Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Wassenaar 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 28-01-2026

Intitulé

Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Wassenaar 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar; overwegende dat het gemeentebestuur kunst- en cultuurparticipatie wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

overwegende dat het gemeentebestuur kunst- en cultuurparticipatie wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;

gelet op:

artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;

de Cultuurnota ‘Rijk aan Cultuur’ 2021;

het Uitvoeringsprogramma Cultuurnota Wassenaar 2021-2024;

de Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2024;

besluit:

de Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Wassenaar 2026 vast te stellen.

Artikel 1. Definities

  • 1. In deze regeling wordt aangesloten bij de begrippen uit de Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025 tenzij daarvan expliciet wordt afgeweken.

  • 2. In deze regeling wordt verstaan onder:

    Asv:

    Algemene subsidieverordening gemeente Wassenaar 2025;

    Awb:

    Algemene wet bestuursrecht;

    duurzame ontwikkelingsdoelen:

    de SDG's, oftewel de Sustainable Development Goals (Duurzame Ontwikkelingsdoelen), zijnde 17 doelstellingen opgesteld door de Verenigde Naties in 2015 (www.sdgnederland.nl);

    eigen vermogen:

    vrij besteedbaar eigen vermogen conform de voor die aanvrager geldende boekhoudkundige principes conform laatst bekende begroting of jaaroverzicht;

    inwoner:

    een persoon die woont in de gemeente Wassenaar;

    overhead:

    de overheadkosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Deze kosten zijn nodig om de organisatie in haar geheel goed te laten functioneren en vallen vaak onder de categorie van indirecte kosten;

    subsidieplafond:

    het bedrag dat gedurende een bepaalde periode beschikbaar is voor alle voor toewijzing in aanmerking komende aanvragen;

    verbonden rechtspersonen:

    met een verbonden rechtspersoon wordt bijvoorbeeld een steunstichting of een ‘Vrienden van…’ bedoeld. Een verbonden rechtspersoon is een juridische entiteit die wordt opgericht om een specifiek doel te ondersteunen, zoals het financieren van een goed doel of een organisatie;

    Verklaring Omtrent het Gedrag:

    een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgestelde verklaring die laat zien dat het (justitiële) verleden van een sollicitant of medewerker geen bezwaar vormt voor een bepaalde baan of functie;

    voltijdsequivalent:

    full time equivalent (fte) oftewel de rekeneenheid waarmee de omvang van een functie wordt uitgedrukt. 1 fte omvat de standaard werkweek in de desbetreffende organisatie.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze regeling.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het bevorderen van kunst- en cultuurparticipatie van inwoners van Wassenaar in de gemeente Wassenaar door het stimuleren van kunst- en cultuuractiviteiten, zodat sociale verbinding wordt bevorderd en wordt bijgedragen aan een gevarieerd en hoogwaardig cultureel veld.

Artikel 4. Activiteiten

  • 1. Het college verstrekt op grond van deze regeling uitsluitend subsidie voor eenmalige of structurele activiteiten die een bijdrage leveren aan het realiseren van de in artikel 3 genoemde doelstelling.

  • 2. Subsidie wordt voor ten hoogste één kalenderjaar of boekjaar verstrekt.

Artikel 5. Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn alle kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten met dien verstande dat kosten per voltijdsequivalent die meer bedragen dan de loonkosten in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst moeten worden voorzien van een toelichting.

  • 2. Voor zover er subsidie wordt gevraagd voor investeringen, kunnen uitsluitend de afschrijvingskosten ervan voor subsidie in aanmerking komen, voor zover deze toerekenbaar zijn aan de activiteit.

  • 3. Behoudens de gevallen waarin het college toepassing geeft aan artikel 4:3, onderdeel g, artikel 4:4 of artikel 4:5 van de Asv, of artikel 4:57 van de Awb, komen bij het vaststellen van verleende subsidies komen slechts de werkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 7. Wijze van verdeling en subsidieplafond

  • 1. Het college kan subsidieplafonds en -deelplafonds vaststellen.

  • 2. Subsidieplafonds en -deelplafonds worden jaarlijks bij separaat besluit bekendgemaakt. Daarbij wordt steeds vermeld voor welke activiteiten het plafond of deelplafond geldt.

  • 3. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het aangevraagde subsidiebedrag van alle voor subsidie in aanmerking komende aanvragen naar rato verlaagd met hetzelfde kortingspercentage. Dit percentage wordt berekend door het bedrag van de overschrijding van het plafond te delen door het totaalbedrag van de in aanmerking komende subsidieaanvragen.

  • 4. Subsidieverlening op grond van deze regeling vindt plaats onder voorbehoud van de vaststelling van de gemeentelijke begroting.

  • 5. Indien als gevolg van het vaststellen van de begroting de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen volledig te honoreren, kan het college besluiten tot verlaging van het subsidieplafond, of wijziging of intrekking van verleende subsidies.

  • 6. Het college kan besluiten tot verhoging van het subsidieplafond.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1. In aanvulling op artikel 2:2 van de Asv bevat een subsidieaanvraag tevens:

    • a.

      inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager;

    • b.

      inzicht in de mate waarin is gezocht naar cofinanciering.

  • 2. De aanvrager maakt gebruik van beschikbaar gestelde formats.

Artikel 9. Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 2:3, tweede lid van de Asv, kan subsidie voor eenmalige activiteiten vanaf 2026 uitsluitend worden aangevraagd van 1 maart tot 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 10. Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd artikel 4:35 van de Awb en artikel 2:5 van de Asv kan de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als:

  • a.

    eenzelfde subsidieaanvraag voor eenmalige activiteiten van minder dan € 2.500 niet eerder is afgewezen door een lokaal fonds;

  • b.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met het algemeen belang of de openbare orde;

  • c.

    aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;

  • d.

    de activiteiten niet of in onvoldoende mate zullen bijdragen aan het doel van de regeling.

Artikel 11. Beslistermijn

In afwijking van artikel 2:4, tweede lid, van de Asv beslist het college op aanvragen voor een eenmalige subsidie uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd of waarin de activiteiten plaatsvinden.

Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onverminderd afdeling 4.2.4 van de Awb en de artikelen 3:1 en 3:2 van de Asv gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger is verplicht zijn activiteiten inclusief en toegankelijk uit te voeren tenzij dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs niet van de subsidieontvanger kan worden verlangd;

  • b.

    de subsidieontvanger is verplicht zich in te spannen om zoveel mogelijk bij te dragen aan de duurzame ontwikkelingsdoelen;

  • c.

    de subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een recente Verklaring Omtrent het Gedrag voor zover gewerkt wordt met kwetsbare personen.

Artikel 13. Eindverantwoording

In aanvulling op artikel 3:5 van de Asv moet bij de verantwoording worden gerapporteerd over:

  • a.

    het aantal personen dat per activiteit is bereikt met activiteiten;

  • b.

    het aantal evenementen dat is georganiseerd, en;

  • c.

    afwijkingen in realisatie ten opzichte van begroting van meer dan 10%.

Artikel 14. Bevoorschotting en betaling in gedeelten

Subsidies die niet direct worden vastgesteld worden bij de aanvang van de activiteit betaald door middel van een voorschot ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 15. Hardheidsclausule

Als een bepaling in deze regeling gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kan het college besluiten deze buiten toepassing te laten.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na publicatie.

  • 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Kunst en Cultuur gemeente Wassenaar 2026.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt geëvalueerd omstreeks 1 januari 2028.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering, gehouden op 13 januari 2026

drs. A.P.A. Oostermeijer

Gemeentesecretaris

drs. L.A. de Lange

burgemeester

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Definities

In dit artikel staan de definities van specifieke begrippen die worden genoemd in deze regeling. Indien de definitie van een bepaald begrip niet in deze lijst staat beschreven, dan staat deze mogelijk beschreven in de Asv. De Asv moet in samenhang met deze subsidieregeling worden gelezen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. Regels in deze regeling gelden dus niet voor andere subsidies die de gemeente verstrekt.

Artikel 3. Doel van de regeling

Alleen subsidieaanvragen die bijdragen aan het in dit artikel genoemde beleidsdoel komen voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4. Activiteiten

Alle activiteiten die volgens het college bijdragen aan het doel van de subsidieregeling komen voor subsidie in aanmerking. Bijvoorbeeld:

  • -

    voorstellingen;

  • -

    optredens;

  • -

    concerten;

  • -

    educatieve activiteiten;

  • -

    kennisuitwisseling;

  • -

    tentoonstellingen.

Artikel 5. Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen. Ook door verenigingen met beperkte rechtsbevoegdheid. Natuurlijke personen met een aanvraag die past bij het doel van deze regeling kunnen zich wenden tot het Fonds Wassenaar.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Alle kosten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De overheadkosten (vaste kosten) van de organisatie komen alleen in aanmerking voor subsidie als deze niet al zijn meegenomen in de berekening van de loonkosten. Vaste kosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld kosten voor telefoon en internet, portokosten, energiekosten, verzekeringskosten, onderhoudskosten, huisvesting, administratie, ICT en management. Afschrijvingen en accommodatiekosten komen voor subsidie in aanmerking voor zover deze toerekenbaar zijn aan het jaar van de subsidieperiode. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidie die niet is besteed aan de bij verlening afgesproken activiteiten wordt in principe teruggevorderd, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.

Artikel 7. Wijze van verdeling en subsidieplafond

De beoordeling vindt plaats in drie stappen. Eerst wordt gekeken welke kosten in aanmerking komen voor subsidie. Vervolgens worden de weigeringsgronden toegepast. Indien de bedragen van de aanvragen die dan resteren gezamenlijk het subsidieplafond overschrijden, wordt dat resterende subsidiebedrag van alle aanvragen vervolgens nog gelijkmatig (pro-rata) verlaagd op basis van de overschrijding.

Artikel 8. Aanvraag

Naast de eisen die worden gesteld aan een subsidieaanvraag in de Asv moet de aanvrager inzicht verschaffen in het eigen vermogen en de mate waarin is of zal worden gezocht naar alternatieve financiering zodat het college kan toetsen in hoeverre de subsidie noodzakelijk is.

Artikel 9. Aanvraagtermijn

Vanaf 2026 kunnen alle subsidieaanvragen jaarlijks worden ingediend van 1 maart tot 1 juni.

Artikel 10. Aanvullende weigeringsgronden

Het college kan subsidieaanvragen geheel of deels weigeren. Bijvoorbeeld indien het college vindt dat de aangevraagde subsidie te hoog is in relatie tot het eigen vermogen van de aanvrager of dat van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen. Aanvragers van een eenmalige subsidie van minder dan € 2.500 moeten zich eerst wenden tot een lokaal fonds en laten zien dat een (nagenoeg) dezelfde aanvraag daar is afgewezen. Voor de structurele activiteiten hoeft de aanvrager zich niet eerst tot een fonds te wenden.

Artikel 11. Beslistermijn

Vanaf 2026 beslist het college op alle soorten subsidieaanvragen uiterlijk op 1 oktober.

Artikel 12. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Naast de verplichtingen die gelden of kunnen worden opgelegd zoals genoemd in de Awb en de Asv moet de subsidieontvanger zich ook inspannen om te zorgen dat de activiteiten toegankelijk en inclusief worden uitgevoerd, en beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een VOG (met het juiste screeningsprofiel) indien wordt gewerkt met kwetsbare doelgroepen.

Artikel 13. Eindverantwoording

Uit het inhoudelijke verslag (volgens het digitale format) moet blijken in hoeverre de doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd en aan de verplichtingen is voldaan. Daaronder wordt in ieder geval ook verstaan de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd conform de rangschikkingscriteria van artikel 7.

Artikel 14. Bevoorschotting

In artikel 3:3 van de Asv staat dat het college subsidies van ten hoogste € 5.000 direct vaststelt. Dit betekent dat de subsidie meteen wordt betaald en er geen (of steekproefsgewijze) controle achteraf plaatsvindt. Soms vindt het college het echter belangrijk om de subsidie eerst te verlenen en pas vast te stellen nadat bijvoorbeeld is aangetoond dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.

Artikel 15. Hardheidsclausule

In uitzonderlijke gevallen kan het college van de regeling afwijken. De subsidieaanvrager of subsidieontvanger moet zelf een beroep doen op deze clausule.

Artikel 16. Slotbepalingen

De regeling heeft geen einddatum en wordt op of omstreeks 1 januari 2028 geëvalueerd.