Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755932
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755932/1
Subsidieregeling Jeugd- en jongerenwerk gemeente Wassenaar 2026
Geldend van 29-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling Jeugd- en jongerenwerk gemeente Wassenaar 2026Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;
overwegende dat:
het gemeentebestuur wil zorgen dat iedereen kan meedoen en kiest voor een preventieve koers waarin collectieve, laagdrempelige en verbindende activiteiten zoals jeugd- en jongerenwerk bijdragen aan gezond, veilig en kansrijk opgroeien, en waar mogelijk voorkomen dat lichte vragen uitgroeien tot zware hulpvragen;
daartoe maatschappelijke opgaven, doelen en effecten heeft beschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar 2024 en het Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026 en de realisering daarvan wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
gelet op:
de artikelen 2.1 t/m 2.15 van de Jeugdwet;
de artikelen 2.1.1 en 2.1.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;
de Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2025;
het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar 2024;
de Beleidsnota Lokaal Jeugdbeleid 2026;
besluit:
de Subsidieregeling Jeugd- en jongerenwerk gemeente Wassenaar 2026 vast te stellen.
Artikel 1. Definities
-
1. In deze regeling wordt aangesloten bij de begrippen uit de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025, tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken.
-
2. In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
Asv:
Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;
Awb:
Algemene wet bestuursrecht;
cofinanciering:
financiële bijdrage of bijdrage in natura niet zijnde de subsidie als onderdeel van een dekkingsplan;
collectivering:
het aanpakken van maatschappelijke opgaven op een gezamenlijke manier en voor groepen in plaats van voor individuele inwoners;
duurzame ontwikkelingdoelen:
de SDG's, oftewel de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen), zijn 17 doelstellingen opgesteld door de Verenigde Naties in 2015. (www.sdgnederland.nl);
eigen vermogen:
vrij besteedbaar eigen vermogen conform de voor die aanvrager geldende boekhoudkundige principes conform laatst bekende begroting of jaaroverzicht;
Governancecode Sociaal Werk:
een richtlijn die is opgesteld om goed bestuur, toezicht en verantwoording te waarborgen binnen organisaties in de welzijnssector en maatschappelijke dienstverlening. Het doel van deze code is om transparantie, integriteit en professionaliteit te bevorderen, zodat organisaties op een verantwoorde manier hun maatschappelijke doelen kunnen nastreven (https://sociaalwerknederland.nl/governancecode-sociaal-werk);
inwoner:
een persoon die woont in de gemeente Wassenaar;
overhead:
de overheadkosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Deze kosten zijn nodig om de organisatie in zijn geheel goed te laten functioneren en vallen vaak onder de categorie van indirecte kosten;
SMART:
SMART is een methode om duidelijke en haalbare doelen te stellen. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgeboden;
Subsidieplafond:
het bedrag dat gedurende een bepaalde periode beschikbaar is voor alle voor toewijzing in aanmerking komende aanvragen;
verbonden rechtspersonen:
met een verbonden rechtspersoon wordt bijvoorbeeld een steunstichting of een ‘Vrienden van…’ bedoeld. Een verbonden rechtspersoon is een juridische entiteit die wordt opgericht om een specifiek doel te ondersteunen, zoals het financieren van een goed doel of een organisatie;
Verklaring Omtrent het Gedrag:
een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgestelde verklaring die laat zien dat het (justitiële) verleden van een sollicitant of medewerker geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie
Voltijdsequivalent:
full time equivalent, oftewel de rekeneenheid waarmee de omvang van een functie wordt uitgedrukt. 1 fte omvat de standaardwerkweek in de desbetreffende organisatie.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op grond vandeze regeling.
Artikel 3. Activiteiten en subsidieduur
-
1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor structurele activiteiten die gericht zijn op het versterken van de sociale en pedagogische basis van jeugdigen in de leeftijd tot 23 jaar en bijdragen aan het bereiken van de maatschappelijke opgaven, doelen en effecten zoals beschreven in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar en het Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026.
-
2. Met inachtneming van artikel 3:4 van de Asv en artikel 6 kan het college voor het gehele subsidieplafond dan wel voor deelplafonds bepalen dat aanvragers die personeel in dienst hebben voor meerdere jaren subsidie kunnen ontvangen.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
-
1. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn alle kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten met dien verstande dat kosten per voltijdsequivalent die meer bedragen dan de loonkosten in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst moeten worden voorzien van een toelichting.
-
2. In afwijking van het eerste lid kunnen subsidieaanvragers gebruikmaken van een integrale kostensystematiek indien zij daarover beschikken.
-
3. Voor zover er subsidie wordt gevraagd voor investeringen, kunnen uitsluitend de afschrijvingskosten ervan voor subsidie in aanmerking komen, voor zover deze toerekenbaar zijn aan de activiteit.
-
4. Behoudens de gevallen waarin het college toepassing geeft aan artikel 4:3, onderdeel g, artikel 4:4 of artikel 4:5 van de Asv, of artikel 4:57 van de Awb, komen bij het vaststellen van verleende subsidies slechts de werkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
-
1. Het college kan subsidieplafonds en -deelplafonds vaststellen.
-
2. Subsidieplafonds en -deelplafonds worden jaarlijks bij separaat besluit bekendgemaakt. Daarbij wordt steeds vermeld voor welke activiteiten het plafond of deelplafond geldt.
-
3. Bij het vaststellen van subsidieplafonds kan het college ook bepalen dat voor bepaalde activiteiten een minimumbedrag moet worden aangevraagd.
-
4. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking van subsidies van aanvragen, voor zover deze niet worden geweigerd, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
-
5. Bij de rangschikking van aanvragen van ten hoogste € 5.000 kent het college punten toe aan de hand van de volgende rangschikkingscriteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
- a.
de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager beschikt over het benodigde netwerk:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 4 punten;
- o
onvoldoende: 8 punten;
- o
voldoende: 12 punten;
- o
goed: 16 punten;
- o
uitmuntend: 20 punten;
- o
- b.
de mate waarin uit de aanvraag blijkt welke SMART-geformuleerde maatschappelijke resultaten tijdens de subsidieperiode met de activiteiten worden behaald:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 6 punten;
- o
onvoldoende: 12 punten;
- o
voldoende: 18 punten;
- o
goed: 24 punten;
- o
uitmuntend: 30 punten;
- o
- c.
de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de activiteiten aansluiten op de behoefte van de doelgroep:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 2 punten;
- o
onvoldoende: 4 punten;
- o
voldoende: 6 punten;
- o
goed: 8 punten;
- o
uitmuntend: 10 punten.
- o
- a.
-
6. Voor aanvragen van meer dan € 5.000 kent het college aanvullend op het voorgaande lid tevens punten toe op basis van de volgende rangschikkingscriteria:
- a.
de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager beschikt over de benodigde kennis, kunde en ervaring:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 4 punten;
- o
onvoldoende: 8 punten;
- o
voldoende: 12 punten;
- o
goed: 16 punten;
- o
uitmuntend: 20 punten;
- o
- b.
de mate waarin cofinanciering wordt ingebracht of de kwaliteit van een plan waarmee cofinanciering kan worden verworven:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 2 punten;
- o
onvoldoende: 4 punten;
- o
voldoende: 6 punten;
- o
goed: 8 punten;
- o
uitmuntend: 10 punten, en
- o
- c.
de mate waarin de aanvrager bijdraagt aan ten minste twee doelen, genoemd in het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar 2024 en minimaal één maatschappelijke opgave zoals genoemd in het Lokaal Jeugdbeleid Wassenaar 2026:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 4 punten;
- o
onvoldoende: 8 punten;
- o
vodoende: 12 punten;
- o
goed: 16 punten;
- o
uitmuntend: 20 punten.
- o
- a.
-
7. Voor aanvragen van meer dan € 25.000 kent het college aanvullend op de voorgaande leden
- a.
de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat collectivering van aanbod continu nagestreefd wordt daar waar mogelijk, of dat innovatieve manieren van werken onderdeel zijn van de organisatie:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 2 punten;
- o
onvoldoende: 4 punten;
- o
voldoende: 6 punten;
- o
goed: 8 punten;
- o
uitmuntend: 10 punten;
- o
- b.
de mate waarin uit de aanvraag aannemelijk wordt dat de activiteiten voorbij de subsidieperiode bijdragen aan het doel van deze regeling:
- o
ontbreekt: 0 punten;
- o
slecht: 2 punten;
- o
onvoldoende: 4 punten;
- o
voldoende: 6 punten;
- o
goed: 8 punten;
- o
uitmuntend: 10 punten.:
- o
- a.
-
8. Bij het bepalen van de rangschikking hanteert het college een gestandaardiseerde score op een schaal van 100 punten.
-
9. Uitsluitend de aanvrager met de meeste punten komt in aanmerking voor subsidie. De in de rangschikking navolgende aanvragers ontvangen geen subsidie.
-
10. Wanneer twee aanvragen een gelijk aantal punten hebben is de prijs doorslaggevend.
-
11. Subsidieverlening op grond van deze regeling vindt plaats onder voorbehoud van de vaststelling van de gemeentelijke begroting.
-
12. Indien als gevolg van het vaststellen van de begroting de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen volledig te honoreren, kan het college besluiten tot verlaging van het subsidieplafond, of wijziging of intrekking van verleende subsidies.
-
13. Het college kan besluiten tot verhoging van het subsidieplafond.
Artikel 7. Aanvraag
-
1. In aanvulling op artikel 2:2 van de Asv dient een subsidieaanvraag tevens te bevatten: a. een toelichting op de in artikel 6 genoemde rangschikkingscriteria, en; b. inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager en verbonden rechtspersonen.
-
2. Subsidieaanvragen van meer dan € 5.000 bevatten tevens een uitsplitsing in begroting van de kosten voor personeel en activiteiten, een prijs per voltijdsequivalenten en de overheadkosten of, indien gebruik wordt gemaakt van een integrale kostprijs: een toelichting op de berekening daarvan.
-
3. Subsidieaanvragen van meer dan € 100.000 bevatten tevens inzicht in de mate waarin de Governancecode Sociaal Werk wordt gehanteerd, dan wel de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector of, indien deze code niet van toepassing is, de mate waarin vergelijkbare principes van goed bestuur worden gehanteerd.
-
4. De aanvrager maakt gebruik van beschikbaar gestelde formats.
Artikel 8. Aanvullende weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Awb en artikel 2:5 van de Asv kan de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als:
- a.
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;
- b.
aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;
- c.
de subsidie niet noodzakelijk is om de doelen te bereiken die de aanvrager met de activiteit nastreeft;
- d.
de activiteiten niet of in onvoldoende mate bijdragen aan het doel van de regeling;
- e.
honorering van, ten opzichte van het aanbod van de aanvrager van voorgaande jaren, nieuwe activiteiten het subsidieplafond zouden doen overschrijden, en deze vernieuwing in het aanbod niet beter bijdraagt aan het doel van deze regeling dan het behoud van het bestaande aanbod zou doen;
- f.
het samenhangend aanbod niet ten minste bestaat uit:
- i.
ambulant jongerenwerk,
- ii.
accommodatiegebonden jongerenwerk,
- iii.
groepsgerichte trainingen,
- iv.
ontmoetingsactiviteiten,
- v.
voorlichting,
- vi.
individuele begeleiding en coaching in een preventieve context.
- i.
Artikel 9. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onverminderd afdeling 4.2.4 van de Awb en de artikelen 3:1 en 3:2 van de Asv gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger draagt ervoor zorg dat geen religieuze of politieke doelen worden nagestreefd met activiteiten;
- b.
de subsidieontvanger is verplicht zijn activiteiten inclusief en toegankelijk uit te voeren tenzij dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet van de subsidieontvanger kan worden verlangd;
- c.
de subsidieontvanger is verplicht zich in te spannen om zoveel mogelijk bij te dragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen;
- d.
de subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een recente Verklaring Omtrent het Gedrag voor zover gewerkt wordt met kwetsbare personen;
- e.
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht haar organisatie te besturen volgens de Governancecode Sociaal Werk (Welzijn) en Zorg dan wel te handelen in overeenstemming met de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector, of, indien deze code niet van toepassing is, vergelijkbare principes van goed bestuur;
- f.
de subsidieontvanger meer dan € 25.000 en van ten hoogste € 100.000 is verplicht uiterlijk 1 juni van het jaar van de subsidieperiode een inhoudelijk voortgangsverslag aan te leveren;
- g.
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht uiterlijk 1 juni van het jaar van de subsidieperiode een inhoudelijk en financieel voortgangsverslag aan te leveren;
- h.
het college kan aanvullende verplichtingen opleggen met betrekking tot de spreiding, toegankelijkheid en samenhang van het aanbod.
Artikel 10. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
In aanvulling op artikel 3:4, 3:5 en 3:6 van de Asv moet bij de verantwoording in ieder geval worden gerapporteerd over:
- a.
het totaal aantal personen dat is bereikt met activiteiten, de spreiding en de samenhang van het gerealiseerde aanbod;
- b.
het aantal personen dat wel is gestart met de activiteiten maar gedurende de activiteiten is uitgevallen;
- c.
de klanttevredenheid;
- d.
de mate waarin de activiteiten gezamenlijk bijdragen aan het versterken van de sociale en pedagogische basis van jeugdigen in Wassenaar, en;
- e.
afwijkingen in realisatie ten opzichte van begroting van meer dan 10%.
Artikel 11. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
-
1. Subsidies van ten hoogste € 25.000 per jaar worden betaald bij de start van de activiteiten.
-
2. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van het volgende bevoorschottingsregime:
- a.
één voorschot ter hoogte van 50% van de verleende subsidie bij de start van de activiteiten;
- b.
één voorschot ter hoogte van 50% van de verleende subsidie 6 maanden na de start van de activiteiten.
- a.
Artikel 12. Hardheidsclausule
Als een bepaling in deze regeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college besluiten deze buiten toepassing te laten.
Artikel 13. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie.
-
2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Jeugd- en jongerenwerk gemeente Wassenaar 2026.
-
3. Deze regeling wordt geëvalueerd omstreeks 1 januari 2028.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering, gehouden op 13 januari 2026,
drs. A.P.A. Oostermeijer
gemeentesecretaris
drs. L.A. de Lange
burgemeester
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Definities
In dit artikel staan de definities van specifieke begrippen die worden genoemd in deze regeling. Indien de definitie van een bepaald begrip niet in deze lijst staat beschreven, dan staat deze mogelijk beschreven in de Asv. De Asv moet in samenhang met deze subsidieregeling worden gelezen.
Artikel 2. Toepassingsbereik
Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. Regels in deze regeling gelden dus niet voor andere subsidies die de gemeente verstrekt.
Artikel 3. Activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op het versterken van de sociale en pedagogische basis van jeugdigen, zoals:
- •
Jeugd- en jongerenwerk (ambulant en accommodatiegebonden),
- •
Voorlichting,
- •
Preventieve interventies in de leefomgeving van jeugdigen,
- •
Groepsgerichte trainingen (zoals weerbaarheid),
- •
Ontmoetingsactiviteiten,
- •
Activiteiten die bijdragen aan collectivering en normalisering,
- •
Individuele begeleiding en coaching in een preventieve context.
Activiteiten die primair vallen onder de regeling Welzijn jeugd, zoals hulpverlening, zorg gerelateerde ondersteuning of individuele begeleiding in het kader van welzijnsvoorzieningen, komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alle kosten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De overheadkosten (vaste kosten) van de organisatie komen alleen in aanmerking voor subsidie als deze niet al zijn meegenomen in de berekening van de loonkosten. Vaste kosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld kosten voor telefoon en internet, portokosten, energiekosten, verzekeringskosten, onderhoudskosten, huisvesting, administratie, ICT en management. Afschrijvingen komen voor subsidie in aanmerking voor zover deze toerekenbaar zijn aan het jaar van de subsidieperiode. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidie die niet is besteed aan de bij verlening afgesproken activiteiten wordt in principe teruggevorderd, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
Subsidieaanvragen worden in principe in drie stappen beoordeeld.
Stap één: is de aanvraag tijdig en volledig ingediend? Als de aanvraag niet volledig (ook niet na herinnering) en binnen de aanvraagtermijn is ingediend dan wordt deze niet verder in behandeling genomen.
Stap twee: in behandeling genomen aanvragen worden getoetst aan de weigeringsgronden en er wordt bekeken in hoeverre de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidiabel zijn.
Stap drie: wanneer stap één en twee zijn doorlopen dan komt de subsidieaanvraag in aanmerking voor subsidie. Soms komen meer aanvragen in aanmerking voor subsidie dan dat de gemeente middelen beschikbaar heeft. In dat geval wordt een rangschikking aangebracht in de subsidieaanvragen die stap één en twee hebben doorlopen. Het kan dan zijn dat een aanvraag wel tijdig en volledig is, en niet (deels) wordt geweigerd, maar toch te weinig punten haalt om subsidie te krijgen.
Toelichting op de rangschikking:
- a.
Netwerk
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de lokale binding door contacten, samenwerkingen, overlegstructuren etc. van de organisatie. Het college vindt vaak vooral belangrijk dat het netwerk lokaal is.
- b.
Maatschappelijke resultaten binnen subsidieperiode
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de veranderingen direct na de interventie. De beoogde resultaten moeten SMART zijn beschreven.
- c.
Behoefte doelgroep
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld doelgroeponderzoek, interventiemethodieken. Duidelijk moet worden waarom de activiteiten nodig zijn.
- d.
Kennis, kunde en ervaring
Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de achtergrond, (bij)scholing, diploma’s, intervisiestructuren van beroepskrachten en vrijwilligers, klanttevredenheidsonderzoeken, lerend vermogen.
- e.
Cofinanciering
Voor dit onderdeel kunnen punten worden verdiend als de activiteiten worden bekostigd met niet alleen subsidie van de gemeente maar ook met bijvoorbeeld eigen middelen, fondsbijdragen en donaties, inbreng van eigen vermogen, natura bijdragen. Dit mag vormvrij worden onderbouwd maar moet wel concreet zijn, bijvoorbeeld in uren of geld. Het is ook mogelijk om punten te krijgen voor dit onderdeel wanneer een goed plan wordt aangeleverd over hoe in de toekomst cofinanciering zal worden georganiseerd.
- f.
Bijdrage aan ten minste drie doelen
Wanneer de activiteiten bijdragen aan twee of meer doelen kan een voldoende of hoger worden behaald.
- g.
Collectivering van aanbod en innovatie
Dit kan blijken uit het bij toename van individuele vragen op een onderwerp of thema, hier bijeenkomsten, voorlichtingen of trainingen voor worden ontwikkeld en aangeboden, waardoor meerdere inwoners in één keer dezelfde informatie ontvangen en ook kunne leren van elkaars situatie en vragen. Bij voorbeeld het ‘het mantelzorg café’ of de cursus “KIES of ‘Houd me vast’.
- h.
Maatschappelijke bijdrage voorbij de subsidieperiode
Dit gaat om de periode na de subsidieperiode. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de aannemelijkheid dat de activiteiten lange termijn veranderingen teweeg gaan brengen, bijvoorbeeld dat cliënten weer zelfstandig de financiële administratie kunnen voeren, goede handvatten hebben om zelfstandig de uitdagingen bij opvoeden op te kunnen lossen, goed kunnen omgaan met de problemen rondom dementie van een familielid.
Scorebepaling stap drie
Aanvragen worden gescoord op de daarvoor van toepassing zijnde rangschikkingscriteria. Uitsluitend de nummer één in de rangschikking ontvangt subsidie.
Het onderstaande schema laat zien hoe het college de aangeleverde informatie waardeert. Sommige rangschikkingscriteria vindt het college belangrijker dan anderen. In dat geval kunnen niet maximaal 10 maar 20 of 30 punten worden behaald.
|
Punten |
Waardering |
|
10, 20 of 30 |
Uitmuntend De gegeven informatie is boven verwachting van het college. De wijze van invulling biedt extra meerwaarde ten opzichte van de overige subsidieaanvragers |
|
8, 16 of 24 |
Ruim voldoende/Goed De gegeven informatie omvat alle aspecten die voor het college relevant zijn. De beschrijving van deze aspecten is in ruim voldoende mate in overeenstemming met de verwachtingen van gemeente |
|
6, 12 of 18 |
Voldoende De gegeven informatie omvat ten minste de aspecten die voor het college relevant zijn. De beschrijving van deze aspecten is (uiteindelijk) in voldoende mate in overeenstemming met de verwachtingen van het college. |
|
4, 8 of 12 |
Matig/onvoldoende De gegeven informatie is niet volledig in overeenstemming met de verwachtingen van het college. Er ontbreekt informatie over significante punten/aspecten. De wijze van invulling is niet overtuigend en/of laat openingen over. |
|
2, 4 of 8 |
Slecht De gegeven informatie voldoet niet aan de verwachtingen van het college. De subsidieaanvrager geeft het college onvolledige informatie. |
|
0 |
Niet beantwoord/niet overeenstemmend: De gevraagde informatie ontbreekt. |
Artikel 7. Aanvraag
Naast de eisen die worden gesteld aan een subsidieaanvraag in de Asv moet de aanvrager inzicht verschaffen in het eigen vermogen en de mate waarin is gezocht of zal worden gezocht naar alternatieve financiering zodat het college kan toetsen in hoeverre de subsidie noodzakelijk is. Voor hogere aanvragen gelden meer eisen.
Artikel 8. Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan subsidieaanvragen geheel of deels weigeren. Bijvoorbeeld indien het college vindt dat de aangevraagde subsidie te hoog is in relatie tot het eigen vermogen van de aanvrager of dat van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen.
Artikel 9. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Naast de verplichtingen die gelden of kunnen worden opgelegd zoals genoemd in de Awb en de Asv moet de subsidieontvanger zich ook inspannen om te zorgen dat de activiteiten toegankelijk en inclusief worden uitgevoerd, en beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een VOG (met het juiste screeningsprofiel) indien wordt gewerkt met kwetsbare doelgroepen. Ook moet bij hogere aanvragen een tussenrapportage worden aangeleverd.
Artikel 10. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000
Uit het inhoudelijke verslag (volgens het digitale format) moet blijken in hoeverre de doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd en aan de verplichtingen is voldaan. Daaronder wordt in ieder geval ook verstaan de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd conform de rangschikkingscriteria van artikel 6.
Artikel 11. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
In artikel 3:3 van de Asv staat dat het college subsidies van ten hoogste € 5.000 direct vaststelt. Dit betekent dat de subsidie meteen wordt betaald en er geen (of steekproefsgewijze) controle achteraf plaatsvindt. Soms vindt het college het echter belangrijk om de subsidie eerst te verlenen en pas vast te stellen nadat bijvoorbeeld is aangetoond dat de activiteiten hebben plaatsgevonden. In dat geval wordt de subsidie betaalt door middel van een voorschot. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van twee gelijke voorschotten. De eerste bij de start van de activiteiten en de tweede na zes maanden of – indien de subsidieduur niet precies een jaar is – na verstrijken van de helft van de subsidieduur.
Artikel 12. Hardheidsclausule
In uitzonderlijke gevallen kan het college van de regeling afwijken. De subsidieaanvrager of subsidieontvanger moet zelf een beroep doen op deze clausule.
Artikel 13. Slotbepalingen
De regeling heeft geen einddatum en wordt op of omstreeks 1 januari 2028 geëvalueerd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl