Aanwijzingsbesluit aanwijzing gebied ten behoeve van artikel 2:10b, negende lid, onder c, Algemene plaatselijke verordening

Geldend van 04-02-2026 t/m heden

Intitulé

Aanwijzingsbesluit aanwijzing gebied ten behoeve van artikel 2:10b, negende lid, onder c, Algemene plaatselijke verordening

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

overwegende dat:

  • -

    het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2:10B, negende lid, onder c, van de APV bevoegd is om gebieden aan te wijzen waar vergunningaanvragen als bedoeld in 2:10B APV geweigerd kunnen worden indien de aanvraag geen betrekking heeft op de realisatie van een (collectief) warmtenet ter uitvoering van een gemeentelijke (concessie)opdracht of aanwijzing door het daartoe voor dat gebied geselecteerde of aangewezen warmtebedrijf;

  • -

    het college op grond van het voorgaande een gebied wenst aan te wijzen

gelet op artikel 2:10B, negende lid, onder C van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;

besluit:

  • I.

    het gebied, als aangegeven op de onderstaande bij dit besluit behorende kaart, aan te wijzen als gebied als bedoeld in artikel 2:10B lid 9 sub c van de APV.

    afbeelding binnen de regeling

  • II.

    dit besluit in werking te laten treden op de dag na de datum van uitgifte in het Gemeenteblad.

Ondertekening

Den Haag, 10 september 2024

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen

Toelichting

Op grond van artikel 2:10B negende lid, onder c van de APV, kan het college gebieden aanwijzen waarbinnen een aanvraag voor een vergunning geweigerd kan worden. Dit kan indien de aanvraag geen betrekking heeft op de realisatie van een (collectief) warmtenet ter uitvoering van een gemeentelijke concessieopdracht of aanwijzing door het daartoe voor dat gebied geselecteerde of aangewezen warmtebedrijf.

Met dit aanwijzingsbesluit wordt een gebied aangewezen waar een vergunning geweigerd kan worden. Dit gebied bestaat uit drie deelgebieden, zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart. Door aanwijzing van dit gebied kan het college beter de regie voeren over de daar aan te leggen warmtenetten. Nieuwe aanvragen kunnen worden geweigerd indien de aanvraag geen betrekking heeft op de realisatie van een (collectief) warmtenet ter uitvoering van een gemeentelijke concessieopdracht of aanwijzing door het daartoe voor dat gebied geselecteerde of aangewezen warmtebedrijf. Het college blijft zich conform de Transitievisie Warmte Den Haag (RIS313867) inzetten voor het stimuleren van klein-collectieve oplossingen.