Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756400
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756400/1
Beleidsregels gevaarlijke en/of hinderlijke honden gemeente Westerveld 2025
Geldend van 06-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels gevaarlijke en/of hinderlijke honden gemeente Westerveld 2025Intitulé
Beleidsregels inzake gevaarlijke en/of hinderlijke honden binnen de gemeente Westerveld. De burgemeester van de gemeente Westerveld;
Overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over de uitleg en toepassing van artikel 2.59 en artikel 2.59a van de Algemene Plaatselijke Verordening;
Gelet op:
de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikelen 1:3 lid 4, 4:81 lid 1, 4:83, 4:84, 5:31;
de Gemeentewet, artikel 125 lid 3 en 172; en
de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Westerveld, artikelen
2.59 en 2.59a.
Besluit
Vast te stellen de navolgende beleidsregels 'Gevaarlijke en/of hinderlijke honden gemeente Westerveld'.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Licht bijtincident: wanneer een hond een ander dier en/of persoon bijt, waarbij sprake is van gering letsel en geen medische behandeling noodzakelijk is. Het (preventief) toegediend krijgen van een tetanusprik wordt voor de toepassing van dit begrip niet beschouwd als een medische behandeling.
Ernstigbijtincident:wanneer een hond een dier en/of persoon bijt met ernstig letsel of overlijden tot gevolg, of wanneer meer dan één keer binnen twee jaar een bijtincident plaatsvindt. De burgemeester kan tevens een incident als ernstig aanmerken.
Ernstig letsel: letsel waarvoor medische behandeling noodzakelijk is, zoals diepe verwondingen met spierschade, weefselverlies, of schade aan zenuwen en botten.
Gevaarlijkehond:een hond die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt.
Hinderlijkehond:een hond die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.
Kort aanlijnen: aanlijnen met een deugdelijke lijn van maximaal 1,50 meter gemeten vanaf de hand tot halsband als bedoeld in artikel 2.59 lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Westerveld.
Muilkorf:een stevig en goed passend hulpmiddel dat voorkomt dat de hond kan bijten, zonder scherpe delen als bedoeld in artikel 2.59 lid 3 sub a tot en met c Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Westerveld.
Artikel 2 Hinderlijke hond
De burgemeester acht een hond hinderlijk indien sprake is van een licht bijtincident. De eigenaar/houder ontvangt een waarschuwing en kan een aanlijngebod opgelegd krijgen. Dit gebod geldt in beginsel zolang de hond in leven is, tenzij de burgemeester op grond van artikel 5 anders beslist.
Artikel 3 Gevaarlijke hond
De burgemeester acht een hond gevaarlijk indien sprake is van een ernstig bijtincident. Afhankelijk van de ernst kan de burgemeester besluiten tot een aanlijn- en muilkorfgebod, inbeslagname of andere passende maatregelen. Het gebod geldt zolang de hond in leven is, tenzij heroverweging plaatsvindt.
Indien een aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd, dan geldt dat gebod conform artikel 2:59a ook op eigen terrein tenzij er wordt voldaan aan de eisen zoals genoemd artikel 2.59a, dan mag de hond zonder muilkorf en zonder te zijn aangelijnd op eigen terrein loslopen. Het is aan de dienstdoende toezichthouder dan wel BOA om te beoordelen of aan de eisen van artikel 2.59a is voldaan.
Artikel 4 Overtreding aanlijn- en/of muilkorfgebod
Overtreding van een opgelegd gebod wordt op grond van artikel 2.59 juncto artikel 6.1 van de APV bestraft met een geldboete van, maximaal, de tweede categorie. Daarnaast kan bestuursrechtelijk worden opgetreden.
Artikel 5 Gedragstest
De eigenaar/houder kan voor eigen rekening een erkende gedragstest (risico-assessment) laten uitvoeren om aan te tonen dat de hond niet langer gevaarlijk of hinderlijk is. Deze test mag uitsluitend worden uitgevoerd door:
- •
Een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde gedragskeurmeester;
- •
Of een door de gemeente erkende instelling, zoals de NVGH, SPPD of Stichting Dierbaar.
De Faculteit Diergeneeskunde Utrecht kan uitsluitend in opdracht van de overheid onderzoeken uitvoeren. De burgemeester kan op basis van een positieve testuitslag besluiten een opgelegde maatregel op te heffen. De kosten van het laten uitvoeren van een risico-assessment door de eigenaar/houder van de hond zijn voor rekening van de eigenaar/houder van de hond.
Artikel 6 Inbeslagname door middel van (spoedeisende) bestuursdwang
- 1.
Indien de eigenaar of houder van een hond die op grond van artikel 3 van deze beleidsregels door de burgemeester als gevaarlijk is aangemerkt, het aanlijn- en muilkorfgebod overtreedt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de eigenaar of houder in de gelegenheid gesteld vrijwillig afstand te doen van de hond.
- 2.
Indien de eigenaar of houder geen afstand doet, kan de burgemeester besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van de hond. Dit kan plaatsvinden op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (spoedeisende bestuursdwang), indien onmiddellijke ingrijpen noodzakelijk is.
- 3.
Daarnaast kan de burgemeester besluiten tot inbeslagname indien herhaaldelijk niet wordt voldaan aan het aanlijn- en/of muilkorfgebod, en er een zeer ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een nieuw ernstig bijtincident. In dat geval wordt bestuursdwang toegepast.
- 4.
Bij inbeslagname kan de burgemeester bepalen dat de hond wordt onderzocht door een erkende gedragsdeskundige of onderzoeksinstelling. Hierbij kan het gaan om een gedragskliniek verbonden aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (uitsluitend in opdracht van de overheid), of een door de gemeente erkende gedragskeurmeester of organisatie.
- 5.
Indien uit het gedragsonderzoek blijkt dat de hond niet verantwoord kan worden teruggeplaatst bij de oorspronkelijke eigenaar of herplaatst bij een andere eigenaar, kan de burgemeester passende maatregelen treffen binnen de bestuursrechtelijke mogelijkheden. Het doden (euthanaseren) van een hond valt uitsluitend binnen de bevoegdheid van de strafrechtelijke autoriteiten (politie/OM) en kan niet via bestuursrechtelijke weg worden opgelegd.
- 6.
Alle kosten die samenhangen met de inbeslagname – waaronder vervoer, opvang, verzorging, medische kosten, gedragsonderzoek en overige noodzakelijke uitgaven – komen volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem of haar verhaald.
Artikel 7 Inbeslagname bij verstoring van de openbare orde
- 1.
De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevoegd om een hond in beslag te nemen indien sprake is van een verstoring van de openbare orde of een ernstige vrees daarvoor. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het gedrag van de hond of diens eigenaar leidt tot ernstige onrust of gevaar in de omgeving.
- 2.
De bevoegdheid tot inbeslagname op grond van artikel 172, derde lid, is tijdelijk en uitsluitend gericht op het waarborgen van de openbare orde. Deze bevoegdheid biedt géén grondslag voor blijvende maatregelen zoals herplaatsing of euthanasie van de hond.
- 3.
Indien de burgemeester besluit tot inbeslagname op basis van deze bevoegdheid, wordt de hond voor een beperkte periode ondergebracht op een veilige locatie. Tijdens deze periode kan een risico-assessment (gedragstest) plaatsvinden door een erkende gedragsdeskundige of instelling.
- 4.
De uitkomsten van het risico-assessment kunnen aanleiding geven om aanvullende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod. De hond kan echter niet blijvend aan de eigenaar worden ontnomen of worden geëuthanaseerd op basis van artikel 172, derde lid, Gemeentewet.
- 5.
Deze beperking volgt uit vaste jurisprudentie, waaronder:
- •
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3223)
- •
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 20 mei 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1266).
- 6.
De kosten die voortvloeien uit inbeslagname op grond van artikel 172, derde lid, Gemeentewet kunnen niet op de eigenaar of houder van de hond worden verhaald.
Artikel 8 – Registratie en controle van bijtincidenten met honden
- 1.
Registratieplicht
-
Alle bijtincidenten met honden die in de gemeente Westerveld worden gemeld of door de toezichthouder of buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) worden geconstateerd, worden vastgelegd in het TSR-registratiesysteem (Toezichtregistratiesysteem).
- 2.
Controle en opvolging
-
Voor de verificatie van eerdere meldingen of incidenten wordt het TSR- registratiesysteem door de toezichthouder of BOA geraadpleegd. Dit systeem fungeert als het primaire instrument voor:
- •
het controleren van de historie van de betreffende hond(en);
- •
het inzichtelijk maken van recidive;
- •
het ondersteunen van de besluitvorming over mogelijke maatregelen.
- 3.
Verantwoordelijkheid
-
De toezichthouder of BOA is verantwoordelijk voor een juiste en volledige invoer van gegevens in het TSR-registratiesysteem, en voor het zorgvuldig gebruik van de informatie bij de uitoefening van de toezichthoudende taken.
- 4.
Privacy en gegevensbescherming
-
Het gebruik van het TSR-registratiesysteem vindt plaats conform de geldende wet- en regelgeving op het gebied van privacy en gegevensbescherming.
Artikel 9 Hardheidsclausule
De burgemeester kan, indien strikte toepassing leidt tot onevenredige gevolgen, gemotiveerd afwijken. De beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel 10 Slotbepalingen
Deze beleidsregels worden aangehaald als 'Gevaarlijke en/of hinderlijke hondenbeleid gemeente Westerveld'.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 27 januari 2026
J. Spoelstra
burgemeester
Handhaving en sancties
Boete en last onder bestuursdwang
Wanneer een hond op grond van artikel 2:59 APV als gevaarlijk of hinderlijk is aangemerkt, wordt toegezien op naleving van het opgelegde aanlijn- en/of muilkorfgebod. Het overtreden van dit gebod is strafbaar gesteld in de APV. Politieambtenaren en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen hiervoor een strafbeschikking opleggen. Dit biedt een directe en zichtbare vorm van handhaving en geeft een duidelijke prikkel tot naleving.
Indien herhaaldelijk overtredingen plaatsvinden en het opleggen van boetes niet leidt tot naleving, kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen. Dit is mogelijk wanneer sprake is van ernstige vrees voor een (nieuw) ernstig bijtincident.
Bij bestuursdwang wordt de eigenaar of houder een termijn van 48 uur gegund om alsnog aan de voorwaarden (aanlijnen en/of muilkorven) te voldoen. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, kan de gemeente feitelijk ingrijpen door de hond in beslag te nemen. Hierbij worden de eisen van zorgvuldigheid in acht genomen.
Spoedeisende bestuursdwang
In spoedeisende situaties kan de burgemeester onmiddellijk ingrijpen op grond van artikel 5:31, tweede lid, Awb. Dit geldt wanneer:
de hond door de burgemeester als gevaarlijk is aangemerkt,
de eigenaar/houder in strijd met artikel 2:59 APV handelt,
de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt met ernstig letsel of ernstige gevolgen, én
de eigenaar/houder weigert vrijwillig afstand te doen van de hond.
In dat geval kan de burgemeester bevelen tot onmiddellijke inbeslagname. De hond wordt ondergebracht op een beveiligde locatie. Tijdens de opvang wordt een risico-assessment uitgevoerd door een erkende gedragsdeskundige of instelling. Op basis van de uitkomst kan de hond onder voorwaarden terug naar de eigenaar, herplaatst worden of – uitsluitend via een strafrechtelijk traject – worden geëuthanaseerd.
De kosten van transport, opvang, verzorging en gedragsonderzoek worden op de eigenaar/houder verhaald.
Inbeslagname bij verstoring van de openbare orde
De burgemeester kan op grond van artikel 172, derde lid, Gemeentewet een hond in beslag nemen bij een daadwerkelijke of dreigende verstoring van de openbare orde. Dit is uitsluitend bedoeld om de orde tijdelijk te herstellen en kan niet worden toegepast in situaties waarin de APV voorziet.
Voorwaarden voor toepassing zijn:
er is sprake van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor,
de maatregel is strikt noodzakelijk (proportionaliteit) en geen lichter middel volstaat (subsidiariteit),
de maatregel wordt voortvarend toegepast.
De hond wordt tijdelijk ondergebracht en kan een risico-assessment ondergaan. Deze bevoegdheid biedt echter géén grondslag voor herplaatsing of euthanasie. Dat volgt ook uit vaste jurisprudentie:
Rb. Gelderland 6 februari 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:174),
ABRvS 20 mei 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1266).
De kosten van een dergelijke tijdelijke inbeslagname kunnen niet op de eigenaar/houder worden verhaald.
Heroverweging van een aanlijn- en muilkorfgebod
Een aanlijn- en/of muilkorfgebod wordt in beginsel opgelegd voor onbepaalde tijd. De eigenaar/houder kan verzoeken om heroverweging indien:
de hond is onderzocht door een erkende instelling en uit het rapport blijkt dat de hond geen gevaar (meer) vormt, of
de eigenaar/houder (en/of hond) een door de onderzoeker voorgeschreven cursus(sen) heeft gevolgd met positief resultaat.
Het verzoek dient schriftelijk en met onderzoeksrapport te worden ingediend. De burgemeester weegt dit rapport mee in de heroverweging en motiveert een eventueel afwijkend besluit zoals bedoeld in artikel 5 van dit beleid.
Afwijken van beleid
De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van dit beleid indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit kan zowel leiden tot lichtere maatregelen (bijvoorbeeld alleen een aanlijngebod) als tot zwaardere maatregelen.
Lichtere maatregelen zijn mogelijk bij zelfverdediging door de hond, of wanneer de eigenaar aantoonbaar maatregelen heeft getroffen (bijvoorbeeld cursus of structureel aanlijnen).
Zwaardere maatregelen zijn mogelijk wanneer de eigenaar het incident bagatelliseert of de hond bewust tot bijten aanzet.
Strafrechtelijk traject
De politie en het Openbaar Ministerie zijn bevoegd tot strafrechtelijke handhaving.
Artikel 425 Sr: niet terughouden van een aanvallende hond of onvoldoende zorg dragen voor een gevaarlijk dier (overtreding).
Artikel 306a Sr: aanhitsen van een dier (misdrijf, sinds 1 januari 2024).
In geval van strafrechtelijke inbeslagname kan de officier van justitie onttrekking van de hond aan het verkeer vorderen. Het OM kan besluiten tot herplaatsing of – in uiterste gevallen – euthanasie van de hond.
Civielrechtelijk traject
Los van bestuurs- of strafrecht kan sprake zijn van een civielrechtelijk schade-incident. Op grond van artikel 6:179 BW is de bezitter van een dier aansprakelijk voor door het dier aangerichte schade, ongeacht schuld. Slachtoffer en dader worden door politie gewezen op hun rechten en plichten en kunnen de schade onderling regelen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl