Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2025

Geldend van 03-02-2026 t/m heden

Intitulé

Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2025

De raad van de gemeente Beverwijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders

d.d. .. 2025, nummer D-142540;

gehoord de Raadscommissie;

gelet op artikel 147 Gemeentewet;

besluit:

  • 1.

    In te trekken de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Beverwijk houdende regels omtrent speelautomatenhallen (Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2020) zoals vastgesteld door de raad op 25 juni 2020

  • 2.

    Het maximum aantal speelautomatenhallen in de Speelautomatenhallenverordening met het kenmerk D-142540 met inachtneming van een uitsterfconstructie vast te stellen op twee

  • 3.

    Vast te stellen de navolgende Speelautomatenverordening Beverwijk 2025

  • 4.

    Het gestelde in sub 1 en 2 in werking te laten treden op de eerstvolgende dag na bekendmaking

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      de Wet: de Wet op de kansspelen;

    • b.

      Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;

    • c.

      aanwezigheidsvergunning: een inrichting, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet;

    • d.

      exploitatievergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet en artikel 3 van deze verordening;

    • e.

      exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

    • f.

      beheerder:

      • I.

        de natuurlijke pers(o)on(en) of de bestuurders van een rechtspersoon die de exploitatievergunning houden, of de gevolmachtigden van de rechtspersoon;

      • II.

        de natuurlijke pers(o)on(en) die algemene leiding geven aan een onderneming waarin de exploitatievergunning in een of meer inrichtingen wordt geëxploiteerd;

      • III.

        de natuurlijke pers(o)on(en) die onmiddellijk leiding geeft/geven aan de bedrijfsvoering in de inrichting.

    • g.

      speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder a, van de wet;

    • h.

      behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder b, van de wet;

    • i.

      kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder c, van de wet;

    • j.

      meerspeler: een spelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen;

    • k.

      spelersplaats: speelplaats beschikbaar aan een speelautomaat;

    • l.

      speelautomatenhal: een inrichting zoals als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b, van de wet;

    • m.

      hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;

    • n.

      laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;

    • o.

      openbare plaats: voor publiek toegankelijke plaatsen;

    • p.

      Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

HOOFDSTUK 2 KANSSPELAUTOMATEN

Artikel 2 Aanwezigheidsvergunning

  • 1. Voor hoogdrempelige inrichtingen kan een aanwezigheidsvergunning worden verleend voor maximaal twee kansspelautomaten.

  • 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

  • 3. Voor speelautomatenhallen kan een aanwezigheidsvergunning worden verleend voor maximaal 75 kansspelautomaten per speelautomatenhal.

HOOFDSTUK 3 SPEELAUTOMATENHALLEN

Artikel 3 Exploitatievergunning speelautomatenhal

  • 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  • 2. De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal twee speelautomatenhallen.

  • 3. De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijftien jaar, te rekenen vanaf het moment van vergunningverlening.

  • 4. De vergunning valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob.

Artikel 4 Persoonsgebonden

  • 1. De vergunning is zowel locatie- als persoonsgebonden en niet overdraagbaar.

  • 2. Op de vergunning, waaronder tevens kan worden begrepen een aanhangsel bij de vergunning, wordt tenminste vermeld:

    • a.

      Het adres en de kadastrale gegevens van het perceel waarvoor de exploitatievergunning is verleend;

    • b.

      De (statutaire) gegevens van de exploitant;

    • c.

      Indien exploitant een rechtspersoon betreft, de bestuurders van de exploitant;

    • d.

      De gegevens van de beheerders.

  • 3. Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te hebben zonder dat één van de op de vergunning vermelde beheerder in de speelautomatenhal aanwezig is.

Artikel 5 Eisen exploitant en beheerder

  • 1. Een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal wordt niet verleend aan degene die:

    • a.

      niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;

    • b.

      niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 6 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;

    • c.

      de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft bereikt.

  • 2. De eisen genoemd in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op beheerder van een speelautomatenhal.

  • 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder c, tot een leeftijd van 21 jaar.

Artikel 6 Transparantie

  • 1. Indien één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 3 beschikbaar is of zijn, kondigt de burgemeester door middel van een openbare bekendmaking de mogelijkheid aan tot het indienen van een aanvraag voor een vergunning.

  • 2. In de openbare bekendmaking wordt aangegeven binnen welk tijdvak aanvragen voor een vergunning kunnen worden ingediend.

  • 3. De openbare bekendmaking vindt minimaal acht weken voor aanvang van het aanvraagtijdvak plaats.

Artikel 7 Bevoegdheid opstellen nadere regels

De burgemeester stelt nadere regels vast omtrent de wijze van verdeling van de vergunningen voor speelautomatenhallen.

Artikel 8 Indienen aanvraag

  • 1. De aanvrager dient de aanvraag in via het daarvoor vastgestelde formulier onder overlegging van:

    • a.

      een aanduiding van de locatie van de speelautomatenhal;

    • b.

      een nauwkeurige beschrijving en plattegrond van de inrichting met daarop aangeduid:

      • i.

        de oppervlakte van de inrichting;

      • ii.

        op welke plaatsen, in welke aantallen en welke soort speelautomaten

        (waaronder aantal spelersplaatsen) worden opgesteld;

      • iii.

        op welke plaats entree wordt verstrekt.

    • c.

      een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

    • d.

      een bewijs van inschrijving in het Handelsregister met daarbij een uitdraai van het UBO- en aandeelhoudersregister;

    • e.

      een afschrift van het verslavingspreventiebeleid zoals bedoeld in artikel 7 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;

    • f.

      een ‘Plan van aanpak openbare orde en veiligheid’, waarin de aanvrager aangeeft wat de mogelijke impact is en welke maatregelen aanvrager treft om de eventuele impact te verkleinen op de omgeving als gevolg van de vestiging van een speelautomatenhal op de beoogde locatie;

    • g.

      een gemotiveerde toelichting op het bedrijfsconcept;

    • h.

      per exploitant en beheerder:

      • i.

        kopie van een geldig legitimatiebewijs; en

      • ii.

        een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 5, lid 1 onder b.

    • i.

      een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), inclusief gevraagde bijlagen;

    • j.

      een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt en van de beheerder.

Artikel 9 Beslistermijn

  • 1. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen zestien weken na afloop van het in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanvraagtijdvak.

  • 2. De burgemeester kan deze termijn voor ten hoogste twaalf weken verlengen.

  • 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 10 Vergunningsvoorschriften

Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden die in ieder geval betrekking hebben op:

  • a.

    de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;

  • b.

    het toezicht in de speelautomatenhal;

  • c.

    het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

  • d.

    de leeftijdscontrole en toegangscontrole (exploitatie van de hal);

  • e.

    het voorkomen en tegengaan gokverslaving;

  • f.

    de bescherming van de openbare orde en,- bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal.

Artikel 11 Weigeringsgronden

  • 1. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      de openbare veiligheid;

    • c.

      de volksgezondheid.

  • 2. De burgemeester weigert de vergunning indien:

    • a.

      er strijd is met een geldend omgevingsplan;

    • b.

      de aanvraag is ingediend buiten het in artikel 6 bedoelde aanvraagtijdvak;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan de minimale totaalscore als bedoeld in artikel 13 van de nadere regels;

    • d.

      het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen reeds is verleend;

    • e.

      de gegronde vrees bestaat dat verlening van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu;

    • f.

      de exploitant dan wel beheerder niet voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen.

Artikel 12 Wijziging beheerder

  • 1. De exploitant meldt wijzigingen in de bedrijfsvoering of in de inrichting binnen één maand nadat deze situatie is ontstaan aan het bevoegd bestuursorgaan.

  • 2. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning.

  • 3. Bij het melden van een nieuwe beheerder wordt getoetst aan artikel 5.

  • 4. Het leidinggeven kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Artikel 13 Wijziging exploitatie

  • 1. Indien de beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van de exploitant - alleen voor zover de exploitant een natuurlijk persoon betreft - dit gedurende de looptijd van de vergunning plaatsvindt en voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, vragen de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning aan ter voortzetting van de exploitatie voor de resterende vergunde termijn. Deze aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden van de Verordening.

  • 2. Indien de exploitatievergunning ingevolge het eerste lid is vervallen, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure bedoeld in artikel 6 en 8.

  • 3. Indien er enige wijziging plaats gaat vinden in de verdeling van de aandelen waarbij een nieuwe aandeelhouder toetreedt, dan wel in het bestuur, waarbij een nieuwe bestuurder toetreedt, dan dient dit vooraf aan het bevoegd gezag te worden gemeld zodat toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob).

  • 4. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag zoals bedoeld in lid 1 niet is beslist, kan voortzetting van de exploitatie worden toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de vervallen vergunning. De burgemeester stelt ten aanzien hiervoor gedoogregels.

Artikel 14 Intrekkingsgronden

  • 1. De burgemeester trekt de vergunning in indien:

    • a.

      deze ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    • b.

      de exploitant, dan wel één van de exploitanten, stelt de burgemeester schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van de exploitatie.

  • 2. De burgemeester kan de vergunning intrekken indien:

    • a.

      gehandeld is of wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    • b.

      de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste mgeving of het karakter van de straat of de buurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    • c.

      de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;

    • d.

      voor de exploitatie van de speelautomatenhal tevens een andere vergunning, melding of ontheffing is vereist en deze vergunning niet is verleend, geaccepteerd, is ingetrokken of geweigerd;

    • e.

      de melding als bedoeld in artikel 12, eerste lid niet tijdig wordt ingediend;

    • f.

      de exploitant niet langer voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen;

    • g.

      gehandeld wordt in strijd met in deze verordening gestelde regels;

    • h.

      de exploitant dan wel beheerder toelaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd.

Artikel 15 Vervalgronden

De vergunning vervalt van rechtswege, wanneer:

  • a.

    de vergunning onherroepelijk is geworden en sindsdien zes maanden zijn verstreken, zonder dat handelingen zijn verricht om van de vergunning gebruik te maken;

  • b.

    gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  • c.

    een exploitant komt te overlijden. Behoudens een situatie zoals omschreven in artikel 13 lid 2.

HOOFDSTUK 4 Straf- en overgangsbepalingen

Artikel 16 Strafbepaling

Overtreding van artikel 3, eerste lid, en de op grond van artikel 10 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Artikel 17 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:

  • a.

    de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering genoemde (buitengewoon) opsporingsambtenaren;

  • b.

    de door de burgemeester aangewezen personen, ambtenaren of categorieën van ambtenaren.

Artikel 18 Overgangsbepaling

  • 1. De op grond van de Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2020 verleende vergunning, wordt geacht verleend te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • 2. De in het eerste lid van dit artikel benoemde vergunningen hebben de duur van 15 jaar. Deze termijn vangt aan vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2025”.

Ondertekening