Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755869
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755869/1
Participatieverordening Meedenken en meedoen in Etten-Leur
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026
Intitulé
Participatieverordening Meedenken en meedoen in Etten-LeurDe raad van de gemeente Etten-Leur;
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025 met overneming van de daarin vermelde motieven;
gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;
overwegende dat het van belang is:
- –
Lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken;
- –
De samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken;
- –
Helderheid te geven over de invulling van de participatie-aanpak;
- –
Helderheid te geven over de invulling van het uitdaagrecht.
b e s l u i t
Vast te stellen de ‘Participatieverordening Meedenken en meedoen in Etten-Leur’.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- –
Beleidsvoornemen: het voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;
- –
Bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester;
- –
Participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijke projecten, programma's, plannen en gemeentelijk beleid;
- –
Uitdaagrecht: het recht om een voorstel te doen tot het overnemen van taken van de gemeente.
Hoofdstuk 2. Participatie
Artikel 2. Onderwerp van participatie
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast.
-
2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht.
-
3. Participatie wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die te maken krijgen met het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit.
-
4. Participatie wordt in beginsel niet toegepast:
- a.
Ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
- b.
Als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
Als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
Inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- e.
Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht;
- f.
Als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- a.
-
5. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is participatie verplicht voor gevallen van activiteiten waarin de raad gebruik maakt van het adviesrecht (artikel 16.55, lid 7 Omgevingswet).
-
6. Participatie wordt uitsluitend verleend aan inwoners, andere belanghebbenden en bedrijven of organisaties die een lokaal belang hebben.
-
7. Deze verordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners en bedrijven die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.
Artikel 3. Procedure participatie
-
1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieaanpak, op basis van het lokale participatiebeleid, vast op welke manier participatie wordt toegepast. Deze aanpak wordt schriftelijk vastgesteld en bekendgemaakt aan de belanghebbenden.
-
2. Indien participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over de volgende punten een besluit:
- a.
Het doel van de participatie;
- b.
De beïnvloedingsruimte van participatie;
- c.
De gewenste kaders en uitgangspunten voor participatie;
- d.
De wijze waarop het bestuursorgaan over het participatieproces communiceert;
- e.
De wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
- f.
De wijze waarop de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden.
- a.
-
3. Indien omstandigheden zorgen voor wijziging van lid 2 a t/m f, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd.
-
4. Als de raad beslissingsbevoegd is, legt het college van burgemeester en wethouder de participatie-aanpak ter bespreking aan de gemeenteraad voor.
Artikel 4. Eindverslag participatie
-
1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
-
2. Het eindverslag bevat in elk geval:
- a.
Een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;
- b.
Een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
- c.
Een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen.
- a.
-
3. Indien participatie wordt uitgevoerd door een initiatiefnemer of ontwikkelaar, stelt deze een eindverslag op conform de eisen van artikel 4, lid 2. Het bestuursorgaan beoordeelt dit verslag.
-
4. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag bekend aan de belanghebbenden.
-
5. Het college van burgemeester en wethouders brengt het eindverslag ter kennis van de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft.
Hoofdstuk 3. Uitdaagrecht
Artikel 5. Onderwerp van uitdaagrecht
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of het uitdaagrecht wordt toegepast.
-
2. Uitdaagrecht is niet mogelijk:
- a.
Als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;
- b.
Als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
Als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
Inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- e.
Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt;
- f.
Als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;
- g.
Als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- a.
Artikel 6. Procedure uitdaagrecht
-
1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
Een omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;
- b.
Een uitleg hoe de indiener dit slimmer, beter, goedkoper of anders kan doen;
- c.
Duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener;
- d.
Onderbouwing van het draagvlak onder belanghebbende inwoners;
- e.
Een raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- f.
Een omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
- g.
Inzicht in hoe de indiener garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn;
- a.
-
2. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 7. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zendt een ingediend verzoek door naar het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierop te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Het bestuursorgaan kan een verzoek in ieder geval afwijzen als het verzoek:
- a.
Geen betrekking heeft op een taak van de gemeente;
- b.
Betrekking heeft op een taak of bevoegdheid waarvan de aard zich tegen een verzoek verzet;
- c.
In strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid.
- a.
-
3. Het bestuursorgaan dat bevoegd is reageert op het verzoek binnen acht weken nadat het verzoek door hem ontvangen is. In de reactie geeft het bestuursorgaan onderbouwd aan of het verzoek wordt afgewezen of geaccepteerd.
-
4. Het bestuursorgaan kan de reactietijd verlengen. Het bestuursorgaan informeert de indiener hierover.
-
5. Bij het verzoek waarbij de raad het bevoegd bestuursorgaan is, wordt de reactie op het verzoek voorbereid door het college.
Artikel 8. Uitvoering taak
-
1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, legt het bestuursorgaan met de indiener afspraken vast over het proces, frequentie van opvolgafspraken, de wijze van evaluatie, het resultaat, het budget, de startdatum en de looptijd.
Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2026.
-
2. De verordening ‘Meedenken en meedoen in Etten-Leur’ vastgesteld bij raadsbesluit van 6 december 2022, wordt ingetrokken op 1 maart 2026.
Artikel 10. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Participatieverordening Meedenken en meedoen in Etten-Leur’;
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 januari 2026
De raad voornoemd,
drs. W.C.M. (Wim) Voeten MBA
griffier
drs. M.C. (Marina) Starmans-Gelijns
voorzitter
Toelichting Participatieverordening
‘Meedenken en meedoen in Etten-Leur’
Een gemeentelijke verordening is een regeling die geldt voor iedereen in de gemeente. Deze verordening gaat over participatie: het betrekken van inwoners bij wat de gemeente wil bereiken. De gemeenteraad neemt besluiten niet alleen. We vinden het belangrijk dat belanghebbenden in Etten-Leur actief worden betrokken.
Het doel van deze verordening is duidelijk maken hoe participatie wordt toegepast.
Zo is voor zowel de inwoners als de gemeente helder op welke manier de gemeente zich inzet om participatie goed te organiseren. Bij het uitvoeren van deze verordening houden we rekening met bestaande afspraken over participatie in Etten-Leur.
Toelichting per artikel
Artikel 1. Definities
Dit artikel verduidelijkt de kernbegrippen die in de verordening worden gebruikt:
- –
Als in deze verordening wordt gesproken over een beleidsvoornemen, dan wordt daarmee bedoeld een plan van de gemeente(raad) om beleid vast te stellen of te wijzigen. De verordening gaat ook over plannen of projecten van een initiatiefnemer waar de gemeente een besluit over moet nemen.
- –
Als in deze verordening wordt gesproken over een bestuursorgaan, dan wordt daarmee bedoeld de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.
- –
Als in deze verordening wordt gesproken over participatie, dan wordt daarmee bedoeld het betrekken van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijke projecten, programma's, plannen en gemeentelijk beleid.
- –
Als in deze verordening wordt gesproken over het uitdaagrecht, dan wordt daarmee bedoeld het recht van inwoners om een gemeentelijke taak over te nemen wanneer zij kunnen aantonen dat zij deze taak slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen uitvoeren dan de gemeente. Voorbeeld: Een bewonersgroep neemt het onderhoud van een groenvoorziening in de wijk over.
Artikel 2. Onderwerp van participatie.
Dit artikel legt uit wanneer participatie wordt toegepast en wanneer niet. De gemeente wil inwoners, ondernemers en andere (maatschappelijke partners) betrekken bij wat er gebeurt in Etten-Leur. Hoeveel invloed belanghebbenden hebben, verschilt per situatie. Per geval wordt bekeken wat mogelijk is. Participatie is gericht op inwoners, andere belanghebbenden, bedrijven of organisaties die een lokaal belang hebben. Dit voorkomt dat landelijke organisaties onterecht invloed hebben op lokale besluiten. De participatieverordening is niet van toepassing op participatie of andere initiatieven van inwoners en bedrijven die al zijn geregeld in andere verordeningen, regelgeving of procedures.
Situaties waarin participatie wordt toegepast in Etten-Leur:
- –
Als inwoners gevolgen ondervinden van het beleid of besluit;
- –
Als inwoners relevante kennis of ervaring kunnen inbrengen;
- –
Als participatie wettelijk verplicht is.
Situaties waarin participatie niet wordt toegepast in Etten-Leur:
- –
Als onderwerpen wettelijk uitgesloten zijn;
- –
Bij besluiten die voortkomen uit de vastgestelde begroting van de gemeente bijvoorbeeld tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen;
- –
Als hogere regelgeving, zoals de Grondwet, geen ruimte laat voor keuzes over een beleidsvoornemen;
- –
Als tijdsdruk participatie niet haalbaar maakt;
- –
Als het belang van kwetsbare groepen zwaarder weegt dan participatie;
- –
Bij kleine aanpassingen aan een beleidsvoornemen dat eerder is vastgesteld.
In de bovenstaande gevallen legt de gemeente duidelijk uit waarom participatie niet mogelijk is.
Verplichte participatie volgens de Omgevingswet
Participatie is verplicht als de gemeenteraad gebruik maakt van het adviesrecht1. Dit is in de volgende gevallen:
- –
Als er binnen de bebouwde kom meer dan drie woningen worden gebouwd;
- –
Als er buiten de bebouwde kom woningen worden gebouwd;
- –
Als er binnen de bebouwde kom maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld een kinderopvang, zwembad of bibliotheek), kantoren of bedrijven worden gebouwd waarvan de oppervlakte groter is dan 1.500 m2;
- –
Als er buiten de bebouwde kom maatschappelijke voorzieningen, kantoren of bedrijven worden gebouwd;
- –
Als minstens 500 m2 openbaar gebied op een andere manier gebruikt gaat worden dan voorheen;
- –
Als er buiten een agrarisch bouwvlak (stuk grond waarop woningen, bedrijfsgebouwen en mestopslag van agrarische bedrijven staan), bedrijfs-, woon- of tuinbestemming zonneparken worden aangelegd;
- –
Als er een windmolen wordt geplaatst waarvan de mast hoger is dan 15 meter (ashoogte van de mast zonder gondel en rotorbladen) en altijd als er meerdere windmolens worden geplaatst;
- –
Als de aanvraag, het bouwplan of het project gaat over het veranderen of uitbreiden van een functie waarvoor al eerder een vergunning is afgegeven met adviesrecht van de gemeenteraad. De verandering of uitbreiding moet dan wel van betekenis zijn ten opzichte van het eerdere plan waarvoor de vergunning (van de omgevingsplanactiviteit) eerder is verleend.
Artikel 3. Procedure participatie
Dit artikel beschrijft hoe in Etten-Leur een participatieaanpak wordt vastgesteld. De basis hiervoor is de Routeplanner Participatie & Communicatie. Deze routeplanner bevat vragen die helpen om tot een passende aanpak te komen. Ook initiatiefnemers van plannen krijgen deze handreiking. De informatie staat op de gemeentelijke website. De gekozen aanpak wordt vastgesteld, zodat alle betrokkenen vooraf in kunnen lezen wat de participatieaanpak is.
Uit de participatieaanpak moet duidelijk blijken wat het doel van de participatie is, hoeveel beïnvloedingsruimte er is, wat de kaders en uitgangspunten zijn, hoe de gemeente over het participatieproces communiceert, hoe en wanneer mensen hun bijdrage kunnen leveren, hoe de gemeente met de uitkomsten om zal gaan en hoe dit uiteindelijk zal leiden tot een besluit over het plan of beleidsvoornemen. De gemeente zorgt voor goede nazorg, direct na het participatietraject maar ook enige tijd na het voltooien van het eindresultaat (het vastgestelde beleid, het realiseerde plan of project).
Als de participatieaanpak verandert door omstandigheden, legt de gemeente dit duidelijk uit aan alle deelnemers. Als de gemeenteraad hierover beslist, bespreekt het college de aangepaste aanpak met de gemeenteraad.
Artikel 4. Eindverslag participatie
Dit artikel legt uit hoe in Etten-Leur participatie wordt afgerond en vastgesteld in een eindverslag. Als de participatieperiode voorbij is, maakt de gemeente, de initiatiefnemer of de ontwikkelaar een verslag van de participatie. Daarin staat de participatieaanpak op hoofdlijnen, een overzicht van de zienswijzen die naar voren zijn gebracht en de reactie op die zienswijzen, waarbij ook wordt aangegeven welke punten worden overgenomen. De initiatiefnemer van het plan, project of beleidsvoornemen maakt het verslag bekend aan iedereen die betrokken is geweest bij de participatie.
Artikel 5. Onderwerp van het uitdaagrecht
Dit artikel legt uit in welke situaties inwoners het uitdaagrecht kunnen gebruiken. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners een taak van de gemeente overnemen als zij laten zien dat zij deze taak slimmer, beter, goedkoper of anders kunnen uitvoeren dan de gemeente.
Of het uitdaagrecht kan worden toegepast, verschilt per taak. Het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de betreffende taak, bijvoorbeeld het college of de gemeenteraad, beoordeelt of inwoners hiervoor een voorstel mogen indienen.
In Etten-Leur is het uitdaagrecht niet toepasbaar in de volgende situaties:
- –
Als het gaat om een lopend uitvoeringstraject of een kleine herziening daarvan;
- –
Als het uitdaagrecht wettelijk is uitgesloten;
- –
Als de gemeente geen keuze heeft door hogere regelgeving;
- –
Bij begroting, tarieven en belastingen;
- –
Als de opdrachtwaarde boven de Europese aanbestedingsdrempel ligt;
- –
Als de uitvoering spoedeisend is en niet kan worden uitgesteld;
- –
Als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van kwetsbare groepen.
Artikel 6. Procedure uitdaagrecht
Dit artikel legt uit hoe een verzoek voor het uitdaagrecht wordt ingediend. Het verzoek wordt ingediend via een formulier op de gemeentelijk website: www.etten-leur.nl. Een goed onderbouwd verzoek helpt de gemeente om een zorgvuldige afweging te maken. In het verzoek moet duidelijk staan welke taak de indiener wil overnemen, op welke wijze deze taak slimmer, beter, goedkoper of anders kan worden uitgevoerd dan door de gemeente, welke kennis, ervaring en betrokkenheid de indiener daarvoor inzet, welk draagvlak onder andere inwoners aanwezig is, welke kosten hiermee gemoeid zijn, hoe samenwerking met de gemeente wordt vormgegeven en welke ondersteuning nodig is, en hoe kwaliteit en continuïteit van de uitvoering worden gewaarborgd. Het college kan na ontvangst van het verzoek extra informatie vragen.
Artikel 7. Beoordeling verzoek
Dit artikel legt uit hoe een verzoek om gebruik te maken van het uitdaagrecht wordt beoordeeld. Het college stuurt het verzoek door naar het bestuursorgaan dat bevoegd is om hierover te besluiten en informeert de indiener hierover. Dit bestuursorgaan reageert binnen acht weken met een gemotiveerde beslissing: het verzoek wordt geaccepteerd of afgewezen.
Een verzoek wordt in ieder geval afgewezen:
- –
Als het geen betrekking heeft op een taak van de gemeente;
- –
Als de aard van de taak overdracht onmogelijk maakt;
- –
Als het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid.
Als er meer tijd nodig is om het verzoek zorgvuldig te beoordelen, kan de reactietermijn worden verlengd. Het bestuursorgaan informeert de indiener hierover. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is, bereidt het college de reactie inhoudelijk voor.
Artikel 8. Uitvoering taak
Dit artikel legt uit welke afspraken gelden als een verzoek om het uitdaagrecht wordt toegewezen. De gemeente en de indiener leggen samen vast hoe het proces wordt ingericht, hoe en wanneer evaluatiemomenten plaatsvinden, welk resultaat wordt verwacht, welk budget beschikbaar is, wat de startdatum is en hoelang de uitvoering duurt. Ook worden afspraken gemaakt over de frequentie van opvolg- en voortgangsgesprekken.
Aan deze tekst kunnen geen juridische rechten worden ontleend. Deze toelichting is bedoeld om de verordening in heldere taal uit te leggen.
Noot
1Het adviesrecht heeft betrekking op de Omgevingswet. In de Omgevingswet worden plannen vastgelegd die te maken hebben met de ontwikkeling van de leefomgeving. Van die plannen kan in sommige gevallen afgeweken worden (bijvoorbeeld als een activiteit niet binnen het doel van zo’n omgevingsplan past). In die gevallen kan de gemeenteraad advies geven. Daarmee maakt de gemeenteraad gebruik van het adviesrecht.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl