Regeling vervalt per 01-01-2032

Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Geldend van 06-02-2026 t/m 31-12-2031

Intitulé

Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Beleidsmatig kader:

Kadernota Maatschappelijke ontwikkelingen

Beleidsuitgangspunten Basisontmoetingsplekken

Inhoudsopgave

Deel I – Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Deel III – Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026

Deel I Subsidieregeling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel

Artikel 2.1.1 Subsidievereisten

Artikel 2.1.2 Subsidievereisten dorpen

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

Artikel 5.2 Voorwaarden

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel

Deel II Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Algemeen beleidsmatig toetsingskader

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

Hoofdstuk 2 Subsidiabele functies, vereisten en wijze van verdeling

Algemene toelichting hoofdstuk 2

Artikel 2.1 Subsidiabele functies per stadsdeel

Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten

Artikel 2.1.2 Subsidiabele activiteiten dorpen

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Artikel 8.2 Inwerktreding en citeertitel

Subsidieplafonds 2027 – 2031 en planning aanvraagproces 2026

Deel I – Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en jeugd

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn;

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

BESLUIT:

Vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd Apeldoorn

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

  • 1. Tenzij in deze regeling uitdrukkelijk anders wordt vermeld, gelden de voorwaarden en bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn.

  • 2. Voor subsidieverstrekking geldt naast het bepaalde in deze subsidieregeling onverkort het bepaalde in de artikelsgewijze- en beleidsmatige toelichting op de subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd alsmede het bepaalde in de aanvraag en verantwoordingsformulieren.

  • 3. Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Algemene voorzieningen: een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Onder de begripsomschrijving ‘Algemene voorzieningen’ wordt tevens verstaan de ‘Overige voorzieningen’ zoals bedoeld in de Jeugdwet;

    • b.

      Asv: de Algemene subsidieverordening gemeente Apeldoorn;

    • c.

      Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

    • d.

      Basisontmoetingsplek Wmo: een laagdrempelige locatie in de wijk waar volwassen inwoners (18+) terecht kunnen voor sociale contacten, ondersteuning en deelname aan collectieve activiteiten. De plek is vrij toegankelijk, zonder indicatie, en draagt bij aan het versterken van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en sociale participatie. Activiteiten richten zich op ontmoeting, voorlichting, gezondheid, recreatieve dagbesteding en informele ondersteuning;

    • e.

      Basisontmoetingsplek Wmo en Jeugd: een multifunctionele laagdrempelige locatie in de wijk die zowel gericht is op volwassenen (Wmo-doelgroep) als op jeugdigen (tot 18 jaar). De plek biedt een gevarieerd activiteitenpakket dat aansluit bij de behoeften van beide doelgroepen. Voor jeugdigen kunnen dit bijvoorbeeld activiteiten zijn gericht op sociale ontwikkeling, talentontplooiing, preventie en lichte ondersteuning. Voor volwassenen geldt hetzelfde als bij de Wmo-variant;

    • f.

      Gevarieerd activiteitenpakket: het samenhangend geheel van georganiseerde, laagdrempelige en collectieve activiteiten die op een Basisontmoetingsplek worden aangeboden en die gericht zijn op ontmoeting, ondersteuning, participatie, gezondheid en dagstructuur;

    • g.

      Hoofdaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die een deel van de subsidiabele activiteiten, ter waarde van minimaal 15% van de begrote loonkosten, door één of meerdere onderaannemer(s) laat uitvoeren;

    • h.

      Huisvestingskosten: eigenaarskosten of huur én gebruikerskosten inclusief schoonmaak en klein onderhoud.

    • i.

      Onderaannemer: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die op grond van een bindende overeenkomst met de hoofdaannemer gehouden kan worden om in opdracht en namens en voor rekening en risico van de subsidieontvanger op grond van deze regeling subsidiabele activiteiten in een stadsdeel te verrichten;

    • j.

      Samen055: Samen055 is de toegang tot het sociaal domein (uitvoering Wmo, Jeugdwet, Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). De diensten Inwonersondersteuning (collectief en individueel), Wmo begeleiding, Jeugdhulp, Activering en Schuldhulpverlening worden in vijfSamen055 locaties in de vijf stadsdelen georganiseerd. Het doel van de netwerkorganisatie Samen055 is om ondersteuning op maat, in onderlinge samenhang en dichtbij de inwoners van Apeldoorn aan te bieden;

    • k.

      Satellietlocatie: een aanvullende, kleinschalige locatie die in directe verbinding staat met een Basisontmoetingsplek en wordt ingezet om (delen van) het activiteitenpakket uit te voeren. Het doel van een satellietlocatie is het vergroten van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van activiteiten voor doelgroepen in gebieden waar afstand, mobiliteit of spreiding een belemmering kan vormen. Een satellietlocatie is geen zelfstandige Basisontmoetingsplek, maar ondersteunt deze functioneel.

    • l.

      Organisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten;

    • m.

      Sociale voorzieningen: diensten of activiteiten die openstaan voor iedereen, zonder individuele indicatie, gericht op welzijn, participatie en preventie. Denk aan Basisontmoetingsplekken, De Kap, Samen055, Apeldoorn pakt aan.

    • n.

      Subsidieregeling: subsidieregeling Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en jeugd;

    • o.

      Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • p.

      Jeugdigen: inwoners in de leeftijd van 0 tot 23 jaar;

    • q.

      Volwassenen: inwoners in de leeftijd vanaf 18 jaar.

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

  • 1. Deze subsidieregeling heeft als doelstelling:

    • a.

      De zelfredzaamheid en (arbeids) participatie van inwoners te bevorderen met laagdrempelige, toegankelijke, herkenbare dienstverlening in de stadsdelen (incl. dorpen):

      • Inwoners in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig, op eigen kracht in hun eigen leefomgeving te wonen (zelfredzaamheid);

      • Het bijdragen aan de transitie van zorg en ondersteuning naar gezondheid en zelfredzaamheid door het verminderen, vertragen of voorkomen van escalatie in de hulpvraag door het bieden van vroegtijdige, lichte, ondersteuning;

      • Het ondersteunen van inwoners in het afbouwen van hun geïndiceerde ondersteuning en maken van de transitie naar lichte, collectieve of geen ondersteuning;

      • Inwoners deel (weer)te laten nemen aan de maatschappij (participatie/arbeid), hun netwerk te vergroten en hun draagkracht, gezondheid en vaardigheden te versterken;

      • Jeugdigen in staat te stellen om gezond, veilig en kansrijk op te groeien;

      • Te voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op maatwerk- en individuele voorzieningen (preventie) en/of te komen tot een optimale mix van maatwerk/individuele en algemene voorzieningen;

      • Eenzaamheid verminderen.

    • b.

      De samenredzaamheid te bevorderen:

      • De sociale samenhang, leefbaarheid en veiligheid in de stad(sdelen) te bevorderen (o.a. door het voorkomen van overlast) en inwoners te verbinden;

      • De draagkracht in wijken en buurten te versterken door sociale netwerken te faciliteren en promoten;

      • Vrijwilligerswerk en mantelzorg te bevorderen en te ondersteunen.

  • 2. De activiteiten waarvoor op grond van deze subsidieregeling subsidie verstrekt kan worden, dragen bij aan de doelstellingen als bedoeld in lid 1, en kenmerken zich door preventief en/of kortdurend ondersteunend karakter, dat gericht is op:

    • het verbinden van zelfredzame en minder zelfredzame inwoners;

    • werken vanuit de inclusieve gedachte;

    • collectief werken waar mogelijk en individueel waar nodig;

    • ondersteuning die gericht is op het stimuleren van het inzetten of opbouwen van een netwerk van informele ondersteuning (b.v. vrijwilligers) rond de inwoner zodat de ondersteuning, op den duur, vandaaruit kan plaatsvinden;

    • Het voorkomen, vertragen of afbouwen van de noodzaak aan intensieve/maatwerkondersteuning voor de inwoner;

    • een herkenbaar en toegankelijk/laagdrempelig aanbod (b.v. op locatie en outreachend).

  • 3. De primaire doelgroep voor de algemene voorzieningen in het kader van deze subsidieregeling zijn inwoners van de gemeente Apeldoorn met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen en die (potentieel) ondersteuning nodig hebben bij het participeren in de samenleving en/of bij het zelf en/of samenredzaam blijven of worden en voor wie een algemene voorziening (voldoende) passend is.

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

  • 1. Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen uitsluitend in aanmerking hoofdaannemers.

  • 2. Aan de onderaannemers wordt geen rechtstreekse subsidie verleend op basis van deze regeling.

  • 3. Zowel de hoofdaannemers als de door de hoofdaannemer gecontracteerde onderaannemers dienen bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

    • a.

      aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort;

    • b.

      ingebed zijn in de lokale sociale infrastructuur;

    • c.

      waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers met minimaal een afgeronde mbo opleiding, die continu bijgeschoold worden op basis van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de dienstverlening;

    • d.

      beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B2 beheersen;

    • e.

      een regeling vastgesteld en bij cliënten bekend gemaakt hebben voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;

    • f.

      beschikken over een vrijwilligersbeleid, waarin onder andere aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid;

    • g.

      geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een toegankelijke bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en een kostendekkende bijdrage voor de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op Basisontmoetingsplekken;

    • h.

      medewerkers en vrijwilligers inzetten die in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens. Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hier door de aanbieder, in overleg met de gemeente, een uitzondering op worden gemaakt;

    • i.

      een vertrouwenspersoon hebben aangesteld;

    • j.

      bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens;

    • k.

      een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie zijn die werkzaam is op het gebied van zorg, ondersteuning en welzijn en zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten

  • 4. Voor de Basisontmoetingsplekken in de dorpen, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, zijn de eisen onder sub a van lid 3 van dit artikel niet van toepassing.

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

  • 1. Het college kan een subsidie verlenen voor een tijdvak van het kalenderjaar 2027 .

  • 2. Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal vier kalenderjaren.

  • 3. Het college kan de subsidie jaarlijks vaststellen.

  • 4. Gedurende de looptijd van de subsidieverleningen kan er geen aanspraak op subsidie gemaakt worden door nieuwe aanvragers voor de in de subsidieregeling subsidiabel gestelde activiteiten.

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

  • 1. Het college stelt subsidieplafonds voor de periode 2027-2031 vast op bedragen die vermeld zijn in deel III .

  • 2. Indien een subsidieplafond niet volledig wordt benut in het tijdvak waarvoor het is vastgesteld, kan het college het resterende bedrag beschikbaar stellen voor aanvragen vallend onder een of meerdere subsidieplafond(s) dat/die reeds voor het aflopen van het tijdvak volledig is/zijn uitgeput.

  • 3. Het college stelt de in het lid 1 van dit artikel genoemde plafonds vast onder voorbehoud van het als zodanig jaarlijkse vaststellen van de Meerjarenprogrammabegroting (MPB) door de gemeenteraad.

  • 4. Het college kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

  • 5. De subsidieverleningen worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage van de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjarenprogrammabegroting.

Artikel 1.6 Bevoorschotting en betaling

  • 1. Aan de subsidieontvanger wordt in maandelijkse termijnen een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in het besluit tot subsidieverlening anders is bepaald.

  • 2. De voorschotten worden evenredig verdeeld over de periode waarop het recht op subsidie bestaat. Het eerste voorschot wordt binnen zes weken na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld.

Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel

  • 1. Het college kan subsidie verlenen voor het uitvoeren van een gevarieerd activiteitenpakket via Basisontmoetingsplekken, verdeeld over de volgende locaties en doelgroepen:

    • a.

      Basisontmoetingsplekken Wmo (exclusief aangewezen locaties uit sub d):

      • 1.

        Maximaal 2 locaties in stadsdeel Noordoost;

      • 2.

        Maximaal 2 locatie in stadsdeel Zuidwest;

      • 3.

        Maximaal 1 locaties in stadsdeel Zuidoost;

      • 4.

        Maximaal 3 locaties in stadsdeel Noordwest/Centrum;

      • 5.

        Maximaal 4 locaties in de dorpen;

    • b.

      Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd:

      • 1.

        Maximaal 1 locatie in stadsdeel Zuidwest

    • c.

      Aangewezen basisontmoetingsplek Wmo en Jeugd:

      • 1.

        Orca” in stadsdeel Noordwest/Centrum

    • d.

      Aangewezen basisontmoetingsplekken Wmo:

      • 1.

        “Zilverschoon” in stadsdeel Noordoost

      • 2.

        “De Groene Hoven” in stadsdeel Noordwest/Centrum

      • 3.

        “De Stolp” in stadsdeel Zuidoost

      • 4.

        “De Hoge Weije” in de dorpen

  • 2. Naast de genoemde hoofdlocaties mogen activiteiten ook plaatsvinden op satellietlocaties als:

    • a.

      dit nodig is om het activiteitenpakket beter bereikbaar en toegankelijk te maken voor doelgroepen en

    • b.

      zowel de hoofdlocaties als satellietlocaties in stadsdeel Zuidoost of in de dorpen liggen.

  • 3. Het college verleent subsidie aan één hoofdaannemer per één basisontmoetingsplek.

Artikel 2.1.1 Subsidievereisten

  • 1. Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten genoemd in art 2.1, lid 1 sub a (met uitzondering van sub 5: “dorpen”), b, c en d, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      Het totaal aantal uren per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte en bedraagt maximaal 140 uur per week per Basisontmoetingsplek;

    • b.

      Er wordt een openstelling gerealiseerd van 49-52 weken per jaar, 40 uur per week, verspreid over 5-7 dagen per week;

    • c.

      Activiteiten zijn onderverdeeld in alle onderstaande productgroepen:

      • 1.

        Collectieve activiteiten & Ontmoeting;

      • 2.

        Voorlichting & Ondersteuning;

      • 3.

        Gezondheid & Bewegen;

      • 4.

        Recreatieve Dagbesteding of buurtcirkel;

      • 5.

        Jongeren en Jeugdigen (deze productgroep is alleen voor basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd);

    • d.

      Er wordt minimaal 12 uur Recreatieve dagbesteding aangeboden per week onder productgroep 4, waarbij geldt dat:

      • i.

        een inwoner in aanmerking komt wanneer hij niet of beperkt zelfredzaam is om dag invulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien;

      • ii.

        de dagbesteding gericht is op niveau trede 2 van de participatieladder: sociale contacten, gericht op ontmoeten;

      • iii.

        het uitgangspunt gemiddeld 1 op 10 is, als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers;

    • e.

      Er wordt minimaal 1 keer per week een formulieren/sociaal juridisch spreekuur aangeboden onder productgroep 2. Hierbij is geborgd dat er sociaal juridische kennis aanwezig is;

    • f.

      Er wordt minimaal 3 maal per week de gelegenheid aangeboden om gezamenlijk warm te eten;

    • g.

      Er is een gespreid aanbod voor alle doelgroepen;

    • h.

      maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

      • i.

        het hoofdaannemerschap voor maximaal 8 uur per week

      • ii.

        het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 4 uur per week;

  • 2. Om in aanmerking te komen voor subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2.1.1, lid 1, sub c onder 5 (productgroep Jongeren & Jeugdigen), moet daarnaast worden voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      Het totaal aantal uren jongerenwerk per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte en bedraagt voor:

      • i.

        stadsdeel Noordwest: minimaal 13, maximaal 20 uur per week;

      • ii.

        stadsdeel Zuidwest: minimaal 13, maximaal 20 uur per week.

    • b.

      Er wordt een openstelling gerealiseerd van minimaal 40 weken per jaar waarvan minimaal 1 dagdeel in het weekend;

    • c.

      Een deel van de activiteiten valt in productgroep 5: Jongeren & Jeugdigen en bestaat uit:

      • i.

        Collectieve ondersteuning aan Jeugdigen;

      • ii.

        Ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn van Jeugdigen, waarbij geldt dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten.

    • d.

      Er is een aparte ruimte voor jeugdigen die aansluit op hun behoeften

    • e.

      Maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

      • i.

        het hoofdaannemerschap voor maximaal 12 uur per week;

      • ii.

        het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 6 uur per week.

Artikel 2.1.2 Subsidievereisten Dorpen

  • 1. Om voor subsidie voor activiteiten genoemd onder onder a sub 5 en onder d sub 4 eerste lid van artikel 2.1 (dorpen & Hoge Weije), in aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      Het totaal aantal uren per Basisontmoetingsplek is gebaseerd op de aantoonbare behoefte;

    • b.

      Er wordt een openstelling gerealiseerd van 32 uur per week, verspreid over 4 dagen per week;

    • c.

      activiteiten zijn onderverdeeld in alle onderstaande productgroepen:

      • 1.

        Collectieve activiteiten & Ontmoeting;

      • 2.

        Voorlichting & Ondersteuning;

      • 3.

        Gezondheid & Bewegen;

      • 4.

        Recreatieve Dagbesteding of buurtcirkel;

    • d.

      Er wordt minimaal 10 uur Recreatieve dagbesteding aangeboden per week onder productgroep 4, waarbij geldt dat:

      • i.

        een inwoner in aanmerking komt wanneer hij niet of beperkt zelfredzaam is om dag invulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien;

      • ii.

        de dagbesteding gericht is op niveau trede 2 van de participatieladder: sociale contacten, gericht op ontmoeten;

      • iii.

        het uitgangspunt gemiddeld 1 op 10 is, als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers.

    • e.

      Er wordt minimaal 2 maal per week de gelegenheid aangeboden om gezamenlijk warm te eten;

    • f.

      Er is een gespreid aanbod voor alle doelgroepen;

    • g.

      Alle doelgroepen zijn welkom en een goede doorverwijzing naar specialistische kennis is geborgd, indien die op locatie niet aanwezig is;

    • h.

      Maximale uren voor volgende werkzaamheden bedragen:

      • i.

        het hoofdaannemerschap voor maximaal 8 uur per week

      • ii.

        het aansturen van vrijwilligers voor maximaal 4 uur per week;

  • 2. Indien in de aanvraag naar het oordeel van college aannemelijk is gemaakt dat bovenstaande eisen onevenredig zwaar zijn in een specifiek dorp, kunnen de genoemde eisen onder sub a t/m e van eerste lid van dit artikel (deels) buiten toepassing gelaten worden

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

  • 1. Als meer dan één volledige aanvraag die voldoet aan de eisen van deze regeling, per aangewezen basisontmoetingsplek genoemd onder sub c en d eerste lid van artikel 2.1 wordt ingediend, rangschikt het college de aanvragen voor de Basisontmoetingsplek aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;

  • 2. Als toewijzing van alle volledige aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van een deelplafond of het maximaal aantal basisontmoetingsplekken genoemd onder a en b eerste lid van artikel 2.1, rangschikt het college de aanvragen voor dit deelplafond of voor dit stadsdeel of de dorpen aan de hand van criteria, wegingsfactoren en verdelingsregels die opgenomen zijn in dit artikel;

  • 3. De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:

    • a.

      De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het gevarieerd activiteitenpakket aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen, en leidt tot een afname, uitstel of afbouw van maatwerkondersteuning (wegingsfactor 3);

    • b.

      De mate waarin sprake is van het gevarieerd activiteitenpakket dat aantoonbaar bijdraagt aan het ontwikkelen en vergroten van vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en samenredzaamheid (wegingsfactor 3);

    • c.

      De mate waarin sprake is van een herkenbare, laagdrempelige en toegankelijke Basisontmoetingsplek (wegingsfactor 2);

    • d.

      De mate waarin de aanvraag is afgestemd met andere sociale voorzieningen in het stadsdeel/dorp met als doel overlap te voorkomen en een gespreid, evenwichtig aanbod te realiseren (wegingsfactor 2);

    • e.

      De mate waarin er sprake is van een kostenefficiënte aanvraag waarin aangegeven wordt hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteiten zich verhouden tot de opgevoerde kosten (wegingsfactor 2).

  • 4. Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De punten worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor die bij het criterium hoort.

  • 5. Aanvragen die een onvoldoende of slechter scoren op criteria met een wegingsfactor 3 kunnen worden geweigerd.

  • 6. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking.

  • 7. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met het hoogst bij elkaar opgetelde aantal behaalde punten op de criteria met wegingsfactor 3 aangemerkt als de hoogste in rangorde.

  • 8. Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag wordt als hoogste gerangschikt

  • 9. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de basis-ontmoetingsplekken per stadsdeel gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.

  • 10. Als door het toewijzen van aanvragen een minimale afstand van 500 meter op basis van Google Maps tussen de (gecombineerde) Basisontmoetingsplekken wordt overschreden, dan kan het college de aanvraag met een lager puntenaantal weigeren.

Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

  • 1. Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 maart 2026 tot en met 28 april 2026.

  • 2. Per Basisontmoetingsplek als bedoeld in artikel 2.1 dient een aparte aanvraag in te worden gediend.

  • 3. De aanvraag kan uitsluitend digitaal via het daarvoor ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier worden ingediend voor de uiteindelijke sluitingsdatum (zie lid 1). Dit aanvraagformulier gaat vergezeld van een begroting met een overzicht van de geraamde kosten per activiteit voor het kalenderjaar 2027 en de overige vereiste bijlagen zoals vermeld op het aanvraagformulier.

  • 4. Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon. De subsidieaanvragen mogen na de uiterste indieningsdatum niet worden veranderd of inhoudelijk worden gewijzigd c.q. aangevuld.

  • 5. Indien de aanvraag niet of niet volledig is aangevuld met de benodigde informatie voor de beoordeling van de aanvraag kan dit leiden tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag.

  • 6. Het college neemt binnen 11 weken na afloop van de aanvraagperiode een beslissing.

  • 7. Tijdens de looptijd van deze subsidieregeling kan het college een nieuwe tenderperiode openen wanneer een subsidieontvanger zijn activiteiten beëindigt of wanneer het (deel)subsidieplafond niet volledig wordt benut.

Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

  • 1. De subsidiabele kosten zijn:

    • a.

      Loonkosten

    • b.

      huisvestingskosten

    • c.

      materiaalkosten

  • 2. De hoofdaannemer berekent de subsidiabele kosten met gebruikmaking van de in de toelichting op dit artikel omschreven declarabele ureninzet, de maximale uurtarieven en bijbehorende normbedragen, huisvestingskosten en maximale bedragen voor materiaalkosten.

  • 3. Voor aangewezen locaties zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1, sub c en d zijn specifieke maximum aan te vragen budgetten vastgesteld per locatie (zie deel III in de toelichting onderaan de regeling).

Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

  • 1. Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op:

    • a.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de vastgestelde verantwoordingsformats. Materiele controles en/of steekproeven kunnen hier onderdeel vanuit maken;

    • b.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan de evaluatie van de doeltreffendheid en effecten van deze regeling door het college;

    • c.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan onderzoek naar een optimale mix van inzet van mbo en hbo professionals;

    • d.

      de subsidieontvanger informeert het college per direct indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten dan wel nakoming van de aan de subsidie verbonden verplichtingen in het geding is;

    • e.

      de subsidieontvanger meldt direct aan het college wanneer er sprake is van ontbinding van de overeenkomst van een of meerdere onderaannemer(s) dan wel toetreding van een of meerdere nieuwe onderaannemer(s);

    • f.

      de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de Jeugdwet en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelgeving na;

    • g.

      de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling;

    • h.

      de subsidieontvanger neemt, indien nodig, deel aan relevante netwerken voor informatie-uitwisseling en deskundigheidsbevordering en gebruikt stedelijke knooppunten/expertisecentra bij het uitvoeren van haar dienstverlening;

    • i.

      de subsidieontvanger werkt conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;

    • j.

      de subsidieontvanger is op de hoogte van en sluit aan bij stadsdeelgerichte en gebiedsgerichte ontwikkelingen op het gebied van welzijn, ondersteuning en zorg;

    • k.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de beroepskrachten continu worden opgeleid en bijgeschoold op basis van relevante ontwikkelingen;

    • l.

      de subsidieontvanger neemt, op verzoek van de gemeente, deel aan activiteiten gericht op deskundigheidsbevordering en het verbeteren van de samenwerking vanuit Samen055 met als doel een betere afstemming van het aanbod op de vraag;

    • m.

      de subsidieontvanger biedt kosteloos mogelijkheden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, scholieren en studenten om werkervaring op te doen of stage te lopen.

    • n.

      de subsidieontvanger maakt afspraken met de huidige aanbieder (subsidieontvanger kalenderjaar 2026) om een zorgvuldige overgang, in het belang van de inwoner, naar de nieuwe Basisontmoetingsplek te waarborgen (indien van toepassing).

    • o.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat betaalde en onbetaalde uitvoerders en deelnemers van de activiteiten gezond en veilig kunnen werken en deelnemen.

    • p.

      de subsidieontvanger werkt conform een actuele beroepscode voor professionals in sociaal werk, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

    • q.

      de subsidieontvanger werkt conform het voor de organisatie toepasselijke bestuursreglement, toezichtsreglement of een vergelijkbaar reglement waarin de verantwoordelijkheden van bestuur en toezicht zijn vastgelegd.

    • r.

      de subsidieontvanger werkt conform een actuele Governancecode Sociaal werk of Governancecode Zorg, die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

    • s.

      de subsidieontvanger voert eens in de vier jaar een medewerkertevredenheidsonderzoek uit en gebruikt de resultaten van het onderzoek om de werkomstandigheden en processen binnen de organisatie te verbeteren.

  • 2. De subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek draagt zorg voor het voortdurend actueel houden van het activiteitenprogramma op de daarvoor door de gemeente aangewezen website (de buurtwijzer);

    • a.

      de subsidieontvanger die recreatieve dagbesteding biedt op een Basisontmoetingsplek registreert de NAW-gegevens van de deelnemers en neemt actief contact op met een deelnemer wanneer deze niet komt;

    • b.

      de subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek streeft een efficiënt en multifunctioneel gebruik van ruimten na, zoals omschreven in de toelichting op dit artikel;

    • c.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat locaties van de Basisontmoetingsplekken veilig zijn;

    • d.

      de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de locatie van de Basisontmoetingsplekken toegankelijk is voor minder valide personen;

    • e.

      de subsidieontvanger beschikt over de vereiste vergunningen; toestemmingen en/ of gebruikseisen die nodig zijn voor het gebruik van de locatie als Basisontmoetingsplek (bijvoorbeeld drank- en horecawetgeving, APV, Wabo etc.);

    • f.

      de subsidieontvanger werkt conform de actuele handleiding voor basisontmoetingsplekken die door het bestuur wordt onderschreven en kenbaar is gemaakt aan werknemers, vrijwilligers en deelnemers aan de activiteiten.

  • 3. Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen.

Artikel 5.2 Voorwaarden

  • 1. Een subsidie ten laste van de begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Hoofdstuk 6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

  • a.

    de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet aansluiten op de door het college geconstateerde behoeften van de doelgroep;

  • b.

    de activiteiten blijkens de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • c.

    de activiteiten geen aantoonbare bijdrage leveren aan het integrale aanbod;

  • d.

    de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze subsidieregeling, de Wmo, de Jeugdwet;

  • e.

    de subsidieaanvrager niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen;

  • f.

    de activiteiten gericht zijn op ondersteuning en/of belangenbehartiging van patiënt-/cliënt specifieke doelgroepen.

  • g.

    het aanbod aan activiteiten niet bijdraagt aan het collectieve aanbod per stadsdeel.

  • h.

    de activiteit een religieus karakter of een specifieke levensbeschouwelijke signatuur heeft en daardoor in strijd is met de principes van staats-kerk-scheiding, neutraliteit, of inclusiviteit.

Hoofdstuk 7 Verantwoording en vaststelling

Artikel 7.1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie

  • 1. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient gedurende de looptijd van de subsidieverlening, uiterlijk voor 1 mei na het verstrijken van ieder kalenderjaar met betrekking tot het vorige kalenderjaar bij het college te worden ingediend.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend op het daarvoor door het college ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier.

  • 3. De artikelen 17 en 18 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie. Waarbij als uitgangspunt geldt dat deze informatie wordt ingediend op basis van de voorgeschreven formats.

  • 4. De informatie als bedoeld in artikel 17, lid 2 van de Asv, alsmede het verslag als bedoeld in artikel 18, lid 3 van de Asv bevat naast ‘tellen’ (kwantiteit) ook elementen van ‘vertellen’ (klanttevredenheid/beleving).

Artikel 7.2 De vaststelling van de subsidie

De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gerealiseerde activiteiten en prestatieafspraken zoals vastgesteld in de verleningsbeschikking.

Hoofdstuk 8 Afwijkingsbevoegdheid en slotbepalingen

Artikel 8.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op het belang van een toereikend aanbod voor de betrokken doelgroep, bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan gemotiveerd afwijken, voor zover toepassing naar het oordeel van het college, leidt tot onbillijke of onevenredige gevolgen.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari 2032.

  • 2. Deze regeling kan worden aangehaald als subsidieregeling Algemene Voorzieningen Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd

Apeldoorn, 16 december 2025.

Burgemeester en wethouders van Apeldoorn,

De secretaris,

S. de Bruin

de burgemeester,

A.J.M. Heerts

Deel II – Artikelsgewijze en beleidsmatige toelichting

Algemeen beleidsmatig toetsingskader Algemene voorzieningen Basisontmoetingsplekken

Deze Subsidieregeling gaat over; de Basisontmoetingsplekken. De beleidsmatige kaders voor de Basisontmoetingsplekken, zijn:

  • de kadernota maatschappelijke voorzieningen;

  • de door de gemeente vastgestelde beleidsuitgangspuntennotitie voor de Basisontmoetingsplekken in 2025;

  • de Algemene subsidieverordening Apeldoor (ASV). Vastgesteld is dat we doorbouwen op de traditie van Basisontmoetingsplekken in Apeldoorn.

Voor de nieuwe subsidieregeling is vastgesteld dat we doorbouwen op wat we hebben. Ook hebben we aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, onderstaand een samenvatting van enkele van de belangrijke uitganspunten voor de nieuwe subsidieregeling.

  • a.

    Collectieve inzet - Ondersteuning zo veel mogelijk collectief en vroegtijdig aanbieden

  • b.

    Transitie Zorg naar Welzijn - Het ondersteunen van de transitie van zorg naar welzijn, door in te zetten op het voorkomen, afbouwen, of vertragen van een intensieve zorgvraag

  • c.

    Stadsdeelgericht samenwerken - Waarbij aanbieders op de hoogte zijn van elkaars aanbod en expertise per stadsdeel, en zich inzetten voor een evenwichtig en dekkend aanbod aan ondersteuning in hun stadsdeel.

  • d.

    Evenwichtig aanbod: - Per stadsdeel zijn er beperkte middelen beschikbaar per stadsdeel. Daar waar aanbieders samenwerken in het opstellen van hun aanvraag, en zo komen tot een evenwichtig aanbod wat binnen het stadsdeelbudget blijft; zal dit leiden tot een hogere score in de beoordeling. Sterke mate van overlap in aanvragen, of hoge overvraging van het stadsdeelplafond, gaat ten koste van de evenwichtige spreiding.

  • e.

    Regie bij de hoofdaannemer - Zodat er duidelijkheid is over de taken en rollen door eindverantwoordelijkheid onder te brengen bij één partij. In de subsidieregeling zijn de voorwaarden opgenomen waar een hoofdaannemer aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie

  • f.

    Maatwerk in de dorpen - Zoals gebleken in het verleden kunnen er in dorpen andere behoeften en mogelijkheden zijn voor een Basisontmoetingsplek. De regeling biedt meer flexibiliteit om hierop in te kunnen springen.

  • g.

    Aangewezen locaties - We blijven inzetten op aangewezen locaties en proberen zo veel mogelijk onze voorliggende voorzieningen met de toegang (Samen055) te verbinden. Deze beweging is al ingezet bij Zilverschoon, en Orca en zetten we ook uit bij De Stolp. Daarnaast wordt op deze wijze efficiënt omgegaan met gemeentelijk vastgoed. Subsidieaanvragen voor Basisontmoetingsplekken aangewezen locatie, die aan de kwaliteitseisen voldoen, hebben voorrang bij subsidieverlening. Deze aanvragen worden het eerst toegekend, vervolgens komen de overige aanvragen aan de beurt, tot het subsidieplafond is bereikt.

  • h.

    Satelliet-locaties - Om geografische spreiding te garanderen zal er in stadsdeel zuidoost en de dorpen met satelliet-locaties gewerkt worden. In zuidoost is dit nieuw. Deze beweging komt voort uit de ontwikkelingen binnen dit stadsdeel, met de verhuizing naar De Stolp, en mogelijke planologische aanpassingen in de wijk voor de komende jaren. Binnen de Dorpen was deze opzet al bekend. Door de inherente spreiding van dorpen blijven we hiermee werken.

  • i.

    Huisvestingskosten - Gaan van een vast bedrag naar aanvraag op basis van werkelijke kosten. Hiermee creëren we ruimte voor de verschillen die afgelopen jaren zijn ontstaan in kosten tussen locaties. Wel wordt er gewerkt met een maximum om overhead te minimaliseren. De middelen uit de regeling moeten zo veel mogelijk bij de inwoner terecht komen. Huisvestingskosten worden meegenomen in de tender waarbij lagere huisvestingskosten/overheadkosten leiden tot een betere score in de beoordeling.

Toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen en afkortingen

Lid 3 sub g Hoofdaannemer

De hoofdaannemer dient een deel van de subsidiabele activiteiten door één of meerdere onderaannemers te laten uitvoeren. Dit deel is bepaald op minimaal 15% van de begrote loonkosten. De reden dat deze minimumeis gesteld wordt is om, naast de kwaliteitseisen uit artikel 1.3 van de regeling, te waarborgen dat er voldoende verschillende vormen van expertise zijn, zodat er een aanbod beschikbaar is dat past bij de vraag van de inwoners. Verschillende inwoners hebben verschillende manieren waarop ze geholpen willen worden. Het ‘DNA’ van en organisatie kan een rol spelen in de mate waarin het aansluit op de behoefte van de inwoner. Het hebben van een groepering van organisaties per locatie helpt daarom de diversiteit van de Basisontmoetingsplek te verbeteren. Ook wil de gemeente monopolie, situaties waar mogelijk voorkomen en streeft een balans aan hulpverlening na.

De afspraken tussen hoofdaannemer en onderaannemer worden juridisch vastgelegd, bijvoorbeeld een overeenkomst van onderaanneming. In deze overeenkomst dienen in ieder geval afspraken vastgelegd te worden over (tijdige) doorbetaling van subsidie van de hoofdaannemer aan de onderaannemer en de hoogte van het subsidiebedrag. De hoogte van het ontvangen uurloon door de hoofdaannemer dient volledig doorbetaald te worden aan de onderaannemer.

Artikel 1.2 Doelstelling en doelgroep subsidieregeling

Lid 1

Doelstelling

De Basisontmoetingsplekken vallen onder de algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn bedoeld om laagdrempelig en vaak collectieve ondersteuning te bieden die voorliggend is aan zwaardere ondersteuning die op indicatie beschikbaar is. De Basisontmoetingsplekken zijn bedoeld om de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen en de samenredzaamheid van de wijk te versterken. Inwoners helpen elkaar, versterken hun netwerk en doen mee aan de samenleving zonder hierbij gebruik te maken van individuele ondersteuning.

Anders dan de Welzijnswet richten de Wmo en de Jeugdwet zich op de eigen kracht van de burger. Dit betekent dat voor preventief beleid dit als uitgangspunt geldt. Van de subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij hier bij de uitvoering van de activiteiten en dienstverlening invulling aan geven. Het activiteitenaanbod op locatie moet aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen, vertragen of afbouwen van individuele maatwerkondersteuning. Het uitgangspunt is collectieve ondersteuning, of ondersteuning met behulp van vrijwilligers. Met deze subsidieregeling realiseren wij een aantal locaties waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Mocht er een burgerinitiatief zijn in een buurt waar een locatie voor nodig is, dan staat een ontmoetingsplek ook hiervoor open. Op deze manier geven wij invulling aan de inclusieve samenleving.

Doelgroep

De Basisontmoetingsplekken zijn primair bedoeld voor inwoners van de gemeente Apeldoorn met een lichte ondersteuningsvraag.

Te denken valt bijvoorbeeld aan:

  • Inwoners die eenzaam zijn of een gebrekkig sociaal netwerk in de wijk/stad hebben;

  • Oudere inwoners die langer thuis blijven wonen;

  • Jonge inwoners en/of hun ouders die problemen ervaren bij het opgroeien/ opvoeden;

  • Inwoners met financiële problemen.

Er is in Apeldoorn een groot scala aan voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. Een deel van deze voorzieningen wordt gesubsidieerd door de gemeente. Deze algemene voorzieningen richten zich deels op alle inwoners, zoals bijvoorbeeld de publieke gezondheidszorg of sportvoorzieningen, en deels op inwoners die het (tijdelijk) niet redden op eigen kracht of die een hulpvraag hebben.

Deze subsidieregeling richt zich op deze laatste groep inwoners.

De activiteiten die op grond van de subsidieregeling worden gesubsidieerd zijn daarom primair gericht op de kwetsbare inwoners binnen de gemeente. Het doel van de regeling is dan ook om te voorkomen dat er problemen voor inwoners ontstaan dan wel verergeren. In de subsidieregeling is nadrukkelijk bepaald dat het preventief beleid, gericht op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van (beginnende) problematiek bij kwetsbare inwoners, essentieel is. Primair voor mensen in kwetsbare positie, maar alle inwoners zijn welkom.

Indien een ondersteuningsvraag van een inwoner de capaciteit/professionaliteit van een Basisontmoetingsplek overstijgt kan dit reden zijn om een te zoeken naar een passend alternatief voor de Basisontmoetingsplek.

Voor het bezoeken van de ontmoetingsplek wordt er verwacht dat iemand volledig zelfstandig kan functioneren. De ontmoetingsplek is geen plek waar zorg verleend wordt. Belangrijk is dat een Basisontmoetingsplek een passende oplossing voor de inwoner moet zijn die niet leid tot onveilige situaties, of leid tot minder tijd/aandacht voor andere deelnemers.

  • Een ondersteuningsvraag overstijgt de capaciteit als de zorgvraag van één inwoner leid tot een sterke afname in aandacht/tijd voor overige bezoekers.

  • Een ondersteuningsvraag overstijgt de professionaliteit van een Basisontmoetingsplek wanneer de ondersteuningsbehoefte dusdanig intensief is dat er een gevaarlijke situatie ontstaat voor de inwoner, medewerker of overige bezoekers.

Artikel 1.3 Eisen aan de aanvrager

Lid 3

a. Beschikken over aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/ de betreffende werksoort

Minimaal twee jaar professionele kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort is vereist. Het college kan de aanvrager tijdens de procedure verzoeken deze kennis en ervaring aan te tonen en/of referenties te overleggen waaruit deze kennis en ervaring blijkt. De aanvrager dient deze gegevens binnen 5 werkdagen te overleggen.

Onder ervaring en kennis wordt in ieder geval verstaan dat de aanvrager er zorg voor draagt dat medewerkers specifieke kennis en ervaring hebben over:

  • (L)VG, NAH, psycho- en/ of sociale problemen;

  • verschillende culturele achtergronden;

  • Sociaal juridische dienstverlening;

  • Jeugdigen (indien van toepassing);

  • Verslaafden(indien van toepassing);

  • Verschillende wetten in het sociaal domein zoals de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wlz en inkomensondersteunende voorzieningen.

Voor medewerkers van Basisontmoetingsplekken in de dorpen is deze eis niet van toepassing. Wel is het van belang dat alle doelgroepen welkom zijn en dat een goede doorverwijzing naar specialistische kennis geborgd is.

b. Zijn ingebed in de lokale en sociale infrastructuur

Met ingebed in de lokale en sociale infrastructuur wordt bedoeld dat aanvragers aannemelijk maken dat zij weten wat er aan hulpvragen onder inwoners in het betreffende stadsdeel en/ of de dorpen leeft. Het aanbod dient aan te sluiten en afgestemd te zijn met andere voorzieningen in de wijk (geen overlap of lacunes). Onder ander voorzieningen in de wijk vallen ook de andere Basisontmoetingsplekken in het betreffende stadsdeel. Ook moeten aanbieders bekend zijn met andere relevante sociale voorzieningen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Samen055, De Kap, Apeldoorn Pakt Aan en het CJG.

c. Waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers die continu bijgeschoold worden op basis van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de dienstverlening

Professionele ondersteuning dient in ieder geval geboden te worden door minimaal mbo geschoolde medewerkers.

g. Geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een (toegankelijke) bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op ontmoetingsplekken

Een aanbieder van de algemene voorzieningen kan kosten in rekening brengen voor het nuttigen van koffie/thee, andersoortige consumpties en het gebruik van materiaal.

Deze kosten mogen niet hoger zijn dan de redelijkerwijs vastgestelde kostprijs van het desbetreffende product. Daarnaast mag afname van deze producten niet verplicht worden gesteld aan de inwoner die van een desbetreffende algemene voorziening gebruik maakt. Indien vakdocenten worden ingezet dient dit kostendekkend te zijn middels een bijdrage van de deelnemers.

h. In het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens van medewerkers en vrijwilligers Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hierop een uitzondering worden gemaakt

Aan vrijwilligers en ervaringsdeskundigen voor wie geen verklaring omtrent gedrag wordt afgegeven en die onder directe supervisie van een (pedagogisch) professional werken, vraagt de organisatie (aanbieder) inzage in de brief waarin de verklaring omtrent gedrag wordt geweigerd.

De aanbieder maakt dan, in overleg met de gemeente, een afweging of betrokkene al dan niet op verantwoorde wijze als vrijwilliger aan de slag kan. Indien betrokkene de brief niet wenst te overhandigen aan de aanbieder kan een zorgvuldige afweging niet worden gemaakt met als consequentie dat betrokkene geen vrijwilligerswerk mag doen.

j. Bestuurders zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens;

Bestuurders zijn in het bezig van een verklaring omtrent goed gedrag, of zorgen dat ze binnen 6 maanden na aantreden in het bezit zijn van een dergelijke verklaring.

Artikel 1.4 Subsidietijdvak

Lid 2

Het college kan daarna op grond van deze regeling totdat deze regeling vervalt telkens een subsidie verlenen voor een tijdvak van één tot maximaal vier kalenderjaren.

De subsidieverlening op basis van deze regeling loopt tot uiterlijk 2031, tenzij anders door het college wordt besloten. Het college kan beslissen om eerder te stoppen met subsidieverlening op basis van deze regeling dan 2031.

Artikel 1.5 Subsidieplafonds en indexering

Lid 2

Als onderdeel van de uitvoering van de regeling kunnen overschotten binnen stadsdeelplafonds herverdeeld worden. Wanneer er binnen één of meerder stadsdeelplafonds een overschot ontstaat kan dit overschot toegewezen worden aan één of meerdere andere stadsdeelplafonds. Een overschot kan ontstaan door het vervallen van Basisontmoetingsplekken of activiteiten, of door ondervraging van een stadsdeelplafond in de aanvraagperiode. Dit valt binnen het mandaat van de uitvoering van de regeling.

Lid 4

Onder lid 4 wordt niet verstaan de herverdeling die plaats kan vinden op grond van lid 2.

Naast het herverdelen van overschot is het college bevoegd om de stadsdeelplafonds te verhogen of verlagen.

Toelichting Hoofdstuk 2 Subsidiabeleactiviteiten, vereisten en wijze van verdeling

In Apeldoorn kennen we een diversiteit aan verschillende Basisontmoetingsplekken. Deze diversiteit is een kracht en een uitdaging. De diversiteit zorgt voor een gespreid en variabel aanbod voor de Apeldoornse inwoner. Basisontmoetingsplekken moeten kunnen inspelen op de behoefte van de wijk. Veel Basisontmoetingsplekken kennen een eigen karakter, waarbij de geschiedenis, wijk en achtergrond van de aannemers een grote rol spelen. Toch moeten al deze Basisontmoetingsplekken binnen één regeling blijven vallen. Een aantal centrale afwegingskaders zijn belangrijk voor de gemeente in het komen tot een goede spreiding van locaties en aanbod.

  • Basisontmoetingsplekken moeten hun eigen karakter kunnen hebben en inspelen op de behoefte uit de wijk. Wel is een ‘herkenbare basis’ noodzakelijk. We blijven daarom werken minimum vereisten aan dagbesteding, openstelling etc. Zie art. 2.1.1

  • Er worden maximum aantallen gehanteerd per stadsdeel. Een te hoog aantal aan Basisontmoetingsplekken leidt tot versnippering van middelen en hogere overheadskosten. Zie art 2.1 voor de aantallen per stadsdeel.

  • Apeldoorn blijft werken met aangewezen locaties. Locaties die geheel of deels in bezit van de gemeente zijn, zijn van strategisch belang van de gemeente. Net als de vorige subsidieregeling wijst de regeling aangewezen locaties aan (zie art 2.1). Om te voorkomen dat aangewezen locaties financieel een te groot aandeel van het stadsdeelplafond in beslag nemen wordt er een maximum per aangewezen locatie gehanteerd. Zie Deel III van de toelichting onderaan de regeling.

  • Om te komen tot een goede spreiding, maakt de regeling onderscheid in 4 typen Basisontmoetingsplekken. (de 4 functies)

    • o

      Basisontmoetingsplekken Wmo (art 2.1 lid 1 sub a)

    • o

      Basisontmoetingsplekken Wmo & Jeugd (art 2.1 lid 1 sub b)

    • o

      Aangewezen Basisontmoetingsplek Wmo & Jeugd (art 2.1 lid 1 sub c)

    • o

      Aangewezen Basisontmoetingsplek Wmo (art 2.1 lid 1 sub d)

  • Om een goede geografische spreiding mogelijk te maken is het in de Dorpen en stadsdeel Zuidoost mogelijk aanvraag in te dienen voor een satelliet-locatie.

  • Per locatie wordt er maximaal één aanvraag gegund.

Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten per stadsdeel

Lid 1

De aanvragen worden per stadsdeel en voor de dorpen gerangschikt. Onder de stadsdelen wordt hier verstaan:

  • Noordwest/Centrum (postcodegebied 7301 t/m 7317);

  • Noordoost (7321 t/m 7325);

  • Zuidoost (7326 t/m 7329);

  • Zuidwest (7331 t/m 7339);

  • Dorpen (overige postcodes binnen de gemeente Apeldoorn).

De regeling maakt onderscheid in 4 typen Basisontmoetingsplek. Deze zijn onderverdeeld in 4 functies.

  • o

    Basisontmoetingsplekken Wmo (art 2.1, lid 1, sub a)

  • o

    Basisontmoetingsplekken Wmo & Jeugd (art 2.1, lid 1, sub b)

  • o

    Aangewezen Basisontmoetingsplek Wmo & Jeugd (art 2.1, lid 1, sub c)

  • o

    Aangewezen Basisontmoetingsplek Wmo (art 2.1, lid 1, sub d)

Per type Basisontmoetingsplek is een maximum aantal locaties bepaald. Zie hiervoor onderstaand.

Onderstaande tabel geeft weer hoe veel van elk type Basisontmoetingsplek aangevraagd kan worden per stadsdeel. Let op: aangewezen locaties kennen een specifiek budget maximum. Dit valt echter binnen het stadsdeel plafond en is dus geen los budgetplafond.

Noordwest Centrum

Noordoost

Zuidoost

Zuidwest

Dorpen

Totaal

Bop Wmo

3

2

1

2

4

12

Bop Wmo & Jeugd

0

0

0

1

0

1

Aangewezen Bop Wmo & Jeugd

1: Orca

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1

Aangewezen Bop Wmo

1: De Groene Hoven

1: Zilverschoon

1: De Stolp

n.v.t.

1: De Hoge Weije

4

Totaal max per stadsdeel

5

3

2

3

5

18

Bop = Basisontmoetingsplek

Lid 2

In stadsdeel Zuidoost, en in de Dorpen is het mogelijk om bij de aanvraag gebruik te maken van een satellietlocatie. Dit is een externe locatie waarbij onder regie van de hoofdlocatie activiteiten worden aangeboden.

  • Satellietlocaties zijn kleinschalig en mogen nooit de grootte van de hoofd Basisontmoetingsplek overstijgen.

  • De grootte van de Satellietlocatie moet in verhouding staan tot de grootte van de hoofdlocatie.

  • De keuze voor de specifieke locatie van de Satellietlocatie wordt onderbouwd aan de hand van de geografische ligging, het gebouw in kwestie en de behoefte van de inwoner. M.a.w. beschrijf waarom een specifieke locatie geschikt is.

  • Een Basisontmoetingsplek kan maximaal twee Satellietlocaties aanvragen

  • Ook voor satellietlocaties geld dat een dekkende spreiding van belang is. De satellietlocatie mag niet te dicht bij een andere Basisontmoetingsplek liggen of buiten het stadsdeel van de hoofdlocatie geplaatst worden. M.a.w. een satellietlocatie van een Bop van Zuidoost kan nooit in Noordoost geplaatst worden.

  • Satellietlocaties zijn primair bedoeld voor activiteiten. Huisvestingskosten voor een satellietlocatie dienen minimaal te zijn om zo niet/zo weinig mogelijk ten koste te gaan van het ondersteuningsaanbod.

    • o

      Voorbeeld: Door gebruik te maken van gemeentelijke panden van Accres, of een woonzorgcentrum kunnen activiteiten voordelig gehouden worden.

Artikel 2.1.1 Subsidiabele activiteiten

Lid 1

Sub a.

Op basis van de aantoonbare behoefte die er in het stadsdeel aan ontmoetingsactiviteiten is, is er een maximum gesteld aan de personele inzet per Basisontmoetingsplek van maximaal 140 uur per week.

Sub c.

Productgroepen

In de nieuwe subsidieregeling wordt gewerkt met productgroepen. Dit bied meer flexibiliteit op de langere termijn. De behoefte van de inwoner kan veranderen over tijd. Ditzelfde geld voor de beschikbaarheid van vrijwilligers. Door niet langer te beschikken op activiteiten niveau maar per productgroep kan hier soepeler mee omgegaan worden.

Voorbeeld: Een leraar die het ‘Samen Bewegen’ uurtje verzorgde stapt op. Echter er is wel een vrijwilliger die bereid is gezamenlijk buiten actief te zijn met een groep. In dit geval kan het wegvallen van een activiteit gemakkelijk binnen eigen productgroep opgevangen worden zonder dat hier beschikkingen of toestemming vanuit de gemeente voor noodzakelijk is. Dit geeft Basisontmoetingsplekken meer vrijheid en initiatief gedurende de subsidieregeling.

Ook geven productgroepen de mogelijkheid om aan te sluiten op het karakter en de behoefte van de wijk, terwijl één herkenbaar karakter geborgd blijft. Zo kan de ene Basisontmoetingsplek een groot aanbod uit productgroep 1 kennen, en slechts weinig uit 4, terwijl dit bij een ander, andersom is.

Belangrijk is dat het aanbod van de Basisontmoetingsplek aan de financiële kaders, en minimumvereisten blijft voldoen. Zolang dit het geval is kan het aanbod over tijd mee bewegen met de behoeften uit de wijk. Zo kan er binnen, maar ook tussen productgroepen geschoven worden, zolang men daarmee binnen de financiële en inhoudelijke kaders blijft.

Let op: Sommige activiteiten kunnen onder meerdere productgroepen passend zijn. Bij twijfelgevallen maakt de aanbieder zelf een inschatting in de aanvraag. Belangrijk is dat de doelstelling doorslaggevend is.

Voorbeeld: Samen bewegen past binnen productgroep 1 en 3. Wanneer het primaire doel is om mensen te laten ontmoeten middels bewegen, dan is het productgroep 1. Wanneer het de bedoeling is om men te laten bewegen, en ontmoeting een mooie bijvangst is, dan is het productgroep 3.

Minimumvereisten (Sub a, b & d t/m h)

Ook met productgroepen blijven er minimumvereisten bestaan, waar alle Basisontmoetingsplekken aan moeten voldoen. Deze minimumvereisten zorgen dat Basisontmoetingsplekken een stabiele en herkenbare basis hebben, waar een flexibele schil van activiteiten omheen bestaat. Het concept Basisontmoetingsplek moet een bepaald herkenbaar en stabiel karakter hebben voor de inwoner, de minimumvereisten helpen hierbij.

Voorbeeld: In gesprek met een inwoner kan een consulent de inwoner aangeven dat hij op ‘alle’ Basisontmoetingsplekken terecht kan om eenmaal per week warm te eten. Dit is simpel, en makkelijk te begrijpen en onthouden voor inwoners. Als een consulent moet uitleggen hoe dit in stadsdeel A kan maar in B niet, wordt het lastiger voor de inwoner en daarmee minder laagdrempelig.

We gaan daarmee uit van een harde kern, met een meer flexibele schil.

Let op: de minimumvereisten voor de dorpen of Wmo & Jeugd locaties kunnen afwijken

sub c onder 1 – Collectieve activiteiten & Ontmoeting

Ontmoetingsactiviteiten zijn gericht op samenzijn en vinden plaats in een open structuur. Dit betekent dat inwoners kunnen deelnemen aan de activiteiten wanneer zij willen en dat activiteiten, in tegenstelling tot de recreatieve dagbesteding, geen dagstructuur bieden. Collectieve activiteiten hebben tot doel de zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen, deze activiteiten zijn gericht op de ontwikkeling van vaardigheden. Bijvoorbeeld het vergroten van de gezondheid, weerbaarheid en het ontwikkelen van vaardigheden. Ook kunnen er op de ontmoetingsplekken cursussen worden gegeven door docenten, zoals bloemschikken en schilderen. Deze cursussen worden kostendekkend aangeboden (met de bijdragen van de deelnemers).

Doorgaans worden deze activiteiten begeleid door vrijwilligers. Hierbij wordt in principe de norm gehanteerd dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten.

Voorbeelden:

  • Inloop & koffie

  • Gezamenlijk eten

  • Spelletjes zoals kaartspellen, biljart, of bingo

  • Bloemschikken, schilderen

sub c onder 2 – Voorlichting & Ondersteuning

Basisontmoetingsplekken zijn verplicht om Sociaal Juridische Dienstverlening aan te bieden. Naast een juridisch spreekuur vallen ook activiteiten zoals ‘hulp met formulieren’, taal of praatgroepjes gericht op het leren van taalvaardigheden onder deze productgroep.

Ook lichte schuldhulpverlening, centenkwesties en dergelijke vallen onder deze productcategorie. Dit zijn specifieke activiteiten gericht op het ondersteunen van inwoners op juridisch, taalkundig, digitaal of administratief vlak. Deze ondersteuning mag instrumenteel zijn bij een specifieke vraag, maar kan ook educatief ingezet worden ter bevordering van vaardigheden of preventie van problemen.

Naast de specifieke activiteiten wordt van iedere medewerker op een Basisontmoetingsplek verwacht dat zij relatief eenvoudige informatie- en (juridische) adviesvragen kunnen beantwoorden, een luisterend oor bieden en hulp bieden bij het invullen van een formulier. Deze ondersteuning wordt waar mogelijk in collectieve vorm geboden.

Voorbeelden

  • Sociaal juridische dienstverlening

  • Formulieren spreekuur

  • Taalmaatjes / Taalclub

  • Digitale cursus / digitale ondersteuning

sub c onder 3 – Gezondheid & Bewegen

Activiteiten gericht op gezondheid en bewegen zijn primair gericht op het bevorderen van de gezondheid van de deelnemers. Natuurlijk kunnen deze activiteiten ook in groepsverband gehouden worden, en daarbij bijdragen aan ontmoeting. Echter daar waar deze ontmoeting zich specifiek richt op de fysieke gezondheid, door beweging, sport, of activiteiten rond gezonder eten/koken.

Voorbeelden

  • Gezamenlijk wandelen

  • Yoga

  • Tai Chi

  • Actief bewegen of dansen

  • Buitenactiviteiten

  • Workshop/les gezond eten/koken

sub c onder 4 – Recreatieve dagbesteding of Buurtcirkel

De recreatieve dagbesteding biedt een deelnemer een structurele, activerende daginvulling, door deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Het programma als geheel biedt de deelnemer structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden aan een groep van gemiddeld 10 deelnemers, waarbij specialistische kennis is vereist. Er wordt methodisch gewerkt aan ontwikkeldoelen van de deelnemer. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een deel van de zorg en begeleiding ondersteunen, evenals de deelnemer zelf als hij/zij in staat is om het programma mede vorm te geven. Er is een intensieve samenwerking met andere algemene voorzieningen en bewonersactiviteiten in de buurt. De organisatie stelt zich ontvankelijk op voor een breder publiek.

Een inwoner komt in aanmerking wanneer hij/zij niet (geheel) in staat is om zelfstandig of met behulp van de eigen leefomgeving vorm te geven aan de daginvulling, hij/zij niet (meer) kan werken of gebruik kan maken van regulier onderwijs vanwege beperkingen.

De activiteiten moeten leiden tot een aantoonbare reductie in behoefte/noodzaak aan maatwerkondersteuning.

Voorbeelden

  • *

    Dagbesteding

  • *

    Buurtcirkel

Lid 2

Productgroep 5 (art 2.1.1, lid 1 sub c5) kan uitsluitend worden aangevraagd door Basisontmoetingsplekken die in art 2.1 aangemerkt worden als locatie waar jeugd onderdeel uitmaakt van het functieprofiel van de Basisontmoetingsplek. Concreet betekent dit dat op basis van deze regeling jeugd als productgroep alleen van toepassing is op stadsdeel

  • Zuidwest (zie art 2.1, lid 1, sub b)

  • Noordwest/Centrum (zie art 2.1, lid 1, sub c)

Sub a.

Op basis van de aantoonbare behoefte is er een maximum gesteld aan de personele inzet per basisontmoetingsplekken Jeugd. Deze verschilt per basisontmoetingsplek Jeugd.

Sub c.

Collectieve ondersteuning aan Jeugdigen

Jongerenwerkers leggen en onderhouden contact met jeugdigen door collectieve activiteiten te organiseren met en voor jeugdigen. De jongerenwerker richt zich op het ondersteunen van een gezonde ontwikkeling in een veilige omgeving, die jeugdigen in staat stelt om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Daarnaast draagt de ondersteuning bij aan de sociale- en talentontwikkeling van jeugdigen. Op deze wijze worden risico’s gesignaleerd, wordt leefbaarheid bevorderd en overlast door jongeren voorkomen.

Ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn van Jeugdigen

De inzet van jongerenwerkers voor ontmoetingsactiviteiten gericht op samenzijn bestaat uit het ondersteunen en faciliteren van vrijwilligers en buurtactiviteiten. Hierbij wordt de norm gehanteerd dat 1 uur jongerenwerk leidt tot 4 uur aan activiteiten.

Artikel 2.1.2 Vereisten Basisontmoetingsplek in een dorp

Net als in de vorige regeling gelden voor de dorpen lichtere eïssen aan een Basisontmoetingsplek. Dit om rekening te kunnen houden met schaalniveau en verdeling tussen de dorpen. Deze lichtere eïssen betreffen hoeveelheid aan uren en inzet op specifieke activiteiten zoals openstelling of dagbesteding.

Voor de inhoudelijke toelichting, zie de toelichting art 2.1.1 bovenstaand.

Lid 1 sub a

De aanvrager dient te onderbouwen wat de aantoonbare behoefte van de inwoners aan activiteiten op een Basisontmoetingsplek is. Voor deze onderbouwing van de (gewijzigde) aantoonbare behoefte wordt ieder geval gebruik gemaakt van apeldoorn.incijfers.nl, indien van toepassing de bezettingsgraad van de afgelopen drie jaar.

Artikel 2.1.3 Wijze van verdeling per stadsdeel en voor de dorpen

Er hoeft niet altijd gebruik gemaakt te worden van een tender. Wanneer de aanvragen van een stadsdeel binnen het stadsteelplafond blijven kan gekozen worden geen tender uit te voeren.

Een tender wordt doorlopen als: zie lid 1 en 2 onderstaand.

Lid 1

Er meer dan één aanvraag voor een (aangewezen) locatie wordt ingediend.

(mits beide aanvragen aan alle subsidievereisten voldoen)

Lid 2

Het totaal aantal aanvragen dat aan de subsidievereisten voldoet, de hoogte van het stadsdeelplafond overstijgen.

Lid 3

De rangschikking vindt plaats aan de hand van de volgende criteria en wegingsfactoren:

a. De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het gevarieerd activiteitenpakket aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen, en leidt tot een afname, uitstel of afbouw van maatwerkondersteuning. (wegingsfactor 3)

De subsidieaanvrager beschrijft hoe het aanbod aansluit op de behoeften van de inwoners in het stadsdeel of in de dorpen. Duidelijk naar voren moet komen dat op een gedegen wijze een onderzoek naar de behoeften heeft plaatsgevonden en dat de onderzoeksresultaten zijn vertaald in een passend aanbod voor de doelgroep(en).

Onder passend aanbod voor diverse doelgroepen wordt in ieder geval verstaan aanbod voor:

  • Inwoners met een beperking: (L)VG, NAH, psycho- en/ of sociale problemen;

  • Inwoners van verschillende culturele achtergronden;

  • Inwoners die behoefte hebben aan Sociaal juridische dienstverlening;

  • Jeugdigen (indien van toepassing);

  • Verslaafden(indien van toepassing);

  • Inwoners die een beroep doen op de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet, de Wlz en inkomensondersteunende voorzieningen.

Een van doelstellingen van de Basisontmoetingsplekken is het bieden van preventief aanbod waarmee de behoefte aan maatwerkvoorzieningen word afgebouwd. Dit kan door:

Afname: Door gebruik van Basisontmoetingsplek wordt de ondersteuningsvraag licht opgevangen, waardoor maatwerkondersteuning niet nodig is

Uitstel: Bewegen, en ontmoeting kunnen inwoners langer fit, gezond en zelfredzaam houden. Gebruik van een Basisontmoetingsplek kan zo de noodzaak van maatwerkondersteunig uitstellen.

Afbouw: Sommige inwoners kunnen na een periode van intensieve ondersteuning weer re-integreren en hun zelfredzaamheid weer opbouwen. Denk aan inwoners met Niet aangeboren hersenletsel, afnemende schuldenproblematiek of een verslavingsverleden. Gebruik van een Basisontmoetingsplek kan helpen bij het afbouwen van de maatwerkondersteuning door een deel van de ondersteuning in een lichtere vorm over te laten gaan.

b. De mate waarin sprake is van een aanbod dat aantoonbaar bijdraagt aan het ontwikkelen en vergroten van vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en samenredzaamheid. (wegingsfactor 3)

De subsidieaanvrager beschrijft hoe ondersteuning op de Basisontmoetingsplekken bijdraagt aan een verbetering van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid en participatie. Om eenzaamheid onder inwoners tegen te gaan en te bevorderen dat mensen elkaar helpen is het belangrijk dat ingezet wordt op het verbinden van inwoners binnen het stadsdeel. De subsidieaanvrager beschrijft hoe hier invulling aan gegeven wordt.

Voor jeugdigen geldt dat de activiteiten die op de Basisontmoetingsplekken worden aangeboden een educatief karakter (bijvoorbeeld omgaan met groepsdruk) hebben of een hoger doel dienen, zoals het betrekken van jongeren en buurtbewoners in de organisatie van activiteiten om de binding met de wijk te vergroten. Er worden collectieve activiteiten geboden die jongeren stimuleren en uitdagen om grenzen te verleggen en vaardigheden te ontwikkelen, die nodig zijn om actief te kunnen participeren in de samenleving.

c. De mate waarin er sprake is van een herkenbare, laagdrempelige en toegankelijke Basisontmoetingsplek. (wegingsfactor 2)

Activiteiten moeten voor een brede groep inwoners toegankelijk en aantrekkelijk zijn. Toegankelijkheid gaat verder dan alleen fysieke bereikbaarheid — het gaat ook om duidelijke vindbaarheid, herkenbaarheid, betaalbaarheid en een passende omgeving.

Bij complexere ondersteuningsvragen is het belangrijk dat dagbestedings- en ontmoetingsactiviteiten kleinschalig worden aangeboden, bijvoorbeeld in een prikkelarme setting. De subsidieaanvrager beschrijft hoe hieraan invulling wordt gegeven.

Hoe goed het aanbod inwoners bereikt en activeert, blijkt onder andere uit de bezettingsgraad. Daarom worden, indien beschikbaar, ook deelnamecijfers uit eerdere jaren meegenomen in de beoordeling.

Het gaat niet om het voldoen aan objectieve criteria, maar aan het beschrijven hoe de Basisontmoetingsplek invulling geeft aan het bieden van een Herkenbare, Toegankelijke en Laagdrempelige ontmoetingsplek. Hoe dit ingevuld wordt kan verschillen per wijk/dorp.

  • Herkenbaar: Hoe goed is de Basisontmoetingsplek en het aanbod vindbaar in de wijk en online?

  • Toegankelijk: Is er aanbod beschikbaar voor een brede groep inwoners. En is de fysieke locatie toegankelijk voor verschillende type inwoners?

  • Laagdrempelig: Heeft de Basisontmoetingsplek een prettige sfeer die past bij de behoefte van de wijk/doelgroep.

d. De mate waarin de aanvraag is afgestemd met andere sociale voorzieningen in het stadsdeel/dorp met als doel overlap te voorkomen en een gespreid, evenwichtig aanbod te realiseren. (wegingsfactor 2)

De gemeente streeft naar een evenwichtig aanbod van sociale voorzieningen per stadsdeel of dorp, zonder grote hiaten of overlappingen. Dit is belangrijk voor een efficiënte inzet van middelen en optimale ondersteuning van inwoners. Omdat de beschikbare middelen beperkt zijn, is het van belang dat aanbieders zich bewust zijn van deze verdelingsvraag en hier zorgvuldig mee omgaan.

Wat wordt verwacht van aanvragers?

  • Samenwerking en afstemming: De aanvraag moet aantonen dat er is samengewerkt met andere Basisontmoetingsplekken binnen het stadsdeel. Voor maximale beoordeling is vereist dat:

    • o

      Er afstemming is met minimaal twee van deze plekken onder een andere hoofdaannemer vallen.

    • o

      De aanvraag gezamenlijk is afgestemd en leidt tot een evenwichtig aanbod dat binnen het beschikbare stadsdeelbudget past.

  • Kennis van de lokale sociale infrastructuur:

    • o

      Aanvragers moeten laten zien dat zij goed op de hoogte zijn van de sociale voorzieningen in hun eigen stadsdeel én gemeente breed.

    • o

      Uit de aanvraag moet blijken dat de Basisontmoetingsplek een aanvulling is op de bestaande sociale voorzieningen, en geen zaken dubbel doet.

    • o

      Er moet sprake zijn van afstemming met andere sociale voorzieningen in de wijk, zodat er geen overlap of lacunes ontstaan.

Uitzondering voor stadsdeel Zuidoost

Voor stadsdeel Zuidoost geldt dat gezamenlijke afstemming van de aanvraag met andere basisontmoetingsplekken niet verplicht is om maximale punten voor dit criterium te kunnen krijgen. Wel moet ook hier duidelijk worden beschreven hoe het aanbod samenhangt met andere sociale voorzieningen in het gebied.

e. De mate waarin er sprake is van een kosten efficiënte aanvraag waarin aangegeven wordt hoe de omvang, aard en het bereik van de Basisontmoetingsplek zich verhouden tot de opgevoerde kosten. (wegingsfactor 2)

De regeling kent een vast subsidieplafond en vaste deelplafonds per stadsdeel. Dit betekent dat toekenning aan de ene organisatie kan leiden tot afwijzing bij een andere. Daarom is de verhouding tussen kosten en opbrengsten (prijs/rendement) een belangrijk beoordelingsaspect.

Wat wordt beoordeeld?

  • Kosten in verhouding tot het aanbod

    De aanvraag moet inzicht geven in hoe de opgevoerde kosten zich verhouden tot de aard, omvang en het bereik van de activiteiten. Daarbij wordt gekeken of het aanbod ook goedkoper had gekund, en of hogere kosten aantoonbaar bijdragen aan hogere kwaliteit.

  • Inzet van middelen

    De gemeente streeft naar maximale inzet voor inwoners en minimale overhead. Huisvestingskosten die significant hoger zijn dan historisch gebruikelijk of sterk gestegen ten opzichte van eerdere aanvragen kunnen leiden tot een lagere score.

  • Verschillen in aanpak zijn toegestaan

    De primaire doelgroep per Basisontmoetingsplek kan verschillen. Sommige doelgroepen kunnen goed ondersteund worden met vrijwillige inzet, terwijl andere meer professionele begeleiding vragen. Verschillen in kostenstructuur zijn acceptabel, mits goed onderbouwd en passend bij het type activiteiten en de behoefte van de doelgroep.

Voorbeelden van valide benaderingen:

  • Basisontmoetingsplek A biedt minder uren aan, maar met meer professionele inzet om complexe casussen in de wijk goed te begeleiden.

  • Basisontmoetingsplek B biedt veel uren inloop en eetactiviteiten aan, met een grotere rol voor vrijwilligers, om zo laagdrempelig en breed toegankelijk te zijn.

Beide benaderingen zijn valide, zolang uit de aanvraag blijkt dat er bewust is gekozen voor een aanpak die aansluit bij de lokale behoeften én rekening houdt met het beschikbare budget.

Voorbeelden van wijzen waarop de aanvrager kan aantonen de overheadskosten laag te houden:

  • Jaarlijkse afstemming met verhuurder om huurkosten laag te houden

  • Overschot investeren in verduurzaming

  • Toetreding tot energiecollectief of zaken zoals ICT gezamenlijk inkopen

Lid 9

Onder dekkende en evenwichtige spreiding per stadsdeel en in de dorpen wordt onder de functie Ontmoeting in ieder geval verstaan dat er diversiteit in aanbod is voor verschillende (groepen) inwoners. De aard van de ontmoetingsplekken is vaak zeer divers, waardoor verschillende (groepen) inwoners zich er prettig voelen, denk aan buurthuizen en woonzorgcentra. Gestreefd wordt naar een zo evenwichtig mogelijk aanbod.

Lid 10

Bij het bereiken van een dekkende spreiding wordt een minimale afstand van 500 meter tussen de Basisontmoetingsplekken aangehouden op basis van Google Maps. Indien locaties zich op minder dan 500 meter van elkaar bevinden kan een aanvraag afgewezen worden. Bij het bepalen welke aanvraag subsidie krijgt in deze situatie, zal een voorkeurslocatie en/of de locatie met de hoogste puntentelling in de tender voorrang krijgen.

Toelichting Hoofdstuk 3 Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 3.1 De aanvraag

Lid 3 en lid 4

Aanvragen dienen voor de uiterlijke sluitingsdatum, compleet en zonder voorbehoud te zijn ingediend, rechtsgeldig ondertekend door de daartoe namens de organisatie bevoegde persoon.

Een aanvraag is pas volledig wanneer alle door de gemeente beschikbaar gestelde formulieren in het aanvraagportaal / op de aanvraag webpagina volledig zijn ingevuld.

Zie ook de planning in deel III van de regeling.

Toelichting Hoofdstuk 4 Subsidiabele kosten

Artikel 4.1 Subsidiabele kosten

Lid 1

a. Loonkosten

Voor de Basisontmoetingsplekken gelden twee maximum tarieven; een Mbo en een Hbo-tarief. Er wordt een onderscheid in tarief gemaakt naar de verschillende CAO’s die van toepassing kunnen zijn op de subsidieaanvragers.

In onderstaande tabellen staan de maximum tarieven per functie:

Tabel 1 maximum tarieven Basisontmoetingsplekken

Tarieven per opleidingsniveau en per CAO

VVT

GGZ

Gehandicaptenzorg

Jeugdzorg

Sociaal werk

Mbo

76,70

77,07

76,27

78,99

83,43

Hbo

91,81

90,58

90,42

90,82

96,98

De tarieven die in bovenstaande tabellen staan zijn maximum tarieven. Het is aanvragers toegestaan om in de aanvraag lagere tarieven te hanteren mits zij daarmee aan hun CAO verplichtingen kunnen voldoen.

Activiteiten op Basisontmoetingsplekken kunnen worden verzorgd door vakdocenten. Deze activiteiten moeten volledig kostendekkend georganiseerd worden en vallen niet onder de bedoelde loonkosten.

Werkzaamheden die voortkomen uit de coördinatietaken van het hoofdaannemerschap en het coördineren van vrijwilligers worden niet opgenomen bij de activiteitenkosten, maar geboekt op de Coördinatiekosten. Dit zijn activiteiten die voortkomen uit het uitvoeren van het hoofdaannemerschap.

Subsidie hiervoor kan verstrekt worden voor een maximaal aantal uren tegen een maximaal tarief. In de tabellen hieronder staan het aantal uren opgenomen. Om te komen tot een kostenindicatie dienen de uren te worden verrekend met het geldende CAO van de Basisontmoetingsplek in kwestie. Let op de coördinatie uren in de tabel betreft het Maximum aantal uren. Minder mag, en kan leiden tot een hogere score in de tender (art 2.1.3, lid 3, sub e).

Meer uren dan onderstaand kan alleen bij uitzondering, en dient altijd beargumenteerd te worden.

Tabel 2 Basisontmoetingsplekken Wmo coördinatieuren per locatie:

Hoofdaannemerschap Wmo

Max netto uren per week

weken

Coördinatie

8

52

Vrijwilligerscoördinatie

4

52

Totaal

12

 

Tabel 3 Basisontmoetingsplekken Wmo en Jeugd aanvullende bekostiging per locatie:

Hoofdaannemerschap Jeugd/Wmo

Max netto uren per week

weken

Coördinatie

12

52

Vrijwilligerscoördinator

6

52

Totaal

18

 

b. Huisvestingskosten

In voorgaande jaren was er voor huisvestingskosten een specifiek maximum bepaald (€ 24.000).

Dit concept wordt losgelaten in deze subsidieregeling. Het bepalen van één minimum, toepasbaar op alle locaties en stadsdelen is niet langer realistisch. De prijsontwikkeling in de afgelopen jaren is hiervoor te divers geweest.

Vanaf 2027 worden de huisvestingskosten berekend op basis van ‘werkelijke kosten’. Dit kan betekenen dat sommige aanbieders hoger uitvallen dan voorheen, terwijl sommigen juist lager uitvallen. Door te werken met de werkelijke kosten is er ruimte voor inherente verschillen in schaal en kosten per stadsdeel/dorp. Wel wordt er met een maximum gewerkt om te voorkomen dat de huisvestingskosten te sterk stijgen.

Let op: Lagere huisvestingskosten leiden in de beoordeling tot een hogere waardering, aangezien hiermee meer middelen overblijven voor het ondersteunen van de inwoner. Aanbieders dienen in hun aanvraag aan te tonen hoe ze zich komende jaren zullen inzetten om de huisvestingskosten beperkt te houden.

Definitie Huisvestingskosten

Huisvestingskosten zijn: eigenaarskosten of huur én gebruikerskosten inclusief schoonmaak en klein onderhoud.

  • Eigenaarskosten of huur: Dit zijn de kosten voor het huren of het eigenaarschap van de BOP. Denk hierbij aan rente, afschrijving (bij eigenaarschap), eigenarenonderhoud, beheerkosten, eigenaars-gebonden heffingen en verzekeringen. Hiervoor mogen alleen de kosten opgevoerd worden voor dat deel waar de BOP in zit.

  • Gebruikerskosten: Dit zijn kosten voor klein onderhoud, schoonmaken, (afschrijving) inventaris, energie en water, beveiliging/alarmopvolging, ICT/telecom, afvalkosten, gebruikers-gebonden heffingen en verzekeringen. Ook hier gaat het alleen om de kosten voor dat deel waar de Basisontmoetingsplek in zit.

Kaders

  • De maximale huisvestingskosten 2027: € 65.000

  • Daadwerkelijke kosten worden aangetoond op basis van een Huurovereenkomst, Gebruikersovereenkomst of eigenaarskosten

  • De basisontmoetingsplek moet schoon, veilig en toegankelijk zijn.

    • o

      Indien er in de Basisontmoetingsplek gewerkt wordt met levensmiddelen geldt de: Hygiënecode voor de Horeca. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat deze hygiënecode wordt nageleefd.

  • De basisontmoetingsplek bestaan uit minimaal twee ruimtes (en maximaal drie ruimtes). De minimale grootte van de basisontmoetingsplek is 100 m2.

  • De gemeente kan de aanvrager, vragen om de huisvestingskosten verder inzichtelijk te maken op sub onderdelen (huur, energie, schoonmaak etc.)

Afwegingskader

  • Redelijkheid van kosten - Huisvestingskosten maken onderdeel uit van een Basisontmoetingsplek, maar moeten in verhouding blijven tot het totale aanbod. Te hoge huisvestingskosten kunnen ten koste gaan van het ondersteuningsaanbod voor inwoners.

  • Beoordeling in de tender - Huisvestingskosten worden meegenomen in de beoordeling van aanvragen. Hogere kosten kunnen leiden tot een lagere score. Lagere kosten kunnen juist leiden tot een hogere score. (art 2.1.3, lid 3, sub e).

  • Kosten & groei - Afrekening op basis van daadwerkelijke kosten mag geen reden zijn om meer m2 aan te vragen. Gestegen huisvestingskosten op basis van meer aangevraagde ruimte moet altijd beargumenteerd worden op basis van aantoonbare behoefte.

Naast de objectieve normering kan het college, bij uitzondering, rekening houden met bestaande situaties en lopende afspraken. In de subsidieaanvraag verschaft de organisatie inzicht in de kenmerken van de specifieke situatie en de inhoud/duur van de lopende afspraken en doet een voorstel op welke wijze naar normering wordt toegegroeid.

c. Materiaalkosten

Naast de bekostiging voor loonkosten en huisvestingskosten is het mogelijk een maximaal bedrag voor materiaal- en activiteitenkosten aan te vragen voor zover deze een directe relatie hebben met de gesubsidieerde activiteit en de (primaire) doelstelling van de functie. Hierbij kan gedacht worden aan printkosten, kookgerei, PR materiaal, materiaal voor activiteiten etc. Dit is inclusief de waardering voor en onkostenvergoeding voor vrijwilligers.

Het bedrag aan subsidie dat hiervoor kan worden aangevraagd is opgenomen in de tabellen van sub a van dit artikel.

Max materiaalkosten Wmo locaties: € 3.000

Max materiaalkosten Wmo/Jeugd locaties: € 5.000

Wmo/Jeugd locaties is allen van toepassing in Zuidwest & Noordwest/Centrum bij locaties die zowel Wmo als Jeugd toegekend krijgen.

Toelichting Hoofdstuk 5 Verplichtingen en voorwaarden

Artikel 5.1 Verplichtingen

Lid 1 sub q

Als de beroepscode wordt gewijzigd, dan hanteert de subsidieontvanger de gewijzigde beroepscode vanaf het moment van de wijziging. Als onmiddellijke overgang redelijkerwijs niet mogelijk is, dan maakt de subsidieontvanger binnen een maand na inwerkingtreding van de gewijzigde beroepscode een plan van aanpak over de overgang naar de nieuwe beroepscode.

Lid 2 sub b

De subsidieontvanger van een Basisontmoetingsplek streeft een efficiënt en multifunctioneel gebruik van de ruimte na. Wanneer de locatie en de agenda dit toe laat mogen ook niet-gesubsidieerde activiteiten plaats vinden op de Basisontmoetingsplek.

Daarbij geldt de volgende prioritering:

  • 1.

    Activiteiten gesubsidieerd op de Basisontmoetingsplek.

  • 2.

    Wijkactiviteiten. Hierbij gaat het om activiteiten voor en/door wijkbewoners. Het gaat om activiteiten die worden georganiseerd door wijkbewoners zelf of kleinschalige, niet-professionele organisaties zonder winst oogmerk en met een klein budget. Ook door de gemeente zelf georganiseerde bijeenkomsten, waarvoor (wijk) bewoners uitgenodigd worden, vallen onder deze wijkactiviteiten.

  • 3.

    Maatschappelijke activiteiten georganiseerd door partners Samen055. Voor deze activiteiten geldt dat er een onkostenvergoeding mag worden gevraagd (koffie/thee/docent), maar dat er geen verhuurtarief in rekening wordt gebracht.

Voor (commerciële) activiteiten die door grootschalige organisaties met winstoogmerk worden uitgevoerd of particulieren die geen buurt of wijk gebonden activiteit organiseren geldt bepaalt de subsidieontvanger zelf het tarief.

Minimaal 95% van de verhuur van het aantal beschikbare dagdelen moet worden ingevuld door eigen (gesubsidieerde) activiteiten, wijkactiviteiten of maatschappelijke activiteiten (activiteiten 1 en 2 zie bovenstaand), tenzij er sprake is van leegstand.

Lid 2 sub f

Als de handleiding basisontmoetingsplekken wordt gewijzigd, dan hanteert de subsidieontvanger de gewijzigde handleiding vanaf het moment van de wijziging. Als onmiddellijke overgang redelijkerwijs niet mogelijk is, dan maakt de subsidieontvanger binnen een maand na datum wijziging een plan van aanpak over de overgang naar het werken conform de gewijzigde handleiding.

Toelichting Hoofdstuk6 Weigeringsgronden

Artikel 6.1 Aanvullende weigeringsgronden

De subsidieverlening kan, naast de in artikelen 4:25, 4:35 Awb en artikel 9 van de Asv genoemde gevallen, geweigerd worden indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

g. het aanbod aan activiteiten niet bijdraagt aan het collectieve aanbod per stadsdeel.

Naast het integrale aanbod van de gemeente (zie sub c) kent ook elk stadsdeel een eigen karakter en eigen sociale voorzieningen. Denk hierbij aan buurthuizen, voedselbanken, vrijwilligersorganisaties etc. Een Basisontmoetingsplek moet inspelen op de reeds aanwezige voorzieningen. Overlap, concurrentie en het dubbel aanbieden van voorzieningen moeten waar mogelijk worden voorkomen.

Voorbeeld: indien een vereniging elke vrijdagmiddag een open tafel kent voor eten met buurtbewoners is het niet wenselijk dat de Basisontmoetingsplek ook op de vrijdagmiddag de eet-activiteiten organiseert.

Deel III – Subsidieplafonds & aanvraagproces

Stadsdeelplafonds Basisontmoetingsplekken 2027

Stadsdeel

Percentage

Stadsdeelplafonds

Noordwest Centrum

31,50%

€ 2.070.334

Noordoost

21,00%

€ 1.380.222

Zuidoost

11,50%

€ 755.836

Zuidwest

21,00%

€ 1.380.222

Dorpen

15,00%

€ 985.873

Totaal

100%

€ 6.572.488,00

De subsidieregeling kent een onderverdeling in deelplafonds per stadsdeel: Stadsdeelplafonds. Indien het totaal aantal aanvragen per stadsdeel wordt overschreden dan wordt er op basis van een tender (zie artikel 2) toegekend. Wanneer aanvragen onder het stadsdeelplafond blijven kan afgezien worden van een tender.

De financiële verhouding tussen de stadsdelen in 2027 is voor een klein deel anders dan in de voorgaande regeling. Dit komt deels door de ontwikkeling rond De Stolp in Stadsdeel Zuidoost. En door de transitie van Don Bosco Zevenhuizen naar een begrotingssubsidie als Jongerenhonk.

Let op: De Stadsdeelplafonds zijn inclusief de budgetten voor voorkeurslocaties.

Max budgetten Voorkeurslocaties 2027

De Hoge Weije

€ 360.000,00

De Groene Hoven

€ 340.000,00

De Stolp

€ 755.836,00

Orca

€ 560.000,00

Zilverschoon

€ 460.000,00

Voorkeurslocaties zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub C en D kennen een maximumbudget.

Let op! De maximumbudgetten voor de voorkeurslocaties vallen binnen het stadsdeelplafond. Dit zijn dus geen losse budgetten Het betreft een maximum aanvraagbaar bedrag binnen een specifiek Stadsdeelplafond.

Voorkeurslocaties worden alleen via de tender beoordeeld indien er meer dan één aanvraag per locatie is ingediend. Om te voorkomen dat voorkeurslocaties een te groot aandeel van het totaalbudget in beslag nemen, is er gekozen om per voorkeurslocatie een maximumpositie te hanteren.

Er wordt nooit meer dan één aanvraag per locatie goedgekeurd.

Planning aanvraagproces 2026

Planning

Datum/periode

Toelichting

1. Publicatie subsidieregeling Basisontmoetingsplekken

Januari 2026

De regeling wordt officieel gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl

2. Informatiebijeenkomsten / vragenuur subsidieregeling

Februari 2026

Voorafgaand aan de aanvraagperiode van de subsidieregeling zullen informatiebijeenkomsten georganiseerd worden zodat potentiële aanvragers de gelegenheid hebben om vragen te stellen. Exacte datum/tijd worden later bekend gemaakt.

Tot publicatie van de regeling bestaat er de mogelijkheid om tussentijds vragen te stellen. Na publicatie zal er geen communicatie meer plaatsvinden totdat de gunning compleet is.

3. Aanvraagperiode subsidie

3 maart 2026 t/m 28 april 2026

De aanvragen worden digitaal ingediend via www.apeldoorn.nl

De aanvraag is compleet wanneer alle verplichte gegevens op het aanvraagformulier zijn ingevuld, ondertekend door de daartoe bevoegde persoon en de gevraagde bijlagen ingevuld zijn bijgevoegd.

4. Beoordelingsperiode

28 april 2026 t/m 10 juli 2026

Tijdens de beoordelingsperiode vindt er geen communicatie over de subsidieregeling of subsidieverlening plaats.

Zware overvraging van de regeling kan leiden tot uitstel van de beoordeling.

5. Verzenden subsidiebeschikkingen

Uiterlijk 10 juli 2026

Bekendmaking per brief per mail en in uw digitale postmap van de toekenning/afwijzing van de subsidieaanvraag

6. Start subsidieverlening vanuit deze subsidieregeling

1 jan 2027

Ondertekening