Treasurystatuut 2026 gemeente Oss

Geldend van 06-02-2026 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut 2026 gemeente Oss

Algemene toelichting

In dit treasurystatuut staan onze regels voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover. Verder staat hierin hoe de bevoegdheden en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en wat de uitgangspunten zijn voor de administratieve organisatie en interne controle van de financieringsfunctie.

Treasury betekent letterlijk schatkist. Het doel is dat we ten alle tijden aan onze verplichtingen kunnen voldoen en wanneer dat nodig is middelen kunnen aantrekken.

We zorgen dat we voldoende liquide middelen/kredietruimte hebben om aan onze korte termijn verplichtingen kunnen voldoen.

Met financiering bedoelen we de wijze waarop we geldmiddelen inzetten. Als we een activum aanschaffen met grote uitgaven is daarbij de vraag hoe we dit nu voor kunnen schieten zodat het later terugverdiend kan worden (in geld of maatschappelijke waarde). Daarbij is het belangrijk dat wanneer we geld lenen we dit kunnen doen tegen acceptabele condities en risico’s beheersbaar houden.

Ons beleid is om beschikbare middelen risicomijdend te beleggen en rente-en financieringsrisico’s te mijden. We beleggen niet in risicodragende producten.

We houden ons regelmatig bezig met onze liquiditeit. De banksaldo’s houden we dagelijks in de gaten en we stemmen grote uitgaven of inkomsten af met het grondbedrijf en het verstrekken van subsidies. Onze langlopende schulden hebben we in beeld, dus de betaling van de rente en aflossing zijn goed te voorspellen. Dit actualiseren we jaarlijks. Daarnaast schatten we onze financieringsbehoefte in op basis van onze verwachte investeringen (inclusief grote projecten) zodat we tijdig en tegen zo gunstig mogelijke condities nieuwe financiering afsluiten als dat nodig is.

De wettelijke kaders uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) die gelden voor treasury hebben we vertaald in dit statuut.

I Begrippenkader

Artikel 1.

In dit statuut verstaan we onder:

  • -

    Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. We gebruiken derivaten onder andere om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

  • -

    Duurzaam bankieren

(ook wel ethisch bankieren genoemd) Een vorm van bankieren waarbij we expliciet aandacht geven aan milieu en sociale gevolgen van investeringen en leningen;

  • -

    Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

  • -

    Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

  • -

    Intern liquiditeitsrisico

De risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

  • -

    Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

  • -

    Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

  • -

    Kredietrisico

De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

  • -

    Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

  • -

    Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

  • -

    Offerte

Een mondelinge, schriftelijke of elektronische aanbieding voor een lening of derivaat;

  • -

    Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente‑ en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

  • -

    Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

  • -

    Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido vastgesteld bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal;

  • -

    Rentetypische looptijd 

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

  • -

    Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

  • -

    Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

  • -

    Solvabiliteitsratio van 0%

Status die een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan toekennen;

  • -

    Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren‑ en crediteurenbeheer;

  • -

    Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

  • -

    F&C

Afdeling Financiën & Control (F&C) binnen de gemeente

  • -

    Teamleider P&C

Teamleider van het team Planning & Control binnen de afdeling F&C.

  • -

    Teamleider FA

Teamleider van het team Financiële Administratie binnen de afdeling F&C

  • -

    Treasurer

Adviseur planning & control, werkzaam bij de afdeling F&C team Planning & Control, die treasury werkzaamheden uitvoert.

II Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2.

De doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente Oss zijn:

  • 1.

    Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2.

    Het beheersbaar houden van financiële risico’s zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's;

  • 3.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 4.

    Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

In dit treasurystatuut geven we uitgangspunten en richtlijnen weer voor de manier waarop de gemeente Oss invulling geeft aan de treasurytaken.

Risicobeheer

III Uitgangspunten risicobeheer

Artikel 3.

Met betrekking tot risicobeheer hanteren we de volgende algemene uitgangspunten:

  • 1.

    Burgemeester en wethouders mogen leningen uit hoofde van de "publieke taak" alleen verstrekken op voorwaarde dat:

    • a.

      Vóóraf het college de zienswijze van de gemeenteraad vraagt als het belang uitgaat boven € 250.000 ;

    • b.

      Financiering op normale condities via de reguliere markt zonder gemeentegarantie niet mogelijk is en dit is aantoonbaar gemaakt;

    • c.

      Betaling van rente- en aflossing redelijkerwijs is verzekerd;

    • d.

      We zoveel mogelijk zekerheden stellen;

    • e.

      De lening dient tot een doel dat ondersteuning door de gemeente rechtvaardigt;

    • f.

      De partij die de lening ontvangt betaald een rentepercentage dat halverwege ligt tussen wat wij zouden moeten betalen bij een publieke sector bank en wat de partij zou moeten betalen bij een commerciële bank. Daarbij moet dit percentage minimaal 0,2% hoger zijn dan het percentage dat wij moeten betalen bij een publieke sector bank. Doordat dit rentepercentage hoger is dat waarvoor wij zelf leningen afsluiten hebben we voldoende marge om het risico op te vangen en de administratiekosten te dekken.

    • g.

      We baseren het rentepercentage wat een partij zou moeten bepalen via de website van de Rabobank. We hanteren hierbij het maximale rentepercentage voor een annuïteitenhypotheek met een looptijd van 10 jaar (vaste renteperiode, zonder duurzaamheidskorting, hoogste schuld-marktwaarde verhouding).

  • 2.

    Het college kan een afzonderlijke regeling vaststellen voor het verstrekken van lening uit hoofde van de publieke taak vanuit een specifieke doelstelling waarin aanvullende eisen gesteld kunnen worden.

  • 3.

    Het is toegestaan om overtollig geld op de bank in te zetten om uitzettingen met een risicomijdend profiel (prudent karakter) aan te gaan mits deze niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. We waarborgen dit door de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut.

  • 4.

    Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze passen we uitsluitend toe ter beperking van financiële risico's;

  • 5.

    Waar mogelijk bekijken we bij uitzettingen langer dan een jaar eerst naar de mogelijkheden tot het beleggen van de middelen bij duurzame fondsen. Waarbij we de vergelijking maken tussen “traditionele beleggingen” en duurzame beleggingen op het vlak van rendement.

IV Renterisicobeheer

Artikel 4.

  • 1. We nemen de bepalingen in de Wet FIDO met betrekking tot de kasgeldlimiet in acht;

  • 2. We overschrijden de in de Wet FIDO opgenomen Rente-risiconorm niet;

  • 3. We stemmen nieuwe leningen/uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;

  • 4. We stemmen de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk af op de actuele rentestand en de renteverwachtingen;

  • 5. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4 streven we ook naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen/uitzettingen.

  • 6. Bij een grote financieringsbehoefte laten we ons door een externe treasuryadviseur adviseren om het renterisico zo goed mogelijk af te dekken.

V Koersrisicobeheer

Artikel 5

  • 1. We beperken de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury doordat we daarbij uitsluitend een aantal producten hanteren.

    Het gaat om producten met een hoofdsomgarantie aan het einde van de looptijd en/of uitzettingen in vastrentende waarden.

  • 2. Ook beperken we de koersrisico’s doordat we conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen afstemmen op de liquiditeitenplanning.

VI Kredietrisicobeheer

Artikel 6.

  • 1. We gaan uitsluitende verbintenissen tot uitzettingen aan uit hoofde van treasury bij instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden zoals ministerieel vastgesteld op grond van artikel 2 ,lid 2, van de Wet financiering decentrale overheden;

  • 2. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak eisen we indien mogelijk, zekerheden of garanties.

  • 3. Indien de rating van één van de onder lid 1 genoemde financiële instellingen gedurende de looptijd van een uitzetting daalt onder de voorgeschreven minimumrating, zullen we, indien mogelijk, maatregelen nemen. Nieuwe uitzettingen, bij die instelling, zullen achterwege blijven.

VII Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 7.

We beperken onze interne liquiditeitsrisico's door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenplanning die we tenminste afstemmen op de looptijd van de meerjarenbegroting.

VIII Valutarisicobeheer

Artikel 8

Valutarisico's sluiten we uit door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

Gemeentefinanciering

IX Financiering

Artikel 9.

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    We trekken enkel financieringen aan ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • 2.

    We beperken financiering met externe financieringsmiddelen zoveel mogelijk door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om de renterisico's en het renteresultaat te optimaliseren;

  • 3.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en medium term notes (MTN) ;

  • 4.

    Voordat we een financiering aantrekken vragen we bij minimaal 2 instellingen een offerte per mail op. De per mail ontvangen offertes leggen we schriftelijk vast. De uiteindelijk gekozen instelling met de gunstigste renteconditie stuurt per mail een bevestiging en deze leggen we ook schriftelijk vast.

X Langlopende uitzettingen

Artikel 10.

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    We doen alleen uitzettingen onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden;

  • 2.

    We vragen bij minimaal 2 instellingen een offerte voordat we een langlopende uitzetting doen. De per mail ontvangen offertes leggen we schriftelijk vast.

XI Relatiebeheer

Artikel 11.

We streven naar gunstige en marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    We beoordelen bankrelaties en hun bancaire condities ten minste ééns in de 4 jaar;

  • 2.

    Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen we stellen in artikel 6;

  • 3.

    Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER toezicht1 te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer.

  • 4.

    Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Kasbeheer

XII Geldstromenbeheer

Artikel 12.

Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren zetten we in op:

  • 1.

    Het beperken van het liquiditeitsgebruik door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij zien we erop toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat we de verplichtingen tijdig na kunnen komen.

  • 2.

    Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uit te voeren.

XIII Saldo en liquiditeitenbeheer

Artikel 13.

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1.

    We streven naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

  • 2.

    Wanneer er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kunnen we kortlopende middelen aantrekken. Hierbij nemen we conform artikel 4 lid 1 de kasgeldlimiet in acht;

  • 3.

    De teamleider financiële administratie geeft bij een liquiditeitsbehoefte goedkeuring voor het aantrekken van kortlopende middelen voorafgaand aan het opvragen van offertes.

  • 4.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en krediet in rekening courant;

  • 5.

    Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening courant, daggeld, spaarrekeningen, deposito's en certificates of deposit;

  • 6.

    Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar staan we slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toe;

  • 7.

    We vragen bij minimaal 2 instellingen een offerte per mail op voordat we middelen aantrekken of uitzetten met een looptijd korter dan één jaar. De per mail ontvangen offertes leggen we schriftelijk vast. De uiteindelijk gekozen instelling met de gunstigste renteconditie stuurt per mail een bevestiging en deze leggen we ook schriftelijk vast.

Administratieve organisatie en interne controle

XIV Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 14.

Ter aanvulling op de algemene regels in de Controleverordening en de Financiële verordening Gemeente Oss gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van financieringsactiviteiten leggen we op eenduidige wijze schriftelijk vast;

  • 2.

    De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:

    • a.

      de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • b.

      we de treasury-activiteiten adequaat kunnen uitvoeren en bijsturen;

    • c.

      de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;

  • 3.

    Bij de uit te voeren financieringsactiviteiten hebben we functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      Minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier-ogen-principe)

    • b.

      Afzonderlijke functionarissen doen de uitvoering en de controle;

    • c.

      Afzonderlijke functionarissen doen de uitvoering en de registratie in de financiële administratie.

  • 4.

    We geven tegenpartijen de opdracht de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

  • 5.

    De functionaris die de transactie heeft afgesloten registreert deze meteen en geeft dit ter informatie en verwerking door aan de kassier en de financiële administratie;

  • 6.

    Na ontvangst van de transactiebevestiging controleren de kassier en een van de medewerkers van de financiële administratie de transactie meteen.

XV Verantwoordelijkheden

Artikel 15.

We hebben de verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • *

    Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten;

  • *

    Het vaststellen van treasuryparagraaf in de begroting en de jaarrekening;

  • *

    het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;

  • *

    Het toetsen van rechtmatigheid en doelmatigheid van de treasuryfunctie aan de hand van de financiële verordening en het treasurystatuut;

  • *

    Het evalueren en als gevolgd daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.

Commissie Sociaal Bestuurlijk (of rekeningcommissie)

  • *

    Het uitbrengen van advies over (beleids)voorstellen op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad.

College van B&W

  • *

    Vaststellen van concrete financieringsstrategie

  • *

    Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • *

    Het rapporteren via de reguliere P&C cyclus aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.

Portefeuillehouder Financiën

  • *

    Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid)

Afdelingshoofd Financiën & Control

  • *

    Verantwoordelijk voor het treasuryproces en het bewaken van de kwaliteit hiervan

  • *

    Het aanwijzen en intrekken van kassiers en tekenbevoegdheid van banken;

  • *

    Zorgdragen voor de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie.

Teamleider Planning & Control

  • *

    Zorgdragen voor de informatievoorziening over financiële ontwikkelingen die als input dienen voor de liquiditeits- en treasuryplanning

  • *

    Plaatsvervanger voor afdelingshoofd of voor teamleider financiële administratie

Teamleider Financiële administratie

  • *

    Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

  • *

    Het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten volgens het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;

  • *

    Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;

  • *

    Het rapporteren aan afdelingshoofd Financiën & Control over de uitvoering van het treasurybeheer;

Functie

Verantwoordelijkheden

De afdelingshoofden c.q. budgethouders

  • *

    Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan het team financiën;

  • *

    Het goedkeuren van betalingen en ontvangsten, ten laste of. ten gunste van hun budgetten.

Treasurer

  • *

    Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deel functies: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moet hij of haar volgens dit treasurystatuut en de treasuryparagraaf uitvoeren;

  • *

    Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitsbeheer;

  • *

    Het beheren van de geldstromen;

  • *

    Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

  • *

    Het afsluiten van financiële contracten voortkomend uit bovenstaande deelfuncties;

  • *

    Het schriftelijke vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de kassier en de financiële administratie;

  • *

    Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurybeleid;

  • *

    Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten;

  • *

    Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeente- lijke administratie;

  • *

    Het afleggen van verantwoording aan de teamleider Financiële administratie over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.

Kassier

  • *

    Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;

  • *

    Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;

  • *

    Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de gemeentelijke administratie;

  • *

    Het rapporteren aan de teamleider van de Financiële administratie belast met controle over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.

Medewerkers financiële administratie

  • *

    Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie.

XVI Bevoegdheden

Artikel 16.

Bevoegd functionaris

(1e handtekening)

Autorisatie door

(2e handtekening)

Saldo- ,liquiditeiten- en geldstromenbeheer

  • 1.

    Het uitzetten van middelen via callgeld, deposito en spaarrekening

Treasurer

Teamleider Financiële administratie

  • 2.

    Besluiten tot het aantrekken van middelen via callgeld of kasgeld

Treasurer

Teamleider Financiële administratie

  • 3.

    Betalingsopdrachten ondertekenen

1 van de als 1e ondertekenaar aangewezen ambtenaren

Kassier c.q. diens vervanger

Bankrelatiebeheer

  • 4.

    Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Teamleider Financiële administratie

Afdelingshoofd Financiën & Control

  • 5.

    Bankcondities en tarieven afspreken

Teamleider Financiële administratie

Afdelingshoofd Financiën & Control

Risicobeheer

  • 6.

    Het afsluiten van derivatentransacties

Afdelingshoofd Financiën & Control

College van B & W In de vorm van collegebesluit

Financiering en uitzetting

  • 7.

    Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Teamleider Financiële administratie

Afdelingshoofd Financiën & Control

  • 8.

    Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen en MTN's zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf

Teamleider Financiële administratie

Afdelingshoofd Financiën & Control

  • 9.

    Het uitzetten van overtollige middelen in vastrentende waarden zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf.

Teamleider Planning & Control

Afdelingshoofd Financiën & Control

  • 10.

    Het beleggen van overtollige middelen in producten met een hoofdsomgarantie

Afdelingshoofd Financiën & Control

College van B & W

In de vorm van collegebesluit

  • 11.

    Het uitzetten van leningen uit hoofde van de publieke taak (tenzij in een regeling door het college andere bevoegdheden zijn vastgesteld)

Afdelingshoofd Financiën & Control

College van B & W

In de vorm van collegebesluit

Artikel 17.

Bij afwezigheid van een van bovengenoemde functionarissen is de vervanging voor de in art 16 beschreven bevoegdheden als volgt:

Functie

Wordt waargenomen door

Uitzondering/ Beperking

Treasurer

Teamleider Financiële administratie

Als Teamleider Financiële administratie de tweede handtekening moet zetten, dan neemt Teamleider Planning & Control waar.

Teamleider Financiële administratie

Teamleider Planning & Control

Teamleider Planning & Control

Afdelingshoofd Financiën & Control

Afdelingshoofd Financiën & Control

Teamleider Planning & Control

Als Teamleider Planning & Control ook de tweede handtekening moet zetten, dan vervanger Concern directeur met aandachtsgebied Bedrijfsvoering

XVII Informatievoorziening

Artikel 18.

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Informatieverstrekker

Informatieontvanger

Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning

1 maal per jaar /incidenteel

Teamleider Planning & Control

Treasurer/ teamleider Financiële administratie

Liquiditeitenplanning

2 maal per jaar /incidenteel

Teamleider financiële administratie

Afdelingshoofd Financiën & Control

Formulieren beleid treasury in treasuryparagraaf van begroting

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Evaluatie + verantwoording treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van de jaarrekening

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Informatie aan derden (Toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art.8 Wet Fido

Kwartaal/

incidenteel

Teamleider Financiële administratie

Derden

XVIII Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 19.

  • 1. Het “Treasurystatuut 2021 Gemeente Oss”, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.

  • 2. Het Treasurystatuut 2026 treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Treasurystatuut 2026 gemeente Oss'.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 22 januari 2026.

De griffier,

drs. P.H.A. van den Akker

De voorzitter,

F.T. de Jonge


Noot
1

Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.