Beleidsregel Locatiecriteria boven en -ondergrondse containers voor huishoudelijke afvalstromen Lelystad

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 27-01-2026

Intitulé

Beleidsregel Locatiecriteria boven en -ondergrondse containers voor huishoudelijke afvalstromen Lelystad

Toelichting

Besluit van het college van de gemeente Lelystad, tot invoering van een beleidsregel voor het aanwijzen van locaties voor het plaatsen van boven – en ondergrondse containers ten behoeve van de uitvoering van artikel 10.21 Wet milieubeheer tot het inzamelen van huishoudelijk afval.

Bij en krachtens de Wet milieubeheer zijn regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemeente invulling moet geven aan deze verplichting. Op basis van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer zijn gemeenten verplicht een Afvalstoffenverordening te hebben in het belang van de bescherming van het milieu. In de Afvalstoffenverordening 2020 Lelystad en de hieraan gekoppelde Nadere regels Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Lelystad zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de inzameling van huishoudelijk afval en andere afvalstoffen. Hierin zijn inzamelmiddelen- en voorzieningen aangewezen voor huishoudens. De gemeente Lelystad heeft diverse inzamelmiddelen en boven- en ondergrondse containers zijn daar onderdeel van.

In het kader van een transparante en zorgvuldige besluitvorming heeft het college besloten een beleidsregel op te stellen omtrent de aanwijzing van locaties voor de plaatsing van deze boven – en ondergrondse containers. Met deze beleidsregel wenst het college inzichtelijk te maken welke criteria zij bij het bepalen van een locatie van een boven- of ondergrondse container betekenis toepast en hoe zij daarbij de betrokken belangen, zoals de gevolgen van omwonenden en de verkeersveiligheid, weegt. Deze beleidsregel is een formalisering van de tot nu toe gevolgde interne gedragslijn.

Het college van burgemeester en wethouders besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

“Beleidsregel Locatiecriteria boven en -ondergrondse containers voor huishoudelijke afvalstromen Lelystad”;

Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Huishoudelijke afvalstoffen: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1:1 van de Wet milieubeheer;

  • Container: bovengrondse of ondergrondse verzamelcontainer of cocon voor de inzameling van huishoudelijk restafval, glas, papier, pmd, gft en/of textiel;

  • Inzamelaar: de door het college aangewezen inzamelaar in het vigerende Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening.

Boven en ondergrondse containers, zoals bedoeld in deze plaatsingsrichtlijnen, kunnen geschikt zijn voor verschillende fracties van afval en grondstoffen, te weten: restafval, kunststof verpakkingen, glas, textiel en oud papier- en karton. Voor restafval zijn de ondergrondse containers voorzien van een systeem voor toegangscontrole, waarbij inwoners de container alleen kunnen openen met een HVC afvalpas.

1. Het algemeen belang

Het algemeen belang is dat er een optimale verdeling van de locaties van de boven- en ondergrondse containers is, zodat er sprake is van een logisch, kostenefficiënt en samenhangend netwerk.

2. Het individuele belang

Het individuele belang is dat de aanwezigheid, het gebruik en het legen van de containers zo min mogelijk hinder geeft voor omwonenden.

3. Belangenafweging

Bij de afweging van belangen wordt onder andere rekening gehouden met:

  • a.

    de plaats van de container ten opzichte van de woonhuis of bedrijf: niet direct voor/bij een deur, raam of onder een raam;

  • b.

    de afstand tussen de container en de gevel van een woonhuis of bedrijf, deze is bij voorkeur 3 meter of meer;

  • c.

    de eigendomsgrenzen.

4. De lokale situatie

  • a)

    Een boven- of ondergrondse afvalcontainer voor huishoudelijk afval wordt zoveel mogelijk centraal geplaatst ten opzichte van de woningen die gebruik maken van de inzamelvoorziening.

  • b)

    Er wordt gestreefd naar een maximale loopafstand van 250 meter. Het handhaven van de beoogde loopafstand naar een reservelocatie (bij storing, uitval, etc.) is geen voorwaarde.

  • c)

    Het opheffen van parkeerplaatsen ten behoeve van het plaatsen van een boven- of ondergrondse afvalcontainer wordt zoveel mogelijk beperkt. Bij eventueel gebruik van parkeerplaatsen wordt, indien nodig, zoveel mogelijk compensatie geboden in de directe omgeving.

  • d)

    Containers moeten voldoen aan richtlijnen met betrekking tot verkeersveiligheid.

    Bij voorkeur is het niet nodig dat het inzamelvoertuig achteruitrijdt om bij de locatie te komen of de locatie weer te verlaten.

  • e)

    Plaatsing van een boven- of ondergrondse container vindt niet plaats binnen de kwetsbare zone van een bestaande boom (=kroonprojectie + 1,5 meter), mits in uitzonderlijke gevallen er geen andere opties mogelijk zijn.

  • f)

    Plaatsing vindt niet plaats nabij bomen die uitgroeien tot een zuilvorm binnen de zone die gevormd wordt door de (te verwachten) kroonprojectie + 3 meter.

  • g)

    De locatie van een ondergrondse container is dusdanig dat bij het ledigen geen schade aan (volwassen) bomen kan ontstaan.

  • h)

    In uitzonderlijke situaties, waar geen alternatief mogelijk is, vervalt aanwezige beplanting voor plaatsing van een ondergrondse container.

  • i)

    Een boven- of ondergrondse container wordt niet geplaatst op een plek met obstakels als bomen en lichtmasten, alsmede op locaties waar zich ondergronds kabels en/of leidingen bevinden.

  • j)

    De afstand van het inzamelvoertuig tot het hart van de container mag niet meer dan 5 meter zijn.

  • k)

    Bij elke nog te plaatsen container wordt een oprit gemaakt van tenminste 90 cm breed.

  • l)

    Indien nodig wordt een containerlocatie voorzien van paaltjes om parkeren of rijden over de afdekplaat van de container te voorkomen.

  • m)

    Rondom de ondergrondse containerlocatie wordt een strook verharding van minimaal 60 cm breed aangebracht. Deze verharding wordt, indien nodig, ook in omringende groenvoorziening aangebracht.

  • n)

    Een ondergrondse of bovengrondse container wordt niet geplaatst binnen 3 meter van een voorgevel van een woning of de gevel met de woonkamer en niet binnen 1 meter van overige gevels.

  • o)

    Een boven- of ondergrondse afvalcontainer komt in openbaar gebied. Wanneer een container op particuliere grond wordt gezet, dan sluit de gemeente een overeenkomst tussen de grondeigenaar en de gemeente in verband met opstalrecht. Dit om ervoor te zorgen dat de container bij overdracht naar een andere eigenaar kan blijven staan.

  • p)

    Bij de afweging worden alle genoemde criteria betrokken. Soms zal blijken, dat niet aan alle criteria gelijktijdig voldaan kan worden en dat er weinig speelruimte is voor alternatieve locaties. In dat geval kiest de gemeente voor de meest optimale of meest aanvaardbare oplossing.

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregel Locatiecriteria ondergrondse containers voor huishoudelijk afval Lelystad

Ondertekening