Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756037
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756037/1
Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Halderberge
Geldend van 01-01-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente HalderbergeHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge;
• gelet op:
• de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
• de Verordening leerlingenvervoer gemeente Halderberge
• overwegende dat:
• het gewenst is ter invulling van hun beleidsruimte een beleidsregel vast te stellen over uitvoering van het leerlingenvervoer;
BESLUIT:
1. Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Halderberge vast te stellen.
Artikel 1. Definities
Begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de verordening leerlingenvervoer Halderberge.
Artikel 2. Begeleiding door ouders
1. Begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen is de verantwoordelijkheid van de ouders. Als het niet mogelijk is dat ouders zelf de begeleiding uitvoeren, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Als ouders en de instelling er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
2. Begeleiding in het aangepast vervoer is de verantwoordelijkheid van de ouders. Als het niet mogelijk is dat ouders zelf de begeleiding uitvoeren, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Als ouders en de instelling er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
3. Als het college bepaalt dat begeleiding ingezet mag worden in het aangepast vervoer, zal er een zitplaats ter beschikking worden gesteld voor de begeleiding.
4. Voor de begeleiding geldt dat het ophaal/brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. Voor de ritten van de begeleider terug naar de woning of naar school zonder de leerling ontvangt de begeleider een vergoeding voor de reiskosten op basis van het openbaar vervoer.
Artikel 3. Begeleiding is onmogelijk dan wel leidt tot ernstige benadeling
1. Een ouder is niet in staat om de leerling naar de specifieke schoollocatie te begeleiden als:
a. in het gezin meerdere kinderen naar verschillende schoollocaties gaan die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen, mits de ouders aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat zijn deze kinderen naar de verschillende scholen te begeleiden en dat géén beroep kan worden gedaan op een ander om de begeleiding van de verschillende kinderen op zich te nemen;
b. de overige kinderen in het gezin niet zelfstandig naar school kunnen reizen als:
i. zij door een handicap niet of niet zonder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, of
ii. de school tenminste 6 kilometer weg ligt en zij in een lagere groep dan groep zeven van de basisschool, speciale school voor basisonderwijs of school voor speciaal onderwijs zitten;
c. er tenminste twee andere kinderen in het gezin zijn die jonger zijn dan vier jaar, en de ouders aannemelijk hebben gemaakt er niet in te slagen de verzorging van deze kinderen gedurende het naar/van school brengen te regelen;
d. de begeleidende ouder de moeder is en zij binnen een maand zal bevallen van een kind of korter dan drie maanden geleden is bevallen;
e. er een medische reden is, vast te stellen door een door het college aan te wijzen deskundige, of;
f. de ouder een arbeidsovereenkomst heeft welke in redelijkheid geen mogelijkheid biedt om in de werktijden rekening te houden met de schooltijden van de leerling. Een werkverklaring dient de werktijden te vermelden en aan te geven of het gezien de aard van het werk mogelijk is rekening te houden met de schooltijden.
Artikel 4. Afstand
De afstand van de woning van de leerling naar school wordt gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg volgens de ANWB routeplanner;
Artikel 5. Aanwijzing tijdelijke opstapplaats
De tijdelijke opstapplaats bevindt zich op een redelijke loopafstand als de afstand van de woning tot de tijdelijke opstapplaats kleiner is dan 2 km. De loopafstand wordt gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg volgens de ANWB routeplanner;
Artikel 6. Schooltijden en wachttijden
1. Het college vervoert zoveel mogelijk de leerlingen met verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden van één of meerdere scholen gezamenlijk.
2. Het college beperkt, uit duurzaamheidsoverwegingen, het aantal taxibussen per route zoveel mogelijk tot maximum twee taxibussen in de ochtend en maximum twee taxibussen in de middag.
3. Het college kan hiertoe een wachttijd van één of meerdere uren instellen. Hierbij wordt gestreefd naar een wachttijd van maximum twee uren (120 minuten).
4. In het geval van een structurele handicap streven burgemeester en wethouders ernaar om in overleg met de school en de ouders het vervoer in de ochtend of in de middag te laten plaatsvinden gezamenlijk met het reguliere leerlingenvervoer.
Artikel 7. Vervoersvoorziening naar stageadres
1. Uitgangspunt voor stage is dat (deze zo dichtbij mogelijk bij de woning van de leerling ligt zodat) de leerling zelfstandig kan reizen.
2. Om het plannen van stageritten beter mogelijk te maken, vindt aangepast vervoer naar en van een stageadres op schooldagen plaats aansluitend op de reguliere schooltijden.
3. Bij stages, ook voor een niet- arbeidsgericht uitstroompofiel, dienen ouders, school en de stageplek eerst te bespreken of er andere mogelijkheden van vervoer zijn dan het leerlingenvervoer. Als de stageplek vervoer biedt is dat sowieso voorliggend op het leerlingenvervoer.
Artikel 8. Vervoersvergoeding voor de leerling en begeleider
De kosten van het openbaar vervoer worden berekend met behulp van www.ns.nl/reisplanner en de informatie die verstrekt wordt op de websites van het openbaar vervoer bedrijf, waarbij de goedkoopste optie bepalend is.
Artikel 9. Aangepast vervoer
1. Of de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is wordt vastgesteld met behulp van https://www.ns.nl/reisplanner en de informatie die verstrekt wordt op de websites van het openbaar vervoer bedrijf.
2. De reistijd met aangepast vervoer wordt door het college opgevraagd bij de vervoerder van het aangepast vervoer.
3. Openbaar vervoer ontbreekt als de afstand van de woning tot de opstapplaats groter is dan 2 km.
Artikel 10. Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening
1. Naar het oordeel van het college is er in ieder geval sprake van onaanvaardbaar gedrag als de leerling of de ouders:
a. de orde in de bus verstoort;
b. agressief gedrag vertoont;
c. seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoont;
d. de veiligheid van zichzelf of andere inzittenden van de bus in gevaar brengt;
e. de ‘verantwoordelijkheid ouders en leerling’ opgenomen in de ‘spelregels’ niet nakomt.
2. Het college hanteert bij onaanvaardbaar gedrag als bedoeld in artikel 11, eerste lid, een procedure met maatregelen:
a. Als er sprake is van meerdere of aanhoudende onaanvaardbare gedragingen, die na overleg tussen vervoerder en ouders niet opgelost zijn, dan maakt de vervoerder melding bij het college en wordt een onderzoek gestart;
b. In het kader van het onderzoek gaat het college in gesprek met vervoerder, chauffeur, ouders en/of andere relevante partijen;
c. Als uit het onderzoek blijkt dat sprake is van verwijtbaar onaanvaardbaar gedrag van de leerling of ouders, dan volgt een eerste waarschuwingsbrief aan ouders. Gelijktijdig wordt een bekrachtigingssysteem, in overleg met vervoerder en ouders, gestart om gewenst gedrag te stimuleren;
d. Als het verwijtbaar onaanvaardbaar gedrag aanhoudt, dan volgt een tweede waarschuwingsbrief.
e. Als het verwijtbaar onaanvaardbaar gedrag na een periode van een week na het verzenden van een tweede waarschuwingsbrief alsnog aanhoudt, dan kan per direct een het aangepast vervoer worden opgeschort. Ouders ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging. De opschorting kan niet langer duren dan vier (4) weken. Gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan.
f. Als na hervatting van het vervoer het verwijtbaar onaanvaardbaar gedrag aanhoudt, dan kan het aangepast vervoer worden opgeschort voor de rest van het betreffende schooljaar met een minimum van 3 maanden (exclusief schoolvakanties). Ouders ontvangen hierover een brief.
g. Als het verwijtbaar onaanvaardbaar gedrag zich herhaalt in het daaropvolgende schooljaar dan kan het aangepast vervoer definitief worden beëindigd. Leerlingenvervoer is dan alleen mogelijk in de vorm van een vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets, openbaar vervoer of eigen vervoer.
Artikel 11. Intrekking oude regeling
De beleidsregel protocol bij overlast in het leerlingenvervoer wordt ingetrokken op 31 december 2024.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de datum waarop de Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Halderberge in werking treedt.
2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel leerlingenvervoer Halderberge
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge in de vergadering van 10 oktober 2024.
de secretaris, de burgemeester
mevrouw mr. C.G. Jacobs de heer drs. B.J.A. Roks
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl