Beleidsregels saneringskrediet gemeente Coevorden

Geldend van 05-02-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels saneringskrediet gemeente Coevorden

Het college besluit:

  • De Beleidsregels saneringskrediet gemeente Coevorden 2025 vast te stellen.

Artikel 1. Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    Afloscapaciteit: Het geldbedrag dat verzoeker maandelijks kan aflossen. Dit geldbedrag is gebaseerd op een berekening van de inkomsten van de verzoeker op basis van de vrij te laten bedrag (VTLB) calculator en de regels die gelden voor het gebruik hiervan volgens de normen van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK).

  • b.

    Consulent: Medewerker die belast is met het uitvoeren van schuldhulpverlening.

  • c.

    Kredietverstrekker: Gemeentelijke Kredietbank Nederland (GKB)

  • d.

    NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet.

  • e.

    Opdracht: Signaal van schuldhulpverlening aan kredietverstrekker dat er een saneringskrediet verstrekt mag worden aan Verzoeker.

  • f.

    Problematische Schulden: Schulden van een natuurlijk persoon waarbij redelijkerwijs is te voorzien dat deze persoon niet zal kunnen voortgaan met het (af)betalen van deze schulden of al is gestopt met betalen. In ieder geval een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden met een betalingsregeling.

  • g.

    Plan van aanpak: Trajectomschrijving met producten en diensten (in- en extern) die de klant wordt aangeboden, gekoppeld aan de beschikking;

  • h.

    Saneringskrediet: een krediet dat verstrekt wordt in het kader van schuldhulpverlening om problematische schulden van een verzoeker om te zetten in één schuld bij de kredietverstrekker, welke schuld in 18 maanden tijd afbetaald moet worden door verzoeker.

  • i.

    Schuldhulpverlening: het ondersteunen van verzoeker bij het vinden van een adequate oplossing voor (problematische) schulden en ook begeleiding en nazorg.

  • j.

    Verzoeker: ingezetene die op grond van de Basisregistratie Personen (BRP) bij de gemeente Coevorden is ingeschreven en een beroep doet op schuldhulpverlening.

  • k.

    Waarborgfonds saneringskredieten (WSK); staat borg voor het terugbetalen van een saneringskrediet. Het WSK is een collectieve verzekering. Het neemt het risico op oninbare vorderingen over van de gemeente. De premie bedraagt 1,3% van de afloscapaciteit.

Voor de overige in deze beleidsregels gehanteerde begrippen gelden de definities zoals opgenomen in de Verordening schuldhulpverlening gemeente Coevorden.

Artikel 2. Algemene toegang saneringskrediet

  • 1. De doelgroep; zie art.2 verordening schuldhulpverlening gemeente Coevorden.

  • 2. Het college kan een saneringskrediet inzetten als vorm van schuldhulpverlening als aan de voorwaarden gesteld in artikel 2 van de beleidsregels en artikelen 2, 5 en 6 van de verordening wordt voldaan, deze zijn ter beoordeling van het college.

Artikel 3 Aanvullende voorwaarden

Indien een Saneringskrediet wordt verstrekt als vorm van Schuldhulpverlening gelden er, naast de voorwaarden gesteld in deze beleidsregels, de voorwaarden zoals opgenomen in de Verordening schuldhulpverlening gemeente Coevorden. Daarnaast gelden enkele aanvullende voorwaarden:

  • a.

    Een saneringskrediet wordt verstrekt aan een verzoeker die leeft op een inkomen gelijk aan of hoger dan 130% van het sociaal minimum exclusief vakantietoeslag, behalve bij uitzonderlijke omstandigheden. Dit betekent in de praktijk: Saneringskrediet, tenzij er een weigeringsgrond (zoals genoemd in artikel 3) is;

  • b.

    De verzoeker leeft tijdens de periode van het saneringskrediet als voorwaarde op het niveau van het vrij te laten bedrag (Vtlb), waarbij de afloscapaciteit naar de schuldeiser(s) gaat;

  • c.

    budgetbeheer geldt als voorwaarde tenzij financieel beheer of bewind van toepassing is;

  • d.

    aflossing van het krediet verloopt via budgetbeheer, deelinning bij werkgever/uitkering of periodieke overboeking van de toelaatbaarheidsverklaring van de lopende rekening van schuldenaar;

  • e.

    De richtlijnen van het WSK worden gevolgd ten aanzien van de hoogte van het saneringskrediet, maximale aflossingsbedrag en de maximale afloscapaciteit.

  • f.

    Bij wijziging van het inkomen zal maatwerk worden toegepast ten aanzien van aflossing, uitstel, aanpassing van de hoogte van de aflossing en eventuele verlenging.

Artikel 4. Herfinanciering

Bij gehele aflossing van het saneringskrediet is er sprake van herfinanciering bij de vorming van nieuwe schulden. Is dit niet het geval dan is er opnieuw sprake van een saneringskrediet. Ontstaan er vervolgens tijdens de looptijd van dit nieuwe saneringskrediet weer nieuwe schulden, dan worden deze door middel van schuldbemiddeling opgelost.

Artikel 5. Overlijden

Als een klant komt te overlijden, dan wordt een eventueel openstaande vordering gedekt door het Waarborgfonds Saneringskredieten (WSK).

Artikel 6. Kosten financieel beheer

Kosten van het financieel beheer worden toepast bij het verstrekken van een saneringskrediet, tenzij er sprake is van bewindvoering.

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

Artikel 7. Weigeringsgronden saneringskrediet

Een Saneringskrediet kan worden geweigerd als het college constateert dat;

  • a.

    naar verwachting de afloscapaciteit van verzoeker de komende 18 maanden sterk zal stijgen of dalen;

  • b.

    de verzoeker sterk wisselende inkomsten heeft, waardoor er een groter risico is dat de betalingsverplichting niet nageleefd kan worden;

  • c.

    de verzoeker een afloscapaciteit heeft gelijk aan of hoger dan €10.000 berekend over 18 maanden;

  • d.

    de schulden binnen 36 maanden volledig afgelost kunnen worden middels een betalingsregeling, er is dan geen sprake van problematische schulden;

  • e.

    als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de verzoeker het saneringskrediet niet (volledig) terugbetaalt en/of de kredietwaardigheid beïnvloed wordt. Gegronde reden zijn in ieder geval als;

    • 1.

      er sprake is van een actieve verslaving en/of;

    • 2.

      verzoeker zich op dit moment of de afgelopen twee jaar schuldig heeft gemaakt aan crimineel gedrag of activiteiten en/of;

    • 3.

      verzoeker een ernstige psychiatrische of mentale beperking heeft, tenzij er sprake is van beschermingsbewind;

    • 4.

      Er geen duurzame stabiliteit is van de woon- en leefsituatie;

    • 5.

      er beslag ligt.

Hoofdstuk 4 Aanvullende eisen

Artikel 8. Verstrekking

Als het College beoordeelt dat verzoeker aan de voorwaarden voldoet wordt er door het College een opdracht verstrekt aan de Gemeentelijke Kredietbank Nederland tot het verstrekken van het saneringskrediet, met daarin een risicodekking middels premiebetaling van 1,3% over de afloscapaciteit bij het Waarborgfonds saneringskredieten.

Artikel 9. Voortgang

Het college zal verzoeker, tijdens de duur van het aflossen van het Saneringskrediet, in een plan van aanpak, verplichtingen opleggen die erop gericht zijn om duurzame gedragsverandering en vaardigheden ten aanzien van de financiële huishouding te realiseren of vast te houden. Dit om nieuwe schulden te voorkomen en verzoeker duurzaam financieel zelfredzaam te maken.

Artikel 10. Hoogte saneringskrediet

Het Saneringskrediet bedraagt maximaal de maandelijkse afloscapaciteit vermenigvuldigd met 18 maanden, tot een maximum van €10.000 gerekend over 18 maanden.

Artikel 11. Rente

De rente die berekend wordt over het saneringskrediet wordt in mindering gebracht op de aflossing aan de schuldeisers.

Artikel 12. Duur saneringskrediet

Het Saneringskrediet wordt in 18 maanden terugbetaald door de verzoeker. Als gedurende de looptijd blijkt dat de verzoeker door omstandigheden (tijdelijk) minder of niet kan aflossen, kan de termijn met uiterlijk éénmaal 6 maanden worden verlengd, tenzij verzoeker niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Artikel 13. Hardheidsclausule

Als de verzoeker niet in aanmerking komt voor een saneringskrediet op basis van de voorwaarden afloscapaciteit (artikel 3,4,5), kan het college, gelet op de omstandigheden van verzoeker, in het individuele geval en met gegronde redenen beoordelen of verzoeker in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een saneringskrediet.

Artikel 14. Ingangsdatum en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op … 2025.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels Saneringskrediet gemeente Coevorden 2025”.

Ondertekening

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Coevorden op 16/09/25

Toelichting beleidsregels

Algemeen

Het College van Coevorden beoogt met deze beleidsregels het mogelijk te maken een saneringskrediet te verstrekken als vorm van schuldhulpverlening.

Door het verstrekken van een saneringskrediet kunnen schuldeisers middels een akkoord worden afgekocht en blijft er slechts één schuld over voor de verzoeker, namelijk het saneringskrediet. Dit krediet wordt gebruikt om de overige schulden af te lossen. Vaak gaat het om een gedeeltelijke aflossing van deze schulden, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker.

Voor de verzoeker is het daarmee duidelijk wat de omvang van de nog af te betalen schuld is en hoeveel er maandelijks afgelost moet worden. Dat geeft een hoop rust en ruimte aan verzoeker. Tegelijkertijd kunnen schuldeisers hun boeken afsluiten in plaats van deze gedurende een aantal jaren open te houden en er administratie op te voeren. Schuldhulpverleners hebben ook minder administratie doordat er geen her-controle uitgevoerd hoeven te worden. Deze tijd kan worden besteed aan extra begeleiding aan cliënt, met als doel financiële zelfredzaamheid na afloop van het traject.

Ondanks de voordelen blijft het verstrekken van een Saneringskrediet één van de mogelijke vormen van schuldhulpverlening; dit instrument is niet in alle situaties inzetbaar of wenselijk.

Met deze beleidsregels beoogt het College aan te geven onder welke omstandigheden zij een Saneringskrediet als mogelijkheid ziet.

Toelichting Algemene toegang: artikel 2

Artikel 2 en 3 geven aan wie een verzoek kan indienen voor schuldhulpverlening bij het college en wanneer het college in algemene zin kan besluiten om schuldhulpverlening aan te bieden. Deze artikelen komen overeen met de artikelen 2 en artikel 3 van de Verordening schuldhulpverlening.

Het verstrekken van een saneringskrediet is een specifieke vorm van schuldhulpverlening.

De beleidsregels saneringskrediet Coevorden 2025, zijn in essentie een verscherping van en aanvulling op de huidige Verordening schuldhulpverlening Coevorden.

Voorwaarden saneringskrediet: artikel 3

In artikel 3 wordt gesproken over afloscapaciteit in de plaats van inkomen.

De term afloscapaciteit sluit beter aan bij de realiteit van schulden aflossen. Een inkomen kan namelijk stijgen, maar door deze stijging kunnen bepaalde toeslagen dalen, waardoor de afloscapaciteit hetzelfde blijft. En uiteindelijk gaat het erom wat verzoeker feitelijk maandelijks kan missen aan budget om af te lossen.

Er moet een inschatting worden gemaakt of er de komende 18 maanden een wijziging te verwachten is in de afloscapaciteit, zowel of er een toename of een afname te verwachten valt. In het eerste geval kunnen bij een saneringskrediet schuldeisers tekort worden gedaan, in het tweede geval komt de verzoeker en de gemeente als garantsteller in financiële problemen omdat er niet meer voldaan kan worden aan de aflossing. Wanneer schuldeisers op voorhand al vermoeden dat ze tekortgedaan worden zullen zij niet instemmen met een voorstel, met als risico dat verzoeker uiteindelijk geen regeling kan treffen binnen de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP). Er kan nog wel een beroep gedaan worden op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

Wanneer een verzoeker sterk wisselende inkomsten heeft waarbij de ene maand heel veel verdiend wordt en de andere maand heel weinig is het lastiger om de betalingsverplichting na te komen.

Het is in ieder geval aannemelijk dat de inkomenssituatie en daarmee de afloscapaciteit niet wijzigt in de situaties waar een verzoeker in een uitkeringssituatie is vrijgesteld van de sollicitatieverplichting.

Dat geldt bijvoorbeeld voor verzoekers met een Wajong, WIA of AOW-uitkering. Maar ook bij verzoekers met een Participatiewet uitkering kan dit aan de orde zijn als de kans op uitstroom klein is of de uitstroom plaatsvindt naar een baan met een minimuminkomen (daling toeslagen, extra kosten zoals reiskosten). Nadrukkelijk staat een saneringskrediet ook open voor verzoekers met betaald werk, waarbij de kans op een hoger of lager inkomen voor de komende 18 maanden (zeer) klein zijn (bijvoorbeeld door leeftijd, opleidingsniveau, gezinssamenstelling, bepaalde beperkingen, etc.). Voor deze groepen is een saneringskrediet een heel bruikbaar en gewenst instrument om in te zetten.

Om de financiële risico’s voor de Gemeente enerzijds te beperken, en anderzijds om toch zo veel mogelijk inwoners te kunnen helpen, is gekozen voor aansluiting bij het waarborgfonds saneringskredieten. Tegen betaling van 1,2% premie wordt het risico van een onbetaalde openstaande vordering door de gemeente afgekocht. We stellen hierbij een grens per te verstrekken saneringskrediet op maximaal €10.000 afloscapaciteit (€556 p/m), waardoor de kosten voor het WSK per verzoeker nooit hoger zullen zijn dan €100.

Uiteindelijk is het een afweging per verzoeker tussen de al dan niet aanwezige ondersteunende en risicovolle kenmerken. Deze afweging wordt gemaakt door de consulent Schuldhulpverlening.

Verstrekking en voortgang: artikel 8 en 9

Het al dan niet verstrekken van een saneringskrediet als vorm van schuldhulp is uiteindelijk een afweging per verzoeker tussen de al dan niet aanwezige ondersteunende en risicovolle kenmerken. Deze afweging wordt, namens het college, gemaakt door de consulent schuldhulpverlening. Een saneringskrediet wordt door de consulent schuldhulpverlening aangeboden aan een verzoeker, zodra deze hier akkoord mee is, kan de opdracht worden verstrekt aan de kredietverstrekker. Hoe dit precies gebeurt is vastgelegd in werkafspraken met de Kredietverstrekker.

Voordat aan een verzoeker een saneringskrediet wordt aangeboden is er vaak al veel gebeurt in het stabiliseren van de financiële situatie en het aanleren van ‘nieuw financieel gedrag’ en vaardigheden. Het is belangrijk dat er na het verstrekken van het saneringskrediet aandacht blijft voor het vasthouden van dit nieuwe gedrag/het inslijpen van dat wat geleerd is. Wat hiervoor nodig is kan per verzoeker verschillen. Gedacht kan worden aan regelmatige gesprekken met de consulent schuldhulpverlening, inzet van IDH Schuldhulpmaatje tijdens en/of na afloop van het traject, inzet van budgetcoaching of budgetbeheer. Alle afspraken en verplichtingen worden vastgelegd in een plan van aanpak en middels een beschikking met verzoeker gedeeld.

Artikel 11

De rente die berekend wordt over het saneringskrediet wordt in mindering gebracht op de aflossing aan schuldeisers. Het voordeel voor schuldeisers is dat ze na het verstrekte saneringskrediet hun administratie ten aanzien van de schuld meteen kunnen afsluiten en daar verder geen kosten meer aan hebben. Voor een schuldbemiddelingstraject worden overigens ook kosten in rekening gebracht, die ten laste komen van de afloscapaciteit.

Artikel 12

Ondanks een zorgvuldige intake kunnen er gedurende 18 maanden onvoorziene ontwikkelingen optreden waardoor het terugbetalen van het saneringskrediet al dan niet tijdelijk stopt of minder is. Door de mogelijkheid van verlenging kan verzoeker in staat worden gesteld om toch zo veel als mogelijk het saneringskrediet terug te betalen. Dit is in lijn met de werkwijze van de Kredietverstrekker. Deze treedt in overleg met schuldhulpverlening, of indien van toepassing met de bewindvoerder, op het moment dat een dergelijke situatie zich voordoet.

Artikel 13

Het toepassen van de hardheidsclausule wordt gedaan op basis van het advies van de consulenten schuldhulpverlening. Gegronde redenen hiervoor zijn de inschatting dat er dermate veel waarborgen zijn dat de aflossing door de verzoeker kan en zal worden gedaan, in combinatie met een situatie waarbij het in het belang van de verzoeker is om voor een saneringskrediet te kiezen. Daarnaast dient er geen sprake te zijn van een inschatting dat de afloscapaciteit zeer significant zal gaan stijgen in de komende 18 maanden.