Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-04-2026

Intitulé

Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2026

De raad van de gemeente Eindhoven;

gezien het voorstel van het fractievoorzittersoverleg;

gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet;

besluit:

  • I.

    Vast te stellen de Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2026

  • II.

    In te trekken de Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2023

  • III.

    Voor de daarop volgende raadsperiode (april 2030 tot april 2034) of structureel, de aanvullend beschikbaar gestelde serieel incidentele middelen voor ondersteuning raadsfracties, te weten voor huisaccountantscontrole en 0,5 FTE fractie ondersteuning, wederom te betrekken bij de begrotingsbehandeling.

Intitulé

De raad van de gemeente Eindhoven;

gezien het voorstel van het fractievoorzittersoverleg;

gelet op artikel 33, derde lid van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2026

Artikel 1 Definities

  • a.

    accountant: de onafhankelijke huisaccountant die belast is met de controle van de uitgaven die gedaan zijn op basis bij deze verordening;

  • b.

    egalisatiereserve: het verschil tussen de ontvangen financiële bijdrage en de bekostiging van de activiteiten waarvoor de financiële bijdrage is verleend;

  • c.

    fractie: één of meer raadsleden die onder dezelfde naam zitting hebben in de gemeenteraad die ten tijde van het begin van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad is geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet;

  • d.

    fractievoorzittersoverleg: het overleg van de fractievoorzitters ingesteld volgens het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad;

  • e.

    financiële bijdrage: fractieondersteuning in de vorm van een financiële bijdrage waarop een stichting jaarlijks aanspraak kan maken ingevolge deze verordening ten behoeve van de uitvoering van de werkzaamheden van de fractie in de gemeenteraad;

  • f.

    fusie: fracties die samen gaan en één partij vormen;

  • g.

    gemeenteraad: gemeenteraad van Eindhoven;

  • h.

    nieuwe fractie: elke groepering in de gemeenteraad die niet ten tijde van het begin van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad is geregistreerd overeenkomstig artikel G3 van de Kieswet, maar die is gevormd ten gevolge van afsplitsing van een of meer raadsleden;

  • i.

    splitsing: een of meer raadsleden scheiden zich af van een fractie en sluiten zich aan bij een andere fractie of vormen een nieuwe fractie;

  • j.

    stichting: een door een fractie ter assistentie van de fractie aangewezen stichting, welke statutair uitsluitend is belast met de besteding en verantwoording van de financiële bijdrage zoals bedoeld in deze verordening;

  • k.

    tegemoetkoming: de financiële bijdrage bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • l.

    verantwoording: een specificatie van de binnen het kader van deze verordening ten behoeve van de werkzaamheden door de fracties gemaakte kosten over het voorafgaande jaar;

  • m.

    verrekenen: middels het in specifieke gevallen aanpassen van de hoogte van het maandelijkse voorschot wegens af te wikkelen vorderingen op de tegemoetkoming;

  • n.

    voorschot: 1/12 deel van de jaarlijkse tegemoetkoming.

Artikel 2 Recht op financiële bijdrage

  • 1. De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.

  • 2. De financiële bijdrage hoeft niet aangevraagd te worden, maar wordt berekend door de griffie op basis van het zetelaantal van de fractie. De fractie ontvangt jaarlijks een beschikking met de berekening van de financiële bijdrage.

  • 3. De financiële bijdrage bestaat uit een vaste en een variabele component, een tegemoetkoming voor de accountantscontrole en 0,5 fte fractie ondersteuning. Deze worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het binnen de begroting van de gemeente Eindhoven vastgestelde indexeringspercentage.

  • 4. De vaste component bedraagt per fractie vanaf april 2026 € 16.358,93 en vanaf januari 2027 € 21.811,90 per fractie per jaar, op basis van prijspeil 2026.

  • 5. De variabele component bedraagt vanaf april 2026 € 1.032,90 en vanaf januari € 1.377,20 voor elke raadszetel van de fractie per jaar, op basis van prijspeil 2026.

  • 6. De financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor de huisaccountantscontrole, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3, bedraagt €2.800,- per fractie per jaar voor de periode 01-04-2026 tot 01-04-2030, op basis van prijspeil 2026.

  • 7. Voor de 0,5 FTE fractie ondersteuning is in een verhouding van 80% vaste vergoeding en 20% variabel bedrag per fractiezetel beschikbaar:

  • a.

    Voor 1 april 2026 tot en met 31 december 2026 vaste component (0,4 fte): € 24.600+ de variabele component € 1.640 x zetelaantal;

  • b.

    Voor de jaren 2027 tot en met 2029: vaste component (0,4 fte) € 33.600 +de variabele component € 2.240 x zetelaantal;

  • c.

    Van 1 januari tot en met 1 april 2030: vaste component (0,4 fte) € 8.400 + de variabele component € 560 x zetelaantal. De Algemene Subsidie Verordening (ASV) Eindhoven is niet van toepassing op de financiële bijdrage.

  • 8. In aanvulling op de financiële bijdrage, wordt aan elke fractie een kamer in het stadhuis ter beschikking gesteld. Aan fracties kunnen daarnaast ICT-voorzieningen en facilitaire voorzieningen worden verstrekt.

Artikel 3 Besteding financiële bijdrage

  • 1. De onderdelen van de financiële bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden uitsluitend besteed aan werkzaamheden van de fractie binnen de volgende bestedingscategorieën:.

  • a.

    facilitair en administratief;

  • b.

    ondersteuning van inhoudelijke aard van de fractie;

  • c.

    fractiegerichte opleidingen;

  • d.

    ondersteuning bij de organisatie van fractie-/themabijeenkomsten;

  • e.

    het bevorderen van het professionaliseringsproces van de fractie.

  • 2. De onderdelen van de financiële bijdrage zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, mogen niet worden gebruikt ter bekostiging van:

  • a.

    uitgaven die in strijd zijn met enige wettelijke bepaling;

  • b.

    betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten en/of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;

  • c.

    uitgaven aan raadsleden die bekostigd dienen te worden uit de vergoedingen die raadsleden bij of krachtens de Gemeentewet ontvangen;

  • d.

    giften, leningen, beleggingen en voorschotten;

  • e.

    uitgaven ten behoeve van buitenlandse reizen;

  • f.

    uitgaven aan raadsleden of bedrijven waarover raadsleden middellijk of onmiddellijk zeggenschap hebben, voor werkzaamheden die zij als beleidsmedewerker of anderszins in opdracht van de fractie verrichten;

  • g.

    uitgaven die geheel of gedeeltelijk in het belang zijn of worden geacht van politieke partijen dan wel daaraan verbonden instellingen of natuurlijke personen;

  • h.

    directe of indirecte bevoordeling van derden ten nadele van de gemeente;

  • i.

    kosten voor kantoorruimte voor de fractie buiten het stadhuis.

  • 3. Voor alle uitgaven geldt, dat deze afdoende worden verantwoord door onderliggende bescheiden, zijnde gespecificeerde declaraties waarbij de functionele aanleiding is aangegeven.

Artikel 4 Betaling voorschot

  • 1. De in artikel 2 bedoelde financiële bijdrage wordt als voorschot jaarlijks vóór 15 januari aan de stichting van de fractie uitgekeerd.

  • 2. In een verkiezingsjaar bestaat het voorschot uit de bijdrage voor drie maanden en volgt de bijdrage voor de overige negen maanden vóór 15 april. Indien de gemeente bij wijze van voorschot uitgaven doet voor een fractie worden deze periodiek in rekening gebracht.

  • 3. De stichting maakt voor de ontvangst en uitgaven van de financiële bijdrage gebruik van één bankrekening. Deze rekening heeft volgens de statuten de ondersteuning van de betreffende fractie ten doel. Deze rekening wordt niet gebruikt voor andere doeleinden. Daarnaast kan de stichting één spaarrekening gebruiken ten behoeve van een (tijdelijk) liquiditeitsoverschot.

  • 4. De griffier kan op aanvraag en bij gebleken noodzaak een afwijkend betaalschema vaststellen.

Artikel 5 Gevolgen splitsen of einde bestaan fractie

  • 1. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden kan deze nieuwe fractie geen aanspraak maken op de door de fractie in de oude samenstelling opgebouwde egalisatiereserve.

  • 2. De nieuwe groepering voldoet binnen zes weken na het ontstaan van de nieuwe groepering aan al het in deze verordening gestelde. Alle regels uit deze verordening zijn overeenkomstig van toepassing op een nieuwe groepering.

  • 3. De nieuwe groepering kan aanspraak maken op de overige voorzieningen, bedoeld in artikel 2, lid 9.

  • 4. Als één of meer raadsleden zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel (art 2, lid 5 en lid 7) naar rato van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, het daaropvolgende jaar toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij wordt aangesloten.

  • 5. Het als gevolg van een splitsing te veel betaalde voorschot wordt met het volgende voorschot dan wel aan het einde van het jaar verrekend. Bij het einde bestaan fractie wordt in de maand volgend op besluit het teveel betaalde voorschot teruggestort.

  • 6. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 6 Egalisatiereserve

  • 1. De stichting kan een egalisatiereserve opbouwen en aanhouden. Het bestedingsdoel van de reserve is in overeenstemming met artikel 3 lid 1 van deze verordening.

  • 2. De omvang van de egalisatiereserve is in 2026 en 2027 gemaximeerd op 75% van de jaarlijkse tegemoetkoming en in 2028, 2029 en 2030 op 50% van de jaarlijkse tegemoetkoming.

  • 3. De omvang van de egalisatiereserve wordt jaarlijks door de huisaccountant beoordeeld en vastgesteld. Indien bij de vaststelling de reserve groter is dan het gestelde maximum, vindt verrekening van het verschil plaats door inhouding op de eerstvolgende periodieke betaling(en), danwel door terugstorting van het verschil in de gemeentekas.

  • 4. Aan het einde van de raadsperiode dan wel dat de fractie tijdens de zittingsperiode ophoudt te bestaan, valt de reserve terug aan de gemeente.

  • 5. De vorming van andere reserves dan de egalisatiereserve ten laste van de financiële bijdrage is niet toegestaan.

  • 6. Het is een stichting niet toegestaan een tijdelijk of permanent liquiditeitsoverschot op een andere rekening te storten dan een uitsluitend voor dit doel geopende en beheerde spaarrekening. Indien een stichting dat wenst is het tevens mogelijk een liquiditeitsoverschot tussentijds terug te storten aan de gemeente.

  • 7. De aard van de in het vorige lid bedoelde spaarrekening is zodanig dat de nominale omvang van de stortingen intact blijft en dat te allen tijde het gehele tegoed voor de stichting onmiddellijk en zonder betaling van boetes opeisbaar is.

  • 8. De omvang van de egalisatiereserve (stand per 31 december) wordt door de huisaccountant meegenomen bij de controle van de verantwoording over het jaar waarin verkiezingen hebben plaatsgevonden. Het bedrag dat het maximum overschrijdt, wordt door de stichting van een fractie die na verkiezingen wederom in de gemeenteraad is vertegenwoordigd, binnen een maand na vaststelling van de financiële bijdrage door de gemeenteraad teruggestort in de gemeentekas. De hoogte van het maximum toegestane bedrag is de te ontvangen financiële bijdrage over het jaar volgend op het verkiezingsjaar.

  • 9. De stichting aangewezen door een fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt dan wel ophoudt te bestaan, of door een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, is verplicht de opgebouwde egalisatiereserve te restitueren aan de gemeente, met uitzondering van het gedeelte van de egalisatiereserve dat moet worden aangewend voor de afhandeling van nog lopende (personele) verplichtingen. Restitutie van de egalisatiereserve dient plaats te vinden binnen een maand na vaststelling van de financiële bijdrage als bedoeld in artikel 9 lid 2 door de gemeenteraad, tenzij de voormalige fractie schriftelijk en gemotiveerd aan het dagelijks bestuur van de gemeenteraad aangeeft waarom deze termijn niet haalbaar is en daarbij tevens aangeeft voor welke datum restitutie zal plaatsvinden.

Artikel 7 Administratieve verplichtingen

  • 1. De financiële administratie wordt gevoerd op basis van het stelsel van baten en lasten. Deze administratie wordt op een zodanige wijze gevoerd dat deze steeds een volledig en juist inzicht geeft in alle bezittingen en schulden, verplichtingen, baten en lasten, alsmede overige gegevens die voor de financiële verantwoording van belang zijn. Het fractievoorzittersoverleg kan een format vaststellen dat de raadsfracties bij hun verslaglegging dienen te gebruiken en kan nadere eisen stellen aan de financiële administratie of aan de verslaglegging.

  • 2. Elke fractie houdt een overzicht bij van de secretariële ondersteuning gemaakte uren.

  • 3. Andere inkomstenbronnen dan de financiële bijdrage die op basis van deze verordening wordt verstrekt, worden afzonderlijk geadministreerd.

  • 4. De administratie wordt zodanig ingericht dat op eerste aanvraag van de raad (door het fractievoorzittersoverleg aangewezen (perso(o)n(en) nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven (digitaal) kunnen worden aangeleverd. De administratie en de bescheiden worden tenminste voor de wettelijke termijn digitaal bewaard en op aanvraag beschikbaar gesteld.

  • 5. Bij uitgaven worden de onderliggende bescheiden door de bestuurder van de stichting van de fractie geautoriseerd.

  • 6. Iedere fractie legt jaarlijks vóór 1 april verantwoording af over de bestedingen ten laste van de bijdrage van het voorgaande jaar onder overlegging van een financieel verslag (cf. format vastgesteld door het fractievoorzittersoverleg)

Artikel 8 Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage

  • 1. De stichting dient jaarlijks voor 1 april van het jaar volgend op dat waarvoor de voorschotten werden verstrekt de verantwoording in bij de raad ter attentie van het fractievoorzittersoverleg.

  • 2. Als de verantwoording niet voor 1 mei ingediend is, wordt de bevoorschotting gestaakt, tot het moment dat de verantwoording ingediend is.

  • 3. De stichting is verantwoordelijk voor een rechtmatige besteding van de ontvangen tegemoetkoming en het voldoen aan de verplichtingen zoals gesteld in deze verordening.

  • 4. De aanvraag tot vaststelling van de financiële bijdrage wordt ingediend in de vorm van een verantwoording conform het verantwoordingsmodel zoals opgenomen in bijlage A behorende bij deze verordening. De verantwoording gaat vergezeld van een controleverklaring van de huisaccountant en een activiteitenverslag.

  • 5. Het activiteitenverslag bevat een duidelijke omschrijving van de verrichte activiteiten en de daarbij gedane uitgaven, met vermelding van het doel dat met de activiteiten was gediend, en sluit in totaal aan op de gedane uitgaven in de verantwoording.

  • 6. De huisaccountant controleert jaarlijks de verantwoordingen en de gevoerde administraties. Jaarlijks wordt, voorafgaande aan de controle, de controleopdracht vastgelegd via de opdrachtverstrekking aan de huisaccountant. Na onderzoek door de huisaccountant stelt de raad de definitieve tegemoetkoming vast.

  • 7. Indien de resultaten van het onderzoek door de huisaccountant daartoe aanleiding geven, kan de raad aan een stichting nadere voorwaarden stellen, die in lijn zijn met het onderzoek van de huisaccountant.

  • 8. Te veel ontvangen voorschotten worden verrekend na de vaststelling van de financiële bijdrage voor het jaar waarover verantwoording wordt afgelegd.

  • 9. Bij vermoedens van fraude staakt de bevoorschotting direct. Hierbij wordt artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd en vooraf het fractievoorzittersoverleg geïnformeerd.

  • 10. Het rapport van bevindingen van de huisaccountant over de verantwoording wordt actief openbaar gemaakt via het raadsinformatiesysteem, nadat de verantwoording in het fractievoorzittersoverleg besproken is.

  • 11. Nadat de verantwoording in het fractievoorzittersoverleg besproken is, wordt de financiële bijdrage definitief vastgesteld.

  • 12. De stichting aangewezen door een fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt dan wel ophoudt te bestaan, of door een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, dient uiterlijk binnen drie maanden na de verkiezingen respectievelijk de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, lid 4 een aanvraag tot vaststelling van de financiële bijdrage in bij de gemeenteraad over de periode van dat lopende jaar tot 1 april respectievelijk het moment van ophouden bestaan.

  • 13. Indien een fractie als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt, houdt de financiële bijdrage op met ingang van de datum dat de raad in de nieuwe samenstelling aantreedt.

  • 14. De huisaccountant controleert of de verantwoording in overeenstemming is met het gestelde in deze verordening en geeft hierover zijn oordeel. Bij de controle hanteert de huisaccountant een goedkeuringstolerantie ter hoogte van 1% van de uitgaven met een minimum ter hoogte van 1% van het voorschot van de financiële bijdrage van de grootste fractie in de gemeenteraad. Bij de berekening hiervan wordt de incidentele vaste component buiten beschouwing gelaten. Voor uitgaven minder dan € 450,- is voor de controle het overleggen van een factuur voldoende.

Artikel 9 Einde raadsperiode

  • 1. Het stichtingsbestuur is ervoor verantwoordelijk dat de resterende egalisatiereserve voor 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden, wordt teruggestort in de gemeentekas.

  • 2. Het stichtingsbestuur van fracties die na de verkiezingen uit de raad verdwijnen, dient voor 1 juni de verantwoording in van de voormalige fractie.

  • 3. Fracties die na de verkiezingen in de raad vertegenwoordigd blijven, dienen één verantwoording over het verkiezingsjaar in. De fractievergoeding is de optelsom van de tegemoetkoming tot aan de verkiezingen - en de tegemoetkoming na de verkiezingen.

  • 4. Aan de fractie of groepering verstrekte voorzieningen als bedoeld in artikel 2 lid 9 blijven in de kamer achter indien een fractie of groepering ophoudt te bestaan.

Artikel 10 Terugvordering, verrekening, opschorting

  • 1. Indien in strijd wordt gehandeld met het bepaalde in deze verordening, is de raad bevoegd de in het geding zijnde uitgaven terug te vorderen dan wel te verrekenen met de financiële bijdrage voor het volgende jaar en kan de bevoorschotting worden opgeschort als de fractie de verplichtingen op basis van deze verordening niet tijdig of volledig nakomt.

  • 2. Het herstel van een onrechtmatigheid geschiedt door terugstorting van het betreffende bedrag in de fractiekas ten laste van een andere financieringsbron dan de tegemoetkoming zelf.

  • 3. Indien de raad voornemens is over te gaan tot terugvordering of verrekening geldt daarbij dat:

  • a.

    indien een onrechtmatigheid in de uitgaven is vastgesteld, deze uitgave door een derde persoon/organisatie dient te worden gecompenseerd. Compensatie vindt plaats ten gunste van het fractievermogen;

  • b.

    indien de onrechtmatigheid in de uitgaven niet kan worden gecompenseerd, wordt de betreffende onrechtmatigheid in mindering gebracht op het in de (voorlopige) beschikking vastgestelde bedrag;

  • c.

    indien een fractie hierbij in gebreke blijft, de raad kan overgaan tot dwangincasso bij de stichting zoals bedoeld in artikel 12, bij de fractie en bij individuele in de fractie zitting hebbende raadsleden of voormalige raads- en fractieleden.

Artikel 11 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze verordening niet voldoende eenduidig is, respectievelijk niet voorziet, beslist het fractievoorzittersoverleg.

Artikel 12 Stichting tot ondersteuning

  • 1. De fracties dienen gebruik te maken van een stichting zoals bedoeld in artikel 4, lid 3 voor het in dienst nemen van fractieondersteuners.

  • 2. De statuten van de stichting worden aan het begin van iedere raadsperiode aan de raad ter attentie van de griffier verzonden.

Artikel 13 Mandaat

De gemeenteraad verleent de griffier mandaat om alle correspondentie naar aanleiding van de in deze verordening genoemde besluiten van de gemeenteraad te ondertekenen.

Artikel 14 Nadere regels

  • 1. De raad kan nadere regels stellen over de registratie van fractiemedewerkers en de wijze waarop in fractieondersteuning wordt voorzien.

  • 2. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door ten minste drie personen waarvan er tenminste één lid is van de fractie die door de stichting wordt ondersteund. Dit wordt aan het begin van iedere raadsperiode gecontroleerd door de griffier. Ten behoeve van voornoemde controle dient direct na de verkiezingen een afschrift van de oprichtingsakte en een uittreksel van de Kamer van Koophandel aan de griffier te worden overgelegd. Tevens dient een wijziging in de stichtingsakte dan wel in de inschrijving van de Kamer van Koophandel te allen tijde per omgaande aan de griffier te worden overgelegd in de vorm van een afschrift van de stichtingsakte en een (nieuw) uittreksel van de Kamer van Koophandel.

  • 3. Bestuursleden van de in artikel 4 bedoelde stichtingen worden geacht kennis te hebben van de inhoud van deze verordening - en op de hoogte te zijn van hun bestuurdersaansprakelijkheid.

  • 4. De raad hanteert per raadsperiode een driemaandenregeling voor de periode van drie maanden die eindigt met de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. In deze periode komen kosten, die verband houden met uitingen van, voor en door een fractie, niet in aanmerking voor bekostiging vanuit de tegemoetkoming fractiekosten.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fractieondersteuning gemeente Eindhoven 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 25 november 2025.

J. Jongbloed, griffier