Marktverordening Alphen aan den Rijn 2025

Geldend van 04-02-2026 t/m heden

Intitulé

Marktverordening Alphen aan den Rijn 2025

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 september; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Marktverordening Alphen aan den Rijn 2025

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten.

Artikel 2. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    bedienvergunning: vergunning voor het op de markt tegen betaling en voor consumptie ter plaatse verstrekken van voedsel of drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan;

  • -

    dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning; - dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel voor de op de vergunning vermelde standplaats; - markt: door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkt;

  • -

    marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats- of standwerkvergunning;

  • -

    standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning;

  • -

    standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning;

  • -

    standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen;

  • -

    vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning;

  • -

    vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van de termijn overeenkomstig artikel 14, eerste lid van deze verordening, voor het op de markt bedrijven van handel.

Artikel 3. Inrichtingsplan

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor elke markt vast, met daarin in ieder geval:

    • a.

      de dagen en uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden;

    • b.

      een kaart van de markt;

    • c.

      de verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vastestandplaatsvergunningen.

  • 2. Op de kaart van de markt zijn in ieder geval aangegeven:

    • a.

      de grenzen van de markt;

    • b.

      de vaste standplaatsen.

  • 3. Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven:

    • a)

      de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen;

    • b)

      het maximum aantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven;

    • c)

      de dagplaatsen;

    • d)

      de standwerkplaatsen.

Artikel 3A. Marktcommissie

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen een commissie van advies in die tot taak heeft het hen te adviseren inzake marktaangelegenheden.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie.

Artikel 4. Vergunningplicht

  • 1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van burgemeester en wethouders.

  • 2. Het is verboden op een markt zonder bedienvergunning van burgemeester en wethouders marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of drank voor consumptie ter plaatse.

  • 3. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die niet meer dan één vaste-marktstandplaatsvergunning, in dezelfde branchering, heeft voor de betreffende markt.

Artikel 4A. Vent en sampleverbod

  • 1. Anders dan in artikel 5:15 van de Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014 is het verboden om op het aangewezen marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, waren of consumptieartikelen ter promotie of verkoop rond te lopen of te rijden.

  • 2. Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van toepassing op de houder van de bedienvergunning.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning en bedienvergunning.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

  • 3. Een marktvergunning geldt voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen.

  • 4. De vergunninghouder maakt gebruik van de kraam die van de door burgemeester en wethouders aangewezen kramenverhuurder kan worden gehuurd. Indien burgemeester en wethouders geen kramenverhuurder hebben aangewezen, is het de ondernemer toegestaan om zelf een kraam mee te nemen en neer te zetten, op voorwaarde dat deze kraam is goedgekeurd door de marktmeester. De marktmeester let hierbij onder andere op de veiligheid en aard en omvang van de constructie en de uitstraling van de kraam op de markt zelf.

  • 5. Indien er een kramenverhuurder door burgemeester en wethouders is aangewezen, maar een vergunninghouder van een vaste-standplaatsvergunning of een dagplaatsvergunning alsnog met eigen materiaal een standplaats wil innemen, dan dient laatstgenoemde daartoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen in een dergelijke situatie een ontheffing verlenen van de verplichting om gebruik te maken van een kraam van een aangewezen kramenverhuurder als bedoeld in het vierde lid.

Artikel 6. Mandaatverboden

  • 1. De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd.

  • 2. De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning en bedienvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder.

Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen en bedienvergunning

Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedure van artikel 9 dan wel artikel 10 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen in het inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 8 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning.

Artikel 8. Verlenging na afroep

  • 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen burgemeester en wethouders de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

  • 2. Bij de verlenging na afroep maken burgemeester en wethouders acht weken voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het elektronisch gemeenteblad bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van vijftien jaar, waarbij wordt aangegeven voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend.

  • 3. Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen twee weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze.

  • 4. Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengen burgemeester en wethouders zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.

  • 5. Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval passen burgemeester en wethouders de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van de artikelen 9 of 10 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen.

  • 6. In het in het vijfde lid bedoelde geval stellen burgemeester en wethouders de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikelen 9 of 10 wordt toegepast en dat zij vóór de door burgemeester en wethouders genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie

  • 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via selectie.

  • 2. Bij de verdeling via selectie maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in het elektronisch gemeenteblad bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van vijftien jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

  • 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

  • 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking.

  • 5. Bij de beoordeling van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:

    • a.

      het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment [25];

    • b.

      de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de gegadigde [25];

    • c.

      de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment [25];

    • d.

      het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de gegadigde [25];

    • e.

      het consumentvriendelijk ondernemen door de gegadigde [15];

    • f.

      aantoonbare binding van de gegadigde met de vestigingsplaats van de betreffende markt of de gemeente Alphen aan den Rijn [5].

  • 6. Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunning aan de gegadigde met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten.

  • 7. Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd.

Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting

  • 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via loting.

  • 2. Bij de verdeling via loting maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in het elektronisch gemeenteblad bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van vijftien jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

  • 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

  • 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer.

  • 5. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd.

  • 6. Burgemeester en wethouders verlenen de vaste- standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.

Artikel 11. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen

Burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare dagplaatsvergunningen op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen.

Artikel 12. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen

Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare standwerkvergunningen op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen. Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.

Artikel 13. Verdeling beschikbare bedienvergunning

Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare bedienvergunning via loting waarvoor de aanvragers die een toewijsbare aanvraag hebben gedaan worden uitgenodigd.

Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning

Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van vijftien jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.

  • 3. Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

  • 4. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 15. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.

  • 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kunnen burgemeester en wethouders de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste drie jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als medeeigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 9, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.

  • 3. De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt:

    • a.

      bij vergunningen die zijn verleend voor een termijn van vijftien jaar, voor de resterende vergunningsduur.

    • b.

      bij vergunningen verleend voor een onbepaalde termijn, voor een termijn van vijftien jaar, verminderd met het aantal jaren dat na de inwerkingtreding van deze verordening is verstreken op het moment van overschrijving van de vergunning.

  • 4. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.

  • 5. Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

  • 6. Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kunnen burgemeester en wethouders deze intrekken.

Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in:

    • a.

      op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of

    • b.

      twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 15 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als:

    • a.

      de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

    • b.

      de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

    • c.

      van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt;

    • d.

      de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of

    • e.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.

  • 3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.

  • 4. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag, tenzij de marktmeester op tijdig verzoek van vergunninghouder de standplaats voor hem beschikbaar houdt.

Artikel 17. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging

  • 1. De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in.

  • 2. De houder van een vaste-standplaatsvergunning kan de hem toegewezen standplaats, met toestemming van het college, ook laten innemen door een vervanger.

  • 3. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

  • 4. Als vervanger kunnen uitsluitend in aanmerking komen de echtgeno(o)t(e), de relatiepartner, een handelsbekwaam kind van de vergunninghouder, de medevennoot of een werknemer.

  • 5. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een vervanger dient de standplaats te allen tijde ingenomen te worden, tenzij de vervanger door ziekte of andere bijzondere omstandigheden is verhinderd.

  • 6. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen en niet in zijn vervanging kan voorzien, deelt dit schriftelijk mede aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt, waarbij een maximum van 6 weken per jaar als toelaatbaar maximum geldt.

  • 7. De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte of andere bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen en die niet in zijn vervanging kan voorzien, is voor een periode van maximaal een half jaar, gerekend vanaf de dag van ziekmelding of het ontstaan van de bijzondere omstandigheid, ontheven van zijn verplichting om de standplaats zelf in te nemen.

Artikel 18. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

  • 1. Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vastestandplaatsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats toewijzen aan een houder van een vaste-standplaatsvergunning op de betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag en de resterende vergunningsduur van de vergunninghouder blijft na verplaatsing behouden.

  • 2. Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijzen burgemeester en wethouders de vaste standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd.

  • 3. Als de beschikbaar gekomen vaste standplaats op grond van het inrichtingsplan bij voorrang is bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats alleen toewijzen aan een vergunninghouder die tot die branche behoort of die handelt in die artikelgroep.

Paragraaf 4. Dagplaats-, standwerk- en bedienvergunning

Artikel 19. Dagplaatsvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vastestandplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger.

  • 2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die de dag vóór de marktdag bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste.

  • 3. Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

    • a.

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of

    • b.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vaste-standplaatsvergunning had die niet langer dan een jaar geleden is ingetrokken.

  • 5. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van een gegadigde bepalen dat voor de toepassing van het derde lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen.

  • 6. Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.

  • 7. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 20. Standwerkvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een standwerkvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde standwerkplaats en artikelen.

  • 2. Voor een standwerkvergunning komen in aanmerking de gegadigden die de dag vóór de marktdag bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een standwerkvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste, en aan wie gedurende de voorafgaande maand niet vaker dan 1 keer een standwerkvergunning is verleend.

  • 3. Burgemeester en wethouders weigeren een standwerkvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

    • a.

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of

    • b.

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van een gegadigde bepalen dat voor de toepassing van het derde lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen.

  • 5. Een standwerkvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.

  • 6. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 21. Bedienvergunning

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bedienvergunning verlenen voor de duur van vijftien jaar en voor op de vergunning vermelde consumpties.

  • 2. Artikel 16, eerste en tweede lid is van toepassing.

Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders

Artikel 22. Toonplicht vergunning of toestemming

Degene die een standplaats inneemt of wil innemen of handelt met een bedienvergunning, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 23. Markttijden in acht nemen

  • 1. Het is verboden om meer dan de op grond van het inrichtingsplan voor een markt gestelde tijden op de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren.

  • 2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door burgemeester en wethouders verleende ontheffing.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.

Artikel 24. Marktterrein schoonhouden

  • 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Paragraaf 6. Handhaving

Artikel 25. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.

Artikel 25A. Afgelasting markt

Indien bij aanvang van de markt, of gedurende de tijdsperiode waarop de markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten e.d. de orde op de markt kunnen verstoren of dreigen te verstoren, per direct gevaar dreigt voor de vergunninghouder, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein, waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden, kan het college besluiten:

  • a.

    de vergunninghouder te verplichten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen;

  • b.

    de markt anders op te stellen c.q. in te richten;

  • c.

    de markt niet te laten aanvangen, of;

  • d.

    de markt onmiddellijk te beëindigen.

Artikel 26. Onmiddellijke verwijdering

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.

Artikel 27. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 28. Overgangsrecht

  • 1. Besluiten op grond van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken.

  • 2. Bij de ambtshalve wijziging van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 14, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

  • 3. De op grond van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen.

  • 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 beslist.

Artikel 28A. Hardheidsclausule

Het college kan het bepaalde bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de markt leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 29. Intrekking oude regeling

De Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na bekendmaking.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Alphen aan den Rijn 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november 2025.

De voorzitter,

de griffier,

Artikelsgewijze toelichting Marktverordening Alphen aan den Rijn 2025

Algemeen

De bevoegdheid tot het instellen, veranderen of afschaffen van een markt is aan burgemeester en wethouders toegekend. Zie hiervoor artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet. Daarnaast is de raad op grond van artikel 149 van de Gemeentewet bevoegd om een marktverordening vast te stellen. Het vaststellen van een marktverordening zal samengaan met een besluit van burgemeester en wethouders tot het instellen van een markt.

Het doel van deze verordening is drieledig. Ten eerste worden de kaders gecreëerd om markten zodanig te organiseren dat de gemeentelijke algemene belangen beschermd worden en dat de markten aantrekkelijk zijn voor zowel consumenten als marktkooplieden. Ten tweede heeft deze verordening tot doel dit op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, zonder overbodige regels en met zo min mogelijk administratieve lasten. Tot slot is de verordening ook gericht op het voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG) en de Dienstenwet. Zie verder ook de toelichting bij paragraaf 2.

Artikelsgewijs

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Toepassingsgebied

Op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet kunnen burgemeester en wethouders jaarmarkten of gewone marktdagen instellen (en veranderen of afschaffen). Deze Marktverordening is van toepassing op dergelijke van gemeentewege ingestelde markten, voor zover het warenmarkten zijn en deze met enige regelmaat (regulier) plaatsvinden.

De regulering van andere ambulante handel dan waarop deze verordening van toepassing is, is te vinden in de Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014 (hierna: APV). Hierin zijn regels voor evenementen, waaronder ook braderieën vallen, opgenomen. Verder bevat de APV-bepalingen over venten, snuffelmarkten en het innemen van standplaatsen, niet zijnde standplaatsen op markten. Uit de in de APV opgenomen bepalingen blijkt steeds dat deze niet van toepassing zijn op de markten die door burgemeester en wethouders op grond van artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet zijn ingesteld.

Artikel 2. Definities

Er zijn drie soorten marktvergunningen, dat wil zeggen vergunningen om op de markt handel te drijven. Dat zijn de vaste-standplaatsvergunning, de dagplaatsvergunning en de standwerkvergunning. Deze vergunningen onderscheiden zich van elkaar door hun looptijd en door de vergunde activiteit. De marktvergunning vermeldt voor welke standplaats hij geldt, en in het inrichtingsplan is in ieder geval opgenomen welke standplaatsen beschikbaar zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning (artikel 3).

De bedienvergunning is een wat afwijkende figuur. Hierbij is de vergunde activiteit niet het drijven van handel met bezoekers van de markt, maar het verstrekken van voedsel en drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan. De bedienvergunning komt nog maar weinig voor. In de huidige praktijk (anno 2025) is er bij slechts één Alphense markt sprake van bedrijfsmatige verstrekking van voedsel en drank aan marktvergunninghouders, waarop een bedienvergunning van toepassing is.

Artikel 3. Inrichtingsplan

Eerste en tweede lid

Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt een inrichtingsplan vaststellen en daarin opnemen wat voor de markt in ieder geval geregeld moet en mag worden. Zo wordt in het inrichtingsplan aangegeven wat de markttijd is en blijkt uit de kaart van de markt, die onderdeel is van het inrichtingsplan, waar de grenzen van het marktterrein liggen. Ook wijzen burgemeester en wethouders de vaste standplaatsen aan. Verder maken zij met het inrichtingsplan duidelijk welke verdeelprocedure zij zullen toepassen bij het verlenen van vaste-standplaatsvergunningen. De mogelijke verdeelprocedures zijn beschreven en uitgewerkt in de artikelen 9 (selectie) en 10 (loting). Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de artikelen 9 of 10 toepassen.

Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders in het inrichtingsplan vastleggen dat zij, in de gevallen die zich daarvoor lenen, de verlengingsprocedure van artikel 8 in gang zullen zetten. Het opnemen van deze mogelijkheid in het inrichtingsplan is niet geformuleerd als een verplichting, omdat het gaat om een (discretionaire) bevoegdheid. Voor het toepassen van de bevoegdheid is het noemen van ook artikel 8 in het inrichtingsplan echter wel van belang, vanwege de kenbaarheid en transparantie.

Derde lid

Verder kunnen burgemeester en wethouders de dagplaatsen en standwerkplaatsen expliciet aanwijzen en bepalen dat een maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen wordt afgegeven voor een of meer branches of artikelgroepen (of combinaties daarvan). Dit is conform de Dienstenrichtlijn. Ook wordt hierdoor bereikt dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt aantrekkelijker voor de consument. Burgemeester en wethouders kunnen voor de markt een branchering hanteren. Dit zorgt ervoor dat de markt een zo breed mogelijk assortiment heeft en behoudt. Per branche wordt vastgesteld hoeveel kooplieden worden toegelaten. Uitgangspunten bij het vaststellen van de branchering zijn de zorg voor diversiteit, de zorg voor een breed aanbod, geen afscherming van concurrentie en de mogelijkheid van uitbreiding voor kooplieden.

Artikel 3A. Marktcommissie

Op grond van afdeling 3.3 Algemene wet bestuursrecht en artikel 84 Gemeentewet wordt een adviescommissie ingesteld. Deze commissie is gehouden op aangeven van het college, het college te adviseren met betrekking tot marktaangelegenheden. Daarnaast kan de commissie op eigen initiatief het college van advies dienen inzake marktaangelegenheden.

Het college kan in het aanstellingsbesluit nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van de adviescommissie.

Artikel 4. Vergunningplicht

Eerste lid

In het eerste lid wordt verboden om zonder marktvergunning een standplaats in te nemen en wordt de bevoegdheid om deze vergunning te verlenen toegekend (geattribueerd) aan burgemeester en wethouders. De nadere regeling van de verschillende marktvergunningen gebeurt vervolgens in de paragrafen 2 t/m 4.

Tweede lid

In het tweede lid wordt eveneens verboden om op de markt zonder vergunning voedsel of drank te serveren aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan. Ook de bevoegdheid om deze bedienvergunning te verlenen wordt geattribueerd aan burgemeester en wethouders en de nadere regeling ervan gebeurt in de paragrafen 2 en 4.

Derde lid

Een vergunning wordt alleen verleend aan een natuurlijke persoon die in Nederland arbeid mag verrichten en die ook handelingsbekwaam is in de zin van het burgerlijk recht. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijke persoon en eventueel de beperking tot één vergunning per persoon per markt wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van vergunningen bewerkstelligd. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is dus niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.

Doordat de eis van handelingsbekwaamheid niet gekoppeld is aan een minimumleeftijd komen ook zestien- en zeventienjarigen aan wie door de kantonrechter handlichting is verleend in aanmerking voor een vergunning. Er is geen reden om minderjarigen die in het rechtsverkeer als handelingsbekwaam beschouwd worden, van de vergunning uit te sluiten.

Het vereiste ‘gerechtigd in Nederland arbeid te verrichten’ ziet met name toe op vreemdelingen die een vergunning ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen nodig hebben.

In totaal mag een vergunninghouder over niet meer dan twee vergunningen beschikken.

Artikel 4A. Vent en sampleverbod

In de Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014 is venten niet verboden. Om oneerlijke concurrentie tegen te gaan is het op het aangewezen marktterrein verboden om te venten dan wel om goederen ter promotie aan te bieden.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

Eerste lid

Aan een marktvergunning en bedienvergunning mogen alleen voorschriften en beperkingen worden verbonden die de belangen beschermen in verband waarmee de vergunning is vereist.

Derde lid

In bijzondere gevallen kan een andere standplaats worden aangewezen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan zaken als extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden of bepaalde evenementen (bijvoorbeeld op Koningsdag).

Vierde lid

Om verzekerd te zijn van een uniform karakter op de markt, kan een kramenverhuurder aangewezen worden. Deze draagt zorg voor de levering van de marktkramen, die de ondernemers op de markt bij hem huren.

Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen en bedienvergunning

Marktvergunningen en bedienvergunningen zijn, gegeven de omstandigheid dat er een bepaald vergunningenplafond is, schaarse vergunningen zoals bedoeld in de Dienstenrichtlijn. Die kwalificatie brengt onder meer met zich mee dat deze vergunningen niet voor onbepaalde tijd kunnen worden verleend en dat de verdeling van de vergunningen moet voldoen aan de eisen van kenbaarheid en transparantie. Potentiële gegadigden moeten op gelijke voet kunnen meedingen naar de beschikbare vergunningen. Vooraf moet duidelijk zijn wat de looptijd van een vergunning is, op welke manier vergunningen worden verdeeld en welke (inhoudelijke) criteria daarbij worden gebruikt. Gegadigden kunnen dan hun vergunningaanvraag hierop afstemmen.

In paragraaf 2 zijn de verschillende verdeelprocedures voor de verschillende marktvergunningen en de bedienvergunning neergelegd. Voor de dagplaatsvergunning, de standwerkvergunning (die beide worden verleend voor de duur van een dag) en de bedienvergunning, is voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure. Voor de vaste-standplaatsvergunning, die wordt verleend voor een langere termijn, zijn twee mogelijke verdeelprocedures uitgewerkt. Burgemeester en wethouders maken hun keuze uit die twee mogelijke procedures en leggen deze keuze vast in het inrichtingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen kiezen voor de verdeling via selectie (artikel 9) of voor de verdeling via loting (artikel 10). Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een verplichting (artikel 7). In aanvulling op de voorgeschreven keuze voor de verdeelprocedure kunnen burgemeester en wethouders er ook voor kiezen om in het inrichtingsplan vast te leggen dat zij de procedure van verlenging na afroep (artikel 8) toepassen. Het maken en vervolgens in het inrichtingsplan vastleggen van deze keuze is een bevoegdheid.

Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning

Eerste lid

In dit artikel wordt geregeld dat uit het inrichtingsplan blijkt welke verdeelprocedure burgemeester en wethouders toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning. Burgemeester en wethouders hanteren de gekozen verdeelprocedure zowel in de situatie waarin er slechts een vergunning beschikbaar is gekomen, als in de situatie waarin er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn. Burgemeester en wethouders hebben de keuze uit de selectieprocedure (artikel 9) of de procedure van loting (artikel 10). Door deze keuze vast te leggen in het inrichtingsplan, weten potentiële gegadigden voorafgaand aan de verdeling van een of meer beschikbare vergunningen hoe die verdeling zal plaatsvinden.

Tweede lid

Burgemeester en wethouders mogen in het inrichtingsplan vastleggen dat zij ook de procedure van verlenging na afroep (artikel 8) toepassen. Deze procedure kan alleen worden gestart als een vaste-standplaatsvergunning beschikbaar komt vanwege het einde van de looptijd van de vergunning en daarbij voldoende aannemelijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Als dit na het doen van een openbare kennisgeving (de afroep) is bevestigd, doordat inderdaad geen andere belangstellenden naar voren zijn gekomen, dan kan de vergunning van de zittende vergunninghouder eenvoudig worden verlengd. Als zich wel andere belangstellenden hebben gemeld, moet alsnog de verdeelprocedure van de artikelen 9 of 10 worden gevolgd.

Artikel 8. Verlenging vaste-standplaatsvergunning na afroep

Of de mogelijkheid van verlenging na afroep wordt gebruikt, is aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders zijn niet verplicht om de mogelijkheid van artikel 8 toe te passen, maar als zij daarvoor kiezen is het vanwege de kenbaarheid en de transparantie belangrijk om dit in het inrichtingsplan op te nemen. Ook hier geldt immers dat het vastleggen in het inrichtingsplan de potentiële gegadigden vooraf duidelijkheid biedt. Als de looptijd van een vaste-standplaatsvergunning eindigt, moet de vergunning in principe opnieuw worden uitgegeven, en aan de hand van een van de verdeelprocedures van de artikelen 9 of 10. Echter, in de situatie waarin het waarschijnlijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor de betreffende vaste-standplaatsvergunning, kan het starten van een verdeelprocedure te belastend of omslachtig zijn. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de in artikel 8 geregelde procedure van verlenging na afroep starten. Kort gezegd komt deze procedure erop neer dat nadat is vastgesteld dat er behalve de zittende vergunninghouder geen andere gegadigden voor de vergunning zijn, deze vergunning kan worden verlengd.

Eerste lid

De verlengingsprocedure kan alleen worden gehanteerd bij het beschikbaar komen van de vergunning doordat het einde van de looptijd van de vergunning wordt bereikt. Daarnaast moet het ook voldoende aannemelijk zijn dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Burgemeester en wethouders moeten dus aan de hand van objectieve feiten kunnen onderbouwen dat er waarschijnlijk geen andere gegadigden zullen zijn.

Tweede tot en met vierde lid

Het tweede lid bepaalt dat openbaar moet worden aangekondigd (afroep) dat de vaste-standplaatsvergunning beschikbaar komt. Dat is om er zeker van te zijn dat er niet toch méér belangstelling voor de vergunning is. Als die afroep voldoende duidelijk is geweest en alleen de zittende vergunninghouder zich binnen de in het derde lid gestelde termijn meldt, dan kan zijn vergunning worden verlengd op grond van het vierde lid. De vergunning hoeft dan niet opnieuw, met een van de verdeelprocedures van de artikelen 9 of 10, te worden uitgegeven. Er is immers maar één gegadigde voor de vergunning. De verlenging van de vergunning is uiteraard voor de looptijd die in de openbare kennisgeving was gemeld.

Vijfde en zesde lid

Het vijfde en zesde lid regelen wat er moet gebeuren als na het doen van de afroep onverhoopt blijkt dat er ook andere gegadigden zijn. In dat geval is verlenging van de vergunning voor de zittende vergunninghouder niet mogelijk en moet alsnog een van de verdeelprocedures worden toegepast. De openbare kennisgeving die op grond van het tweede lid van de artikelen 9 en 10 is voorgeschreven, hoeft dan niet te worden gedaan omdat deze feitelijk al heeft plaatsgevonden, namelijk door het doen van de afroep. Wel moet aan de gegadigden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt (inclusief de zittende vergunninghouder) worden gemeld dat de verdeelprocedure van selectie of loting wordt toegepast. Ook moeten de gegadigden een termijn krijgen waarbinnen zij hun aanvraag kunnen (en moeten) indienen. De zittende vergunninghouder die in aanmerking wil komen voor de vergunning, kan uiteraard op dezelfde voet als de andere gegadigden meedingen naar de vergunning.

Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie

Eerste lid

Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van een selectieprocedure. Of de verdeelprocedure van selectie wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan.

Tweede lid

Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vaste-standplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd (artikel 14, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen.

Derde lid

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren.

Vierde lid

Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en inhoudelijk te worden beoordeeld. Een aanvraag die niet aan de eisen voldoet, wordt buiten behandeling gesteld of (op andere inhoudelijke gronden dan welke volgen uit artikel 9, vijfde lid) afgewezen.

Vijfde lid

De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op grond van het vijfde lid door het toekennen van punten en het uitvoeren van een vergelijkende toets. De in het vijfde lid opgesomde selectiecriteria zijn ingegeven door verschillende algemene belangen. Zo is de samenstelling van het marktassortiment (onder a) niet alleen van belang voor (consument-)bezoekers, maar ook voor de ondernemers zelf. De uitstallingen zijn van invloed op het aanzien van de markt, zodat de kwaliteit van de uitstraling van die uitstallingen een aspect is dat wordt meegewogen in de puntentoekenning (onder b). Onder de kwaliteit van de uitstalling kan mede worden begrepen de presentatie van de standplaats en van het assortiment. Voor consumenten is het verder van belang dat de ondernemers voldoende ervaring hebben met en kennis van de waren die zij verkopen (onder c). Met maatschappelijk verantwoord ondernemen (onder d) wordt onder meer gedoeld op duurzaam ondernemen, of het aandacht hebben voor het productieproces van de waren en de arbeidsomstandigheden in dat productieproces. Consumentvriendelijk ondernemen (onder e) in het algemeen is eveneens een wegingsfactor. Hieronder kan mede worden begrepen het bieden van verschillende betaalmogelijkheden, de mogelijkheid van bezorging van producten en de mogelijkheid van retourneren of ruilen van producten.

Zesde lid

De aanvraag met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten wordt toegekend, de aanvragen met een lager aantal punten afgewezen. Als er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn gekomen, kunnen er ook meer aanvragen worden toegewezen, maar natuurlijk nog steeds op volgorde van puntental. Als het totaal aan beschikbare vergunningen is verdeeld, worden de overgebleven aanvragen (met de laagste punten) afgewezen. Door de verdeelprocedure uit te werken in de verordening en in het inrichtingsplan vast te leggen dat deze wordt gehanteerd door burgemeester en wethouders, kunnen potentiële gegadigden weten welke selectiecriteria gelden en kunnen zij hun aanvraag daarop afstemmen. Op deze manier wordt een onpartijdige en transparante selectieprocedure toegepast.

Zevende lid

Het zevende lid tenslotte bevat een regeling voor de situatie waarin meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, terwijl er voor hen maar één vergunning beschikbaar is. In dat geval wordt deze vergunning onder hen verloot, waarbij de vergunning wordt verleend op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.

Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting

Eerste lid

Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van loting. Of de verdeelprocedure van loting wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan.

Tweede lid

Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vaste-standplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd (artikel 14, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen.

Derde lid

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren.

Vierde en vijfde lid

Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en een lotnummer te krijgen. Een verdere inhoudelijke beoordeling vindt bij deze verdeelprocedure niet plaats. Als een aanvraag niet aan de eisen voldoet, dan wordt deze buiten behandeling gesteld of (op andere gronden dan de trekkingsuitslag) afgewezen. Alleen met een lotnummer kan worden deelgenomen aan de loting. De aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd voor de loting, maar zij zijn niet verplicht om aanwezig te zijn.

Zesde lid

De vergunningverlening vindt plaats op volgorde van de uitslag van de trekking. Net als bij de selectieprocedure geldt ook hier dat een of meer vergunningen beschikbaar kunnen zijn en dat de aanvraag of aanvragen die niet voldoen aan de geformuleerde selectiecriteria, worden afgewezen. Loting is een verdeelprocedure op grond van een willekeurig geselecteerd lotnummer. Ook loting geldt als een transparante en onpartijdige wijze van verdeling van schaarse vergunningen. Iedere gegadigde (met een toewijsbare aanvraag) die meedoet aan de loting, heeft dezelfde kans om de vergunning te verwerven.

Artikel 11. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen

Dagplaatsvergunningen zijn beschikbaar voor dagplaatsen en daarnaast ook voor vaste-standplaatsen die op de betreffende dag niet (op tijd) zijn ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger. Dagplaatsvergunningen gelden voor één dag, zodat het voor de hand ligt om te voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure van ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager (zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid) moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 19 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Aangezien er maar één mogelijke verdeelprocedure is voor dagplaatsvergunningen en die in de verordening is neergelegd, hoeft hierover geen keuze te worden bekendgemaakt in het inrichtingsplan.

Artikel 12. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen

De verdeling van de beschikbare standwerkvergunningen is op dezelfde manier geregeld als de verdeling van de dagplaatsvergunningen. Ook standwerk-vergunningen zijn vergunningen voor de duur van één dag. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager (zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid) moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 20 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Zie verder de toelichting onder artikel 11.

Artikel 13. Verdeling beschikbare bedienvergunning

De verdeling van de bedienvergunning is volgens loting, op overeenkomstige wijze procedure als vaste standplaatsen.

Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning

Voor de vaste-standplaatsvergunning is voorzien in een meer uitgebreide regeling dan voor de overige marktvergunningen [en de bedienvergunning]. De vaste-standplaatsvergunningen bepalen immers voor een belangrijk deel hoe de markt is ingericht.

Artikel 14. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning

Eerste lid

Dit artikel bevat de algemene bepalingen met betrekking tot de vaste-standplaatsvergunning. Deze vergunning geldt, vanwege de beperkte beschikbaarheid van de openbare ruimte voor de markthandel, als een schaarse vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn. Of er daadwerkelijk meer aanvragers zijn dan vergunningen is voor de kwalificatie als schaarse vergunning niet van belang. Schaarse vergunningen worden voor bepaalde tijd verleend. De achterliggende gedachte daarbij is dat de vergunning na verloop van tijd weer beschikbaar moet komen voor (her)verdeling. Niet alleen de zittende ondernemers, maar ook potentiële andere gegadigden moeten immers de kans krijgen om toe te treden tot de markt.

Bij het bepalen van de duur van de vaste-standplaatsvergunning is de zogenaamde terugverdientijd (en een redelijke vergoeding van geïnvesteerd kapitaal) van belang. De looptijd van de vergunning hoort niet korter te zijn dan deze terugverdientijd, omdat anders de vergunninghouders het risico lopen hun investeringen niet te kunnen terugverdienen. De looptijd van de vergunning hoort ook niet langer te zijn dan de terugverdientijd, omdat anders de potentiële gegadigden onnodig lang worden afgehouden van de toegang tot de markt.

Het is aan het gemeentebestuur om gemotiveerd en onderbouwd vast te stellen wat de looptijd van de vergunning moet zijn. Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1588), waarin de Afdeling onder meer heeft overwogen dat bij het bepalen van de looptijd (“passende beperkte duur”) van een beleidsmatig schaarse vergunning de terugverdientijd van noodzakelijke investeringen als factor moet worden meegenomen. Uit deze uitspraak volgt verder dat de zogenaamde afschrijvingstermijn niet per afzonderlijke vergunning of vergunninghouder mag worden bepaald, omdat dit tot willekeur leidt en niet verenigbaar is met de vereiste rechtszekerheid voor de vergunninghouders en eventuele gegadigden voor de vergunningen. Volgens de Afdeling kan per branche worden vastgesteld binnen welke termijn de bedoelde afschrijvingen redelijkerwijs kunnen worden gedaan. Uit de besluitvorming moet blijken dat het gemeentebestuur rekening heeft gehouden met de terugverdientijd.

De looptijd van de vaste-standplaatsvergunning, namelijk 15 jaar, is deels gebaseerd op het onderzoek dat SEO Economisch Onderzoek (hierna: SEO) in 2021 heeft gedaan op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In het rapport dat SEO heeft uitgebracht (‘Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’, januari 2021) is een analyse gemaakt van de opbrengsten van de ambulante handel en de investeringen, inclusief een redelijke vergoeding op geïnvesteerd vermogen. Op basis van die analyse is SEO gekomen tot een gemiddelde terugverdientijd van tussen de 9 (benedengrens) en 12 jaar (bovengrens). SEO heeft geen significante verschillen gevonden in de terugverdientijd als het gaat om het type product, de rechtsvorm van de onderneming, het aantal medewerkers en het aantal dagen in de week dat de vergunninghouder gemiddeld genomen actief is. Zie hierover ook de Kamerbrief van 15 juni 2021 van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat: Kamerbrief over bedrijfslevenbeleid: onderzoek vergunningsduur ambulante handel.

De Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH: de belangenorganisatie van vergunninghouders) geeft aan dat 12 jaar (in 2025) niet meer reëel is. Zij pleiten om in te zetten op een minimale termijn van 15 jaar, het liefst zelfs 20 jaar. De wereld is in de afgelopen drie jaar flink veranderd. Met name zijn de prijzen voor grondstoffen en voedingsmiddelen flink gestegen en is de inflatie nog onverminderd hoog. Ook heeft de coronacrisis invloed gehad op de vaste klantenkring van een aantal ondernemers. Daarnaast is de gemeente (voortvloeiend uit het Nederlandse Klimaatakkoord) bezig met het invoeren van een uitstootvrije zones (zero-emissiezones) in het centrum van Alphen aan den Rijn. De Alphense woensdag- en zaterdagmarkt zullen in de toekomst vallen in deze ‘zero-emissiezone’. Dit zorgt ervoor dat ondernemers te maken krijgen met flinke duurzaamheidsinvesteringen. De relevantie voor de vergunningsduur is, dat in economische zin een vergunningsduur van 15 jaar de meeste ondernemers de mogelijkheid biedt om in alle redelijkheid, de investeringen terug te verdienen. De looptijd van een vergunning mag niet onevenredig lang zijn, nieuwe ondernemers moeten immers ook de kans krijgen om toe te treden tot de markt. Om die reden is een looptijd van 15 jaar opgenomen.

Tweede lid

Op de vergunning staat vermeld welke vaste standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. Daarbij kan worden gedacht aan extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden of bepaalde evenementen.

Derde lid

De vaste-standplaatsvergunning is uitdrukkelijk niet overdraagbaar, alleen al niet omdat dit niet verenigbaar is met het vereiste om potentiële gegadigden gelijke kansen te bieden om toe te treden tot de markt.

Artikel 15. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning

Eerste en vierde lid

Als de vergunninghouder de vergunning niet meer zelf wil gebruiken, kan hij burgemeester en wethouders vragen om de vaste-standplaatsvergunning in te trekken. Intrekking van de vergunning gebeurt ook na het overlijden of onder curatele stellen van de vergunninghouder. Een alternatief is dat de vergunning (op aanvraag) wordt overgeschreven op naam van een ander. Artikel 15 regelt dat dit onder omstandigheden kan en op wiens naam de vergunning dan mag worden overgeschreven. Als de vergunninghouder is overleden of onder curatele gesteld, moet de aanvraag om overschrijving worden gedaan binnen twee maanden na het overlijden of de ondercuratelestelling.

Tweede en derde lid

In dit artikel is verder voor de duidelijkheid vastgelegd dat als de vergunning is verworven via een selectieprocedure (artikel 9), de overschrijving ervan alleen kan gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria op grond waarvan de vergunning eerder was verleend. Ook overigens geldt dat alle aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen onverkort van toepassing blijven.

De overschrijving geldt alleen voor de resterende looptijd van de betreffende vergunning en de overgeschreven vergunning kan niet worden verlengd. Na het einde van de looptijd moet de vergunning volgens de toepasselijke verdeelprocedure opnieuw worden uitgegeven.

Artikel 16. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

Eerste lid

Burgemeester en wethouders zijn gehouden de vaste-standplaatsvergunning in te trekken als de vergunninghouder daarom vraagt, of als hij is overleden of onder curatele gesteld. Dit is anders wanneer tijdig een aanvraag tot overschrijving is gedaan (zie artikel 15).

Tweede en derde lid

Op grond van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd, maar niet verplicht om de vergunning in te trekken als één van de daar genoemde situaties zich voordoet. Intrekking van de vergunning op grond van het tweede lid kan voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn. Als de intrekking voor bepaalde tijd is, kan dat ook betekenen dat gedurende die tijd ook de op de vergunning vermelde vaste standplaats vervalt.

Vierde lid

De vaste-standplaatsvergunning vervalt tijdelijk als de vergunninghouder (of zijn rechtmatige vervanger, zie artikel 17) de standplaats niet (op tijd) heeft ingenomen. In dat geval vervalt de vergunning voor de rest van de dag en kan de betreffende vaste-standplaats worden uitgegeven als dagplaats (zie artikel 19, eerste lid). De houder van de vaste-standplaatsvergunning kan op die dag zijn standplaats niet alsnog innemen.

Artikel 17. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging

Eerste en tweede lid

De vergunninghouder is verplicht om de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in te nemen. Als hij dat vanwege vakantie of bijzondere omstandigheden niet kan, kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de vaste standplaats inneemt. De vergunninghouder moet een aanvraag om toestemming indienen, met daarin de reden en de duur van zijn afwezigheid en de naam van de beoogde vervanger. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming weigeren. Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden.

Artikel 18. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

Eerste lid

Als op een markt, om welke reden ook, een vaste standplaats vrijkomt, dan kan deze worden toegewezen aan een zittende houder van een andere vaste-standplaatsvergunning op die markt. De toewijzing gebeurt door een wijziging van diens bestaande vergunning en op aanvraag, niet ambtshalve. De resterende vergunningsduur van de vergunninghouder blijft na verplaatsing behouden. Zittende vergunninghouders kunnen een aanspraak maken op een verandering van hun standplaats, omdat zij hebben bijgedragen aan de markt en daarmee aan het voorzieningenniveau.

Tweede lid

Als er meer vergunninghouders zijn die een aanvraag doen om plaatsverandering, dan wordt tussen hen geloot. Loting vindt plaats door middel van een trekking.

Paragraaf 4. Dagplaats-, standwerk- en bedienvergunning

Artikel 19. Dagplaatsvergunning

Eerste lid

Een dagplaatsvergunning kan langs twee wegen worden verleend, zo volgt uit het eerste lid. Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als dagplaats, kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen dagplaatsvergunningen afgeven. Ook kan een dagplaatsvergunning worden verleend voor een vaste-standplaats die op de betreffende dag niet (op tijd) is ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (zie artikel 17). Ook dagplaatsvergunningen kunnen niet onbeperkt worden uitgegeven en zijn in die zin schaars. Hun looptijd is beperkt tot een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. De wijze van verdeling van dagplaatsvergunningen is geregeld in artikel 11.

Tweede tot en met vijfde lid

Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een dagplaatsvergunning en wie dus een toewijsbare aanvraag kan indienen. Burgemeester en wethouders moeten de vergunning weigeren in de gevallen die zijn genoemd in het derde lid. In de gevallen die zijn genoemd in het vierde lid kunnen burgemeester en wethouders de vergunning weigeren. Het vijfde lid geeft de mogelijkheid te kunnen afwijken van de harde uitsluitingsgronden uit het derde lid. Het in aanmerking nemen van een langere termijn ex artikel 16, derde lid, betekent dat langer dan vier marktdagen wordt ‘teruggekeken’ om te zien of de betrokkene zich heeft misdragen of in gebreke is gebleven met de betaling van zijn marktgeld.

Zesde en zevende lid

Anders dan bij een vaste-standplaatsvergunning kan de houder van een dagplaatsvergunning zich, logischerwijs, niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan.

Artikel 20. Standwerkvergunning

Eerste lid

Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als standwerkplaats kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen standwerkvergunningen afgeven. De standwerkvergunning geldt, net als de dagplaatsvergunning, voor een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden en eveneens voor welke artikelen de vergunning geldt. De wijze van verdeling van standwerkvergunningen is geregeld in artikel 12.

Tweede en derde lid

Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een standwerkvergunning en wie een toewijsbare aanvraag kan indienen. Het vereiste dat in de aan de aanvraag voorafgaande maand niet vaker dan 1 keer een standwerkvergunning is verleend, is gesteld om ook andere gegadigden de kans te geven op deze vergunning. De weigeringsgronden zijn geregeld in het derde lid. Zie verder de toelichting bij artikel 19.

Vijfde en zesde lid

Anders dan bij een vaste-standplaatsvergunning kan de houder van een standwerkvergunning zich, logischerwijs, niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan.

Artikel 21. Bedienvergunning

Ook de bedienvergunning is een schaarse vergunning en wordt daarom verleend voor bepaalde tijd. De bedienvergunning is (in 2025) slechts op één markt in de gemeente Alphen aan den Rijn van toepassing. De procedure van de vaste-standplaatsvergunning wordt hier gevolgd omdat een procedure op volgorde van binnenkomst niet wenselijk is voor vergunningen die voor een langere tijd (15 jaar) vergeven worden. De verdeling van de bedienvergunning gebeurt daarentegen op basis van loting. In tegenstelling tot de vaste standplaatsvergunning is bij de bedienvergunning een puntentoekenning nauwelijks toe te passen.

Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders

Paragraaf 5 bevat een aantal algemene bepalingen voor (markt)vergunninghouders. Daarbij gaat het voornamelijk om algemene verplichtingen, zoals de verplichting om de vergunning te laten zien op eerste verzoek van een toezichthouder, de verplichting om de markttijden in acht te nemen en de verplichting om de markt schoon te houden. Deze verplichtingen gelden uiteraard ook voor eventuele vervangers van vergunninghouders.

Paragraaf 6. Handhaving

Artikel 26. Onmiddellijke verwijdering

In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat het gemeentebestuur onder andere ter uitvoering van gemeentelijke verordeningen de bevoegdheid heeft om een last onder bestuursdwang op te leggen. Dit artikel regelt de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om een bijzondere vorm van bestuursdwang, namelijk verwijdering, toe te passen. Deze bevoegdheid kan worden gebruikt als een vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog op de markt, of bij andere (ernstige) overtredingen van de Marktverordening.

Bij deze vorm van bestuursdwang wordt spoedeisendheid verondersteld (zie artikel 5:31, eerste lid, van de Awb). Dan kan bestuursdwang worden toegepast zonder voorafgaande last. Bij zéér spoedeisende gevallen, waarbij de haast zo groot is dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan bestuursdwang onmiddellijk worden toegepast (artikel 5:31, tweede lid, van de Awb). Wel moet het besluit dan achteraf alsnog bekendgemaakt worden (artikel 5:31, tweede lid, in samenhang met artikel 5:24, derde lid, van de Awb). Het hangt van de omstandigheden van het geval af of sprake is van een spoedeisend geval, of van een zéér spoedeisend geval.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 28. Overgangsrecht

Eerste lid

Op grond van het eerste lid blijven de besluiten op grond van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 (vergunningen, ontheffingen, mandaten, inrichtingsplan enz.) bestaan, totdat ze (ambtshalve) worden gewijzigd of ingetrokken. Zo hebben burgemeester en wethouders de gelegenheid om te doen wat er moet gebeuren. Dat is vooral van belang voor de vergunningen voor onbepaalde tijd: dit moeten immers vergunningen voor bepaalde tijd zijn.

Tweede lid

Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om eenmaal, bij het omzetten van vaste-standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd naar bepaalde tijd een kortere looptijd dan op grond van artikel 14, eerste lid, te bepalen. De gewijzigde vergunningen kunnen als overgangstermijn dienstdoen. Het bepalen van de duur van de overgangstermijn is lokaal maatwerk. Relevant is onder meer of de zittende ondernemers hun investeringen al grotendeels hebben kunnen terugverdienen en of zij voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie van vergunningen voor bepaalde tijd, die volgens de nieuwe verdeelprocedures worden uitgegeven. Uit rechtspraak (Rechtbank Amsterdam 5 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5002) blijkt dat het mogelijk is om een generieke overgangstermijn te bepalen, mits er ruimte is om daarvan af te wijken als in een individueel geval blijkt dat een ondernemer onevenredig wordt benadeeld. Uit dezelfde uitspraak volgt dat een overgangstermijn niet is bedoeld als volledige compensatie, maar om de vergunninghouders de gelegenheid te bieden om zich in te stellen op de nieuwe situatie.

Derde lid

De wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen. Het laten voortbestaan van deze lijsten dient nauwelijks doel en is Europeesrechtelijk mogelijk problematisch.

Vierde lid

Op aanvragen die zijn ingediend ten tijde van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015 en waarop nog niet is beslist bij de inwerkingtreding van deze Marktverordening, is deze Marktverordening van toepassing. Voor deze situatie is niet voorzien in overgangsrecht en geldt dus onmiddellijke inwerkingtreding. Dat is anders voor bezwaarschriften die zijn ingediend ten tijde van de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015. Daarvoor is wel voorzien in overgangsrecht, zodat deze bezwaarschriften nog worden afgehandeld conform de Marktverordening Alphen aan den Rijn 2015.

Artikel 28A. Hardheidsclausule

Door middel van de hardheidsclausule wordt aan het college de bevoegdheid gegeven te handelen in die situaties waarin de Marktverordening of het inrichtingsplan niet voorzien. Gewenst is om slechts in zeer beperkte mate van deze hardheidsclausule gebruik te maken en deze bevoegdheid strikt bij het college te laten.