Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756201
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756201/1
Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2026 e.v.
Geldend van 04-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2026 e.v.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul,
Gelet op artikel 34 van de Participatiewet;
Overwegende dat de wijziging van de Participatiewet ingaande 1 januari 2026 onder meer leidt tot vereenvoudiging van de vermogensvaststelling, maar dat nadere uitwerking op lokaal niveau wenselijk blijft om een gelijke toepassing te borgen;
Overwegende dat derhalve geactualiseerde beleidsregels rondom vermogensvaststelling zijn opgesteld en dat de oude beleidsregels die zijn vastgelegd in het ‘Uitvoeringsbesluit vermogensvaststelling Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.‘ per heden worden ingetrokken;
besluit de volgende regeling met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 vast te stellen:
Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2026 e.v.
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
wet: de Participatiewet;
- b.
vermogen: onder vermogen wordt verstaan hetgeen is opgenomen in artikel 34, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet, met inachtneming van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 34, tweede lid;
- c.
vermogensgrens: de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet;
- d.
overige financiële rekeningen: overige geregistreerde banktegoeden, zoals: Paypall, Revolut en Bunq;
- e.
RDW: Rijkdienst voor wegverkeer;
- f.
voertuig: een bij de RDW geregistreerd voertuig, met uitzondering van scooters (niet zijnde motorscooters) en brommers;
- g.
economische waarde voertuigen: de waarde vastgesteld aan de hand van de ANWB koerslijst (verkoop door particulier) en indien dat niet mogelijk is, de waarde op basis van een tweetal websites waarop vergelijkbare voertuigen te koop worden aangeboden;
- h.
economische waarde caravans of boten; de waarde vastgesteld op basis van een tweetal websites waarop caravans of boten te koop worden aangeboden;
- i.
Oldtimer: een voertuig dat 40 jaar of ouder is.
Alle andere begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede andere wet- en regelgeving.
Artikel 2. Eenmalige vrijlating van liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen
-
1. Bij de vaststelling van het vermogen bij aanvang van de uitkering wordt éénmalig een vrijlating toegepast op het totaal van de liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen waarover de uitkeringsgerechtigde op dat moment redelijkerwijs kan beschikken.
-
2. De eenmalige vrijlating, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegepast op overige vermogenscomponenten, zoals voertuigen, overwaarde woning, caravans en boten.
-
3. De maximale hoogte van de eenmalige vrijlating ziet er als volgt uit:
Doelgroep
Percentage van de gehuwdennorm incl. vt per 1 januari van het toepasselijk kalenderjaar
Alleenstaande
100%
Alleenstaande ouder
133.33%
Gehuwden
150%
-
4. Indien het totaal aan liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen lager is dan de van toepassing zijnde gemaximeerde vrijlating, bedoeld in het derde lid, dan is de eenmalige vrijlating gelijk aan dit totaal.
Artikel 3. Waardering van voertuigen
-
1. Bedraagt de economische waarde van een voertuig of van meerdere voertuigen die op naam van de uitkeringsgerechtigde staan tezamen niet meer dan € 5.500,00, dan wordt het bezit daarvan als algemeen gebruikelijk beschouwd en niet als vermogen aangemerkt.
-
2. Bedraagt de economische waarde van een voertuig of van meerdere voertuigen tezamen die op naam van de uitkeringsgerechtigde staan méér dan € 5.500,00, dan wordt het meerdere aangemerkt als vermogen en volledig meegewogen bij de vermogensvaststelling.
-
3. In uitzondering op het eerste en tweede lid wordt de economische waarde van een oldtimer die op naam staat van een uitkeringsgerechtigde in zijn geheel aangemerkt als vermogen en volledig meegewogen bij de vermogensvaststelling.
Artikel 4. Waardering van caravans en boten
-
1. Het bezit van een caravan op naam van de uitkeringsgerechtigde en/of het bezit van een boot op naam van de uitkeringsgerechtigde wordt niet als algemeen gebruikelijk beschouwd. De economische waarde van de caravan en/of boot wordt in zijn geheel aangemerkt als vermogen en dient volledig te worden meegenomen bij de vermogensvaststelling.
-
2. Wordt een caravan of boot feitelijk gebruikt als enige woning dan vindt vermogensvaststelling met in achtneming van artikel 34, tweede lid, onderdeel d van de wet plaats.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026; tegelijkertijd wordt het “Uitvoeringsbesluit vermogensvaststelling Maastricht-Heuvelland 2016 e.v.” per heden ingetrokken.
Artikel 6. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet Maastricht- Heuvelland 2026 e.v.
Ondertekening
Aldus besloten door:
burgemeester en wethouders van de gemeente Gulpen-Wittem in de collegevergadering van
< datum vergadering>
de secretaris,
R. Sluijsmans
de burgemeester,
N.H.C. Ramaekers-Rutjens
burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht in de collegevergadering van
<datum vergadering>
de secretaris,
G.J.C. Kusters
de burgemeester,
W.A.G Hillenaar
burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen in de collegevergadering van
<datum vergadering>
de secretaris,
J.J.M. Eurlings
de burgemeester,
J.M.L. Niederer
burgemeester en wethouders van de gemeente Vaals in de collegevergadering van
<datum vergadering>
de secretaris,
J.H.M.J. Bertram
de burgemeester,
H.M.H. Leunissen
burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul in de collegevergadering van <datum vergadering>
de secretaris,
G.S. Reehuis
de burgemeester,
D.M.M.T Prevoo
Toelichting
Algemeen
De wijziging van de wet met ingang van 1 januari 2026 heeft onder meer tot gevolg dat de vermogensvaststelling eenvoudiger wordt. De bijstandsgerechtigde hoeft niet langer elke vermogensmutatie aan de gemeente door te geven. Hij moet dat alleen doen wanneer zijn vermogen over de vermogensgrens heen gaat. Er vindt dan een nieuwe vermogensvaststelling door de consulent plaats waarbij ook weer gekeken wordt naar eventueel aanwezige schulden.
Bij de vaststelling van het vermogen moet helder zijn welke middelen worden meegenomen en welke niet. De vereenvoudiging binnen de wet vormt nu aanleiding om de aanvullende gemeentelijke beleidsregels rondom vermogensvaststelling te actualiseren.
In de vorige beleidsregels lag de nadruk op auto’s en motoren en werden bijvoorbeeld brommobielen niet meegewogen. Nu worden alle bij de RDW geregistreerde voertuigen meegewogen dus ook brommobielen en citycars. Gezien de prijsontwikkeling in de afgelopen jaren, kunnen deze soms een behoorlijke economische waarde vertegenwoordigen.
Scooters (niet zijnde motorscooters) en brommers worden wel uitgezonderd.
Een voertuig dat, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin noodzakelijk is, blijft ook buiten beschouwing. Dan gaat het bijvoorbeeld om een voertuig, dat met toepassing van de Wet maatschappelijke ondersteuning is toegekend.
Vanwege de ruimere definiëring van het begrip voertuig is in het nieuwe beleid een hogere vrijlating opgenomen. Bedraagt de waarde van een voertuig of van meerdere voertuigen tezamen niet meer dan € 5.500,00 dan worden die niet meegenomen bij de vermogensvaststelling.
Verder wordt ook nu weer een aparte vrijlating toegepast op de liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen.
Daarnaast gelden nog steeds de vermogensgrenzen van artikel 34, derde lid, van de wet.
Artikelsgewijs
Artikel 2 Eenmalige vrijlating van liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen
Bij de vaststelling van het vermogen bij aanvang van de uitkering wordt eenmalig een vrijlating toegepast op het totaal van de liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen waarover de uitkeringsgerechtigde op dat moment redelijkerwijs kan beschikken. Bij de begripsbepalingen is aangegeven wat onder overige financiële rekeningen kan worden verstaan. De opsomming is niet limitatief. Het moet wel gaan om betaalrekeningen en/of spaarrekeningen.
Artikel 3Waardering van voertuigen
Bij de waardering van voertuigen wordt uitgegaan van de economische waarde van elk voertuig dat op naam van de uitkeringsgerechtigde bij de RDW is geregistreerd met uitzondering van scooters (niet zijnde motorscooters) en brommers. Die blijven buiten beschouwing.
Voor het bepalen van de economische waarde wordt gekeken naar de ANWB koerslijst en als die geen uitkomst biedt dient de economische waarde te worden bepaald aan de hand van een tweetal verkoopsites, bijvoorbeeld AutoScout24.nl en Marktplaats.nl.
Er geldt een vrijlating van € 5.500,00 voor een op naam van de uitkeringsgerechtigde geregistreerd voertuig of meerdere geregistreerde voertuigen tezamen. Is de economische waarde lager dan wordt het bezit gezien als algemeen gebruikelijk. Ligt de economische waarde van het voertuig of de voertuigen tezamen hoger dan worden die volledig meegewogen bij de vermogensvaststelling.
Oldtimers worden altijd volledig als vermogen aangemerkt.
Artikel 4 Waardering van caravans en botenCaravans en boten worden niet beschouwd als middelen die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn en tellen daarom volledig mee bij de vermogensvaststelling.
Voor het bepalen van de economische waarde van caravans kan worden gekeken naar verkoopsites als Bovag.nl en Marktplaats.nl. Aanvullend kunnen een aankoopnota en/of een verzekering van de caravan iets vermelden over de waarde van de caravan.
Voor het bepalen van de economische waarde van boten kan de verkoopsite Hiswa.nl worden bezocht en kan er aanvullend worden gekeken naar een verzekeringsovereenkomst voor de boot. Vaak geeft die ook een indicatie van de waarde en de waardeontwikkeling gedurende de looptijd van de polis.
Het bewonen van een caravan of boot biedt in de regel geen basis voor een adres bedoeld voor inschrijving in de BRP. Alleen als het om een formele stand- of ligplaats gaat. In die laatste gevallen moet bij de vermogensvaststelling toepassing worden gegeven aan het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onderdeel d van de wet. Op de economische waarde van caravan of boot dient dan een extra vrijlating te worden toegepast. Is er nog overwaarde dan moet leenbijstand worden bezien. Het gaat bij caravans of boten die voor bewoning worden gebruikt vaak om uitzonderlijke typen, die mogelijk niet snel te vinden zijn op een verkoopsite. Een taxatie door een deskundige zal daarom in zo’n enkel voorkomend geval nodig zijn.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl