. De subsidieaanvragen mogen na de uiterste indieningsdatum niet worden veranderd of inhoudelijk worden gewijzigd c.q. aangevuld.

  • 5. Indien de aanvraag niet of niet volledig is aangevuld met de benodigde informatie voor de beoordeling van de aanvraag kan dit leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag.

  • 6. Het college neemt binnen 11 weken na afloop van de aanvraagperiode een beslissing.

Artikel 5.2 Verantwoording en vaststelling

  • 1. De subsidieontvanger rapporteert een keer per jaar over de gemaakte prestatieafspraken volgens een het voorgeschreven format op het daarvoor door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier, in die zin dat:

    • a.

      de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de subsidieverlening ieder jaar voor 1 mei na het verstrijken van ieder kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie met betrekking tot het vorige kalenderjaar indient.

  • 2. Vaststellingen vinden plaats op basis van de werkelijk gerealiseerde activiteiten zoals vastgesteld in de verleningsbeschikking. Voor de hoogte van de subsidievaststelling geldt:

    • a.

      een vaste component ter hoogte van 80 procent van de subsidieverlening;

    • b.

      een prestatiegebonden component ter hoogte van 20 procent van de subsidieverlening naar rato van het behalen van de prestatieafspraken.

  • 3. Het college kan besluiten de vaste component als bedoeld onder lid 2 sub a lager vast te stellen wanneer:

    • a.

      de activiteiten waarvoor subsidie is verleend voortijdig zijn beëindigd;

    • b.

      de daadwerkelijke kosten lager zijn dan het bedrag als bedoeld onder lid 2 sub a als gevolg van het niet of niet geheel nakomen van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 4. De artikelen 17, 18 en 19 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie.

  • 5. Het bepaalde in lid 1 t/m 3 van dit artikel is niet van toepassing op verleende subsidies onder deze subsidieregeling tot en met een totaal van € 35.000,00. Subsidies tot en met een totaal van € 35.000,00 worden verleend onder gelijktijdige vaststelling, waarbij de subsidieontvanger desgevraagd aantoont dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Hoofdstuk 6 Verlening, afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 6.1 Subsidietijdvak

  • 1. Het college kan een subsidie verlenen voor een tijdvak voor het kalenderjaar 2027.

  • 2. Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal twee kalenderjaren.

  • 3. Het college kan de subsidie jaarlijks vaststellen.

  • 4. Gedurende de looptijd van in het eerste lid genoemde subsidies kan er geen aanspraak op subsidie gemaakt worden door nieuwe aanvragers op basis van deze regeling.

Artikel 6.2 Subsidieplafonds en indexering

  • 1. Het college stelt subsidieplafonds voor de periode 2027-2029 vast op bedragen die vermeld zijn in deel III.

  • 2. Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan het college het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder een of meerdere subsidieplafond(s) dat/die reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is/zijn uitgeput

  • 3. Het college stelt de in het eerste lid genoemde plafonds vast onder voorbehoud van het als zodanig jaarlijkse vaststellen van de Meerjarenprogrammabegroting (MPB) door de gemeenteraad.

  • 4. Het college kan de eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

  • 5. De subsidieverleningen worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage van de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjarenprogrammabegroting.

Artikel 6.3 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Aan de subsidieontvanger wordt in maandelijkse termijnen een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in het besluit tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 2. De voorschotten worden evenredig verdeeld over de periode waarop het recht op subsidie bestaat. Het eerste voorschot wordt binnen zes weken na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld.

Artikel 6.4 Afwijkingsbevoegdheid

Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een toereikend aanbod voor de betrokken doelgroep, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan gemotiveerd afwijken, voor zover toepassing naar het oordeel van het college, leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.

Artikel 6.5 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking en vervalt op 1 januari 2030.

  • 2. Deze regeling wordt aangehaald als subsidieregeling Algemene Voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning,

Apeldoorn, 16 december 2025

Burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

De secretaris,

S. de Bruin

de burgemeester,

A.J.M. Heerts

Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Algemeen beleidsmatig toetsingskader Algemene voorzieningen Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning

Beleidsmatig kader: Kadernota maatschappelijke ontwikkeling 2022 – 2030 ‘een veerkrachtig apeldoorn’

Deze nieuwe subsidieregeling bouwt grotendeels voort op het fundament wat gelegd is met de subsidieregeling uit 2023. In de nieuwe regeling zijn de volgende aanpassingen gedaan.

  • De drempel voor de catagorie “kleine organisaties” is significant verhoogt. Van 10.000 naar 35.000. Kleinere organisaties hebben lagere administratieve lasten

  • De toelichting van de subsidieregeling is uitgebreid om meer context, en uitleg te geven bij specifieke artikelen

  • Organisaties zijn verplicht hun aanbod vindbaar te maken op de Buurtwijzer.

  • Er is een kleine herverdeling gedaan binnen de deelplafonds op basis van historische kennis.

  • Net als de vorige regeling is ook deze versie van de subsidieregeling actief voor een periode van 3 jaar.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.2 Doelstelling & doelgroep subsidieregeling

Er is in Apeldoorn een groot scala aan voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. Een deel van deze voorzieningen wordt gesubsidieerd door de gemeente. Deze algemene voorzieningen richten zich deels op alle inwoners, zoals bijvoorbeeld de publieke gezondheidszorg of sportvoorzieningen, en deels op inwoners die het (tijdelijk) niet redden op eigen kracht of die een hulpvraag hebben. Deze subsidieregeling richt zich op deze laatste groep inwoners. Dat wil zeggen, inwoners in een kwetsbare situatie en mantelzorgers.

De activiteiten die op grond van de subsidieregeling worden gesubsidieerd zijn daarom primair gericht op inwoners en mantelzorgers in een kwetsbare situatie. Door subsidie te verstrekken ondersteund de gemeente de activiteiten die de doelgroepen helpen. Onder inwoners in een kwetsbare situatie wordt verstaan: inwoners van de gemeente Apeldoorn met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen die (potentieel) ondersteuning nodig hebben bij het participeren in de samenleving en/of bij het zelfredzaam/samenredzaam blijven of worden en voor wie een algemene voorziening (voldoende) passend is.

Het doel van de regeling is het voorkomen dat er problemen voor inwoners ontstaan dan wel verergeren. Preventief beleid, dat wil zeggen: beleid dat is gericht op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van (beginnende) problematiek, staat centraal in deze regeling. Anders dan de vroegere Welzijnswet richten de Wmo en de Jeugdwet zich op de eigen kracht van de burger. Dit betekent dat voor preventief beleid dit als uitgangspunt geldt. Van de subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij hier bij de uitvoering van de activiteiten en dienstverlening invulling aan geven. Denk hierbij onder andere aan:

De zelfredzaamheid bevorderen

  • Inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig, op eigen kracht in hun eigen leefomgeving te wonen (zelfredzaamheid);

  • Het bijdragen aan de transitie van zorg en ondersteuning naar gezondheid en zelfredzaamheid door het verminderen, vertragen of voorkomen van escalatie in de hulpvraag door het bieden van vroegtijdige, lichte, ondersteuning;

  • Het ondersteunen van inwoners in het afbouwen van hun geïndiceerde ondersteuning en maken van de transitie naar lichte, collectieve of geen ondersteuning;

  • Inwoners deel (weer)te laten nemen aan de maatschappij (participatie/arbeid), hun netwerk te vergroten en hun draagkracht, gezondheid en vaardigheden te versterken;

  • Jeugdigen in staat te stellen om gezond, veilig en kansrijk op te groeien;

  • Te voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;

  • Eenzaamheid verminderen.

De samenredzaamheid te bevorderen:

  • De sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in de stad(sdelen) te bevorderen (o.a. door het voorkomen van overlast) en inwoners te verbinden;

  • De draagkracht in wijken en buurten te versterken door sociale netwerken te faciliteren en promoten;

  • Vrijwilligerswerk en mantelzorg te bevorderen en te ondersteunen.

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Lid 1

c. ingebed zijn in de lokale sociale infrastructuur.

De aanvrager weet wat er aan hulpvragen onder inwoners leeft. Het aanbod dient aan te sluiten en afgestemd te zijn met andere voorzieningen in de wijk/stadsdeel/gemeente geen overlap of lacunes.

d. werken volgens de leidende kwaliteitsprincipes sociaal domein.

In de gemeente Apeldoorn gelden zes leidende principes voor het garanderen van de kwaliteit van dienstverlening binnen het sociaal domein, namelijk:

  • 1.

    De burger op 1:

  • 2.

    De dienst- en hulpverlening is vraag gedreven

  • 3.

    De dienst- en hulpverlening is integraal

  • 4.

    Systeemgerichte ondersteuning en samenwerking

  • 5.

    De dienst- en hulpverlening is veilig

  • 6.

    De dienst- en hulpverlening is doelmatig en doeltreffend

Lid 3

a. In het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens van medewerkers en vrijwilligers Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hierop een uitzondering worden gemaakt

Aan vrijwilligers en ervaringsdeskundigen voor wie geen verklaring omtrent gedrag wordt afgegeven en die onder directe supervisie van een (pedagogisch) professional werken, vraagt de organisatie (aanbieder) inzage in de brief waarin de verklaring omtrent gedrag wordt geweigerd.

De aanbieder maakt dan, in overleg met de gemeente, een afweging of betrokkene al dan niet op verantwoorde wijze als vrijwilliger aan de slag kan. Indien betrokkene de brief niet wenst te overhandigen aan de aanbieder kan een zorgvuldige afweging niet worden gemaakt met als consequentie dat betrokkene geen vrijwilligerswerk mag doen.

c. Bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens;

Bestuurders zijn in het bezig van een verklaring omtrent goed gedrag, of zorgen dat ze binnen 6 maanden na aantreden in het bezit zijn van een dergelijke verklaring.

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten

De subsidieregeling is opgedeeld in vijf aandachtsgebieden. Elk aandachtsgebied heeft een eigen deelplafond ter financiering. In de onderstaande tabel worden de verschillende aandachtsgebieden toegelicht en worden er per aandachtsgebied een aantal voorbeelden genoemd. Een aanvraag kan slechts op één aandachtsgebied betrekking hebben

Lid 1.

Aandachtsgebied

Beschrijving

Voorbeeld

1.

Vrijwilligersondersteuning gericht op het verbinden van inwoners en/of het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid.

De verbinding kan het doel op zichzelf zijn: het voorkomen en bestrijden sociaal isolement. Of een middel tot een ander doel (anders dan de doelen van aandachtsgebied 2 t/m 5).

In principe gaat het om doelgerichte ondersteuning voor een afgebakende periode. Er kunnen situaties zijn waarin het niet haalbaar is om het traject binnen een jaar af te sluiten. In dat geval onderbouwt de organisatie dit in de subsidieaanvraag en verantwoording.

  • -

    Maatjes (anders dan de maatjes in aandachtsgebied 2 t/m 5)

  • -

    Vrijwilligersnetwerken gericht op het bieden van stabiliteit.

  • -

    Een ‘luisterend oor’.

  • -

    Buurtbemiddeling

  • -

    Helpen mensen weer in beweging te krijgen

2.

Vrijwilligersondersteuning op het gebied van financiën, administratie en digitale- en taalvaardigheden.

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Of het geven van informatie en advies, zoals voorlichting over voorzieningen.

In principe gaat het om doelgerichte ondersteuning voor een afgebakende periode. Er kunnen situaties zijn waarin het niet haalbaar is om het traject binnen een jaar af te sluiten. In dat geval onderbouwt de organisatie dit in de subsidieaanvraag en verantwoording.

  • -

    Maatjes voor inwoners met schuldenproblematiek

  • -

    Ondersteuning van digitale vaardigheden

  • -

    Het geven van informatie en advies, zoals voorlichting over voorzieningen.

3.

Vrijwilligersondersteuning gericht op praktische ondersteuning

Naast de praktische ondersteuning vóór inwoners kan het ook gaan om praktische ondersteuning samen met inwoners (ondersteunen in plaats van overnemen).

De ondersteuning is kortdurend en afgebakend. Wel kan de hulpvraag terugkerend zijn (de inwoner heeft vaker dan eens hulp nodig met de boodschappen).

  • -

    Boodschappen

  • -

    Vervoer

  • -

    Klussen in en om huis

4.

Vrijwilligersondersteuning gericht op de opvoeding en het gezond opgroeien van jeugdigen.

Ondersteuning gericht op (de ouders van) kinderen en jongeren.

  • -

    Coaching van jongeren om doelen te zetten en halen, ondersteunen bij mentaal welzijn, het voorkomen van vroegtijdige schoolverlating of helpen met vinden van werk.

  • -

    Praktische ondersteuning van gezinnen om zo de druk op ouders te verlichten.

  • -

    Tijdelijke opvang van kinderen doormiddel van steungezinnen

5.

Vrijwilligersondersteuning gericht op het ondersteunen van mantelzorgers.

Respijtzorg light: (groepsgewijze) lichte hulp met als doel tijdelijk de taken van de mantelzorger over te nemen.

Kortdurende vervanging waardoor de mantelzorger, iets voor zichzelf kan doen of even kan sporten of een volledige nachtrust kan krijgen.

Aanwezigheidszorg: vrijwillige hulp aan huis of individuele begeleiding thuis.

  • -

    Respijtvrijwilligers, die voor langere tijd dan wel overdag of ’s nachts ondersteuning bieden aan de mantelzorger

  • -

    Dagopvang in buurtkamer of door logeerzorg

Artikel 2.2

Lid 1

a. Passend binnen de doelstelling en doelgroep van de subsidieregeling.

Subsidie in het kader van de Algemene voorzieningen is bedoeld voor lichte en toegankelijke zorg, ondersteuning en welzijn. Het doel is dat vrijwilligers een bijdrage leveren aan de (aanvullende) ondersteuning van kwetsbare inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn. Of het ondersteunen van mantelzorgers zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden. De activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van de Wmo en/of Jeugdwet.

b. Toegankelijk en laagdrempelig, niet uitsluitend voor eigen leden

Het vrijwilligerswerk komt niet ten goede van de eigen organisatie, bijvoorbeeld doordat de dienstverlening alleen gericht is op eigen leden. Er is sprake van een toegankelijk en laagdrempelig aanbod (voor alle inwoners van Apeldoorn). Wel kan de dienstverlening gericht zijn op een specifieke doelgroep.

d. Niet gericht op het uitdragen van levensbeschouwelijke en/of politieke opvattingen.

Volgens artikel 9, lid 1 sub d van de Algemene subsidieverordening komen activiteiten die gericht zijn op uitdragen van levensbeschouwelijke en/of politieke opvattingen niet in aanmerking voor subsidie.

f. Ze voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;

De gesubsidieerde activiteiten uit deze regeling moeten een preventieve functie hebben.

Door vroegtijdig lichte ondersteuning te bieden, kunnen algemene voorzieningen zwaardere hulpvragen voorkomen, vertragen of helpen om deze af te schalen. Doordat ze minder intensief zijn en geen indicatie vereisen, zijn algemene voorzieningen vaak goedkoper dan maatwerkvoorzieningen. Ze kunnen dus bijdragen aan een duurzame en efficiënte inzet van middelen. Door inzet van vrijwilligers kunnen inwoners vaak vroegtijdig en laagdrempelig adeqaat ondersteund worden zonder de noodzaak van zwaardere maatwerkintervensies. Algemene voorzieingen helpen daarmee om zwaardere ondersteuning te voorkomen, vertragen of af te schalen.

Voorbeeld:

Een maatjesproject waarbij vrijwilligers gekoppeld worden aan kwetsbare inwoners kan voorkomen dat mensen in een sociaal isolement raken. Door regelmatig contact en praktische hulp blijven deelnemers mentaal en sociaal stabieler. Dit voorkomt dat zij een beroep moeten doen op individuele begeleiding of psychologische hulp via maatwerkvoorzieningen. Zo draagt het project bij aan lagere zorgkosten en versterkt het de informele zorgstructuur.

g. Geen locatiegebonden dienstverlening;

Locatiegebonden dienstverlening, zoals bijvoorbeeld een buurthuis ontmoetingsplek, verzorgingshuis, gebedshuis of sportvereniging valt niet onder deze subsidieregeling.

Lid 2

Voor mantelzorgondersteuning & jeugdondersteuning (aandachtsgebied d en e) kan een uitzondering gemaakt worden op de uitsluiting van locatie verbonden dienstverlening in het eerste lid onder g van dit artikel. Deze uitzondering wordt alleen verleend indien afdoende beargumenteerd kan worden waarom het gebruik van een locatie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteit.

Bijvoorbeeld in het geval van jeugdondersteuning kan het zijn dat door echtscheiding of huiselijk geweld de thuisituatie geen veilige omgeving bied om de activiteit te laten plaatsvinden. In het geval van vervangende mantelzorg kan bijvoorbeeld een respijthuis het gebruik van een vaste locatie noodzakelijk maken en als zodanig reden zijn tot uizondering van de eis in art. 2.2 lid 1 sub g.

Wanneer subsidie voor huisvesting van activiteiten wordt aangevraagd verkennen we eerst of het initiatief ook gebruik kan maken van ruimte op een Basisontmoetingsplek. Hiervoor betaalt de organisatie geen huur.

Artikel 2.3 Wijze van verdeling

Lid 1

De beoordeling van de aanvragen kennen een logische opbouw. Samengevat geven de antwoorden op de vragen uit sub A t/m C antwoord op de vragen:

Wat is de activiteit? Hoe gaat u te werk? En wat zijn hiervan de kosten?

  • Sub A vraagt naar de Legitimiteit – Dit betreft de WAT vraag. Wat vraagt de aanvrager aan? Wat is de activiteit, en past deze activiteit bij de doelstellingen van de regeling en de doelgroep?

  • Sub B vraagt naar de Effectiviteit - Dit is de HOE vraag. Hoe gaat de aanvrager te werk. Hoe draagt deze insteek bij aan de beste dienstverlening voor de doelgroep. En Hoe past deze activiteit in het totaal aanbod in Apeldoorn?

  • Sub C vraagt naar de Rendabiliteit – Welke kosten horen er bij de activiteit, en hoe verhouden deze zich tot de resultaten?

Sub a Legitimiteit

i. de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen uit de regeling, namelijk; het ondersteunen van inwoners in een kwetsbare situatie om zelf of samenredzamer te worden of te blijven, beter te kunnen meedoen of zelfstandig te blijven wonen. En/of het ondersteunen van mantelzorgers, zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden (wegingsfactor 3).

Beschrijf hoe de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidieregeling.

Hoe helpt de activiteit om intensievere hulp (maatwerk en individuele voorzieningen) te voorkomen? Hoe draagt de activiteit bij aan het verhogen van de zelfredzaamheid/samenredzaamheid?

Geef aan hoe u deze effecten meet. Hoe worden resultaten bijgehouden, is er een bussinesscase voor de activiteit die de meerwaarde aantoont? Toon dit aan aan de hand van praktijkvoorbeelden bij reeds lopen de activiteiten en/of theoretische onderbouwing bij nieuwe activiteiten.

  • *

    Wat is het einddoel van de activiteit

  • *

    Welke positieve meerwaarde heeft het voor de inwoner/grote groep inwoners

  • *

    Hoe ziet een succesvol doorlopen traject er uit?

ii – de onderbouwing van de behoefte aan de activiteiten aan de hand van ervaringscijfers van het aantal hulpvragen, de ontwikkeling in de hulpvragen en/of door de beoordeling/evaluatie door vrijwilligers hulpvragers en/of professionals (wegingsfactor 2).

Is er behoefte aan de activiteit en kun je dat onderbouwen?

Beoordeeld wordt de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat de activiteit aansluit op de behoefte van inwoners. Omschrijf hoe er onderzocht is wat de behoefte aan de activiteit is en laat waar mogelijk met cijfers zien hoe groot deze behoefte is. Denk hierbij aan ervaringscijfers, historisch aantal hulpvragen of de trend in de hulpvragen. De onderbouwing

Sub b Effectiviteit

i. Doeltreffendheid; de mate waarin de activiteit gericht en planmatig te werk gaat waarbij beargumenteerd wordt hoe de keuze voor de doelgroep, het schaalniveau en de insteek van de activiteit bijdragen aan de meest effectieve ondersteuning van de inwoner.

Waar onder sub a beschreven wordt wat een aanbieder wil doen, dient hier beschreven te worden hoe dit bereikt wordt. Waarom dit de juiste/slimme aanpak? Uit de aanvraag dient te blijken dat de aanvrager een weloverwogen plan en strategie heeft voor de activiteit.

  • *

    Hoe draagt de werkwijze van de aanvrager bij aan het bereiken van de doelstellingen?

  • *

    Wordt er een specifieke doelgroep, gebied of werkwijze gehanteerd?

  • *

    Hoe draagt deze aanpak bij aan het bereiken van de doelstellingen van de activiteit?

  • *

    Hoe worden juist die inwoners bereikt die met deze activiteit het beste geholpen kunnen worden?

Voorbeeld hoe niet:

Een activiteit gericht op gezond bewegen van jongeren gaat adverteren op sportscholen. Hiermee worden dus jongeren bereikt die al bewegen. Dit is niet efficiënt omdat er niet gericht wordt op juist die jongeren die het meeste baat hebben bij de activiteit.

ii. de mate waarin de activiteit is afgestemd op de wat er al is en de mate waarin er wordt samengewerkt en geleerd met andere vrijwilligersorganisaties, sociale partners en initiatieven in het sociaal domein en wat deze samenwerking en dit samen leren oplevert (wegingsfactor 1).

Hoe past deze activiteit in het aanbod wat er al is? Het aanbod dient hier op aan te sluiten en afgestemd te zijn met ander voorzieningen waarbij grote overlap een negatief effect heeft op de score.

Hoe wordt er afgestemd of het Netwerk Informele Zorg Apeldoorn en Apeldoorn Pakt Aan? Hoe wordt er samengewerkt met andere vrijwilligersorganisaties zoals andere vrijwilligersorganisaties. Is er sprake van samen optrekken of samen leren?

iii. de mate van kennis en betrokkenheid bij de hulpvragen en doelgroepen in de lokale omgeving, waarbij het voortzetten van en voortbouwen op bestaande activiteiten voorrang krijgt boven nieuwe aanvragen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit aantoonbare ervaring met de uitvoering van deze activiteiten en de inbedding in de lokale sociale infrastructuur (wegingsfactor 1).

Uit de aanvraag dient te blijken welke mate van bekendheid en ervaring de aanvrager heeft met de doelgroep en de activiteit. Waarbij specifiek gekeken wordt naar de ervaring met de doelgroep in Apeldoorn. Uit de aanvraag dient te blijken in hoeverre de aanvrager bekend is met de Apeldoornse sociale infrastructuur, en de weg weet de vinden in het Apeldoornse sociaal domein.

Sub c Rendabiliteit

De prijs/rendement-verhouding: hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de verhouding tussen vrijwillige inzet en betaalde inzet, de mate waarin de activiteiten ook uit andere bronnen gefinancierd worden; de noodzaak tot huisvesting- en activiteiten kosten. De aanvrager onderbouwt de hoogte van de subsidieaanvraag aan de hand van de variabelen als bedoeld in artikel 3.1 lid 2 (wegingsfactor 2).

Omdat de regeling een vast plafond heeft en vaste deelplafonds is de verdeling een klassiek verdelingsvraagstuk waarbij verlening voor de ene organisatie, weigering voor de ander betekent. Als zodanig is de prijs/rendement verhouding (wat kost het vs. wat levert het op) een belangrijke factor. In de beoordeling wordt gekeken naar de verhouding tussen de opgevoerde kosten en het resultaat. Had het aanbod ook goedkoper gekund? Dragen hogere kosten ook bij aan een hogere kwaliteit van de activiteit? Voorbeeld: indien laptops vereist zijn voor het geven van digitale ondersteuning, wordt er dan gebruik gemaakt van laptops van €2000 of €500?

In welke mate dragen secundaire kosten zoals huisvestingskosten, reiskosten etc bij aan het totaalbedrag? In de weging worden aanvragen tevens met elkaar vergeleken om de verschillen in kostenopbouw te vergelijken.

Let op: er is begrip voor verschillen in kostenplaatje per match of doorlopen traject. Indien een hogere mate van investering aan de voorkant of afbreukrisico van invloed is op de kosten per doorlopen traject/bereikte inwoner beschrijf dit dan goed in de beargumentering.

Lid 2

B. Allereerst worden alle aanvragen getoetst aan de eisen van de regeling. Na deze selectie kan het voorkomen dat er meer subsidie wordt aangevraagd dan het beschikbare budget (het subsidieplafond). De beoordeling gaat in dat geval als volgt:

  • 1.

    De aanvragen worden opgedeeld over de 5 verschillende aandachtsgebieden uit artikel 2.1 lid 1. Waarbij per aandachtsgebied de volgende stappen worden doorlopen:

  • 2.

    De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de criteria. Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor die bij het criterium hoort (1, 2 of 3). Een optelling van de punten leidt tot de totaalscore van de aanvraag.

  • 3.

    De aanvragen worden gerangschikt aan de hand van de totaalscores. De aanvragen met de meeste punten, komen het eerst voor subsidie in aanmerking en worden geselecteerd totdat het deelplafond voor dat aandachtsgebied bereikt is.

    Voorbeeld: Op basis van het subsidieplafond van aandachtsgebied 2.1 sub a blijkt dat er voldoende subsidie is om aanvraag 1 t/m 6 te honoreren. Aanvragen 7 t/m 11 vallen buiten de selectie.

E. Indien de rangorde in relatie tot het deelplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvraag geen dekkende evenwichtige spreiding van activiteiten per aandachtsgebied gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding in het betreffende aandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 2.1.

Voorbeeld: Stel dat binnen één aandachtsgebied de 4 hoogst scorende aanvragen samen 80% van het deelplafond innemen. Indien alle 4 aanvragen zich in 1 stadsdeel concentreren kan dit reden zijn om op basis van de evenwichtige spreiding de aanvragen deels te honoreren, zodat er budget voor activiteiten in andere stadsdelen overblijft.

De evenwichtige spreiding kan ook toegepast worden indien er binnen een aandachtsgebied een oververtegenwoordiging is van aanvragen die zich richten op één soortgelijke activiteit of doelgroep.

Artikel 3.1 Subsidiabele kosten

Lid 1 en 2

Loonkosten

Organisaties kunnen subsidie voor loonkosten aanvragen voor:

  • 1.

    Begeleiden, coördineren en matchen van vrijwilligers.

  • 2.

    Organisatiespecifiek- werven van vrijwilligers. De centrale werving van vrijwilligers is bij APA belegd is. Er kan daarom alleen in beperkte mate subsidie worden aangevraagd voor organisatie-specifieke werving.

  • 3.

    Afstemming en samenwerking met partners voor zover dit de inwoner ten goede komt. Met andere vrijwilligersorganisaties, andere sociale partners (formeel en informeel), met het Knooppunt Vrijwilligers en Verenigingen, met het Knooppunt Mantelzorg, met het platform Ertoe doen, met Samen055 en met andere initiatieven in het sociaal domein.

Voor de inzet van stagiaires kan geen subsidie worden aangevraagd.

De hoogte van het bedrag voor loonkosten dient te worden onderbouwd aan de hand van:

  • De betrokkenheid van de beroepskracht

    • o

      Is er door de aard van de hulpvraag is regelmatig actie en betrokkenheid van de beroepskracht nodig (bijv. afstemming met derden, conflicten, incidenten, e.d.)? Of staat de beroepskracht op afstand, nemen de vrijwilligers zelfstandig beslissingen en is het contact tussen de beroepskracht en de hulpvrager is minimaal?

    • o

      Zorgt de beroepskracht voor een individuele match tussen vrijwilliger en hulpvrager? Of richt de beroepskracht zich met name op de begeleiding, coaching en coördinatie van de vrijwillige coördinatoren, die op hun beurt een groep vrijwilligers begeleiden en ondersteunen? Is er sprake van een groot afbreukrisico?

    • o

      Zijn de vrijwilligers in staat om zelfstandig de activiteiten te verrichten? Of wordt er (ook) gewerkt met vrijwilligers in een kwetsbare positie die meer ondersteuning nodig hebben?

  • Intensiviteit van de ondersteuning van de hulpvrager

    • o

      Aard van de hulpvraag: Gaat het om directe praktische ondersteuning, zoals het onderhouden van tuinen of het doen van boodschappen? Of is de ondersteuningsvraag zwaarder en werkt de hulpvrager met de vrijwilliger aan bepaalde persoonlijke leerdoelen?

    • o

      Duur van de trajecten: Is het een eenmalige match voor een praktische hulpvraag of een match voor langere tijd? In het geval van een Traject moet aangegeven worden hoe de duur van het project is meegewogen in de trajectprijs.

  • Omvang van de match: Koppelt de beroepskracht de zorgvrager aan een individuele vrijwilliger of creëert hij een netwerk van vrijwilligers om de zorgvrager heen?

  • Noodzaak/intensiteit van afstemming en samenwerken. Voor zover dit de inwoner ten goede komt.

Normtarief en uurtarief

Voor de beoordeling van de loonkosten wordt het uurtarief aan loonkosten vergleken met een ‘normtarief’. Dit normtarief betreft een uurtarief van € 80,00. Dit bedrag is gebaseerd op een uitvraag onder de aanbieders in 2025, waarbij is geprobeerd te komen tot een gemiddeld bedrag.

Voorbeeld: Een uurtarief van € 72,50 ligt onder het normtarief en zal daarom een positief effect hebben op uw score in de factor rendament. Een uurtarief van € 88,20 zal daarentegen juist een negatief effect hebben op deze score.

Let op: afwijking van het normtarief is dus toegestaan. Het is geen richtbedrag maar een bedrag dat wordt gebruikt ter vergelijking in de beoordeling.

Indien u in positieve zin (hoger) of negatieve zin (lager) afwijkt van het normtarief dient u deze afwijking toe te lichten in uw aanvraag. Leg hierbij uit waarom een hoger urentarief noodzakelijk is en hoe dit urentarief tot stand is gekomen. Afwijking van het normtarief in zowel positieve zin (hoger) als negatieve zin (lager) zal effect hebben op uw score in de factor ‘rendement’ (zie art. 2.3 lid 1 sub c).

Het normtarief gaat uit van 1.350 declarabele uren per jaar voor een voltijd medewerker. Het normbedrag is inclusief huisvestingskosten voor medewerkers.

Algemene kosten/ organisatiekosten

Organisaties kunnen subsidie voor algemene kosten/ organisatiekosten aanvragen voor:

  • 1.

    Organisatie-specifieke scholing en training.

    Deskundigheidsbevordering (het organiseren van een training- en scholingsaanbod afgestemd op de behoefte van vrijwilligers en het stimuleren van kennisdeling) is bij Apeldoorn Pakt Aan belegd. In eerste instantie kunt u bij Apeldoorn Pakt Aan terecht voor scholing en training. Voor organisatie-specifieke scholing kunt u subsidie aanvragen indien dit niet op andere wijze georganiseerd/gefinancierd kan worden.

  • 2.

    Compensatie van gemaakte onkosten en waardering voor zover het gaat om kleine attenties.

    We verstrekken vrijwilligersvergoeding alleen in uitzonderingsgevallen. De uitzondering heeft betrekking op: 1) Organisaties die voor 100% door vrijwilligers worden bemenst. 2) Vrijwilligers die vervangend werken voor een professionele kracht, en als zodanig nagenoeg volledig invulling geven aan een anders professionele positie.

    Ook Mantelzorgwaardering valt niet onder deze regeling. Wel voor de waardering van vrijwilligers in de vorm van een kleine attenties zoals een kerstpakket, een verjaardagskaart of een uitje. De aangevraagde kosten dienen in verhouding de zijn tot het aantal vrijwilligers en de tijdsinvestering van deze vrijwilligers. Daarnaast kunnen organisaties subsidie aanvragen voor gemaakte onkosten van vrijwilligers, zoals reis- of belkosten

  • 3.

    Activiteitenkosten voor zover deze noodzakelijk zijn voor het ondersteunen en begeleiden van de vrijwilligers.

    Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op materiaalkosten/reparatiekosten of abonnementskosten. Belangrijk is dat het gaat om kosten die gemaakt moeten worden om de activiteit door te kunnen laten gaan.

Het bedrag voor algemene kosten dient te worden onderbouwd aan de hand van:

  • Noodzaak van specifieke scholing: Vraagt de inzet van de vrijwilliger om specifieke kennis waarin de vrijwilliger wordt geschoold? Of kunnen vrijwilligers direct aan de slag? Waarom is het niet mogelijk deze scholing op een andere wijze gefinancierd te krijgen.

  • Noodzaak van activiteiten kosten: Onderbouwing met nut en noodzaak en begroting en aard van de kosten

Huisvestingskosten

Subsidie voor aanvullende huisvestingskosten die niet vanuit de ‘opslag overhead’ gefinancierd kan worden moet aan de volgende eis voldoen:

Deze huisvestingskosten kunnen alleen worden aangevraagd voor zover de locatie/extra ruimte noodzakelijk is voor het begeleiden en coördineren van vrijwilligers/mantelzorgers. Wanneer subsidie voor huisvesting wordt aangevraagd verkennen we eerst of het initiatief ook gebruik kan maken van ruimte op een Basisontmoetingsplek. Hiervoor betaalt de organisatie geen huur.

De hoogte van de huisvestingskosten dienen beargumenteerd te worden op basis van: de daadwerkelijke huisvestingskosten van de afgelopen 3 jaar op jaarbasis.

Indien 2027 het eerste jaar is waarin er huisvestingskosten aangevraagd worden dient gespecificeerd te worden waarom dat voor 2027 wel het geval is en waarom een betaalde locatie noodzakelijk is voor het ondersteunen van de vrijwilligers/mantelzorgers

Artikel 4.1 erplichtingen

i. de subsidieontvanger registreert de activiteiten op de Buurtwijzer en draagt zorg dat het aanbod en de aciviteiten up to date gehouden worden.

De activiteiten waar subsidie voor wordt ontvangen dienen aangemeld te worden op de Buurtwijzer, via https://buurtwijzer.samen055.nl. De Buurtwijzer is een website in beheer van de Gemeente Apeldoorn waar het sociaal aanbod voor inwoner en professional vindbaar, en zichtbaar wordt gemaakt. Inwoners, hulpverleners, professioals en consulenten kunnen via de Buurtwijzer vinden welke sociale activiteiten er zijn binnen Apeldoorn. Zo kan de inwoner zelf beter op zoek gaan naar een antwoord voor zijn/haar hulpvraag, maar ook een hulpverlener, zoals een mantelzorger of huisarts kan de inwoner zo makkelijker wijzen op passend aanbod.

Voorbeeld: Een vrouw geeft bij haar mantelzorger aan dat ze moeite heeft met het zelf doen van de boodschappen. Ze vragen zich af of hier vrijwillige hulp voor is. Door op de Buurtwijzer op ‘mantelzorger’ en ‘boodschappen’ te zoeken vinden ze al snel vrijwillige ondersteuning voor thuis.

Om goed vindbaar te zijn voor inwoners en hulpverleners zijn aanbieders daarom verplicht hun aanbod op de Buurtwijzer te noteren en bij te houden. Kleinere aanbieders nog niet eerder een dergelijke aanmelding hebben gedaan, kunnen vragen om ondersteuning bij NIZA, andere grotere aanbieders, of contact opnemen met de contractmanager van de gemeente.

j. de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt aangeleverd voor de medewerkers en vrijwilligers die worden ingezet bij de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd. Voor ervaringsdeskundigen kan hier in overleg met de gemeente een uitzondering op worden gemaakt op deze verplichting.

Aan vrijwilligers en ervaringsdeskundigen voor wie geen verklaring omtrent gedrag wordt afgegeven en die onder directe supervisie van een (pedagogisch) professional werken, vraagt de organisatie (aanbieder) inzage in de brief waarin de verklaring omtrent gedrag wordt geweigerd. De aanbieder maakt dan, in overleg met de gemeente, een afweging of betrokkene al dan niet op verantwoorde wijze als vrijwilliger aan de slag kan. Als betrokkene de brief niet wenst te overhandigen aan de aanbieder kan een zorgvuldige afweging niet worden gemaakt met als consequentie dat betrokkene geen vrijwilligerswerk mag doen.

Let op: De VOG hoeft niet bij de aanvraag toegevoegd te worden, maar moet aangeleverd kunnen worden op aanvraag van de gemeente.

k. de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat duidelijk is voor de inwoner dat de ontvanger ondersteuning mogelijk wordt gemaakt door een financiële ondersteuning van de gemeente.

Net als ondersteuning die mogelijk gemaakt wordt door Europese subsdidie wil de gemeente dat het voor indoners duidelijk is wanneer ondersteuning mogelijk gemaakt wordt door gemeentelijke inzet/subsidie. Dit kan laagdrempelig, bijvoorbeeld als disclaimer in een welkomsbrief, digitaal contact, of op de informatiepagina op eigen website en op de Buurtwijzer.

Belangrijk is dat het voor de Apeldoornse inwoner helder is wanneer ze ondersteuning ontvangen die mede mogelijk wordt gemaakt door de eigen gemeente. Het helder communiceren van gemeentelijke ondersteuning bevorderd vertrouwen in overheid en eigen omgeving. Dit helpt de sociale cohesie en voorkomt zorgmijdend gedrag.

Lid 2

b. Als de beroepscode wordt gewijzigd, dan hanteert de subsidieontvanger de gewijzigde beroepscode vanaf het moment van de wijziging. Als onmiddellijke overgang redelijkerwijs niet mogelijk is, dan maakt de subsidieontvanger binnen een maand na inwerkingtreding van de gewijzigde beroepscode een plan van aanpak over de overgang naar de nieuwe beroepscode.

Artikel 4.2 Aanvullende Weigeringsgronden

d. de activiteiten geen aantoonbare bijdrage leveren aan het integrale aanbod;

De subsidieregeling streeft een efficient gebruik van middelen na. De inzet van de subsidie is een verdelingsvraagstuk waarbij met beperkte middelen de maximale meerwaarde voor de inwoners bereikt wordt. We willen daarom zo weinig mogelijk dubbel doen. Daar waar activiteiten inzetten op sociaal aanbod wat al beschikbaar is in de stad/wijk levert een activiteit geen/beperkte bijdrage aan het integrale aanbod.

Let op: Overlap hoeft niet altijd slecht te zijn, Apeldoorn kent bijvoorbeeld meerdere voetbalverenigingen. Echter, er moet een goede reden zijn voor overlap. Bijvoorbeeld in het geval waar er meer vraag is dan aanbod. Belangrijk is dat de aanvrager zich bewust is van de sociale infrastructuur van Apeldoorn (het bestaande aanbod) en aangeeft hier een goede aanvulling op te kunnen vormen, zonder onnodig tot dubbelingen, concurrentie, of overbediening te leiden.

g. het gaat om activiteiten die buiten deze regeling om reeds bij het Stedelijk Knooppunt Vrijwilligers en Verenigingen of het Stedelijk Knooppunt Mantelzorgondersteuning belegd zijn.

De organisaties (de Kap, Present en Stimenz) die activiteiten uitvoeren voor het samenwerkingsverband Stedelijk Knooppunt Vrijwilligers en Verenigingen ontvangen subsidie in de vorm van een begrotingssubsidie, dit wil zeggen dat de taken exclusief bij deze organisaties belegd zijn. In de begroting van de gemeente wordt jaarlijks een subsidiebedrag opgenomen voor deze organisaties die een belangrijke bijdrage leveren aan gemeente Apeldoorn. Voor deze activiteiten kan geen subsidie worden aangevraagd op grond van een subsidieregeling, omdat we deze activiteiten langdurig en exclusief willen onderbrengen bij vaste organisaties.

Als algemene hoofdtaak hebben deze platformen een coördinerende rol in het sociale landschap van de gemeente Apeldoorn. Dit betekent dat, ze naast het ondernemen van activiteiten om vrijwilligers/mantelzorgers te ondersteunen ook ondersteuning bieden aan andere partijen die dergelijke diensten verlenen, en gemeente brede activiteiten aanbieden. Specifiek deze rol als overkoepelende organisatie (zowel gemeente breed als naar de andere organisaties) is uitgesloten van subsidie op basis van deze regeling.

De meer specifieke hoofdtaken van de verschillende platvormen zijn:

  • -

    Netwerk Informele Zorg Apeldoorn (NIZA): samenwerking faciliteren en bevorderen tussen organisaties en initiatieven die vrijwillige ondersteuning bieden in de thuissituatie binnen de gemeente Apeldoorn. De regisseur informele zorg heeft een aanjagende en ondersteunende rol naar zorg- en welzijnsorganisaties als het gaat om vrijwillige inzet in de thuissituatie.

  • -

    Apeldoorn Pakt Aan: centrale/coördinerende matching van vrijwillig vraag en aanbod, deskundigheidsbevordering en netwerkvorming:

    • o

      Centrale werving en (online) matching van vraag en vrijwillig aanbod door middel van onder andere een vacaturebank

    • o

      Organiseren van training- en scholingsaanbod afgestemd op de behoefte van vrijwilligers (die niet organisatie specifiek is)

    • o

      Stimuleren en faciliteren samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties en verenigingen (onderling en tussen beide)

  • -

    Maatschappelijke Beursvloer: organiseren van de jaarlijkse maatschappelijke Beursvloer waar vraag en aanbod van maatschappelijke organisaties, bedrijven, gemeenten, fondsen en scholen wordt gematcht.

  • -

    Werknemersvrijwilligerswerk: ondersteuning van groepen inwoners en werknemers bij het invullen van vrijwilligerswerk.

  • -

    Stedelijk knooppunt Mantelzorgondersteuning; biedt ondersteuning aan mantelzorgers en hun familie/netwerk, organisaties, bedrijven, instellingen, verenigingen en scholen, die met mantelzorgers te maken hebben. Het knooppunt heeft de rol van kenniscentrum vanuit een onafhankelijke positie.

Deze functionaliteiten staan niet open voor subsidie op basis van deze subsidieregeling.

h. de subsidie op een andere manier bekostigd kan worden;

Indien de bekostiging van de activiteiten ook via andere stromen tot stand kan komen. Kan dit reden zijn tot afwijzing. Dit geld mede voor activiteiten die aanvullend zijn op activiteiten/voorzieningen die al via andere stromen door de gemeente gesubsidiëerd worden. De subsidieregleing is niet bedoeld als aanvulling op andere subsidies van de gemeente. Ook activiteiten die primair via het zorgkantoor, regio, de provincie of vanuit rijksmiddelen bekostigd kunnen worden komen niet, of in mindere mate in aanmerking voor subsidie uit deze regeling.

i. de subsidie gericht is op de waardering van mantelzorgers

De mantelzorgwaarding is reeds ingevuld door de gemeente zelf en wordt in samenwerking tussen de gemeene en De Kap uitgevoerd. Hier is apart budget beschikbaar voor. Mantelzorgwaardering valt niet onder deze subsdieregeling.

Artikel 5.2 Verantwoording en vaststelling

Lid 2

Waar mogelijk, kiezen we voor deels prestatiegebonden financiering. Vooraf willen we duidelijke afspraken maken over welke prestaties we verwachten. Bijvoorbeeld het aantal maatjes, matches/koppelingen, netwerken of klussen dat wordt gerealiseerd. Ook moet vooraf duidelijk zijn wat er gebeurt met hoogte van de subsidievaststelling als de prestaties niet worden gehaald.

We werken met een vaste component (een beschikbaarheidssubsidie) en een prestatie gebonden component.

We kiezen voor een prestatie gebonden component omdat:

  • We willen een eerlijke subsidieverdeling. Subsidieverlening is een verdeelvraagstuk waarbij toekenning van het één leidt tot afwijzing van het ander. We moeten er bij de beoordeling van de aanvragen op kunnen rekenen dat hetgeen waar we subsidie voor verlenen, ook hetgeen is wat we krijgen. De verlening kan niet vrijblijvend zijn (realistische aanvragen, rechtmatige besteding).

  • Houvast hebben bij de subsidievaststelling. Voor de subsidieontvanger en de gemeente is duidelijk wat de consequentie is van het niet behalen van de prestatieafspraken (zakelijkheid)

We combineren dit met een vaste component omdat:

  • Om het voortraject te waarborgen aangezien er ook belangrijke en tijdrovende interventies zijn waar geen directe match uit voorkomt.

  • Sommige kosten zijn er continu, onafhankelijk van het aantal gerealiseerde trajecten. Minder inzet van vrijwilligers betekent niet dat er minder kosten worden gemaakt.

  • De financieringsvorm moet passen bij het werken met vrijwilligers. Hierbij past een andere mate van zakelijkheid dan bij organisaties met uitsluitend beroepskrachten.

Deze verantwoording geldt indien aan een aanvrager in totaal voor € 35.000,00 of meer subsidie wordt verleend op basis van deze regeling. Hierbij wordt dus gekeken naar het totaal aangevraagde bedrag per aanvrager op basis van deze regeling en niet het bedrag per aanvraag per aandachtsgebied. Een aanvrager die voor drie aandachtsgebieden subsidie ontvangt a € 15.000,00 per aandachtsgebied (totaal € 45.000,00) ontvangt dus meer dan € 35.000,00 op basis van deze regeling.

We vinden het belangrijk dat de administratieve lasten in verhouding zijn tot de hoogte van de subsidie. Indien er op basis van deze regeling voor €35.000,00 of minder subsidie wordt verleend, dan nemen we geen verplichting tot verantwoording op. Het gevolg hiervan is dat het bij deze subsidies niet mogelijk is om te werken met prestatiegebonden financiering. Want zonder verantwoording kan de gemeente de prestaties niet vergelijken met de vooraf bepaalde prestatieafspraken. Wel kunnen er prestatieafspraken worden meegegeven zodat het wederzijds duidelijk is wat er van de subsidieverlener verwacht wordt.

Lid 5

In het vijfde lid is aangegeven dat subsidies onder deze regeling tot en met een totaal van €35.000,00 direct worden vastgesteld. Het college kan echter steekproefsgewijs om verantwoording vragen. Daarbij is het mogelijk de subsidieontvanger administratief te controleren of aan de verplichtingen is voldaan. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat de activiteit niet of niet volledig heeft plaatsgevonden of niet aan de verplichtingen is voldaan, kan dit leiden tot het wijzigen of intrekken van de beschikking tot subsidievaststelling. Met als gevolg dat de subsidie lager of op nihil kan worden vastgesteld en gedeeltelijk of volledig wordt teruggevorderd.

6.1 Subsidietijdvak

Lid 2. Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal 2 kalenderjaren.

De subsidieverlening op basis van deze regeling loopt tot uiterlijk 2029, tenzij anders door het college wordt besloten. Het college kan beslissen om eerder te stoppen dan 2029 met subsidieverlening op basis van deze regeling.

6.2 Subsidieplafonds en indexering

Lid 4.

Onder lid 4 wordt niet verstaan de herverdeling die plaats kan vinden op grond van lid 2.

Deel III – Subsidieplafonds en planning

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de regeling Vrijwilligersondersteuning en Mantelzorgondersteuning is voor 2027 vastgesteld op: € 2.028.088,-

Het totale subsidiebedrag is als volgt onderverdeeld over de verschillende deelplafonds:

 

 Deelplafonds

 

Aandachtsgebied

Deelplafond

1

Het verbinden van inwoners en het voorkomen en/of bestrijden van eenzaamheid, waarbij de verbinding het doel op zichzelf kan zijn en/of onderdeel van een ander doel, zoals het bieden van stabiliteit

€ 507.022

2

Financiën, administratie en digitale- en taalvaardigheden

€ 304.213

3

Praktische ondersteuning, voor of met de inwoner, waarbij de klussen kortdurend en afgebakend zijn

€ 304.213

4

Het gezond opvoeden en opgroeien van jeugdigen

€ 608.427

5

Het ondersteunen van mantelzorgers door het aanbieden van ‘vervangende mantelzorg door vrijwilligers’

€ 304.213

 

Totaal

€ 2.028.088

Planning aanvraagproces 2026

Planning

Deadline

Opmerkingen

1. Publicatie subsidieregeling

Januari 2026

De regeling wordt officieel gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl

2. Informatiebijeenkomsten/ vragenuur subsidieregeling

Jan/feb 2026

Voorafgaand aan de aanvraagperiode van de subsidieregeling zullen informatiebijeenkomsten georganiseerd worden zodat potentiële aanvragers de gelegenheid hebben om vragen te stellen. Exacte datum/tijd worden later bekend gemaakt.

Tot publicatie van de regeling bestaat er de mogelijkheid om tussentijds vragen te stellen. Na publicatie zal er geen communicatie meer plaatsvinden totdat de gunning compleet is.

3. Aanvraagperiode subsidie

3 maart 2026 t/m 28 april 2026

De aanvragen worden digitaal ingediend via www.apeldoorn.nl

De aanvraag is compleet wanneer alle verplichte gegevens op het aanvraagformulier zijn ingevuld, ondertekend door de daartoe bevoegde persoon en de gevraagde bijlagen ingevuld zijn bijgevoegd..

4. Beoordelingsperiode

28 april 2026 t/m 10 juli 2026

Tijdens de beoordelingsperiode vindt er geen communicatie over de subsidieregeling of subsidieverlening plaats.

Zware overvraging van de regeling kan leiden tot uitstel van de beoordeling.

5. Verzenden subsidiebeschikkingen & afwijzingen

Uiterlijk 10 juli 2026

Bekendmaking per brief per mail en in uw digitale postmap van de toekenning/afwijzing van de subsidieaanvraag

6. Start subsidieverlening vanuit deze subsidieregeling

1 januari 2027

Ondertekening