Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756212
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756212/1
Treasurystatuut Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland 2026-2029
Geldend van 04-02-2026 t/m heden
Intitulé
Treasurystatuut Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland 2026-20291. Inleiding
In dit statuut is het treasurybeleid van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (hierna te noemen VrAA) vastgelegd. Het beleid omschrijft de kaders, uitgangspunten en verantwoordelijkheden voor de treasuryfunctie van de VrAA.
1.1. Kader
Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is artikel 212 van de Gemeentewet van toepassing verklaard op de VrAA. Dat betekent dat het Algemeen bestuur een financiële verordening vaststelt met regels over de financieringsfunctie (artikel 212, lid 2, onderdeel c Gw).
Dit treasurystatuut is de nadere uitwerking van de financieringsfunctie zoals vastgesteld in artikel 18 van de Financiële verordening VrAA 2024 en vormt het beleidskader voor de uitvoering van treasury. Daarnaast vindt uitvoering en verantwoording plaats via de paragraaf Financiering in de programmabegroting en de jaarstukken conform het BBV.
Bij de totstandkoming van dit statuut is rekening gehouden met de volgende wet- en regelgeving:
- •
Gemeentewet (artikel 212, lid 2, sub c);
- •
Wet Gemeenschappelijke regelingen;
- •
Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV);
- •
Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido);
- •
Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) (waaronder de berekening van kasgeldlimiet en renterisiconorm);
- •
Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
- •
Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO);
- •
Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); en
- •
Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF).
Daarnaast is het Algemeen mandaatbesluit Brandweer Amsterdam-Amstelland van toepassing. In dit mandaatbesluit zijn de bevoegdheden en ondermandaten voor het uitvoeren van de treasuryfunctie vastgelegd (zoals het openen van bankrekeningen, aantrekken en uitzetten van middelen, en het vesturen van betaalopdrachten). Dit statuut moet in samenhang met de mandaatregeling worden gelezen.
Doorwerking en voorrang
Indien bepalingen van dit statuut in strijd zijn met (gewijzigde) hogere regelgeving, prevaleert de hogere regelgeving en werken wijzigingen van rechtswege door. Het Dagelijkse Bestuur draagt zorg voor tijdige actualisatie van dit statuut indien relevante regelgeving wijzigt.
1.2. Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat de doelstellingen, het risicobeheer en de verantwoordelijkheden. Hoofdstuk 3 omvat de slotbepalingen, terwijl hoofdstuk 4 afsluit met een begrippenlijst.
2. Beleid
2.1. Doelstellingen treasurybeleid
-
a. Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door het bestuur vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren, alsmede om aan de korte termijnverplichtingen te kunnen voldoen.
-
b. Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie zoals renterisico, koersrisico, kredietrisico, intern liquiditeits- en valutarisico (risicominimalisatie).
-
c. Het beperken van de rente-, beheer- en verwerkingskosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie).
-
d. Het realiseren van informatie c.q. rapportagestromen ter ondersteuning van het beleid.
2.2. Uitgangspunten voor het uitzetten van geld
-
a. Overtollige geldmiddelen worden aangehouden in schatkistbankieren, behoudens de uitzonderingen die bij of krachtens de Wet Fido mogelijk zijn:
-
b. Voor de onder a genoemde uitzonderingen geldt dat:
- I.
Deze middelen worden aangehouden bij een financiële onderneming zoals omschreven in artikel 2 van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden;
- II.
De beslissingen tot het uitzetten van geld worden genomen op basis van onder meer een liquiditeitsplanning; de liquiditeitsplanning geeft ten minste één jaar (voortschrijdend) inzicht;
- III.
Uitzettingen vinden uitsluitend plaats in euro’s. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan;
- IV.
De VrAA verstrekt geen leningen aan derden of verleent geen garanties voor derden anders dan na goedkeuring door het Dagelijks Bestuur; en
- V.
VrAA houdt geen aandelenportefeuille en beleggingsinstrumenten aan.
- I.
2.3. Uitgangspunten voor het aantrekken van geld
-
a. De Veiligheidsregio kan financieringsmiddelen aantrekken uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.
Hieronder worden tevens begrepen investeringen in of bijdragen aan publiek-private initiatieven (PPI’s) die aantoonbaar bijdragen aan de uitvoering van de publieke taak van de VrAA, zoals projecten op het terrein van brandweerzorg, crisisbeheersing en innovatie. Het aantrekken van financieringsmiddelen ten behoeve van dergelijke initiatieven vindt uitsluitend plaats na voorafgaande goedkeuring door het Dagelijks Bestuur.
-
b. Financiering met externe middelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair gebruik te maken van beschikbare interne middelen (reserves en voorzieningen), voor zover er geen kortlopende verplichting op rust of er een risico mee wordt afgedekt.
-
c. Beslissingen tot het aantrekken van middelen worden gebaseerd op zowel een korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd één jaar) als een meerjarige liquiditeitsplanning (looptijd minimaal vier jaar). Deze planning sluit zoveel mogelijk aan bij de door het Algemeen Bestuur vastgestelde meerjarenbegroting en het meerjaren-investeringsprogramma (MIP), maar kan tevens rekening houden met nieuwe of gewijzigde investeringsbesluiten die zich gedurende de planperiode voordoen.
-
d. Bij het aangaan van nieuwe leningen worden de geldende kasgeldlimiet en renterisiconorm uit de wet Fido in acht genomen. Toetsing vindt elk kwartaal plaats en de uitkomst wordt opgenomen in de paragraaf Financiering van de begroting en de jaarstukken.
-
e. Voor het aantrekken van gelden op de geld- en kapitaalmarkt worden uitsluitend financiële instellingen als tegenpartij geaccepteerd die onder toezicht staan van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en/of De Nederlandse Bank (DNB), of van een daarmee vergelijkbare toezichthouder binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
-
f. Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in euro’s. Het is niet toegestaan om middelen aan te trekken met het enkele doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten.
-
g. Het aantrekken van financieringsmiddelen geschiedt door (ten minste) twee offertes bij financiële instellingen aan te vragen.
-
h. Toegestane instrumenten zijn rekening-courant, onderhandse geldleningen en vaste geldleningen.
-
i. De VrAA kan derivaten toepassen ter beperking van renterisico’s op bestaande of voorgenomen langlopende financieringen. Het gebruik van derivaten heeft uitsluitend een afdekkend (hedging) karakter.
Het speculatief gebruik van derivaten is niet toegestaan. Het aangaan van derivatentransacties vereist een voorafgaand besluit van het Dagelijks Bestuur, na advies van de concerncontroller. Derivaten worden uitsluitend afgesloten bij financiële instellingen die voldoen aan dezelfde eisen als genoemd onder onderdeel e.
Het gebruik van derivaten en de hiermee verbonden risico’s worden opgenomen in de paragraaf Financiering van de programmabegroting en de jaarstukken.
2.4. Verantwoordelijkheden
Voor de verschillende functies binnen de treasuryfunctie zijn de taken/verantwoordelijkheden als volgt:
|
Functie |
Taken/verantwoordelijkheden |
|
Algemeen bestuur |
|
|
Dagelijks bestuur |
Deze bevoegdheden/verantwoordelijkheden zijn gemandateerd aan de Commandant en de secretaris van het Bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. |
|
Commandant / Directeur Veiligheidsregio |
De uitvoering van het treasurybeleid, inclusief de opzet van administratieve richtlijnen en de bewaking van de bijbehorende processen, ligt formeel bij de Commandant/Directeur Veiligheidsregio. Voor specifieke handelingen, waaronder:
is op grond van het besluit van het Algemeen Bestuur (Regionale Bestuursvergadering d.d. 19 december 2016, agendapunt 14) een bindend advies van de Secretaris van het Veiligheidsbestuur vereist alvorens tot uitvoering kan worden overgegaan. |
|
Concerncontroller |
|
|
Afdelingshoofd CIF |
|
|
Teamleider Financiële administratie |
|
2.5. Informatievoorziening
Om de treasury activiteiten controleerbaar en beheersbaar te maken is een goed functionerende interne en externe informatievoorziening noodzakelijk. Drie typen informatie kunnen hierbij worden onderscheiden:
- •
Beleidsmatige informatie
- •
Operationele informatie
- •
Verantwoordingsinformatie
Beleidsmatige informatie
De Veiligheidsregio stelt jaarlijks een paragraaf “Financiering” op bij de programmabegroting. Hierin wordt ingegaan op de wijze waarop concreet invulling wordt gegeven aan het treasury beleid. Hierin dienen in ieder geval onderstaande aspecten aan de orde te komen:
- •
Algemene ontwikkelingen (intern/extern);
- •
Ontwikkeling kasgeldlimiet; en
- •
Renterisiconorm op de vaste schuld.
Operationele informatie
Het opstellen en hanteren van deze is de verantwoordelijkheid van de functionarissen die bij de uitvoering betrokken zijn (zie paragraaf 2.4). Tot de operationele informatie van de treasury activiteiten behoren o.a.:
- •
Inzicht in de korte- en lange termijn inkomsten en uitgaven (liquiditeitsprognose/planning).
- •
Een toetsing van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
- •
Inzicht in risico’s.
Verantwoordingsinformatie
De verantwoording vindt plaats bij de jaarstukken. In de verplichte paragraaf “Financiering” wordt et uitgevoerde beleid toegelicht.
2.6. Risicobeheer
De VrAA onderkent dat treasuryactiviteiten risico’s met zich meebrengen. Risicobeheer is gericht op het identificeren, beheersen en monitoren van financiële risico’s binnen de kaders van de Wet Fido, de Ruddo en de financiële verordening VrAA. De volgende risicocategorieën worden onderscheiden:
- a.
Liquiditeitsrisico
VrAA bewaakt de kaspositie dagelijks en houdt rekening met de kasgeldlimiet volgens de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo). Voor het tijdelijke overschot aan liquide middelen wordt uitgezet bij de schatkist (schatkistbankieren).
- b.
Renterisico
Het renterisico op langlopende leningen wordt beheerst binnen de renterisiconorm zoals bepaald in de Ufdo. De looptijd en omvang van financieringen worden zodanig afgestemd dat de totale rentelast voorspelbaar blijft.
- c.
Kredietrisico
De VrAA zet overtollige middelen uitsluitend uit bij de schatkist conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.
Uitzettingen buiten de schatkist zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze voldoen aan de eisen van artikel 2, lid 1, van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).
Beleggingen met een ander doel dan het risicomijdend tijdelijk uitzetten van middelen zijn niet toegestaan.
- d.
Koers- en valutarisico
VrAA voert haar treasuryactiviteiten uitsluitend in euro’s. Valutatransacties en koersgevoelige beleggingen zijn niet toegestaan.
3. Slotbepalingen
3.1. Intrekken oude regeling
Het treasurystatuut 2017 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar (2025) waarin deze verordening in werking treedt.
Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Dit treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026 en heeft een looptijd van 4 jaar.
- 2.
Dit statuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut VrAA 2026.
Ondertekening
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare bestuursvergadering van 15 december 2025.
Voorzitter van het algemeen bestuur,
Halsema
Secretaris van het algemeen bestuur,
Van Lieshout.
4. Begrippen
In dit statuut wordt verstaan onder:
|
Financiering |
De wijze waarop middelen worden ingezet om activa aan te schaffen. Financiering kan geschieden met eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) dan wel met externe financieringsmiddelen (geldleningen). |
|
Geldmarkt |
De markt voor kortlopende leningen en beleggingen met een looptijd van maximaal twaalf maanden. Op deze markt worden liquiditeiten beheerd, bijvoorbeeld via daggeldleningen, deposito’s en kasgeldleningen. |
|
Kapitaalmarkt |
De markt voor langlopende leningen en beleggingen met een looptijd van langer dan twaalf maanden. Op deze markt vindt de financiering van investeringen en projecten plaats door middel van onder andere onderhandse leningen. De nadruk ligt op de duurzame financiering. |
|
Kasgeldlimiet |
Het bedrag dat een decentrale overheid maximaal aan kortlopende leningen (met een looptijd van korter dan één jaar) mag hebben uitstaan. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting, conform de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo). |
|
Koersrisico |
Het risico dat de waarde van financiële activa (bijvoorbeeld obligaties, aandelen of derivaten) fluctueert als gevolg van marktontwikkelingen, waardoor de Veiligheidsregio een waardedaling of verlies kan lijden. |
|
Kredietrisico |
Het risico dat een tegenpartij bij een financiële transactie niet of niet tijdig aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen, waardoor een verlies voor de Veiligheidsregio kan ontstaan. |
|
Liquiditeitsplanning |
Een gestructureerd overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven voor een bepaalde periode, dat inzicht geeft in de toekomstige ontwikkelingen van de liquiditeitspositie. Voor de korte termijn wordt een planning met een looptijd van minimaal één jaar opgesteld; daarnaast wordt een meerjarig liquiditeitsplanning (minimaal 4 jaar) gehanteerd, die aansluit op de meerjarenbegroting en het investeringsprogramma. |
|
Liquiditeitsrisico |
Het risico dat de Veiligheidsregio niet op korte termijn over voldoende liquide middelen beschikt om tijdig aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit kan ontstaan door een mismatch tussen inkomsten en uitgaven of door beperkte toegang tot de geldmarkt. |
|
Renterisico |
Het risico dat de financiële resultaten of de financiële positie van de Veiligheidsregio nadelig worden beïnvloed door veranderingen in de marktrente. Dit kan zich voordoen bij herfinanciering van leningen of het aangaan van nieuwe leningen. |
|
Renterisiconorm |
Het bedrag aan langlopende leningen dat in een jaar mag worden geherfinancierd of waarvan de rente opnieuw kan worden vastgesteld. De norm wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en is vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo). |
|
Schatkistbankieren |
Schatkistbankieren houdt in dat de tegoeden van decentrale overheden worden aangehouden in de ’s Rijks schatkist. |
|
Treasury |
Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. |
|
Uitzettingen |
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. |
|
Valutarisico |
Het risico dat de waarde van financiële posities nadelig worden beïnvloed door veranderingen in wisselkoersen. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl