Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756291
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756291/1
Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2025
Geldend van 06-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemnes 2025Burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes,
gelet op de artikelen in de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer Eemnes 2025, waarbij het college de bevoegdheid is gegeven beleidsregels op te stellen;
besluiten vast te stellen:
de Beleidsregels bekostiging Leerlingenvervoer Eemnes 2025, ter uitvoering van de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer Eemnes 2025.
1. Co-ouderschap - Basis: artikel 2.1 van de Verordening
Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder, als de vader in afwisseling, met vaste regelmaat de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Bij co-ouderschap kan er recht zijn op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft.
Voor het in aanmerking komen voor een bekostiging naar de adressen van beide ouders dienen ouders een aanvraag in voor de dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft. Woont één van de ouders in een andere gemeente dan moet deze ouder in die gemeente leerlingenvervoer aanvragen.
2. Dichtstbijzijnde toegankelijke school - Basis: artikel 2.3, 3.1, 3.2 en 4.9 van de Verordening
Met de dichtstbijzijnde toegankelijke school wordt bedoeld een school die passend is voor het juiste onderwijs aan een kind en die het meest dichtbij de woning ligt. Daarbij moet die school ruimte hebben om een leerling te kunnen plaatsen en het juiste onderwijs kunnen bieden. Als gekozen wordt voor een school die verder weg ligt dan een andere school met hetzelfde soort onderwijs dichterbij, dan komt men mogelijk niet in aanmerking voor leerlingenvervoer.
Als er sprake is van scholen uit hetzelfde cluster en de ene school is dichterbij dan de ander, dient bij de aanvraag een verklaring van de dichterbij gelegen school overlegd te worden waaruit blijkt waarom deze niet toegankelijk is en de verder weg gelegen school binnen hetzelfde cluster wel.
Voor een aanvraag met betrekking tot hoogbegaafden onderwijs geldt dat sprake moet zijn van voltijds HB onderwijs op een school met daartoe gespecialiseerd personeel. Door de ouders dient te worden aangetoond dat een reguliere, dichterbij gelegen basisschool niet toegankelijk is voor het kind. Deze rapportage moet zijn gemaakt voordat het kind wordt ingeschreven op de school waarvoor de reisvergoeding wordt aangevraagd.
Als er sprake is van scholen uit hetzelfde cluster (cluster 3 lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch) of cluster 4: kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen) en de ene school is dichterbij dan de ander, dient bij de aanvraag een verklaring van de dichterbij gelegen school overlegd te worden waaruit blijkt waarom deze niet toegankelijk is
3. Afstand en reistijd - Basis: artikel 3.2 van de Verordening
3.1. Berekening van de afstand per fiets
De afstand van vervoer per fiets wordt bij toetsing van de aanvraag gemeten via de ANWB Routeplanner. Mocht het adres nog niet bekend zijn of het college constateert dat de aangegeven route feitelijk onjuist is, dan is het college gerechtigd een andere methode te gebruiken.
Bij de berekening van de afstand van huis naar school wordt de kortst begaanbare, veilige route per fiets aangehouden. Als de afstand tussen de woning en school zes kilometer of korter is, wordt geen vergoeding verstrekt en kan een uitdraai met de beschikking meegestuurd worden ter onderbouwing van de weigering.
3.2. Berekening van de afstand per auto
Het college kan ouders toestemming verlenen om hun kind zelf met de auto naar school te brengen. Als aanspraak bestaat op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, krijgen ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto. De afstand wordt gemeten via de ANWB Routeplanner. Mocht het adres nog niet bekend zijn of het college constateert dat de aangegeven route feitelijk onjuist is, dan is het college gerechtigd een andere methode te gebruiken.
Bij de berekening van de afstand van huis naar school wordt de kortst begaanbare route per auto aangehouden. Als de afstand tussen de woning en school zes kilometer of korter is, kan bij een negatieve beschikking op de aanvraag een uitdraai worden meegestuurd ter onderbouwing van de weigering.
3.3. Vaststellen kosten openbaar vervoer - Basis: artikel 15 en 16 van de Verordening
Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de daaraan gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de door de Reisinformatiegroep BV beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292 of www.9292.nl op het moment van toetsing.
Bij een toekenning lopende het schooljaar wordt de vergoeding naar rato uitgekeerd, waarbij een schooljaar gesteld wordt op maximaal 200 dagen. Daarbij kan ouders gevraagd worden een bewijs van aankoop van het abonnement te overhandigen. Het is niet geoorloofd het geld voor het abonnement ergens anders aan te besteden.
4. Deskundige – Basis: artikel 3.2 en 4.1 van de Verordening
Als deskundige geldt de onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige. Aanvrager, gemeente en samenwerkingsverband bepalen wie gevraagd zal worden als onafhankelijk deskundige. Als onafhankelijk geldt niet de huisarts van het gezin of een orthopedagoog in dienst van de school of het samenwerkingsverband.
5. Ontzegging van toegang tot het vervoer door de gemeente - Basis: artikel 4.4 van de Verordening
Een leerling kan de toegang tot het vervoer worden ontzegd als is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Hierbij wordt onderstaand protocol gehanteerd. Afhankelijk van de ernst van gedraging van de leerling en de omstandigheden kan worden afgeweken van dit protocol.
- 1.
Bij gedrag waarbij een leerling direct uit de bus verwijderd zou kunnen worden (denk aan fysiek geweld, dreiging met een mes e.d.), kan de politie worden ingeschakeld door de vervoerder en kan de leerling per direct de toegang tot het vervoer worden ontzegd door de vervoerder.
- 2.
Bij overig wangedrag kan de vervoerder de leerling in eerste instantie een waarschuwing geven. De ouders worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld en de gemeente wordt eveneens geïnformeerd door de vervoerder. De ouder kan met de vervoerder in gesprek gaan bij verschil van inzicht. Wanneer de leerling van het vervoer gebruik mag blijven maken, dient deze zich daarbij te gedragen.
- 3.
Bij herhaling van het gedrag waarvoor gewaarschuwd is of nieuw wangedrag van de leerling na de waarschuwing, kan de gemeente consequenties aan het wangedrag verbinden. De gemeente kan de leerling schorsen van het vervoer.
- 4.
Wanneer het wangedrag blijft bestaan, is permanente ontzegging tot het vervoer mogelijk.
In geval van schorsing of ontzegging tot het vervoer regelt de gemeente geen vervangend vervoer.
6. Afwijken van bepalingen - Basis: artikel 5.2 van de Verordening
De verordening kent een mogelijkheid voor het college om in bijzondere gevallen af te wijken van hetgeen in de verordening is bepaald, de zogenaamde hardheidsclausule. Toepassing van de hardheidsclausule is bedoeld voor echt uitzonderlijke situaties, omdat het overgrote deel van de voorkomende situaties in de verordening is geregeld. Dit betekent dat in gevallen die niet in de verordening geregeld zijn en waarin dit tot een kennelijk onbillijke situatie zou leiden er met een beroep op deze bepaling alsnog bekostiging van leerlingenvervoer kan worden verleend. De hardheidsclausule zal in een aantal situaties niet worden toegepast.
- –
Het afwijken van bepalingen wordt niet toegepast als er sprake is van de omstandigheid dat ouders/verzorgers wegens werkzaamheden of andere bezigheden de leerling niet naar school kunnen brengen of begeleiden. Immers ook ouders die geen aanspraak maken op leerlingenvervoer zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het vinden van een oplossing voor het combineren van arbeid en zorg. De genoemde omstandigheden kunnen wel in combinatie met andere relevante omstandigheden aanleiding zijn voor het toepassen van de hardheidsclausule.
- –
De hardheidsclausule wordt niet toegepast als er over gelijksoortige omstandigheden reeds jurisprudentie bestaat en dat hieruit blijkt dat het toepassen van de hardheidsclausule niet aan de orde is. Met name rondom de begeleiding en ouderparticipatie zijn er diverse uitspraken waaruit blijkt dat er veel van een ouder mag worden verwacht in de begeleiding van zijn kind(eren).
Ter voorkoming van – ongewenste – precedentwerking moet de toepassing van de hardheidsclausule worden onderbouwd met argumenten die op de specifieke, concrete situatie van de ouders en/of de leerling betrekking hebben.
7. Inwerkingtreding, intrekken en citeertitel
Deze beleidsregels treden in werking op de derde dag na publicatie en gelden daarmee vanaf het moment dat de tekst over bekostiging leerlingenvervoer uit de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer Eemnes 2025 geldt.
Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels bekostiging Leerlingenvervoer Eemnes 2025’.
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Eemnes, 11 november 2025
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl