Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756203
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756203/1
Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren
Geldend van 03-02-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise MerenVerordening van de raad van gemeente Gooise Meren houdende bepalingen over lokaal eigendom bij lokale opwek van elektriciteit (Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren)
De raad van de gemeente Gooise Meren;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [1425270];
gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en 6.12, derde lid, van de Energiewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -
bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in de Omgevingswet;
- -
lokale installatie: lokale installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen;
- -
lokaal gebruik: het lokaal gebruiken van lokaal opgewekte energie;
- -
kring van partijen: natuurlijke personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, middelgrote onderneming, gemeenten, waterschappen, provincies, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie en binding hebbend met de betreffende (buur)gemeente(n);
- -
lokaal eigendom: het juridisch en economisch in (mede-)eigendom hebben van een lokale installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen, georganiseerd in een energiegemeenschap, in de nabije omgeving van die installatie;
- -
nabije omgeving:
- a.
in het geval van energie opwek door zonne-energie: binnen de gemeentegrens van de gemeente Gooise Meren; en
- b.
in het geval van energie opwek door windenergie: binnen de gemeentegrens van de gemeente Gooise Meren en binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de windturbine, gemeten vanaf de voet van de turbine.
- a.
Artikel 2 Toepassingsbereik
-
1. Deze verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie.
-
2. Onder het eerste lid wordt in ieder geval verstaan:
- a.
het opwekken van elektriciteit; en
- b.
het opslaan van elektriciteit.
- a.
-
3. Onder een lokale installatie wordt in ieder geval verstaan:
- a.
een installatie, met een grootverbruik aansluiting, van grondgebonden objecten voor de opwek van elektriciteit;
- b.
een installatie voor opslag van elektriciteit die functioneel verbonden is met de productie of levering van elektriciteit; en
- c.
een installatie met een grootverbruik aansluiting, tenzij de elektriciteit die wordt opgewekt alleen voor eigen gebruik in de gemeente Gooise Meren bestemd is.
- a.
Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom
Artikel 3 Resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
-
1. Bij de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie op gemeentegronden geldt voor de initiatiefnemer een resultaatsverplichting om 100 procent lokaal eigendom in de nabije omgeving te bereiken.
-
2. Bij de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie op overheidsgronden, niet zijnde gemeentegronden, geldt voor de initiatiefnemer een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom in de nabije omgeving te bereiken.
-
3. Bij de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie op niet-overheidsgronden geldt voor de initiatiefnemer een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom in de nabije omgeving te bereiken.
-
4. Er is in ieder geval niet voldaan aan de resultaats- en inspanningsverplichting als:
- a.
er geen aantoonbaar en verifieerbaar contact is geweest met een bestaande energiegemeenschap en andere georganiseerde vormen van personen of ondernemingen uit de kring van partijen;
- b.
er niet meer dan één bijeenkomst met die partijen is geweest waarin de mogelijkheden voor lokaal eigendom zijn voorgelegd en verkend;
- c.
er geen reële termijn is gegeven aan de omgeving om lokaal eigendom te bereiken
- d.
er geen economisch realistisch aanbod is gedaan aan de partijen om het lokaal eigendom te verkrijgen; of
- e.
de energiegemeenschap danwel enthousiaste groep omwonenden en/of bedrijven niet ten minste het recht van opstal van de lokale installatie is aangeboden.
- a.
-
5. Van dit artikel kan gemotiveerd worden afgeweken door de gemeente als aangetoond wordt dat het realiseren van het betreffende percentage lokaal eigendom onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet mogelijk is.
-
6. Dit artikel is niet van toepassing op die rijksgronden in het OER project Zonneroute Gooi en Vechtstreek die betrokken worden in de definitieve aanbesteding van die Zonneroute.
Artikel 4 Motivering resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
-
1. De initiatiefnemer motiveert voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van de lokale installatie:
- a.
welke inspanningen hij heeft verricht om (mede-)eigendom ten aanzien van de voorgenomen installatie en de exploitatie daarvan door een kring van partijen te bevorderen;
- b.
welk percentage (mede-)eigendom is overeengekomen; en
- c.
voor zover minder dan 100 procent lokaal eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvoor zijn en of er andere vormen van financiële participatie en zeggenschap zijn overeengekomen, en zo ja welke.
- a.
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
-
1. Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, worden de volgende gegevens en bescheiden door de initiatiefnemer aan het college verstrekt:
- a.
de methoden gebruikt voor de communicatie over het project;
- b.
welke informatie is gedeeld en hoe deze informatie beschikbaar is gesteld; en
- c.
ten aanzien van de kring van partijen:
- 1°.
hoe deze is gedefinieerd;
- 2°.
op welke wijze deze partijen bij het project zijn betrokken;
- 3°.
dat betreffende parten verenigd zijn (of van plan zijn zich te verenigen) in een energiegemeenschap en voldoen aan de definitie van energiegemeenschap in de energiewet;
- 4°.
op welke wijze de wensen van deze partijen zijn verkend; en
- 5°.
hoe deze partijen de mogelijkheid hebben gehad om te participeren.
- 1°.
- a.
-
2. Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, worden de volgende gegevens en bescheiden door de initiatiefnemer verstrekt:
- a.
welke afspraken met deze partijen zijn gemaakt;
- b.
hoe de afspraken met deze partijen zijn vastgelegd;
- c.
een getekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de kring van partijen, al dan niet vertegenwoordigd door een lokale energiegemeenschap, waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd;
- d.
een projectstructuurbeschrijving met daarin opgenomen de financiële- en eigendomsstructuur van het project;
- e.
een overzicht van de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding binnen het project; en
- f.
een overzicht van de taakverdeling.
- a.
-
3. Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, worden de volgende gegevens en bescheiden door de initiatiefnemer verstrekt:
- a.
een overzicht van de andere vormen van financiële participatie die zijn toegepast; en
- b.
de redenen waarom 100 procent lokaal eigendom niet haalbaar werd geacht.
- a.
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen
Artikel 6 Strafbepaling
Overtredingen van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening bepaalde kan gestraft worden met een geldboete van de tweede categorie, en in voorkomende gevallen, met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 7 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van artikel 6.12 van de Energiewet.
Artikel 8 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening lokaal eigendom energietransitie Gooise Meren’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.
De raad van de gemeente Gooise Meren
De voorzitter,
De griffier,
Bijlage I Toelichting
Algemene toelichting
De grondslag van deze verordening zijn de gemeentewet en artikel 6.12, derde lid, van de energiewet. De begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Energiewet zijn van toepassing op deze verordening.
De gemeente Gooise Meren vindt het belangrijk dat inwoners in brede zin zeggenschap hebben over en profiteren van lokale opwek van elektriciteit die wordt gerealiseerd in hun omgeving. De ambitie voor het lokaal eigendom kent als uitgangspunt 100 procent.
Wanneer redelijkerwijs te verwachten is dat meer dan één lokale energiegemeenschap uit de nabije omgeving recht van opstal wil verkrijgen voor de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie wordt op overheidsgronden in lijn met het Didam-arrest uitgegeven.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
Bij de ‘kring van partijen’ is aangesloten bij de mogelijke leden van een energiegemeenschap zoals in art. 2.4 van de Energiewet vermeld. Wat onder ‘kleine’ en ‘middelgrote’ ondernemingen wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen in art. 1.1 van de Energiewet. Onder ‘binding hebbend met’ wordt verstaan: bedrijven die hun verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen.
Brievenbusfirma’s vallen niet onder de definitie van lokale ondernemers. Maatschappelijke instellingen wel.
Bewoners, ondernemers en/of lokale overheden (zoals beschreven bij de ‘kring van partijen’) kunnen zelfstandig of door middel van een energiegemeenschap eigenaar worden van de lokale installatie. Daarbij kan het in het geval van een lokale installatie in het kader van de opwek van elektriciteit door middel van wind, voorkomen dat een bewoner of een onderneming uit een andere gemeente dan de gemeente Gooise Meren binnen een straal van 10 keer de tiphoogte gemeten vanaf de voet van de windturbine woont. In dat geval worden zij op grond van artikel 1 ook gerekend tot de kring van partijen. Gemeenten zijn er vrij in overleg te voeren met buurgemeenten om elkaar eventueel over en weer te benoemen in de verordening.
Met de straal van 10 keer de tiphoogte wordt aangesloten bij de jurisprudentie van het begrip belanghebbende in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7).
Lokaal eigendom is gedefinieerd als het juridisch en economisch (mede-)eigendom van de installatie en het juridisch bezitten van een lokale installatie en de daarmee gegenereerde energie. Dit houdt in dat economisch bezien zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap is over de installatie. Deze definiëring sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden en/of lokaal gevestigde ondernemingen die deelnemen door middel van een lokale energiegemeenschap.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening. De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van lokale installaties. In het tweede lid wordt verduidelijkt dat het niet alleen gaat om de opwek van elektriciteit, maar ook om aanverwante functies zoals opslag van elektriciteit, maar daarbij hoort bijvoorbeeld ook energiemanagement. De Energiewet hanteert een brede definitie. In de Regionale Energiestrategie (hierna: RES) zijn specifieke afspraken gemaakt over zon en wind. Kleine erfmolens (ashoogte tot 15 meter) en zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik zijn uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening. In het derde lid wordt de lokale installatie nader afgebakend.
Artikel 3 Resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
Eerste lid
In het eerste lid is een resultaatsverplichting voor gemeentegronden opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 2, moet de initiatiefnemer 100 procent lokaal eigendom realiseren. Dit betekent dat het realiseren van 100 procent lokaal eigendom de norm is op gemeentegronden. Voor overheidsgronden niet zijnde gemeentegronden en voor niet-overheidsgronden geldt een inspanningsverplichting van 50 procent, waarbij een hoger percentage aangemoedigd wordt.
Tweede lid
Van de initiatiefnemer wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dat bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat bijvoorbeeld niet. De initiatiefnemer moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Bij een georganiseerde vorm van personen en ondernemingen zoals genoemd in dit lid onder a, kan gedacht worden aan bijvoorbeeld individuele bewoners die in de directe omgeving van het initiatief wonen, een wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energiecoöperatie of energiegemeenschap.
Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken of een inkoopregeling met dermate hoge inkoopprijzen dat deze niet in een paar jaar terug te verdienen zijn uit de opbrengsten van het energieproject dan wel op voorhand financieel minder aantrekkelijk is dan als men niet zou deelnemen in het lokale eigendom. Tot slot dient ook een verantwoord rendement te worden geboden en dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor huishoudens uit de omgeving.
Derde lid
In het derde lid wordt expliciet vastgelegd dat de gemeente kan afwijken van de norm en dat afwijking van de norm alleen mogelijk is met een onderbouwde motivering waaruit blijkt dat het te realiseren percentage lokaal eigendom niet mogelijk is.
Vierde lid
Dit lid bevat een uitzondering voor die rijksgronden binnen het OER project Zonneroute Gooi en Vechtstreek die betrokken worden in de definitieve aanbesteding van die Zonneroute. De verplichtingen op basis van artikel drie gelden niet voor die gronden in het project Zonneroute. Het verkrijgen van lokaal eigendom voor betreffende gronden in dit project wordt gerealiseerd door middel van een aanbestedingsprocedure. De mate van Lokaal Eigendom die de initiatiefnemer realiseert wordt hierbij meegenomen als één van de belangrijkste wegingsfactoren om de inschrijvers punten toe te kennen. Hiermee wordt concreet invulling gegeven aan het uitgangspunt “streven naar 50 procent lokaal eigendom” uit de RES en een groter aandeel lokaal eigendom bevorderd. Voor de gemeentegronden binnen het OER project Zonneroute geldt deze verordening wel en wordt in de selectieprocedure een voorkeurspositie gegeven aan energiegemeenschappen.
Artikel 4 Motivering resultaats- en inspanningsverplichting lokaal eigendom
De initiatiefnemer is verplicht voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van een lokale installatie aan het college te motiveren hoe is voldaan aan de resultaatsverplichting en/of de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom. Het gekozen moment is een uiterste moment dat de initiatiefnemer de resultaatsverplichting of inspanningsverplichting moet aantonen. Bij voorkeur gebeurt dit eerder, omdat logischerwijs dan alle afspraken rondom participatie zijn vastgelegd. Het ligt voor de hand dat het college de initiatiefnemer vervolgens informeert of en hoe aan de resultaatsverplichting en/of inspanningsverplichting is voldaan.
Deze bepaling is gebaseerd op bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet (Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23, Amendement lid Rooderkerk).
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de initiatiefnemer moet aanleveren voor de motivering van de resultaatsverplichting en/of de inspanningsverplichting. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om te motiveren dat de initiatiefnemer heeft geleverd wat betreft het streven naar lokaal eigendom. Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is af te bakenen.
In het tweede lid is opgenomen welke stukken de initiatiefnemer moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt ook als 100 procent lokaal eigendom wordt behaald.
De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is ook opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Verder bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de kring van partijen. Lokaal eigendom houdt in dat de kring van partijen in alle opzichten betrokken kan zijn bij de ontwikkeling, dat is dus niet puur financieel. Het is van belang dat de kring van partijen onderdeel is van het besluitvormingsproces en de ontwikkeling van de lokale installatie. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van partijen en de initiatiefnemer.
In het geval dat de initiatiefnemer het van toepassing zijnde percentage lokaal eigendom niet heeft behaald, worden in het derde lid stukken gevraagd ter onderbouwing waarom dit percentage lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financiële participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van lokaal eigendom moet de initiatiefnemer deugdelijk motiveren dat dit ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was.
Artikel 6 Sanctiebepaling
Deze bepaling is gebaseerd op artikel 154 van de Gemeentewet. Deze sanctie kan opgelegd worden naast de bestuursrechtelijke bevoegdheden van de gemeente voor het eventuele toepassen van een last onder dwangsom als bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (een herstelsanctie).
Artikel 7 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt gelijktijdig in werking met artikel 6.12 van de Energiewet. De Energiewet treedt in werking op 1 januari 2026 (zie Koninklijk Besluit 17 februari 2025, Stb. 2025/40).
Artikel 8 Citeertitel
Dit artikel bevat de citeertitel van de verordening. Naar deze titel kan worden verwezen in ander beleid en regelgeving.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl