Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025

Geldend van 29-01-2026 t/m heden

Intitulé

Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025

de raad van de gemeente Den Haag,

gezien het voorstel van het college van 2 december 2025,

Besluit:

  • I.

    De gewijzigde Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 vast te stellen.

  • II.

    Kennis te nemen van het Participatieverslag Nota omgevingskwaliteit.

  • III.

    De Welstandsnota Den Haag 2017 in te trekken op het moment dat het omgevingsplan Den Haag is gewijzigd op het onderdeel welstand in artikel 22.7 en 22.29.

  • IV.

    De Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 in werking te laten treden op het moment dat het omgevingsplan Den Haag is gewijzigd op het onderdeel welstand in artikel 22.7 en 22.29.

Naar een nieuw kwaliteitsbeleid voor Den Haag

In januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Den Haag heeft de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024 vastgesteld en de leden van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed benoemd.

Deze Nota omgevingskwaliteit Den Haag is de eerste stap in het proces om tot een nieuw Haags kwaliteitsbeleid te komen. Dit beleid moet vastleggen wat in Den Haag wordt verstaan onder een goede omgevingskwaliteit. De basis hiervoor is de Omgevingswet en de Haagse omgevingsvisie. Als eerste stap is deze nota een doorwerking van de Welstandsnota Den Haag 2017: het ontwerpkader voor het uiterlijk van bouwwerken in Den Haag en het toetsingskader voor de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed. Na deze eerste stap wordt verder gewerkt aan de nota op basis van de omgevingsvisie en de uitwerking van het zogenaamde kwaliteitsstelsel tot een Nota omgevingskwaliteit 2.0.

Deze Nota omgevingskwaliteit 1.0 is een actualisering, een aanpassing, een aanvulling en een beperkte uitbreiding van de kaders.

De uitkomsten van de evaluatie van de Welstandsnota in 2023 vormen het startpunt. Aanbevelingen in de evaluatie waren onder meer het toevoegen van thematisch beleid voor bijvoorbeeld duurzaamheidsmaatregelen en extra bouwlagen, het duiden van de te beschermen waarden van de beschermde stadsgezichten en het herformuleren van de kaders van “wat mag ik niet” naar “hoe doe ik het goed”.

Deze aanbevelingen zijn bijvoorbeeld vertaald in handvatten voor het optimaal inpassen van zonnepanelen en warmtepompen en uitgangspunten per beschermd stadsgezicht hoe om te gaan met de cultuurhistorische waarden.

Daarnaast sluit de Nota omgevingskwaliteit aan op de intenties en de verplichtingen van de Omgevingswet. Hierin komt de term welstand niet meer voor. Wel wordt gesproken over “het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit” en de verplichting om beleidsregels voor “het uiterlijk van bouwwerken” op te stellen. Daarnaast beoogt de wet een verschuiving van een “nee, tenzij”- naar een ”ja, mits”-houding en een meer integrale benadering van kwaliteitszorg. Het doel is beleid waarmee in een vroeg stadium van planvorming gestuurd kan worden op integrale kwaliteitsdoelen, in plaats van alleen achteraf toetsen aan een Welstandsnota. Van eenzijdig toetsen op harde normen naar vooraf voeren van gesprekken om samen waarden te herkennen en te erkennen, waarmee tegemoetgekomen wordt aan het doel participatie te bevorderen. Dit vraagt meer dan een nieuwe Welstandsnota. Dit vereist de ontwikkeling van een nieuw samenhangend kwaliteitsstelsel en een integraal en transparant (advies)proces. Dit is een transitie die niet van de ene op andere dag gereed is.

De nota 1.0 is hierop voorbereid. De nota introduceert naast de beleidsregels voor het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken een integrale kwaliteitsambitie in de vorm van principes die in de komende jaren verfijnd en ingevuld kunnen worden, mede op basis van de Haagse omgevingsvisie. Ook sorteert de nota voor op de ontwikkeling van het Haagse kwaliteitsstelsel, waarover eind 2023 een advies is gegeven.

De structuur van de nieuwe nota maakt aanpassingen en aanvullingen mogelijk. Het is een vast kader met een dynamische inhoud. De nota kan uitgebreid worden met deeluitwerkingen en zo ontstaat geleidelijk een integrale nota met uitgangspunten, kaders en richtlijnen voor meerdere aspecten. Bijvoorbeeld voor verdere integratie van cultureel erfgoed, verduurzaming, openbare ruimte, woonkwaliteit, circulariteit, klimaatadaptatie en andere thema’s die betrekking hebben op een goede omgevingskwaliteit.

Voor grotere gebiedsontwikkelingen of bijzondere plekken en gebouwen blijven beeldkwaliteitsplannen mogelijk. De nota legt de verbinding met vastgestelde en nieuwe beeldkwaliteitsplannen en beschrijft hoe de twee kwaliteitsinstrumenten in samenhang te gebruiken.

Algemeen (deel a)

Hoofdstuk 9 definieert wat in Den Haag wordt verstaan onder de gebruikte begrippen en woorden.

1. Inleiding

Omgevingskwaliteit is meer dan puur de uiterlijke kenmerken van bouwwerken. Bouwwerken bevinden zich in een context en die context is de stad Den Haag en heeft cultuurhistorische betekenis. Ook heeft de gemeente Den Haag hoge ambities op het gebied van verduurzaming van de bestaande stad en duurzame nieuwbouw. En verduurzamen is meer dan isolatie en energie-opwekkende installaties toevoegen. Hoogwaardig en circulair materiaalgebruik en klimaatadaptatie horen hier ook bij.

De grote verschuiving van de Welstandsnota naar de Nota omgevingskwaliteit 1.0 betreft de duiding van de integrale omgevingskwaliteit en wat dat betekent voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Iedere ingreep in de stad zou de Haagse omgevingskwaliteit moeten verbeteren.

1.1. Wat is omgevingskwaliteit?

Met omgevingskwaliteit wordt een reeks factoren bedoeld, die de kwaliteit van de leefomgeving bepaalt. Omgevingskwaliteit kan op verschillende niveaus worden bekeken: van de grootste stedenbouwkundige schaal (de structuur van de stad), via de wijken en buurten naar de invulling van een straat, tot de kleinste architectonische schaal (de materialen van een gevel of de routing binnen een gebouw). Bij omgevingskwaliteit wordt ook gekeken naar de identiteit en eigenheid van een gebied, bijvoorbeeld dichtheden, functiemix, bereikbaarheid, sociaalmaatschappelijke aspecten en duurzaamheidsaspecten.

1.2. Waarom een Nota omgevingskwaliteit?

De nota draagt op verschillende manieren bij aan een goede omgevingskwaliteit:

  • Als bron van informatie en inspiratie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en de gemeente (opgavegericht)

  • Voor de begeleiding van een initiatief waarbij de gemeente de nota als uitgangspunt neemt en met initiatiefnemers meedenkt om de kwaliteitsambities na te streven (ontwerpgericht)

  • Als beoordelingskader bij vergunningplichtige activiteiten en voor handhaving van excessen bij bestaande situaties (beoordelingsgericht)

1.3. Positionering van de nota

Inhoudelijk

De Nota omgevingskwaliteit bundelt de uitgangspunten waarmee een goede omgevingskwaliteit kan worden bereikt en in stand gehouden, gebaseerd en toegespitst op de Haagse kwaliteiten en opgaven. De nota en het gebruik van de nota door de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed als toetsingskader zijn onderdelen van het bredere kwaliteitsstelsel.

Juridisch

In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 is omgevingskwaliteit beperkt tot de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. De nota wordt vastgesteld door de gemeenteraad als beleidsregel gerelateerd aan een open norm in het Omgevingsplan.

Van een beleidsregel kan onderbouwd worden afgeweken.

Beleidscyclus

De Nota omgevingskwaliteit wordt wanneer nodig deels aangepast en aangevuld, bijvoorbeeld op basis van de Haagse omgevingsvisie en de ontwikkeling van het Haagse kwaliteitsstelsel. Aanpassingen en aanvullingen worden na participatie door de gemeenteraad vastgesteld. Zes jaar na de eerste vaststelling wordt de gehele nota geëvalueerd.

2. Gebruik van de nota

De nota is bedoeld als inzicht en inspiratie vooraf voor iedereen die betrokken is bij een ingreep die invloed heeft op de Haagse omgevingskwaliteit: de initiatiefnemer, de ontwerper, belanghebbenden, belangstellenden, het gemeentebestuur, verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente en de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed.

2.1. Wie gaat over omgevingskwaliteit?

Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen, op verschillende momenten en met verschillende rollen:

  • De initiatiefnemer geeft opdracht bij te dragen aan de Haagse omgevingskwaliteit

  • De ontwerper ontwerpt in de Haagse context en draagt bij aan de Haagse omgevingskwaliteit

  • Belanghebbenden en belangstellenden dragen in het participatieproces bij aan de Haagse omgevingskwaliteit

  • De verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente informeren, begeleiden en adviseren namens het college op basis van het vastgestelde beleid

  • De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed adviseert op basis van het vastgestelde beleid en adviseert over het beleid

  • Het college beslist over vergunningaanvragen en geeft opdracht beleid op te stellen of deeluitwerkingen te maken om een goede omgevingskwaliteit te bereiken

  • De gemeenteraad controleert, evalueert, actualiseert en stelt beleid vast om een goede omgevingskwaliteit te bereiken

2.2. Relatie met andere beleidsvelden

Voor het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is meer nodig dan een Nota omgevingskwaliteit. De nota is een onderdeel van het bredere kwaliteitsstelsel en wordt gehanteerd in een juridisch stelsel van vergunningen en toezicht, inclusief handhaving.

In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 staan de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Andere onderdelen van het kwaliteitsstelsel – bijvoorbeeld stedenbouwkundig beleid in het Omgevingsplan of de hoogbouwnota, of beleid met betrekking tot beschermde monumenten – of het vergunningstelsel worden elders, in andere wet- en regelgeving toegelicht en geregeld. Voor een integrale goede omgevingskwaliteit is het belangrijk alle relevante kaders in samenhang als uitgangspunt te nemen, toe te passen en te toetsen.

3. Haagse omgevingskwaliteit

Omgevingskwaliteit is gerelateerd aan de context. De Nota omgevingskwaliteit beschrijft wat de Haagse omgevingskwaliteit is, wat in Den Haag wordt verstaan onder een goede omgevingskwaliteit en hoe iedere aanpassing en toevoeging aan de stad moet bijdragen aan deze omgevingskwaliteit.

3.1. De kernkwaliteiten van Den Haag

De basis van een goede omgevingskwaliteit zijn de gewaardeerde (kern)kwaliteiten van de stad. Wat maakt Den Haag Den Haag? Welke kwaliteiten in de bestaande stad moeten gerespecteerd worden en kunnen worden ingezet om de opgaven van de stad, bijvoorbeeld verduurzaming en verdichting en de daarmee samenhangende transformatie, Haags op te lossen?

De kernkwaliteiten van Den Haag zijn:

  • De gelaagdheid en diversiteit van de stad, landschappelijk en gebouwd

  • De vele beschermde stadsgezichten

  • De ligging aan de kust in een duin- en strandwallenlandschap

  • De lange lijnen parallel aan de kust

  • De verwevenheid van landschappelijke – landgoederen en parken – en stedelijke structuren

  • De drie herkenbare historische kernen als begin van de stad: Den Haag, Loosduinen en Scheveningen

  • De afleesbare uitleg van de stad

  • De sporen – onderbrekingen en aanhelingen – van de periode 1940-1945

  • De rijkdom aan erfgoed

  • Het strand en de Scheveningse haven

  • De (voormalig) industriële Laakhavens en Binckhorst

  • Een eigen architectuurstijl: de Nieuwe Haagse School

  • Eigen typologieën: het Haagse portiek, het Haagse woonhotel en Haagse hofjes

  • De zichtbaarheid van nationale en internationale instellingen

3.2. Haagse kwaliteitsprincipes

De kwaliteitsprincipes zijn een statement hoe om te gaan met de kwaliteiten van Den Haag. Zij zijn geen concrete uitgangspunten of ontwerpoplossingen, maar de basis van voortbouwen op die kwaliteiten. Door te behouden en toe te voegen. De principes gaan verder dan de 1.0 versie van de nota. Zij zijn ook de basis voor de verdere verfijning en invulling van de Nota omgevingskwaliteit.

Gelaagdheid en proportionaliteit

Den Haag verandert voortdurend. De gelaagdheid van het landschap, het ensemble van stedelijke structuren, de architectonische tijdlagen en de functionele dynamiek zijn onderdeel van het verhaal van de stad. De schaal van een ingreep en de mate van gelaagdheid van de omgeving (homogeen of juist heterogeen) bepalen hoe om te gaan met de kwaliteiten in de stad. Iedere ingreep moet proportioneel zijn. Voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag betekent de ene keer behoud, de andere keer bijsturen of er zijn mogelijkheden om kwaliteit toe te voegen.

Bevestigen en versterken van aanwezige kwaliteiten

Iedere ingreep moet passen in zijn omgeving door de aanwezige kwaliteiten te behouden. Of die kwaliteiten verbeteren door ze te versterken. Uitgangspunt is dat iedere ingreep een positieve bijdrage levert aan de omgeving. Aan de kwaliteit van een ingreep worden hogere eisen gesteld naarmate de ingreep zich sterker onderscheidt van zijn omgeving.

Wederkerigheid

Iedere ingreep dient meerdere belangen. Voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag is daarom een collectieve opgave met als gezamenlijk doel een aantrekkelijke woon- en werkstad. Iedere ingreep draagt bij aan een hoogwaardig, duurzaam, gezond, veilig en economisch vitaal Den Haag.

Inzetten op ontwerpkracht

Een goed ontwerp maakt iedere ingreep in de stad een passende ingreep. Goed opdrachtgeverschap is daarbij belangrijk. Wat is nodig om voort te bouwen op de kwaliteiten van de stad? Daarbij horen een analyse van de omgeving, een daarmee communicerende definitie van de ontwerpopgave en een goede omschrijving van de ingreep. Afhankelijk van de schaal van de ingreep dragen ook ontwerpend onderzoek en een passende architectenkeuze in gezamenlijk overleg bij.

Hergebruik als onderzoeks- en ontwerpopgave

Hergebruik van (delen van) bestaande gebouwen door behoud, transformatie en toevoeging is een vorm van voortbouwen op de kwaliteiten van Den Haag. Als – op basis van goed onderzoek – hergebruik mogelijk is en met een goed transformatieontwerp kunnen bestaande kwaliteiten worden versterkt een nieuwe betekenis. Aan de gelaagdheid van Den Haag worden nieuwe lagen toegevoegd en gebruikte materialen krijgen een nieuwe bestemming.

Duurzaamheid als ontwerpopgave

Iedere ingreep draagt positief bij aan de energietransitie en klimaatadaptatie en integreert de opgaven van circulariteit, natuurinclusiviteit en biodiversiteit. Duurzaamheid is altijd een vanzelfsprekend onderdeel van een ontwerp: door hergebruik van bestaande kwaliteiten, het toepassen van hoogwaardige en hoogwaardig verouderende materialen, door toevoegen van natuurlijke meerwaarde, door goede mogelijkheden voor flexibel gebruik en door goede mogelijkheden voor transformatie.

Ontwerp op ooghoogte en op grotere hoogte

Binnen één ontwerp zijn verschillende schaalniveaus belangrijk. Een ingreep op ooghoogte is bepalend voor het straatbeeld, voor de korte afstand. Een ingreep op grotere hoogte doet mee in het stadsbeeld. En een ingreep op grote hoogte bepaalt de contour van Den Haag. Dit vraagt specifieke oplossingen voor alle schaalniveaus.

De overgang van buiten naar binnen en van openbaar naar privé als ontwerpopgave

De kwaliteit van Den Haag is een samenspel van groen en water, straten, (privé)tuinen en de schaal, de gevels en het dakenlandschap van gebouwen. Zij maken het stadsbeeld. Iedere ingreep is ingepast in zijn omgeving door alle overgangen tussen de verschillende onderdelen van het stadsbeeld vorm te geven.

Haagse typologieën

Opvallende en minder opvallende gebouwen zoals Haagse portieken, hoogwaardige (voormalige) kantoorgebouwen, woonhotels en hofjes zijn bepalend voor de kwaliteit van Den Haag. Voor deze gebouwen is voortbouwen op het bestaande door behoud en transformatie het uitgangspunt. Daarnaast kunnen deze gebouwen inspireren oplossingen voor de opgaven van de stad te vinden.

Ruimte voor innovatie

Met contextuele argumenten kan worden afgeweken van de Nota omgevingskwaliteit (zie hoofdstuk 1.3 onder Juridisch) en ontstaan mogelijkheden om met nieuwe oplossingen voort te bouwen op de bestaande kwaliteiten van de stad. Daarbij worden hogere eisen gesteld aan de oplossing naarmate deze zich sterker onderscheidt van aanwezige kwaliteiten.

3.3. Generieke en specifieke benadering

In deze nota is generiek en specifiek beleid opgenomen. Generiek beleid geldt in de hele stad. Daarnaast kan voor een bepaald gebouw/ensemble of in een bepaald gebied aanvullend en meer specifiek, strenger of opener beleid gelden. In de nota 1.0 is specifiek beleid opgenomen voor als monument aangewezen en beschermde gebouwen/ensembles en voor de beschermde stadsgezichten. In de nota 2.0 kan specifiek beleid voor nieuwe categorieën worden opgenomen. Bijvoorbeeld voor aangewezen en karakteristieke beeldbepalende bouwwerken, voor grootschalige transformaties, voor andere gebiedsindelingen zoals ontwikkelgebieden en lange lijnen – de dragers van de structuur van Den Haag – of voor archeologisch belangrijke locaties en beschermde natuurgebieden.

3.4. (Her)ontwikkelingen en transformaties

Voor (her)ontwikkelingen en grootschalige transformaties zijn en worden beeldkwaliteitsplannen of vergelijkbare documenten vastgesteld, die sturen op de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Beeldkwaliteitsplannen gaan veelal integraal in op een gebieds- of een gebouwontwikkeling, inclusief andere onderdelen van het kwaliteitsstelsel, die invloed hebben op de Haagse omgevingskwaliteit.

De voor de plaatsing en het uiterlijk van een bouwwerk relevante delen van een vastgesteld beeldkwaliteitsplan vormen samen met de Nota omgevingskwaliteit de uitgangspunten voor de betreffende ontwikkeling.

Beoordelingskaders (deel b)

Hoofdstuk 9 definieert wat in Den Haag wordt verstaan onder de gebruikte begrippen en woorden.

4. Uitgangspunten voor plaatsing en uiterlijk

De Nota omgevingskwaliteit Den Haag bundelt de uitgangspunten waarmee een goede omgevingskwaliteit bereikt en in stand gehouden kan worden. In de Nota omgevingskwaliteit 1.0 staan de uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. Die uitgangspunten zijn verdeeld in algemeen en specifiek. Generieke uitgangspunten, die altijd en in de hele stad gelden, en uitgangspunten voor specifieke ingrepen of specifieke gebieden.

De vier algemene uitgangspunten zijn de basis voor alle ingrepen in de stad en voor de specifieke uitgangspunten. Ieder specifiek uitgangspunt is een uitwerking van de algemene uitgangspunten. Als voor een ingreep geen specifieke uitgangspunten gelden, dan zijn de algemene uitgangspunten het beoordelingskader.

De specifiek uitgangspunten zijn verdeeld in verbouw en nieuwbouw. Verbouw is een aanpassing van of toevoeging aan een bestaand bouwwerk. Nieuwbouw is volledige nieuwbouw. Een transformatie of gevelrenovatie van een bestaand gebouw die het gebouw een nieuw uiterlijk geeft, heeft dezelfde invloed op de stad als nieuwbouw en wordt beoordeeld als nieuwbouw.

Cultureel erfgoed is een speciale categorie binnen de specifieke uitgangspunten. Voor beschermde monumenten, hun omgeving, voor beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken en voor beschermde stadsgezichten zijn aanvullende uitgangspunten opgesteld om de waarden te behouden en daarop voort te bouwen.

Voor vier actuele en typisch Haagse opgaven, de Haagse thema’s, zijn de uitgangspunten gebundeld in een apart hoofdstuk. Dit hoofdstuk licht uit en benadrukt het belang van deze thema’s.

4.1. Algemeen

In de Nota omgevingskwaliteit wordt met het woord ingreep een fysieke verandering van de stad bedoeld. De schaal van een ingreep verschilt van het aanpassen van een architectonisch detail tot het toevoegen van nieuwe hoogbouw. De invloed van een ingreep op de omgevingskwaliteit van Den Haag varieert van de gevel van een huis tot de gehele stad.

  • A.

    Een ingreep in, aan of bij een monument behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het monument en bouwt voort op deze waarden.

  • B.

    Een ingreep in een beschermd stadsgezicht bouwt behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht en bouwt voort op deze waarden.

  • C.

    Iedere ingreep vertoont samenhang op alle schaalniveaus: in materialen, kleuren en detaillering, in geleding en verhoudingen, in volumeopbouw en schaal, en in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.

  • D.

    Iedere ingreep draagt bij aan de duurzame ontwikkeling van Den Haag op meerdere schaalniveaus: in de keuze van materialen, in het gebruik, in het toevoegen van natuurlijke meerwaarde en in de mogelijkheden voor toekomstig gebruik.

4.2. Verbouw

Verbouw zijn kleinere en grotere ingrepen aan een bestaand bouwwerk. Voor veel voorkomende vervangingen, aanpassingen en toevoegingen zijn uitgangspunten opgesteld die gelden in de hele stad. Een deel van deze ingrepen is gebundeld tot een categorie, bijvoorbeeld gevelwijzigingen, omdat de uitgangspunten voor alle ingrepen in een gevel gelijk of vergelijkbaar zijn. Vervanging van een dakrand vraagt dezelfde aanpak als vernieuwing van het gevelmateriaal.

Extra bouwlagen en een aantal duurzaamheidsmaatregelen vallen onder verbouw, maar zijn als Haagse thema’s uitgewerkt in hoofdstuk 6.

> Aanbouwen

Aanbouwen of uitbouwen zijn toevoegingen aan de hoofdbebouwing die met de hoofdbebouwing zijn verbonden. Uitgangspunt is dat aanbouwen ondergeschikt zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing en in de omgeving. Dit betekent dat aanbouwen een onderdeel van het gevelbeeld worden, of juist een ondergeschikte toevoeging zijn.

  • Aanbouwen houden de hoofdopzet van de hoofdbebouwing herkenbaar

  • Aanbouwen in een zijtuin houden het straatprofiel en het doorzicht langs de hoofdbebouwing herkenbaar

  • Aanbouwen zijn direct of met een ondergeschikt tussenlid verbonden met de hoofdbebouwing

  • Aanbouwen houden architectonische elementen aan of tegen de hoofbebouwing – bijvoorbeeld een erker of een balkon – herkenbaar

  • Aanbouwen zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikt ontworpen

  • Aanbouwen zijn alzijdig ontworpen

  • Aanbouwen die de architectuur van de hoofdbebouwing volgen zijn ontworpen als onderdeel van de hoofdbebouwing

  • Aanbouwen kunnen een vormgeving hebben die afwijkt van de hoofdbebouwing

  • Aanbouwen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd

  • Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele aanbouwen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend

> Bijgebouwen

Bijgebouwen zijn toevoegingen aan de hoofdbebouwing die los staan van de hoofdbebouwing. Uitgangspunt is dat bijgebouwen ondergeschikt zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing en in de omgeving.

  • Bijgebouwen in een voor- of zijtuin aan de straat – bijvoorbeeld een fietsen- of containerberging – houden het straatprofiel herkenbaar

  • Bijgebouwen in een zijtuin houden het doorzicht langs de hoofdbebouwing herkenbaar

  • Bijgebouwen hebben een ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikte maat

  • Bijgebouwen zijn ten opzichte van de hoofdbebouwing ondergeschikt ontworpen

  • Bijgebouwen zijn alzijdig ontworpen

  • Bijgebouwen kunnen een vormgeving hebben die aansluit bij de tuininrichting

  • Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele bijgebouwen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend

> Dakkapellen

Dakkapellen of dakuitbouwen zijn toevoegingen aan een dakschild. Uitgangspunt is dat dakkapellen de hiërarchie en de architectuur van de hoofdbebouwing volgen. Dit betekent dat dakkapellen een onderdeel van het gevelbeeld worden, of juist een ondergeschikte toevoeging zijn.

  • Dakkapellen boven een zichtgevel zijn ontworpen als een onderdeel van het gevelbeeld

  • Dakkapellen boven een zichtgevel houden rekening met het type gevel: voor-, zij- of achtergevel

  • Dakkapellen boven een zichtgevel zijn architectuureigen ontworpen: uitgelijnd met de onderliggende gevel of met een neutrale positie

  • Dakkapellen boven een blinde zijgevel of boven de bouwmuur tussen twee gebouwen, zijn ondergeschikt en neutraal ontworpen

  • Dakkapellen bevinden zich op afstand van de contour van het dakschild

  • Dakkapellen houden rekening met andere elementen op het dakschild, bijvoorbeeld zonnepanelen, schoorstenen of dakvensters

  • Dakkapellen hebben drie ontworpen zijden en zijn overhoeks ontworpen

  • Dakkapellen hebben een architectuureigen dakvorm: plat of aangekapt

  • Dakkapellen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd

  • Als er oorspronkelijke dakkapellen zijn, is het ontwerp daarvan leidend

  • Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de hoofdbebouwing optionele dakkapellen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend

  • Meerdere dakkapellen op een doorlopend dakschild van een architectonische eenheid zijn horizontaal, boven en onder, uitgelijnd en hebben één ritme

  • Meerdere dakkapellen op een doorlopend dakschild van een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp

  • Dakkapellen op overhoeks doorlopende dakschilden zijn aan elkaar gerelateerd

  • Op dakschilden die een verbijzondering van het hoofddakschild of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte erker, worden geen dakkapellen geplaatst

> Dakterrassen

Dakterrassen zijn buitenruimtes op het platte dak van een bouwwerk, of op het platte dak van een lager bouwdeel. Uitgangspunt is dat dakterrassen op het hoogste dakvlak onopvallend zijn. Dakterrassen op een lager dakvlak zijn een ondergeschikte toevoeging.

  • Dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw bevinden zich op afstand van alle randen van het dakvlak

  • Dakterrassen op het platte deel van een kap – het hoogste platte dakvlak boven één of meer schuinen dakvlakken – zijn niet zichtbaar in de openbare ruimte

  • Dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw hebben een zo laag mogelijk en neutraal hekwerk

  • De toegang tot dakterrassen op het hoogste dakvlak van een gebouw is niet hoger dan het hekwerk

  • Dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel bevinden zich op afstand van alle randen van het dakvlak

  • Dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel hebben een zo laag mogelijk en neutraal hekwerk

  • De toegang tot dakterrassen op het platte dak van een lager bouwdeel bevindt zich in een aangrenzende gevel (zie gevel- en kozijnwijzigingen), of is niet hoger dan het hekwerk

  • Een berging op dakterrassen is niet hoger dan het hekwerk

> Dakvensters

Dakvensters of dakramen zijn openingen in een dakschild, met daarin een (te openen) raam. Uitgangspunt is dat dakvensters ondergeschikt zijn in het dakschild, duidelijk een toevoeging, om het dakschild of de kap beeldbepalend te houden.

  • Dakvensters hebben een ten opzichte van het dakschild ondergeschikte maat

  • Dakvensters hebben een neutraal ritme

  • Dakvensters bevinden zich op afstand van de contour van het dakschild

  • Dakvensters houden rekening met andere elementen in of op het dakschild, zoals zonnepanelen, schoorstenen of dakkapellen

  • Dakvensters zijn gedetailleerd in het dakschild

  • Meerdere dakvensters in een doorlopend dakschild van een architectonische eenheid zijn horizontaal – boven en onder – uitgelijnd

  • In dakschilden die een verbijzondering van het hoofddakschild of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte erker of dakkapel, worden geen dakvensters geplaatst

> Duiventillen

Duiventillen zijn duivenhokken die gebruikt worden voor de tilduivensport, Haags immaterieel erfgoed. Uitgangspunt is dat duiventillen die niet in de tuin staan onopvallend op het hoogste platte dakvlak staan.

  • Duiventillen staan centraal op het hoogste platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak

  • Duiventillen zijn neutraal ontworpen

> Erfafscheidingen

Erfafscheidingen zijn hekwerken tussen de straat en een erf – bijvoorbeeld een tuin – of tussen erven. Uitgangspunt is dat erfscheidingen ondergeschikt zijn in het straatprofiel en aansluiten bij de architectuur van de hoofdbebouwing.

  • Erfscheidingen in een voor- of zijtuin houden het straatprofiel open

  • Erfscheidingen hebben een vormgeving die is afgestemd op de architectuur van de hoofdbebouwing

  • Doorgangen binnen een erfscheiding zijn integraal ontworpen als onderdeel van de erfscheiding

  • Meerdere erfscheidingen bij een architectonische eenheid hebben dezelfde vormgeving

> Extra bouwlagen

Het toevoegen van een of meer bouwlagen is een van de typisch Haagse ingrepen. Zie voor de uitgangspunten voor extra bouwlagen hoofdstuk 6.2.

> Gevelwijzigingen

Gevelwijzigingen zijn nieuwe gevelonderdelen die bestaande vervangen of aanpassen en nieuwe toevoegingen aan een gevel. Nieuwe balkons, dakranden, dakbedekking en nieuw gevelmateriaal zijn voorbeelden van gevelwijzigingen. Uitgangspunt is dat nieuwe gevelonderdelen de oorspronkelijke volgen. Nieuwe technieken en materialen zijn mogelijk en behouden het oorspronkelijke aanzicht. Voor kozijnwijzigingen zijn eigen uitgangspunten opgesteld.

  • Gevelwijzigingen volgen de oorspronkelijke maatvoering en indeling

  • Gevelwijzigingen zijn architectuureigen ontworpen

  • Gevelwijzigingen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd

  • Gevelwijzigingen volgen de oorspronkelijke textuur en kleur

  • Nieuw metselwerk heeft een steenmaat, metselverband en voeg als oorspronkelijk

  • Nieuwe dakpannen hebben een panmaat, panvorm en rand- en hoekoplossingen als oorspronkelijk

  • Nieuwe leien hebben een maat, dekking, rand- en hoekoplossingen als oorspronkelijk

  • Gevelwijzigingen zijn integraal ontworpen als onderdeel van de gevel

  • Binnen een architectonische eenheid hebben gevelwijzigingen hetzelfde ontwerp

> Installaties

Installaties zijn functionele toevoegingen aan een gevel of het dak van een gebouw, bijvoorbeeld afvoerpijpen, antennes, luchtbehandelingskasten en windmolens. Uitgangspunt is dat installaties onopvallend worden ingepast. Ook warmtepompen en zonnepanelen zijn installaties. Zie voor de uitgewerkte uitgangspunten voor warmtepompen en zonnepanelen hoofdstuk 6.4.

  • Installaties hebben een onopvallende maat

  • Installaties tegen een gevel bevinden zich zo veel mogelijk aan een niet naar openbaar gebied gerichte gevel

  • Installaties tegen een gevel bevinden zich tegen de gesloten en neutrale delen van de gevel

  • Installaties op een plat dak staan centraal op het platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak

  • Installaties zijn neutraal ontworpen

  • Installaties en de draagconstructie, bekabeling, kanalen en leidingen zijn integraal ontworpen

  • Meerdere installaties zijn geclusterd

  • Meerdere installaties op een plat dak kunnen geclusterd worden binnen een neutraal ontworpen scherm

  • Bij volledige nieuwbouw zijn installaties integraal ontworpen als onderdeel van het gebouw

> Kozijnwijzigingen

Kozijnwijzigingen zijn nieuwe kozijnen, ramen en deuren die bestaande vervangen of die een nieuwe gevelopening vullen. Uitgangspunt is dat nieuwe kozijnen, ramen en deuren de oorspronkelijke volgen. Nieuwe technieken, materialen en isolerend glas zijn mogelijk met behoud van het oorspronkelijke aanzicht. Voor winkelpuien zijn eigen uitgangspunten opgesteld.

  • De indeling van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk

  • De diepte van de nieuwe kozijnen in het gevelvlak – de negge – is als oorspronkelijk

  • De diepte van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren ten opzichte van elkaar is als oorspronkelijk

  • De roedeverdeling van de nieuwe ramen en deuren is als oorspronkelijk

  • De inpassing van de nieuwe kozijnen rondom – bijvoorbeeld de waterslag of het boogveld – is als oorspronkelijk

  • De detaillering van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk

  • Coatings of folies op het nieuwe glas zijn onopvallend

  • Glas-in-lood bevindt zich aan de buitenzijde van nieuw isolerend glas

  • Doorvalbeveiligingen zijn ondergeschikt

  • De ventilatievoorziening is onopvallend opgelost

  • Binnen een architectonische eenheid hebben kozijnwijzigingen hetzelfde ontwerp

> Rolluiken en zonweringen

Rolluiken en zonweringen zijn toevoegingen aan een venster of een pui, bedoeld als beveiliging of om direct zonlicht te weren. Uitgangspunt is dat rolluiken en zonweringen ondergeschikt en architectuureigen zijn. Voor rolluiken betekent dit een oplossing aan de binnenzijde van de gevel, omdat een rolluik aan de buitenzijde het venster, de pui of de gevel aan het zicht onttrekt.

  • Rolluiken bevinden zich aan de binnenzijde van de gevel, achter het venster of de pui

  • Zonweringen hebben een maat die aansluit bij de gevelindeling

  • Zonweringen hebben een vormgeving, inclusief kleur, die past bij de architectuur

  • Zonweringen hebben een vormgeving, inclusief kleur, die past in de omgeving

  • Zonweringen, hun omkasting en bevestiging houden rekening met alle architectonische onderdelen van de gevel

  • Meerdere zonweringen binnen een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp

> Winkelpuien

Winkelpuien zijn de gevels van winkels, restaurants of andere bedrijfsfuncties. Uitgangspunt is dat winkelpuien meedoen in het gevelbeeld. Winkelpuien bestaan uit een kozijn met een of meer deuren en vaste transparante delen, een omkadering en een naamsaanduiding. Zie voor naamsaanduidingen hoofdstuk 7.

  • Winkelpuien zijn open en gesloten een herkenbare grens tussen buiten en binnen

  • Winkelpuien hebben een schaal die aansluit bij de rest van de architectonische eenheid

  • Winkelpuien dragen optisch de bovenliggende gevel

  • De vaste delen van een winkelpui – bijvoorbeeld een etalage – hebben een bouwkundige borstwering met een architectuureigen hoogte

  • Het kozijn en de omkadering van een winkelpui zijn een architectonisch geheel

  • Een entree van de verdiepingen binnen de omkadering is integraal ontworpen als onderdeel van de winkelpui

  • Winkelpuien kunnen een vormgeving hebben die afwijkt van de rest van de architectonische eenheid

  • Meerdere winkelpuien binnen een architectonische eenheid hebben hetzelfde ontwerp

  • De naamsaanduiding en andere reclame-uitingen zijn integraal ontworpen als onderdeel van de winkelpui

4.3. Nieuwbouw

De beschermde waarden van een rijks- of gemeentelijk monument zijn bepalend voor de mogelijkheden in, aan of bij het monument. Omdat de beschermde waarden verschillen per monument en omdat die verschillen de uniciteit van ieder monument illustreren, zijn voor ingrepen in of aan monumenten geen generieke uitgangspunten opgenomen. Iedere ingreep in of aan een monument is maatwerk

5. Cultureel erfgoed

Een van de kernkwaliteiten van Den Haag is de rijkdom aan erfgoed: een groot aantal beschermde objecten en ensembles – rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten – en 21 rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Voor dit erfgoed zijn specifieke uitgangspunten opgesteld die aanvullend gelden voor een ingreep in, aan of bij een monument, aan een beeldbepalend of karakteristiek bouwwerk of in een beschermd stadsgezicht.

5.1. Monumenten

De beschermde waarden van een rijks- of gemeentelijk monument zijn bepalend voor de mogelijkheden in, aan of bij het monument. Omdat de beschermde waarden verschillen per monument en omdat die verschillen de uniciteit van ieder monument illustreren, zijn voor ingrepen in of aan monumenten geen generieke uitgangspunten opgenomen. Iedere ingreep in of aan een monument is maatwerk.

5.2. Omgeving van monumenten

Monumenten staan in een context en die context heeft invloed op het monument. Ingrepen in de omgeving van een monument kunnen invloed hebben op de waarden van het monument. In de Omgevingswet is vastgelegd dat die waarden moeten worden beschermd, ook bij een ingreep buiten de aangewezen bescherming.

In het Omgevingsplan moeten hiervoor regels worden opgesteld, waaronder een definitie van de omgeving van een monument en een concrete begrenzing. Hiermee krijgt de omgeving niet dezelfde status als het monument, maar wordt wel vastgelegd wat de invloedsfeer van de monumentale waarden is.

Totdat deze regels zijn vastgesteld, geldt uitgangspunt A van de algemene uitgangspunten van hoofdstuk 4.1:

Een ingreep in, aan of bij een monument behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het monument en bouwt voort op deze waarden.

5.3. Beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken

In het Omgevingsplan kunnen bouwwerken worden aangewezen als beeldbepalend of karakteristiek, binnen en buiten een rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Hiermee worden specifieke cultuurhistorische waarden vastgelegd en beschermd. Deze waarden worden in het Omgevingsplan vertaald in regels, bijvoorbeeld met betrekking tot de parcellering, de gevelindeling of de kapvorm.

De regels in het Omgevingsplan vormen samen met de Nota omgevingskwaliteit de uitgangspunten voor ingrepen in beeldbepalende of karakteristieke bouwwerken.

5.4. Beschermde stadsgezichten

De cultuurhistorische kenmerken van de rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten in Den Haag zijn beschreven en gewaardeerd bij de aanwijzing. De systematiek van de beschrijvingen en de waarderingen verschilt per beschermd stadsgezicht. Enerzijds past dit bij de verschillen tussen de beschermde stadsgezichten en doet dit recht aan de diversiteit aan cultuurhistorische waarden in Den Haag. Anderzijds maakt dit een vertaling naar wat de beschermde status betekent voor ingrepen in de stadsgezichten lastig.

Daarom zijn de kenmerken en de beschermde waarden van de stadsgezichten vertaald in uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit. Per stadsgezicht, omdat de essentie of de kernwaarden verschillen per stadsgezicht. De kenmerken en de waarden in deze nota zijn afkomstig uit en een bewerking van de aanwijzingen. Zij zijn als bijlage opgenomen. Hieruit zijn de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit gedestilleerd, die gelden als uitwerking van uitgangspunt B van de algemene uitgangspunten van hoofdstuk 4.1:

Een ingreep in een beschermd stadsgezicht behoudt de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht en bouwt voort op deze waarden.

Samen met de andere uitgangspunten in deze nota vormen de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit het kader voor ingrepen in een beschermd stadsgezicht. De uitgangspunten per stadsgezicht specificeren de generieke uitgangspunten, bijvoorbeeld door de architectonische of stedenbouwkundige samenhang te benadrukken en te sturen op oplossingen die die samenhang behouden.

NB De grenzen van de beschermde stadsgezichten komen niet altijd overeen met de Haagse wijk- en buurtindeling of met de grenzen van bestemmingsplannen met dezelfde naam die zijn opgegaan in het Omgevingsplan.

  • a.

    Archipelbuurt en Willemspark II (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Archipelbuurt en Willemspark II en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • Het afwisselende bebouwingsbeeld

    • De (hoek)accenten bij bouwblokken

    • De monumentale architectuur

    • De architectonische stijlkenmerken van de (voornamelijk) 19e eeuwse bebouwing

    • Het kappenlandschap

    • De winkelpuien in stijl

    • Het villakarakter van het Prinsevinkenpark

    • De relatie met de omliggende groengebieden

  • b.

    Benoordenhout (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De monumentale architectuur (plan Berlage)

    • De hoogwaardige architectuur

    • De aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing

    • De aandacht voor de overgangen met groenstructuur, erfafscheidingen in voor- en zijtuinen

    • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur binnen de deelgebieden

  • c.

    Centrum (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum zijn geen uitgangspunten opgesteld. De gegroeide diversiteit, de aanwezigheid van een groot aantal beschermde monumenten en monumentale ensembles, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • d.

    Duinoord (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Duinoord en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De groene en grotendeels onbebouwde omsloten binnenterreinen

    • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing

    • De plasticiteit in de gevels en een rijke detaillering

    • De individueel ontworpen gebouwen met architectuurhistorische waarde

  • e.

    Haagse Bos (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Haagse Bos zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • f.

    Kijkduin-Meer en Bosch (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijke beschermd stadsgezicht Kijkduin-Meer en Bosch en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De kleinschalige bebouwing en lage bebouwingsdichtheid

    • De organische inpassing van de bebouwing in de natuurlijke omgeving

    • De architectonische stijlkenmerken

  • g.

    Laakkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Laakkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectonische stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School

    • Plasticiteit en ritme in het gevelbeeld

    • De hiërarchie van hoofdstraten en zijstraten

    • De hiërarchie vertalen in vorm en kleur kappen

    • (Hoek)accenten

    • De openingen op de koppen van de bouwblokken

    • De winkelpuien in stijl

    • De erfafscheidingen

  • h.

    Marlot/Reigersbergen (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Marlot/Reigersbergen en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • Het tuinstadkarakter

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De kleinschalige bebouwing

    • De architectonische stijlkenmerken, met name van de Nieuwe Haagse School

    • Zorgvuldig en meeontworpen overgangen van de bebouwing naar openbare ruimte

  • i.

    Regentessekwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermde stadsgezicht Regentessekwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De stedenbouwkundige opzet

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau

  • j.

    Scheveningen-Dorp (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Scheveningen-Dorp en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De herkenbaarheid van de deelgebieden

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De kleinschalige bebouwing

    • De architectonische stijlkenmerken

  • k.

    Sportlaan-Segbroeklaan e.o. (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Sportlaan-Segbroeklaan e.o. en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur

    • De gele baksteen als bindend element

  • l.

    Statenkwartier (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Statenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De sterke stedenbouwkundige samenhang door de structuur van de wijk, de hiërarchie van de straten, plein en pleinvormige kruisingen en de bebouwing

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De homogene architectuur met veel plasticiteit in de gevel en rijke detaillering.

    • De architectonische kenmerken van en elementen horen bij meerdere architectuurstijlen, onder andere overgangsarchitectuur met Art Nouveau invloed

    • De ruimtewerking van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken

  • m.

    Stationsbuurt (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Stationsbuurt en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing

  • n.

    Valkenboskwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Valkenboskwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De sobere architectuur met architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance overgangsarchitectuur en Art Nouveau

    • De plasticiteit van de gevels door erkers en balkons

  • o.

    Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • Het karakter van villapark in het groen

    • De relatie tussen de bebouwing en het groen

    • De landschappelijke samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectonische stijlkenmerken van 19e en vroeg 20e eeuwse architectuurstijlen

  • p.

    Vogelwijk (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Vogelwijk en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De drie deelgebieden

    • Het tuinstad karakter

    • De schaal van de wijk

    • De verwevenheid van stedenbouw en architectuur

    • De samenhang per deelgebied

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectuur met stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School

    • Het kappenlandschap

    • De open, vaak begroeide ruimte voor en tussen de architectonische eenheden

    • De erfafscheidingen

  • q.

    Westbroekpark/Belgisch Park (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Westbroekpark/Belgisch Park en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • Het hoogwaardige stadsbeeld

    • De structuur en de hiërarchie van de straten

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De ruimtelijke kwaliteit en de relatie met de groengebieden en de openbare ruimte

    • De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance en overgangsarchitectuur, maar ook Nieuwe Haagse School en wederopbouwarchitectuur

  • r.

    Zeeheldenkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De architectonische rijkdom rond de pleinen

    • De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance, eclecticisme en Art Nouveau

    • Het kappenlandschap

    • De bescheiden dakkapellen in het voordakschild

    • De winkelpuien

  • s.

    Zorgvliet (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zorgvliet en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

    • De landschappelijke aanleg van het villapark

    • De relatie tussen de bebouwing en het groen en zichtlijnen

    • De samenhang van het geheel

    • De samenhang per ensemble

    • De samenhang per architectonische eenheid

    • De monumentale classicistische villa's

    • De architectonische stijlkenmerken van voornamelijk historiserende en traditionele architectuur

  • t.

    Zuiderpark (rijksbeschermd stadsgezicht)

    Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zuiderpark zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • *

    Vrederust-West (Drevenbuurt) (voormalig gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

    Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht van de Drevenbuurt ingetrokken. Op 9 februari 2023 heeft de raad besloten het intrekkingsbesluit aan te passen en de aanwijzing van de Drevenbuurt tot beschermd stadsgezicht fasegewijs in te trekken effectuerend met een nieuw planologisch kader voor de Drevenbuurt. Dat gebeurt met het bestemmingsplan Dreven 1.

6. Haagse thema’s

De Haagse thema’s zijn uitgangspunten voor ingrepen die typisch Haags zijn (strandpaviljoens en extra bouwlagen) of actueel (verduurzaming en hoogbouw). Deze uitgangspunten staan niet op zichzelf. Zij zijn integraal onderdeel van de nota, vaak een uitwerking van de uitgangspunten in de hoofdstukken 4 en 5 en worden samen met die uitgangspunten gehanteerd. Zij staan in een apart hoofdstuk om de actualiteit en het belang te benadrukken.

6.1. Strandpaviljoens

Strandpaviljoens zijn de horeca- en sportpaviljoens op het strand van Den Haag. Zij kunnen permanent of seizoensgebonden zijn. Samen met de duinen, de boulevards en de haven maken strandpaviljoens het beeld van de Haagse kust. Uitgangspunt is dat strandpaviljoens rondom herkenbaar zijn als strandbebouwing.

  • Strandpaviljoens zijn ontworpen als één gebouw, inclusief bijvoorbeeld de keuken, terrasoverkappingen en bergingen

  • Strandpaviljoens zijn alzijdig ontworpen, inclusief de minder zichtbare gevels naar de boulevard of de duinen en inclusief het dak

  • Strandpaviljoens zijn transparant ontworpen waar de functie achter de gevel dit mogelijk maakt

  • Strandpaviljoens hebben de uitstraling van strandbebouwing: paviljoenbebouwing op het zand met een lichte – gewicht en kleur – architectuur

  • Strandpaviljoens zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd

  • Terraselementen zoals terrasschermen of een buitenbar zijn integraal ontworpen als onderdeel van het strandpaviljoen

6.2. Extra bouwlagen

Extra bouwlagen zijn opbouwen die worden toegevoegd aan de hoofdbebouwing. Vaak een individuele ingreep, maar gezamenlijk hebben opbouwen een grote invloed op Den Haag. Straten transformeren van twee- naar drielaags of van drie- naar vierlaags. Geleidelijk – de opbouwen worden individueel gerealiseerd en een volledige extra bouwlaag op een architectonische eenheid kan lang duren – worden grote delen van de stad een laag hoger. Uitgangspunt is dat extra bouwlagen architectuureigen zijn en met de bestaande bebouwing een nieuw geheel vormen.

  • De eerste opbouw op een architectonische eenheid is een deel van een totaalontwerp (in schetsvorm) voor een volledige extra bouwlaag op de architectonische eenheid

  • Het totaalontwerp is een architectuureigen nieuwe beëindiging van de bestaande bebouwing

  • Het totaalontwerp lost de hoeken van de architectonische eenheid op met een ontworpen zijgevel of een ontworpen overgang naar een extra bouwlaag op de volgende architectonische eenheid

  • Het totaalontwerp reageert op sprongen in de gevels van de bestaande bebouwing

  • Extra bouwlagen hebben twee, drie of vier zichtgevels; de andere gevels zijn wachtgevels die tijdelijk zichtbaar zijn tot hiertegen een volgende opbouw wordt gerealiseerd

  • Extra bouwlagen zijn alzijdig ontworpen

  • Extra bouwlagen kunnen zich met drie hoofdvormen verhouden tot de zichtgevels van de bestaande bebouwing: een dakschild, een doorgezette rechte gevel, een terug liggende rechte gevel

  • Een dakschild als zichtgevel van een opbouw heeft een architectuureigen dakhelling, bedekking en beëindiging

  • Zie voor dakkapellen op een dakschild hoofdstuk 4.2

  • Zie voor dakvensters in een dakschild hoofdstuk 4.2

  • Een doorgezette rechte gevel als zichtgevel van een extra bouwlaag heeft een architectuureigen aansluiting op de bestaande bebouwing, bekleding, open/dicht verhouding, verhoudingen van gevelopeningen, positie en vormgeving van vensters, beëindiging en eventuele schoorsteen

  • Een terug liggende rechte gevel als zichtgevel van een extra bouwlaag heeft een architectuureigen bekleding, open/dicht verhouding, verhoudingen van gevelopeningen, positie en vormgeving van vensters, beëindiging en eventuele schoorsteen

  • Een terras aansluitend aan een terug liggende rechte voor- of zijgevel is architectuureigen ontworpen

  • Een terras aansluitend aan een terug liggende rechte achtergevel ligt terug van de zichtgevels van de bestaande bebouwing

  • De eerste extra bouwlaag op een architectonische eenheid is de standaard voor volgende opbouwen op dezelfde eenheid

  • Als er als onderdeel van het vergunde ontwerp van de bestaande bebouwing optionele extra bouwlagen zijn getekend, is het ontwerp daarvan leidend

6.3. Hoogbouw

Hoogbouw – hoge nieuwbouw of de transformatie van een hoog bestaand gebouw, hoog zoals gedefinieerd in de Haagse hoogbouwnota (waarvan een actualisatie in voorbereiding is) – is een ingreep in de stad met invloed op alle schaalniveaus. Hoogbouw staat op ooghoogte aan de straat en bepaalt de contour van Den Haag. Uitgangspunt is dat hoogbouw integraal ontworpen is, als één gebouw, met specifieke aandacht voor ieder schaalniveau.

  • Alle functies zijn integraal meeontworpen

  • Alle onderdelen van het ontwerp zijn afgestemd op de schaal van het gebouw

  • Alle onderdelen van het ontwerp zijn gerelateerd aan de positie in het gebouw: de plint, het lijf en de kroon

  • Uitgangspunten voor de plint:

    • De entreezone – de buitenruimte, de daadwerkelijke entree en de collectieve binnenruimte – is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp

    • Bellen en brievenbussen zijn een integraal onderdeel van het gebouwontwerp

    • De verlichting van collectieve functies is geïntegreerd in het gevelontwerp

    • De landing van het gebouw – de aansluiting van de gevels op het maaiveld is architectuureigen ontworpen

    • Trafo’s zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

    • De zichtbare delen van de fietsenstalling zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

    • De zichtbare delen van de parkeeroplossing voor auto’s, inclusief bijvoorbeeld een speedgate en bijbehorende signing, zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

    • De zichtbare delen van de afvallogistiek zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

  • Uitgangspunten voor het lijf:

    • Buitenruimtes zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

    • Alle dakvlakken zijn ontworpen: de vijfde gevel

    • Voorzieningen voor groen op een dakvlak zijn geïntegreerd in het ontwerp van een dakvlak

    • De zichtbare onderzijde van buitenruimtes, uitkragingen en galerijen is ontworpen: de zesde gevel

  • Uitgangspunt voor de kroon:

    • De kroon is een ontworpen beëindiging van de gevel

    • De kroon is architectuureigen ontworpen

    • De aanlichting van de kroon is meeontworpen

  • Uitgangspunten voor installaties:

    • Klimaatinstallaties op een dakvlak zijn meeontworpen

    • Klimaatinstallaties in de gevel zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

    • Glazenwasinstallaties zijn meeontworpen

    • Installaties zijn ontworpen inclusief pijpen/kanalen en (wegklapbare) valbeveiliging

    • Vluchtroutes (bijvoorbeeld over het dak van lagere bouwdelen) zijn meeontworpen

6.4. Verduurzaming

Een duurzaam Den Haag maakt optimaal gebruik van de bestaande stad door voort te bouwen op de kwaliteiten in de stad en deze in te zetten. Dit kan door behoud, hergebruik en transformatie van bestaande gebouwen en door circulair, flexibel en hoogwaardig nieuw te bouwen. Behoud, hergebruik en transformatie vragen een aanpassing van de schil van een gebouw om dat gebouw energiezuiniger en comfortabeler te maken. Bijvoorbeeld door het na-isoleren van gevels of het toevoegen van (nieuwe) klimaatinstallaties. Ook om schone energie – warmte en elektriciteit – te produceren kunnen installaties worden toegevoegd.

Veel duurzaamheidsmaatregelen vallen onder de uitgangspunten voor verbouw, zie hoofdstuk 4.2. Een aantal veel voorkomende maatregelen is verder uitgewerkt en toegelicht om de uitgangspunten zo breed mogelijk toe te kunnen passen en de maatregelen zo breed mogelijk te kunnen realiseren. Uitgangspunt is dat duurzaamheidsmaatregelen altijd mogelijk zijn als zij de aanwezige kwaliteiten respecteren door een onopvallend en per architectonische eenheid uniform ontwerp. Bij duurzaamheidsmaatregelen wordt de maatschappelijke bijdrage aan de energietransitie meegenomen.

> Buitengevelisolatie

Na-isolatie van een gevel is altijd mogelijk, aan de binnenzijde of aan de buitenzijde van de gevel. Buitengevelisolatie is een wijziging van de gevel. De uitgangspunten voor gevelwijzigingen staan in hoofdstuk 4.2. De volgende uitgangspunten zijn relevant voor buitengevelisolatie.

  • Gevelwijzigingen zijn architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd

  • Gevelwijzigingen volgen de oorspronkelijke textuur en kleur

  • Nieuw metselwerk heeft een steenmaat, metselverband en voeg als oorspronkelijk

  • Binnen een architectonische eenheid hebben gevelwijzigingen hetzelfde ontwerp

De invloed van buitengevelisolatie op het gevelbeeld, op de samenhang van een architectonische eenheid of op de omgeving verschilt per situatie. Afhankelijk van de gevelindeling, de architectuur of de stedenbouwkundige positie van de gevel is na-isolatie aan de buitenzijde zinvoller, makkelijker of moeilijker. Een blinde gestuukte zijgevel is bijvoorbeeld eenvoudiger aan te pakken dan een rijke metselwerk voorgevel met grote gevelopeningen in een beschermd stadsgezicht waarvan juist dat metselwerk een belangrijke waarde is.

In alle gevallen gelden de volgende uitgewerkte uitgangspunten.

  • De afwerking van de buitenwerkisolatie is architectuureigen gematerialiseerd en gedetailleerd, inclusief plastiek, tactiliteit en ornamentiek

  • De buitengevelisolatie sluit aan bij de hiërarchie van de gevels (bijvoorbeeld een blinde gestuukte zijgevel versus een rijke metselwerk voorgevel)

  • De buitengevelisolatie behoudt de samenhang van een architectonische eenheid

  • In een beschermd stadsgezicht behoudt de buitengevelisolatie de waarden van het beschermd stadsgezicht

  • Alle aansluitingen van de afwerking op andere gevelonderdelen zijn ontworpen

  • De buitengevelisolatie is integraal ontworpen met alle andere isolerende maatregelen, bijvoorbeeld nieuwe kozijnen of dakisolatie

> Isolerende beglazing

Isolerende beglazing ter vervanging van enkel glas of minder isolerend glas is altijd mogelijk. Rijksmonumenten zijn een uitzondering. Of en hoe in rijksmonumenten isolerend glas geplaatst kan worden is maatwerk.

De uitgangspunten voor nieuw isolerend glas staan bij de uitgangspunten voor kozijnvervangingen, zie hoofdstuk 4.2. De volgende uitgangspunten zijn relevant voor nieuwe beglazing.

  • De roedeverdeling van de nieuwe ramen en deuren is als oorspronkelijk

  • De detaillering van de nieuwe kozijnen, ramen en deuren is als oorspronkelijk

  • Coatings of folies op het nieuwe glas zijn onopvallend

  • Glas-in-lood bevindt zich aan de buitenzijde van nieuw isolerend glas

De belangrijkste aandachtspunten zijn de dikte en de samenstelling van het glas. In de meeste gevallen is nieuw isolerend glas dikker dan het bestaande (isolerende) glas. Het dikkere glaspakket vraagt een aanpassing van de kozijnen, ramen of deuren en/of van de manier waarop het glas wordt vastgezet. Deze aanpassing vindt plaats binnen het kozijn, het raam of de deur en behoudt het beeld aan de buitenzijde.

Na-isolatie kan een nieuwe ventilatievoorziening of een aanpassing van de bestaande vragen. Het volgende uitgangspunt is relevant voor een ventilatievoorziening.

  • De ventilatievoorziening is onopvallend opgelost

Een verholen oplossing kan een onopvallende ventilatievoorziening in of boven het kozijn of ter plaatse van een wisseldorpel zijn. Ook kan een ventilatievoorziening onopvallend en architectuureigen worden opgelost in de gevel.

In beginsel kan in alle bestaande kozijnen, ramen en deuren isolerende beglazing geplaatst worden. Als een kozijn, raam of deur aangepast of vervangen moet worden om isolerend glas toe te kunnen passen, dan gelden de uitgangspunten voor kozijn vervangingen,

> Warmtepompen

Een warmtepomp is altijd mogelijk. Alle in hoofdstuk 4.2 genoemde uitgangspunten voor installaties zijn relevant voor de buitenunit van een warmtepomp, om een optimale werking te combineren met een onopvallende inpassing.

  • Installaties hebben een onopvallende maat

  • Installaties tegen een gevel bevinden zich zo veel mogelijk aan een niet naar openbaar gebied gerichte gevel

  • Installaties tegen een gevel bevinden zich tegen de gesloten en neutrale delen van de gevel

  • Installaties op een plat dak staan centraal op het platte dak, zo ver mogelijk van alle randen van het dakvlak

  • Installaties zijn neutraal ontworpen

  • Installaties en de draagconstructie, bekabeling, kanalen en leidingen zijn integraal ontworpen

  • Meerdere installaties zijn geclusterd

  • Meerdere installaties op een plat dak kunnen geclusterd worden binnen een neutraal ontworpen scherm

  • Bij volledige nieuwbouw zijn installaties integraal ontworpen als onderdeel van het gebouw

Deze uitgangspunten sturen op een onopvallende inpassing in het geval een van de straat onzichtbare oplossing niet mogelijk is. Die onopvallende inpassing kan bij een buitenunit goed een verholen oplossing zijn, verholen door gebruik te maken van het gevelontwerp of door de buitenunit in de tuin te plaatsen en (groen) in te kleden.

> Zonnepanelen

Zonnepanelen zijn altijd mogelijk. Uitgangspunt is een goede inpassing van de zonnepanelen. Op een plat dak is een goede inpassing een vanuit de openbare ruimte niet zichtbare oplossing. Op een schuin dak zijn de zonnepanelen zichtbaar en is een goede inpassing een ondergeschikt en per architectonische eenheid uniform legplan en een onopvallende vormgeving.

De uitgangspunten zijn opgesteld voor zonnepanelen. Zij gelden ook voor paneelvormige zonneboilers of een paneelvormige combinatie van warmte- en elektriciteitsopwekking.

Uitgangspunten voor zonnepanelen aan een gevel

  • Zonnepanelen aan een gevel zijn geïntegreerd in het gevelontwerp

Algemene uitgangspunten voor zonnepanelen op een dakvlak

  • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met de stedenbouwkundige positie van het dakvlak

  • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met de dakvorm

  • Het legplan van de zonnepanelen houdt rekening met andere elementen op het dakvlak, bijvoorbeeld schoorstenen of dakkapellen

  • Het legplan van de zonnepanelen is regelmatig

  • De zonnepanelen vormen een aaneengesloten vlak

  • De zonnepanelen zijn onopvallend in de omgeving

  • De zonnepanelen hebben een matte vormgeving

  • De zonnepanelen en de draagconstructie, omvormers en kabels zijn integraal ontworpen

Uitgangspunten voor zonnepanelen op een plat dak

  • De zonnepanelen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte

  • De combinatie van zonnepanelen en een begroeid dak is integraal ontworpen

Uitgangspunten voor zonnepanelen op een dakschild

  • Binnen een architectonische eenheid zijn de legplannen van de zonnepanelen gelijk

  • Het legplan van de zonnepanelen is parallel aan de nok

  • Het legplan van de zonnepanelen houdt afstand van de randen van het dakschild

  • Het legplan van de zonnepanelen houdt afstand van andere elementen op het dakschild, bijvoorbeeld schoorstenen, dakkapellen of dakvensters

  • Het legplan van de zonnepanelen is een rechthoek of een haak als een ander element of het dakschild daarom vraagt

  • Alle samenstellende delen van een zonnepaneel hebben dezelfde egale kleur

  • De dakbedekking blijft behouden

  • De zonnepanelen liggen plat op de dakbedekking

  • Voor zonnepanelen op het platte dak van een dakkapel of een dakuitbouw gelden de uitgangspunten voor zonnepanelen op een plat dak

  • Op dakbedekking met een waardevol materiaal of patroon worden geen zonnepanelen gelegd

  • Op dakschilden die een verbijzondering van het hoofddakschild of de kap zijn, bijvoorbeeld een aangekapte dakkapel of erker, worden geen zonnepanelen gelegd

7. Reclame-uitingen

Reclame-uitingen zijn naamsaanduidingen en andere elementen aan een gevel of in de buitenruimte die een bedrijfsfunctie – bijvoorbeeld een winkel, een restaurant, een theater of een zwembad – herkenbaar en zichtbaar maken. De uitgangspunten voor reclame-uitingen staan in de Reclamenota (RIS170855). Voor reclame-uitingen in Chinatown geldt het Ontwikkelingskader Chinatown (RIS136862).

8. Excessen

Van een exces is in ieder geval sprake bij een grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. Dat wil zeggen:

  • Een ernstige aantasting van de architectonische karakteristieken van een bouwwerk en/of zijn omgeving

  • Gebruik van kwalitatief zeer laagwaardige materialen, materiaaltoepassingen of bevestigingen, op zichzelf of ten opzichte van een bouwwerk en/of zijn omgeving

  • Gebruik van felle of sterk contrasterende kleuren die een bouwwerk en/of zijn omgeving in ernstige mate aantasten

  • Ernstige verwaarlozing of beschadiging

9. Begrippenlijst

In Den Haag worden de gebruikte begrippen en woorden als volgt gedefinieerd.

Aangekapt

Een schuin dak, bijvoorbeeld op een dakkapel, dat aansluit op een dakschild

Alzijdig

De gevels van een alzijdig gebouw zijn evenwaardig en in het aanzien even relevant

Architectonische eenheid

Een als eenheid ontworpen aaneengesloten rij gebouwen of ensemble van gebouwen

Architectuur

De hoofdopzet en vormgeving, inclusief de toepassing van materialen en kleuren, van een gebouw of een onderdeel daarvan

Architectuureigen

Passend binnen de architectuurstijl of het architectonische concept

Architectuurstijl

De kenmerken van een groep gebouwen of onderdelen van gebouwen met een gelijke of vergelijkbare vormgeving, waardoor de groep zich onderscheidt van andere groepen

Bouwwerk

Iets dat gebouwd wordt of gebouwd is, bijvoorbeeld een gebouw, een onderdeel van een gebouw of een toevoeging aan of bij een gebouw

Contour

De buitenste randen van een gebouw of een onderdeel van een gebouw

Dakbedekking

De zichtbare bekleding van een schuin of een plat dak

Dakkapel

Een uitbouw op een dakschild, of als voor de betreffende locatie gedefinieerd in het Omgevingsplan

Dakschild

Het schuine voor-, zij- of achterdakvlak van een individueel gebouw en van de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt

Erf

Een stuk grond als voor de betreffende locatie gedefinieerd in het Omgevingsplan

Gebied

Een begrensd deel van de stad

Gemeentelijk beschermd stadsgezicht

Een stadsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister

Gemeentelijk monument

Een monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister

Gevel of gevelvlak

De gevel van een individueel gebouw en de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt

Gevelbeeld

Het geheel van gevel, dakrand, eventueel dakschild en eventuele toevoegingen daaraan

Kap

Een dak met een of meer dakvlakken, of als voor de betreffende locatie gedefinieerd in het Omgevingsplan

Monument

Een monument zoals omschreven in artikel 1.1 van de Erfgoedwet

Nieuwbouw

Een geheel nieuw te bouwen gebouw of een transformatie van een gebouw, dat wil zeggen het zodanig wijzigen van een bestaand gebouw dat sprake is van een geheel nieuw uiterlijk

Omgeving

De context van een bouwwerk, dat wil zeggen wat zich om het bouwwerk heen bevindt, van (een fragment van) de gevel tot het naastliggende bouwwerk, de straat of de wijk waarin het bouwwerk zich bevindt

Ondergeschikt

Optisch minder belangrijk of minder opvallend

Oorspronkelijk

Zoals origineel als onderdeel van het gevelbeeld ontworpen

Plaatsing

De positie van een bouwwerk ten opzichte van een ander bouwwerk of ten opzichte van de omgeving

Rijksbeschermd stadsgezicht

Een stadsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister

Rijksmonument

Een monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister

Samenhang

De afstemming tussen verschillende onderdelen van een bouwwerk, tussen verschillende bouwwerken en tussen een bouwwerk en zijn omgeving

Straatprofiel

De dwarsdoorsnede tussen de bebouwing aan weerszijden van een straat, inclusief eventuele voortuinen en inclusief de hoogte van de bebouwing

Uiterlijk

De vormgeving, materialen, detaillering en kleurstelling van een bouwwerk

Wachtgevel

Een gevel die tijdelijk zichtbaar is, totdat er een bouwwerk tegenaan wordt geplaatst

Zichtgevel

Een gevel die permanent zichtbaar is en onderdeel van het gevelbeeld

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025,

De griffier,

De voorzitter,

Bijlage bij hoofdstuk 5.4

De kenmerken en de beschermde waarden van de Haagse rijks- en gemeentelijk beschermde stadsgezichten zijn geduid en vertaald in uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit. De kenmerken en de waarden in deze nota zijn afkomstig uit en een bewerking van de aanwijzingen. Zij staan in deze bijlage. Hieruit zijn de uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit gedestilleerd, die zowel in deze bijlage als in hoofdstuk 5.4 staan.

De kenmerken, de waarden en de uitgangspunten hebben per beschermd stadsgezicht steeds volgens dezelfde opmaak:

  • Duiding cultuurhistorie per beschermd stadsgezicht

    • Inleidende beschrijving

    • Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

    • Architectonische kenmerken

  • Waardering

  • Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

NB De grenzen van de beschermde stadsgezichten komen niet altijd overeen met de Haagse wijk- en buurtindeling of met de grenzen van bestemmingsplannen met dezelfde naam die zijn opgegaan in het Omgevingsplan.

  • a.

    Archipelbuurt en Willemspark II (rijksbeschermd stadsgezicht)

De Archipelbuurt en het Willemspark II, beide gelegen ten noorden van het oude centrum, dragen hun eigen historische en ruimtelijke bijdrage aan het stedelijke landschap van de stad.

Archipelbuurt

De Archipelbuurt werd aangelegd als een van de eerste grootschalige 19e eeuwse stadsuitbreidingen buiten de singelomgrachting en vertegenwoordigt daarmee een belangrijk stuk geschiedenis van de stedelijke ontwikkeling. De omvang van de wijk werd mede bepaald door de ligging van de al aanwezige begraafplaatsen en het kanaal aan de oostzijde. De begraafplaatsen, samen met de Scheveningse Bosjes, geven de wijk een groene grens, waarlangs de bebouwing een open structuur heeft. Het stratenplan in de wijk wordt verder grotendeels gekenmerkt door lange rechte straten met korte dwarsverbindingen, waarlangs particuliere bouwmaatschappijen woningen ontwikkelden in laat eclectische stijl met neorenaissance-invloeden en met een relatief hoge bebouwingsdichtheid.

Nog steeds heeft de Archipelbuurt een homogeen en vrij gaaf bewaard karakter. Het Nassauplein en het Bankaplein hebben een monumentale stedenbouwkundige opzet. In de smallere straten bevinden zich woningen voor de middenstand. Het Prinsevinkenpark uit 1888 is als villapark aangelegd rond een ovaalvormig plein en heeft in tegenstelling tot de rest van de wijk een gebogen stratenpatroon en is bebouwd met monumentale herenhuizen. Deze opzet heeft geleid tot een open en groen karakter. Ook kent de Archipelbuurt een groot aantal sociale woningbouwcomplexen uit de 19e eeuw. Het oudste is het Hofje van Schuddegeest uit 1856, dat dateert van vóór de aanleg van de wijk. Een deel van de oorspronkelijke bebouwing in de wijk werd in de Tweede Wereldoorlog vernietigd en is vervangen door nieuwbouw. Grootschalige nieuwbouw - woningbouwcomplex Alexanderveld van de architect Ricardo Bofill - werd daarnaast gerealiseerd aan de huidige Burgemeester Patijnlaan op de plek van de voormalige Alexanderkazerne en het exercitieterrein.

Willemspark II

Het Willemspark was de eerste gemeentelijke stadsuitbreiding van Den Haag, die op initiatief van de gemeente zelf gerealiseerd is. Het stedenbouwkundig ontwerp valt in twee delen uiteen: Willemspark I en Willemspark II. Willemspark I behoort tot het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum. Het heeft een recht assenkruis van twee straten, de Sophialaan en de Alexanderstraat, met centraal het ovaalvormige Plein 1813 met monumentale bebouwing. Ten noorden van Willemspark I ligt Willemspark II, dat een heel ander karakter heeft. De bebouwing kwam grotendeels tot stand op initiatief van particuliere bouwmaatschappijen, zonder dat er sprake was van een geplande aanleg. Het stratenpatroon voegde zich naar de bestaande verkaveling van slootjes en wegen. De sfeer van een levendige 19e eeuwse woonbuurt is hier nog goed te proeven; de bebouwing is meer organisch tot stand gekomen en gedifferentieerder.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

Archipelbuurt

  • Het 19e eeuwse bebouwingsbeeld vormt een gaaf ensemble in samenhang met het stedenbouwkundige patroon van rechte straten met hoofdzakelijk aaneengesloten huizenreeksen

  • Hoekpanden hebben vaak een speciaal accent bestaande uit bijvoorbeeld een diagonale hoek, erker, torentje of een winkel op de begane grond

  • Gesloten en halfopen bouwblokken

  • Aaneengesloten bebouwing van hoofdzakelijk twee of drie bouwlagen met kapverdieping

  • Kenmerkend kappenlandschap met schilddaken

  • De belangrijke straten – zoals de Bankastraat en Riouwstraat – zijn breed aangelegd, oorspronkelijk voorzien van bomen of plantsoenen, met monumentale bebouwing

  • Open structuur aan de rand van de wijk als overgang naar de Scheveningse Bosjes

  • Afwijkend in opzet en met een eigen karakter is het Prinsevinkenpark, gebouwd rond een ovaalvormig plein met een gebogen stratenpatroon. Hier bestaat de bebouwing uit villa's of in groepen van twee of drie gebouwde en door tuinen omgeven herenhuizen

  • De groenaanleg in de Surinamestraat, aan het Nassauplein, in de Timorstraat en de Burgemeester Patijnlaan

  • Cultuurhistorische en landschappelijke waarde van drie begraafplaatsen met bebouwing en monumenten

  • De wijk kent een groot aantal op binnenterreinen gelegen arbeidershofjes

Willemspark II

  • Frederikstraat als hoofdas van noord naar zuid door het midden van Willemspark II

  • Geen formeel geplande uitleg, de verkaveling is organisch gegroeid. Het huidige stratenpatroon volgt de oorspronkelijke verkaveling van slootjes en wegen

  • In het Willemspark II is het boven- en benedenhuis de norm. Een combinatie van bedrijfsruimte en bovenwoning komt ook regelmatig voor

  • Situering van de achtergevels van huizen aan de Prinses Mariestraat met tuinen in relatie met het water

  • Door muren afgesloten tuinen en groenstrook langs de Schelpkade

  • De ruime groengebieden aan weerszijden van het 'hofje Javalaantje' (Javalaan 99 t/m 161) verwijzen naar de vroegere militaire functie op deze locatie

Architectonische kenmerken

Archipelbuurt

  • Afwisselend bebouwingsbeeld in de wijk met monumentaal karakter met name aan het Nassauplein, de Surinamestraat, de Riouwstraat, het Bankaplein, de Laan Copes van Cattenburch, de Burgemeester Patijnlaan en de Burgemeester Van Karnebeeklaan

  • Vanwege de organische groei ontstond een verscheidenheid aan ontwerpen binnen een straatwand, merendeels bestaande uit delen van twee of meer huizen achter een symmetrische gevel

  • Stilistisch overheerst het late eclecticisme met aan de renaissance, de Lodewijkstijlen, het Empire en het neoclassicisme ontleende motieven. Langs de straten, die vanaf het midden van de jaren tachtig van de 19e eeuw zijn aangelegd gaat de neorenaissance het bebouwingsbeeld meer en meer overheersen

  • Kenmerkend is de afwisseling van schoon metselwerk en gepleisterde gevelonderdelen en de rijke ornamentering van de kozijnen en kroonlijsten

  • Bij de eclectische bebouwing is over het algemeen een rechte gevelbeëindiging toegepast, terwijl bij de neorenaissancepanden een wisselende beëindiging overheerst

  • De lineaire ontwikkeling van de architectuurhistorisch met waardevolle neoclassicistische bebouwing langs de Koninginnegracht

Willemspark II

  • Ensemblewaarde van de huizen aan de Prinses Mariestraat en de aandacht bij de architectonische uitwerking voor de achtergevels aan de Mauritskade

  • De van oudsher winkel- en bedrijfsfunctie van de Frederikstraat valt af te lezen aan het grote aantal laat 19e eeuwse winkelpuien

  • De eenvoudige huizen in de Kerkstraat geven een harmonisch beeld weer

Waardering

Het profiel van de bebouwing van de Archipelbuurt en Willemspark II met zijn karakteristieke eclectische architectuurbeeld in samenhang met de lange rechte straten is kenmerkend voor de 19e eeuwse wijze van stadsuitbreiding, met name de initiatieven van particuliere bouwmaatschappijen.

Bijzonder zijn ook de afwijkingen van dit patroon van rechte straten. De relatie met de historische binnenstad en de omliggende groengebieden is een bijzonder gegeven van de wijk. Samen zijn de Archipelbuurt en het Willemspark II van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Archipelbuurt en Willemspark II en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De damenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • Het afwisselende bebouwingsbeeld

  • De (hoek)accenten bij bouwblokken

  • De monumentale architectuur

  • De architectonische stijlkenmerken van de (voornamelijk) 19e eeuwse bebouwing

  • Het kappenlandschap

  • De winkelpuien in stijl

  • Het villakarakter van het Prinsevinkenpark

  • De relatie met de omliggende groengebieden

  • b.

    Benoordenhout (rijksbeschermd stadsgezicht)

De wijk Benoordenhout is grotendeels gelegen op oude duingrond. Vrijwel het gehele gebied behoorde tot 1884 bij Wassenaar. Hier lagen de landgoederen Oostduin, Arendsdorp, Clingendael en Waalsdorp te midden van landschapstuinen in 19e eeuwse Engelse stijl. De aanleg van de wijk is geleidelijk van west naar oost gebouwd. Tussen 1894 en 1902 werd het Nassaukwartier gebouwd. De Jan van Nassaustraat behoort tot de mooiste en meest kenmerkende straten uit het Haagse fin-de-siècle. Veel van de herenhuizen zijn in groepen gebouwd met gevels in rijke neorenaissancestijl en invloeden uit de Art Nouveau.

Door de gunstige ligging bleek het Benoordenhout bijzonder aantrekkelijk voor de vestiging van kantoren, waardoor het karakter van de wijk nu grotendeels wordt bepaald. Ondanks de bouw van de grote kantoren heeft het Benoordenhout het karakter van een luxe woonwijk weten te behouden. Onder zowel de kantoorgebouwen als de vrijstaande woningen bevinden zich een aantal gebouwen van (nationaal) hoge architectuurhistorische kwaliteit uit de periode 1900-1940. De wijk is grotendeels tussen 1915 en 1940 bebouwd. Het uitbreidingsplan van Berlage uit 1911 is alleen ten zuiden van de Wassenaarseweg gevolgd; verder dienden de sloten en lanen van de 19e eeuwse landgoederen als uitgangspunt. Het eindbeeld is harmonieus.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Grootstedelijk karakter gecombineerd met een groen villadorp

  • De wijk kent vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken (zie kaart)

  • Grote mate van harmonie binnen deze deelgebieden

  • Hoogwaardige stedenbouwkundige en architectonische ensembles

  • Monumentale stedenbouw in het Plan Berlage ten zuiden van de Wassenaarseweg

  • Kantoren als zelfstandige gebouwen met een hoogwaardige architectuur en architectuureigen detaillering

  • De openbare ruimte met veel groen herinnert aan het gecultiveerd landschappelijk karakter van de 19e eeuwse situatie met buitenplaatsen omringd door fraaie huizen

  • De groenstructuur heeft een landschappelijk karakter met straten en lanen als zichtassen

  • Aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing

  • Aandacht voor erfafscheidingen en voor- en zijtuinen binnen het groene kader en homogene beeld van de wijk

  • Een aantal forse appartementsgebouwen

  • In de jaren ‘80 en ‘90 is het gebied verdicht met gebouwen van grote schaal

Architectonische kenmerken

  • Bouwblokken met een grote differentiatie in type en architectuur komen naast elkaar voor; rij- en herenhuizen, beneden- en bovenwoningen, flatgebouwen, vrijstaande huizen, scholen en kerken

  • Homogene architectuur per deelgebied

  • Het kenmerkende Nassaukwartier aan de zuidwestkant. Aaneengesloten herenhuizen overwegend in neorenaissance stijl met ensemble- en individuele waarde. Enkele gebouwen vertonen de kenmerken van de Art Nouveau. In gesloten of halfopen bouwblokken

  • Harmonieuze baksteenarchitectuur in de stijl van de Nieuwe Haagse School, afgewisseld met gebouwen die hun vormentaal hebben ontleend aan het Traditionalisme, de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid in het overgrote deel van de wijk. Kenmerkend zijn de sobere baksteenarchitectuur waarin horizontale accenten van liggende vensters, overstekende daklijsten en betonbanden bepalend zijn

  • Kenmerkende wederopbouwarchitectuur met aaneengesloten herenhuizen en appartementen, variërend van twee tot vier bouwlagen met kap of plat dak en hier en daar een hoogteaccent

Waardering

Benoordenhout is opgebouwd uit deelplannen met een grote continuïteit in bebouwingsbeeld en structuur langs groene lanen, rondom oude landgoederen. De consistentie van het stadsbeeld is hierdoor zo groot dat een wijk is ontstaan met een sterk homogeen karakter. Het gebied is als zodanig van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Benoordenhout en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De vier deelgebieden met eigen karakteristieke kenmerken

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De monumentale architectuur (plan Berlage)

  • De hoogwaardige architectuur

  • De aandacht voor de open/dicht verhouding bij de bebouwing

  • De aandacht voor de overgangen met groenstructuur, erfafscheidingen in voor- en zijtuinen

  • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur binnen de deelgebieden

  • c.

    Centrum (rijksbeschermd stadsgezicht)

Als oudste deel van Den Haag is het centrum een zeer divers gebied, met een grote diversiteit aan architectuurstijlen en gebouwtypen. Juist de diversiteit is een belangrijk kenmerk. Het centrum had, omdat Den Haag geen stadsmuur had, lange tijd geen duidelijke begrenzing, waardoor er aan de randen sprake is van ‘rafelrandjes’ (bv. Groenewegje e.o.)

Daar waar de historische structuur en schaal nog aanwezig zijn, is het vooroorlogse bebouwingsbeeld dominant. Veelal gekenmerkt door bebouwing uit de 17e tot 20e eeuw in verschillende architectuurstijlen. Overwegend maximaal drie bouwlagen met een kap.

Landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische kenmerken

  • Het voor het oudste deel niet planmatige stratenpatroon, waarbij een oude strandwal is gebruikt, met name nog herkenbaar aan het Westeinde, de Riviervismarkt en Dagelijkse Groenmarkt

  • Het Lange Voorhout als brede en met volwassen groen ingerichte straat, (oorspronkelijk een geheel met de Kneuterdijk)

  • De 17e eeuwse omgrachting van het centrum

  • Al dan niet overbouwde steegjes naar binnenterrein met kleinschalige (woon)bebouwing in de vorm van exploitatiehofjes

  • De omgeving Prinsegracht, Brouwersgracht, Lange Beestenmarkt als een van de oudste planmatige uitbreidingen van de stad (1642)

  • Hofvijver met Binnenhofcomplex

  • Gesloten bouwblokken

  • Secundaire achterstraten, van oudsher ten behoeve van stallingen, koetshuizen en bedrijfjes, zoals de Hoge Nieuwstraat, Lage Nieuwstraat en Kazernestraat

Bijzondere ensembles

  • Lange Voorhout, met overwegend een 18e en 19e eeuws bebouwingsbeeld

  • Prinsessegracht en Nieuwe Uitleg, met een homogeen en voornamelijk 18e eeuws bebouwingsbeeld

  • Westzijde van de Denneweg is in het derde kwart van de 18e eeuw bebouwd in een homogene, sobere baksteenarchitectuur van middelgrote gebouwen met identieke hoogte en kapvormen dat nog grotendeels intact is

Verkeersdoorbraken

  • Oranjestraat (ca 1875), aangelegd ter ontsluiting van een nieuwe wijk in overwegend een neoclassicisistische architectuur

  • Verlenging en verbreding van de Prinsestraat (1884/85), resulterend in een gevelbeeld met overwegend neorenaissance architectuur

  • Hofweg (1913) met diverse grotere invullingen uit verschillende tijden

  • Grote Marktstraat (1924), met schaalvergrotende nieuwbouw in verschillende architectuurstijlen en periodes

  • Jan Hendrikstraat-Torenstraat (1924), waar deels nog de oude structuur aanwezig is (westzijde Jan Hendrikstraat, kleine delen oostzijde Torenstraat), afgewisseld met schaalvergrotende nieuwbouw, aanvankelijk overwegend historiserend/Delftse School, maar ook afwijkend (Torengarage, parkgarage Laan)

Stadsvernieuwing

  • Passage: grootschalige herontwikkeling die dwars door de historische structuur gaat

  • Omgeving Korte Voorhout, herstel van oorlogsschade, afwijkende schaal en stijl

  • In het zuidwesten van het centrum is in de zestiger en zeventiger jaren grootschalig gesloopt. De oude structuur is grotendeels gehandhaafd, maar het gebied wordt tegenwoordig gekenmerkt door een mengeling van historische bebouwing, afgewisseld met Post 65 herontwikkeling (Paviljoensgracht/Katerstraat, Zuidwal)

Waardering

De belangrijkste waarde is de gegroeide diversiteit, het getransformeerde historische Den Haag. Daarin een groot aantal individueel beschermde monumenten en monumentale ensembles, doorbraken en vernieuwingen die het beeld van de stad bepalen. Anders dan in de andere beschermde stadsgezichten wordt in het rijksbeschermd stadsgezicht centrum het beeld bepaald door het samenspel van hoogwaardige landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische elementen, minder door een ontworpen samenhang.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Centrum zijn geen uitgangspunten opgesteld. De gegroeide diversiteit, de aanwezigheid van een groot aantal beschermde monumenten en monumentale ensembles, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • d.

    Duinoord (rijksbeschermd stadsgezicht)

De wijk Duinoord kwam tussen eind 19e en begin 20e eeuw tot stand op afgegraven duingrond en heeft door haar stedenbouwkundige aanleg en architectonische verschijningsvorm een sterk herkenbare ruimtelijke samenhang. Het hart van Duinoord vormt het amandelvormige Sweelinckplein, dat geldt als één van de mooiste neorenaissancepleinen in Nederland. Het openbare gebied ondersteunt de ruimtelijke kwaliteit van de wijk: Markant zijn de ruime profielen van straten en plantsoenen die het gebied doorkruisen en de rechtstreekse relatie tussen het architectonische beeld en het groen en water.

Typerend voor Duinoord is het gebogen stratenplan. Stilistisch vormt de bebouwing een homogeen beeld, dat overwegend wordt bepaald door een uitbundige neorenaissancestijl. De meest karakteristieke gevelwanden zijn te vinden aan en in de directe omgeving van het Sweelinckplein en kenmerken zich door de samenhangende architectuur. De rijke architectuur rond het plein heeft geleid tot het aanwijzen van meerdere rijksmonumenten. De ongebruikelijk diepe binnenterreinen tussen Obrechtstraat en de Laan van Meerdervoort herinneren aan het tracé van de oude tramlijn.

Rond de eeuwwisseling werd ten noordoosten van de Groot Hertoginnelaan begonnen met de aanleg van het tweede deel van Duinoord. Van dit gedeelte van de wijk is weinig overgebleven door de aanleg van de Atlantikwall door de Duitse bezettingsmacht in de Tweede Wereldoorlog dwars door de wijk. Het gebied werd na de oorlog opnieuw ingericht volgens een stedenbouwkundig plan met strokenbouw van W.M. Dudok. Dit deel van de wijk wordt gekenmerkt door grote kantoren, ondermeer langs de latere President Kennedylaan.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • De hoofdopzet bestaat uit lange evenwijdig lopende gebogen straten rond het centraal gelegen ovaalvormige Sweelinckplein

  • De Waldeck Pyrmont- en Koningin Emmakade als hoofdas die de wijk doorsnijdt

  • Brede straat- en groenprofielen

  • Sterke samenhang in stedenbouwkundige structuur en bebouwingsbeeld

  • Een stedenbouwkundige structuur van bouwblokken waarbij de hoeken zijn opengelaten, waardoor licht en lucht toegang tot het omsloten binnenterreinen hebben

  • De binnenterreinen zijn van oorsprong groen en grotendeels onbebouwd voor licht en lucht

  • In de jaren twintig en dertig ontwikkelde de Reinkenstraat zich tot de belangrijkste winkelstraat

  • De Groot Hertoginnelaan kent een deels open bebouwingsstructuur en vormt daarmee een overgang naar de naastgelegen villawijk Zorgvliet

  • Het stenen karakter van de straten wordt onderbroken door open ruimte met groen of met vergezichten op groen en water aan de randen van de wijk

  • Gedeeltelijk vrijstaande villa's en dubbele herenhuizen in noordoostelijke hoek van de wijk

  • Gesloten gevelwanden in de rooilijn van twee of drie bouwlagen, merendeels met kapverdieping

  • Beneden- en bovenhuis in smallere straten (zoals de Obrechtstraat)

  • Naoorlogse invullingen

Architectonische kenmerken

  • Een overwegend homogene architectuurstijl

  • Het goed bewaard gebleven laat-19e eeuwse architectuurbeeld en de ensemblewaarde van hele straatwanden, waarin de neorenaissance stijl domineert

  • Het groot aantal individuele gebouwen met architectuurhistorische waarde

  • Gesloten gevelwanden in de rooilijn van twee of drie bouwlagen, merendeels met een kap

  • Individueel ontworpen huizen en kleinschalige architectonische ensembles met meerdere woningen per gebouw wisselen elkaar af

  • Hoge bouwlagen, gevels overwegend in schoon metselwerk, voorzien van in natuursteen of pleisterwerk uitgevoerde ornamenten

  • Plasticiteit in het gevelbeeld door de toepassing van houten erkers en wisselende gevelbeëindigingen

  • Nadruk op de verschijningsvorm van de voorgevels, de achtergevels zijn sober uitgevoerd

  • Meer uitbundige gevels in het eerste deel van de wijk (noordoosten), de overige straten tonen een eenvoudiger en uniformer beeld (zuidwesten)

  • Aandacht voor de detaillering

  • Bijzondere winkelpuien onder andere in de Reinkenstraat, Obrechtstraat en in delen van de Valeriusstraat

Waardering

Duinoord is een gaaf voorbeeld van een laat-19e eeuwse stadswijk met een goed bewaard origineel stedenbouwkundig plan en architectonisch samenhangende bebouwing, die gekenmerkt wordt als de neorenaissance stijl. De rechtstreekse relatie tussen het architectuurbeeld, het groen (en het water) is kenmerkend voor de meest hoogwaardige delen van de wijk, zoals bijvoorbeeld de Suezkade, de Groot Hertoginnelaan en (rondom) het Sweelinckplein. De wijk is als zodanig van belang wegens stedenbouwkundige, architectuurhistorische alsmede landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Duinoord en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De groene en grotendeels onbebouwde omsloten binnenterreinen

  • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing

  • De plasticiteit in de gevels en een rijke detaillering

  • De individueel ontworpen gebouwen met architectuurhistorische waarde

  • e.

    Haagse Bos (rijksbeschermd stadsgezicht)

Het langgerekte Haagse Bos is aan alle kanten omsloten door wegen en bebouwing. In de zuidoostelijke hoek bevindt zich een afgesloten gebied, waar het 17e eeuwse Huis ten Bosch staat. Het Haagse Bos is een restant van een oerbos dat zich uitstrekte langs de Nederlandse kust. Het vormde een aantrekkelijk jachtterrein voor het grafelijk hof en was het eerste groengebied in Europa dat toegankelijk was voor de bevolking. Rond 1600 werd een deel van het Haagse Bos afgegraven en opnieuw beplant: de Nieuwe Plantagie. Hieruit is het huidige Malieveld ontstaan, een door linden omzoomde grasvlakte. Naast het Malieveld ligt de Koekamp. Het werd in 1316 als apart grasland voor de koeien van het grafelijk hof aangelegd. Bijzonder is dat er tot op heden koeien en herten grazen. De grootste bloeiperiode kende het Haagse Bos in de 19e eeuw. Het lommerrijke groen met haar fraaie doorkijkjes en paviljoens trok toen veel publiek.

Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken

  • De eeuwenoude groene structuur van het Haagse Bos op de strandwal die reikt tot ver in de binnenstad

  • Het grotendeels nog onbebouwde karakter van het Haagse Bos

  • De relatie met het Malieveld en de Koekamp, die in feite onlosmakelijk onderdeel zijn van het Haagse Bos

  • De relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde stadgezichten Marlot en Reigersbergen en Benoordenhout

  • De relatie met de Wassenaarse landgoederen

  • Sleutelbegrip voor de huidige kwaliteit van het Haagse Bos, de Koekamp en het Malieveld is het contrast tussen het groene, onbebouwde landelijke gebied enerzijds en de in toenemende mate verstedelijkende omgeving anderzijds

  • Het Haagse Bos is via de oorspronkelijke strandwallenstructuur verbonden met de ruimtelijke structuur van de Haagse binnenstad. Tegelijk is het als onderdeel van een groengordel verbonden met de landelijke ruimten rondom Den Haag

  • De 19e eeuwse parkaanleg met vijvers, sloten etc.

  • De bebouwing en tuinaanleg van paleis Huis ten Bosch

  • De cultuurhistorisch betekenis van de verdedigingswerken uit de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Duitse Atlantikwall

Waardering

Het Haagse Bos bestaat uit een omvangrijke en eeuwenoude groenstructuur, grotendeels bestaande uit gesloten loofbos, en is onverbrekelijk verbonden met de geschiedenis van de stad. Als nagenoeg onbebouwd gebied waren het Haagse Bos en het Malieveld van grote betekenis voor het ontstaan en de ontwikkeling van Den Haag en is het karakterbepalend voor het huidige stedelijke gebied. Het Bos is onderdeel van de belangrijke reeks van openbare ruimten in Den Haag die het voorname groene karakter van de stad bepalen. Deze historische structuur vormt de tot nu toe ontbrekende schakel in het totale aaneengesloten gebied van Den Haag, dat een rijks beschermd stadsgezicht is. De relatie met aangrenzende groengebieden van de beschermde stadsgezichten Marlot en Reigersbergen, Benoordenhout en de Wassenaarse landgoederen verhoogt de waarde van het gebied.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Haagse Bos zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • f.

    Kijkduin-Meer en Bosch (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

De badplaats Kijkduin ontstond aan het eind van de 19e eeuw en bestond aanvankelijk slechts uit enkele villa’s, een hotel en een hospitium. In de jaren ‘20 van de vorige eeuw werd Kijkduin uitgebreid met het villapark Meer en Bosch naar ontwerp van B. Bijvoet en J. Duiker. De bekende bungalows werden gebouwd als middenstandswoningen in een traditionele architectuurstijl geïnspireerd op Engelse cottages en de prairiehouses van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Een deel van het park werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest met de aanleg van de Atlantikwall. Pas in de jaren ’60 en ’70 volgde wederopbouw.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Het natuuraspect is een essentieel kenmerk van de wijk, waarbij de openheid van het glooiende terrein aan de voet van de duinen en de nabijheid van de Haagse Beek en het Meer en Bosch natuurgebied worden benadrukt

  • De Meer en Boslaan doorkruist het gebied en is omzoomd door weelderige begroeiing

  • De vrijstaande en geschakelde landhuisjes met grote tuinen gaan op in het natuurlandschap en vertegenwoordigen een vernieuwing in wonen, waarbij de filosofie van gezond buiten wonen dichtbij stedelijke voorzieningen tot uiting komt

Architectonische kenmerken

  • De groepering van bebouwing en de wijze waarop de daklijnen zijn bepaald dragen bij aan het natuurlijke karakter van het gebied, waarbij de architectuur opgaat in de omgeving. Ver overstekende daken en harmonische overgangen van het besloten huis naar de open ruimte door middel van veranda's en plaatsjes met lage muren

  • Samenhang in bebouwingstypologie door de keuze voor twee hoofdtypen: het in cottage-stijl gebouwde huis en het door de stijl van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright beïnvloede type

  • De architectuur wordt gekenmerkt door de begrippen laag, horizontaal, besloten en organisch in uiterlijke vorm en kleur

  • De organische overgang is ook aanwezig in het materiaalgebruik door het gebruik van leipannen, leien, riet en baksteen

Waardering

De samenhang en de organische overgang van de massa-configuratie van de architectuur met de natuurlijke omgeving hebben het plan van Duiker en Bijvoet terecht internationale bekendheid gegeven. Naast de architectuurhistorische en ensemblewaarde is bovendien de typologische waarde aanwezig. In de ontwikkeling van het wonen betekenen de vrijstaande en geschakelde landhuisjes van Duiker en Bijvoet, die voor een groot deel als bungalow (gelijkvloers) zijn gebouwd, een vernieuwing. De filosofie van het gezond buiten wonen dicht bij de voorzieningen van de stad kreeg hier gestalte.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijke beschermd stadsgezicht Kijkduin-Meer en Bosch en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De kleinschalige bebouwing en lage bebouwingsdichtheid

  • De organische inpassing van de bebouwing in de natuurlijke omgeving

  • De architectonische stijlkenmerken

  • g.

    Laakkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

De wijken Molenwijk, Spoorwijk en Laakkwartier kwamen tot stand tussen 1907 en 1930. Zowel de gemeente als woningbouwverenigingen realiseerden hier volkswoningbouw. De eerste stedenbouwkundige opzet zien we op het uitbreidingsplan van I.A. Lindo uit 1903. Het plan geeft niet meer aan dan de hoofdontsluitingen in de voor Lindo kenmerkende diagonale patronen. Berlage heeft zijn ‘Uitbreidingsplan 1908’ in samenwerking met Lindo opgesteld. Berlage hechtte een groot belang aan de derde dimensie in de stedenbouw en vooral aan bouwkundige accenten op stedenbouwkundige aandachts- en rustpunten.

Karakteristieke elementen uit stedenbouwkundig oogpunt vormen de brede, vorkvormige straten en de tot plein verbrede binnenstraten, die toegankelijk zijn door poorten in de bebouwing. Hierin is de invloed van H.P. Berlage te herkennen, die dergelijke structuurbepalende ingrepen in zijn plan had opgenomen.

Als eerste kwam de Molenwijk/Laakkwartier-Noord tot stand met een recht stratenpatroon, gebaseerd op de oorspronkelijke polderverkaveling. In de vork van de Van Musschenbroekstraat en de Jan van der Heydenstraat is de hand van Berlage duidelijk zichtbaar.

Het tweede deel was Spoorwijk, dat tussen 1920 en 1931 vrijwel geheel conform het plan van Berlage werd gebouwd aan de zuidkant. Bepalend voor de stedenbouwkundige opzet zijn de gevorkte hoofdas van de Alberdingk Thijmstraat en de Potgieterstraat, en het kromme verloop van de Hildebrandstraat en Beetsstraat door de begrenzing door de spoorlijn. Door gemeentearchitecten zijn hier voornamelijk laagbouw woningwetwoningen in dichte eenheden gerealiseerd.

Tot slot werd het middendeel gebouwd, het Laakkwartier-Centraal. Omdat men de plannen van Berlage inmiddels verouderd achtte, ontwikkelde de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting in 1922 een strak nieuw stratenpatroon, met haaks op elkaar staande straten, sportterreinen, scholen en groen. Het homogene stadsbeeld werd bereikt door de verplichting om te bouwen volgens een ontworpen gevelschema. Laakkwartier-Centraal wordt doorsneden door de Gouverneurlaan, die eindigt bij het Lorentzplein en uitmondt in de gevorkte vertakking van de Van Musschenbroekstraat en de Jan van der Heydenstraat. De hoeken van het Lorentzplein worden geaccentueerd door hoger opgetrokken bouwblokken. Dit principe gaat terug op de stedenbouwkundige inzichten van Berlage.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Uniformiteit van het stedenbouwkundig plan met eenheid in de bebouwing en homogeniteit in het stadsbeeld

  • Karakteristieke stedenbouwkundige elementen: brede vorkvormige hoofdopzet met daarachter tot plein verbrede binnenstraten die toegankelijk zijn via poorten in de bebouwing. Hogere bebouwing langs randen en hoofdassen, lagere bebouwing in de binnengebieden

  • Afwisseling van pleinen, lanen en straten

  • Monumentaliteit in het gevelbeeld aan de hoofdstraten

  • Hoogteaccenten bij pleinen

  • Aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn

  • Verwevenheid stedenbouw en architectuur

  • Woningen zijn onderdeel van ensembles

  • Opening op de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen

  • Historische en landschappelijke waarde van het water met groenaanleg

Architectonische kenmerken

  • Stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School

  • Ritme in de gevelwanden door positionering van portieken en entreepartijen, erkers en gevelopeningen en accenten om de gevelwand te parcelleren

  • De afzonderlijke woning is herkenbaar, maar blijft altijd ondergeschikt aan het ensemble

  • Verticale geleding en accenten

  • Geaccentueerde overstekende dakluifels

  • Plastiek in de gevels en expressie in de architectuur door bijvoorbeeld betonnen elementen

  • Aandacht voor zorgvuldige detaillering, met ornamenten en rijk uitgevoerde onderdelen

  • Samenhang in het gevelbeeld

  • Dakvorm met zowel kappen met pannen als platte daken

  • Gevels in schoon metselwerk

  • Aandacht voor uitwerking kozijnen

  • Voortuinen met karakteristieke gemetselde tuinmuurtjes (ter plaatse van de binnenstraten)

Waardering

Door de ligging, het bijzondere ‘Berlagiaanse karakter’ en de architectuur is Laakkwartier een van de best geslaagde wijken voor de arbeider en de middenstand van de stad met architectuurstromingen zoals die van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse school. Van belang is de schaal van de wijk en de uniformiteit van het stedenbouwkundig plan dat in authentieke staat verkeert. De verwevenheid van de stedenbouwkundige opzet met de architectuur is in deze wijk bijzonder. Waardevol zijn de bewaard gebleven groenaanleg en de ‘Berlage’ lantaarnpalen in de openbare ruimte. Laakkwartier is van belang vanwege de schoonheid en de architectuurhistorische- en stedenbouwkundige waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Laakkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectonische stijlkenmerken van de Amsterdamse en Nieuwe Haagse School

  • Plasticiteit en ritme in het gevelbeeld

  • De hiërarchie van hoofdstraten en zijstraten

  • De hiërarchie vertalen in vorm en kleur kappen

  • (Hoek)accenten

  • De opening op de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen

  • De winkelpuien in stijl

  • De erfafscheidingen

  • h.

    Marlot/Reigersbergen (rijksbeschermd stadsgezicht)

Noordoostelijk van het Benoordenhout ligt Marlot. De gemeente kocht het gelijknamige landgoed in 1917 met de bedoeling hier een villapark aan te leggen. Villawijk Marlot geldt als een van de meest geslaagde voorbeelden van vooroorlogse stedenbouw in Nederland. Het bijzondere architectuurbeeld is verbonden met de ruim opgezette en groene openbare ruimtes.

Marlot wordt gekenmerkt door in kleine eenheden geschakelde villa's met als uitzondering enkele vrijstaande villa's en de Parkflat. De architectuur van onder andere Co Brandes kreeg de naam ‘Nieuwe Haagse School’ en wordt gekenmerkt door de toepassing van baksteen met overwegend horizontale accenten in beton. Marlot verkreeg als geen andere wijk in Den Haag een samenhang tussen stijl, bebouwing en openbare ruimte door een hechte samenwerking bij het ontwerp en de ontwikkeling. De wijk grenst middels een open stuk land en een grote vijver aan het landhuis Marlot en het bijbehorende bos en aan de voormalige buitenplaats Reigersbergen. Samen met het Haagse Bos en het Malieveld vormt het gebied een groene zone tot aan het centrum.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan is nog bijna geheel intact. De typische schaal en structuur van het vooroorlogse bebouwingsbeeld zijn behouden omdat er geen schaalvergroting heeft plaatsgevonden

  • De homogeniteit van de stedenbouwkundige ensembles versterkt de identiteit van de architectuur van de woonhuizen

  • Typologie van woonhuizen in een- of tweelaagse bebouwing met kap in een vaste rooilijn en in kleine eenheden geschakeld en enkele vrijstaande villa’s

  • De samenhang tussen architectuur en stedenbouw komt onder andere goed tot uitdrukking bij het Zuidwerfplein en het kruispunt Zuidwerflaan met de Van Hoeylaan. Het kruispunt heeft een pleinachtig karakter door de situering van de villa’s

  • Grote samenhang tussen de bebouwing en de openbare ruimte door het gebruik van pergola’s, terrassen, muurtjes en de zorgvuldige plaatsing van de verschillende bouwvolumes

  • Ruime en groene privétuinen en de relatie tussen het particulier groen en het openbaar groen

  • De verbinding met de omliggende groengebieden en het Haagse Bos vormt een essentieel onderdeel van de wijk

  • De diverse fraaie waterpartijen en vijvers complementeren het beeld van bebouwing en groen. De structuur van Hofzichtlaan, Hoogwerflaan en Offenberglaan wordt in sterke mate beïnvloed door de vijvers die hieraan liggen

Architectonische kenmerken

  • Nieuwe Haagse School-stijl die zich kenmerkt door baksteenarchitectuur met een esthetisch gerichte compositie van gevelvlakken en overwegend horizontale accenten van in beton uitgevoerde lateien, dorpels, afdekplaten en luifels

  • Ritmisch gelede wanden

  • Licht geknikte en ver overstekende pannendaken met hoge schoorstenen zijn in Marlot een opvallend kenmerk

  • Prominente schoorstenen en ten opzichte van het dakschild bescheiden dakkapellen met een horizontaal karakter

  • De Parkflat is een bijzonder voorbeeld van het streven naar eenheid en harmonie. De vormentaal is hetzelfde als de rest van de wijk en heeft een synthese van het landhuis en flatgebouw

  • De na de tweede wereldoorlog gebouwde delen zijn met name geconcentreerd langs de Bezuidenhoutseweg en de Van Hoeylaan en uitgevoerd in Wederopbouwarchitectuur. Ook hier is de typologie van geschakelde villa’s aangehouden

Waardering

Marlot is een bijzonder voorbeeld van een tuinstadwijk, waarin een grote mate van samenhang is ontstaan van de bebouwing in de stijl van de ‘Nieuwe Haagse School’ met de particuliere tuinen en het groen en water in de openbare ruimte. De schaal, structuur en beeldbepalende bebouwing in relatie tot het water en de uitgestrekte groengebieden geven aan de verschillende delen van het gebied een bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Het hier omschreven gebied is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Marlot/Reigersbergen en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • Het tuinstadkarakter

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De kleinschalige bebouwing

  • De architectonische stijlkenmerken, met name van de Nieuwe Haagse School

  • Zorgvuldig en meeontworpen overgangen van de bebouwing naar openbare ruimte

  • i.

    Regentessekwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

Het Regentessekwartier is een vervolg op de stadsuitbreiding van het Zeeheldenkwartier en tussen 1885 en 1910 gebouwd in de voormalige polder. De wijk was bestemd voor de middenklasse en de beter betaalde arbeiders en dankt zijn naam aan de periode waarin koningin Emma als regentes optrad voor haar dochter Wilhelmina. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk is het diagonale verloop van de hoofdassen; de bouwblokken zijn ondiep en hebben langgerekte, uniforme gevelwanden. De architectuur is over het algemeen eenvoudig en vertoont duidelijke invloed van de neorenaissance. Het Koningsplein geeft een nog vrijwel intact beeld van deze laat 19e eeuwse stijl. In 1891 is het stervormige Regentesseplein ontworpen, met uitstralende lanen en op het middenplantsoen de gedenknaald voor koningin-regentes Emma.

Het zuidoostelijke deel van het Regentessekwartier wordt in beslag genomen door bedrijfsterreinen. In 1871 werd een vuilverwerkingsbedrijf gebouwd en in 1875 een gasfabriek gerealiseerd. In 1904 volgde de elektriciteitscentrale aan het De Constant Rebecqueplein. De gasfabriek maakte de bouw van een groot aantal arbeiderswoningen en een directeurswoning aan de Gaslaan noodzakelijk.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Recht verkavelingspatroon met gesloten bouwblokken

  • Opening na de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen

  • Aaneengesloten gevelwanden

  • Ensemblewaarde

  • Bebouwingsvorm van kleine projectmatig gebouwde bouwblokken

  • Bouwblokken met geringe diepte en relatief lange uitbouwen aan de achterzijde over meerdere lagen

  • Groenaanleg op stedenbouwkundig belangrijke plekken (in samenhang met bebouwing)

  • Ontbreken van hoogteaccenten

  • Meeste panden zijn beneden- en bovenwoningen

  • Dakvorm met kap of plat, twee of drie bouwlagen

  • Souterrains komen incidenteel voor

Architectonische kenmerken

  • Stijlkenmerken neorenaissance met hier en daar overgangsarchitectuur en Art Nouveau (verbouwingen begin 20e eeuw)

  • Woning als zelfstandig onderdeel in de gevelwand

  • Materialen (baksteen)

  • Spekbanden (horizontale geleding)

  • Reliëf en zekere verticaliteit in de gevelwand door entreepartijen, erkers en dakkapellen

  • Ten noorden van de Weimarstraat een rijker gevelbeeld

Waardering

Het Regentessekwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een in het vierde kwart van de 19e eeuw gerealiseerde uitbreidingswijk voor de middenstand, waarvan het rechte verkavelingspatroon en het gesloten bouwblok in overwegend neorenaissance architectuur typerend zijn. Waardevol is de stedenbouwkundige situering van de doorsnijding van de Regentesselaan en de De Constant Rebecquestraat als kenmerkend ontwerp van ir. I.A. Lindo, de situering van de twee pleinen en de lineaire groenstructuren van de Beeklaan, de Regentesselaan en het Afvoerkanaal. Waardevol is tevens de sociaalhistorische waarde van de Hondiusstraat en omgeving. Van hoge kwaliteit zijn de architectuuruitingen in de neorenaissance- en de Art Nouveau stijl in verbouwingen, die in het begin van de 20e eeuw zijn gerealiseerd. De wijk is van belang vanwege de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermde stadsgezicht Regentessekwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De stedenbouwkundige opzet

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau

  • j.

    Scheveningen-Dorp (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

Onder Scheveningen verstaan we het vissersdorp, de badplaats, de zeehavens en de aangrenzende wijken. Tot in de 19e eeuw was Scheveningen bescheiden van omvang. De bebouwing concentreerde zich rond de Keizerstraat en het gebied direct ten zuidwesten daarvan, aan de zeezijde gemarkeerd door de 15e eeuwse parochiekerk. Het dorp was sinds 1665 door een straatweg verbonden met Den Haag, de huidige Scheveningseweg.

Na de komst van het eerste Badhuis in 1818 ontwikkelde zich naast het vissersdorp de badplaats, die rond 1900 internationale allure zou krijgen. Er bestond een scherpe scheiding tussen het vissersdorp en de mondaine chique badplaats. De grootschalige voorzieningen die het karakter van de badplaats zouden bepalen verrezen in de tweede helft van de 19e eeuw in snel tempo, vooral hotels in de stijl van de Art Nouveau en Weense Sezession die zich concentreerden bij de kust, maar ook bijvoorbeeld het Kurhaus, de oude Pier en het Circus.

Tussen 1880 en 1940 vinden ook veel veranderingen plaats rond de Keizerstraat. Veel gebouwen worden getransformeerd of vernieuwd, waarbij alleen de gevels worden aangepast en het oorspronkelijke gebouw bewaard blijft. In de periode 1895-1910 werd het Renbaankwartier aangelegd, een buurt met middenstandswoningen in neorenaissance en overgangsarchitectuur. In 1908 voorzag H.P. Berlage in zijn uitbreidingsplan al een doorbraak oostelijk van de Keizerstraat, welke in 1927 leidde tot de aanleg van de diagonale Jurriaan Kokstraat . De straat werd dwars door de kleinschalige bebouwing van Scheveningen aangelegd en verbindt de Keizerstraat met de Gevers Deynootweg in de badplaats. De straatwanden hebben monumentale hoekpartijen en poortgebouwen over de zijstraten. Vanaf het derde kwart van de 19e eeuw groeiden Scheveningen en Den Haag aan elkaar vast. Op de grens van Scheveningen met de wijken Belgisch Park, Westbroekpark en Van Stolkpark is de bebouwing luxueuzer.

Aan de kust hebben hoogbouw appartementen en hotels na de verwoestingen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog de oorspronkelijke bebouwing grotendeels vervangen. Enkele oorspronkelijke pensions zijn overgebleven. Het huidige aanzien van Scheveningen Bad is grotendeels tot stand gekomen in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Kenmerken

Scheveningen-Dorp bestaat uit vier deelgebieden, ieder met hun eigen karakteristiek en cultuurhistorische ontwikkeling; de Keizerstraat en omgeving, de Badhuisstraat en omgeving, de kuststrook en het Renbaankwartier en omgeving. Opvallend is dat in de stedenbouwkundige structuur en ook in het bebouwingsbeeld de historische continuïteit nog in belangrijke mate aanwezig is. Slechts op een beperkt aantal locaties is door de groei van vissersdorp naar internationale badplaats vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw deze continuïteit uit het oog verloren.

Samenvattend wordt de cultuurhistorische waarde van Scheveningen-Dorp bepaald door:

  • De Keizerstraat en directe omgeving, als oudste straat van Scheveningen met zijn kenmerkende lintbebouwing en achtergelegen hofjesachtige bebouwingsstructuur

  • Het Dr. De Vissersplein en directe omgeving met zijn sociaalhistorische betekenis van arbeiderswijk voor de vissersbevolking uit het Interbellum

  • De kuststrook tussen Keizerstraat en Scheveningse Slag waar in tegenstelling tot de rest van de kuststrook nog een groot aantal kenmerken van de badplaats zoals die er uitzag rond het jaar 1900 bewaard is gebleven. Alleen hier is nog goed de sfeer van de oude badplaats te proeven

  • Het Renbaankwartier, als kenmerkende uitbreiding van het dorp rond het jaar 1900

  • De Badhuiskade/Havenkade, als vroegere binnenhaven

  • De Badhuisstraat en directe omgeving vanwege de vele belangwekkende cultuurhistorische structuren die een goed inzicht geven in de ontwikkeling van het dorp en de badplaats

  • De Cornelis Jolstraat en directe omgeving, vanwege de kwaliteit van zijn bebouwing en de markering als overgang tussen Scheveningen-Dorp en het Van Stolkpark

Kenmerken en waardering per deelgebied

Keizerstraat en omgeving

Keizerstraat

  • Het gebied Keizerstraat en omgeving is een divers samengesteld gebied

  • De Keizerstraat kenmerkt zich door aaneengesloten lintbebouwing

  • De bebouwing varieert in hoogte tussen een laag met kap en drie lagen en kap

  • De begane grond van de bouwwerken heeft veelal een functie als winkel. Een aantal bezit nog gave, architectuurhistorisch waardevolle winkelpuien

Zeilstraat, Ankerstraat

  • De bebouwing van Zeilstraat, Ankerstraat en een deel van de Korendijkstraat kenmerkt zich door lage visserswoningen, waartussen zich vele gangetjes bevinden die leiden naar achtergelegen kleine woningen

  • Hoofdzakelijk eenlaagse bebouwing met kap

  • De achtergelegen kleine woningen hebben een bijzonder kenmerkende opbouw waarbij aan de voorgevel een lagere uitbouw is opgenomen

Dr. De Visserplein en Adriaan Coenenstraat en omgeving

  • In dit gebied is grootschalig gesaneerd waarbij de straatjes, steegjes en sloppen vrijwel geheel zijn vervangen door een regelmatig stratenpatroon waarlangs arbeiderswoningen zijn gebouwd

  • De eenheid in architectuur zorgt in deze buurt voor een samenhangend beeld

  • De westelijke en noordelijke randzone heeft drielaagse portiekwoningen en is opvallend hoog gelegen, waardoor het middengebied erachter als het ware in een kom ligt. Dit middengebied is vooral tweelaags met kap, maar ook eenlaagse bebouwing met kap komt voor

  • De Maststraat, Sloepstraat, Roerstraat en het zuidelijk deel van de Schipperstraat viel niet onder de sanering. De bebouwing bestaat hier voor het grootste deel uit drielaagse bouwwerken met beneden- en bovenwoningen, die uit de vroege 20e eeuw dateren

Jurriaan Kokstraat

  • Aangelegd als verkeersdoorbraak door H.P. Berlage

  • De straat is in de stijl van de Nieuwe Haagse School bebouwd met drielaagse portiekbouw in kenmerkende lange stroken, die op de hoeken een extra accent hebben gekregen

Waardering

  • Het dorpse karakter met overwegend lage bebouwing en veelal kronkelig stratenpatroon

  • De Keizerstraat als de oude kern van Scheveningen waarlangs het dorp door de eeuwen heen gestaag groeide

  • Het unieke complex visserswoningen in de Zeilstraat en Ankerstraat

  • Het kenmerkend stedenbouwkundig concept uit de jaren twintig van de twintigste eeuw van de Jurriaan Kokstraat

  • Het Dr. De Visserplein en omgeving, het hart van het saneringsgebied uit het Interbellum met sobere maar goed verzorgde sociale woningbouw voor de vissersbevolking

Badhuisstraat en omgeving

  • Zeer divers samengesteld gebied

  • Zichtbare aanwezigheid van het gehele scala aan architectuurstijlen in de Badhuisstraat, vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw tot nu. Bebouwing met overwegend twee lagen met een kap in neorenaissancestijl en grote variatie in kwaliteit van de winkelpuien

  • Nog bewaard gebleven deel van het stratenpatroon van voor 1900 tussen de Badhuisstraat en de Jurriaan Kokstraat, alsmede het vooroorlogse deel tussen de Vijzelstraat en Kerklaan met in hoofdzaak tweelaagse bebouwing met kap. De architectuurstijlen zijn variërend: grotendeels eenvoudige neorenaissance, maar ook overgangsarchitectuur en, vooral bij de eenlaagse bebouwing, traditionele architectuur

  • De op de voormalige binnenhaven georiënteerde bebouwing van rond 1900 aan de Havenkade en de kop van de Badhuisstraat

  • De rijk gedetailleerde herenhuizen in neorenaissance, overgangsarchitectuur en Art Nouveau van de brede gebogen straten uitkomend op de Nieuwe Duinweg. De allure van dit fin-de-siècle buurtje wordt nog eens onderstreept door de rijk geornamenteerde brug die in 1890 over het Kanaal werd aangelegd en zo de verbinding met de Nieuwe Duinweg tot stand bracht

Waardering

  • Het bebouwingsbeeld en kronkelige straatverloop van het hele gebied rondom de Badhuisstraat dat een goed beeld geeft van het intieme wonen in het dorp

  • De historische betekenis van de Badhuisstraat zelf als een, de Keizerstraat ontlastende, verbinding vanuit Den Haag naar de badplaats

  • De doorgaans hoge architectonische kwaliteit van de bebouwing langs de Havenkade en aan de kop van de Badhuiskade

  • De in het bebouwingsbeeld duidelijk zichtbare overgang van het oude vissersdorp (lagere en eenvoudige bebouwing) naar de stedelijke uitbreidingen (rijkere herenhuizen) van Den Haag richting zee

  • De hoge architectonische kwaliteit van de bebouwing aan de Rusthoekstraat, Cornelis Jolstraat en Duinweg/Haringkade

De kuststrook

  • Kenmerkend door de menging van open en halfopen verkaveling. Gesloten bebouwing komt vooral voor langs de Wassenaarsestraat. Ook de bouwhoogten verschillen in aanzienlijke mate

  • Op het Seinpostduin, aan de Zeeweg en Zeekant en langs de Gevers Deynootweg bevinden zich nog veel familiehotels, villa's en pensions van rond 1900. Ze zijn vormgegeven in de voor die tijd kenmerkende architectuur in neorenaissance, art nouveau en eclectische stijl, vaak met voor de badplaats kenmerkende houten warandes en open loggia's

  • Het woningcomplex uit de jaren twintig van de vorige eeuw tussen Harteveltstraat, Pellenaerstraat en Jongeneelstraat bestaat uit herenhuizen van twee lagen met plat dak in een aan de Haagse School verwante stijl. In de Jongeneelstraat en de Harteveltstraat is het ritme dat ontstaat door het oplopen van de bebouwing tegen het duin opvallend. Ook de IJsbrantszstraat, met zijn as gericht op het paviljoen Von Wied is bijzonder

  • De Scheveningse boulevard is ingericht met onder meer historische lantarenpalen. De heldere inrichting en aankleding accentueren het belang van de boulevard als structurerend element

Waardering

  • De bewaard gebleven stedenbouwkundige opzet van de oude badplaats tussen de Keizerstraat en Jongeneelstraat alsmede de hier nog aanwezige bebouwing van rond 1900 waardoor in tegenstelling tot de rest van de kuststrook in dit gebied nog goed de sfeer van de oude badplaats is te proeven

  • De heldere opzet en het verzorgde architectuurbeeld uit de jaren twintig van de vorige eeuw rondom het op het duin gesitueerde Paviljoen von Wied met de hierin opgenomen zichtas van het paviljoen naar de Gevers Deynootweg

Het Renbaankwartier en omgeving

  • Vrij homogeen architectuurbeeld met bouwwerken die één tot drie bouwlagen met kap bezitten

  • De neorenaissance en de overgangsstijl overheersen in het architectonisch beeld. Er is weinig variatie in baksteenkleuren, maar wel in dakvormen en goothoogten

  • De oplopende bouwhoogte van de IJmuidenstraat (vooral eenlaags), via de Maaswijkstraat (vooral tweelaags), naar de Renbaanstraat (drielaags). Vooral de eenlaags bebouwing draagt bij tot het dorpsachtige beeld in delen van het Renbaankwartier

  • De diagonaal verlopende Renbaanstraat heeft ter plaatse van de kruising met de Rotterdamsestraat en de Dirk Hoogenraadstraat een extra accent gekregen in bijzondere architectuur in neorenaissancestijl, die versterkt wordt door een symmetrische opzet van de hoekpanden

  • In de wijk komen in de bouwblokken plaatselijk hofjesachtige verkavelingen voor. Sommige daarvan verdienen letterlijk het predikaat ‘hofje’, doordat zij een besloten karakter hebben en met een poort kunnen worden afgesloten. Andere hoven kunnen het beste met de benaming ‘straathof’ omschreven worden. Zij zijn soms doodlopend en soms aan twee zijden geopend en kunnen grillig verlopen. Voorbeelden daarvan zijn onder andere te vinden in de Messstraat en IJmuidenstraat

  • In de Rotterdamsestraat en de Dirk van Hoogenraadstraat komt in grote ensembles de zogenaamde badplaatsarchitectuur voor. De voorgevels zijn voorzien van open, houten veranda's en loggia's met daarboven een tot balkon uitgewerkt dak. Deze woonblokken bezitten de meest uitbundige architectuur in het gehele kwartier

  • Van belang voor het straatbeeld in het Renbaankwartier zijn ook de veelvuldig voorkomende Haagse lantarenpalen

Waardering

  • Het homogene karakter van de architectuur in samenhang met de stedenbouwkundige opzet met kenmerkende diagonale hoofdontsluitingsweg

  • De voor een badplaats kenmerkende bebouwing van grote delen van de Dirk Hoogenraadstraat en de Rotterdamsestraat

  • De in de wijk opgenomen hoven en straathoven die zo bepalend zijn voor de dorpsachtige sfeer van Scheveningen

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Scheveningen-Dorp en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De herkenbaarheid van de deelgebieden

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De kleinschalige bebouwing

  • De architectonische stijlkenmerken

  • k.

    Sportlaan-Segbroeklaan e.o. (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

Na de verwoesting door de aanleg van de Atlantikwall tijdens de Tweede Wereldoorlog is dit gebied na de oorlog herbouwd volgens het wederopbouwplan van W.M. Dudok met flatgebouwen in een open verkaveling, omringd door groen. Dudok streefde met zijn plan naar een zeker contrast met de bestaande stad. Een open parkaanleg, doorsneden door een verkeersweg, wandelpaden en waterpartijen en begrensd door bebouwing van vier en zes lagen met een woonbestemming.

Met het wederopbouwplan kreeg deze zone een belangrijke functie toebedeeld als verkeersweg, die een oplossing moest bieden voor het ontbreken van een doorgaande verbinding tussen het Westland en Wassenaar, parallel aan de kust. Het gebied tussen Kijkduin en de Stadhouderslaan werd daarnaast vooral bestemd voor middenstandswoningen, waaraan in Den Haag vlak na de oorlog een grote behoefte bestond. In het gedeelte tussen het Stokroosveld en de Stadhouderslaan is de verkeersweg opgevat als een stedelijke route ingebed in het groen; een parkway die door vrijstaande architectonische ensembles wordt begeleid. De oorspronkelijke kwaliteiten zijn nog grotendeels aanwezig. Architect P. Zanstra heeft veel van de bebouwing langs de parkway ontworpen en heeft hiermee een belangrijk stempel gezet op het karakter van de buurt. Zonder het voorgeschreven idee van W.M. Dudok uit het oog te verliezen: per groep gedetailleerd met een sterke vormverwantschap.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Een stadsdeel van voorname allure met veel park, plantsoenaanleg en enige waterpartijen

  • Als stedenbouwkundige eenheid ontworpen opzet van een parkway bestaande uit weg, water, bebouwing en beplanting

  • De bebouwing is bedoeld als begeleiding van de verkeersweg en is daarom grotendeels in de lengterichting geplaatst langs en georiënteerd op de groene zone

  • Het ziekenhuis is als monumentaal accent nadrukkelijk in het groen naar voren geschoven

  • De bewaard gebleven groeninrichting van het Stadhoudersplantsoen in combinatie met de haaks hierop geplaatste woningbouw

Architectonische kenmerken

  • De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur. Ruime en comfortabele woningen, ontworpen en uitgevoerd in een hoge kwaliteit van materiaaltoepassing en detaillering

  • Vrijstaande architectonische ensembles

  • Eenheid in detaillering en vormverwantschap

  • Een belangrijk bindend element is de gele baksteen waarin vrijwel alle bebouwing langs de Sportlaan is uitgevoerd

  • Een architectonisch hoogtepunt is het lyceum naar ontwerp van J.J.P. Oud aan de Goudsbloemlaan/Segbroeklaan

  • In zeven stroken luxueus uitgevoerde portiekflats haaks aan het Stadhoudersplantsoen. Ontworpen door Jan Wils in samenwerking met architectenbureau Blankenspoor en De Vries. Door onder meer variaties in de afwerking van balkons, borstweringen en ingangspartijen is hier een aantrekkelijke mix van typische jaren vijftig kenmerken terug te vinden

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Sportlaan-Segbroeklaan e.o. en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De hoge kwaliteit van de wederopbouwarchitectuur

  • De gele baksteen als bindend element

  • l.

    Statenkwartier (rijksbeschermd stadsgezicht)

In aansluiting op Duinoord werd tussen 1900 en 1915 het Statenkwartier gebouwd. De grenzen werden bepaald door de aanwezigheid van het landgoed Zorgvliet, de Scheveningseweg, de stoomtrambaan naar Scheveningen en de haven van Scheveningen.

Het Statenkwartier behoort tot de meest karakteristieke wijken in Den Haag. De wijk heeft een lanen- en stratenpatroon dat wordt gekenmerkt door brede lanen en lange, rechte smalle straten met – voorbij de entree van de straat – een verbreding met voortuinen. De lanen zijn waaiervormig, de straten staan haaks op een laan. De lanen zijn het meest beeldbepalend van het Statenkwartier. Ruim, groen en met een duidelijke hiërarchie. Pleinachtige kruisingen van lanen vormen belangrijke stedenbouwkundige accenten: het Statenplein, het Prins Mauritsplein, het Frederik Hendrikplein en de kruising Johan van Oldenbarneveltlaan met de Frederik Hendriklaan. De groene pleinen zijn oorspronkelijk bedoeld als parkachtige ontmoetingsruimtes, groene oases in de stad.

De bebouwing bestaat grotendeels uit ruime herenhuizen in overgangsarchitectuur, met erkers, torentjes, kleurige baksteen en Art Nouveau motieven. Na de oorlog zijn verschillende kantoren in de wijk gebouwd of in de plaats gekomen van woonhuizen. Het karakter van het Statenkwartier ligt in het algemeen niet in het individuele gebouwen, maar veeleer in de stedenbouwkundige opzet van de wijk met fraaie lanen, pleinen en gaaf bewaard gebleven ensembles. De oorspronkelijke schaal en het groen zijn van wezenlijk belang voor het karakter van de wijk, evenals de ruime profielen van straten en pleinen die dit gebied doorkruisen. Ondanks latere wijzigingen aan de randen en verspreid over de wijk in structuur en bebouwing is het homogene beeld van het planmatig tot stand gekomen Statenkwartier grotendeels bewaard gebleven.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Het Statenkwartier heeft een sterke ruimtelijke samenhang

  • Het hoogwaardige stadsbeeld met bijzondere bouwwerken in vroeg 20e eeuwse overgangsarchitectuur die een vrijwel gaaf ensemble vormen

  • De oorspronkelijke planmatige aanleg van de woonwijk die grotendeels herkenbaar en bewaard is gebleven ondanks de wijzigingen aan de randen van de wijk

  • Het stratenpatroon met de lange zichtassen en de pleinvormige kruisingen, gecombineerd met hoogwaardige architectuur

  • De ruimtelijke kwaliteit van Frederik Hendrikplein, Statenplein en Prins Mauritsplein

  • Voornamelijk aaneengesloten bebouwing bestaande uit royale herenhuizen langs de hoofdstraten met soberder uitgevoerde middenstandswoningen in de tussenstraten

  • Grotere bouwkundige eenheden met de uitstraling van individuele gebouwen

  • De open ruimte op de hoeken van de bouwblokken, waardoor hoofdassen en zijstraten worden geaccentueerd

  • Het omsloten karakter van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken

  • Hoogteaccenten op stedenbouwkundig belangrijke locaties zijn in de wijk niet aanwezig

  • Twee of drie bouwlagen met een kap in de hoofdstraten

  • Vrijstaande villa’s en geschakelde herenhuizen beperken zich voornamelijk tot de randen van het gebied

  • Bijzondere bebouwing komt verspreid in de wijk voor in de vorm van bijvoorbeeld scholen

  • De Frederik Hendriklaan als centrale winkelstraat

  • De groenaanleg in de middenstrook van de lanen is een waardevol onderdeel van de ruimtelijke opzet van de wijk. De beplanting vormt samen met de bomenrijen een belangrijk structuur-ondersteunend element

  • Groene voortuinen met lage transparante hekjes als afscheiding

  • De historische en landschappelijke waarde van de Scheveningseweg en hierdoor de relatie met het Van Stolkpark en de open ruimte van het Afvoerkanaal

  • Het (deelgebied) Geuzenkwartier kent een eenvoudigere en kleinschaligere bebouwing met beneden- en bovenwoningen en vroege voorbeelden van portiekwoningen, voornamelijk in overgangsarchitectuur

Architectonische kenmerken

  • De architectuur met een sterke samenhang in de bebouwing

  • Architectonische elementen als erkers, topgevels en torentjes

  • Stijlkenmerken vroeg 20e eeuwse overgangsarchitectuur met sterke Art Nouveau invloed, hier en daar neorenaissance en traditionalisme. Maar ook bouwwerken in de stijl van de Haagse School en Nieuwe Zakelijkheid komen voor

  • Het architectuurbeeld wordt bepaald door de toepassing van baksteen of verblendsteen versierd met gekleurde geglazuurde baksteen en hier en daar natuursteen of sierstucwerk

  • Art Nouveau komt naar voren in details zoals gebrandschilderd glas en tegeltableaus

  • Veel straten vertonen een golvend (geleed) gevelbeeld door uitspringende woontraveeën, torentjes, erkers of balkons. Dit beeld wordt nog verlevendigd door sierbanden van geglazuurde steen

  • Afwisseling in dakvormen met zorgvuldig vormgegeven daklijnen

  • Veel aandacht voor de detaillering van onder meer deuren, ramen, daklijsten en hekwerken

  • Winkelstraten met karakteristieke winkelpuien

Waardering

Het Statenkwartier is een gaaf voorbeeld van een vroeg 20e eeuwse stadsuitbreiding met een goed bewaarde planmatige structuur en architectonisch samenhangende bebouwing, die voornamelijk gekenmerkt wordt als overgangsarchitectuur onder een sterke Art Nouveau invloed. De wijk is als zodanig van belang wegens stedenbouwkundige en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Statenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De sterke stedenbouwkundige samenhang door de structuur van de wijk, de hiërarchie van de straten, pleinen en pleinvormige kruisingen en de bebouwing

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectuur met veel plasticiteit in de gevel en rijke detaillering

  • De architectonische kenmerken van en elementen horend bij meerdere architectuurstijlen, onder andere overgangsarchitectuur met Art Nouveau invloed

  • De ruimtewerking van het van oorsprong groene en grotendeels onbebouwde binnenterrein in de bouwblokken

  • m.

    Stationsbuurt (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

De stadsuitbreiding ten zuidoosten van het centrum kwam op gang nadat in 1843 het station Hollands Spoor was geopend. De aanleg van de Stationsbuurt betrof, na Willemspark, de tweede gemeentelijke uitbreiding van Den Haag. De wijk was aanvankelijk, net als het Willemspark, bedoeld voor de gegoede burgerij. Het stratenpatroon is recht met centraal het statige Oranjeplein, waaraan ruime herenhuizen in eclectische stijl verrezen. Het bouwplan voor de wigvormige aanleg van het Huijgenspark (een vorm mede ontstaan door de bestaande loop van de Bocht van Guinea) was al in 1859 door de eigenaren van deze gronden bij de gemeente ingediend en werd in het uitbreidingsplan van de gemeente opgenomen.

De directe nabijheid van het station werd vervolgens ook een vestingplaats voor industrie. De rijke burgerij bleef weg en de woningbouw werd met name in het zuidelijk deel gekenmerkt door goedkope speculatiebouw en hofjeswoningen. Na de Tweede Wereldoorlog verpauperde de Stationsbuurt. Met behulp van stadsvernieuwingsprojecten is geprobeerd de woonfuncties in deze wijk zoveel mogelijk te behouden. Veel oorspronkelijke bebouwing is daarom tussen circa 1970 en 1990 met name in de zuidelijke helft vervangen door nieuwe sociale woningbouw.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Stedenbouwkundig plan voor het gebied tussen Hoefkade en Groenwegje bestaat uit een overwegend recht stratenpatroon met brede straten en als hoofdaccent het Oranjeplein

  • De bebouwing wordt gekenmerkt door aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn

  • Complex met arbeiderswoningen uit de tweede helft van de 19e eeuw (rijksmonument)

  • Wigvormig Huijgenspark met bestrating en parkaanleg volgens particulier plan

Architectonische kenmerken

  • Aaneengesloten bebouwing langs het Zieken met bouwwerken uit de 17e tot 20e eeuw

  • Ruime herenhuizen aan het Oranjeplein, Huijgenspark en Stationsweg uit de 2e helft van de 19e eeuw in eclectische stijl met een symmetrisch gevelfront

  • In de overige straten is de bebouwing behoudens enkele uitzonderingen veel eenvoudiger en bestaat voornamelijk uit bouwwerken van rond 1900 met sobere neorenaissance gevels. Het beneden en bovenhuis overheerst als bouwtypologie

  • Langs de Stationsweg zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw ook diverse kantoren en banken gerealiseerd, vaak in een voor de bouwperiode representatieve architectuur

  • Woningbouwcomplex in neoclassicistische stijl tussen Groenewegje en Huijgenspark (stadsvernieuwing)

Waardering

De planmatige opzet uit 1861, dat met het Willemspark tot de vroegste uitbreidingen buiten de oude binnenstad behoort. De hoogtepunten van deze opzet vormen de twee grote groengebieden van het Huijgenspark en het Oranjeplein. De nog grotendeels bewaard gebleven oorspronkelijke bebouwing uit de negentiende- en vroeg twintigste eeuw. De historische betekenis van de Stationsweg met de diverse verzekerings- en handelskantoren uit de eerste helft van de twintigste eeuw langs de route tussen station en centrum. Het sociale woningbouwcomplex Van Hogendorpstraat 52 t/m 162.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Stationsbuurt en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectonische stijlkenmerken van de architectuur van de 19e eeuwse bebouwing

  • n.

    Valkenboskwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

De Beeklaan scheidt het Valkenboskwartier van het Regentessekwartier. Het Valkenboskwartier is in twee delen gerealiseerd. Het oudste deel werd tussen 1903 en 1915 gebouwd en was, net als het Regentessekwartier, bestemd voor de middenklasse en de beter betaalde arbeiders. De aanleg is een voortzetting van het Regentessekwartier, met een vergelijkbaar stratenpatroon en bebouwingsbeeld met aaneengesloten reeksen beneden- en bovenwoningen en portiekwoningen in overgangsarchitectuur met elementen uit de neorenaissance en Art Nouveau.

Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk is het diagonale verloop van de hoofdassen. Straten vullen de tussenliggende ruimtes in, waardoor een patroon van langgerekte, vrij ondiepe kavels ontstaat die in verschillende windrichtingen lopen. De hiërarchie komt voort uit de brede hoofdroutes met groene middenberm en de pleinachtige kruisingen.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Samenhang (bebouwing)

  • Bebouwingsvorm van gesloten bouwblokken

  • Opening na de koppen van de bouwblokken voor licht- en luchttoetreding voor de binnenterreinen

  • Grotendeels bestaande uit boven- en benedenwoningen en portiekwoningen (typologie)

  • Aaneengesloten gevelwanden in de rooilijn

  • Pleinachtige ruimte op kruisingen

  • Diagonale stratenpatronen

  • Ensemblewaarde (bebouwing in samenhang met stedenbouwkundig patroon)

  • Bouwblokken met geringe diepte en relatief lange uitbouwen aan de achterzijde over meerdere lagen

  • Historische waarden

  • Lineaire groenaccenten (Beeklaan, Valkenboslaan en -kade en Newtonplein)

  • Slechts enkele straten hebben voortuinen

  • Hoogteaccenten op stedenbouwkundig belangrijke locaties zijn in de wijk niet aanwezig

Architectonische kenmerken

  • Stijlkenmerken architectuur; overwegend overgangsarchitectuur, met vormentaal van de neorenaissance en Art Nouveau

  • Afzonderlijke huizen als architectonische eenheid

  • Sobere baksteen, bij de rijkere woningen gekleurde baksteen en verblendsteen met hier en daar natuursteen

  • Met name in westelijk deel rijkere gevelwanden bij eengezinswoningen

  • Over het algemeen sobere architectuur

  • Uitspringende erkers en balkons zorgen voor plasticiteit van de gevels

  • Voornamelijk een opbouw met drie bouwlagen met een kap of plat dak

Waardering

Het Valkenboskwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een tussen 1900 en 1915 voor de middenstand gerealiseerde uitbreidingswijk, waarvan het rechte verkavelingspatroon op de schuin doorlopende verkeersdiagonaal van de Valkenboslaan kenmerkend is als ontwerp van ir. I.A. Lindo. Goed bewaard en daardoor waardevol is het samenhangende architectuurbeeld van merendeels als ‘blokhuizen’ uitgevoerde gevels in sobere neorenaissance en overgangsarchitectuur. Belangrijke accenten in de wijk zijn de lineaire groenstructuur van de Beeklaan, de Valkenboslaan, de Valkenboskade en de open ruimte van het Newtonplein. De wijk is van belang vanwege de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Valkenboskwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De sobere architectuur met architectonische stijlkenmerken van de neorenaissance overgangsarchitectuur en Art Nouveau

  • De plasticiteit van de gevels door erkers en balkons

  • o.

    Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes (rijksbeschermd stadsgezicht)

Het Van Stolkpark is één van de eerste villawijken in Nederland. De Scheveningseweg, waarlangs in 1864 een paardentramverbinding tussen Den Haag en de badplaats was aangelegd, oefende in die tijd een grote aantrekkingskracht uit op welgestelde Rotterdammers die er in de zomermaanden huizen huurden of zich er permanent vestigden. Het Van Stolkpark werd tussen 1875 en 1900 aangelegd naar het ontwerp van de tuinarchitecten Zocher. Het park wordt aan drie zijden omgeven door de Scheveningse Bosjes, die aan het einde van de 18e eeuw werden aangeplant.

Rond 1875 verrezen langs de Van Stolkweg de eerste villa’s, gevolgd door herenhuizen aan de Parkweg, Hogeweg en Duinweg. Kort na de aanleg van het Van Stolkpark vestigden zich hier ook hotels. De zuidelijke wand van de Kanaalweg vertoont in afwijking van het villapark aaneengesloten bebouwing waarin ook winkels voorkomen. Kenmerkend voor het villapark zijn de gebogen en hellende straten, de open structuur en het groene karakter van de wijk. De nabije aanwezigheid van de Scheveningse Bosjes met imposante waterpartijen verhogen de kwaliteit van de zeer chique woonwijk.

Waren de villa’s in de beginperiode nog bescheiden van omvang, later verrezen ook zeer monumentale woningen in de wijk. Van oorsprong is het Van Stolkpark ontwikkeld als woonwijk. De ontwikkeling werd vanaf 1900 gekenmerkt door een geleidelijk verdichtingsproces, dat zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw van een grotere omvang betrof. Zo zijn er ook nieuwe functies – kantoren en scholen – aan de wijk toegevoegd.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Groen villapark met een hoogwaardige uitstraling door het gebogen stratenpatroon met weidse bochten, de groenaanleg en vrijstaande en geschakelde villa’s op ruime groene kavels

  • De stedenbouwkundig en landschappelijke waarde van de Scheveningseweg en het Kanaal

  • Afwisselend straatbeeld met verrassende zichtlijnen

  • De oorspronkelijke bouwhoogte van de herenhuizen varieert van een tot drie bouwlagen met een kap

  • Het vroegere duinlandschap is herkenbaar door de gebogen lanen en hoogteverschillen in het Van Stolkpark, doorlopend in de Scheveningse Bosjes

  • De landschappelijke waarde van het omliggend groen en het water

Architectonische kenmerken

  • Statige hoge huizen in hoogwaardige architectuur gekenmerkt als een staalkaart van stijlen van de 19e en vroege 20e eeuw. De bebouwingstypologie wordt van oorsprong bepaald door eclecticisme, neorenaissance en overgangsarchitectuur met toevoegingen in Nieuwe Haagse School

  • Het 19e eeuwse architectonische ensemble in de wijk is in hoofdopzet goed bewaard gebleven

  • Aanwezigheid van verschillende monumenten in het gebied

Waardering

Het Van Stolkpark is karakteristiek voor een 19e eeuws villapark. Bijzonder is de landschappelijke aanleg in glooiend terrein met riante villa's in grote tuinen aan een overwegend gebogen stratenpatroon. De relatie met de hoogwaardige natuur van de Scheveningse Bosjes verhoogt de uniciteit van het bebouwde gedeelte van dit stadsgezicht. Tezamen zijn het Van Stolkpark en de Scheveningse Bosjes van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Van Stolkpark/Scheveningse Bosjes en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • Het karakter van villapark in het groen

  • De relatie tussen de bebouwing en het groen

  • De landschappelijke samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectonische stijlkenmerken van 19e en vroeg 20e eeuwse architectuurstijlen

  • p.

    Vogelwijk (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

De Vogelwijk kwam in de jaren ’20 van de vorige eeuw in twee fasen tot stand in de Segbroekpolder. De wijk wordt als groene villawijk gekenmerkt door een tuinstad-achtig karakter, het resultaat van de daartoe opgerichte ‘Coöperatieve Woningbouwvereniging Tuinstadwijk Houtrust’.

Het stratenpatroon zoals oorspronkelijk ontworpen met een symmetrische opzet met verschillende assen is niet helemaal volledig uitgevoerd. Tot de laatst gebouwde delen van de wijk behoren de grote aantallen woonhuizen aan de Kwartellaan en omgeving in de karakteristieke traditionele stijl van A.J. kropholler uit 1927-1928. Het deel tussen de Buizerdlaan en de Savornin Lohmanstraat is pas na 1940 aangelegd en wordt gekenmerkt door brede lanen met een middenplantsoen. De sportparken van Houtrust werden al in 1910 aangelegd. Het tuinstadkarakter van de Vogelwijk is tot op heden goed bewaard gebleven.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Groene villawijk met tuinstad karakter

  • Stedenbouwkundig plan; uniform en in authentieke staat. Harmonie door opzet; symmetrie, monumentale opzet Kwartellaan, lanen en straten met een bochtig beloop

  • Kenmerkend is het ontbreken van stedenbouwkundige hoogteaccenten, wel momenten in de vorm van bijzondere bebouwing (scholen, kerken). Eiberplein als stedenbouwkundig hoofdmoment

  • Groeninrichting; lanen en pleinen met middenplantsoen

  • Zichtassen op duintoppen; Kwartellaan en De Savornin Lohmanlaan

  • Verwevenheid stedenbouw en architectuur

  • Kleinschalige bebouwing aan de oostzijde; kleine villa’s en twee-onder-een-kapwoningen

  • Royalere opzet aan de westzijde met herenhuizen in blokken van twee of meer

  • Ensemblewaarde complex ‘landhuizen’ van A.J. Kropholler in traditionele stijl

  • Landschappelijke waarde; Westduinpark en Bosjes van Poot en rijkelijk aanwezig groen, zowel in de openbare inrichting als de tuinen

Architectonische kernmerken

  • Stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School

  • Aan de oostzijde; geschakelde woningen van twee bouwlagen met mansardekappen en erkers en kleine huizen met een cottage-achtig karakter als twee-onder- een-kapwoning of vrijstaand. Landhuisjes in traditionele stijl met hoge, aan de voet inzwenkende kappen en bakstenen gevels met natuurstenen hoek- en negblokken. Romantisch-landschappelijk van aard

  • Alzijdige (gevel)oriëntatie, benadrukken van hoeken en opbouw en vorm van de kap

  • Daken hoofdzakelijk met rode pannen gedekt en met kenmerkende dakkapellen

  • Gevels in schoon metselwerk

  • Herenhuizen aan de westzijde in blokken van twee of meer met erkers en met pannen gedekte, hoge schild- of zadeldaken. Architectuur met invloed van de Nieuwe Haagse School

  • Plastiek in de gevels en expressie in de architectuur

  • Aandacht voor zorgvuldige detaillering, met ornamenten en rijk uitgevoerde onderdelen

  • Gemetselde tuinmuren met hekjes voor een zorgvuldige overgang tussen openbaar en privé

Waardering

Door zijn ligging tegen de Westduinen aan en ook door zijn bijzondere tuinstad karakter en architectuur is de Vogelwijk één van de best geslaagde tuinstadwijken van de stad met architectuurstromingen zoals die van de Delftse school, de antroposofische stijl en de Nieuwe Haagse School. Van belang is de schaal van de wijk en de uniformiteit van het stedenbouwkundig plan dat in authentieke staat verkeert. De verwevenheid van de stedenbouwkundige opzet met de architectuur is in deze wijk zeer bijzonder.

Waardevol zijn de tevens bewaard gebleven ‘Berlage’ lantaarnpalen in de openbare ruimte. De Vogelwijk is van belang vanwege de schoonheid en de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarden

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Vogelwijk en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De drie deelgebieden

  • Het tuinstad karakter

  • De schaal van de wijk

  • De verwevenheid van stedenbouw en architectuur

  • De samenhang per deelgebied

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectuur met stijlkenmerken van de Delftse en Nieuwe Haagse School

  • Het kappenlandschap

  • De open, vaak begroeide ruimte voor en tussen de architectonische eenheden

  • De erfafscheidingen

  • q.

    Westbroekpark/Belgisch Park (rijksbeschermd stadsgezicht)

Belgisch Park

In 1883 werd begonnen met de aanleg van Belgisch Park. Evenals het Van Stolkpark heeft ook Belgisch Park haar karakter grotendeels behouden. De wijk heeft een tweeslachtig karakter: enerzijds villaparkachtig met veel groen en bochtige straten, anderzijds een grotendeels gesloten bebouwing van etagewoningen in rijen. Het oudste en meest karakteristieke onderdeel van de wijk wordt gevormd door het Belgische Plein en de directe omgeving. Het ronde plein heeft een villaparkachtig karakter, met een ruim centraal plantsoen en rondom vrijstaande villa’s in de karakteristieke badplaatsarchitectuur met houten veranda’s en invloeden uit de chaletarchitectuur. De vijf straten die op het plein uitkomen hebben een weidse opzet en worden door bomen omzoomd. Kenmerkend voor deze buurt zijn verder de woonhuizen met gevels, waarin de overgang van de neostijlen naar de door Berlage beïnvloedde architectuur van de 20e eeuw merkbaar is. Langs het park loopt de Badhuisweg, vernoemd naar de classicistische voorganger van het Kurhaus, die al in 1835 was aangelegd.

Aan de oostzijde van de wijk ligt de strafgevangenis aan de Pompstationsweg. Het poortgebouw vormt daarbij het middelpunt tussen de sober en zorgvuldig vormgegeven dienstwoningen. Aan de zijde van de Van Alkemadelaan is in een deel van de strafgevangenis het Nationaal Monument Oranjehotel ondergebracht.

Westbroekpark

Ongeveer gelijk met de ontwikkeling van het Belgisch Park en in dezelfde geest werd de aanzet gegeven voor wat nu het villapark Westbroekpark is. De wijk is na het afgraven van de duingrond aan het eind van de 19e eeuw in verschillende fasen en met een verspreide ligging tot stand gekomen. Het beeld van de wijk wordt bepaald door het vele groen. Het Westbroekpark bestaat naast het gelijknamige park uit de wijken Wittebrugkwartier, Klattepark en Duttendel.

Het gehucht Wittenbrug, dat bestond uit enkele huizen en een café aan de Badhuisweg, werd opgenomen in de nieuwe aanleg. Het Wittebrugkwartier wordt gekenmerkt door dubbele villa’s in overgangsarchitectuur en Engelse landhuisstijl. In het gebied van het Westbroekpark staan luxe villa’s in overgangsarchitectuur langs een slingerend stratenpatroon. Opvallend zijn de Rudolf Steinerkliniek (1926-1928) in antroposofische stijl en villa De Zeemeeuw (1901-1902) van Henri van de Velde als goed voorbeeld van de Art Nouveau. Het Westbroekpark zelf werd aangelegd in 1925 en is geïnspireerd op de Engelse landschapsstijl. Het Klattepark is, net als Zorgvliet, een villawijk voor de zeer rijken. Het villawijkje werd vanaf 1912 gebouwd en kent villa’s van zeer grote omvang in Engelse landhuisstijl en de stijl van de Um 1800-Bewegung. Duttendel ligt in het verlengde van het Klattepark en behoort niet tot het beschermde deel.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Gesitueerd in een groot aaneengesloten stedelijk groengebied wat resulteert in uitgestrekte groengebieden in de wijk

  • Hoogwaardig landschappelijke en sterk afwisselend beeld doordat het landschap op verschillende manieren gecultiveerd en verstedelijkt is

  • Enkele structuurbepalende wegen zorgen voor de samenhang tussen de verschillende wijkdelen. Het straatbeloop van de verschillende delen van de wijk, de lange lanen, kronkelende wegen en het radiale stratenpatroon zijn hiervan essentiële onderdelen

  • Het villaparkachtige karakter en rijkelijk van boombeplanting voorziene lanen

  • De beeldbepalende bebouwing, dichtbebouwde delen en de diverse groengebieden, en de grote open plekken met bijzondere zichtlijnen zijn onderdeel van de karakteristiek

  • De stedenbouwkundige structuur, de architectuur en het groen van het Belgische Plein en de van daaruit straalsgewijs kromlijnige straten, met in het bijzonder ook: de Luiksestraat die ten zuiden van het plein de Antwerpse en de Gentsestraat verbindt; de Brugsestraat met aangrenzende straten in een slingerend beloop

  • Uitgestrekte tuinen

  • De Badhuisweg als zichtas op het Kurhaus met de grotendeels bewaard gebleven bebouwing uit de periode 1900-1940

  • De Van Alkemadelaan als duidelijke structurele begrenzing tussen dit gebied en het duingebied van de Oostduinen met zijn grote landschappelijke waarde

Architectonische kernmerken

  • Villaparkachtig karakter met villa’s in de karakteristieke badplaatsarchitectuur met houten veranda’s en invloeden uit de chaletarchitectuur in het oude deel van Belgisch Park

  • Geschakelde villa’s en rijke herenhuizen in neorenaissance, overgangsarchitectuur en traditionalisme in de wijk rond het Belgisch Plein en aansluitend

  • Het tussen circa 1910 en 1930 bebouwde oostelijk deel van Belgisch Park (rondom de Duinkerksestraat) bestaat uit aaneengesloten herenhuizen, deels in traditionalisme maar voornamelijk in de stijl van de Nieuwe Haagse School

  • Voormalige dienstwoningen van de gevangenis langs de Pompstationsweg in een sobere neorenaissancestijl

  • Enkele eenvoudige middenstandswoningen maar voornamelijk herenhuizen en geschakelde villa’s in het Wittebrugkwartier rond 1900. Veelal in twee in drie bouwlagen met een kap, in neorenaissance, overgangsarchitectuur en traditionalisme

  • Rond 1920 bebouwing in voornamelijk Nieuwe Haagse School stijl aan de Rijslag en kapelweg

  • Villa’s en herenhuizen met een representatief karakter onder andere in traditionalisme en Engelse landhuisstijl in Klattepark. Hier en daar invloeden van de Nieuwe Haagse School stijl

  • Bebouwing van villa’s en herenhuizen in het Hubertuspark en langs de zuidoostelijke rand in wederopbouwarchitectuur

Waardering

Het Westbroekpark en Belgisch Park heeft een hoogwaardig stadsbeeld door de enorme afwisseling in het karakter van de verschillende wijken in het gebied. Hier liggen naast elkaar kleine villabuurten in het (oorspronkelijke en) veranderde duinlandschap.

De schaal, structuur en beeldbepalende bebouwing in relatie tot het water en de uitgestrekte, gevarieerde groengebieden geven aan de verschillende delen van het gebied rondom het Westboekpark en het Belgisch Park haar bijzondere ruimtelijke kwaliteit. Het hier omschreven gebied is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Westbroekpark/Belgisch Park en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • Het hoogwaardige stadsbeeld

  • De structuur en de hiërarchie van de straten

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De ruimtelijke kwaliteit en de relatie met de groengebieden en de openbare ruimte

  • De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance en overgangsarchitectuur, maar ook Nieuwe Haagse School en wederopbouwarchitectuur

  • r.

    Zeeheldenkwartier (gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

Het Zeeheldenkwartier is, na het Willemspark en het Huygenspark in het centrum, de derde stadsuitbreiding buiten de Haagse singelgrachten. De wijk is tussen 1870 en 1890 gebouwd in een voormalige polder. Het stratenplan uit 1866 wordt gekenmerkt door een rechthoekige structuur met smalle straten, waarbij de bestaande verkaveling van sloten en wegen werd gevolgd, en een hoge bebouwingsdichtheid met aaneengesloten huizen in eclectische stijl. Opvallend zijn het ovale Anna Paulownaplein en het centrale Prins Hendrikplein. Beide pleinen liggen in één as met Plein 1813, maar worden niet door een doorlopende straat verbonden. De aanleg van de Vondelstraat in 1927 betekende een drastische ingreep in de structuur van de wijk. De diagonaal lopende Vondelstraat werd dwars door het zuidelijke deel van het Zeeheldenkwartier aangelegd om de verbinding met het centrum te verbeteren. Langs de Vondelstraat werden tussen 1929 en 1931 vierlaagse portiekwoningen in Haagse School stijl gebouwd. De Piet Heinstraat ontwikkelde zich tot een belangrijke winkelstraat, waarbij met name de winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau zijn uitgevoerd. Een deel van de wijk is aangewezen als stadsvernieuwingsgebied. De wijk heeft een goed bewaard historisch karakter, typerend voor het Den Haag van de jaren rond 1880.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Stedenbouwkundig patroon met smalle lange rechte straten en gesloten bouwblokken met na de hoek een opening

  • Goed bewaard 19e eeuws bebouwingsbeeld met nog gave ensembles van aaneengesloten bouwwerken. Met qua uiterlijk vergelijkbare bouwwerken, die afzonderlijk (individueel) te duiden (vormgegeven) zijn (in tegenstelling tot ensembles die in 1 keer zijn ontworpen). Woningen zijn een zelfstandig onderdeel in de straatwand

  • Gevelwanden met ruime herenhuizen (oostelijk deel van de wijk) en boven- en benedenwoningen (westelijk deel van de wijk)

  • Straten hebben een stenig karakter, geen voortuinen

  • Kappenlandschap met kleinschalige schilden (ondergeschikt en terughoudend in het straatbeeld)

  • Bouwwerken met overwegend 2 tot 3 bouwlagen en een kap

  • Incidenteel een souterrain

  • Vondelstraat (doorbraak binnen de oorspronkelijke structuur) als herinnering aan het uitbreidingsplan van Berlage met hoogwaardige architectuur

  • Anna Paulownaplein en Prins Hendrikplein als open pleinen in een verder sterk verdichte woonwijk

  • Groenvoorziening is beperkt tot de plantsoenen ter plaatse van de pleinen

  • Overwegend veel bebouwing in binnentuinen

Architectonische kenmerken

  • Stijlkenmerken van eclecticisme (oostelijk deel van de wijk) en neorenaissance (westelijk deel van de wijk)

  • Incidenteel tussen de oorspronkelijke architectuur opgenomen vroeg 20e eeuwse bebouwing in Art Nouveau en overgangsarchitectuur in met name de Anna Paulownastraat

  • Meer architectonische rijkdom rondom de pleinen

  • Sterke eenheid in beeld, eenduidige vormgeving

  • Kapvorm met pannen gedekt schilddak loodrecht op de voorgevel

  • Gevelopbouw gebaseerd op de klassieke architectuur met een plint, middenbouw en beëindiging, waarbij de verdiepingshoogte naar boven toe afneemt

  • Traditionele materialen: baksteen gevel, houten kozijnen en elementen in natuursteen of pleisterwerk

  • Eclecticisme grijpt terug op classicistische bouwstijlen. Gevels worden beëindigd met een rechte kroonlijst en een hoog (verbijzonderd) fries, ramen worden omlijst met een stucrand, profiellijst en bekroond met een ornament. Heldere compositie van de gevel, symmetrische opbouw. Deze stijl is met name zichtbaar in het oostelijk deel

  • Neorenaissance uit zich voornamelijk als ‘façade’ architectuur en kenmerkt zich door de eenheid in vorm. Horizontale spekbanden geleden de straatwand. Ingangspartijen, erkers en dakkapellen geven reliëf en een zekere verticaliteit aan de gevel. Plastiek in de gevel door verdiepte kozijnen en gevelornamenten. Deze stijl is met name zichtbaar in het westelijk deel

  • Art Nouveau maakt gebruik van nieuwe materialen vormen en technieken. Woonhuizen in gele, oranje, witte of rode baksteen afgewisseld met contrasterend gekleurde en geglazuurde bakstenen. Verlevendiging en grote verscheidenheid aan architectonisch vormgegeven onderdelen zoals erkers, balkons, torens en koepels. Zowel uitbundige lijnvoering en op de natuur geïnspireerde vormen als de strakke en meer geometrische versie komen voor. Deze stijl komt vaak voor bij winkelpuien

  • Dakkapel in voordakschild. Op hoeken een dakkapel in het vlak van de hoekkeper

Waardering

  • Nog gaaf voorbeeld van een 19e eeuwse uitbreidingswijk voor de middenstand met bijbehorende kenmerkende rechte straten en gesloten bouwblokken

  • Stedenbouwkundige doorsnijding van de Vondelstraat en de 2 pleinen

  • Hoge kwaliteit van vroeg 20e eeuwse verbouwingen met onder andere winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau stijl

Het Zeeheldenkwartier is een overwegend gaaf voorbeeld van een in het derde en vierde kwart van de 19e eeuw gerealiseerde uitbreidingswijk voor de middenstand waarvoor het rechte verkavelingspatroon en het gesloten bouwblok kenmerkend zijn. Waardevol zijn tevens de stedenbouwkundige situering van de doorsnijding van de Vondelstraat en de twee pleinen. Van hoge kwaliteit zijn de vele verbouwingen die tussen 1900 en 1915 zijn gerealiseerd, waarbij met name de winkelfunctie op de begane grond van winkelpuien in neorenaissance en Art Nouveau stijl opvalt. De wijk is van belang vanwege de bijzondere stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De architectonische rijkdom rond de pleinen

  • De architectonische stijlkenmerken van meerdere architectuurstijlen, onder andere neorenaissance, eclecticisme en Art Nouveau

  • Het kappenlandschap

  • De bescheiden dakkapellen in het voordakschild

  • De winkelpuien

  • s.

    Zorgvliet (rijksbeschermd stadsgezicht)

De villawijk Zorgvliet is ontstaan in het tweede decennium van de 20e eeuw op de gelijknamige buitenplaats van de staatsman en dichter Jacob Cats. De wijk ligt in het grote aaneengesloten stedelijke groengebied dat overloopt naar de Scheveningse Bosjes tot aan de Nieuwe Scheveningse Bosjes en Klein Zwitserland. Zorgvliet draagt in hoge mate bij aan het groene stadsbeeld en heeft mede hierdoor een belangrijke recreatieve functie.

Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van Zorgvliet is de landschappelijke aanleg in een glooiend terrein met gebogen straten en veel groen. De bebouwing van Zorgvliet bestaat voornamelijk uit, voor Nederlandse begrippen, ongekend grote villa's. De relatie tussen de bebouwing, het groen en het water in zijn parkachtige aanleg heeft hoge landschappelijke waarde en een unieke ruimtelijke kwaliteit.

Bij de aanleg zag een Schoonheidscommissie destijds toe op de esthetische kwaliteit van de villa’s. Tussen 1913 en 1915 werden in de wijk villa’s gebouwd in een sterk historiserende stijl. Centraal in de wijk vormt het appartementengebouw Zorgvliet een verbijzondering. Op het terrein van de voormalige buitenplaats Buitenrust werd aan de zuidzijde van de wijk tussen 1907 en 1913 het monumentale Vredespaleis gerealiseerd in neorenaissance stijl te midden van fraaie tuinen.

Landschappelijke en stedenbouwkundige kenmerken

  • Zorgvliet is op te delen in een aantal deelgebieden (zie kaart), waarbij de gebieden om het park een gelijke uitstraling en kenmerken hebben en het park zelf los beschouwd kan worden

  • Zorgvliet is en villawijk met landschappelijke aanleg in een glooiend terrein met een overwegend gebogen stratenpatroon met een groenaanleg in Engelse tuinstijl

  • De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit grote villa’s, landhuizen en enkele geschakelde herenhuizen

  • De hoofdopzet van het merendeel van de bebouwing bestaat uit twee bouwlagen en een hoog oplopend schilddak

  • De historische en landschappelijke waarde van het landgoed Zorgvliet

  • De historische betekenis en de groenaanleg van de Scheveningseweg alsmede de open structuur van de rand van de wijk langs deze weg als overgang naar de tegenovergelegen Scheveningse Bosjes

  • De Haagse Beek en de waterstructuren aan de Groot Hertoginnelaan en Andries Bickerweg zijn een bepalend element

  • De cultuur- en architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van het Vredespaleis met water en tuinaanleg

Architectonische kenmerken

  • Oorspronkelijke bebouwing hoofdzakelijk in historiserende en traditionele architectuur, enkele gebouwen in de Engelse Landhuissstijl

  • De oorspronkelijke villa’s hebben hoofdzakelijk een monumentale classicistische verschijningsvorm met een symmetrische hoofdopzet, vlakke gevelbehandeling, steile schilddaken of kapvormen met geprononceerde overstekken en kroonlijsten en opvallende hoekschoorstenen

  • Naast villa’s ook voorbeelden van karakteristieke ‘woonhotels’ uit de jaren ’20 in Nieuwe Haagse School architectuur, luxe appartementen met centrale voorzieningen. Ondanks de afwijkende schaal van deze gebouwen is door een compositie met een geleidelijke opklimmende hoogte van bouwdelen is aansluiting gezocht met de omgeving

  • Een aantal gebouwen in het gebied is aangewezen als monument, waaronder bouwwerken uit de jaren ’20 die van (inter)nationale betekenis zijn

Waardering

De karakteristiek van deze vroeg 20e eeuwse wijk bestaat uit een landschappelijke aanleg in glooiend terrein met riante villa's in grote tuinen aan een overwegend gebogen stratenpatroon. Zorgvliet is van belang wegens bijzondere landschappelijke, stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden.

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Bepalend voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zorgvliet en uitgangspunten voor ingrepen in dit beschermd stadsgezicht zijn:

  • De landschappelijke aanleg van het villapark

  • De relatie tussen de bebouwing en het groen en zichtlijnen

  • De samenhang van het geheel

  • De samenhang per ensemble

  • De samenhang per architectonische eenheid

  • De monumentale classicistische villa's

  • De architectonische stijlkenmerken van voornamelijk historiserende en traditionele architectuur

  • t.

    Zuiderpark (rijksbeschermd stadsgezicht)

Het Zuiderpark ligt ten zuidwesten van het centrum en maakte deel uit van het uitbreidingsplan van H.P. Berlage uit 1908. Het park was bedoeld voor de bewoners van zuidwest Den Haag, omdat de hier gesitueerde arbeiderswijken nauwelijks enige groenvoorziening bezaten. Het uiteindelijke ontwerp, de aanleg en de inrichting verliepen aanvankelijk erg traag, maar in 1936 kon het Zuiderpark worden geopend. Het recreatiepark bestaat uit een kern met speelweiden en vijvers, met daar omheen sportterreinen, een boomkwekerij van de Gemeentelijke Plantsoenendienst, een rosarium, een hertenkamp en een 17e eeuwse eendenkooi. Een ringweg vormt de verbindende route waarlangs de diverse parkonderdelen bereikbaar zijn. De monumentale hoofdentree aan het Veluweplein met de bakstenen kolommen en bronzen beelden van Corinne Franzen-Heslenfeld dateert uit 1939-1940. Rondom het ruim 100 hectare grote park is een ringsloot aangelegd ten behoeve van de afwatering.

Het Zuiderpark heeft een landschappelijke aanleg en er staan maar enkele gebouwen, waaronder een boerderij, een sportpark en een horecapaviljoen. Tot voor kort bevond zich hier het stadion van ADO-Den Haag, maar dit is verhuisd naar nieuwbouw in het Forepark. Al in 1925 werd het openluchtzwembad geopend, een langwerpig bad van maar liefst 163 meter lang met afgeronde hoeken, dat was verdeeld in een mannen- en een vrouwenbassin. Dit zwembad is in 1993 gesloten en vervangen door horeca en een overdekt zwembad. Het Zuiderpark heeft haar bijzondere karakter van volkspark met verschillende voorzieningen tot op heden behouden.

Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken en waardering

  • De uit de jaren twintig en dertig daterende parkaanleg met vijvers, speelweiden en tal van educatieve voorzieningen als het eerste Nederlandse voorbeeld van een volkspark waarin de moderne ideeën over de opvoedkundige waarden van natuurbeleving voor de arbeidende klasse zijn weerspiegeld

  • Bijzondere relatie tussen het park en de stedelijke omgeving

  • De eendenkooi die hier al minstens vanaf de zeventiende eeuw is gelokaliseerd en die als de oudste eendenkooi van Nederland kan worden beschouwd

  • Het door de beeldhouwer F. van Haal in 1930 vervaardigde gedenkmonument met de beeltenis van Ot en Sien ter nagedachtenis aan het werk van Jan Ligthart en H. Scheepstra

  • De hoofdentree van het park aan het Veluweplein met monumentale bronzen beelden van Corinne Franzen-Heslenfeld

Uitgangspunten voor de Nota omgevingskwaliteit

Voor het rijksbeschermd stadsgezicht Zuiderpark zijn geen uitgangspunten opgesteld. De landschappelijke waarden en de beperkte bebouwing maken iedere ingreep in dit stadsgezicht maatwerk.

  • *

    Vrederust-West (Drevenbuurt) (voormalig gemeentelijk beschermd stadsgezicht)

Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht van de Drevenbuurt ingetrokken. Op 9 februari 2023 heeft de raad besloten het intrekkingsbesluit aan te passen en de aanwijzing van de Drevenbuurt tot beschermd stadsgezicht fasegewijs in te trekken effectuerend met een nieuw planologisch kader voor de Drevenbuurt. Dat gebeurt met het bestemmingsplan Dreven 1.