Regeling vervalt per 31-12-2028

Nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026

Geldend van 03-02-2026 t/m 30-12-2028

Intitulé

Nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026

Het college van Gedeputeerde Staten van Flevoland,

Overwegende dat:

De provincie de komende jaren grote behoefte heeft aan gekwalificeerd personeel voor de grote transitieopgaven. Net als in andere regio's heeft Flevoland te maken met flinke krapte op een snel veranderende arbeidsmarkt. Provincie Flevoland heeft in samenwerking met partners een verkenning laten uitvoeren naar een Ontwikkelfonds voor het om- en bijscholen van Flevolanders. Provinciale Staten heeft hiervoor middelen beschikbaar gesteld.

deze middelen worden ingezet in de vorm van een subsidie om een impuls te geven aan het versterken van de arbeidsmarkt via een leven lang leren en ontwikkelen;

daarmee de inwoners in staat worden gesteld een hoger opleidingsniveau te halen;

daarmee de inwoners worden ondersteund van en naar werk en behoud van werk;

daarmee de weerbaarheid van inwoners en ondernemingen wordt versterkt;

daarmee de transitie van de arbeidsmarkt wordt bevorderd;

daarmee de brede welvaartspositie van de provincie wordt verbeterd.

de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 een procedureel kader geeft voor subsidiering van activiteiten die passen in het provinciaal beleid;

in de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023 aan het college van Gedeputeerde Staten de bevoegdheid is toegekend om nadere regels vast te stellen die onder meer betrekking hebben op subsidiecriteria;

gelet op het bepaalde in artikel 4, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023.

BESLUITEN:

De volgende nadere regels vast te stellen: nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026.

Artikel 1. Definities

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: een natuurlijk persoon wonend in de provincie Flevoland of een in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven rechtsvorm gevestigd in de provincie Flevoland;

  • b.

    Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • c.

    arrangementskosten: door de opleider verplicht gestelde kosten voor maaltijden, consumpties en overnachtingskosten;

  • d.

    ASF 2023: Algemene Subsidieverordening Flevoland 2023;

  • e.

    bewijs van deelname: een door de opleider opgesteld document met vermelding van de naam van de aanvrager en de gevolgde scholingsactiviteit, waarin is aangegeven dat de scholingsactiviteit is afgerond;

  • f.

    begunstigde van de aanvraag: de persoon die de scholing gaat volgen;

  • g.

    erkende (onderwijs-)instelling: (onderwijs-)instelling of opleider die genoemd is op één van de drie lijsten van het ministerie van OCW met registeropleidingen voor mbo, hbo en WO, dan wel een CEDEO-, NRTO- of CRKBO-erkenning heeft. Ook branche specifieke opleidingen of certificeringen zijn toegestaan wanneer de branche als lid is aangesloten bij MKB-Nederland of VNO-NCW;

  • h.

    frontoffice: voor inwoners het Regionaal Werkcentrum. Voor ondernemingen het MKB-schakelteam van Horizon Flevoland;

  • i.

    kansrijke beroepen: een beroep dat ofwel door het UWV is opgenomen in het meest recente overzicht van kansrijke beroepen in de regio, of waarbij de inwoner een baangarantie van een werkgever kan aantonen;

  • j.

    Leven Lang Ontwikkelen: alle leeractiviteiten tijdens de loopbaan die worden ingezet om vaardigheden te verbeteren;

  • k.

    stuwende sectoren: (high)tech, ICT, logistiek, bouw, maritiem, agrofood en energie/elektrificatie;

  • l.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van een subsidie op grond van deze nadere regels;

  • m.

    transitie van de arbeidsmarkt: De structurele verschuiving in de samenstelling, organisatie en dynamiek van werk, waarbij de vraag naar vaardigheden, sectorale werkgelegenheid en loopbaanpaden merkbaar verandert door technologische, demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen. In deze transitie ontstaan tekorten in sommige beroepen en groei in andere, wat vraagt om gerichte (om)scholing en mobiliteit op basis van kansrijke beroepen;

  • n.

    vakinhoudelijke scholing: scholing gericht op het leren of ontwikkelen van praktische vaardigheden en theoretische kennis die nodig zijn om de (toekomstige) functie of het beroep uit te kunnen oefenen, met als doel de kansen van de deelnemer op de arbeidsmarkt te verbeteren. De scholing leidt op tot een beroep of functie of onderdeel van een beroep/functie;

  • o.

    verbonden onderneming: aantal binnenlandse of buitenlandse ondernemingen zodanig verbonden met elkaar dat ze samen een groep of concern vormen. Dat kan op verschillende manieren, zie voor meer informatie: https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/tvl/veelgestelde-vragen/grote-ondernemingen;

  • p.

    voorliggende voorziening: een andere (overheids-)organisatie die de subsidiabele kosten van de activiteit kan vergoeden.

Artikel 2. Doel van de nadere regels

Deze nadere regels hebben tot doel:

  • a.

    om aan potentiële aanvragers duidelijkheid te verschaffen over de inhoudelijke criteria waaraan aanvragen om subsidie worden getoetst;

  • b.

    het stimuleren van scholing onder de bevolking wonend en ondernemingen gevestigd in de provincie, waarmee een leven lang leren en ontwikkelen wordt gestimuleerd, waardoor de arbeidsmarktpositie wordt versterkt.

Artikel 3. Doelgroepen

Subsidie kan aangevraagd worden door:

  • a.

    een inwoner in de provincie Flevoland;

  • b.

    een onderneming die conform het handelsregister van de Kamer van Koophandel fysiek gevestigd is in de provincie Flevoland, voor haar werknemers.

Artikel 4. Subsidievorm

Het college van Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze nadere regels subsidie aan de aanvrager in de vorm van een geld bedrag.

Artikel 5. Subsidieplafond en rangschikking

  • 1. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor 2026 € 750.000.

  • 2. Van het in het eerste lid genoemde bedrag wordt:

    • a.

      € 250.000 beschikbaar gesteld voor scholing die bijdraagt aan de transitie van de arbeidsmarkt waarvan:

      • I.

        € 125.000 wordt beschikbaar gesteld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel 3 lid 1 en;

      • II.

        € 125.000 wordt beschikbaar gesteld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel 3 lid 2.

    • b.

      € 500.000 beschikbaar gesteld voor scholing die bijdragen aan de stuwende sectoren waarvan:

      • I.

        € 250.000 wordt beschikbaar gesteld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel 3 lid 1 en;

      • II.

        € 250.000 wordt beschikbaar gesteld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel 3 lid 2.

  • 3. De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen (dat wil zeggen aanvragen die voldoen aan alle formele vereisten die zowel in de ASF als de nadere regels zijn voorgeschreven) in behandeling worden genomen.

  • 4. Wanneer de aanvrager in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag op grond van artikel 4:5 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de dag waarop de aanvraag volledig is.

  • 5. Het subsidieplafond voor de jaren 2027 tot en met 2028 wordt via een apart besluit door Gedeputeerde Staten tijdig kenbaar gemaakt.

  • 6. Gedeputeerde Staten kunnen besluiten middelen te verschuiven tussen de in het tweede lid genoemde deelplafonds, indien dit noodzakelijk is om beschikbare middelen optimaal te benutten.

Artikel 6. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 12, eerste lid van de ASF 2023 wordt subsidie geweigerd als:

  • a.

    er een volledig dekkende voorliggende voorziening is;

  • b.

    de aanvraag niet voldoet aan gestelde eisen in deze nadere regels;

  • c.

    voor dezelfde begunstigde van de aanvraag op grond van deze nadere regels reeds subsidie is verstrekt.

Artikel 7. Subsidieverplichting

  • 1. De scholingsactiviteit start pas nadat de subsidieaanvraag is ingediend en start uiterlijk binnen zes maanden vanaf het indienmoment.

  • 2. De scholing wordt afgesloten met een diploma, certificaat of een bewijs van deelname.

Artikel 8. Subsidiecriteria

Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet voldaan worden aan de volgende criteria:

  • a.

    de aanvrager heeft een scholingsgesprek gehad met de frontoffice;

  • b.

    de begunstigde van de subsidieaanvraag is zestien jaar of ouder;

  • c.

    de scholing betreft vakinhoudelijke om- of bijscholing;

  • d.

    de scholing heeft geen betrekking op regulier bekostigd onderwijs;

  • e.

    de scholing heeft geen betrekking op door de wet- en regelgeving verplichte scholing;

  • f.

    de scholing wordt gegeven door een erkende (onderwijs-)instelling;

  • g.

    In afwijking van lid 6 kan scholing worden gegeven door een niet-erkende (onderwijs-) instelling, mits er geen erkende (onderwijs-)instelling is met een vergelijkbaar aanbod;

  • h.

    de scholingsactiviteit versterkt de positie op de arbeidsmarkt van de inwoner woonachtig of werknemers van ondernemingen gevestigd in de provincie Flevoland;

  • i.

    de scholingsactiviteit draagt bij aan de stuwende sectoren dan wel aan de transitie op de arbeidsmarkt.

Artikel 9. Vereisten subsidieaanvraag en procedure

  • 1. De aanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het formulier op de website van provincie Flevoland.

  • 2. De aanvraag bevat in elk geval de volgende documenten:

    • a.

      één of meerdere offertes waaruit de naam van de scholing, de naam van de opleider en de kosten blijken;

    • b.

      een document van de frontoffice waaruit blijkt dat de scholingsbehoefte is besproken, naar voorliggende voorzieningen is gezocht en de criteria van deze nadere regels zijn besproken.

  • 3. In de subsidieaanvraag voor inwoners, genoemd in artikel 3 sub a, wordt vermeld:

    • a.

      NAW-gegevens, gemeente, geslacht, geboortedatum;

    • b.

      hoogst genoten opleidingsniveau, huidige inkomstenbron, huidige functie en sector waarin aanvrager actief is;

    • c.

      naam scholing, niveau scholing, naam opleider en erkenning opleider;

    • d.

      de start- en einddatum van de scholing;

    • e.

      persoonlijke motivatie en onderbouwing waarom de scholing de positie op de arbeidsmarkt versterkt;

    • f.

      de kosten van de scholing, de gevraagde subsidie en mogelijke eigen bijdrage of bijdragen van anderen.

  • 4. In de subsidieaanvraag voor ondernemingen, genoemd in artikel 3 sub b, wordt vermeld:

    • a.

      NAW-gegevens onderneming, hoofdvestiging gemeente en sector;

    • b.

      NAW-gegevens, geslacht, geboortedatum van de werknemer waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      hoogst genoten opleidingsniveau en huidige functie van werknemer waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • d.

      naam scholing, niveau scholing, naam opleider en erkenning opleider;

    • e.

      de start- en einddatum van de scholingsactiviteit;

    • f.

      persoonlijke motivatie en onderbouwing van de werknemer waarom de scholing de positie op de arbeidsmarkt versterkt;

    • g.

      de kosten van de scholing, de gevraagde subsidie en mogelijke eigen bijdrage of bijdragen van anderen.

  • 5. Per aanvraag kan voor één werknemer subsidie worden aangevraagd.

  • 6. De vereisten van artikel 15 van de ASF 2023 zijn niet van toepassing.

Artikel 10. Subsidiabele kosten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor directe scholingskosten, zoals cursus-, les- of collegegeld, examen-, (elektronische) boeken-, inschrijvings- en arrangementskosten en eventuele btw die niet kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden terugbetaald of gecompenseerd.

Artikel 11. Niet-subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 9 van de ASF 2023 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    reis- en verblijfskosten, welke geen onderdeel zijn van arrangementskosten;

  • b.

    kosten ten behoeve van (elektronische) hulpmiddelen, zoals laptops, tablets, en soortgelijke middelen;

  • c.

    kosten van de aanschaf van bedrijfsinventaris;

  • d.

    aanvullende kosten na de start van de scholing zoals extra lessen en of herkansingen/-examens;

  • e.

    loonverletkosten voor de deelnemers aan de gesubsidieerde activiteit.

Artikel 12. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt voor:

    • a.

      Inwoners zoals bedoeld in artikel 3 lid 1, minimaal € 1.000 en maximaal € 2.000 exclusief btw. Indien de opleider niet vrijgesteld is van btw dan zal het subsidiebedrag worden verhoogd met de btw over het te verlenen subsidiebedrag.

    • b.

      Werknemers zoals bedoeld in artikel 3 lid 2, 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 750 en een maximum van € 2.000 exclusief btw per werknemer.

  • 2. In tegenstelling tot lid 1, bedraagt het maximale subsidiebedrag voor kansrijke beroepen in stuwende sectoren € 3.500.

  • 3. De aanvrager mag voor elke begunstigde van de subsidie één keer subsidie aanvragen gedurende twee jaar.

  • 4. Voor een onderneming en zijn of haar verbonden ondernemingen geldt een maximaal aan te vragen bedrag van € 15.000 exclusief btw gedurende twee jaar.

Artikel 13. Vaststelling en afronding scholingsactiviteit

  • 1. Overeenkomstig artikel 25 van de ASF 2023 wordt de subsidie direct vastgesteld. De uitbetaling vindt plaats aan de opleider.

  • 2. Binnen dertien weken na afronden van de activiteit overlegt de aanvrager een bewijs van deelname.

Artikel 14. Staatssteun

In deze subsidieregeling is sprake van staatssteun. Staatssteun is gereguleerd op Europees niveau en moet op basis van Europese recht worden gerechtvaardigd. In deze subsidieregeling is gebruik gemaakt van de rechtvaardigingsgrond voor staatssteun genoemd in artikel 107 en 108 van het VWEU. De regeling is geoorloofd op grond van artikel 31 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315 van de Commissie van 23 juni 2023).

Artikel 15. Meewerken aan onderzoek

De subsidieaanvrager werkt mee aan door of namens het college van Gedeputeerde Staten ingesteld onderzoek dat erop is gericht het college van Gedeputeerde Staten inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de ontwikkeling van het beleid van de provincie Flevoland.

Artikel 16. Evaluatie

  • 1. De nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026 kunnen tussentijds geëvalueerd worden.

  • 2. De resultaten van de in het eerste lid genoemde evaluatie kunnen aanleiding geven tot wijziging van de nadere regels.

Artikel 17. Overgangsrecht

  • 1. De nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert worden ingetrokken.

  • 2. De op grond van artikel 12, tweede lid, van de nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert aangevangen termijn wordt onder deze nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026 voortgezet.

  • 3. Indien de in het tweede lid bedoelde termijn nog niet is verstreken, wordt subsidie die is verleend op grond van de nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert in mindering gebracht op het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van deze nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026.

Artikel 18. Inwerkingtreding

  • 1. De nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026 treden met ingang van 3 februari 2026 in werking.

  • 2. Deze nadere regels vervallen van rechtswege op 31 december 2028, tenzij de nadere regels eerder worden ingetrokken.

Artikel 19. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: ‘Nadere regels Ontwikkelfonds Flevoland Leert 2026’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland van 20 januari 2026.

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

de secretaris,

de voorzitter