Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756331
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756331/1
Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning pgb Capelle aan den IJssel 2026
Geldend van 05-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning pgb Capelle aan den IJssel 2026Besluit:
- 1.
De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb Capelle aan den IJssel 2026 met terugwerkendekracht per 1 januari 2026 vast te stellen.
1 Inleiding
In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) is vastgelegd dat gemeenten zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen. De gemeente geeft hier uitvoering aan door regels op te stellen bij verordening. De gemeenteraad stelt deze verordening vast. De gemeenteraad kan aan het college delegeren om sommige regels van de verordening in te vullen met nadere regels. Dit zijn regels die meer toegespits zijn. Daarnaast stelt het college beleidsregels op. Deze beleidsregels vormen een nadere uitwerking van de regels in de Verordening en Nadere regels en bieden richtlijnen en een afwegingskader. Voor de uitvoering van de Wmo2015 binnen onze gemeente zijn de volgende beleidsregels opgesteld:
- -
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning;
- -
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb.
In de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning staan de richtlijnen en het afwegingskader voor de uitvoering van de Wmo, met uitzondering van zaken omtrent persoonsgebonden budgetten. De nadere uitwerking van de regels omtrent het persoonsgebonden budget (pgb) staan in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb. In de Nadere regels maatschapelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel staan de kwaliteitseisen die het college stelt aan de ondersteuning die door middel van een pgb wordt ingekocht.
Het pgb is een vorm waarin een maatwerkvoorziening kan worden verstrekt. De Wmo kent twee verstrekkingsvormen:
- •
maatwerkvoorziening in natura (zorg in natura). Daarmee wordt bedoeld dat de gemeente de cliënt een maatwerkvoorziening verstrekt, die hij of zij kant en klaar krijgt. Met de maatwerkvoorziening die cliënt in natura krijgt moet het probleem voldoende gecompenseerd zijn;
- •
persoonsgebonden budget (pgb). Een pgb is een geldbedrag bedoeld om zelf ondersteuning in te kopen of een voorziening mee aan te schaffen. Een pgb kan een geschikt instrument zijn voor de cliënt om passende ondersteuning op maat in te kopen.
Het pgb is een verstrekkingsvorm die geschikt is voor mensen die zelf, dan wel met behulp van een pgb-vertegenwoordiger, de regie over hun ondersteuning kunnen voeren. Bij een verstrekking in pgb heeft de cliënt of diens vertegenwoordiger zelf de verantwoordelijkheid om ondersteuning in te kopen en toe te zien op de ingekochte ondersteuning. Het is daarom noodzakelijk dat de cliënt of diens vertegenwoordiger bij de inzet van een pgb bekwaam is voor zijn rol als budgethouder. Hij dient op de hoogte te zijn van de ondersteuning die is toegekend en de rechten en plichten die daarbij horen. Duidelijke regels zijn hierbij van belang. Ze zijn in een apart document vastgelegd om de vindbaarheid en leesbaarheid van de regels te vergroten.
Leeswijzer
In het tweede hoofdstuk zijn de definities van een aantal begrippen opgenomen. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels voor een pgb vastgelegd. In hoofdstuk 4 en 5 zijn respectievelijk de specifieke regels voor een pgb voor voorzieningen voor diensten vastgelegd.
2 Begrippenkader
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wmo2015, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Verordening maatschappelijke ondersteuning.
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning: van toepassing zijnde Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel.
Beleidsregels mo pgb: van toepassing zijnde Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning pgb Capelle aan den IJssel.
Besluit: van toepassing zijnde Besluit maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel.
Bewustkeuzegesprek: een gesprek waarin de keuze voor een pgb besproken wordt. Tijdens dit gesprek wordt door de pgb-specialist bekeken of een pgb bij cliënt past. Hoe de cliënt invulling aan de hulp wil geven. Welke kennis cliënt of diens vertegenwoordiger heeft van een pgb. Of cliënt of diens vertegenwoordiger capabel is om hulp via een pgb in te kopen en te beheren. Dit gesprek vindt plaats tijdens het onderzoek, nadat eerst een keukentafelgesprek heeft plaatsgevonden om de hulpvraag van cliënt te bespreken.
Bijdrage in de kosten: Een bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet.
Budgethouder: een cliënt aan wie door het college een pgb is verstrekt.
Cliënt: een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of pgb is verstrekt of door, of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel.
Diensten: ondersteuning via personen te onderscheiden in huishoudelijke ondersteuning en begeleiding (individueel, in groepsverband, bij zelfzorg en bij hoarding).
Professionele hulp: een pgb-aanbieder die professionele ondersteuning biedt aan een budgethouder. Van professionele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van cliënt:
- I.
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in deze nadere regels, of;
- II.
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten zij ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken en voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in deze nadere regels.
Huiselijke kring: een eenheid bestaande uit alle huisgenoten met wie de persoon met beperkingen duurzaam een huishouding voert, waaronder een mantelzorger, huisgenoot, familielid. Van een gezamenlijke huishouding is in ieder geval sprake als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. Denk bijvoorbeeld aan gehuwden, het hebben van een samenlevingscontract, broer en zus met gezamenlijk huur, het hebben van een kind waarvan de huisgenoot het kind heeft erkend.
Hulp uit sociaal netwerk: informele hulp die iemand uit het sociaal netwerk van de budgethouder aan een budgethouder biedt.
Instandhoudingskosten: de kosten voor onderhoud, reparatie en eventuele verzekeringskosten van een maatwerkvoorziening.
Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
- 1°.
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
- 2°.
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
- 3°.
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Gebruikelijke zorg en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Mantelzorg is zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorg/hulpverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Niet alle zorg, die mensen aan hun naaste bieden, is mantelzorg. Mantelzorg is alleen die zorg of hulp, die de gebruikelijke zorg/hulp overstijgt. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden.
Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent, is een zogenoemde mantelzorger. Een mantelzorger wordt niet betaald voor de ondersteuning die hij geeft.
Melding: het kenbaar maken van de behoefte aan ondersteuning aan het college.
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning: van toepassing zijnde nadere regels maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel.
Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer is een belangrijke doelstelling van de Wmo die voor iedereen anders ingevuld kan worden maar wel voor iedereen op enigerlei niveau bereikbaar moet zijn, aansluitend bij de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de persoon.
Persoonsgebonden budget: een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken.
Pgb-aanbieder: een natuurlijk persoon of rechtspersoon (dat wil zeggen: een individu of een organisatie) die op basis van een persoonsgebonden budget een dienst als maatwerkvoorziening aan een budgethouder levert. Dit is vastgelegd in een contract (zorgovereenkomst) tussen de budgethouder en pgb-aanbieder. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen pgb-aanbieders die formele hulp (professionele hulp) of informele hulp (hulp uit het sociaal netwerk) bieden.
Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Tot het sociale netwerk van een cliënt horen alle personen die een cliënt kent en met wie hij meer heeft dan alleen maar een vluchtig contact, maar met wie hij een sociale relatie heeft. Een sociale relatie zal in ieder geval wederzijds moeten zijn.
Verordening: van toepassing zijnde Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Capelle aan den IJssel.
Vertegenwoordiger: meerderjarig persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Personen of rechtspersonen die als vertegenwoordiger kunnen optreden zijn de curator, de mentor of de gevolmachtigde van de cliënt, dan wel, indien zodanige persoon of rechtspersoon ontbreekt, diens echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, diens ouder, kind, broer of zus, tenzij deze persoon dat niet wenst.
Vrijwilliger: een persoon die onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht ten behoeve van andere mensen of de samenleving, zonder van deze werkzaamheden voor het levensonderhoud afhankelijk te zijn.
Voorzieningen: ondersteuning in de vorm van een voorziening, zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
Wmo2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Woningaanpassing: Bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte.
Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
3 Algemene regels pgb
In dit hoofdstuk zijn de algemene regels voor een pgb vastgelegd die gelden voor zowel maatwerkvoorzieningen in de vorm van een voorziening als een dienst. Als cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening heeft hij de keuze tussen een maatwerkvoorziening in natura of in pgb. De gemeente kan een pgb verstrekken voor:
- 1)
voorzieningen, zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen;
- 2)
diensten, hulp via personen, te onderscheiden in huishoudelijke ondersteuning en begeleiding.
Tijdens het keukentafelgesprek wordt de mogelijkheid voor een pgb besproken. De cliënt maakt tijdens het gesprek kenbaar in aanmerking te willen komen voor een pgb om zelf de maatwerkvoorziening in te kopen. Als cliënt in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening ontvangt cliënt een pgb-plan.
Aanvraag pgb
Het pgb-plan is een formulier met vragen over het pgb. Dit formulier moet de cliënt invullen en samen met andere benodigde stukken terugsturen naar de gemeente. Benodigde informatie voor een voorziening is o.a. tenminste 1 offerte van de voorziening die cliënt wil inkopen. Benodigde informatie voor een dienst is o.a. een ingevulde zorgovereenkomst. Als het pgb-plan met de benodigde stukken is ontvangen, plant de gemeente een bewust-keuzegesprek in. Tijdens dit gesprek bespreekt een Wmo-adviseur met de cliënt of diens vertegenwoordiger de keuze voor een pgb. Het pgb-plan en de overige ingediende informatie worden dan ook besproken. Tijdens dit gesprek wordt door de adviseur bekeken of een pgb bij cliënt past en of cliënt in staat is de taken die bij een pgb behoren uit te voeren.
3.1 Algemene voorwaarden pgb
In de Wmo2015 zijn drie voorwaarden opgenomen waaraan voldaan moet worden om een pgb te kunnen verstrekken:
- 1)
De cliënt moet voldoende in staat zijn de pgb-taken uit te voeren;
- 2)
De cliënt moet kunnen motiveren dat een pgb gewenst is;
- 3)
Er is gewaarborgd dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht (kwaliteit) wordt verstrekt.
3.1.1 Voldoende in staat de pgb-taken uit te voeren
De cliënt is op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger(s), voldoende in staat te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen en de cliënt is in staat te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Dit wil zeggen dat de cliënt pgb-vaardig moet zijn. De cliënt moet begrijpen wat een pgb inhoudt, welke taken hieraan verbonden zijn en wat de financiële maar ook niet-financiële gevolgen zijn. Het beheren van een pgb is geen vrijblijvende taak. Met een pgb neemt een cliënt zelf de regie over zijn ondersteuning in handen. In sommige gevallen wordt cliënt daadwerkelijk de werkgever van de hulpverlener. Bij cliënten die niet in staat zijn volledig de eigen regie te voeren, kan een vertegenwoordiger uit naam van de cliënt de regie voeren.
Als een cliënt om een pgb verzoekt, dan is het aan hem om aannemelijk te maken dat hij (eventueel met hulp) voldoende in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren (ECLI:NL:CRVB:2025:1134).
Als de cliënt ondersteuning nodig heeft bij het invullen van formulieren, omdat de cliënt de formulieren (vanwege taal) niet in detail begrijpt, staat dit het zelfstandig uitvoeren van de pgb-taken in de weg. Dit is een reden om de verstrekking van een pgb te weigeren (ECLI:NL:CRVB:2021:2748).
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de pgb-taken voor voorzieningen en voor diensten.
Pgb-taken voor voorzieningen
Bij een pgb voor een voorziening betekent dit dat cliënt in staat moet zijn om een voorziening aan te schaffen aan de hand van het gestelde Programma van Eisen in het besluit. Met deze voorziening moeten de belemmeringen in voldoende mate worden gecompenseerd voor de periode waarvoor het pgb verstrekt wordt. Indien van toepassing moet de cliënt ook het onderhoud, de reparaties en de WA-verzekering van de voorziening goed kunnen regelen.
Voor woningaanpassingen is het uitgangspunt dat een pgb alleen wordt verstrekt, als cliënt voldoet aan de volgende voorwaarden:
- •
het kunnen selecteren van een aannemer/uitvoerder;
- •
een opdracht kunnen verlenen aan een aannemer volgens het Programma van Eisen zoals vastgesteld in het besluit en de overige vereisten;
- •
in staat zijn om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van de woningaanpassing, als hiervoor een pgb is verstrekt;
- •
het kunnen aansturen van de uitvoering rekening houdend met het Programma van Eisen;
- •
de oplevering kunnen controleren conform het Programma van Eisen.
Voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen is het uitgangspunt dat een pgb alleen wordt verstrekt, indien cliënt voldoet aan de volgende voorwaarden:
- •
het kunnen selecteren van een leverancier;
- •
het in staat zijn om afspraken te maken over onderhoud en reparatie van het hulpmiddel, als hiervoor een pgb is verstrekt;
- •
het kunnen afsluiten van een passende WA-verzekering, als hiervoor een pgb is verstrekt;
- •
een hulpmiddel kunnen kiezen om het beoogde resultaat mee te bereiken volgens het Programma van Eisen.
Pgb-taken voor diensten
Bij een pgb voor een dienst betekent dit dat de cliënt of diens vertegenwoordiger voldoet aan de tien voorwaarden van het ‘kader pgb-vaardigheid’. Dit kader is opgesteld door de VNG, het ministerie van VWS, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en Per Saldo. Het uitgangspunt is dat een pgb alleen wordt verstrekt, als cliënt aan deze voorwaarden voldoet. Hij beschikt dan over voldoende kennis en vaardigheden om het pgb te beheren en zijn belangen te behartigen. De tien voorwaarden betreffen:
- 1.
cliënt overziet zijn eigen situatie en heeft een duidelijk beeld van de hulpvraag (Rechtbank Amsterdam 4-8-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4625);
- 2.
cliënt is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of weet die bij de desbetreffende instanties (online) te vinden;
- 3.
cliënt is in staat in een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden, waardoor cliënt inzicht heeft in de bestedingen van het pgb;
- 4.
cliënt is voldoende vaardig om te communiceren met de gemeente, SVB en pgb-aanbieder;
- 5.
cliënt is in staat om zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een pgb-aanbieder te kiezen;
- 6.
cliënt is in staat om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan verstrekkers van het pgb;
- 7.
cliënt kan beoordelen en beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is;
- 8.
cliënt kan de inzet van pgb-aanbieders coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;
- 9.
cliënt is in staat om als werk- of opdrachtgever de pgb-aanbieders aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren (CRvB 27-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3761);
- 10.
cliënt heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap of weet deze kennis te vinden.
Bij de beoordeling van de pgb-vaardigheid voor diensten wordt onder meer gebruik gemaakt van de pgb-zelftest van Per Saldo. Cliënten vullen de zelftest in op de website van Per Saldo tijdens het bewust-keuzegesprek met de pgb-specialist. Zo krijgen ze inzicht in de vaardigheden die nodig zijn voor het beheren van een pgb en de mate waarin zij zelf al over deze vaardigheden beschikken. De resultaten van de test worden meegewogen in de besluitvorming op het verzoek tot pgb. Tijdens het bewust-keuzegesprek worden ook het pgb-plan en de zorgovereenkomst besproken die door de cliënt of diens vertegenwoordiger zijn ingevuld. Als cliënt een vertegenwoordiger heeft moet deze altijd aanwezig zijn. Cliënt mag ook iemand uit zijn sociaal netwerk of mantelzorger vragen aanwezig te zijn, of een onafhankelijk cliëntondersteuner. Tijdens dit gesprek is de pgb-aanbieder niet aanwezig.
Als iemand al langere tijd zonder aanmerkingen een pgb ontvangt en de daaraan verbonden taken uitvoert wordt dit meegenomen bij de (her)beoordeling van de pgb-vaardigheid. Dit wordt ook meegenomen in een eventuele afweging voor de beëindiging van het pgb omdat cliënt niet (meer) pgb-vaardig zou zijn. Voordat het college besluit een pgb te beëindigen, dient er en belangenafweging te worden gemaakt (Rechtbank Limburg 30-6-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5728). Als het besluit wordt herzien, dan wel ingetrokken, en het pgb wordt beëindigd, wordt een overgangsperiode van drie tot zes maanden gehanteerd. Hierna kan de maatwerkvoorziening in natura worden verstrekt.
3.1.2 Motivering dat een pgb gewenst is
De cliënt moet zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen.
Dit betekent dat de keuze voor een pgb een weloverwogen keuze van de cliënt (en/of diens vertegenwoordiger) dient te zijn. Als een cliënt de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, moet de cliënt in het pgb-plan zijn motivatie aangeven waarom hij de maatwerkvoorziening in een pgb wil ontvangen. De motivering wordt door het college gewogen en dient als basis voor het al dan niet toekennen van een pgb. De motivering wordt besproken in het “bewustkeuzegesprek”. De cliënt hoeft niet te motiveren waarom zorg in natura niet passend is; hij moet alleen motiveren waarom een pgb een passende vorm van ondersteuning is (EK 2013-2014, 33841, nr. G, p. 28). Wanneer de cliënt de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag voor een pgb niet weigeren. Het college kan een verzoek om een pgb niet afwijzen met als reden dat er een gecontracteerde aanbieder is die zorg in natura kan bieden (CRvB 10-10-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3102).
Als de cliënt het niet zelf kan motiveren en een vertegenwoordiger heeft, wordt de vraag gesteld waarom de cliënt een pgb wenst. Het pgb heeft namelijk vooral een rol in het in eigen handen nemen van de regie over de ondersteuning. Het kiezen voor een pgb dient altijd een bewuste en vrijwillige keuze van de cliënt te zijn
3.1.3 Veilig, doeltreffend en cliëntgericht (kwaliteit)
Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
Dit betekent dat de ingekochte maatwerkvoorziening van goede kwaliteit moet zijn. Dit biedt het college de mogelijkheid om dat te beoordelen. In de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning zijn voor de diensten extra kwaliteitseisen opgenomen waaraan moet worden voldaan.
Een maatwerkvoorziening die met een pgb wordt ingekocht moet vanzelfsprekend veilig zijn. De veiligheid is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit. Voor diensten kan dat gekoppeld zijn aan bijv. het opleidingsniveau van de professionele ondersteuner. Bij hulpmiddelen kan veiligheid betrekking hebben op de bestedingsvrijheid van het pgb. Als het college een traplift in natura niet als veilige maatwerkvoorziening wordt aangemerkt, dan mag de budgethouder ook met een pgb geen traplift aanschaffen.
Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel/resultaat wordt bereikt’. Dit zijn de doelen/resultaten die in de beschikking zijn opgenomen. Met het pgb moet ondersteuning worden ingekocht die efficiënt en effectief is om die doelen/resultaten te bereiken. Het college zal dit onderzoeken gedurende de indicatieduur of bij een verzoek om verlenging van de indicatie.
Het college zet met een doel een bepaald type voorziening in. Daarom is het voor cliënten met meerdere pgb’s niet toegestaan om te schuiven tussen verschillende budgetten, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college.
Het spreekt voor zich dat de ondersteuning gericht moet zijn op de cliënt, met zijn belangen en wensen als uitgangspunt. Dit uitgangspunt kan daarom ook te maken hebben met de samenwerking tussen cliënt en ondersteuner. Gaat het om derden die in dienst zijn bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam zijn, dan zijn kwaliteit en cliëntgerichtheid onderdeel van de professionele standaarden die gelden binnen de beroepsgroep.
3.2 Pgb-vertegenwoordiger
Bij cliënten die niet in staat zijn volledig de eigen regie te voeren, kan een meerderjarige vertegenwoordiger namens de cliënt de regie voeren. Uitgangspunt is dat een vertegenwoordiger, de belangen van de cliënt centraal stelt. Er zijn wettelijke vertegenwoordigers (mentor, curator, bewindvoerder of voogd) en persoonlijke vertegenwoordigers (hulp van derden, eigen netwerk). Daarnaast kan cliënt een pgb-administratiekantoor inschakelen voor de pgb-administratie. Omdat de cliënt in de rol van budgethouder wordt vervangen door een vertegenwoordiger, toetst het college de vertegenwoordiger op dezelfde aspecten als de cliënt (Rechtbank Zeeland-West-Brabant 1-2-2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:381). De budgethouder blijft altijd aansprakelijk, daarom dient nagegaan te worden of:
- •
De budgethouder of diens gemachtigde zich er duidelijk van bewust is dat de vertegenwoordiger, toegang krijgt tot de financiële module (het pgb) van de budgethouder?
- •
De budgethouder of diens gemachtigde zich ervan bewust is dat de budgethouder ten alle tijde 100% aansprakelijk blijft voor alle financiële geldtransacties verricht door de vertegenwoordiger?
- •
De budgethouder of diens gemachtigde in het geval van een onjuiste financiële geldtransactie zich kan distantiëren van diens vertegenwoordiger, door bijvoorbeeld een (gerechtelijke) procedure te starten tegen de vertegenwoordiger?
Beoordeling pgb-vertegenwoordiger
Als er sprake is van een vertegenwoordiger moet de vertegenwoordiger samen met cliënt het formulier “Pgb-verklaring pgb-houder en de (eventuele) vertegenwoordiger” invullen. Dit maakt onderdeel uit het van het pgb-plan. Hierin verklaart de vertegenwoordiger dat hij of zij het pgb op een verantwoorde wijze kan beheren. Dit houdt onder andere in dat de vertegenwoordiger zich bewust is van de verantwoordelijkheid die de rol van vertegenwoordiger voor het pgb inhoudt. Als er sprake is van een wettelijke vertegenwoordiger dient hiervan bewijs te worden aangeleverd.
Tijdens het “bewustkeuzegesprek” wordt de vertegenwoordiging besproken en wordt de pgb-vaardigheid van de vertegenwoordiger getoetst. De vertegenwoordiger moet aan dezelfde pgb-vaardigheden voldoen als de cliënt. Aan een vertegenwoordiger worden een aantal extra voorwaarden gesteld die ook tijdens dit gesprek getoetst worden:
- •
De vertegenwoordiger mag niet vanuit het pgb worden betaald. Dit geldt ook voor de kosten van een pgb-administratiekantoor.
- •
Het aanstellen van een vertegenwoordiger voor het pgb-beheer is een vrijwillige en bewuste keuze van de cliënt en is niet onder druk van de vertegenwoordiger gebeurd.
- •
De vertegenwoordiger mag niet de uitvoerder van de ondersteuning(pgb-aanbieder) zijn die met het pgb wordt ingekocht (CRvB 27-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3761).
- •
De vertegenwoordiger mag geen financiële relatie hebben met de uitvoerder van de ondersteuning. Dit in verband met mogelijke belangenverstrengeling. Als de persoon of organisatie die het pgb beheert wordt betaald door de pgb-aanbieder, is er geen onafhankelijkheid (Rechtbank Limburg 18-1-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:337). Een pgb-aanbieder kan daarom nooit de vertegenwoordiger zijn. In uitzonderlijke gevallen (alleen bij eerste of tweedegraads familie) kan hiervan worden afgeweken. Dit kan alleen wanneer dit gezien de situatie van de cliënt, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden.
- •
De vertegenwoordiger dient met voldoende afstand en kritisch de beheerstaken te kunnen vervullen.
- •
De vertegenwoordiger dient voldoende nabij te zijn. Dit geldt zowel voor fysieke aanwezigheid, als voor tijd om de pgb-taken te kunnen uitvoeren.
Wanneer de cliënt wijzigingen wil aanbrengen in de wijze waarop hij wordt vertegenwoordigd, dient hij dit altijd eerst te melden bij de gemeente. Er moet een nieuwe pgb-verklaring worden ingevuld door de cliënt en de beoogde vertegenwoordiger en de pgb-vaardigheid van de beoogde vertegenwoordiger moet worden beoordeeld.
Toezicht kwaliteit en financieel beheer
Als er een vertegenwoordiger is, dient geborgd te zijn dat de vertegenwoordiger toeziet op zowel het financieel beheer van het pgb, als op de kwaliteit van ondersteuning die wordt ingekocht. Voor de wettelijke vertegenwoordigers geldt dat:
- -
een mentor: neemt beslissingen op het persoonlijke vlak: over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Hij kan inzage krijgen in het medisch dossier van de cliënt. De mentor gaat niet over geldzaken.
- -
een bewindvoerder: beheert bepaalde goederen en/of het geld van de cliënt. Een bewindvoerder neemt geen beslissingen over de gezondheid en mag het medisch dossier van de cliënt niet inzien.
- -
een curator: behartigt de financiële én persoonlijke belangen van de cliënt. Hij is dus eigenlijk zowel mentor als bewindvoerder. Het is de meest vergaande vorm van vertegenwoordiging. De cliënt kan bijna geen eigen beslissingen meer maken. Volgens de wet is hij dan handelingsonbekwaam.
Een wettelijk vertegenwoordiger kan alleen toezicht houden op het financieel beheer of alleen op de kwaliteit van ondersteuning. In dat geval dient een persoonlijke vertegenwoordiger de andere taak op zich te nemen. Als een bewindvoerder of mentor geen taakstelling heeft voor de pgb-beheerstaken, dan mag de gemeente ervanuit gaan dat hij of zij de cliënt niet ondersteunt bij het pgb-beheer en wordt geen pgb verstrekt (CRvB 20-10-2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2575).
3.3 Weigerings- en intrekkingsgronden
Hieronder worden een aantal weigerings- en intrekkingsgronden m.b.t. pgb’s nader toegelicht:
Voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura.
Dit betekent dat het college het pgb beperkt tot de hoogte van het gecontracteerde aanbod. Dit geldt ook als de door cliënt ingekochte pgb-aanbieder een hoger tarief hanteert. Het probleem doet zich voor in gevallen waarin de gemeente voor de voorziening in natura een lage prijs (korting) heeft bedongen bij de aanbieder en cliënt een hoger pgb wenst om bij de door hem gewenste leverancier in te kopen. De gemeente kan volstaan met het lage pgb conform de kostprijs voor de voorziening in natura. De gemeente moet er dan wel voor zorgen dat de cliënt in ieder geval de hulp voor dezelfde prijs bij die aanbieder kan inkopen (zie CRvB 19-9-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2829 en CRvB 26-2-2020, ECLI:NL:CRVB:2020:456) (CRvB 19-9-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2829).
Indien is vastgesteld dat de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.
Een cliënt heeft een inlichtingenplicht. Opzettelijke schending van de inlichtingenplicht kan leiden tot terugvordering van het pgb. Als de pgb-aanbieder opzettelijk hulp en assistentie heeft verleend bij het opzettelijk verstrekken van onjuiste gegevens kan ook bij de pgb-aanbieder het ontvangen pgb worden teruggevorderd. (ECLI:NL:CRVB:2020:667).
Indien is vastgesteld dat de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden.
Dit betekent ook dat als het college niet kan controleren of aan de drie voorwaarden, zoals in paragraaf 5.2.1 benoemd, wordt voldaan omdat de cliënt weigert het pgb-plan in te vullen, mag het een pgb weigeren en de maatwerkvoorziening in natura verstrekken (Rechtbank Rotterdam 29-3-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:2379).
Indien is vastgesteld dat de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt.
Als is vastgesteld dat de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget (pgb) niet of voor een ander doel gebruikt, is dit een reden voor de gemeente om de toekenning te herzien, op te schorten of in te trekken. De gemeente heeft de plicht om te controleren of de middelen rechtmatig en doelmatig worden besteed. Een pgb mag alleen gebruikt worden voor het inkopen van ondersteuning en indien van toepassing instandhoudingskosten.
Er is dus geen verantwoordingsvrij bedrag. Andere voorbeelden van kosten die niet uit het pgb betaald mogen worden, zijn:
- •
reiskosten van de pgb-aanbieder;
- •
bijkomende zorgkosten, zoals cursusgeld voor een cursus die de pgb-aanbieder volgt;
- •
feestdagenuitkering;
- •
eenmalige uitkering bij overlijden;
- •
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
- •
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
- •
kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;
- •
kosten voor het aanvragen van een VOG;
- •
kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere zorgverleners;
- •
kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo;
- •
volgen van cursussen over het pgb;
- •
kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;
- •
alle ondersteuning die onder een algemene (gebruikelijke) valt;
- •
alle ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt;
- •
bijdrage in de kosten (eigen bijdrage).
Indien er sprake is van een spoedeisende situatie.
Een pgb is niet mogelijk als het college, na de melding van de behoefte aan ondersteuning(hulpvraag), een (tijdelijke) maatwerkvoorziening verstrekt vanwege een spoedeisend geval als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet. Immers, het onderzoek naar de vraag of de cliënt is aangewezen op een maatwerkvoorziening moet nog worden uitgevoerd. Ook moet nog onderzocht worden of de cliënt pgb-vaardig is en er wordt voldaan aan de voorwaarden voor een pgb.
3.3.1 Besteding in het buitenland
Er kan niet per definitie gezegd worden dat besteding van het pgb in het buitenland niet mogelijk is. Als de tijdelijke besteding in het buitenland verband houdt met het bijdragen aan de zelfredzaamheid/participatie van de cliënt in de eigen leefomgeving, thuis in Nederland, is besteding in het buitenland mogelijk (Rechtbank Den Haag 15-9-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10229).
4 Pgb-regels voor voorzieningen
In dit hoofdstuk zijn de regels specifiek voor een pgb voor een voorziening vastgelegd.
4.1 Programma van eisen
Om duidelijk te laten zijn aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening moet voldoen, wordt in het besluit een Programma van Eisen opgenomen. Het probleem wordt hierin beschreven, maar er wordt geen specifieke voorziening genoemd. Bijvoorbeeld: de rolstoelvoorziening dient passend te zijn voor uw lichaamsmaten en lichaamsgewicht. Hiermee wordt ook gewaarborgd dat de voorziening cliëntgericht en doeltreffend is.
Door een programma van eisen op te nemen in het besluit wordt voorkomen dat een verkeerde voorziening wordt aangeschaft door onduidelijkheden over de vereisten. Dat zou tot inadequate voorzieningen kunnen leiden waardoor het te bereiken resultaat, het compenseren van problemen, niet wordt bereikt. Dit zou weer tot nieuwe aanvragen kunnen leiden. Wordt toch een voorziening aangeschaft die niet aan dat programma van eisen voldoet, dan is gehandeld in strijd met het besluit.
4.2 Gebruiksduur
Iedere voorziening kent een zogenaamde gebruiksduur. Dit is de gemiddelde duur waarin adequaat gebruik gemaakt moet kunnen worden van die voorziening. Een cliënt wordt geacht met gebruikmaking van het pgb minimaal gedurende deze periode in de aanschaf van een voorziening te kunnen voorzien. De minimale gebruiksduur wordt in het besluit aangegeven. Dit geldt ook wanneer cliënt een tweedehands voorziening aanschaft met het toegekende pgb, waarbij de gebruiksduur naar rato van de leeftijd van de voorziening wordt verminderd (CRvB 21-03-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:818).
Voorzieningen hebben een gebruiksduur van zeven jaar, met uitzondering van trapliften, tilliften, woningaanpassingen en sportvoorzieningen. Trapliften en tilliften hebben een gebruiksduur van tien jaar. Woningaanpassingen hebben een economische afschrijfduur van tien jaar. Sportvoorzieningen hebben een gebruiksduur van zes jaar.
Na afloop van de gebruiksduur wordt pas een nieuw pgb of een voorziening in natura verstrekt als de technische levensduur van de voorziening verstreken is. Dit wordt door middel van een technisch rapport vastgesteld. Het kan voorkomen dat de minimale gebruiksduur is verstreken, maar de voorziening technisch nog in orde is. Er wordt op dat moment nog geen nieuwe voorziening verstrekt, aangezien de voorziening nog steeds de belemmeringen van cliënt oplost. In dit geval kunnen de instandhoudingskosten verlengd worden. De gebruiksduur van de voorzieningen wordt vastgesteld aan de hand van de informatie van de gecontracteerde leveranciers.
Indien een cliënt binnen de vastgestelde gebruiksduur opnieuw een aanvraag indient voor een (soortgelijke) voorziening, zal deze aanvraag worden afgewezen tenzij:
- •
het hulpmiddel adequaat is maar dermate intensief gebruikt dat de gebruiksduur in een specifiek geval korter is dan de gemiddelde gebruiksduur;
- •
de cliënt kan aantonen dat er sprake is van overmacht en dat het niet meer adequaat zijn van de voorziening niet te wijten is aan opzet of nalatigheid van de cliënt, bijvoorbeeld doordat de gezondheidssituatie van cliënt gewijzigd is.
4.3 Bouwkundige of woontechnische ingreep
Een pgb voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan cliënt zelf. Dit is altijd het geval. Zowel als de cliënt eigenaar van de woning is, als wanneer de cliënt huurder van de woning is. In artikel 2.3.7 lid 1 Wmo 2015 is geregeld dat de eigenaar van de woning een noodzakelijke woningaanpassing die door het college of de cliënt wordt aangebracht moet accepteren. Hiermee wordt voorkomen dat de woningeigenaar een noodzakelijke aanpassing kan blokkeren door geen toestemming te geven. In de Wmo is ook vastgelegd dat de woningeigenaar wel in de gelegenheid moet worden gesteld zijn mening te geven over de aanpassing. Hiermee wordt de eigenaar in de gelegenheid gesteld om bij uitvoeringskwesties betrokken te zijn. Tot slot regelt de Wmo dat bij het vertrek van de cliënt de woningaanpassing niet door het college of de cliënt hoeft te worden verwijderd.
4.4 Rolstoel/vervoersvoorziening
Indien de cliënt geen gebruik wenst te maken van een rolstoel/vervoersvoorziening uit het kernassortiment, terwijl deze wel als goedkoopst, adequaat kan worden aangemerkt, maar de voorkeur geeft aan een voorziening buiten het pakket of indien de cliënt de voorziening wil voorzien van verschillende opties en accessoires waarvoor geen (medische) noodzaak bestaat, kan de cliënt met een pgb zelf een voorziening aanschaffen. Daarvoor gelden wel de eisen zoals omschreven in dit hoofdstuk over de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb.
4.5 Hoogte pgb voorziening
De omvang van het pgb voor een voorziening is gebaseerd op de contractafspraken die de gemeente heeft met de leverancier waar de gemeente de voorziening in natura afneemt. Als de voorziening buiten het kernassortiment valt en er geen contractafspraken zijn, wordt de omvang afgeleid uiteen offerte die wordt opgevraagd bij deze leverancier. Bij het bepalen van het normbedrag van de voorziening wordt dus uitgegaan van het bedrag dat de voorziening bij verstrekking in natura zou kosten. Daarbij zal veelal sprake zijn van kortingen, omdat via een contract met een leverancier een grote hoeveelheid voorzieningen afgenomen wordt. Deze korting wordt doorberekend naar het pgb. Het is immers niet de bedoeling dat een pgb meer geld gaat kosten dan verstrekking in natura. In het algemeen kan ervanuit gegaan worden dat ook met een pgb een voorziening met korting bij een door de gemeente gecontracteerde leverancier kan worden aangeschaft (CRvB 26-2-2020, ECLI:NL:CRVB:2020:456). Een cliënt kiest zelf voor een pgb en is daarmee zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van een voorziening. Hieruit vloeit ook voort dat het op zijn/haar weg ligt om bij het college te informeren waar hij/zij deze ondersteuning voor het toegekende bedrag kan kopen. Om hier zicht op te hebben, dient cliënt tenminste één offerte aan te leveren. Mocht de cliënt een voorziening willen aanschaffen die niet geleverd kan worden door de gecontracteerde aanbieder van de gemeente, dan dient de cliënt zelf drie offertes aan te leveren voor het bepalen van de hoogte van het pgb. De hoogte van het pgb is gebaseerd op de voorziening en het pakket van eisen dat is vastgelegd in het besluit. Extra accessoires die niet zijn opgenomen in het pakket van eisen, mogen niet worden betaald vanuit het pgb.
De omvang van een pgb voor een tweedehands voorziening wordt gebaseerd op de goedkoopst adequate individuele voorziening in natura, mits de cliënt met dit bedrag dan ook daadwerkelijk de voorziening kan aanschaffen bij een leverancier. De omvang van het pgb voor een tweedehandsvoorziening wordt naar rato berekend op de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven (gebruiksduur). Deze termijn wordt gebaseerd op het door cliënt aangetoonde bouwjaar. De cliënt hoeft in dit geval geen offertes te overleggen, maar dient het bouwjaar en de aanschafprijs van de tweedehandsvoorziening aan te kunnen tonen. Ook moeten de technische specificaties overlegd worden. Als een cliënt met het pgb een tweedehands voorziening wil aanschaffen, dient hij dit in het pgb-plan kenbaar te maken.
Een cliënt die in aanmerking komt voor collectief aanvullend vervoer kan met een pgb zelf het collectief aanvullend vervoer inkopen. De hoogte van het pgb voor wat betreft het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens het Nibud (miniklasse) waarbij het uitgangspunt geldt dat 1500-2000 kilometer op jaarbasis binnen de directe leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.
Instandhoudingskosten
Naast het berekende aanschafbedrag kan een bedrag worden toegekend voor de instandhoudingkosten van de voorziening. Dit kan alleen voor zover er ook sprake is van instandhoudingskosten bij verstrekkingen in natura. Hiervoor wordt een normbedrag gehanteerd voor onderhoud, reparatie en WA-verzekering. De WA-verzekering maakt alleen onderdeel uit van de instandhoudingskosten voor gemotoriseerde voertuigen met kenteken. Het bedrag zal op declaratiebasis ter beschikking worden gesteld aan de cliënt. De cliënt kan een declaratie indienen tot aan het maximaal beschikbaar gestelde normbedrag, vergezeld met originele facturen en/of betalingsbewijs van de WA-verzekering, het onderhoud of de reparatie. De hoogte van dit normbedrag wordt gebaseerd op de vaste prijs voor instandhoudingkosten uit het voorkeursassortiment van de leverancier, of wordt bepaald op basis van de prijs genoemd in de opgevraagde offerte (bij voorzieningen buiten voorkeursassortiment). De instandhoudingskosten worden gebaseerd op de gebruiksduur van de voorziening. Als de technische levensduur van de voorziening is verstreken, en de voorziening is technisch nog in orde, kunnen de instand-houdingskosten worden verlengd. De instandhoudingskosten per maand (inclusief btw) worden dan vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de instandhoudingskosten worden verlengd.
4.6 Aanschaf en verantwoording
Na ontvangst van de beschikking heeft de cliënt zes maanden de tijd om de voorziening aan te schaffen. Het verantwoordingsformulier met betrekking tot de aanschaf van de voorziening dient binnen één maand na aankoop ingediend te zijn bij de gemeente. Als van tevoren te verwachten is dat de cliënt deze termijn niet haalt, zoals bij grote woningaanpassingen, kan deze termijn verlengd worden in overleg met de gemeente. Hiertoe neemt de cliënt het initiatief. De verantwoording van het pgb voor voorzieningen dient plaats te vinden over het verstrekte bedrag. Als een deel van het verstrekte bedrag niet wordt besteed, wordt dit bedrag teruggevorderd.
Als er ook een bedrag is gereserveerd voor instandhoudingkosten dient over de instandhoudingkosten apart verantwoording afgelegd te worden (op declaratiebasis). Het pgb moet verantwoord worden door middel van de verantwoordingsformulieren die door de gemeente zijn ontwikkeld. Zonder toestemming van de gemeente is het niet mogelijk op een andere manier te verantwoorden. Het verantwoordingsformulier voor de instandhoudingkosten dient binnen één maand na de gemaakte kosten ingediend te zijn bij de gemeente. Er wordt dan direct overgegaan tot uitbetaling, tot de maximaal vastgestelde hoogte van de instandhoudingkosten. Naast het verantwoordingsformulier moeten altijd de volgende stukken worden meegezonden:
- •
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening/reparatie/onderhoud;
- •
een bewijs van betaling van de aangeschafte voorziening/reparatie/onderhoud.
Bewaartermijn administratie
Cliënten zijn verplicht de originele bewijsstukken minimaal vijf jaar te bewaren. Dit betreffen tenminste de volgende documenten:
- -
de toekenningsbeschikking;
- -
het pgb-plan Wmo voorzieningen;
- -
de factuur van de aangeschafte vervoersvoorziening/reparatie/onderhoud;
- -
WA-verzekeringsbewijs van gemotoriseerde voorzieningen met kenteken.
5 Pgb-regels voor diensten
Hieronder volgen de regels die specifiek betrekking hebben op een pgb voor een dienst.
5.1 Betrekken persoon die behoort tot sociale netwerk met pgb
In de Wmo is vastgelegd dat het college moet onderzoeken of inzet van mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk van cliënt kan bijdragen aan verbetering van de zelfredzaamheid of de participatie van cliënt. Uitgangspunt is dat deze hulp geboden wordt zonder betaling. Dit betekent dat verwacht wordt dat zij de cliënt als mantelzorger hulp bieden. Een pgb wordt niet toegekend met de bedoeling dit in te laten vullen door een potentiële mantelzorger. Als achteruitgang in inkomen van de mantelzorger een duidelijk verband kent met de individuele situatie van de cliënt, moet dit aspect wel worden betrokken bij het in kaart brengen van de leefsituatie. Let wel, het pgb is bedoeld als budget om de noodzakelijke ondersteuning te bieden en niet als inkomensvoorziening. Als een mantelzorger bovengebruikelijke zorg biedt, en er een pgb wordt aangevraagd om de mantelzorger te ontlasten, dan kan het pgb niet ingezet worden om ondersteuning bij deze mantelzorger in te kopen. Een pgb ontlast de mantelzorg in deze situatie niet. (Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2020:3834).
Eén van de voorwaarden voor toekenning van een pgb, is dus dat de hulp die de persoon biedt veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Het college moet vaststellen of de kwaliteit van de hulp die de persoon uit het sociaal netwerk biedt, passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de cliënt. Of de kwaliteit van de hulp toereikend is, is niet alleen afhankelijk van de deskundigheid van de hulpverlener en zijn hulpverlening. Het is ook afhankelijk van de situatie en (achtergrond van) de problematiek van de cliënt. De hulp die een hulpverlener biedt, kan namelijk de ene cliënt wel in staat stellen zijn doelen te realiseren, terwijl dit de andere cliënt (gelet op zijn problematiek) onvoldoende oplossing biedt. Het college onderzoekt dus altijd welke hulp de cliënt nodig heeft. Het gaat dan niet alleen om de vorm, frequentie en duur, maar ook of de situatie van de cliënt professionele hulp noodzakelijk maakt, of dat de cliënt de doelen ook kan bereiken als er hulp wordt geboden door iemand uit het sociaal netwerk. Het kan zijn dat de situatie van de cliënt tot de conclusie leidt dat – gelet op zijn specifieke problematiek – alleen professionele hulp een doeltreffende oplossing voor de hulpvraag biedt. In dat geval kan iemand uit het sociale netwerk deze hulp niet bieden. Wanneer professionele ondersteuning noodzakelijk is, hoeft het college niet te beoordelen of de informele pgb-aanbieder aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden voldoet aan de kwaliteitseisen. De budgethouder zal dan een door het college goedgekeurde professionele aanbieder moeten inschakelen. Lukt dat niet, dan weigert het college het pgb en zal een maatwerkvoorziening in natura worden toegekend
Professionele hulp betekent niet alleen dat er aan de hand van bepaalde methoden wordt gewerkt en de betreffende professional de noodzakelijke diploma’s heeft. Het betekent ook dat de professional objectief en onafhankelijk kan handelen. Een familielid (of andere persoon uit het sociaal netwerk van de cliënt) kan door zijn persoonlijke relatie met de cliënt niet volledig objectief en onafhankelijk handelen. De kwaliteit van de ondersteuning die hij/zij de cliënt kan bieden is in dat geval onvoldoende. Ook kan zich de vraag voordoen of een persoon uit het sociaal netwerk in staat is om de cliënt iets aan te leren zodat hij daarna niet meer is aangewezen op een maatwerkvoorziening. Dit gelet op de directe sociale relatie tussen hen. Als dit niet het geval is, is de inzet van ondersteuning via het sociale netwerk niet mogelijk. Het aanleren van activiteiten zou meer kans van slagen kunnen hebben als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de cliënt staat. Dit gelet op de professionele distantie.
Wie het pgb mag invullen, of beter geformuleerd: wie het pgb niet mag invullen, kan als voorwaarde voor het pgb in het besluit worden opgenomen.
5.2 Kwaliteitseisen
Aan de geboden ondersteuning door pgb-aanbieders worden bepaalde kwaliteitseisen gesteld. Gezien het karakter van een pgb, de cliënt voert zelf de regie, zijn de kwaliteitseisen over het algemeen niet een op een overgenomen van de kwaliteitseisen voor maatwerkvoorzieningen in natura. In eerste instantie is de budgethouder ervoor verantwoordelijk om toe te zien op de kwaliteit van de geleverde ondersteuning. Echter, het college heeft als verstrekker van het budget ook een rol. Aan de voorkant beoordeelt het college of de pgb-aanbieder voldoet aan de kwaliteitscriteria. Ook kan het college de geboden ondersteuning periodiek toetsen aan gestelde kwaliteitseisen. Tijdens deze toets wordt gecontroleerd of de geboden ondersteuning uit het pgb-plan uitgevoerd wordt en of de gestelde doelen worden behaald. In de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning zijn de kwaliteitseisen voor de pgb-aanbieders vastgesteld. Er wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke ondersteuning en begeleiding en tussen ondersteuning vanuit het sociaal netwerk en van professionals.
5.3 Voortgang en verantwoording begeleiding
Voor begeleiding geldt dat cliënt na de toekennen van de ondersteuning samen met de beoogde pgb-aanbieder een ondersteuningsplan opstelt waarin staat omschreven op welke wijze de door de gemeente vastgestelde resultaten(doelen) behaald gaan worden en welke inzet daarop wordt gepleegd. Deze moet bij de eerste voortgangsrapportage ingediend worden bij de gemeente.
Als cliënt ontwikkelingsgerichte begeleiding ontvangt dient een keer per halfjaar een voortgangsrapportage ingediend te worden bij de gemeente. Hierin wordt het behaalde resultaat per doelstelling gerapporteerd op basis van de doelen zoals vastgesteld in de beschikking. Als cliënt behoudsgerichte begeleiding ontvangt dient na het eerste half jaar het ondersteuningsplan met een voortgangsrapportage ingediend te worden. Hierna dient eens per jaar een voortgangsrapportage ingediend te worden.
5.4 Hoogte pgb voor diensten
In de Verordening zijn de kaders vastgelegd voor de pgb-tarieven voor diensten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning en hulp vanuit het sociaal netwerk. In het Besluit zijn de daarbij bijbehorende pgb-tarieven voor diensten vastgelegd.
Aan de professionele hulp worden in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning eisen gesteld waaraan de pgb-aanbieder moet voldoen. Personen die tot het sociaal netwerk van cliënt vallen altijd onder informele hulp (hulp vanuit sociaal netwerk), ongeacht of ze aan de eisen voor professionele hulp voldoen. Een moeder die ondersteuning biedt aan haar kind en voldoet aan eisen voor formele hulp, valt zodoende onder de informele hulp. (ECLI:NL:CRVB:2021:1999). Buren behoren niet per definitie tot het sociale netwerk. Om onder het sociaal netwerk te vallen is doorslaggevend of met de desbetreffende persoon daadwerkelijk een sociale relatie wordt onderhouden (ECLI:NL:RBOBR:2021:403).
Het kan voorkomen dat het door de cliënt beoogde aanbod duurder is dan het aanbod van het college. Dit betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd wordt. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste pgb-aanbieder duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.
5.5 Uitbetaling pgb
Wanneer in het bewustkeuze-gesprek overeenstemming is bereikt tussen cliënt en de gemeente over het pgb-plan, ontvangt de cliënt het besluit en kan de cliënt de benodigde ondersteuning contracteren. In het besluit staat de omvang van het pgb, het maximale uurloon en voor welke termijn het pgb bedoeld is. Daarnaast is in de beschikking opgenomen voor welk(e) doel(en) het pgb is toegekend en welke voorwaarden er aan het pgb gesteld worden. Zodra de beschikking wordt verzonden, wordt het pgb beschikbaar gesteld. De cliënt sluit vervolgens een zorgovereenkomst af waarin de te leveren ondersteuning en het loon wordt omschreven.
Trekkingsrecht SVB
De Wmo2015 bepaalt dat het pgb niet rechtstreeks aan de cliënt wordt uitbetaald maar dat er een trekkingsrecht is; de SVB verricht de betalingen. Het pgb wordt door de gemeente aan de SVB beschikbaar gesteld. Na opdracht van de cliënt verricht de SVB de betalingen en voert nog enkele bijkomende administratieve zaken uit. Daarnaast toetst de SVB ook de zorgovereenkomsten die budgethouders afsluiten op arbeidsrechtelijke aspecten. Bij elke betaalopdracht controleert de SVB of de betaling klopt met de zorgovereenkomst. Als de SVB geen zorgovereenkomst heeft, kan de pgb-aanbieder niet worden uitbetaald. De duur van de zorgovereenkomst kan niet langer zijn dan de in de beschikking opgenomen einddatum van de toegekende ondersteuning, mits er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dan is het wel mogelijk om een overeenkomst voor onbepaalde tijd af te sluiten. Voor diensten geldt dat nadat de ondersteuning is geleverd tot uitbetaling aan de pgb-aanbieder wordt overgegaan (tot een maximum van het pgb-bedrag). De niet bestede pgb-bedragen worden door de SVB terugbetaald aan de gemeente.
Uitbetaling op declaratiebasis
De cliënt of diens vertegenwoordiger dient een zorgovereenkomst af te sluiten met de betrokken pgb-aanbieder. Betaling van de diensten vindt plaats op declaratiebasis. Uitbetaling kan niet plaatsvinden wanneer de cliënt kiest voor een pgb op basis van maandloon of een vast bedrag per maand, tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen cliënt en pgb-aanbieder. De budgethouder heeft met uitbetaling op declaratiebasis veel meer de regie en goed zicht op de levering en uitgave van de ondersteuning.
Bewaartermijn administratie
Cliënten zijn verplicht, op grond van de belastingwetgeving, de pgb-administratie minimaal vijf jaar te bewaren. Dit betreffen de originele documenten. Onder deze documenten vallen tenminste:
- •
de toekenningsbeschikking;
- •
het pgb-budgetplan;
- •
de zorgovereenkomst(en) en wijzigingen op de zorgovereenkomst(en);
- •
de facturen/loonspecificaties SVB;
- •
declaraties/urenverantwoordingsstaten.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl