Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756217
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756217/1
Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2026
Geldend van 03-02-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2026Actualisatie op Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025, nr. R25.000041;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit.
Overwegende dat het van belang is de betrokkenheid van inwoners bij de ontwikkeling - mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen vast te leggen. Dat het daarnaast van belang is de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen vast te leggen.
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2026
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid, , project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren
- •
beleid: plan of reeks regels die worden opgesteld om bepaalde doelen te bereiken of problemen op te lossen.
- •
bestuursorgaan: bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval gemeenteraad, burgemeester en het college van wethouders en burgemeester.
- •
Initiatief: ideeën en plannen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties of andere belanghebbenden die passen binnen de doelen van de gemeente maar (nog) niet passen binnen de gemeentelijke regelgeving.
- •
Initiatiefnemer: inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden of andere belanghebbenden die een initiatief hebben.
- •
inspraak: een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester. Inspraak is een vorm van participatie, veelal geformaliseerd op basis van artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- •
inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak door de gemeente gestalte wordt gegeven;
- •
participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) initiatieven van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden met impact op de lokale samenleving en de fysieke leefomgeving;
- •
participatieprocedure: de wijze waarop de participatie vorm krijgt;
Artikel 2. Doelstelling en reikwijdte
Deze verordening beoogt de kwaliteit van het vergroten van de (publieke) inbreng in- en ondersteuning van beleidsbeslissingen en de samenwerking tussen gemeente, inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en belanghebbenden te versterken.
Paragraaf 2. Participatie
Artikel 3. Onderwerp van participatie
-
1. Participatie kan toegepast worden door het bestuursorgaan wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in meer of mindere mate geraakt worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over kennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit.
-
2. Participatie is ook mogelijk wanneer een initiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.
-
3. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
-
4. Participatie wordt ook toegepast door initiatiefnemers anders dan het bestuursorgaan.
-
5. De initiatiefnemer dient de participatie, zoals aangegeven in lid vier, te organiseren zoals beschreven in de Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven en het Kader participatie en is daarvoor verantwoordelijk.
-
6. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht.
-
7. Deze verordening wordt niet toegepast:
- a.
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
- b.
als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;
- e.
als dit betrekking heeft op de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- f.
als de uitvoering van een beleidsvoornemen of initiatief dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht;
- g.
als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- a.
Artikel 4. Participatieprocedure bij gemeentelijk beleid en gemeentelijke initiatieven
-
1. Het bestuursorgaan, stelt bij de start van elke participatieprocedure voor gemeentelijk beleid en/of initiatieven, vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze.
-
2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in ieder geval over de navolgende onderwerpen een besluit en legt dit vast in het startdocument dat geldt voor het betreffende beleid of initiatief van de gemeente.
- a.
doel van participatie;
- b.
de doelgroep van participatie;
- c.
de ruimte die er is voor inbreng van participanten (waar gaat de participatie wel/niet over);
- d.
welk niveau van invloed participanten krijgen;
- e.
de rollen in het participatieproces.
- a.
Artikel 5. Eindverslag participatieprocedure
-
1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan of de initiatiefnemer een geanonimiseerd eindverslag op.
-
2. Het geanonimiseerde eindverslag bevat in elk geval:
- a.
een overzicht van de gevolgde participatieprocedure;
- b.
op hoofdlijnen een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatieprocedure;
- c.
een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt.
- a.
-
3. Het bestuursorgaan geeft een reactie op de inbreng, en geeft daarbij aan welke punten al dan niet worden overgenomen en waarom wel/niet.
-
4. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat het geanonimiseerde eindverslag openbaar wordt gemaakt.
Paragraaf 3. Inspraak
Artikel 6. Onderwerp van inspraak
-
1. Inspraak vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
-
2. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een Nota van beantwoording zienswijzen op.
- a.
Het geanonimiseerde eindverslag bevat in ieder geval:
- ▪
een overzicht van de gevolgde procedure;
- ▪
een weergave van de zienswijzen die mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
- ▪
een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen.
- ▪
- b.
Het bestuursorgaan maakt het geanonimiseerde eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.
- a.
-
3. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen.
-
4. Deze verordening wordt niet toegepast:
- a.
indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- a.
Artikel 7. Inspraak ruimtelijke plannen
Ten aanzien van de inspraak inzake ruimtelijke plannen, bedoeld omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplan activiteit, besluit het college of inspraak zoals bedoeld in artikel 6, wordt verleend.
Artikel 8. Inspraak gerechtigden
Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.
Paragraaf 4 Omgevingswet
Artikel 9. Omgevingsplan en omgevingsvergunning
-
1. Bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken.
-
2. Het is verplicht participatie te voeren voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten als genoemd in de beleidsregel “beleid inzake participatie Omgevingswet van Zuidplas”.
-
3. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie.
-
4. Het verslag van het participatieproces en bijbehorende uitkomst maakt onderdeel uit van de aanvraag om omgevingsvergunning of aanvraag om wijziging van het omgevingsplan.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 10. Intrekking oude regeling
De Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening in werking treedt.
Artikel 11. Overgangsbepaling
Voor de dag van de inwerkingtreding van deze verordening al aangevangen inspraak- en participatieprocedures, blijven de bepalingen van de in artikel 10 genoemde verordening van toepassing.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van 13 januari 2026.
De raad van de gemeente Zuidplas,
De voorzitter,
J.F. Weber
De griffier,
L.J. Ligtenberg
Algemene toelichting
De participatieverordening in een notendop
In de participatieverordening leggen we afspraken vast over hoe Zuidplas omgaat met participatie en inspraak. Hierin staat welke uitgangspunten gelden voor de gemeentelijke inspraak- en participatieprocessen en voor de participatie waar initiatiefnemers vanuit de samenleving verantwoordelijk voor zijn.
We hebben met het kader participatie en de inspraak- en participatieverordening een samenhangend kader. Dat is belangrijk omdat het zorgt voor duidelijkheid. Zo creëren we bij de start van een traject helderheid over zaken als het participatieniveau, het managen van verwachtingen en de wijze van vastlegging. Dat draagt bij aan de voorspelbaarheid, eenduidige beoordeling en betrouwbaarheid.
- •
Formele participatieprocessen. De verordening gaat dus over formele participatieprocessen en de uitgangspunten die gelden vanaf het participatieniveau ‘raadplegen’/reageren.
- •
Inspraak. De mogelijkheid om in te spreken blijft gewoon bestaan. Denk hierbij aan het indienen van een zienswijze bij afronding van een beleidsproces. Het raadplegen doen we meer bij de start of tijdens een beleidsproces.
Inspraak, participatie en ontwerpwetsvoorstel
Definitie participatie
Participatie betekent het betrekken van mensen en organisaties bij een plan of project. Zo kunnen zij meedenken en meedoen en invloed hebben.
Als mensen meedoen, weten we welke ideeën en belangen er zijn. Dit helpt bij het maken van goede keuzes en besluiten.
Deelnemers kunnen inwoners zijn en ook ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Participatie kan bijdragen aan:
- ➢
het vergroten van vertrouwen tussen inwoners en gemeente;
- ➢
het verbeteren van de kwaliteit van beleid en initiatieven met lokale kennis en ervaring;
- ➢
het versterken van de lokale democratie;
- ➢
het dichterbij elkaar brengen van gemeente en samenleving;
Participatie vindt plaats op initiatief van de gemeente of op initiatief vanuit de samenleving (bijvoorbeeld door inwoners, ondernemers, projectontwikkelaars, bouwbedrijven). De gemeente kan ook samen met initiatiefnemers een plan of project ontwikkelen. Soms komt het initiatief uit de samenleving, maar is er (enige) ondersteuning vanuit de gemeente nodig.
Voorbeelden ruimtelijke initiatieven (kleinschalig individueel)
- •
Plaatsen van een dakkapel;
- •
Plaatsen van een schuurtje of bijgebouw;
- •
Verduurzaming van de woning;
- •
Bouwen van een woning;
Hoe pak je dit soort initiatieven aan?
Om individueel een initiatief van de grond te krijgen, is het belangrijk om in beeld te hebben op wie dit invloed heeft. Bijvoorbeeld op het zicht van omwonenden. Verandert er iets in het straatbeeld. Ook als het initiatief in uw beleving een positieve invloed heeft op de omgeving, is het nodig om de belanghebbenden om hun mening te vragen. Op die manier neemt u ieders perspectief mee.
Zorg in ieder geval dat u iedere belanghebbende(n) tot in detail informeert over uw plan. Daarnaast is het belangrijk dat de belanghebbende(n) de kans krijgt om te reageren op het initiatief. In de Handreiking Participatie bij ruimtelijke initiatieven kunt u nalezen hoe u dat het beste doet. Deze informatie kunt u verzamelen en bijhouden in een logboek. Zo is alle participatie gebundeld. De gemeente heeft een concept logboek beschikbaar welke u kunt gebruiken.
Procedure inspraak
Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het moet naar onze mening onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen.
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak.
Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpwetsvoorstel.
In de verordening kan het bevoegde bestuursorgaan in aansluiting op de wettekst besluiten om in specifieke beleidstrajecten zowel geheel als gedeeltelijk af te wijken van afdeling 3.4 van de Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld gebeuren in gevallen waarin het wenselijk is om de participatie op andere wijze te organiseren dan via het mondeling of schriftelijk naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen.
Artikel 150 van de Gemeentewet
Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. De Modelinspraakverordening van de VNG is in de loop der tijd aangepast aan diverse wetswijzigingen op nationaal niveau, bijvoorbeeld aan het klachtrecht dat inmiddels in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen, de dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur) en de inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel 118 van de Algemene bijstandswet en artikel 7a van de Wet stedelijke vernieuwing).
Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb
De verordening is tevens aangepast aan de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). In deze wet wordt afdeling 3.4 van de Awb grondig herzien en artikel 150 van de Gemeentewet gewijzigd.
Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw)
Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving.
Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid van artikel 150 van de Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn toegestaan (zie ook de memorie van antwoord (MvA) Eerste Kamer, 2000-2001, 27 023, nummer 177b, blz. 3). In de memorie van toelichting (MvT) op de wet (TK 1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 31) is te lezen dat in de inspraakverordening zowel geheel als gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld geschieden in gevallen waarin het wenselijk is om wel een ontwerp ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze te organiseren dan via het mondeling naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen, aldus de MvT.
Artikelsgewijze toelichting
Alleen de bepalingen die verdere toelichting vereisen, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
Beleidsvoornemen
Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd.
Beleid
Plan of reeks regels die worden opgesteld om bepaalde doelen te bereiken of problemen op te lossen.
Inspraak
Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Wij adviseren echter het tweezijdige element van gedachtewisseling zo mogelijk wel onder de inspraakprocedure te brengen, omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, te weten het creëren van draagvlak of steun voor beleidsvoornemens (zie ook de algemene toelichting, onder Alternatieven voor inspraak, over interactieve beleidsvorming).
Inspraakprocedure
De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene toelichting is vermeld, is in de modelverordening afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 6, derde lid, van het model geeft het bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van de inspraak.
Participatie
Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien. Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid.
De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening.
Artikel 2. Doelstelling en reikwijdte
Dit artikel beschrijft de doelstelling en de reikwijdte van de verordening en waarom de gemeente participatie wil inzetten.
Artikel 3. Onderwerp van participatie
Eerste lid
In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad, burgemeester en wethouders en burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld.
Tweede lid
In het tweede lid is bepaald dat participatie ook mogelijk is als initiatieven al binnen de vastgestelde beleidskaders past.
Derde lid
In het derde lid is bepaald dat elk bestuursorgaan bevoegd is besluiten te nemen over het wel of niet toepassen van participatie.
Vierde lid
In het vierde lid is bepaald dat participatie ook gedaan wordt door initiatiefnemers (anders dan het bestuursorgaan). Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het participatieproces. De gemeente beoordeelt dit proces na afloop. De gemeente stimuleert initiatiefnemers om een zorgvuldig, voorspelbaar en navolgbaar proces te volgen. De gemeente adviseert initiatiefnemers hiervoor gebruik te maken van de handreiking participatie van de gemeente Zuidplas.
Vijfde lid
In het vijfde lid is bepaald dat de initiatiefnemer voor zijn participatie gebruik moet maken van het Kader Participatie en de Handreiking participatie bij ruimtelijke initiatieven
Zesde lid
In het zesde lid is bepaald dat participatie altijd moet is als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht.
Zevende lid
In het zevende lid is opgenomen wanneer geen participatie wordt verleend.
Artikel 4. Participatieprocedure
Eerste lid
In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Hier is anders bepaald door de bepaling dat het bestuursorgaan bij de start van een participatieprocedure waarvan de gemeente zelf initiatiefnemer is, bekendmaakt hoe de participatie wordt vormgegeven.
Tweede lid
Het bestuursorgaan legt bij de start van een participatieprocedure waarvan zij zelf initiatiefnemer is, een aantal zaken vast met betrekking tot de participatie. Dit doet zij in de startnotitie van de opgave, plan, beleid of programma waarop de participatie betrekking heeft. Om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen, somt het tweede lid hiertoe op dat in dit startdocument moet worden ingegaan op de strategische kaders/ het strategisch raamwerk voor participatie:
- ➢
doel van participatie
- ➢
doelgroep van participatie;
- ➢
ruimte die er is voor inbreng van participanten (waar gaat de participatie wel/niet over);
- ➢
welk niveau van invloed participanten krijgen
- ➢
rollen in het participatieproces.
Op basis van de in het startdocument vastgestelde strategische kaders/ strategische raamwerk, wordt het participatieplan verder uitgewerkt door de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie hanteert hierbij de uitgangspunten voor het participatieproces zoals beschreven in het Kader Participatie. Uitgangspunten zijn:
- 1.
de gemeente spant zich in om groepen waarvan bekend is dat zij ondervertegenwoordigd zijn, in participatieprocessen te betrekken;
- 2.
het participatieplan biedt inzicht in het tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren.
- 3.
het participatieplan bevat een begroting met de kosten van de participatie.
Artikel 5. Eindverslag participatie
Eerste lid
Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht.
Tweede lid, onder a
Onder overzicht van de gevolgde participatieprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 van de Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd, enz.
Tweede lid, onder b
Ieder participatieproces sluiten we af met een geanonimiseerd eindverslag1. Hierin staat wat we wilden bereiken, wat we hebben georganiseerd, hoe het proces is verlopen en wat het heeft opgeleverd. Ook staat hierin welke afspraken zijn gemaakt, een duidelijke uitleg over de gemaakte keuzes en wat vervolgstappen zijn. De inbreng van deelnemers en wat daarmee wordt gedaan wordt hierin in hoofdlijnen, samenvattend beschreven. Een geanonimiseerd logboek wordt bijgehouden en is opvraagbaar. Hierin staat de inbreng van deelnemers die de gemeente ontvangt buiten de participatiebijeenkomsten om (per email, telefoon).
Tweede lid onder d:
Het bestuursorgaan geeft een reactie op de inbreng, en geeft daarbij aan welke punten al dan niet worden overgenomen en waarom wel/niet.
Derde lid
De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.
Artikel 6. Onderwerp van inspraak
Eerste lid
Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 (tot de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb: artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak.
Tweede lid
Het tweede lid geeft aan hoe het bestuursorgaan omgaat met de ingekomen inspraakreacties. Dit omvat het opstellen van een nota van beantwoording zienswijzen. Daarin wordt in ieder geval opgenomen een overzicht van de opgenomen procedure, een weergave van alle schriftelijke en mondelinge zienswijzen en een reactie op de zienswijzen. Ook wordt aangeven wat er met de ingebrachte zienswijzen gebeurt.
De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen.
Derde lid
In het derde lid wordt bepaald dat het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure kan vaststellen.
Vierde lid
In het vierde lid is opgenomen wanneer geen participatie wordt verleend.
Artikel 7. Inspraak ruimtelijke plannen
Om de termijn van de informele procedure van het bestemmingsplan zo kort mogelijk te houden voert het college van burgemeester en wethouders de inspraakprocedure voor de ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, herzieningen daarvan en projectbesluiten. Immers op grond van artikel 160, lid 1 sub b van de Gemeentewet, is het college bevoegd de beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. De raad wordt geïnformeerd over het voorontwerp, alle inspraak- en overlegreacties en de reactie van het college van burgemeester en wethouders daarop. De raad kan het voorontwerp op de agenda plaatsen voor de inhoudelijke behandeling.
Artikel 8. Inspraak gerechtigden
Beschrijving van de inspraak gerechtigden.
Artikel 9. Omgevingsplan en omgevingsvergunning
Eerste lid
Het eerste lid bepaalt dat het bestuursorgaan bij de kennisgeving van het opstellen van een omgevingsplan zal laten weten op welke manier inwoners bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen betrokken zullen worden bij de voorbereiding van het omgevingsplan.
Tweede lid
Het tweede lid bepaalt dat participatie verplicht is voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die genoemd zijn in de beleidsregel “beleid inzake participatie Omgevingswet van Zuidplas” zoals dit door de gemeenteraad is vastgesteld.
Derde lid
Het derde lid bepaalt dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor de onder het tweede lid genoemde participatie en deze zelf vorm dient te geven.
Vierde lid
Het vierde lid bepaalt dat het verslag van de participatie onderdeel uitmaakt van de aanvraag voor een omgevingsvergunning of de aanvraag voor het wijzigen van het omgevingsplan.
Artikel 10. Intrekking oude regeling
Met deze bepaling wordt de bestaande Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de Verordening participatie in werking treedt (zie artikel 12).
Artikel 11. Overgangsbepaling
Overgangsbepaling voor procedures die onder de oude inspraakverordening gestart zijn.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
Met deze bepaling wordt aangegeven wanneer de nieuwe verordening in werking treedt. Ook wordt bepaald dat de citeertitel van deze verordening Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2026 zal zijn.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl