Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756008
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR756008/1
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam
Geldend van 30-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-ChaamHet college van burgemeester en wethouders.
Overwegende dat
- -
Het gewenst is om beleidsregels vast te stellen omtrent de uitleg van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning;
Gelet op
- -
artikel 4:81 lid 1, 4:83 en artikel 1:3 lid 4 Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- -
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam
b e s l u i t:
vast te stellen, de navolgende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
1.1 Bepalingen
- 1.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
Verordening: de vigerende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam;
- b.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.
- a.
- 2.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening.
Hoofdstuk 2 Toegang
2.1 Toegangsprocedure
De wet schrijft voor dat de inwoner met een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zijn hulpvraag eerst moet melden bij het college. Het college heeft dan de plicht om een onderzoek uit te voeren. Het college kan op deze manier in samenspraak met de cliënt, de vertegenwoordiger, de mantelzorger, partner, gezinsleden of andere personen uit diens sociale netwerk eerst zorgvuldig de ondersteuningsbehoefte en de mogelijke oplossingen in kaart brengen. De wet voorziet in voorwaarden waaraan een goed onderzoek ten minste moet voldoen en bepaalt welke onderwerpen in ieder geval in het onderzoek (na de melding van de hulpvraag) moeten worden meegenomen.1
Spoedeisende situatie
Het kan voorkomen dat een cliënt de termijn van zes weken waarbinnen het onderzoek moet worden gedaan niet kan afwachten. Dat wil zeggen: er moet onverwijld een passende tijdelijke maatwerkvoorziening worden ingezet in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek (art. 2.3.3 van de wet). De noodzaak om een tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken, zal slechts in bijzondere gevallen aanwezig zijn.
Stappenplan onderzoek
De Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) heeft in 2018 een belangrijke uitspraak gedaan over het onderzoek. In deze uitspraak heeft de CRvB uiteengezet op welke manier het onderzoek naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning moet plaatsvinden. Het college moet bij het onderzoek de volgende stappen aanhouden:
- 1.
Het college moet vaststellen wat de hulpvraag is.
- 2.
Het college moet vaststellen welke problemen ondervonden worden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving.
- 3.
Het college kan vervolgens vaststellen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving.
- 4.
Het college moet vervolgens bepalen of en in hoeverre de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen de nodige ondersteuning kunnen bieden.
Het college moet, slechts voor zover de mogelijkheden uit stap 4 ontoereikend zijn, een maatwerkvoorziening verstrekken. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken.
2.2 Toegangsbeoordeling
2.2.1 Algemeen gebruikelijk
In de wet is bepaald dat het college geen maatwerkvoorziening verstrekt, voor zover er een algemeen gebruikelijke voorziening is die de nodige ondersteuning kan bieden. In bijlage 1 is een lijst opgenomen van voorzieningen die, in ieder geval, als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt.
2.2.2 Langdurig noodzakelijk
In de Verordening is aangegeven dat een maatwerkvoorziening slechts wordt verstrekt wanneer sprake is van een langdurige noodzaak. Deze bepaling geeft een tweetal begrenzingen aan met betrekking tot het verstrekken van voorzieningen, t.w. een begrenzing in tijd en de noodzakelijkheid. Voor het criterium ‘langdurig noodzakelijk’ is ook gekozen vanwege het nadrukkelijkere beroep op de cliënt om problemen zelf of met het netwerk op te lossen, zeker als die problemen kortdurend zijn.
Met langdurig wordt bedoeld dat de cliënt voor langere tijd aangewezen moet zijn op de desbetreffende voorziening. Voor langere tijd betekent in ieder geval dat wie tijdelijk beperkingen ondervindt, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat de beperkingen slechts tijdelijk zijn, niet voor een voorziening in aanmerking komt. Degene die voor 'beperkte of onzekere duur' beperkingen ondervindt kan een beroep doen op de Zorgverzekeringswet.
Langdurig geeft dus een grens aan in tijd. Waar de grens van langdurig gelegd moet worden is niet duidelijk aan te geven. Een afbakening die gemaakt kan worden, is te kijken naar andere regelgeving, die voor beperkte duur een voorziening verstrekken. Op grond van de Zvw kunnen rolstoelen, drempelhulpen, transferhulpmiddelen zoals draaischijven, patiëntentilliften en transferplanken, toiletverhogers, toilet- en douchestoelen slechts voor beperkte of onzekere duur worden verstrekt.
Tijdelijkheid van een beperking
Een andere werkwijze gaat uit van de eventuele tijdelijkheid van een beperking. In dit kader is de prognose van groot belang. Zegt de prognose dat de belanghebbende na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag het college van kortdurende noodzaak uitgaan. Bij een wisselend beeld, waarbij verbetering in de situatie gevolgd wordt door situaties van terugval, kan worden uitgegaan van een langdurige noodzaak, mits dat wisselend beeld permanent is.
Terminale patiënten
De voorwaarde dat een voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn om verstrekt te kunnen worden, betekent niet dat terminale patiënten geen beroep op de wet kunnen doen. Wel zal bij de advisering en de keuze voor de soort voorziening rekening gehouden worden met het feit dat het een terminale patiënt betreft.
Hoofdstuk 3 Voorzieningen
3.1 Huishoudelijke ondersteuning
3.1.1 Inleiding
De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning kan een oplossing zijn, indien er sprake is van beperkingen ten aanzien van het voeren van een huishouden. Huishoudelijke ondersteuning wordt alleen ingezet als maatwerkvoorziening, indien er geen andere oplossingen zijn die de problemen die de cliënt ondervindt, kunnen voorkomen of oplossen. De andere oplossingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit gebruikelijke hulp (door huisgenoten), algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen.
3.1.2 Resultaatsgebieden
Huishoudelijke ondersteuning bestaat uit zes resultaatgebieden:
- -
Een schoon en leefbaar huis
- -
Wasverzorging
- -
Boodschappen
- -
Maaltijden
- -
Regie/organisatie, advies/instructie/voorlichting
Schoon en leefbaar huis
Om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te kunnen behalen kan (gedeeltelijke) overname van schoonmaakactiviteiten nodig zijn. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
De huishoudelijke ondersteuning heeft betrekking op de volgende ruimtes: de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap/overloop. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden. De aanwezigheid van dieren, uitgezonderd hulphonden, geven geen aanleiding voor het toekennen van aanvullende inzet.
Het uitgangspunt is dat de huishoudelijke ondersteuning, voor wat betreft het schoon en leefbaar houden van het huis, 1x per twee weken wordt ingezet.
Wasverzorging
Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over gewassen schone kleding, bedden- en linnengoed. De wasverzorging omvat het wassen, het drogen, opvouwen en opbergen/opruimen van de was.
Voor het strijken van de was wordt geen tijd geïndiceerd, omdat strijken in het algemeen niet noodzakelijk is om te kunnen participeren in de maatschappij of om zelfredzaam te zijn. Mocht in een individueel geval het strijken wel noodzakelijk zijn, dan hanteert het college hiervoor het normenkader.
Boodschappen
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom boodschappen. In zijn algemeenheid gaat de gemeente ervan uit dat hier, als voorliggende oplossing, boodschappendiensten of -services voor beschikbaar zijn, zodat er geen tijd wordt geïndiceerd voor het doen van boodschappen. Maatwerk blijft echter mogelijk, indien er geen passende voorliggende oplossingen zijn.
Maaltijden
Het bereiden van een broodmaaltijd kan onder de huishoudelijke ondersteuning vallen wanneer iemand niet in staat is om hier op eigen kracht of met hulp van het netwerk in te voorzien. Als deze ondersteuning noodzakelijk is dan wordt ervan uitgegaan dat eenmaal per dag de broodmaaltijden voor die dag worden klaargemaakt. Bij de beoordeling van de noodzaak dient ook te worden gekeken of de cliënt bijvoorbeeld andere voorzieningen heeft die hierin ondersteuning kunnen bieden.
Gelet op het aanbod van (warme) kant-en-klaar maaltijden is ondersteuning bij de warme maaltijden in beginsel niet noodzakelijk. Wanneer in een individuele situatie de voorliggende oplossingen, zoals eigen kracht en maaltijdservices, niet toereikend zijn, kan het bereiden van de warme maaltijd onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.
Kindzorg
Het te bereiken resultaat is dagelijks gebruikelijke hulp voor in het huishouden aanwezige minderjarige kinderen die nog niet voor zichzelf kunnen zorgen. Met het oog op dit resultaat kan, in principe tijdelijk, een maatwerkvoorziening worden getroffen, voor zover de ouder(s) of huisgenoten geen gebruikelijke hulp kunnen leveren.
De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste instantie een taak van de ouder(s). Zo moeten werkende ouders er zorg voor dragen dat er op tijden dat zij beiden werken opvang voor de kinderen is. Dat kan in beginsel op de manier waarop zij dat willen (bijvoorbeeld een familielid, kinderopvang), het is hun eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat één of beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken.
De gemeente heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen, als andere tijdelijke oplossingen, zoals zorgverlof of calamiteitenverlof, onvoldoende oplossing bieden, zodat de ruimte ontstaat om een oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden tijdelijk opgelost zodat er gezocht kan worden naar een permanente oplossing. De ondersteuning betreft echt alleen het bieden van ‘handjes’ in de praktische verzorging van kleine kinderen.
Bij de beoordeling van een aanvraag wordt kinderopvang in al zijn verschijningsvormen aangemerkt als algemeen gebruikelijke voorziening. De strekking is in ieder geval dat deze voorziening voor gaat op het verlenen van een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning.
Regie/organisatie, advies/instructie/voorlichting
Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kan hiervoor extra tijd geïndiceerd worden.
Advies-instructie-voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan handig om de huishoudelijke hulp, die al langer bekend is, tijdelijk extra uren te geven. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.
3.1.3 Omvang van de huishoudelijke ondersteuning
Het college bepaalt per cliënt welke indicatie (in minuten per week) noodzakelijk is om de resultaten te bereiken. Het college past het Normenkader huishoudelijke ondersteuning 2025 van bureau HHM2 toe om de omvang van de huishoudelijke ondersteuning te bepalen. Dat normenkader maakt integraal deel uit van deze beleidsregels.
3.1.4 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is ‘de normale’ dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Hiermee wordt in de toegangsbeoordeling rekening gehouden. Het uitgangspunt is dat de huisgenoten samen verantwoordelijk zijn voor het eigen huishouden, de eigen gezondheid, levensstijl en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Huisgenoten nemen daarom de huishoudelijke taken over, die de cliënt zelf niet (meer) uit kan voeren (de hulp). Gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening (zie ook art. 2.3.5 lid 3 van de wet).
Het college hanteert de volgende uitgangspunten met betrekking tot gebruikelijke hulp bij de huishoudelijke ondersteuning
Leeftijd van de huisgenoot
De leeftijd van de huisgenoot is medebepalend bij het vaststellen van mogelijkheden voor het leveren van gebruikelijke hulp. Van huisgenoten wordt het volgende verwacht:
- •
23 jaar en ouder wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke taken overnemen, die de cliënt niet kan verrichten;
- •
18 jaar tot en met 22 jaar wordt verwacht dat zij een deel van de huishoudelijke taken overnemen ter grootte van een eenpersoonshuishouden. Hiertoe behoren: het schoonhouden van de sanitaire ruimte, keuken, één kamer, het doen van de was en boodschappen, het verzorgen van de maaltijden, afwassen en opruimen, eventueel begeleiden van jongere gezinsleden. Let op: verschillende onderdelen hebben een hogere vervuilingsgraad wanneer meerdere personen hiervan gebruik maken. Dit valt buiten de taken van de 18 tot en met 22-jarige.
- •
13 jaar tot en met 17 jaar wordt verwacht dat zij naar eigen mogelijkheid ingezet worden bij huishoudelijk werk zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, boodschappen doen, kleding in wasmand doen, rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen
- •
8 jaar tot en met 12 jaar wordt verwacht dat zij naar eigen mogelijkheid ingezet worden bij licht huishoudelijk werk zoals opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, boodschappen doen, kleding in wasmand doen
- •
0 tot en met 7 jaar wordt geen bijdrage verwacht.
Beperkingen en overbelasting
Als er sprake is van hulp dan gaat dit vóór op huishoudelijke ondersteuning. Is er sprake van dreigende (vastgestelde) overbelasting dan kan 6 tot 16 weken ondersteuning ingezet worden zodat de huisgenoten in de gelegenheid worden gesteld om zelf naar een structurele oplossing te zoeken. Ook is het zinvol te onderzoeken of lokale voorzieningen voor kortdurende ondersteuning tot de mogelijkheden behoren. De indicatie stopt automatisch na afloop van deze 6 tot 16 weken. Cliënten worden niet benaderd voor een heronderzoek. Dit wordt opgenomen in de beschikking. De beslissing voor deze tijdelijke ondersteuning wordt altijd, na overleg met de kwaliteitsmedewerker, genomen. Als er, na afloop van deze 6 tot 16 weken ondersteuning, een aanvraag wordt ingediend voor voortzetting van de indicatie dan is een medisch onderzoek naar de belastbaarheid noodzakelijk.
Gebrek aan kennis/leerbaarheid
Het feit dat een huisgenoot niet gewend is de taken uit te voeren of de taken niet kan uitvoeren, omdat hij niet weet hoe dat moet, zijn in beginsel geen redenen voor compensatie op grond van de wet. Wel kan er een tijdelijke indicatie worden gesteld voor maximaal 6 weken voor het aanleren van taken.
Wanneer in redelijkheid kan worden verondersteld dat de huishoudelijke taken niet (meer) aan te leren zijn in verband met een gebrek aan leerbaarheid, dan kan huishoudelijke ondersteuning worden geïndiceerd voor huishoudelijke taken die anders tot de hulp zouden worden gerekend.
Afwezigheid
Fysieke afwezigheid van de huisgenoot geldt in principe niet als reden voor compensatie. Ieder (volwassen) mens wordt geacht een volledige school- of werkweek (inclusief reistijden) te hebben en deze te combineren met zijn huishoudelijke taken. Afwezigheid vanwege school- of arbeidsgerelateerde activiteiten heeft niet tot gevolg dat de huisgenoot deze huishoudelijke taken niet kan doen, maar dat hij de uitvoering van de huishoudelijke taken plant op momenten waarop de huisgenoot wel thuis is. Ook afwezigheid vanwege overwerk, vrijwilligerswerk, sportactiviteiten etc. leidt niet tot ondersteuning. De verantwoordelijkheid voor het huishouden gaat voor op andere activiteiten. De huisgenoot dient daarom zoveel mogelijk te streven naar een zodanig activiteitenprogramma, dat zijn verantwoordelijkheden thuis daar niet onder lijden.
Een uitzondering geldt voor langdurige afwezigheid (meer dan 6 aaneengesloten etmalen), waardoor uitstelbare taken te lang blijven liggen. Echter wordt van de huisgenoot, in die gevallen verwacht, dat hij ernaar streeft deze situatie zo kort mogelijk te laten zijn.
Kindverzorging en -opvang
Bij uitval van één van de ouders is de andere ouder verplicht de ondersteuning en zorg voor de kinderen over te nemen. Ook dit wordt gezien als hulp. Hulp voor kinderen omvat de aanwezigheid (toezicht, ook wel ‘opvang’ genoemd) van een verantwoordelijke ouder of derde persoon en de ‘verzorging’ van het kind conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
Voor ondersteuning, verzorging en opvang van kinderen geldt als uitgangspunt dat het gebruik van kinderopvang of crèche als algemeen gebruikelijke voorliggende voorziening redelijk is tot 5 dagen per week. Als dit niet beschikbaar of adequaat is en eventueel andere voorliggende mogelijkheden uitgeput zijn (denk aan mogelijkheden als: regeling voor ondersteuningsverlof, mantelzorg, crèche, opvang op school, buitenschoolse opvang, gastouder, indien aanwezig), dan kan er een indicatie zijn voor maximaal 40 uur per week voor een periode van 3 maanden voor oppas en opvang. Structurele opvang van kinderen in het kader van de Wet is niet mogelijk. Als degene die de hulp kan leveren niet beschikbaar is (degene die deze ondersteuning zou moeten leveren is niet aanwezig of heeft zelf beperkingen) dan is huishoudelijke ondersteuning op tijdelijke basis mogelijk als er sprake is:
- •
van ontwrichting of calamiteiten
- •
van een situatie waarin de ouder(s) de gelegenheid nodig hebben om zelf opvang te regelen/organiseren.
Wanneer de eigen mogelijkheden reeds maximaal worden gebruikt of afwezig zijn of er is overbrugging nodig in noodgevallen, dan kan huishoudelijke ondersteuning maximaal 3 maanden worden ingezet.
Weekopname, weekenden thuis
Wanneer een kind of partner in de weekenden thuiskomt, valt het huishouden onder hulp van de ouders/partner tenzij deze hier niet toe in staat zijn/is. Voor de huishoudelijke taken waartoe de ouders/partner niet in staat zijn/is, kan een indicatie gegeven worden voor de dagen dat het kind/de partner thuis is boven op de indicatie die er is voor de thuiswonende ouders/partner.
Vakantieperiode niet thuiswonenden
Wanneer een kind of partner voor een vakantieperiode thuiskomt, valt het huishouden onder hulp van de ouders/partner tenzij deze hier niet toe in staat zijn/is. Voor de huishoudelijke taken waartoe de ouders/partner niet in staat zijn/is, kan een indicatie gegeven worden voor de dagen dat het kind/de partner thuis is boven op de indicatie die er is voor de thuiswonende ouders/partner.
Wanneer een alleenstaande voor een vakantieperiode thuiskomt, wordt er, wanneer hier aanleiding toe is, een indicatie gegeven voor de dagen dat de alleenstaande thuis is.
3.2 Individuele begeleiding
3.2.1 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is ‘de normale’ dagelijkse ondersteuning die huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Hiermee wordt in de toegangsbeoordeling rekening gehouden. Gebruikelijke hulp gaat vóór op een maatwerkvoorziening (zie ook art. 2.3.5 lid 3 van de wet)
Het college hanteert de volgende uitgangspunten met betrekking tot gebruikelijke hulp bij de individuele begeleiding.
Leeftijd van de huisgenoot.
De leeftijd van de huisgenoot is medebepalend bij het vaststellen van mogelijkheden voor het leveren van gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp wordt verwacht van partners, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten.
Kortdurende situaties
Alle begeleiding van de cliënt door een volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende ondersteuningssituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat begeleiding daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Langdurige situaties
De begeleiding van een volwassen inwoner is bij een chronische situatie gebruikelijke hulp wanneer de begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door een volwassen huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt:
- -
Het geven van begeleiding aan een cliënt op het terrein van de maatschappelijke participatie, waardoor de cliënt kan deelnemen aan het maatschappelijke verkeer.
- -
Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort.
- -
Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd.
3.3 Normale gebruik van de woning
3.3.1 Normale gebruik van de woning
Maatwerkvoorzieningen ten behoeve van het normale gebruik van de woning betreffen in de regel roerende woonvoorzieningen of woningaanpassingen.
Het normale gebruik van de woning omvat de elementaire woonfuncties of te wel de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Hieronder worden in ieder geval verstaan eten, slapen en lichaamsreiniging, en/of het verzorgen van een kind dat geheel afhankelijk is van zijn verzorger(s). Het gebruiken van een hobby-, werk of recreatieruimte valt niet onder de elementaire woonfuncties.
3.3.2 Hoofdverblijf
Een woonvoorziening of woningaanpassing wordt slechts verstrekt voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Het hoofdverblijf is de woning, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. Ook kan het gaan om het feitelijke adres, als de cliënt een briefadres heeft.
3.3.3 Primaat van verhuizen
Het college kan het primaat van verhuizen toepassen. Dit primaat is een nadere uitwerking van het algemene uitgangspunt dat niet meer verstrekt hoeft te worden dan de goedkoopst compenserende oplossing. Als verhuizen ook een geschikte oplossing is en goedkoper is dan het verstrekken van één of meer maatwerkvoorzieningen, kan het college de toepassing van het primaat beoordelen. Indien de kosten van de benodigde maatwerkvoorziening(en) ten behoeve van de huidige woning van de cliënt minder bedragen dan € 5.000,00 ziet het college af van het primaat van verhuizen.
Aan het besluit tot toepassing van het primaat van verhuizen ligt een belangenafweging ten grondslag. Bij deze afweging zullen alle relevante aspecten worden meegewogen, zoals de financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt en de aanwezigheid van mantelzorg.
3.4 Zich verplaatsen in en om de woning
Een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik kan worden verstrekt ten behoeve van het zich verplaatsen in en om de woning. Het gaat om daarbij cliënten die, al dan niet met een loophulpmiddel, niet in staat zijn om korte afstanden zelfstandig af te leggen.
Een rolstoel is strikt genomen geen vervoersvoorziening, maar in het kader van deelname aan het maatschappelijk verkeer kan wel rekening worden gehouden met een rolstoel. Een (elektrische) rolstoel kan namelijk ook worden gebruikt voor lokale verplaatsingen in de directe woon-en leefomgeving.
Incidenteel rolstoelgebruik
Een rolstoel voor incidenteel gebruik is niet voor dagelijks zittend gebruik noodzakelijk. Doorgaans wordt deze gebruikt als de cliënt zich elders moet verplaatsen (wat zonder rolstoel niet kan), zoals tijdens een uitstapje of ziekenhuisbezoek. Voor dit soort rolstoelen kan gebruik gemaakt worden van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots op grond van de Zorgverzekeringswet of van rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in pretparken, dierentuinen, in het winkelcentrum, bij ziekenhuizen en dergelijke. Er wordt alleen een rolstoel voor incidenteel gebruik verstrekt als de voorzieningen vanuit uitleen of die op bestemming beschikbaar zijn niet voldoen.
3.5 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
3.5.1 Het primaat van het collectief vervoer
Een cliënt kan slechts voor een andere vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht wanneer het collectief vervoerssysteem geen of onvoldoende compensatie biedt.
Het collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer bestaat uit het zogenaamde deeltaxisysteem (‘Deeltaxi West-Brabant’). Vervoer per deeltaxi (zowel met een Wmo-pas als OV-ritten) is niet toegestaan als de gebruiker vanuit een andere (voorliggende) voorziening recht heeft op vervoer. Dit geldt voor vervoer van en naar dagbesteding in het kader van Wmo-begeleiding, leerlingenvervoer, WSW-vervoer, UWV-vervoer, WIA-vervoer en zittend ziekenvervoer.
3.6 Kortdurend verblijf
Als er sprake is van de combinatie van voortdurende zorg en toezicht van de cliënt en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen, kan kortdurend verblijf worden geïndiceerd. Een uitzondering hierop geldt wanneer het gaat om ouders die bovengebruikelijke hulp verlenen aan hun kinderen.
De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week, afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Bij een indicatie voor kortdurend verblijf zal ook worden onderzocht of de cliënt in staat is om de instelling voor kortdurend verblijf te bereiken. Wanneer dit niet mogelijk is, kan vervoer worden geïndiceerd.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget
4.1 Verstrekken van een persoonsgebonden budget
Een van de voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen is dat de cliënt dan wel een derde pgb-vaardig is (zie artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel a van de wet). Deze derde mag niet degene zijn die de ondersteuning gaat bieden die met het pgb ingekocht wordt. De pgb-vaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van het pgb-vaardigheidskader van de Rijksoverheid.
Verstrekking in de vorm van een pgb vindt niet plaats:
- -
indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een pgb, dan wel als gevolg van zijn financiële situatie niet kan beschikken over (een deel van) het pgb;
- -
bij medische en sociale contra-indicatie, problematische schulden of gebleken misbruik of oneigenlijk gebruik;
- -
indien er sprake is van een aantoonbare schuldenlast waarbij het vermoeden bestaat dat het pgb zal worden aangewend voor de afwenteling van de schuldenlast. Er wordt geen persoonsgeboden budget toegekend, maar er zal een voorziening in natura worden verstrekt;
- -
als van tevoren kan worden voorzien dat de voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden.
Het collectief vervoer (‘Deeltaxi West-Brabant’) wordt uitsluitend in natura verstrekt.
Het te verstrekken pgb geldt voor de periode die gelijk is aan de technische levensduur van de voorziening. Binnen deze periode wordt voor dezelfde of soortgelijke voorziening slechts éénmaal een pgb verstrekt. Voor voorzieningen voor volwassen wordt een technische levensduur gehanteerd van zeven jaar, voor sportvoorzieningen drie jaar en voor alle kind-, douche- en toiletvoorzieningen vijf jaar.
Van de aanvrager wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkomt. De aanvrager moet zelf zorgdragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan.
4.2 Bepalen hoogte persoonsgebonden budget
De hoogte van het persoonsgebonden budget is opgenomen in de Verordening. Bij woonvoorzieningen en woningaanpassingen wordt de hoogte vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurde offerte op basis van de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening.
Bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen kosten kan de gemeente gebruikmaken van standaard vergoedingen voor materialen en werkzaamheden en/of kostenramingen gebaseerd op een advies opgesteld door een deskundige. Bij het opstellen van de kostenberekening en bij de beoordeling van de offerte wordt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid rekening gehouden met kostenposten voor roerende woonvoorziening of woningaanpassing en extra bouw en grondkosten.
4.3 Verantwoording van het pgb
De verantwoording van (de besteding van) het pgb vindt plaats:
- -
voor hulp bij het huishouden, begeleiding en overige diensten: jaarlijks achteraf, er wordt gecontroleerd of de voorziening voldoende compenseert en op de juiste wijze wordt gebruikt;
- -
voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen: na realisatie of aanschaf van de voorziening waarvoor het pgb is verstrekt.
4.4 Uitbetaling
De controle en uitbetaling van het pgb voor eenmalige voorzieningen gebeuren door de gemeente. De uitbetaling van het pgb bij eenmalige voorzieningen, zoals hulpmiddelen, woonvoorzieningen/-aanpassingen, vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen, vindt plaats voorafgaand aan de aankoop van de voorziening. Na het overleggen van de nota(‘s) waaruit blijkt dat een voorziening is gekocht, vindt controle en eventuele terugvordering plaats.
De uitbetaling van het pgb voor diensten vindt plaats via de Sociale Verzekeringsbank. Het betreft een bruto pgb. Dit betekent dat de cliënt zelf nog de verschuldigde eigen bijdrage moet afdragen aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
5.1 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na haar bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam 2022 en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam 2025.
5.2 Overgangsrecht
- 1.
De voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels verstrekte maatwerkvoorzieningen blijven gelden, totdat het college een nieuw besluit op grond van deze beleidsregels heeft genomen.
- 2.
Meldingen en aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze beleidsregels en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregels, worden afgehandeld op grond van deze beleidsregels.
- 3.
Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels genomen besluiten, worden afgehandeld op grond van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam 2022 en/of de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam 2025 zoals deze gelden op het moment van het nemen van het besluit.
5.3 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 11 november 2025.
Het college van Burgemeester en Wethouders
Secretaris,
Burgemeester,
Bijlage 1 Lijst algemeen gebruikelijke voorzieningen
Vervoersvoorzieningen
- a.
fiets
- i.
standaardfiets
- ii.
fiets met verlaagde instap
- iii.
fiets met trapondersteuning/hulpmotor
- i.
- b.
bakfiets
- c.
aankoppelfiets voor kinderen
- d.
fietskar voor kinderen (zowel voor fiets al scootmobiel)
- e.
tandem
- i.
standaardtandem
- ii.
tandem met verlaagde instap
- iii.
tandem met trapondersteuning/hulpmotor
- i.
- f.
bromfiets/scooter (ook bromfiets in speciale uitvoering zoals brommobiel, snorscooter, enz.)
- g.
segway
- h.
auto
Samenhangend met het bezit van een vervoersvoorziening
- a.
(auto)aanpassingen
- i.
automatische transmissie
- ii.
stuurbekrachtiging
- iii.
elektrisch raambediening
- iv.
warmte werend glas
- v.
cruise controle
- vi.
verstelbaar stuurwiel
- vii.
rembekrachtiging
- viii.
airconditioning in de auto
- ix.
blindering (raamfolie)
- x.
trekhaak
- i.
- b.
aanhangers
- c.
kosten rijbewijs, APK en verzekeringen
- d.
reparaties aan een (algemeen gebruikelijke) vervoersvoorziening, zoals vervanging van verlichting, (winter)banden et cetera
Woonvoorzieningen
- a.
toiletpot, verhoogd/hangend toiletpot, losse toiletverhoger, toiletstoel;
- b.
tweede toiletgelegenheid / sanibroyeur;
- c.
douchecabine, douchecel, douchewand, seniorendouchebak;
- d.
antisliptegels bij nieuwbouw of renovatie;
- e.
douchezitjes, douchestoelen en badzitjes;
- f.
aanleg centrale verwarming;
- g.
mechanische ventilatie (beluchten woning);
- h.
mobiele airconditioning;
- i.
luchtbevochtigers en –ontvochtigers;
- j.
kooktoestellen (keramisch, gas en inductie);
- k.
afzuigkap boven kooktoestel;
- l.
vervanging keukenapparatuur;
- m.
zonwering (binnen en buiten, screens, zonneschermen, elektrisch en mechanisch bedienbaar);
- n.
alle vormen van mechanische ventilatie;
- o.
alle vormen van kranen (eenhendelmengkranen, thermostaatkranen en glijstangsets);
- p.
automatische deuropeners voor garage;
- q.
intercom;
- r.
(teruggebogen) deurkrukken;
- s.
beugels (wand/vloer), grepen (wand/vloer);
- t.
(tweede) trapleuning;
- u.
stallingsmogelijkheid met elektriciteit voor bijvoorbeeld fiets / scootmobiel;
- v.
drempelhulpen;
- w.
technische hulpmiddelen en sokkels voor het op hoogte plaatsen van (wasdroger, vaatwasser, wasmachine, stofzuiger et cetera);
- x.
Mobiele (huis) telefoon;
- y.
woninginrichting en schoonmaakmiddelen (waaronder lampen, verlichting, spiegels, waterbedden, elektrisch bedienbare bedbodems, sta-op-stoelen, et cetera);
- z.
overige, vergelijkbare algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen.
Verplaatsingsvoorzieningen
- a.
wandelstok
- b.
een rollator
- c.
een standaard buggy voor kinderen tot de leeftijd van 4 jaar. Bij een aangepaste buggy zijn de meerkosten van de aanpassingen ten opzichte van de standaard buggy niet algemeen gebruikelijk.
Accessoires
- a.
accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar als wel nuttige accessoires aangeboden worden;
- b.
Regenpakken, winterbekleding, been/voetenzak;
- c.
Rolstoelhandschoenen;
- d.
Accessoires als asbak, bandenpomp, bagagetas, overtrek en spaakbeschermers;
- e.
(niet aangepaste) fietszitjes
- f.
(niet aangepaste) autozitjes
Diversen
- a.
kreuk-/strijkvrije kleding;
- b.
glazenwasser;
- c.
boodschappendienst;
- d.
maaltijdvoorziening;
- e.
klussendienst;
- f.
tuinonderhoud;
- g.
kinderopvang;
- h.
gastouder;
- i.
financieel-administratieve ondersteuning;
- j.
hondenuitlaatservice;
- k.
particuliere ondersteuning;
- l.
wasserette / strijkservice
Noot
2Het normenkader is te vinden op: https://www.hhm.nl/wp-content/uploads/MW250050-Normenkader-Huishoudelijke-Ondersteuning-2025-bureau-HHM.pdf.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl