Omgevingsvisie gemeente Leudal

Geldend van 23-01-2026 t/m heden

1 Algemeen

1.1 Voorwoord

Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. In dit beeldende document laten wij u zien, hoe wij als Leudal denken, wat onze gemeente in het jaar 2040 uniek maakt.

Samen werken we aan de opgaven vanuit de kernwaarden; Rust, Ruimte en Groen. Natuurlijk gaan we dat samen doen. “Natuurlijk” kun je op twee manieren benaderen. Vanzelfsprekend doen we het samen. Samen bereik je meer dan alleen en door het samen te doen ontstaat draagvlak voor wensen en ideeën. Natuurlijk betekent ook dat we vanuit de gedachte over de waterhuishouding en bodemkwaliteit werken aan een buitengebied waar de natuurlijke balans weer in evenwicht is.

De samenleving verandert en onze gemeente verandert mee. Deze Omgevingsvisie is daar een voorbeeld van: een brede en integrale visie op de toekomst en een raamwerk voor allerlei ontwikkelingen. Dit document laat kort, bondig én beeldend zien waar wij samen met u aan willen werken om in 2040 te kunnen zeggen dat Leudal een prachtige woongemeente met een vitaal buitengebied is.

Door de visualisatie krijgt u een beeld bij de teksten. De visualisatie laat zien hoe de verschillende ambities zijn bedoeld en hoe deze ambities zichtbaar zouden kunnen zijn in onze gemeente. De visualisatie daagt ons allemaal uit om initiatieven te nemen en te realiseren die aansluiten bij dat beeld.

Een beeld zegt meer dan woorden. En is voor iedereen makkelijker te begrijpen. Door de beeldende visie hebben we getracht van de gebaande paden af te wijken waar het gaat om het meenemen van u, onze inwoners, bij deze visie. Want deze Omgevingsvisie Leudal is van en voor iedereen die in onze gemeente woont, werkt en/of verblijft.

“Ja, Leudal is in 2040 een hartstikke gezonde gemeente. We pakken nog vaker de fiets, kinderen sporten en spelen in de openbare ruimte en kernrandzones nodigen nog meer uit om spontaan in beweging te komen.” In de Omgevingsvisie gaat het niet alleen om stenen, wegen, natuur en waar we dat juist wel of niet willen, maar gaat het ook over wat we doen op die plekken. Dat iedereen mee moet kunnen doen, dat we respect hebben voor onze geschiedenis en tradities in stand houden en boven al dat we dat allemaal gezamenlijk met elkaar doen. De Omgevingsvisie geeft een streefbeeld aan van ‘ons Leudal’ in 2040. Het is niet een fysieke kaart waar precies wordt aangegeven waar wat mag of niet mag. Het mooie van de Omgevingsvisie is dus dat het juist ook gaat over sociale, culturele en maatschappelijke waarden en hoe deze in een juiste verhouding met elkaar samengaan met de ruimtelijke leefomgeving.

Namens het hele college wensen wij u veel leesplezier in deze Omgevingsvisie.

1.2 Inleiding

Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. Onze Omgevingsvisie is geschreven met het oog op de fysieke leefomgeving van Leudal in 2040. De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht, waarbij verantwoordelijkheden van het Rijk zijn overgedragen aan ons als gemeente.

Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie geven we aan wat we belangrijk vinden in de fysieke leefomgeving. We geven hierbij een ruimtelijke vertaling van de Strategische Visie en de daarin opgenomen strategische kernwaarden: rust, ruimte en groen. We beschrijven wat we gaan doen om de huidige manier van leven in onze gemeente ook in de toekomst mogelijk te maken zoals we dat nu gewend zijn. Door de komst van de Omgevingswet is het mogelijk om (meer dan voorheen) zelf invulling te geven aan onze doelen. Waar nodig volgen we het provinciale en landelijke beleid en waar het kan, maken we een lokale afweging. We beogen de juiste koers te varen voor ons grondgebied en een passend toekomstperspectief voor onze ondernemers te bieden met een duurzaam ondernemersklimaat. Dit komt terug in de programma’s die worden uitgewerkt na vaststelling van deze visie.

De Omgevingsvisie hebben wij met inbreng van onze inwoners, ondernemers, partners en deskundigen opgesteld. In bijlage 4 ‘participatieverslag’, geven wij op hoofdlijnen inzicht in de momenten waarop wij in gesprek zijn gegaan met onze inwoners, ondernemers en partners en welke inzichten en reacties dit heeft opgeleverd. Ook laten we zien  of, en  op welke manier, deze inzichten of reacties zijn verwerkt in deze Omgevingsvisie. Daarnaast is van belang dat de Omgevingsvisie in ontwerp ter inzage heeft gelegen van 20 december 2024 tot en met 13 februari 2025. Tijdens deze periode zijn door diverse inwoners, ondernemers, (keten)partners en belangenorganisaties zienswijzen ingediend. Een overzicht van deze zienswijzen en een reactie hierop is opgenomen in bijlage 5 ‘Nota van zienswijzen’. De zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing en aanscherping van de omgevingsvisie. Met name voor wat betreft de gemaakte keuzes en de toepassing van de gebiedsgerichte benadering hebben wij meer expliciet gemaakt, wat hieronder wordt verstaan en hoe dit wordt toegepast. Dit is met name in de hoofdstukken 2, 4, 6 en 9 terug te lezen. Verder is, ten aanzien  van de participatie voorafgaand aan het ontwerp en eveneens voor wat betreft de zienswijzen, van belang dat een visie een toekomstbeeld op hoofdlijnen is. Dit betekent dat verdere uitwerking nodig is in bijvoorbeeld Uitvoeringsprogramma’s, het Omgevingsplan of concrete plannen en projecten. De Omgevingsvisie geeft  richting aan deze uitwerking. Dit betekent dan ook dat wij vanuit onze bevoegdheid en deskundigheid een zorgvuldige afweging van de belangen van inwoners, ondernemers en partners hebben gemaakt. Dit kan niet anders dan door soms keuzes te maken tussen tegengestelde belangen. Wij vertrouwen erop dat wij nu een visie hebben ontwikkeld die enerzijds ruimte biedt aan ontwikkelingen en anderzijds bescherming biedt voor een prettige woon- en leefomgeving. Op die manier is en blijft het ‘mooi leven in Leudal’. 

1.3 Leeswijzer

Onze Omgevingsvisie is opgebouwd uit negen hoofdstukken. Het voorwoord en de inleiding heeft u al gehad. In paragraaf 1.4 leest u een samenvatting van de gehele visie.

Daarna volgt in hoofdstuk 2 een uitgebreide beschrijving van onze gemeente. Wij hebben in onze visie de gemeente Leudal onderverdeeld in zeven deelgebieden. 
De 7 gebieden bestaan uit vier landschappen: Cultuurgronden van westelijk Leudal, Leudal en omgeving, Jonge ontginningsgronden in Noordelijk Leudal en het Maasdal. En uit drie gebiedstypen: de kernen, het buitengebied inclusief de kernrandzones en de bedrijventerreinen. 
Daarna komen de verschillende thema’s aan bod die samen de fysieke leefomgeving vormen:

  • Wonen en leven in Leudal (H3)

  • Ondernemen en werken in Leudal (H4)

  • Genieten in Leudal (H5)

  • Natuurlijk Leudal (H6)

  • Duurzaam en toekomstbestendig Leudal (H7)

  • Gezond en veilig Leudal (H8)


In elk thema beschrijven we eerst de huidige situatie onder het kopje ‘Waar staan we nu?’. Vervolgens worden de ontwikkelingen, kansen en toekomstige situaties waar we rekening mee moeten houden per thema aangegeven onder het kopje: ‘Wat komt er op ons af?’. Onder het kopje ‘Wat willen we?’ beschrijven we de gewenste situatie in 2040 per deelgebied. We bedoelen hierbij niet de beweging er naar toe of acties die daarvoor nodig zijn. Dat wordt verder uitgewerkt in aparte uitvoeringsprogramma’s en beleidsnota’s.

In het laatste hoofdstuk (H9) geven wij een doorkijk naar hoe we deze visie gaan gebruiken, op welke manieren we de ambities verder gaan uitwerken in concrete acties en hoe we hierop gaan sturen.

Om helderheid te geven aan gebruikte begrippen, verwijzen we u graag naar de begrippenlijst die wij achteraan onze visie hebben opgenomen (bijlage 1).

Ter verduidelijking van onze visie hebben wij een Visiekaart toegevoegd (bijlage 2). Op de visiekaart staan de landschappen topografisch weergegeven. Deze kaart geeft een nadere duiding van de gebiedsgerichte benadering op ons grondgebied. Het geeft een zonering op hoofdlijnen en is niet tot op perceelsniveau uitgewerkt. De visie én visiekaart maken ontwikkelingen niet direct mogelijk of onmogelijk. De kaart geeft evenmin één-op-één uitsluitsel of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is op een bepaald perceel en de voorwaarden die daar dan bij horen.

In Bijlage 4 is een verslag (participatieverslag) opgenomen van het participatie-traject bij de voorbereiding van de visie. 

1.4 Samenvatting

Waar staan we nu?
We hebben een mooie en unieke gemeente met 16 prachtige dorpen en een uitgestrekt buitengebied met veel diversiteit. Denk aan akkerbouw, rundveebedrijven, volle grond tuinbouw,  intensieve veehouderijen en zorg- en recreatie bedrijven, daarnaast zijn er bijzondere natuurwaarde en wonen en vele mensen. Het is hier fijn om te wonen, te leven en te werken. We zorgen voor elkaar, genieten met elkaar en zetten ons in voor een bruisend verenigingsleven. Elk dorp is uniek en heeft bijzondere en soms verborgen parels waar we iedere dag trots op zijn. Het landschap met haar natuurwaarde en biodiversiteit is passend bij haar omgeving en zorg voor een goed leefklimaat. Deze mix van diversiteit in de dorpen en het uitgestrekte en unieke buitengebied willen we ook in de toekomst behouden. 

Wat komt er op ons af?
Demografische ontwikkelingen vormen een uitdaging voor het wonen en leven in Leudal. De bevolkingsgroei wordt langzaam minder. Daarnaast verandert ook de samenstelling van de bevolking. Onze inwoners vergrijzen (in 2024 is bijna een kwart 65+) en ouderen leven langer, de zogenaamde dubbele vergrijzing. Het aantal mensen in de werkzame beroepsbevolking neemt in de directe omgeving af. 
Tegelijkertijd zien wij kansen in de oprukkende Brainportregio, dat voor Leudal als woongemeente kansen biedt. Nieuwe inwoners (jonge professionals, internationale werknemers en gezinnen) zijn nodig voor een meer evenwichtige verdeling van de bevolking en om onze lokale economie draaiende te houden. Daarnaast zijn zij nodig als werknemers, als leden bij verenigingen, als mantelzorgers etc. Als we niets doen, hebben we een autonome krimp in 2040.

Deze veranderingen in de opbouw van de bevolking hebben gevolgen voor de woonopgave (soorten en aantallen woningen) en de vraag naar zorg en ondersteuning. Er komen steeds meer kleinere één- en tweepersoons huishoudens en minder gezinnen. In de toekomst zijn er steeds minder zorgplekken beschikbaar, omdat de zorg(huisvesting) anders georganiseerd wordt. Daardoor zijn mensen meer en meer aangewezen op hun netwerk  bij een eventuele zorg- en ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor andere zorgvragers. Het aantal nieuwe kwetsbare inwoners neemt toe. Denk bijvoorbeeld aan oorlogsvluchtelingen, asielzoekers of internationale werknemers die zich al dan niet tijdelijk in onze gemeente vestigen. Zij vragen niet alleen om een woonoplossing, maar ook om ondersteuning en begeleiding ter bevordering van de integratie.

De woonwensen van inwoners veranderen. Die wensen zijn heel breed: door de mogelijkheid van het hybride werken is een langere reistijd tot het werk minder vaak een probleem. En vinden mensen het prima om verder van het werk af te wonen. Andere woonwensen zijn bijvoorbeeld maatregelen om langer zelfstandig thuis te wonen en energetische verbeteringen aan de woning zoals isolatie  en de vermindering van het gebruik van gas. 
In samenhang met de veranderende woonwensen, veranderen de wensen ook op het gebied van recreëren en genieten. Sinds corona is er een sterke toename in natuurrecreatie, waardoor de druk op de natuur toeneemt. Dit en de veranderde opbouw in bevolking zorgt voor een behoefte aan meer diversiteit in het recreatieaanbod.

Ook de woon- en leefomgeving verandert. De gevolgen van klimaatverandering kunnen leiden tot lange en hevige periodes van droogte of vernatting of extreme temperaturen. Of in het ergste geval tot natuurrampen. Om bestand te zijn tegen deze klimaatverandering kijken we nu bewuster naar het bodem-watersysteem. Dit speelt een doorslaggevende rol bij de inrichting van het land en daarmee ook van onze gemeente. Het bodem-watersysteem is een samengesteld geheel van verschillende onderdelen die elkaar beïnvloeden. Keuzes op de ene plek, hebben gevolgen voor een andere plek of activiteit. Het is belangrijk dat we zorgvuldige keuzes maken vanuit het samenspel van water en bodem. Anders daalt de waterkwaliteit, de bodemkwaliteit en de grondwaterstand.

Het buitengebied maakt al jaren een enorme transitie door. Deze wordt enerzijds gekenmerkt door de veranderingen in de agrarische sectoren anderzijds door de energietransitie en noodzakelijk natuurherstel. Deze veranderingen worden ingegeven vanuit natuurdoelstellingen, het belang van een goede gezondheid voor inwoners, het waarborgen van de (omgevings)veiligheid en de noodzaak voor een schonere en meer toekomstbestendige leefomgeving. De druk op het buitengebied is groot en deze druk neemt toe. Meer gebruikers hebben een groter wordende ruimtevraag.

Het Rijk legt steeds meer verantwoordelijkheden bij lagere overheden, onder andere gemeenten, om (mede) regie te voeren op de energietransitie, de landbouwtransitie, het natuurherstel, het woningaanbod, het zorgaanbod, de huisvesting van kwetsbaren etc. Dit vraagt om een andere – actievere - rol als gemeente dan in de afgelopen jaren. 


Wat willen we?
Voor u ligt daarom een Omgevingsvisie die is gericht op 2040 en keuzes bevat die noodzakelijk zijn om deze regie te kunnen voeren. Hierbij is het vertrekpunt dat niet alles, overal en tegelijk kan. Onze voornaamste focus is dat we een levendige woongemeente zijn met een vitaal buitengebied waarin innovatie en ondernemerschap belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij vinden we het belangrijk dat de 16 dorpen hun eigen identiteit behouden en ook niet aan elkaar verkleven.

Voor ieder inhoudelijk hoofdstuk wordt hieronder puntsgewijs inzichtelijk welke keuzes we maken en wat we willen bereiken. 

Wonen en leven in Leudal

Passende woningen

  • In alle dorpen bieden wij (ver)bouwmogelijkheden, afgestemd op de behoefte, waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat.

  • Vrijkomende (transformatie)locaties worden benut, zo voorkomen we leegstand. 

  • Wij sturen op kwaliteit: betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving.

  • Wij zetten in op meer variatie in (woon)zorgvoorzieningen, afgestemd op specifieke doelgroepen.

  • Verduurzaming van bestaande woningen vinden wij belangrijk, wij nemen ook energievoorzieningen op wijkniveau.  

 

Mobiliteit

  • Onze dorpen zijn bereikbaar via diverse vormen van vervoer aanvullend op de (traditionele) auto. 

  • Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en (vervoers-)toegankelijk. Daarbij besteden we extra aandacht aan ruimte voor voetgangers en fietsers.

  • Wij zetten in op een station in Baexem.

 

Voorzieningen

  • Niet alle voorzieningen zijn altijd meer fysiek in elk dorp aanwezig, door slimme combinaties en clustering houden we een goed en toegankelijk aanbod.

  • Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. We stimuleren ook vormen van informeel ontmoeten en bewegen. Inwoners kijken naar elkaar om. 

 

Ondernemen en werken in Leudal

Ondernemen en werken (algemeen)

  • Economische vitaliteit en leefbaarheid gaan altijd hand in hand. Als nodig geven we ruimte aan gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen. 

  • Bakkers, slagers, fysiotherapeuten, horecagelegenheden etc. voorzien in onze dagelijkse levens- en zorgbehoeften. Daarom zien wij die graag in onze kernen.

  • Voor bedrijven met zakelijke aanloop, aanloop op afspraak of met abonnement is ruimte aan de randen van de kernen.

  • We ambiëren moderne en duurzame bedrijventerreinen met ruimte voor groene gevels en daken, energiehubs en versteend waar nodig en waterdoorlatend waar mogelijk.


Ondernemen en werken (agrarische sector)

  • Wij bieden ruimte aan agrarische bedrijven passend bij de kwaliteiten van de diverse gebieden.

  • We richten ons op kwalitatieve groei van bedrijven (innovatie, verbreding en duurzaamheid).

  • Wij houden rekening met de kernwaarden van het landschap, water en bodem bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. 

 

Genieten en recreëren in Leudal

  • We versterken de leefbaarheid met groene aantrekkelijke (horeca)pleinen met een gevarieerd aanbod van eet- en drinkgelegenheden.

  • Er is ruimte voor bijzondere slaapgelegenheden in erfgoedgebouwen. Zo stimuleren we de belevingswaarde en dragen we bij aan het behoud van het erfgoed. 

  • We zetten in op natuurlijke speelterreinen waar kinderen actief in de buitenlucht kunnen genieten van sport en spel.

  • We ontsluiten ons uitgebreide wandel-, fiets- en ruiternetwerk vanaf start- en rustpunten met hoog voorzieningenniveau.

  • Verhalen en bijzonderheden van ons erfgoed (natuur, cultuur, gebouwen, enz.) worden ontsloten op een belevende manier. 

  • We realiseren ontmoetingsplekken met ruimte voor kleinschalige natuur-inclusieve recreatie, cultuur en events.

 

Natuurlijk Leudal

  • We versterken het landschap en de natuurlijke elementen en zorgen voor een gezonde bodem en waterhuishouding.   

  • Onze stiltegebieden zijn waardevol, we beschermen daar de rust, het groen en de ruimte. 

  • We respecteren de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders waarbij we trots zijn op de karakteristieke hoogteverschillen.  

  • We versterken ons beekdalenstructuur door in te zetten op de afwisseling van kleinschaligheid direct nabij de beek en meer openheid op de bolle akkers. We houden rekening met water en bodem, we werken aan natuurherstel en het herkenbaar maken van de randen van het beekdal met beplanting.

  • Het landschap wordt versterkt daar waar het kan door de aanplant van elementen en ontwikkeling van het mozaïek landschap.

  • Cultuurhistorische elementen  en buitenplaatsen hebben betekenis in ons landschap en deze willen we daarom behouden voor de toekomst en de geschiedenis hiervan gebruiken ter inspiratie van toekomstige ruimtelijk keuzes.

 

Duurzaam en toekomstbestendig Leudal

  • Het vertrekpunt voor een duurzame toekomst is dat we zoveel mogelijk energie besparen en de energie die we (toch) nodig hebben op een hernieuwbare manier opwekken.

  • Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig.

  • We stimuleren een duurzame levensstijl, die uitgaat van het anders kijken naar consumptie (zoals streek- en seizoensproducten) en het verminderen van afval.

  • In nieuwe plannen is klimaatadaptatie en duurzame bebouwing het uitgangspunt. Een duurzame materiaalkeuze en een energie neutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen.

  • We bieden ruimte voor klimaatbuffers en vergroening (in- en om de kernen) om hittestress tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren. Ook zoeken we naar gebieden voor bosaanleg  om CO2 op te vangen en recreatie te versterken.

 

Gezond en veilig Leudal

Gezonde leefomgeving

  • We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur, oppervlakte- en grondwater en de luchtkwaliteit. Een betere scheiding tussen mens en dier en tussen wonen en werken helpt daarbij.

  • De ruimtelijke kwaliteiten van gebieden bepalen welke activiteiten zijn toegestaan.

 

Goede gezondheid en veiligheid

  • We versterken de woonomgeving met activiteiten die een gezonde leefstijl stimuleren.

  • We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen. 

  • Criminaliteit (zoals ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans door herbestemmen en/of sloop van leegstaande locaties en goede sociale controle.

  • We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte.

  • Wij zetten ons in voor een veilige leefomgeving voor de inwoners van Leudal.

 

De Omgevingsvisie in de praktijk

Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. Het vormt een stip op de horizon en is niet in beton gegoten. Het streefbeeld op het kaartmateriaal of in de visietekst is niet bedoeld om – en kan niet worden geïnterpreteerd als – een verplichting van de gemeente Leudal of haar bestuursorganen om de ambities of opgave te realiseren. Het is een hulpmiddel om te sturen in ruimtelijke ontwikkelingen en het beheren van onze fysieke leefomgeving.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt getoetst of deze passen bij de doelstellingen in deze visie. Daarnaast biedt het handvatten om nieuwe projecten te starten of maatregelen in te voeren. De Omgevingsvisie staat daarom niet op zichzelf, maar vormt de basis voor de uitwerking in Uitvoeringsprogramma’s (bestaande uit projecten, flankerende maatregelen, subsidiekaders of nadere eisen), het Omgevingsplan en solitaire ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat wij in deze visie de lange termijn doelstellingen laten zien en daarbij (nog) niet stil staan bij hoe we deze beweging gaan maken. In Uitwerkingsprogramma’s, het Omgevingsplan en projecten leggen we vast hoe wij onze doelstellingen concreet gaan bereiken.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsen wij in de context van de omgeving. Dit betekent dat nieuwe activiteiten in lijn met hun omgeving worden ontwikkeld. Daarbij kijken wij naar de waarden van het gebied waarin de activiteit een plek zoekt en hoe deze waarden kunnen worden beschermd of zelfs versterkt. Bij de correcte toepassing van deze beschermingswaarden, hanteren wij het principe: ‘ja, tenzij…’. Wij beantwoorden steeds de vraag: hoe draagt deze ruimtelijke ontwikkeling bij aan de uitgangspunten uit onze visie? Met andere woorden, sluit de ruimtelijke ontwikkeling aan bij het toekomstbeeld van Leudal? Wordt het mooier leven in Leudal? Én past de ruimtelijke ontwikkeling in de directe omgeving? Het gaat hierbij steeds om een totaalafweging waarin alle belangen worden afgewogen (de mate waarin aan de uitgangspunten wordt voldaan en de mate waarin positieve effecten worden bereikt). Iedere ontwikkeling vraagt immers om een zorgvuldige afweging op basis van de specifieke elementen van die ontwikkeling.

Wij kiezen ervoor om:
1. Dde wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en beleidskeuzes.
2. Gebiedsgericht te werken; de gewenste ruimtelijke ontwikkeling moet passend zijn bij de omgeving en in het landschap. 
3. Wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen, op daarvoor geschikte locaties, in te passen in de omgeving en het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met het laadvermogen van en de ontwerpopgaven voor die locatie. (Dit betekent dus hetgeen het landschap aan kan zonder vermindering van kwaliteit).
4. Die ontwikkelingen toe te staan die waarde toevoegen aan onze visie.  
5. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling hebben we oog voor de ondernemer en diens ondernemerschap én voor de natuur, de omwonende en hun belangen. Een goede omgevingsdialoog is daarbij essentieel.

De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. De Omgevingsvisie is een dynamisch instrument. Om de vier jaar (bij een nieuwe raadsperiode) bekijken wij of bijstelling nodig is. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking bij de woningbouwopgave. We kiezen ervoor in onze visie en de bijbehorende Visiekaart de zoekgebieden voor woningbouw voor de korte(re) termijn weer te geven. Een doorkijk naar nieuwe locaties en ambities maken we op het moment dat huidige plannen in uitvoering zijn. Zo zorgen we ervoor dat de visie steeds voor een korte én lange termijn onze ambities laat zien. 

2 Kwaliteit als basis

2.1 Omgevingskwaliteit

Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen alleen kwaliteit krijgen op plaatsen waar deze passen in de omgeving. Ruimte is schaars in Nederland, daarom moeten we zorgvuldig omgaan met de ruimte die we hebben. Door bij iedere ruimtelijke ontwikkeling de omgevingskwaliteit als uitgangspunt te nemen en hier een bijdrage aan te leveren, kan kwaliteit worden behaald.

Belangrijke kwaliteiten die inwoners en bezoekers noemen als ze denken aan “mooi leven in Leudal” zijn de termen Rust, Ruimte en Groen. Deze strategische waarden komen vooral tot uitdrukking in ons natuur- en cultuurlandschap en zijn op verschillende manieren in onze gemeente aanwezig en te beleven. Hiermee biedt het landschap houvast voor de belangrijkste kwaliteiten van onze gemeente. Helaas ontkomen we er niet aan hier soms (pijnlijke) keuzes in te moeten maken.

Onze visie is dat (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen niet alleen moeten passen in het landschap maar juist de kernkwaliteiten van dit landschap moet versterken. Er is sprake van een wisselwerking tussen de kernkwaliteiten en ontwikkelingen. Daarbij moet eerst worden beoordeeld of een ontwikkeling gebiedseigen is of niet. Een ontwikkeling is gebiedseigen wanneer deze sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap of dorp en daarbinnen past. De ontwikkeling moet aansluiten bij de schaal en aard van een gebied. 
Daarmee wordt het principe van de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap omgevormd naar het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen in het daarvoor meest geschikte gebied waarbij water en bodem bepalende factoren zijn. Dit betekent dat de locatie niet langer het uitgangspunt is voor de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen.

Met het versterken van de kernkwaliteiten versterken we ook de eigen identiteit van de gebieden. Dit doen we door de huidige kwaliteiten vast te leggen en in beeld te krijgen waar hiaten zitten. Door regelingen open te stellen en maatregelen te treffen gaan we de verschraling van het landschap tegen. De wijze waarop we dit gaan doen gaan we verder uitwerken in het uitvoeringsprogramma ruimtelijke kwaliteit.

 

2.2 Landschappelijke deelgebieden

2.2.1 Inleiding

Leudal is een uitgestrekte gemeente met een gevarieerd landschap. Onze inwoners voelen zich thuis in dit landschap en ontlenen hieraan hun identiteit. Dit biedt een goede basis als fundament voor de toekomst van Leudal. 

Er zijn vier landschappelijke deelgebieden te onderscheiden. Samen vullen zij het gehele grondgebied van Leudal: 
1. Cultuurgronden van westelijk Leudal 
2. Leudal en omgeving
3. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal
4. het Maasdal

De indeling van deze landschappen is hieronder weergegeven in figuur 1. En als bijlage (Landschapstypen van Leudal) toegevoegd bij deze visie.

afbeelding binnen de regeling
Figuur 1: landschappelijk raamwerk, inclusief de vier landschappelijke deelgebieden

 

In de volgende paragraaf beschrijven we de verschillende landschappen. Per landschap kijken we naar de unieke en karakteristieke elementen van het landschap op dit moment. Dit doen we vanuit de natuurlijke basis en cultuurhistorisch perspectief. Per landschap kan het zijn dat dezelfde landschapstypen voorkomen, landschapstypen hebben namelijk betrekking op de geomorfologie en de bodem. Toch heeft ieder gebied door de jaren heen zijn eigen dominante kenmerken ontwikkeld, waardoor eigenheid ontstaat. Het gaat juist om deze kenmerken die het landschap identiteit geven. Dit document bespreekt niet iedere galgenberg of landweer. Dit volgt later in een programma. Ook weten we dat niet ieder stukje Leudal (nog) volledig voldoet aan de geschetste omschrijving, maar de visie beschrijft het streefbeeld in 2040. 

2.2.2 Cultuurgronden van westelijk Leudal

Het oude cultuurlandschap (cultuurgronden van westelijk Leudal) kent verschillende verschijningsvormen en ligt in het zuidwesten van de gemeente. In dit gebied liggen de 7 dorpen Ell, Grathem, Haler, Hunsel, Ittervoort, Kelpen-Oler, en Neeritter.

De meest dominante landschapstypen in dit gebied zijn de beken, gekoppeld aan de velden en de kampen. Gezamenlijk vormen deze landschapstypen het beeld van het gebied.
De beekdalen in dit gebied worden gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Het complex van beekdalen is de basis voor verbindingen en fijnmazige netwerken. Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal. Via de beekdalen loopt ook de ecologische verbinding van en naar de buurgemeenten. De beekdalen zijn letterlijk de verbindende factor voor Leudal en haar omgeving. 
Met daartussen de oude bolle akkercomplexen met weinig structurerende beplanting. De kleine landschapselementen in de vorm van erfbeplanting of bosjes en houtstructuren bevinden zich nabij de kernen.

De eerste bewoning vond plaats op de hogere delen, hier vindt men nog steeds de dorpen, meestal op de overgang nabij een beekdal. De oude bouwlanden zijn welvingen of ruggen in het zandlandschap die geschikt waren voor bewoning en akkerbouw en liggen daarmee hoger gelegen ten opzichte van de omliggende terreinen. Ze liggen van oudsher op de plekken met de grootste natuurlijke vruchtbaarheid en de meest gunstige grondwaterstand. In de nabijheid hiervan werden kleine nederzettingen gesticht die zijn uitgegroeid tot de huidige kernen. 
Onderdeel van deze typologie zijn zogeheten bolle akkers die nog op een aantal plekken voorkomen, als zodanig herkenbaar zijn en nog steeds agrarisch gebruik kennen. Voor de uitvinding van kunstmest werd de grond hier over een lange periode bemest met een mengsel van plaggen en dierlijke mest uit de potstal, waardoor de akker in de loop der tijd geleidelijk nog hoger kwam te liggen dan zijn omgeving. Hierdoor is in de loop der tijd een dikke laag van zwarte enkeerdgrond ontstaan, waaronder cultuurhistorische relicten bewaard zijn gebleven. Deze bolle akkers kennen dan ook een hoge cultuurhistorische waarde, mits de oorspronkelijke structuur nog herkenbaar is. Ook kleinschalige gehuchten en bebouwingslinten zijn een karakteristiek onderdeel van de oude bouwlanden. De oude bouwlanden worden intensief gebruikt, vooral voor akkerbouw en tuinbouw.

De beekdalen zijn van oudsher structurerend geweest voor het landgebruik en de ontwikkeling van de gemeente. Zo fungeerden de natste en lage delen vroeger als hooiland, terwijl de hogere en drogere delen van de beekdalen werden gebruikt als weidegrond voor de veeteelt of voor de akkerbouw. De meeste beken ontspringen op de hoge zandgronden en enkele langs de terrassen van de Maas. De beekdalen spelen een belangrijke rol voor de waterhuishouding van het buitengebied van Leudal.  Aan de randen van de beekdalen vestigden mensen zich; deze bebouwingslinten zijn nog steeds herkenbaar, zoals Baexem, Ittervoort en Ell.

Tussen de kernen kende men tot de twintigste eeuw woeste gronden, waar heide groeide. Deze (soms) natte heidevelden werden in cultuur gebracht. Er ontstond planmatige ontginning en drooglegging voor de landbouw en verkocht de kavels aan boeren. Dit had een grootschalig en rationeel landschap tot gevolg. De wegen, vaak in een onafhankelijk patroon ten opzichte van de landschappelijke opbouw, structureren het landschap.

In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken. De dominante landschapstypen zijn dikgedrukt weergegeven.

Cultuurgronden van westelijk Leudal

Gebiedspaspoort /landschapstype beschrijvend

Reliëf

beplanting

Cultuur landschap

Bebouwing  

Kenmerken  

Velden  10%

Bolle ligging

Kenmerkend open middengebied

Gelegen om het middengebied met doorkijkjes

Oude bebouwing rond het middengebied

Midden in grote percelen zonder bebouwing

Kampen 20%

Licht golvend tot vlak

Houtwallen, singels en laanbeplanting

Kleine halfopen omzoomde percelen met landschapselementen

Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte

Onregelmatige verkaveling Wegen kronkelen door landschap

Beekdal 30%

Langgerekte laagtes

Vaak haaks op de beek, of begeleidende beplanting aan de beek

Structurerend dan wel parallel aan de beek

Op de hogere delen staat bebouwing. Watermolenbiotopen bepalen structuur 

Half open kamers tot hooilandjes en besloten bos

Droge / natte heide ontginning 30%

Vlak

Structurerende laanbeplantingen

Regelmatig en bloksgewijs

Beperkte bebouwing in linten

Gestructureerd 

 

Bos & Mozaïek landschap 10%

Stuifduinen vlak en laagtes

Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en productiebos 

Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding

Incidenteel met cultuur-historische elementen

Beleving van aardkundige situatie 

Besloten kamers

 

afbeelding binnen de regeling

 

2.2.3 Leudal en omgeving

Het gebied Leudal en omgeving ligt centraal in onze gemeente. In dit gebied liggen de kernen:  Baexem, Haelen, Heythuysen, Horn(gedeeltelijk), Nunhem en Roggel.  Het meest dominante gebiedstype is hier het bos mozaïek landschap afgewisseld met het bekenlandschap.

In de omgeving van ‘Het Leudal’ staat de natuur en een goed leefklimaat centraal. Hier is de omgevingskwaliteit bovengemiddeld.

Grote delen van dit landschap en met name het gebied wat tegenwoordig “het Leudal” is, is voormalig houtwingebied. Hier werd in het verleden hout geoogst door de aanwezige zandboeren. Oude hakhoutbossen zijn hier nog een zichtbaar resultaat van. Door de houtoogst ontstond ook het patroon van boskavel en landschapskamers omdat deze boeren hun kuddes lieten grazen in het gebied waardoor ook open vegetatiestructuren en heide zijn ontstaan. Door het hele gebied staan nog markante grensbomen/ stenen en (gedeeltelijke) restanten van sterrenbossen zijn nog zichtbaar, beide duidelijk kenmerken van historisch gebruik. In dit gebied staan eveneens 6 monumentale Tamme kastanjes uit de periode 1700-1750.

Aan de noordzijde van het Leudal, ten zuiden van Roggel, zijn in het dal van de Roggelsebeek nog fraaie voorbeelden van een coulisselandschap zichtbaar. De velden aan de Noordkant van het Leudal hebben altijd een heel open karakter gehad, nu is daar bij de Leudalweg een harde overgang tussen landbouw en natuur.

In het Natura-2000 gebied ligt ook klooster Elisabeth. Met de komst en ontwikkeling van klooster Elisabeth ontstaat een typisch kamerlandschap met daarin akkers en laanstructuren. Deze cultuurhistorische elementen vormen nu een meerwaarde voor het Natura-2000 gebied.

Ten westen van het Natura-2000 gebied ‘Het Leudal’ gaan bos- en natuurgebieden, flankerend aan de beken, als groene linten door het landschap. Hierin liggen enkele fraaie monumenten. Zoals  voormalige kloosters en landgoed Beijlshof. Dit is een goed voorbeeld van een oude hoeveboerderij in een kleinschalig Mozaïeklandschap.

In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken.

Leudal en omgeving

Gebiedspaspoort /landschapstype beschrijvend

Reliëf

beplanting

Cultuur landschap

Bebouwing  

Kenmerken  

Bos & Mozaïek landschap 40%

Stuifduinen vlak en laagtes

Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en (productie)bos

Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding

Incidenteel met cultuurhistorische elementen

Beleving van aardkundige situatie. Hoge natuurwaarde in het Leudal. 

Besloten kamers

Beekdal 40 %

Langgerekte laagtes

Moeras en beek begeleidende beplanting 

Beekdalen kennen in het Leudal een diepe doorsnijden van de maasterrassen

Geen tot zeer beperkt in het Leudal. 

In de rand daaromheen lopen beken door de kernen

Ecologische waardevolle structurerende beplanting.

In en rondom dorpen beperkt zichtbaar.

Kampen 10% 

Licht golvend tot vlak 

Houtwallen, singels en laanbeplanting

Kleine halfopen omzoomde percelen met landschapselementen

Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte

Cultuurgronden met onregelmatige verkaveling

Velden 10%

bolle velden zeer beperkt aanwezig

Open structuur

Noordelijke gedeelte is zeer open gericht op landbouw

Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte

Grote percelen openheid

 

afbeelding binnen de regeling

2.2.4 Ontginningsgronden van noordelijk Leudal

Dit ontginningslandschap (ontginningsgronden van noordelijk Leudal) is ontstaan vanaf het begin van de 20e eeuw en bevindt zich op de (hoge) schrale zandgronden. Het dominante landschap wordt gevormd door de grote rechte kavels van de heide ontginningen, omzoomd met bos mozaïek. Er is weinig bebouwing aanwezig, slechts één kern: Heibloem.

De (soms) natte heidevelden werden in cultuur gebracht en beeklopen werden genormaliseerd en verlengt voor de ontwatering. De overheid bemoeide zich in die tijd,  met  de planmatige ontginning en drooglegging voor de landbouw en verkocht de kavels aan boeren. Dit heeft een grootschalig en rationeel landschap tot gevolg. De wegen, vaak in een orthogonaal patroon, structureren het landschap. De noordelijke grens van onze gemeente wordt gevormd door een Peelkanaal. De Peelkanalen, zoals het afwateringskanaal, zijn ooit aangelegd voor de afvoer van delfstoffen (turf) en de ontwatering van het gebied in het kader van de ontginningen. Naar de toekomst toe spelen de kanalen een steeds belangrijkere rol voor de wateraanvoer voor de intensieve landbouw in het gebied.

De jonge ontginningen worden omsloten door de kamers van het (bos) mozaïeklandschap. Hier zijn vaker nog hoogteverschillen zichtbaar en bestaan veel zandwegen tussen de losse bospercelen, de stuifzandduinen zijn bebost voor houtproductie dat langzaam nu weer wordt omgevormd naar natuurlijk bos.

In sommige delen is het landschap nog steeds wat natter van aard door de hoge grondwaterstand en kent daardoor meer sloten voor de afwatering van de landbouwgronden.

De kleinschalige halfopen ontginningen zijn in de 19e eeuw ontstaan. Omdat door bevolkingsgroei op de oude bouwlanden ten zuiden van dit gebied niet genoeg voedsel geproduceerd kon worden, zochten mensen naar uitbreiding van het areaal. Deze ontginningen gaan terug op de individuele boeren en zijn redelijk kleinschalig. Deze kleine landbouwgebieden kenden oorspronkelijk vaak een duidelijke  omkadering van houtwallen of heggen. Landbouw, bos en recreatie zijn de functionele dragers van dit landschapstype.  Er bevinden zich nog relatief veel zandpaden in dit ontginningslandschap.

In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken.

 

Ontginningsgronden van noordelijk Leudal

Gebiedspaspoort /landschapstype

Reliëf

beplanting

Cultuur landschap

Bebouwing  

Kenmerken  

Droge / natte heide ontginning 40%

Vlak

Structurerende laanbeplantingen Open landschap

Regelmatige blokverkaveling

Beperkte bebouwing grote bouwblokken

Gestructureerd, rationeel verkaveld. 

Bos & Mozaïek landschap 40%

Stuifduinen vlak en laagtes

Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en productiebos 

Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding

Incidenteel met cultuurhistorische elementen

Beleving van aardkundige situatie 

Besloten kamers

Beekdal 20%

(Verstoven)

Langgerekte laagtes

Vaak afwezig door landbouwgronden tot aan de beek

Gegraven systeem met genormaliseerde beken

Op de hogere delen staat bebouwing. bloksgewijs

Half open kamers tot hooilandjes en besloten bos

 

afbeelding binnen de regeling

2.2.5 Het Maasdal

het maasdal ligt in het oostelijk deel van de gemeente, gelegen aan de Maas. Het Maasdal wordt gedomineerd door het rivierdal landschap. In dit gebied liggen de dorpen Buggenum, Neer en Horn (gedeeltelijk).

De Maas is de grootste structuurvormer van het landschap. Het glooiend Maasterras wordt gekenmerkt door oude bouwlanden met onregelmatig verkavelingspatroon. De openheid van het gebied is kenmerkend. Door de Maasafzettingen is de bodem structuurrijk en van goede kwaliteit voor landbouw. De vruchtbare gronden werden daarom ook al vroeg door de mens in gebruik genomen, voornamelijk als (oud) grasland. De ruilverkaveling Buggenumseveld heeft gezorgd voor veel schaalvergroting en intensivering van akkerbouw. 
Dit is versterkt door de komst van een kassencomplex waardoor het open cultuurlandschap van het Buggenumse Veld te maken kreeg met lichtvervuiling.
Vanuit het verleden was de Maas een belangrijke handelsroute, waarvan verschillende kastelen zoals kasteel Horn, nog de stille getuigen zijn. Het landschap is een, cultuurhistorisch weinig veranderd, waardevol landschap. 
In dit gebied vinden nog steeds ontgrondingen plaats voor de winning van zand en grind. Dit gebeurt direct aan de rivier. 
De Maasdorpen zijn van oudsher gelegen op de scheiding tussen Maasvallei en hoger gelegen gebieden, hier is later de Romeinse verbindingsweg aangelegd met laanbeplanting voor beschutting en als baken in het landschap. 
De Neerbeek stroomt door het Maasdal en mondt uit in de Maas nabij Neer/Hanssum. Op de Neerbeek zijn diverse watermolens actief geweest met bijhorende watermolenbiotopen. De recente dijkversterkende maatregelen hebben de leesbaarheid van dit landschap vertroebeld. Nog altijd is de landweer, net buiten de kern Neer zichtbaar.

In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken.

Het Maasdal

Gebiedspaspoort /landschapstype Beschrijvend

Reliëf

beplanting

Cultuur landschap

Bebouwing  

Kenmerken  

Rivierdal  90%

Stijlranden

Langgerekte laagtes verdeelt over 3 terrassen met rivier leemgronden

Lagere delen graslanden

 

Zachthout ooibossen houtsingels en hagen

Wegen zijn soms oud (o.a. Arixweg) die ontstaan zijn in oude neven geulen en nu parallel aan waterloop liggen

Hoger gelegen delen

Oude bewonings-geschiedenis op hoogste delen dorpen/ hoeve / kastelen

Half open gebied

vergezichten naar de Maas.

Groenstructuren kenmerken de hoogte verschillen (Parallelle structuurvorming)

Beekdal 10%

Langgerekte laagtes in hoger gelegen landschap

Graslanden beperkt structurerende beplanting 

Beekdal meandert en doorsnijdt de maasterrassen

Op de overgangen van hoog naar laag.

Watermolen

biotopen 

Structuur haaks op maasterrassen. 

afbeelding binnen de regeling

2.3 Gebiedstypen

2.3.1 Inleiding

Binnen de landschappen liggen nog drie aparte deelgebieden. Dit noemen we gebiedstypen. 
Het gaat hierbij om de kernen, de bedrijventerreinen en het buitengebied inclusief de kernrandzones.

2.3.2 Kernen

Het totaal aan onze dorpen noemen wij de kernen. Onze 16 dorpen zijn zeer verschillend. Het zijn hechte gemeenschappen met een geheel eigen identiteit. In de dorpen zorgt men voor elkaar, bloeit het verenigingsleven en worden tradities zoals carnaval en schutterij groots gevierd.
Binnen dorpen zijn inwoners actief (verenigd of niet) om zaken zelf voor elkaar te krijgen of te ontwikkelen. De verschillende dorpsvisies zoals die er op dit moment liggen, laten dat goed zien. De grotere dorpen hebben centraal voorzieningen voor het omliggende gebied. 

2.3.3 Bedrijventerreinen

De bedrijventerreinen van Leudal verschillen zeer in omvang, ligging, inrichting en ‘eigentijdsheid’. Over het algemeen genomen zijn bedrijventerreinen sterk versteend en met robuuste gebouwen ingericht. Ze bieden ruimte aan bedrijven die vanwege de omgevingsdruk niet in of te dichtbij een woonkern passen. Het zijn functionele werkomgevingen en dat willen we ook zou houden. Ze dragen bij aan economische ontwikkeling en bieden werkgelegenheid.
De terreinen Ittervoort en het cluster Windmolenbos en Zevenellen bestrijken samen ca. 75% van het totaal aan bedrijventerreinoppervlakte. Deze terreinen hebben een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor grotere bedrijven met een bovenregionaal werkgebied vanwege de inrichting, uitstraling en organisatiegraad. Ook zijn ze samen met het cluster Ellerweg en Kelperheide (10%) goed ontsloten via de A2, N273 (Napoleonsbaan) en de Maas. 
De terreinen aan de randen van Roggel, Heythuysen en Neer zijn meer bescheiden in omvang en geschikt voor bedrijvigheid  die voorziet in een lokale/regionale behoefte.

2.3.4 Buitengebied, inclusief kernrandzones

De kernen en de bedrijventerreinen bevatten de (voornamelijk) bebouwde gebieden van Leudal. Het overige gebied zien we als het buitengebied. Binnen het buitengebied kennen we een kernrandzones. De kernrandzone is een gebied dat niet voorkomt uit de landschapsanalyse, maar al geruime tijd onderdeel is van ons ruimtelijk beleid. Deze zone is bedoeld als overgangszone tussen bebouwd gebied en buitengebied. De kernrandzone is dus de zone rondom het dorp, ingesteld om mens- en dierconcentraties van elkaar te scheiden met als doel een goed woon- en leefklimaat in de dorpen. Wanneer in de kernrandzones woningbouw plaatsvindt , schuift de kernrandzone verder op naar het buitengebied en wordt het nieuwe woongebied onderdeel van het dorp (en het gebiedstype ‘kern’). De inrichting van de kernrandzone kan op vele manieren en is in ieder hoofdstuk uitgewerkt passend bij het thema, maar altijd zo dat het een gezond en prettig leefklimaat in het dorp ten goede komt. 

3 Wonen en leven in Leudal

3.1 Inleiding

Wonen en leven in Leudal gaat over veel meer dan de woonruimte waarin onze inwoners wonen. Wonen en leven gaat over je thuis kunnen voelen. Een passende (betaalbare) woning, in een mooie en verzorgde omgeving, die goed en veilig bereikbaar is en toegang biedt tot (basis)voorzieningen. Waar je kunt genieten van rust en groen of juist van beweging en dynamiek. Lid zijn van een vereniging of club. Het ontmoeten van vrienden en familie, zonder dat dit moeite hoeft te kosten. In dit hoofdstuk laten wij zien hoe een passende woonomgeving eruit ziet. Dit doen wij voor passende woningen, mobiliteit en voorzieningen. 

3.2 Passende woningen

Waar staan we nu?
Leudal is een prachtige plek om te wonen. Op 1 januari 2024 telde onze gemeente zo’n 36.000 inwoners. Zij wonen in 16.000 woningen. Ongeveer 80% is een koopwoning, de rest zijn particuliere of sociale huurwoningen. De woningvoorraad in Leudal kenmerkt zich vooral door grondgebonden woningen, slechts 10% is een appartement. Woningcorporaties zijn voor ons een belangrijke partner om diverse aandachtsgroepen en woonurgenten te huisvesten. Verschillende zorgaanbieders voorzien ook in woonruimte voor kwetsbare doelgroepen. De meeste woningen liggen in onze dorpen, die in omvang variëren. Haler is met circa 200 woningen ons kleinste dorp en Heythuysen met circa 3.000 woningen de grootste. Van oudsher liggen er verspreid in het buitengebied ook woningen / (voormalige) agrarische bedrijfswoningen.    

Onze karakteristieke plattelandsdorpen bieden inwoners een aantrekkelijke woonomgeving omringd door natuur en ruimte. Woongebieden zijn over het algemeen ruim van opzet met veel groen. Woningen zijn relatief groot en in goede staat, waarbij eigenaren steeds bewuster investeren in verduurzamingsmaatregelen (zoals energetische verbeteringen of aanpassingen om langer thuis te blijven wonen). Bij nieuwbouwplannen sturen wij actief op levensloopbestendigheid. Daarmee zijn woningen geschikt voor verschillende levensfasen, jong en oud.

Het woon- en leefklimaat in Leudal is over het algemeen goed. Op sommige plekken wordt hinder ervaren door aanwezige (agrarische) bedrijvigheid. Als bedrijven worden verplaatst (of ophouden te bestaan), ontstaat in en om het dorp ruimte voor andere functies zoals wonen. 

Wat komt er op ons af?

  • De bevolkingsgroei daalt en de samenstelling van de bevolking verandert (dubbele vergrijzing, kleinere huishoudens). Het aantal kwetsbare inwoners stijgt.

  • Verenigingen en scholen worden samengevoegd, waardoor locaties vrijkomen.

  • De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis en accepteren daarom een langere reisafstand. Wonen in een plattelandsgemeente, zoals Leudal, wordt daarmee voor meer mensen aantrekkelijker. 

  • Door de groei in de Brainport-regio trekken werkenden naar het zuiden, vanwege de beschikbaarheid van kwalitatieve betaalbare woningen, waaronder naar Leudal.

  • Er zijn steeds minder zorgplekken beschikbaar, waardoor inwoners langer (alleen, zelfstandig) thuis (moeten) wonen.

  • De gevolgen van klimaatverandering (verdroging, vernatting, hoogwater, stijgende temperaturen).

  • De klimaatdoelstellingen vragen om aanpassingen aan bestaande woningen en stellen hoge eisen aan nieuwe woningen (van het gas af, energiezuinig).

 

Wat willen we? 
Leudal heeft levendige dorpen waar het voor alle inwoners fijn wonen is. Fijn wonen betekent niet alleen een dak boven het hoofd, maar ook dat er bedrijvigheid is en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Elk dorp heeft daarin zijn eigen karakter. Dit koesteren wij en nieuwe ontwikkelingen of slimme combinaties dragen daar aan bij. Niet alle voorzieningen zijn in elk dorp op dezelfde manier aanwezig, maar ze zijn wel voor iedereen bereikbaar. Trends en ontwikkelingen bieden nieuwe kansen voor Leudal als woongemeente tussen de steden Roermond en Weert en nabij de Brainportregio. We kijken dus nadrukkelijk naar forensenstromen en voorzieningen bij de ontwikkeling en realisatie van nieuwe (grote) woningbouwplannen. Leudal biedt een aantrekkelijke woonomgeving voor (nieuwe) inwoners, waarbij bewust wordt omgegaan met de vrijkomende (bebouwde en onbebouwde) ruimte. In alle dorpen is ruimte voor passende woning(ver)bouw.

Inwoners doorlopen binnen Leudal hun wooncarrière. Het woningaanbod is gevarieerd en biedt mogelijkheden voor jong en oud. Voor zover dit in onze macht ligt en haalbaar is, zijn woningen betaalbaar en toekomstbestendig (energetisch, levensloopbestendig).

De grens tussen (regulier) wonen en zorg vervaagt voor een groot deel. Op het gebied van zorg bieden wij mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning).

Hierna gaan wij per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven. 

Kernen 

  • Wonen en leven in Leudal concentreert zich binnen de dorpskernen, waar flink is en wordt gebouwd. De dorpen kennen een kwalitatieve en goede ruimtelijke opzet met veel groen, (basis)voorzieningen zijn aanwezig en ieder dorp heeft plekken die uitnodigen tot ontmoeting en beweging. Zo blijven onze dorpen leefbaar en onze inwoners langer vitaal.

  • Inbreiden gaat voor uitbreiden. Dit betekent dat nieuwe woningen zo veel mogelijk binnen de grenzen van de bestaande dorpskernen worden gebouwd. Meestal gaat het om plekken die vragen om kwaliteitsverbetering of waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan vrijkomende school- of sportlocaties (door fusie), het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. We bouwen niet alles vol, maar houden ruimte voor groen en ontmoeting.

  • Wij kijken naar geschikte uitbreidingsmogelijkheden aan de rand van het dorp, als er binnen een dorp onvoldoende ruimte is. Dit kan alleen als de ontwikkeling past in de landschappelijke en ecologische structuur. Hierbij zetten wij bij voorkeur in op het creëren van een vliegwiel, waarbij de woningbouwopgave wordt gebruikt om minder wenselijke (agrarische) bedrijvigheid om te vormen. Het belang van (tijdelijk) extra woningen gaat niet ten koste van andere functies, zoals aanwezige (agrarische) bedrijvigheid of ons Natura 2000-gebied.

  • Wij zetten onze extra groei-/woningbouwambitie gericht in om het bestaande voorzieningenniveau in bepaalde dorpen kracht bij te zetten, ook vanwege het belang voor de omliggende dorpen. Daarnaast kijken we bij onze extra groei-/woningbouwambitie naar de oprukkende regio Eindhoven / Brainportregio. Op de visiekaart geven we de ambitie aan voor de komende periode, via het icoon ‘vergrootglas’. Het gaat hierbij om grotere woningbouwontwikkelingen. Denk hierbij aan circa 50 woningen of meer.

  • Nieuwe bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de demografische en economische ontwikkeling en met respect voor de kenmerkende karakteristiek en omgeving in de betreffende kern. In het hart van onze dorpskernen is de bebouwing over het algemeen meer verdicht en soms ook middelhoog. Richting de rand van het dorp waaiert dit uit en vormt laagbouw met veel groen een passende overgang naar de weidsheid van het buitengebied. Qua ruimtelijke opzet dragen nieuwe woningbouwontwikkelingen bij aan het verminderen van hittestress en voorkomen van wateroverlast.

  • Levensloopbestendig en (bijna) energieneutraal bouwen is voor ons uitgangspunt, evenals de inzet op een mix aan woningtypen en prijsklassen, met specifieke aandacht voor betaalbaarheid.

  • Op het gebied van zorg bieden wij in de kernen mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning).

 

Kernrandzone 
De kernrandzone is een overgangsgebied tussen bebouwd gebied en buitengebied. In principe is woningbouw in de kernrandzone niet toegestaan. Als hier gebouwd wordt, schuift de kernrandzone verder op naar het buitengebied en wordt het nieuwe woongebied onderdeel van het dorp (en het gebiedstype ‘kernen’). 

Bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen zijn bedoeld voor bedrijfsmatige / industriële / logistieke functies. Daarom laten wij in Leudal op bedrijventerreinen geen nieuwe (bedrijfs-)woningen toe. Bij bedrijfsbeëindiging mag daar niet regulier worden gewoond. 

Buitengebied geheel
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied.

  • In het belang van een goede en gezonde woonomgeving gaan wij zeer terughoudend om met de toevoeging van woningen in het buitengebied. Van oudsher liggen er verspreid in ons buitengebied (bedrijfs-)woningen. Dit geldt voor alle vier de deelgebieden.  Toevoeging van woningen in het buitengebied ontstaat enkel uit maatwerk. In het buitengebied benutten wij de beschikbare ruimte liever voor functies, die op andere plekken (binnen bebouwd gebied) niet wenselijk of mogelijk zijn.

  • In het buitengebied werken wij niet mee aan nieuwe woningen/wooneenheden, behalve voor: 
    -    Het (tijdelijk) huisvesten van internationale werknemers, (indien passend op de locatie en in het landschap);
    -    Woonconcepten die het landschap ondersteunen en versterken;
    -    Het behoud van monumenten / erfgoederen;
    -    Inpandige woningsplitsing;
    -    Mantelzorg.

3.3 Mobiliteit

Waar staan we nu?
Onze inwoners zijn nu nog voor een groot deel van hun vervoersbewegingen afhankelijk van de auto. Dit komt door een gebrek aan aantrekkelijke alternatieven voor de auto en de grote afstanden die moeten worden overbrugd. Het is niet vanzelfsprekend dat ieder dorp alle (basis) voorzieningen behoudt. De beschikbaarheid van openbaar vervoer verandert omdat bussen steeds vaker enkel aan de kernranden of aan doorgaande wegen stoppen. Niet iedereen is in staat van alle vervoersvormen gebruik te maken. Voor een inwoner met een mobiele beperking is het gebruik van fiets of openbaar vervoer niet vanzelfsprekend. Een goede bereikbaarheid van voorzieningen, familie of vrienden wordt hierdoor een steeds grotere uitdaging.

Niet iedere inwoner van Leudal werkt ook in de gemeente. Inwoners van Leudal werken ook in naburige gemeenten of in de Brainport Regio. De verbindingen over de rijks- en provinciale wegen zijn of worden verbeterd. De actieve vormen van vervoer, zoals te voet of met de fiets, voldoen nog niet altijd en overal aan de gewenste maatstaven. Zonder station in de gemeente Leudal zijn deze inwoners aangewezen op de stations in Roermond of Weert als zij van het Openbaar Vervoer gebruik willen maken. Snelfietsverbindingen zijn in ontwikkeling, maar nog niet gereed. 

Wat komt er op ons af?

  • De laatste jaren zien we een afvlakking van de groei van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden. Het aantal neemt vanaf 2024 geleidelijk af. Dit laat zien dat een risico gestuurde aanpak en meer educatie haar vruchten afwerpt. Echter, de groep jongeren tussen de 16 en 24 blijft over gerepresenteerd. Dit vraagt mede om blijvende aanpak voor onervaren verkeersdeelnemers. 

  • De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis, hebben of willen (vaker) een elektrische auto en kiezen vaker bewust voor een gezonde vervoersvorm (te voet, met de fiets). 

  • Omdat jongeren lang(er) ‘thuis’ wonen, groeit de parkeerbehoefte bij woningen (tijdelijk). 

  • Vanuit het klimaatakkoord ‘Van Parijs naar Praktijk’ moet de CO2-uitstoot worden gereduceerd. CO2-uitstoot wordt in belangrijke mate veroorzaakt binnen de gebouwde omgeving en het wegverkeer. Hierop heeft de gemeente slechts beperkt invloed. De A2, provinciale wegen worden immers aan Leudal toegerekend. 

 

Wat willen we?
Onze dorpen zijn bereikbaar via diverse vormen van vervoer, waarbij een (traditionele) auto niet noodzakelijk is. Tussen de dorpen gaan wij voor een optimale verbinding, dit wil zeggen een goede ontsluiting voor forensen en een goede bereikbaarheid van voorzieningen. In de dorpen gaan wij voor een optimale vorm van veiligheid, dit wil zeggen dat wij meer aandacht besteden aan andere vervoersvormen en de belevingswaarde vergroten. Wij nemen verkeer, vervoer en parkeren daarom in een vroeg stadium mee in de ontwikkeling van ruimtelijk plannen. Hierbij is bewust ruimte voor voetgangers en fietsers, scheiding van langzame- en landbouwverkeersstromen en elektrische en toekomstbestendige vervoersvormen (laadpalen, deelmobiliteit). Wij zetten in op een treinstation in Baexem, omdat dit forensen en studenten toegang biedt tot andere regio’s. Voorgaande ambities op het gebied van mobiliteit versterken onze positie als woongemeente tussen de steden Weert en Roermond en de Brainportregio. 
Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en toegankelijk. Dit kan gaan om feitelijke bereikbaarheid of digitale bereikbaarheid. Ons openbaar gebied sluit hierop passend aan. Hierbij is extra aandacht voor de veiligheid van kinderen, jongeren en minder mobiele verkeersdeelnemers.

We gaan per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven.

Kernen

  • Nieuwe plannen worden vanuit het perspectief actieve mobiliteit ontwikkeld en ingericht.

  • Deelmobiliteit is in (enkele) dorpen en wijken beschikbaar.

  • De (openbare) laadinfrastructuur is op orde. 

  • Er is flexibele parkeerruimte aanwezig in het openbaar gebied.

 

Kernrandzones

  • Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen. Hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen.

  • Nieuwe plannen worden vanuit het perspectief actieve mobiliteit ingericht.

 

Bedrijventerreinen

  • Bedrijventerreinen zijn goed ontsloten; enerzijds van- en naar het terrein bezien vanuit het perspectief van de ondernemers en anderzijds bezien vanuit de invloed van het verkeer van- en naar het bedrijventerrein voor de omwonenden.

  • Ondernemers werken samen en daarbij is deelmobiliteit een van de speerpunten. 

  • Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd / vrachtverkeer) zijn gescheiden om het woon- werkverkeer en het bezoek aan de bedrijven veilig te laten plaatsvinden.

 

Buitengebied geheel
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd) zijn gescheiden om de recreatieve versterking van het gebied veilig te laten plaatsvinden. 

  • Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen; hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen. Zo bereiken we een onder andere goede aansluiting met A2 en provinciale wegen.

 

Leudal en omgeving
Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling:

  • Er is voldoende kwalitatieve, groene en veilige parkeergelegenheid bij en rondom het natuurgebied ‘Het Leudal’.

 

Het Maasdal
Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling:

  • De verbinding tussen het Maasdal (en de rest van Leudal) en Leeuwen (de overzijde van de Maas) wordt gelegd door een nieuwe verkeersverbinding. Hierbij zetten wij, in de basis, in op een fietsbrug ter versterking van de recreatieve en utilitaire verbindingen tussen Leudal, Roermond en Roerdalen. 

 

3.4 Voorzieningen

Waar staan we nu?
In een fijne woonomgeving zijn sociale contacten (nabijheid van familie en vrienden) onmisbaar. Dat is wat mensen bindt aan wijken, dorpen, de gemeente. Leudal heeft betrokken inwoners die naar elkaar omkijken en kent een rijk verenigingsleven. De leefbaarheid staat wel onder druk. Niet alle voorzieningen hebben in elk dorp nog bestaansrecht. Onze 16 dorpen verschillen in omvang, identiteit en behoeften. Dit vraagt om doordachte keuzes zodat belangrijke voorzieningen (zorg, onderwijs, ruimte voor ontmoeting) voor alle inwoners toegankelijk blijven. 

Wat komt er op ons af? 

  • De bevolkingsgroei neemt af, waardoor scholen minder leerlingen krijgen en verenigingen minder leden. 

  • Meer kwetsbare inwoners wonen langer (alleen) zelfstandig.

  • De noodzaak voor sterke sociale netwerken stijgt, als vereiste om langer (alleen, zelfstandig) thuis te kunnen wonen.

  • Het voorzieningenniveau wijzigt, door andere winkelformules.

  • Inwoners zijn minder vaak lid van een club of vereniging.

 

Wat willen we?
Wij willen dat onze inwoners een veilige en passende woonomgeving hebben. Hierbinnen genieten zij van de mogelijkheid vrienden en familie te ontmoeten, te bewegen en de (preventieve) zorg te kunnen aanspreken waar dat nodig is. Inwoners hebben toegang tot voorzieningen, zonder dat deze voorzieningen altijd fysiek of in ieder dorp aanwezig zijn. Ontwikkelingen rondom samenvoegingen, nieuwbouw en vrijkomende locaties geven kansen voor sterke en toekomstbestendige voorzieningen, duurzame bebouwing en nieuwe invullingen die bijdragen aan onze (andere) opgaven.

Kernen 

  • Niet alle voorzieningen bevinden zich noodzakelijkerwijs binnen ieder dorp, maar ze zijn wel voor iedere inwoner (vervoers-)toegankelijk.

  • Alledaagse basisvoorzieningen blijven makkelijk bereikbaar in dorpen met voorzieningen. Dit kunnen ook (dorpen of steden met) voorzieningen zijn buiten de gemeente Leudal.

  • Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. De vorm en invulling daarvan kan en zal verschillen.

 

Kernrandzones

  • Het verenigingsleven, de sportclubs en andere collectieve vormen van vrijetijdsbesteding maken gebruik van elkaars kwaliteiten. 

  • Concentratie van voorzieningen zorgt voor een verhoogde kwaliteit en een sterk, robuust en vitaal aanbod. 

  • Voorzieningen worden goed ontsloten met oog voor het landschap, de gebruikers en de omwonenden.

 

Bedrijventerreinen

  • De bedrijventerreinen worden in de basis niet ingezet voor primaire voorzieningen van de inwoners.

 

Buitengebied geheel

  • Het buitengebied (ongeacht het landschappelijk deelgebied) wordt in de basis niet ingezet voor primaire voorzieningen van de inwoners. 

 

4 Ondernemen en werken in Leudal

4.1 Inleiding

Ondernemen en werken in Leudal gebeurt op verschillende plekken en op verschillende manieren. In de kernen, de kernrandzones, het buitengebied en de bedrijventerreinen. En in de maakindustrie, agri-business, detailhandel, zorg en vrijetijdseconomie. Wij kiezen er daarom voor dit hoofdstuk op te delen in twee paragrafen: 1) ondernemen en werken in algemene zin en 2) ondernemen en werken in het buitengebied. 

4.2 Ondernemen en werken (algemeen)

Waar staan we nu?
Onze economie omvat een keur aan vooral kleinschalige tot middelgrote bedrijven met een aantal zeer innovatieve bedrijven en wereldspelers. Samen zijn de circa 3.800 bedrijven die Leudal rijk is, goed voor zo’n 15.230 banen (Leudal in cijfers, 2022). Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt in Leudal circa 17% onder het landelijk gemiddelde en gelijktijdig heeft Leudal een relatief lage werkeloosheid (2,9% t.o.v. Nederland 3,5%).

De meest stuwende clusters zijn de maakindustrie, agri-business, groot- en detailhandel, zorg en de vrijetijdseconomie. Leudal beschikt over zo’n 260 hectare aan bedrijventerreinen waaronder het duurzaam multifunctioneel bedrijvenpark Zevenellen en Bedrijventerrein Ittervoort. Vanwege de centrale ligging ten opzichte van de Brainportregio, de Limburgse campussen, België en Duitsland en de snelle ontsluiting op de A2, zijn onze bedrijventerreinen in trek en is de beschikbaarheid van vrije kavels beperkt. In de kleinere kernen is het winkelaanbod afnemend. Het aanbod concentreert zich vooral in en rondom de centra van Heythuysen en Roggel. De toeristisch-recreatieve en agrarische bedrijvigheid zijn alom in de gemeente aanwezig.

Om (aanstaande) uitdagingen het hoofd te bieden werkt de gemeente samen met haar buurgemeenten, ketenpartners, het bedrijfsleven en de onderwijspartijen aan de uitvoering van de Economische Agenda Leudal. Overall is Leudal economisch vitaal en dat willen we ook zo houden.

Wat komt er op ons af?

  • De economische ontwikkeling wordt beïnvloed door de impact van de grote transitieopgaven op onze stuwende sectoren zoals energiecongestie, reductie stikstof, afvang CO2 en schaarste van grondstoffen. 

  • Daarnaast daalt de potentiële beroepsbevolking in Leudal sterk door vergrijzing en ontgroening.

  • Andere uitdagingen die de ontwikkeling remmen zijn de beperkte ruimte voor noodzakelijke en gewenste uitbreiding van onze bedrijven op met name bedrijventerreinen.

  • Het toenemende gebruik van online winkel- en bezorgplatforms heeft een negatief effect op het vestigingsklimaat voor retailers in (vooral kleine) kernen en het bestaansrecht van vooral  kleine en ambachtelijke retailers.

 

Al deze uitdagingen hebben een effect op de economische vitaliteit van Leudal en daarmee ook op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid van woon- en leefomgeving, en het onderwijs.

Wat willen we?
Wij kiezen voor een duurzame ontwikkeling als basis voor een vitale toekomstbestendige economie. Niet alles kan en niet alles kan overal. In 2040 is onze economie in balans met de omgeving en regionale arbeidsmarkt. Hiertoe ondersteunen wij ondernemend Leudal de arbeidsparticipatie te optimaliseren en nieuw gekwalificeerde medewerkers aan te trekken.

Bedrijven zijn duurzaam: groen, energiezuinig, klimaat-adaptief en circulair. Ze zijn (economisch) vitaal omdat ondernemers kunnen omgaan met toekomstige bedreigingen en kansen herkennen en adopteren. Leudal faciliteert bedrijven met focus op lange termijn bestaansrecht, samenwerken en actief sociaal-maatschappelijk betrokken zijn.
We streven naar een evenwichtige ontwikkeling waarin bescherming van ruimtelijke en ecologische waarden hand in hand gaat met ruimte voor ondernemerschap, innovatie en duurzame verdienmodellen. Economische vitaliteit en ontwikkelruimte voor ondernemers vormen een volwaardige pijler van de omgevingskwaliteit in Leudal.

We wensen schone, moderne en duurzame bedrijfsomgevingen en bedrijventerreinen. Wanneer
nodig en mogelijk ondersteunen we bedrijven met een wens of noodzaak om te verhuizen naar een geschiktere locatie om te kunnen innoveren of groeien ter versterking van hun vitaliteit.

Samen met onze partners houden wij onze dynamische routekaart “Economische Agenda Leudal” actueel. Hand in hand werken wij in verschillende coalities samen aan innovatieve oplossingen om een goed ondernemingsklimaat voor deze bedrijven te bestendigen. Wanneer nodig helpen we kleine bedrijven bij het verkrijgen en houden van inzicht in hun toekomstperspectief én het versterken daarvan.

Kernen

  • In alle kernen is ruimte voor bedrijven die voorzien in een dagelijkse zorg- en levensbehoefte, aan huis gebonden ondernemerschap en voor horeca en gebouw gebonden verblijfsrecreatie. Aanvullend winkelaanbod concentreert zich vooral in levendige winkelstraten met horecapleinen in Heythuysen dat als aantrekkelijke centrumdorp een groter verzorgingsgebied bediend.

 

Kernrandzones

  • Bedrijven met zakelijke aanloop zoals kantoren, aanloop op afspraak zoals garagebedrijven en aanloop op basis van een abonnement zoals sportaccommodaties faciliteren wij in de kernrandzones. Daar is ook ruimte voor landbouw en voor kleinschalige bedrijvigheid met een geringe invloed op de (woon)omgeving.

 

Bedrijventerreinen

  • In 2040 zijn onze bedrijventerreinen modern en goed bereikbaar met de fiets, ov en auto. Zowel de private als publieke gronden zijn klimaatadaptief: versteend waar nodig, groen en waterdoorlatend waar mogelijk. 

  • Om bedrijvigheid te clusteren zoeken we ontwikkelruimte aansluitend op bestaande bedrijventerreinen.

  • Onze bedrijventerreinen worden niet ingezet of ontwikkeld voor de logistieke sector (verstening en verdozing willen we niet). 

  • Nieuwbouw of verbouw gebeurt met duurzame materialen, met ruimte voor groene daken en gevels of voor opwekking van energie voor het eigen bedrijf en het collectief. Om opslag en verdeling te faciliteren zijn onze bedrijventerreinen uitgerust met een energiehub.

  • In alle gevallen is er, in meer of mindere mate, gewerkt aan de opgave voor modernisatie, verduurzaming en vergroening in en rondom de terreinen.

 

Buitengebied geheel
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • In het buitengebied gaan economische vitaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid hand in hand. Waar mogelijk zijn multifunctioneel gebruik van het landschap en gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen welkom, mits passend bij de kernwaarden van Leudal: rust, groen en ruimte.

  • Ruimte voor andersoortige bedrijvigheid, of bedrijven met een gebiedsrelatie, is er op de daarvoor aangewezen buitengebied locaties beschikbaar.

  • Economische bedrijvigheid die het landschap en natuur negatief beïnvloeden zijn niet wenselijk.

 

Cultuurgronden westelijk Leudal
Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling:

  • Ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie.

 

Het Maasdal
Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling:

  • Groen blauwe recreatieparel met ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema water, natuur en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie.

 

4.3 Ondernemen en werken (agrarische sector)

Waar staan we nu?
Leudal is een agrarische plattelandsgemeente. Een kenmerk van het buitengebied is de diversiteit; er is akkerbouw, veeteelt, volle gronds-tuinbouw en intensieve veehouderij aanwezig. In het buitengebied zijn ook burgerwoningen te vinden. Daarnaast is er een beperkt aantal niet-agrarische bedrijven. Het grondgebruik is intensief agrarisch. De agrarische sector is een belangrijke economische drager en levert een belangrijke bijdrage aan het beheer van het (agrarische) landschap.

Veel agrarische bedrijven stoppen, zijn gestopt of overwegen te stoppen. Dit is een autonome ontwikkeling die al circa 20 jaar gaande is. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de vergrijzing.  Anderzijds heeft het ook te maken met de landelijke regelingen die zijn ingesteld om agrarische bedrijven te beëindigen om daarmee de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit te verbeteren. De eisen die aan agrarische bedrijven worden gesteld, worden steeds strenger. In de beekdalen is sprake van structurele droogte en diverse beken voldoen niet aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Door klimaatverandering zullen vaker extreem natte, maar ook extreem droge perioden voorkomen. Allerlei functies zoals landbouw, natuur, industrie en drinkwatervoorziening ondervinden hier nadelige gevolgen van.

Er is een tendens gaande waarbij consumenten meer aandacht vragen voor dierwelzijn, maar de betaalbaarheid daarvan staat onder druk (de consument kan of wil de meerprijs (nog) niet betalen RUG.nl 2015). Ook is er een afnemend draagvlak voor de invloed van veebedrijven op het gebied van geur en fijnstof, bij akkerbouw speelt het gebruik van pesticiden.

Deze ontwikkeling levert allerlei vraagstukken op met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, waterkwaliteit en kwantiteit, ecologie, sociale (leefbaarheid) en economische vitaliteit.

Andere ontwikkelingen leggen ruimteclaims op de beschikbare gronden in het buitengebied. Bijvoorbeeld voor uitbreiding van bedrijventerreinen, grootschalige of collectieve opwekking van hernieuwbare energie, een nieuwe hoogspanningsverbinding, waterveiligheid, zorginitiatieven, nieuwe natuur en recreatie en toerisme. Soms schuren de nieuwe activiteiten met de bestaande en zorgt een nieuwe ontwikkeling voor onrust onder de bestaande bewoners en gebruikers van het buitengebied. 

Wat komt er op ons af?

  • Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving, met een kleinere footprint produceren boeren gezond voedsel en verdienen daarvoor een fatsoenlijke boterham.

  • Strengere landelijke normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, PFAS, grond- en oppervlaktewater, spuitzones etc. zorgen voor aanscherping van de regels ten behoeve van een gezond leefklimaat.

  • Onder invloed van landelijke beëindigingsregelingen stoppen, in versneld tempo, nog meer veehouderijen. De ruimtevraag voor nieuwe ontwikkelingen wordt groter. Met name gericht op de visueel minder aantrekkelijke monoculturen. 

  • Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc.).

  • Grotere aandacht van exploitanten voor Leudal als vestigingsgebied voor het houden of trainen van paarden c.q. de paardensport.

  • Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen. 

 

Wat willen we?
Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen voor Leudal, waarbij de agrarische sector, als duidelijk element van een plattelandsgemeente, via een goede samenwerking tussen overheid en ondernemers, een innovatieve, maatschappelijk verantwoorde, duurzame en vitale sector kan vormen. In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype:

  • Het behoud van de agrarische sector. De agrarische sector blijft een belangrijke economische pijler. We bieden ruimte aan (vitale) agrarische bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat ze inzicht hebben in- en rekening houden met de invloed van hun bedrijf op de omgeving. Ze streven ernaar om  deze invloed zo klein mogelijk te maken, bedrijfsprocessen te verduurzamen en bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Om dit te bereiken/behouden zetten we in op landbouw die past bij de gebiedskenmerken van de diverse gebieden. 

  • Kwalitatieve groei van bedrijven. We stimuleren kwalitatieve groei van bedrijven (innovatie, verbreding en duurzaamheid). Dit wil zeggen dat wij bestaande agrarische bedrijven stimuleren om op toekomstbestendige locaties te innoveren, een duurzame en vitale onderneming te bedrijven en mee te denken met stoppende agrariërs. Dit betekent niet dat veehouderijen helemaal verdwijnen maar wel dat we een beweging gaan zien naar combinatiebedrijven, circulariteit en extensivering. De systeemopgaven (natuur, water, bodem) zijn dusdanig dat de beweging naar gecombineerd ruimtegebruik echt nodig is om de milieudruk te verlagen. We sturen op kwaliteit en passen een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering toe. Een concrete uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied. 

  • Aansluiting bij landelijke ontwikkelingen. Voor de toekomst van het landelijk gebied zijn we deels afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op onze beleidskeuzes in de toekomst omdat landelijke en provinciale regelingen doorwerken in ons beleid. Via gebiedsprocessen, een gebiedsgerichte benadering of een programmatische aanpak zullen we trachten de invloed en effecten van regelingen zoveel als mogelijk goed in te bedden in ons landschap. 

  • Kwalitatieve benadering. In alle deelgebieden geldt dat we bij nieuwe ontwikkelingen inzetten op een kwalitatieve benadering. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan het afwegingskader. Een concrete uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied. 

  • Ontwikkelingen sluiten aan bij de kernwaarden van onze deelgebieden, waarbij we als uitgangspunt de natuurlijke situatie van de bodem en het water hanteren. Vanuit dit principe zijn landschappelijke structuren bepalend voor de draagkracht van het landschap. Voor alle deelgebieden geldt dat we niet alleen oog hebben voor de kernwaarden maar dat altijd sprake is van een bepaalde diversiteit in activiteiten. Wonen, werken en recreëren gaan hand in hand. Focus op de ene activiteit sluit een andere niet uit. De hoofdkoers wordt echter bepaald door een versterking van de kernwaarden van het betreffende gebied. Door te focussen op de kernwaarden geef je bijvoorbeeld op de ene plaats ruimte aan water terwijl op een andere plaats er juist ruimte is om te ondernemen of om te wonen. 

  • Omgevingsbewustzijn bij onze ondernemers. Onze ondernemers zijn zich bewust van de effecten van de bedrijfsexploitatie (en eventuele uitbreidingswensen) óp en vóór de omgeving. In het belang van een goede balans in de omgeving kiezen zij voor een passende bedrijfsexploitatie. Bij eventuele bedrijfsuitbreiding wordt het belang van de omgeving en de omwonenden intrinsiek meegewogen.

  • Agrarische bedrijvigheid op duurzame locaties. Bij verplaatsing vestigen onze ondernemers zich op een bestaande duurzame locatie. Wij stimuleren deze verplaatsing naar een andere locatie om de kwaliteit van een gebied te verbeteren op het gebied van natuur en/of verbetering van het leefklimaat/gezondheid en we werken hier graag aan mee.   

  • Herbestemming naar andere bedrijvigheid op passende locaties. We houden het welvaartsniveau in stand of verbeteren dit door nieuwe economische dragers toe te laten in de kernrandzones en in gebieden of gebouwen waar dit passend is. Aan herbestemming wordt meegewerkt mits het om kleinschalige activiteiten gaat met een geringe invloed op de omgeving zoals startende nieuwe bedrijven of nieuwe concepten. Grootschalige (industriële) bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein. 

  • Het verplaatsen van bestaande (industriële) niet-gebiedseigen bedrijven. Bedrijven die naar aard en omvang niet gebiedseigen/passend in de omgeving zijn mogen niet verder uitbreiden. We faciliteren deze bedrijven bij het verplaatsen naar een bedrijventerrein. 

  • We zetten in op bij het gebied passende landbouw en faciliteren ondernemers die daar een bijdrage aan leveren.

 

De tabel in combinatie met de kaart in hoofdstuk 2 (Landschapstypen van Leudal) geeft in hoofdlijnen aan welke gebruiksmogelijkheden er zijn voor de diverse landschapstypes. Bestaande bedrijven, met vergunde rechten en -gebruiksmogelijkheden, behouden het recht om dit te blijven uitvoeren. Nieuwe ontwikkelingen moeten in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd. Ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de woon- en leefomgeving zijn niet wenselijk vanuit de wettelijke doelstelling ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit betekent, dat verschillende activiteiten en functies, die met name in het buitengebied heel divers en uiteenlopend zijn (zoals landbouw, veeteelt, andere vormen van bedrijvigheid, wonen, recreatie, natuur) op een gebalanceerde manier verdeeld worden over het (grond- c.q. buiten)gebied. Hierbij moeten wij rekening houden met hun onderlinge effecten om hinder te voorkomen en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Alle nieuwe ontwikkelingen vragen een nadere beoordeling gericht op de specifieke activiteit op een specifieke plek. Het betreft daarmee een indicatieve, richtinggevende tabel. 

Ondernemen en werken (agrarische sector)

Gebiedspaspoort /landschapstype 
zie kaart hoofdstuk 2 
Landschapstypen van Leudal

Wat betekent dit voor nieuwe activiteiten en ontwikkelingen

Velden 

Ruimte voor gewassen  zoals  gras en intensieve groente teelten

Doelstelling/opgave:
Bolle akkers respecteren 

Openheid behouden

Kansen:
Agrarisch natuurbeheer

Kampen 

Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen 

Ruimte voor gewassen, ruimte voor fruitteelt 

Doelstelling/opgave:
Gewassen volgend aan het landschap en hoogteverschillen
Hoogteverschillen respecteren

Beekdal 

Ruimte voor niche markten; water vasthoudend/bodem-verbeterend (o.a. voedselbossen)

Grasland gewassen zonder of met beperkt gebruik gewasbescher-mingsmiddelen

Doelstelling/opgave:
De aanleg en onderhoud van landschapselementen, van natuurvriendelijke oevers of wandelpaden en dergelijke
Minder productie per hectare met aandacht voor bodemkwaliteit verbetering van de biodiversiteit en agrarisch natuurbeheer

 

Droge / natte heide ontginning 

Ruimte voor grote bedrijven 
Ruimte voor (intensieve) gewassen
Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen 
Ruimte voor grootschalige bewerking van percelen

Bos & Mozaïek landschap

Ruimte voor lokaal intensieve gewassen in de kamers van de mozaïek
Niche markten op de hoogte verschillen en de cultuurhistorische percelen
Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen 

Kansen:
Agrarisch natuurbeheer (grenzend aan bossen)

Het Maasdal

Ruimte voor (intensieve) gewassen
Ruimte voor grootschalige bewerking van percelen

Doelstelling/opgave:
Openheid behouden

Kansen:
Agrarisch natuurbeheer

5 Genieten en recreëren in Leudal

Leudal is een plattelandsgemeente met een uitgestrekt vrijetijdslandschap. Inwoners en bezoekers die willen genieten van rust, groen en ruimte in de vrije natuur, kunnen overal in de gemeente gebruik maken van een uitgebreid aanbod van wandel-, fiets- en ruiterpaden in een gevarieerd landschap. Kenmerkend voor Leudal is ook de aanwezigheid van veel en divers erfgoed. Dit is in veel gevallen nog onvoldoende inzichtelijk en beleefbaar.

Waar staan we nu?
Het verblijfs-, horeca- en attractieaanbod is kleinschalig en extensief, met uitzondering van Recreatiepark De Leistert. Dit vertaalt zich in de aanwezigheid van bijzondere pareltjes passend bij de kernkwaliteiten van Leudal. Leudal beschikt over relatief weinig attractieaanbod voor inwoners en verblijfsgasten met een behoefte aan intensievere vormen van dagrecreatie. Leudal heeft in de basis een cultuurrijke omgeving en verenigingsleven met veel ruimte om dit breder te etaleren en uit te dragen.

Route-gebonden recreatie is gemeentegrens-overstijgend en vanuit Leudal zijn tal van (dag)recreatieve trekpleisters met de auto bereikbaar, ook over de landsgrens heen. Om de kwaliteit van de recreatieomgeving, en daarmee ook de leefomgeving, voort te zetten geeft de gemeente samen met haar lokale en regionale partners uitvoering aan het beleidsplan Recreatie en Toerisme Leudal en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma.
‘Het Leudal’ is momenteel al een populair gebied om te wandelen, te fietsen, te paardrijden. Het gebied heeft vier centrale toegangspunten, deze poorten zijn uitvalsbasissen met parkeren, startpunten van wandelroutes, horeca en informatie over het gebied. Het aandachtspunt / de uitdaging voor dit gebied met Natura 2000 status is de zonering. Sommige gebieden moeten rustig blijven en elders mag het weer wat drukker. De rustige gebieden liggen vooral langs de beek (Neerbeek, Leubeek, Tungelroyse Beek). Zij verdienen extra bescherming.

Wat komt er op ons af?

  • De grote nationale en regionale opgaven en transities zoals klimaatadaptatie, duurzame energie, transitie agro-sector, natuurontwikkeling en -bescherming, claimen ruimte en hebben een effect op de landschappelijke omgeving. Het borgen van de kwaliteit van het vrijetijdslandschap is een aandachtspunt bij de (her-)inrichting van het landschap.

  • Sinds corona is er een sterke toename in natuurrecreatie (blijvende trend). Hierdoor is de druk op natuurgebieden, inclusief kwetsbare gebieden, toegenomen.

  • Een blijvende trend is de groeiende behoefte aan het opdoen van belevingen. Recreanten willen meer weten van de achtergronden en bijzonderheden van de omgeving en omgevingselementen waarin zij recreëren, zodat de belevingswaarde toeneemt.

  • Meer diversiteit in het recreatieaanbod is nodig om te kunnen voorzien in de verschillende recreatiebehoeftes van (toekomstige) inwoners en bezoekers.

  • De economische levensvatbaarheid van publieke recreatieaccommodaties staat onder druk. In de toekomst kan niet meer alles overal.

 

Wat willen we?
We streven naar een divers vrijetijdslandschap met aanbod dat invulling geeft aan de behoeftes van onze inwoners en bezoekers en past bij de omgevingskwaliteiten van Leudal. Het recreatie- en cultuuraanbod is verspreid en, waar mogelijk, gecombineerd met andere hoofdfuncties in de omgeving (cross-overs).


Ons uitgebreide routenetwerk is een spinnenweb dat beleveniswaardige “points-of-interest”, pleisterplaatsen en horecagelegenheden met elkaar verbindt. Het netwerk is goed bewegwijzerd en grotendeels toegankelijk voor mensen met een beperking. De verhalen en bijzonderheden van aan het routenetwerk gelegen recreatie- en natuurgebieden en erfgoedlocaties zijn ontsloten voor specifieke doelgroepen, zodat zij bijzondere ervaringen kunnen opdoen in Leudal. Ook ambiëren wij één beeldbepalende dag-attractie met een bovenregionale uitstraling, passend bij de identiteit van Leudal.

Naast het kwalitatieve route-gebonden recreatieaanbod kunnen inwoners, en bezoekers, jaarrond genieten van een divers aanbod van culturele events. Samen sporten kan bij een aantal sportaccommodaties die voor alle inwoners op fietsafstand bereikbaar zijn.

Kernen

  • Er is ruimte voor een gevarieerd aanbod van eet, drink- en slaapgelegenheden. 

  • Horeca concentreert zich het liefst in winkelgebieden, op locaties met ruimte voor een terras en geclusterd rondom aantrekkelijke en groene ‘(horeca)pleinen’.

  • Eet-, drink- en slaapgelegenheden zijn bij voorkeur gevestigd in leegstaand of vrijkomend erfgoed, zodat het behoud daarvan beter is geborgd en een bijzondere belevingswaarde wordt gecreëerd.

  • Er is voldoende binnen- en buitenruimte voor culturele activiteiten.

  • In kernen met bijzonder erfgoed wordt dit op een levendige manier getoond voor bezoekers.

 

Kernrandzones

  • Kinderen kunnen spelen op nabij gelegen natuurlijke speelterreinen.

  • Sport- en recreatieaccommodaties zijn voor iedereen bereikbaar op fietsafstand.

 

Bedrijventerreinen

  • De bedrijventerreinen worden in de basis niet ingezet voor doelstellingen op het thema genieten.

 

Buitengebied geheel
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • Het buitengebied wordt toegankelijk vanaf een aantal strategisch gelegen start- en eindpunten uitgerust met kwalitatieve voorzieningen voor fietsers, wandelaars en ruiters.

  • De start- en eindpunten zijn onderling verbonden door een langeafstand wandel- en fietsroute met ontsluiting op de ‘groene’ (natuur, water) en ‘rode’ recreatiegebieden (kernen, attracties).

  • Horeca in het buitengebied kan, mits gelegen in de directe nabijheid van het routenetwerk en bewust toeristisch wordt geëxploiteerd.

 

Cultuurgronden westelijk Leudal
Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen en randvoorwaarden:

  • In noord oostelijk deel ligt de nadruk op natuurrecreatie dat qua omvang en inhoud past bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied.

  • Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving. 

  • Het zuidelijk deel biedt ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie.

 

Leudal en omgeving
Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen:

  • Kwaliteit gaat voor kwantiteit. We beschermen de meest kwetsbare gebieden van onze natuurparel.

  • In ‘Het Leudal’ zetten we in op:

    • kwaliteitsverbetering en stimuleren van bewustwording voor natuurontwikkeling en natuurbehoud door bezoekers op een licht educatieve en vermakelijke wijze mee te nemen in het belang daarvan en;

    • het verbeteren van de toegankelijkheid en natuurbelevingswaarde voor mensen met een beperking.

  • Aan de randen van ‘Het Leudal’ is ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten, mits deze bijdragen aan een optimale natuurervaring, dit kan door middel van bosaanleg en landschapselementen.

 

Ontginningsgronden van noordelijk Leudal
Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen:

  • Kwetsbare natuurgebieden worden ontzien en in stiltegebieden is er alleen ruimte voor extensieve recreatie.

  • De nadruk ligt op natuur-recreatie qua omvang en inhoud passend bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied.

  • Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving.

 

Het Maasdal
Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen:

  • We stimuleren ontwikkelingen die leiden tot een bio-divers en natuurinclusief vrijetijdslandschap met een hoge belevingswaarde rondom de thema’s water en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie.

  • Daarvoor zetten we in op de ontwikkeling en duurzaam beheer van sterke crossovers waarin de unieke kenmerken en primaire functies van het gebied centraal staan: akkerbouw, natuur, recreatie en water(bescherming).

  • We ontsluiten de bijzondere wetenswaardigheden van het gebied op een zintuigprikkelende wijze (belevingswaarde).

  • Ook versterken we de recreatieve functies van de havens in Neer en Buggenum die tevens dienen als toegangspoort naar het vrijetijdslandschap.

  • Met nieuwe fiets- en wandelverbindingen via een fietsbrug over de Maas verbinden we het Maasdal en ‘Het Leudal’ met Roermond en Nationaal Park De Meinweg. 

 

6 Natuurlijk Leudal

Toen de Maas in haar huidige dal ging stromen was het landschap hier in Leudal een vrij vlak plateau waarin de rivier een bochtige bedding heeft uitgeslepen. Door de opheffing van de Ardennen en de Eifel werden ook Zuid- en in beperkte mate ook Midden-Limburg opgetild waardoor de rivier zich kon insnijden in het landschap. Dit gebeurde in enkele stappen waardoor de rivier terrassen heeft gevormd die op verschillende hoogten boven de huidige bedding liggen. Doordat de Maas op een lager niveau kwam te liggen, konden ook de zijrivieren en -beken zich insnijden, zoals de Leubeek. Vandaar dat het midden terras van de Maas door de zijbeekjes als de Uffelsebeek en de Rijdtbeek is aangesneden.  

De gemeente Leudal kent een lange geschiedenis van menselijke aanwezigheid. In het eerste begin waren het de rondtrekkende groepen jagers en verzamelaars die hun sporen hier nalieten. Later kwamen de eerste boeren, die stukken bos kapten om er akkers en weilanden aan te leggen. Deze eerste bewoning in Leudal centreerde zich met name op het midden terras van de Maas, hier is de originele verkaveling nog op plekken waarneembaar. 
Als de akkers uitgeput raakten, werden nieuwe stukken bos gerooid. Als een boerderij aan vervanging toe was, werd hij vaak op een andere plek herbouwd. Pas in de middeleeuwen, werd permanent akkerbouw bedreven. De dorpen en buurtschappen kregen een permanent karakter. In het noordelijke deel van onze gemeente werd het geleidelijk natter door het uitdijende veengebied van de Peel. Wonen en landbouw bedrijven, bleef hier lange tijd onmogelijk en het landschap bestond hier uit veen, moeras, vennen en natte heide. Toen beeklopen werden gegraven voor ontwatering en het landschap door de tijd werd aangepast, zijn ook de jonge ontginningsgronden bewoond geraakt.  Menselijk handelen heeft de huidige heide, bossen en natuurterreinen laten ontstaan. Onze gemeente kent een grote diversiteit aan natuurgebieden met een grote biodiversiteit en op sommige plekken ook grote authenticiteit. Dit is van belang voor onze gemeente en onze inwoners om te behouden en te ontwikkelen.

Waar staan we nu? 
Er zijn veel verschillende bos- en natuurterreinen met natuurlijke kwaliteiten en / of hoge biodiversiteit binnen de gemeente. Op de plaatsen waar de minste verstoring is ontstaan, zien we dat de aanwezige natuurkwaliteit het hoogst is. Dit zijn de natuurlijke laagtes en de gebieden met hoogteverschillen waar het landschaps-ecologische systeem niet is aangetast omdat ontginning maar zeek beperkt heeft plaatsgevonden. Daarnaast kennen we veel biodiversiteit en kleine landschapselementen in ons agrarische buitengebied die we willen en moeten beschermen voor de toekomst.
We zien dat verdroging, slechte (grond)waterkwaliteit, stikstofbelasting vanuit de atmosfeer en vanuit grond- en oppervlaktewater, de aanwezigheid van exoten, genetische verarming bij populaties, recreatiedruk en een beperkt areaal zorgen voor een verslechtering van de kwaliteit van de natuurwaarden.

Cultuurgronden van westelijk Leudal 
Het beekdalenlandschap, samen met de kampen en velden, is beschreven als het meest dominante landschap van dit gebied (hoofdstuk 2). Het gebied kent glooiende lijnen in een kleinschalig gevarieerd landschap van akkers tot weilanden met koeien/ paarden. Hierdoor ontstaan veel gradiënten in het gebied, waar de van nature voorkomende dier- en plantensoorten ook gebruik van kunnen maken. In het westelijk gebied Heioord zien we dit, mede omdat dit gebied nooit is betrokken in de ruilverkaveling, nog zeer goed terug.
De beken fungeren als groene/ blauwe verbindingslinten door het landschap, waarlangs soorten kunnen migreren. Het (grotendeels) gemeentelijke Heijkersbroek is een klimaatbuffer, die regenwater als een natuurlijke spons in het gebied weet vast te houden. Er worden zeldzame plantensoorten aangetroffen. Het Keversbroek en Bergheide zijn eveneens natuurgebieden in dit deelgebied. Het netwerk aan kleine landschapselementen in dit gebied is groot, waardoor diersoorten  in staat zijn om gebruik te maken van dit landschap. Deze soorten zijn gebonden aan houtwallen, heggen en solitaire bomen. Kenmerkende soorten voor dit landschap zijn o.a.; steenuil, patrijs, haas en das.

Leudal en omgeving
Centraal in onze gemeente ligt het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’ met bijzondere ecologische kwaliteiten. Het Leudal is een waardevol beekdalcomplex in de dalen van de Roerdalslenk, door het hoogteverschil heeft het diep ingesneden beekdalen en  de stroomsnelheid van het water in de beek is hoog. De kern van het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’ wordt gevormd door twee meanderende beken. De vegetatie rondom de beken is zeer gevarieerd. De afgesneden meanders van de beken herbergen moerasvegetaties. De natte tot vochtige bossen behoren tot het elzenbos, vogelkers-essenbos en haagbeukenbos. Lokaal komen gagelstruwelen en berkenbroekbossen voor. Hoger op de flanken van de beekdalen bestaan de bossen uit eikenbeukenbossen, eiken-berkenbossen en naaldbossen. Hier worden met name de beek gebonden soorten en soorten voor vochtige bossen en mozaïek landschap als ecologische representatief gekenmerkt; bittervoorn, kleine modderkruiper, beekdonderpad en bever.
Plaatselijk komen matig voedselrijke tot voedselrijke graslanden voor en zijn enkele heideterreintjes aanwezig. Aan de zuidkant van het deelgebied komen nog zandverstuivingen voor, door te intensief gebruik van de heide gronden in het verleden. 
Ten zuid westen van het Leudal vinden we  het boscomplex van de Hornerheide, dit is voornamelijk droger met overwegend grove den. Voor het totale gebied geldt dat het uitgestrekte netwerk van bossen en landschapskamers vormen een goede verblijfplaats voor planten en diersoorten die gebruikmaken van dit gebied. Bijzonder in dit gebied is de holocene maasmeander het Kloppeven, een van de oudste landschapselementen uit onze gemeente. 
Leudal en omgeving heeft een bijzondere hoeveelheid (cultuurhistorische) ensembles die bijzonder waardevol zijn.

Ontginningsgronden van Noordelijk Leudal
De ontginningsgebieden hebben een  open structuur en een sterk landbouw-gedreven karakter waar modernisering en innovatie zichtbaar zijn. Hier bevinden zich concentratiegebieden voor de agri-business (Boerderijweg, Hollander). Er wordt in dit gebied tevens ingezet op de energietransitie. Natuurkwaliteiten zijn hier te vinden in de openheid en soorten die van ruimte en overzicht houden. Diersoorten vinden mogelijk schuilgelegenheid in de laanbeplantingen en/of de bermen van wegen en waterlopen.
Om de open structuur heen is het bos- en mozaïeklandschap gelegen. Deze uitgestrekte bossen hebben vanwege de omvang en de variatie in vochtgehalte zeer diverse ecologische kwaliteiten. Hier zijn diverse natuurgebieden gelegen. De droge bossen, zoals Spaanse bos, Ophovensche zandberg, Asbroekerheide en Kirkelsberg zijn reliëfrijk en hebben een zandige ondergrond, met vooral grove den. De Ophovensche zandberg en Asbroekerheide zijn ook twee van de Leudalse stiltegebieden die hoge belevingswaarde hebben vanwege de kwaliteit rust. Deze waarde wordt provinciaal beschermd, doordat nieuwe ontwikkelingen met mechanische geluiden niet zijn toegestaan. 
De natte natuurgebieden in dit gebied zijn; de grote en de kleine Moost, deze moerasbossen op voormalige hoogveentjes, bevatten ook vennen en heide. Waterbloem en Weijenhout zijn eveneens moerasbossen met nog zichtbare rabatten, gelegen op en nabij de Peelrandbreuk.
In totaal kent het mozaïeklandschap bospercelen en houtwallen, op de plekken waar nog veel hoogte verschillen in het gebied zijn te vinden. Hier vinden we veel biodiversiteit en lijnvormige verbindingen in de onverharde bospaden. 
De beeklopen in dit gebied zijn deels gegraven voor de ontwatering, maar vormen nu wel groen / blauwe linten door het open landschap waar soorten zich langs bewegen.

Het Maasdal
Het Maasdal heeft alle ingrediënten voor water gerelateerde natuurwaarden vooral in de zones met overgangen tussen bijvoorbeeld droog en nat of vruchtbaar en minder vruchtbaar. Vanaf de Maas gezien zijn er de buitendijkse overstromingsgebieden met een hoog dynamische karakter. Dit vormt een ecologische verbinding aan de rivier. De dynamiek van wisselende hoogwaters met erosie heeft  steilranden laten ontstaan, een kolonie oeverzwaluwen maakt hier gebruik van door te nestelen in de ongeveer 2 m hoge steilrand bij de Bouxweerd. 
De Bouxweerd zelf is een oude zand- en grindput in het laagterras van de Maas. Het is één van de oudste ontgrondingslocaties in Limburg en derhalve nog aan de kleine kant. Hier zien we zachthoutbos ontstaan, met een grote variatie aan watervogels. Vanwege waterveiligheid wordt de doorstroom in de Bouxweerd geactiveerd waardoor er andere natuurkwaliteiten gaan ontwikkelen. Soorten als de bever, die hier voorkomt, profiteert hiervan.  
Door de zand- en grindwinning in het gebied direct aan de Maas wordt er gewerkt aan een kwaliteitsimpuls voor het landschap door de aanleg van nieuwe watergebonden natuurdoeltypen. De populierenlanen die in het gebied staan vormen broedmogelijkheden voor vogels en zijn zomerbiotoop voor enkele vleermuissoorten.  
Op de plek waar de Neerbeek bij Hanssum uitmond in de Maas is een rijk ontwikkeld natuurgebiedje. De beek heeft hier een meanderend karakter. In de beek zijn fraaie waterplanten aanwezig en de oever zijn begroeid met vele hoog opschietende plantensoorten.

Op het middenstuk van dit gebied, het Buggenumse Veld, wordt gekenmerkt door openheid en uitgestrektheid. Het is vooral van belang voor akkervogels zoals; patrijs, peldleeuwerik, kwartel, en gele kwikstaart.
De das maakt gebruik van de variatie in het landschap en er zijn enkele burchten in het Maasdal. 
Ten zuiden en zuidoosten van Buggenum ligt het Buggenumse Broek. Dit gebied ligt in het laagterras van de Maas, onder invloed van grondwater dat hier vrij dicht onder het maaiveld staat. De natuurkwaliteiten moeten nog tot ontwikkeling komen in dit gebied. Tijdens de vogeltrek komen in het hele Maasdal veel vogelsoorten langs. 

Wat komt er op ons af?

  • Voor het stimuleren van biodiversiteit is vanuit het Limburgs Natuurprogramma een groen-blauwe dooradering (water) van het landelijk gebied buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN) voorzien. 

  • Rekening houden met water en bodem is het huidige Rijksuitgangspunt voor de ontwikkeling van het landelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen moeten een positieve bijdrage leveren aan deze doelstelling.

  • Rijks- en provinciale doelstellingen; NOVEX, Ontwerpend Onderzoek, transitie van het buitengebied.

  • We zien dat er een verdere afname is van het aantal kleine landschapselementen in het buitengebied. Deze verschraling van het landschap verslechtert de biodiversiteit. 

  • Opgaven voor stikstof, water en uitstoot hebben grote invloed op de inrichting van het buitengebied.  Het gaat bijvoorbeeld om de transitie van stikstof producerende locaties.

  • Veranderende vraag voor energie, zowel wind als zon en de opkomst van energiehubs.

  • Ruimtelijke initiatieven en de woningbouwopgave (meer woningen) vragen ruimte. 

  • Ruimtelijke initiatieven van inwoners en ondernemers die invloed hebben op of ruimte vinden in het buitengebied.

  • Steeds groter wordende maatschappelijke aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving.

  • Transitie van de agrarische sector (van veehouderijen naar andere sectoren), waardoor agrarische bebouwing vrijkomt en verandering optreedt in het (agrarisch) grondgebruik (andere teelt), en komst van monoculturen.

  • Doordat melkveehouderijen verdwijnen, verdwijnt ook grasland en de daarmee gepaard gaand gevoel van afwisseling, kleinschaligheid en/of biodiversiteit.  

  • Meer leegstand in het agrarisch gebied, met mogelijk een toename van criminaliteit en ondermijning.

  • Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale contacten in relatie tot eenzaamheid).

  • Verstening van tuinen en privé-gronden die zorgen voor meer hitte- en afwateringsproblemen. 

  • De afrastering en omheining van gronden, hetgeen ten koste gaat van de beleving van het landschap, de natuur en de openheid. 

  • Klimaatverandering; met daardoor meer risico’s op natuurrampen. 

  • Toename van  natuurrecreatie.

  • Kader Richtlijn Water (KRW) opgave om de kwaliteit van het beekwater te verhogen voor 2027.

 

Wat willen we?
We streven naar een gevarieerd biodiverslandschap dat bijdraagt aan de natuurlijke kwaliteiten. Wat die kwaliteiten zijn en hoe we ze kunnen ontwikkelen wordt uitgewerkt in het programma landschap. Water, bodem, en luchtkwaliteit vormen het uitgangspunt bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Het natuurlijke landschap met zijn, uit verschillende perioden stammende, cultuurhistorische elementen  wordt gerespecteerd, waar mogelijk hersteld en beschermd. De verschillende natuurgebieden worden beheerd door de terrein beherende organisaties die streven naar bijhorende natuurdoeltypen. 
Erfgoed heeft een bijzondere waarde voor de identiteit van onze gemeente en wordt beschermd, behouden, beleefd en gewaardeerd. Het is meer dan de uiterlijke verschijning. Het gaat om uitleg over de ontstaansgeschiedenis, het herstellen van oorspronkelijke functies of de beleving van de elementen.  

Kernen

  • In de kernen zetten we in op het klimaat adaptief maken van de openbare ruimte tegen hittestress.

  • Beleefbaar maken en/of verbeteren van de beeklopen in de kernen.

  • Het vergroten van de biodiversiteit in het openbaar groen.

 

Kernrandzones

  • We zetten in op een vergroening van de kernrandzones waardoor de beleving van het landschap in deze zones verhoogd wordt. We willen in de toekomst een groene jas ontwikkelen die om de kern heen ligt. Deze groene jas wordt op vrijwillige basis ontwikkeld met de grondeigenaren en de inwoners van de kern. De groene jas levert een bijdrage aan de behoefte van in inwoners op het gebied van natuurspelen/ bewegen, biodiversiteit en landschapsbeleving.

 

Bedrijventerreinen 

  • De bedrijventerreinen zijn niet primair bedoeld voor doelstellingen op het thema Natuurlijk Leudal.

 

Cultuurgronden van westelijk Leudal 
Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal en heeft veel natuurlijke potentie. De nog aanwezige hoogte verschillen in het landschap gecombineerd met de ontwikkelpatronen van de ontginning geven veel natuurlijke kwaliteiten aan het gebied. De natuurterreinen in dit gebied worden gewaardeerd en de biodiversiteit is van belang.

In dit landschapstype komen alle vormen van agrarisch ondernemen voor. Centraal gelegen in het gebied zijn de akkercomplexen van de heide ontginningen, hier bieden wij ruimte voor intensieve landbouw, dit is zowel akkerbouw als veeteelt. Dit komt tot uiting in de  zichtbaarheid van stallen en intensieve teelt van gewassen, met o.a. de aanwezigheid van teelt ondersteunende voorzieningen - met name in de concentratiegebieden voor zacht-fruit.  In de velden en de beekdalen en in gebieden met meer cultuurhistorische waarden stimuleren we ontwikkelingen die in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd en natuur inclusieve landbouw in de natuurlijke overgangszones. Wij zien agrariërs als partner in het beheer van deze natuurlijke overgangszones en we streven erna om agrariërs te bewegen om naast het eigen verdienmodel open te staan voor natuurbehoud en herstel.  Hiervoor willen we de juiste randvoorwaarden scheppen. De beken en de beekdalen vragen om natuurherstel.

  • Wij streven naar een gevarieerd beekdalensysteem dat in staat is water vast te houden in de laagtes, zodanig dat andere functies hier een voordeel van hebben. Het landschap heeft een natuurlijke verkavelingsstructuur waarin landschapselementen zorgen voor het groene raamwerk waarlangs diersoorten hun weg vinden. Op de (bolle) akkercomplexen is ruimte voor landbouw die gebruik maakt van de kwaliteiten uit de bodem. De kernen liggen in een groene jas, waar onder andere ruimte is voor bewegen en recreatie. Dit is ook de plek voor voedselbossen en het ontwikkelen van duurzame lokale initiatieven. In dit landschap zien we fraai ontwikkelde (cultuur) historische elementen die de geschiedenis van het gebied accentueren. De samenhang tussen natuur en cultuur komt hier goed in beeld waardoor het gebied aantrekkelijk is voor wandelaars en fietsers die rust, ruimte en groen zoeken.

  • Wij streven naar aantrekkelijke kampenlandschappen in combinatie met bos- en natuurgebieden. Halfopen landschappen, kleinschalig door bebouwing.

  • Wij stimuleren een (geïntegreerde) grondgebonden landbouw op de ontginningsgronden als mede-drager van het aanwezige (agrarische) landschap. 

  • Wij versterken de openheid van het gebied en verminderen de hoeveelheid bebouwing in de velden en op de kop van het beekdal en op de kwetsbare gronden. We maken die kwetsbare, maar thans versteende, gebieden (weer) open door sanering van bebouwing.

  • We versterken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek (hoge en lage waterstanden, meandering, natuurvriendelijke oevers) in het beekdal.

  • We streven ernaar om de  randen van het beekdal herkenbaar te maken met beplanting en maken de beek (weer) zichtbaar.

  • We dragen er aan bij om de ontbrekende schakels in het groen / blauw-netwerk van de  rivier- en beekdalen aanéén te koppelen.

Leudal en omgeving
Het hart van dit gebied ligt in het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’. Dit gebied is een oase van rust en ruimte voor de aanwezige dier- en plantensoorten. Het omliggende gebied van ‘Het Leudal’ is zo ingericht dat het een zowel kwalitatieve als kwantitatieve bijdrage levert aan de waterhuishouding in het gebied. Ruimtelijk betekent dit een natuurlijke overgangszone waar landschap en kleinschalige verkaveling worden gestimuleerd. De bijzondere kwaliteiten van het cultuurlandschap die voortbouwen op de natuurlijke condities van de bodem worden hier gestimuleerd. 
De watertoevoer uit de beken is van een goede kwaliteit en wordt binnen de gemeente vastgehouden in de beekdalen.

  • We streven naar een optimale balans in het Natura 2000-gebied. De natuurdoelen gaan niet langer achteruit en hebben zelfs een lichte groei in omvang en kwaliteit.  

  • Omliggende bossen vormen een buffer voor toerisme zodat belangrijke natuurdoelen geen negatieve effecten ondervinden. 

  • Het Natura 2000-gebied ligt centraal in onze gemeente. Het verbeteren van de (water) kwaliteit binnen dit gebied, is aangepakt door aanpassing van de bovenstroomse gebieden en waterlopen. Op kwetsbare gronden (direct aan de beek) stimuleren we extensivering en innovatieve vormen van bemesting van de bovenstrooms gelegen landbouwgebieden. Hierin volgen wij de landelijke ontwikkelingen. 

  • We houden water langer vast binnen het totale beeksysteem.  

  • We stimuleren herstel van de regionale grondwatersituatie en vragen om innovatie bij- en nieuwe toepassingen van grondwateronttrekkingen door en voor de landbouw.

  • De overige natuurgronden profiteren mee van de kwaliteitsverbetering en dit is zichtbaar door meer biodiversiteit in de gebieden.

  • Het woonklimaat rondom het Natura 2000-gebied zal door deze ingrepen een positieve ontwikkeling ervaren op het gebied van rust, fijnstof en geur.

 

Ontginningsgronden van noordelijk Leudal
Wij zetten gedeeltelijk in op een open en leesbaar landschap en gedeeltelijk op het versterken en verbinden van de aanwezige boscomplexen. In deze intensieve landbouwconcentratie-gebieden krijgt de landbouwsector door innovatieve wijzigingen van de technische systemen een duurzame toekomst. Het rechte verkavelingspatroon staat ten dienste van de bereikbaarheid van percelen. Daar waar waterlopen of natuurontwikkeling nodig zijn voor een goede ecologische balans is er ruimte voor natuurlijke overgangszones en stimuleren we ontwikkelingen die in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd. De openbosstructuur wordt als verbindingszone gewaardeerd en ontwikkeld. Het aanwezige stiltegebied wordt gerespecteerd en verder ontwikkeld als waarde in dit gebied.

  • We versterken het tussenliggende half open bosmozaïeklandschap dat een ecologische zone vormt waar waardevolle natuur tot ontwikkeling kan komen. 

  • We stimuleren de open agrarische gebieden ten gunste van akkervogels.  

  • We versterken de stiltegebieden Asbroekerheide en de Ophovense zandberg met de  kernwaarden van rust, ruimte en groen.

 

Het Maasdal
De buitendijkse  natuurkwaliteiten van het Maasdal zijn hoogdynamisch en vangen de grote verschillen op voor de binnendijkse gebieden. In het Maasdal herleven de kernkwaliteiten  openheid en water die tevens een basis bieden voor toerisme en recreatie. Dit gebeurt door de kernkwaliteiten niet alleen te respecteren maar juist te benutten.

  • We stimuleren de open agrarische gebieden ten gunste van akkervogels. 

  • Binnen het Maasdal is daarnaast ruimte voor niche-initiatieven uit de agri-business die een meer intensief, maar open karakter hebben (zoals biologische of duurzamere landbouw, innovaties in de voedseltechnologie etc.). 

  • We zetten in op beleving van de Maas en haar natuurlijke dynamiek in relatie tot de beekmonding. 

  • We koesteren het onbedijkte karakter van de Maasvallei maar hebben ook het besef dat hoogwaterbescherming in sommige gevallen soms vraagt om dijken.

  • Wij koesteren, het totale ensemble van, landgoederen en historische buitenplaatsen en behouden deze historie voor de toekomst. 

  • We waarderen de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders die worden geaccentueerd door lijnvormige elementen op de hoogteverschillen en aan de randen van percelen.

 

7 Duurzaam en toekomstbestendig Leudal

‘Duurzaamheid’ is misschien wel het grootste containerbegrip in deze tijd. Binnen dit hoofdstuk richten wij ons op ‘energie’, ‘circulariteit’ (hergebruik van afval, waardoor nieuwe grondstoffen ontstaan) en ‘klimaatadaptatie’.

Waar staan we nu? 
Leudal is goed op weg als het gaat om de opwek van hernieuwbare energie. Als eerste gemeente in Limburg zijn windturbines gerealiseerd. Ook op onze daken wordt via zonne-energie elektriciteit opgewekt. Met name in de bebouwde omgeving en binnen de industrie zijn nog flinke slagen te maken als het gaat om energiebesparing, schone energie en een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

Ook is circulaire economie een bekend begrip in onze gemeente waar we op vele gebieden aan werken. Circulariteit in de landbouw en groenreststromen. Voor ondernemers en bewoners is circulair gericht op van afval naar grondstof.  Vanuit bedrijvigheid is circulair werken de insteek.
We zijn een plattelandsgemeente maar zien toch verstening in onze kernen en op onze bedrijventerreinen ontstaan. Dit kan en moet anders om het woon- en leefklimaat te optimaliseren.

We moeten overal rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Het ene gebied is soms te droog is en op een ander moment lopen onze straten en huizen onder. Aanpassingen aan klimaatverandering vragen om een intensieve samenwerking tussen overheden onderling. Burgers hebben daar ook  een rol in. Dit maken we duidelijk in hittestresskaarten. Dit zijn kaarten waarop te zien waar kansen en risico’s zich voordoen.

Wat komt er op ons af?

  • Het uitvoeren van het klimaatakkoord van ‘Parijs naar Praktijk’. Dit houdt o.a. in: een flinke CO2 reductie en het terugbrengen van aardgasverbruik in de bebouwde omgeving. 

  • De elektriciteitsvraag en het elektriciteitsaanbod zullen verdubbelen in de komende jaren.  De huidige infrastructuur is hier binnen de bebouwde omgeving onvoldoende op ingericht, we moeten er rekening mee houden dat het aantal trafohuisjes ook fors toeneemt en spanningsnetten verzwaard worden. 

  • Een steeds groter wordende vraag naar het opwekken van hernieuwbare energie. Binnen de bebouwde omgeving, met name binnen de bedrijventerreinen, zijn energiegemeenschappen en energiehubs de toekomst. 

  • Verzoeken voor veranderende energiebehoefte. Zon- en windenergie opwekking zichtbaar in het landschap. Dit geldt ook voor energie-infrastructuur en -opslagsystemen.

  • Het vestigingsbeleid van het bedrijfsleven word afhankelijk van de beschikbare energie.

  • Klimaat verandering met als gevolg mee extreme weer situaties.

  • Wateroverlast of watertekorten. 

  • Hittestress in stedelijke omgeving met als gevolg vermindering van de leefkwaliteit.

 

Wat willen we?
Wij plaatsen kwaliteit voor kwantiteit. Door een duurzame levensstijl leveren we samen een positieve bijdrage aan het verminderen van afval en het minimaliseren van onze ecologische voetafdruk. Onze inwoners, ondernemers en partners denken anders over en kijken anders naar afval: kan het nog een keer mee? Kan het gerepareerd worden? Kan het worden verwerkt of hergebruikt (geheel of in onderdelen)? Is energie terug te winnen uit materialen? Wat niet gemaakt hoeft te worden eindigt ook niet op de afvalberg.

Waar mogelijk wordt voedsel lokaal geproduceerd, met korte vervoersafstanden en een transparant productieproces. Onze inwoners zetten zich actief in voor een duurzame leefomgeving en zijn trots op het kleinschalige landschap met de levende bodem die de basis vormt voor ons gezond voedsel.

Verduurzaming van de gebouwde omgeving begint bij een optimale energiebesparing, de warmtetransitie en de kleinschalige opwek van duurzame elektriciteit (richtinggevend: 25% meer in 2030 ten opzichte van 2015). Wij verminderen het aardgasverbruik van woningen met 20% in 2030 ten opzichte van 2021. Samen met de gemeenten in de RES regio wekken wij in 2030 met grootschalige zon- en windprojecten (richtinggevend) 1.200 Gigawatt uur (GWh) duurzame energie op. Voor 2050 hebben wij een CO2-neutrale energievoorziening, waarbij alle energie die op het eigen grondgebied wordt gebruikt, duurzaam wordt opgewekt.

Wij bieden de ruimte voor netuitbreiding van het hoogspanningscircuit, waarbij de kwaliteit van het landschap gerespecteerd moet worden. Eveneens bieden wij de mogelijkheden voor een verdichting of verzwaring van transportverdeelstations en transformatorhuisjes. Bij de situering en het ontwerp wordt ruimte gelaten voor vlinderstruiken, hagen of andere vormen van aankleding. Hierdoor vervullen deze voorzieningen niet alleen een functionele behoefte, maar wordt de beleving in de woon- en leefomgeving gecompenseerd of versterkt.

We ontwerpen de buitenruimte klimaatneutraal met ruimte voor groen en biodiversiteit. We vangen water waar nodig op. In de buitenruimte van de bebouwde omgeving heeft verstening en verharding plaatsgemaakt voor groen en biodiversiteit. Dit helpt tegen hittestress en het heeft een positieve invloed op de leefbaarheid in kernen. 36.000 bomen (voor iedere inwoner één) stimuleren vergroening van tuinen, openbare ruimte en kernrandzones. Juist bij en voor onze inwoners, die zelf beperkte mogelijkheden hebben dit te realiseren.

Kernen

  • Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig, zodat lokaal opgewekte energie ook lokaal wordt gebruikt.

  • In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. 

  • Klimaatbuffers en wadi’s worden aangelegd en dusdanig beheerd dat ze een klimaat adaptieve functie krijgen.

  • Onze woonstraten bieden ruimte, groen en biodiversiteit, in tuinen of de openbare ruimte.

 

Kernrandzones 

  • In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame ontwikkelingen. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen.

  • Kleinschalige zonne-energieprojecten worden gestimuleerd. 

  • Voedselbossen en gezamenlijke dorpsgaarden / groenteproducties zijn aanwezig nabij diverse dorpen.

  • Boomgaarden en houtsingels versterken de zones rondom de dorpen.  

  • Groenblauwe dooradering rondom de dorpen in de vorm van landschapselementen en verbindingen tussen bestaande groen objecten en beken versterken de landschappelijke kwaliteit en verhogen de belevingswaarde.

 

Bedrijventerreinen

  • Energy-hubs worden op bedrijventerreinen gestimuleerd en gefaciliteerd.

  • Vergroening en ontstening van bedrijventerreinen is een gezamenlijke ambitie om hittestress te voorkomen en een prettige werkomgeving te stimuleren.

 

Buitengebied geheel 
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • Klimaatadaptatie vindt plaats in de vorm van landschapselementen en waterberging waar het passend is in of versterkend werkt voor het landschap (ongeacht het deelgebied).

  • In heel het buitengebied stimuleren we de teelt van bio-base bouwmaterialen. Wij zien dit het liefst niet als monocultuur. Wij streven naar biodiversiteit in de randen van percelen.

  • Hernieuwbare energieprojecten vinden hun plaats (in aanvulling op de bestaande windturbines in het belang van een duurzaam ruimtegebruik), hierdoor kan een kwalitatief energielandschap ontstaan. We houden hier rekening met de positie van reeds bestaande turbines en de stilte- en natuurgebieden.

  • Groengas is op projectbasis mogelijk afhankelijk van de locatie en de omringende landschappelijke kwaliteiten.

  • Op basis van deze Omgevingsvisie en ontwikkelingen in de markt, vindt een nadere uitwerking plaats voor de opslag van energie in de vorm van accu’s en batterijen.

 

8 Gezond en veilig Leudal

8.1 Inleiding

Gezondheid in het kader van de Omgevingswet richt zich op drie perspectieven: het beschermen, het bevorderen en het faciliteren. 

  • Het beschermen van de gezondheid (en het creëren van een veilige omgeving) heeft te maken met de leefomgevingskwaliteit, zoals bijvoorbeeld geluid, fijnstof, geur en gevaarlijke situaties. Dit richt zich dus op de milieu-ambities. 

  • Gezondheid bevorderen is gericht op de leefomgeving die gezondheid stimuleert. Denk aan een omgeving die uitnodigt om te bewegen. Dit wordt ook vaak een goede gezondheid genoemd. 

  • Gezondheid en veiligheid faciliteren gaat vooral over het zorgen dat een omgeving zelf- en  ‘samenredzaam’ is. Onder andere onderwerpen als toegankelijkheid van gebouwen en de omgeving en de veiligheid van vooral het openbare gebied en de samenleving komen hierbij aan bod.

 

In dit hoofdstuk gaat het over een gezonde leefomgeving (milieu), een goede gezondheid en veiligheid. 

8.2 Gezonde leefomgeving

Waar staan we nu?
Milieufactoren hebben een grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van een gebied en vormen daarom ook een belangrijk onderwerp in de Omgevingswet. Het gaat om de milieufactoren luchtkwaliteit (fijnstof, geur en stikstof), geluid, licht, straling en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Onder milieu vallen de kenmerken van onze omgeving, die belangrijk zijn om ergens gezond en veilig te kunnen leven. 
Als we het hebben over het beschermen van de gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan gaat het in Leudal vooral over het buitengebied. Hier staat de kwaliteit van de leefomgeving (vooral bij woningen en natuur) onder druk, met name door de overschrijding van de geurnormen en fijnstof zoals uit landelijke meetresultaten zichtbaar wordt.

Dat milieu er toe doet, blijkt uit het feit dat meer dan 80% van de bevolking zich zorgen maakt over de gezondheids- en milieuproblemen. Een recente analyse van ingediende overlast meldingen en uitgevoerde milieuonderzoeken in de gemeente Leudal heeft aangetoond dat lucht, geur en geluid de meeste overlast en overbelasting veroorzaken.

Op hoofdlijnen is de huidige milieukwaliteit in de gemeente Leudal goed en aanvaardbaar te noemen. Dit blijkt uit onder andere de Atlas Leefomgeving (luchtkwaliteit), de gemeentelijke bodemkwaliteits- en geurbelastingkaarten, referentiemetingen van het achtergrond omgevingsgeluid en het Register externe veiligheid.

Desondanks heeft de gemeente Leudal relatief te maken met veel overlast meldingen. Zoals hierboven vermeld gaat het hierbij in hoofdzaak over lucht, geluid en geur. Dat is ook de reden dat voor geur en geluid momenteel al lokale gebiedsgerichte beleidsregels van kracht zijn.

Leudal heeft als een van de eerste overheden in Limburg in 2020 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. In de gemeente Leudal wordt de luchtkwaliteit hoofdzakelijk bepaald door de veehouderijen, houtstook en verkeer (drukke wegen). Dit blijkt uit de Rapportage Luchtkwaliteit en gezondheid in Limburg (november 2022). Onlangs is Leudal in het landelijke Besluit kwaliteit leefomgeving aangeduid als aandachtsgebied fijnstof.

Wat komt er op ons af?

  • Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving: strengere landelijke normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, PFAS, spuitzones etc.

  • Doordat we steeds vaker te maken hebben met hogere temperaturen en een vergrijzende bevolking, is aandacht voor hittebestrijding van belang.

  • Transitie van de agrarische sector (van Intensieve Veehouderij naar andere sectoren).

  • Klimaatdoelen die vragen om een versnelling van de reductie van CO2.

 

Wat willen we?
We willen een goede balans tussen fijn en gezond wonen in Leudal en het bieden aan ruimte voor (agrarische) bedrijven om hun activiteiten te ontplooien, zich te vestigen of uit te breiden.

We gaan uit van de vier milieubeginselen van de Omgevingswet. Dit zijn:
1.    het voorzorgsbeginsel,
2.    het beginsel van preventief handelen,
3.    het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden,
4.    het beginsel dat de vervuiler betaalt.

Waar van toepassing nemen wij de algemene milieubeginselen op in (thematische én gebiedsgerichte) beleidsvoorstellen.

Ook gaan we uit van de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat niet alleen wij (de overheid), maar
ook onze ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde
fysieke leefomgeving en hiernaar handelen. Hierbij hanteren we geen strengere normen,
beperkingen of aanvullende voorwaarden dan de geldende landelijke wet- en regelgeving, tenzij dit
aantoonbaar nodig is om een gezonde omgevingskwaliteit te realiseren.
We voorkomen of beperken risico’s door het treffen van maatregelen aan de bron, het beschermen
van de omgeving (met nadruk op kwetsbare groepen) en het verhogen van de zelfredzaamheid.
Indien wordt aangetoond dat dit nodig is, stellen we algemene regels of maatwerkvoorschriften aan
bedrijven.

In dit thema is onderstaande doelstelling voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype:

  • We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit:

    • Met het moderniseren van het bestaande lokale gebiedsgericht geluidbeleid wordt hieraan een nadere uitwerking gegeven door per gebied geluidsvoorschriften ‘op maat’ vast te leggen. Ook een betere bescherming van de 3 bestaande stiltegebieden krijgt hierbij aandacht.

    • Het thema geur speelt in Leudal met name bij agrarische bedrijven. Hoewel de huidige lokale geurnormen, ten opzichte van de landelijke normen, al behoorlijk zijn aangescherpt, heeft Leudal toch nog diverse (cumulatief) overbelaste gebieden. Het blijft daarom zaak om op lokaal niveau nieuwe situaties met een onaanvaardbare geurbelasting te voorkomen en de bestaande overlast te verminderen.

    • In ons lokale uitvoeringsplan Schone Lucht Akkoord (SLA) benoemen we maatregelen op gebied van landbouw, industrie, mobiliteit, mobiele werktuigen en houtstook. In het SLA hebben we de ambitie benoemd (in aansluiting bij het Rijk) om in 2030 gezamenlijk 50% gezondheidswinst op het gebeid van deze onderwerpen te realiseren ten opzichte van 2016. Het uitvoeringsplan om hier te komen actualiseren we elk jaar. Hierdoor spelen we jaarlijks in op de mogelijkheden en verbeteringen die voor onze gemeente nodig zijn en kunnen we gericht sturen naar het behalen van onze ambities.


Kernen

  • In kernen is het uitgangspunt dat overal een gezond woon- en leefklimaat aanwezig is.  Op het gebied van geluid is het gebiedsgericht geluidbeleid al toegespitst op een goed geluidsniveau passend bij wonen. (Milieu)overlastsituaties in kernen spelen vooral nog op het gebied van geur en fijnstof. De keuzes die we maken in het buitengebied ambiëren in elk geval een verbetering van het woon- en leefklimaat in de kernen.


Kernrandzones

  • We zorgen voor een betere scheiding tussen mens en dier en mens en agrarische activiteiten (gebruik bestrijdingsmiddelen / gewasbeschermingsmiddelen / pesticiden). De kernrandzone is ontwikkeld om mens- en dierconcentraties van elkaar te scheiden met als doel een goed woon- en leefklimaat in de dorpen. Het reeds ingezette beleid om te komen tot scheiding van mens en dier wordt doorgezet. De functie van de kernrandzone hebben wij in deze visie wel verbreed. In deze zone worden kleinschalige (agrarische) bedrijfsactiviteiten toegelaten en vergroening door boomgaarden, voedselbossen en landschapselementen etc. gestimuleerd. De kernkwaliteiten van een gebied bepalen wat het gebied aan kan qua milieubelasting. Er wordt gestreefd naar een goede afweging tussen mogelijke en gewenste functies en de omgeving.

  • We inventariseren de kernrandzones en richten hierbij passende activiteiten opnieuw in.  De kernrandzones zijn de overgangszone tussen wonen en werken (buitengebied). In de huidige bestemmingsplannen zijn kernrandzones aangegeven rondom elke kern. We onderzoeken of een differentiatie aangebracht kan worden in de grootte van de zones maar de bestaande zone van 200 meter blijft minimaal gehandhaafd. Binnen de kernrandzones accepteren we dat het leefklimaat wat minder goed kan zijn dan in de kernen, maar nog altijd voldoende om fijn te kunnen leven. We stemmen de activiteiten die hier mogelijk zijn af op een acceptabel ‘woon- en leefklimaat’. Waar zich kansen voordoen om bedrijven te verplaatsen of te stoppen, springen wij hier op in.


Bedrijventerreinen

  • We zorgen voor een scheiding tussen wonen en werken. Bedrijvigheid hoort in basis op het bedrijventerrein thuis. Alleen kleinschalige ondergeschikte bedrijvigheid kan ook in het buitengebied. Bedrijvigheid in kernen beperkt zich tot oudsher bestaande bedrijven, zij hebben geen ontwikkelruimte meer. Nieuwe ontwikkelingen op die plekken zijn voor woningbouw en voorzieningen. Hierdoor ontstaat er een duidelijke scheiding tussen wonen en werken, waardoor de overlast door bedrijvigheid verminderd.


Buitengebied geheel

In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • We zetten in op het verlagen van de emissie bij bedrijven en het voorkomen van benutting van oude rechten op slechte locaties. Verbetering van de luchtkwaliteit van bestaande agrarische bedrijven wordt gestimuleerd. 

  • We verminderen overlastsituaties door de ontwikkeling van de juiste (bedrijfs-) initiatieven op de juiste plek. We willen de negatieve effecten van bedrijvigheid op de gezondheid van inwoners en op de kwaliteit van natuur  verminderen. Dit doen wij door de toepassing van een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering, waarbij wij diverse opgaven tegelijkertijd én samen met de betrokkenen oppakken. 

  • We zetten in op het concentreren van (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust, ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste overlast veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op een passende en toekomstbestendige locatie.

 

8.3 Goede gezondheid en veiligheid

Waar staan we nu?
Bij het thema goede gezondheid gaat het om de keuzes en mogelijkheden van inwoners zelf (genoeg bewegen, gezond eten) en de inrichting van de ruimte (voldoende parken, groen en speelplekken).  Als we het hebben over gezondheid binnen de Omgevingsvisie, dan praten we juist over de delen die zich buiten afspelen.

Het bevorderen en faciliteren van gezondheid en veiligheid gaat voornamelijk over het hebben van voldoende en goed bereikbare voorzieningen buiten en het kunnen beheren van een veilig buitenklimaat. Denk daarbij aan voldoende ruimte om te kunnen spelen, sporten en bewegen. Hiervoor is voldoende ruimte in de buitenlucht nodig, bijvoorbeeld in parken, natuur en het agrarisch gebied. Ook goede zorg, lekker in je vel zitten en mee kunnen doen horen hierbij.

Naast aandacht voor gezondheid in de woonomgeving richten wij ons ook op de sociale veiligheid. Sociale veiligheid houdt in dat men zich beschermd voelt in de openbare ruimte. Dus samenvattend gaat het om voldoende plekken om te kunnen bewegen, maar wel op plaatsen waar genoeg overzicht en sociale controle is.

Leudal is een groene gemeente. De afstand vanuit alle kernen tot natuur en recreatie voorzieningen is klein. In het buitengebied is de afstand tot de voorzieningen voor sport en spelen groter. En door deze grotere afstand is de toegankelijkheid en (sociale) veiligheid naar deze voorzieningen minder.

Wat komt er op ons af?

  • Vergrijzing en ontgroening van de bevolking; de groep mensen ouder dan 65 groeit gestaag, terwijl het aantal jongeren afneemt. Dit betekent dat we op een andere manier naar de fysieke behoeften, voorzieningen en bereikbaarheid en toegankelijkheid moeten gaan kijken.

  • Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale contacten in relatie tot eenzaamheid).

  • Een landelijk programma voor het stimuleren en verbeteren van vitaliteit en langer zelfstandig thuis wonen.

  • Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc.).

  • Veranderende relatie tussen samenleving en overheid en binnen de samenleving onderling. Veiligheid is gebaat bij een zekere mate van sociale samenhang. Door de grotere afstand tussen mensen en tussen mens en overheid ontstaat er verharding en onrust in de samenleving. Hierdoor ontstaat er meer agressiviteit en ontstaan onveilige situaties.

  • Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen.

 

Wat willen we?
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype:

  • Verbetering van vitaliteit: Meer inwoners hebben een gezonde leefstijl. Inwoners blijven zo lang mogelijk in ‘goede gezondheid’. We stimuleren inwoners actief een gezonde leefstijl aan te houden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden gezondheidsaspecten vroegtijdig in de planvorming meegenomen. We vinden het daarbij belangrijk dat er een gezonde omgeving in de openbare ruimte is en dat iedere inwoner voldoende mogelijkheid heeft om te bewegen in de openbare ruimte.

  • We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat overal binnen de gemeente Leudal ruimte is voor ontmoeting, sport en ontwikkeling. Daarom investeren we in voldoende en toekomstkomstbestendig aanbod aan onderwijs, bibliotheken, sportvoorzieningen, (multifunctionele) gemeenschapsaccommodaties met ruimte voor kunst en cultuur en veilige speelplekken. Inwoners van alle leeftijden moeten voldoende mogelijkheden geboden worden om deel te kunnen nemen aan het sociaal-maatschappelijke leven en er moet voldoende aanbod zijn waarvan zij gebruik kunnen maken. Daarin zoeken we de samenwerking met onze lokale en regionale partners.

  • Criminaliteit (o.a. ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans. We doen dit door in te zetten op:

    • Geen leegstand: 
      Vrijkomende agrarische bebouwing kan gevoelig zijn voor ondermijning. We willen de criminaliteit tegengaan door herbestemming van vrijkomend agrarisch vastgoed te stimuleren, passend bij de kernkwaliteiten van de omgeving en een actuele marktbehoefte. Herbestemming is echter niet overal mogelijk bijvoorbeeld door nog actieve agrarische bedrijven in de omgeving of door de ligging van het bedrijfsgebouw. Daarom zetten we naast herbestemming ook in op het slopen van vrijkomende agrarische bebouwing. (Blijvend) leegstaande bebouwing wordt gecontroleerd en bij overtredingen wordt gehandhaafd. Zo gaan we ondermijning tegen en verbeteren we het aanzicht van het buitengebied. 

    • Goede sociale controle: 
      Ook zetten we meer in op sociale controle: de veiligheid en zichtbaarheid van speelplekken en bouwplannen. 

    • Oplettende samenleving:  
      We stimuleren de gemeenschap om goed op te letten en vreemde situaties te melden. We nodigen inwoners uit om met elkaar in gesprek te gaan over en initiatieven te ontplooien op het terrein van een gezonde en veilige leefomgeving.

  • We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte. Onze inwoners worden steeds ouder en hebben steeds meer behoefte aan toegankelijke (inclusieve) voorzieningen. Ook de zelfredzaamheid van mensen wordt minder. Daar gaan we verder op sturen bij onze plannen. We vertalen de ontwerpprincipes uit de landelijke bouwsteen Omgevingsveiligheid in onze instrumenten. Op basis van risicobepalingen werken we aan maatregelen om incidenten te kunnen bestrijden en zorgcontinuïteit te borgen om inwoners te beschermen.

  • Elke inwoner heeft recht op een veilige leefomgeving. We houden bij ontwikkelingen rekening met de ontwerpprincipes voor de omgevingsveiligheid:
    -    Voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid 
    -    Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid 
    -    Bouwwerken en omgeving bieden bescherming 
    -    Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten 
    -    De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk 
    -    Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg
    Dit houdt onder andere in dat we aandacht hebben voor het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crisis. Specifiek in het Maasdal is de hoogwater-veiligheid van extra belang.


Kernen

  • In elke kern in Leudal komt een centrale buitenvoorziening met groen en natuurlijk karakter. We streven ernaar om in elke dorpskern één centrale voorziening te realiseren (bewegen, spelen) die ook fungeert als sociale ontmoetingsplaats voor de buurt. Inwoners die elkaar beter kennen ervaren minder gauw overlast van anderen. De ontmoetingsplekken bevorderen de sociale cohesie, waardoor er minder gauw overlast optreedt. Groenere beweegplekken zijn niet alleen duurzamer en klimaatvriendelijker (o.a. betere afwatering), maar dragen ook bij aan een aantrekkelijkere woonomgeving. Ook passen de groenere beweegplekken met meer schaduw binnen een klimaatadaptieve aanpak.


Kernrandzones

  • De herinrichting van kernrandzones biedt ruimte voor een goede gezondheid. De kernrandzones vormen een groene jas rondom de kernen. Vanuit een goede gezondheid sluit de inrichting hier aan bij een groen natuurlijk karakter. Passende activiteiten in de kernrandzones richten zich op bewegen en gezond leven. Te denken valt aan ommetjes die vanuit de kern de kernrandzone in gaan en weer terug, kleinschalige biologische boomgaarden,  kleinschalige recreatie en/of educatieve agrarische bedrijven die een assortiment van streek- en seizoensgebonden producten vers van het land aanbieden.


Bedrijventerreinen

  • We verbeteren sociale veiligheid op bedrijventerreinen. Voor een goed veiligheidsgevoel is het vooral belangrijk dat de omgeving overzichtelijk, beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk is. 

  • Op de bedrijventerreinen is voldoende aandacht voor gezondheid van omwonende, werkende en na aanwezige (dier)soorten.


Buitengebied geheel
In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied:

  • We concentreren (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied de kwaliteiten rust, ruimte en groen verder versterkt worden. We vinden het belangrijk dat bedrijven zich duurzaam kunnen ontwikkelen op locaties waar ze de minste hinder veroorzaken voor de omgeving. Agrarische bedrijven moeten zich vestigen en ontwikkelen op een passende en toekomstige locatie.

  • We pakken leegstand in het buitengebied actief aan om criminaliteit te ontmoedigen. Specifiek in het buitengebied is leegstand vastgoed een plek waar criminaliteit (zoals drugshandel) goed gedijd. We stimuleren herbestemming en sturen waar nodig op slopen van overtollige bebouwing.

 

9 De Omgevingsvisie in de praktijk

9.1 Inleiding

Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden hieraan getoetst. Daarnaast biedt het handvatten om nieuwe projecten te starten of maatregelen in te voeren. In deze Uitvoeringsparagraaf leggen wij uit hoe wij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen afwegen. Ook leggen wij uit hoe wij de fysieke leefomgeving willen behouden en zelfs kunnen versterken. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de vervolgstappen. 

9.2 Wat mag er en waarom?

De Omgevingsvisie bestaat uit een algemene visie, een visie per thema en een gebiedsgerichte aanpak. Per thema omschrijven wij wat wij willen bereiken (onze opgaven en ambities). Ook beschrijven wij per deelgebied de kernkwaliteiten en identiteit (onze kenmerken en waarden) en omschrijven wij thematisch hoe wij dit willen behouden en kunnen versterken (onze keuzes).

De kwaliteit van de gemeente Leudal kent verschillende gedaanten. Het gaat daarbij om de kwaliteit van het landschap, de natuur en de cultuurhistorie, maar ook om de leefkwaliteit en de economische vitaliteit van het gebied. Wij streven naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarin bescherming van ruimtelijke en ecologische waarden hand in hand gaan met onze ambities op het gebied van passend wonen, vitaal buitengebied en een sociale basis. Nieuwe ontwikkelingen worden daarom getoetst op hun bijdrage aan de functionele ambitie (passend wonen, vitaal buitengebied of sociale basis) en de mate waarin waarden en kwaliteiten van het gebied waar de ontwikkeling is beoogd, worden beschermd en bij voorkeur versterkt.

Bij de bescherming en versterking van natuur-, water- en landschapswaarden past de gemeente het proportionaliteitsbeginsel toe.

De combinatie van onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en keuzes vormen het integraal afwegingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat wij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toetsen aan de opgaven en ambities uit de hoofdstukken 3 tot en met 8. Deze hoofdstukken bevatten onze ambities voor wonen, mobiliteit, voorzieningen, werken, landbouw en veeteelt, landschap, recreatie en toerisme. Ook bevatten deze hoofstukken de effecten die wij willen bereiken in het verbeteren van de natuur, duurzaamheid en een gezonde en veilige leefomgeving. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dragen in meer of mindere mate bij aan een of meer van deze doelstellingen, opgaven, ambities en effecten. Daarnaast plaatsen wij de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de context van de omgeving. Dit betekent dat nieuwe activiteiten in lijn met hun omgeving worden ontwikkeld. Daarbij kijken wij naar de waarden van het gebied waarin de activiteit een plek zoekt en hoe deze waarden kunnen worden beschermd of zelfs versterkt. Bij de correcte toepassing van deze beschermingswaarden, hanteren wij het principe: ‘ja, tenzij…’.

Samengevat, beantwoorden wij steeds de vraag: hoe draagt deze ruimtelijke ontwikkeling bij aan de uitgangspunten uit onze visie? Met andere woorden, sluit de ruimtelijke ontwikkeling aan bij het toekomstbeeld van Leudal? Wordt het mooier leven in Leudal? Én past de ruimtelijke ontwikkeling in de directe omgeving? 

Wij kiezen ervoor om:

  • de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en beleidskeuzes.

  • gebiedsgericht te werken, waardoor niet iedere wenselijke ruimtelijke ontwikkeling overal kan worden uitgevoerd of gerealiseerd (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). De gewenste ruimtelijke ontwikkeling moet passend zijn in de omgeving en het landschap. 

  • wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen, op daarvoor geschikte locaties, in te passen in de omgeving en het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met het laadvermogen van en de ontwerpopgaven voor die locatie. 

  • enkel die ontwikkelingen toe te staan die waarde toevoegen aan onze visie (een initiatief heeft niet alleen meerwaarde voor de initiatiefnemer, maar ook voor het landschap, de gemeenschap, de beleving en de toekomst van Leudal).  

  • Bij de bescherming en versterking van natuur-, water- en landschapswaarden past de gemeente het proportionaliteitsbeginsel toe.

  • bij iedere ruimtelijke ontwikkeling hebben we oog voor de ondernemer en diens ondernemerschap én voor de betrokkenen en hun belangen. Een omgevingsdialoog is daarbij essentieel. Op die manier krijgt de ondernemer (initiatiefnemer) inzicht in de behoeften uit de directe omgeving, de omwonenden inzicht in de wensen van de ondernemer (initiatiefnemer) en wij inzicht in hoe de behoeften en wensen van de betrokkenen zich tot elkaar verhouden. De omgevingsdialoog wordt aangepast aan de soort ontwikkeling (grotere ontwikkelingen en kleinere ontwikkelingen) en vinden in verschillende fasen van een ruimtelijke ontwikkeling plaats.


In de volgende paragraaf leggen wij uit welke kosten en bijdragen door een initiatiefnemer moeten worden betaald in verband met de realisatie van een ruimtelijke ontwikkeling. 

9.3 Welke kosten en bijdragen betalen initiatiefnemers?

Iedere initiatiefnemer betaalt voor het behandelen van een aanvraag omgevingsvergunning, een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit of verzoek tot wijziging van het Omgevingsplan. Dit gebeurt door het betalen van leges. Daarnaast of in plaats daarvan betaalt een initiatiefnemer voor de (aanvullende) kosten die wij (moeten) maken om de ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken (het kostenverhaal). De manier waarop wij de kosten verhalen is omschreven in de Nota Grond- en vastgoedbeleid. Deze Nota biedt de handvatten voor het verhaal van kosten. Voor de berekening van het kostenverhaal gebruiken wij als vertrekpunt de landelijk beschikbaar gestelde rekentool ‘Plankostenregels bij kostenverhaal’ of de opvolger daarvan.

In het hoofdstuk ‘Kwaliteit als basis’ hebben wij omschreven hoe ons landschap is opgebouwd, wat daarvan de huidige staat is en hoe wij dit in de toekomst willen versterken. Deze versterking willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied die het landschap aantasten. Deze ruimtelijke bijdrage vindt ‘in natura’ plaats door herstelmaatregelen te treffen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om het landschap te herstellen en te verbeteren.

Ook hebben wij omschreven hoe onze bebouwde omgeving is ingericht en welke opgaven daarin binnen de planperiode moeten worden gerealiseerd. De herstructurering van de bebouwde omgeving willen wij mogelijk maken (financieel haalbaar maken) door ruimtelijke bijdragen te vragen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ruimtelijke bijdrage vindt plaats ‘in natura’ door herstructureringsmaatregelen in het plan op te nemen of ‘in geld’ door een financiële bijdrage te betalen. De financiële bijdragen worden gebruikt om de herstructurering van de bebouwde omgeving mogelijk te maken.

Wij kiezen ervoor om:

  • Kosten die de gemeente moet maken voor het mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling, te verhalen op (door te belasten aan) de initiatiefnemer.

  • Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers, zodat het gewenst landschappelijk raamwerk kan worden gerealiseerd. 

  • Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee sloop of herstructurering in de bebouwde omgeving (gericht op de woningbouwopgave in het betaalbare segment) wordt gefaciliteerd.

  • Ruimtelijke bijdragen te verlangen van initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen, waarmee sloop of herstructurering in de bebouwde omgeving (gericht op de bedrijventerreinen) wordt gefaciliteerd.

 

9.4 Wat doen wij aan onze fysieke leefomgeving?

Met de Omgevingsvisie alleen komen wij er niet. De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. In de paragrafen hiervoor hebben wij uitgelegd hoe nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door derden mogelijk worden gemaakt. In deze en de volgende paragraaf gaan wij in op onze rol, die ervoor moet zorgen dat onze opgaven, ambities en wensen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Wij zullen via programma’s, omgevingsplan, projecten en processen doelen formuleren en uiteindelijk realiseren.

Wij kiezen ervoor om:

  • De veranderende rol van de overheid, en daarmee ook die van de gemeente, zo in te vullen dat wij regie houden op de uitvoering van onze opgaven, ambities en wensen. Dit doen wij door te sturen op de gewenste effecten. Wij benoemen en stimuleren wat kan én wij geven aan wat niet kan en welke mogelijkheden er wel zijn. Op die manier geven wij duidelijkheid. 

  • Per opgave, project, proces of plan te bepalen welke rol we pakken. Niet voor ieder project neemt de gemeente dus de regie. Wij zijn regisseur en verbinder in de realisatie van onze opgaven, ambities en wensen. 

  • Samenwerking te stimuleren binnen netwerken en met verschillende partners om onze opgaven, ambities en wensen te realiseren. Wij kunnen de gestelde doelen immers niet alleen realiseren en doen dit daarom samen met inwoners, ondernemers en organisaties.

  • Projecten, processen of plannen te realiseren die rechtstreeks onze bevoegdheid of (kern)taak raken óf waarvoor wij hebben gekozen een actieve rol te nemen.

    • Wij voeren projecten en maatregelen uit, die eraan bijdragen het gewenst landschappelijk raamwerk te realiseren.

    • Wij richten de openbare ruimte zo in, dat inwoners en bezoekers zich veilig voelen en een gezonde leefstijl wordt gestimuleerd. Uitnodigend vormgeven van de openbare ruimte voor wandel- en fietsverkeer, sport en spel en groen is wenselijk, maar gaat ten koste van verhard oppervlak, zoals asfalt en parkeerplaatsen of de primaire functie. Desalniettemin zien wij juist deze inrichting als randvoorwaarde voor een toekomstige ontwikkeling.

    • Wij kiezen situationeel voor een actieve rol bij de realisatie van woningen, bedrijfslocaties, energiegemeenschappen of maatschappelijke voorzieningen. 

    • Wij voeren regie op de transitie van het landelijk gebied, voor zover dit binnen onze bevoegdheid valt. 

    • Wij zetten onze publiekrechtelijke bevoegdheid in om bestaand landschap, bestaande natuur en bestaand (cultureel) erfgoed te behouden. Wij stimuleren projecten waarmee de waarde en de beleving van ons landschap, onze natuur en ons (cultureel) erfgoed wordt versterkt. 

    • Wij treffen (tijdig) maatregelen, die de gevolgen van klimaatverandering, voornamelijk op het gebied van hittestress, hevige regenval en overstromingsrisico’s van de Maas, beperken. 

    • Wij adviseren inwoners op gebied van energiebesparing en isolatiemogelijkheden en ontzorgen (bepaalde doelgroepen) inwoners door kleine maatregelen zelf uit te voeren.  

    • Wij passen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties toe in het belang van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving.

 

Tot slot willen wij de relatie tussen ons (lokale overheid, gemeente) en onze inwoners, ondernemers, verenigingen en partners verbeteren. Hierbij kijken wij kritisch naar onze werkwijze. Wij willen inwoners en partners betrekken bij de keuzes over de inrichting, het gebruik en het beheer van de leefomgeving. Dit bevordert dat de keuzes aansluiten op de leefstijl van inwoners (als samenleving, collectief) en tegemoet komen aan hun wensen op het gebied van hun woonomgeving, gezondheid en veiligheid.

9.5 Wat is het vervolg?

In aanvulling op paragraaf 9.3 is het noodzakelijk en wenselijk de Omgevingsvisie verder door te vertalen in de overige (richtinggevende) instrumenten van de Omgevingswet, namelijk de omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan.

Diverse onderdelen van de Omgevingsvisie worden of zijn uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma onder de Omgevingswet. Dit zijn in ieder geval (maar niet uitsluitend):

  • een nog op te stellen Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied, gericht op de ontwikkelingen in het buitengebied, het landschap en de cultuurhistorie;

  • een programma Volkshuisvesting (waarvan de Versnellingsagenda Wonen onderdeel is), gericht op de woningvoorraad al dan niet voorzien van een kader voor herstructurering (apart of geïntegreerd programma);

  • het uitvoeringsprogramma mobiliteit;

  • een uitvoeringsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit (opvolger van de Nota Kwaliteit), gericht op de versterking van het landschappelijk raamwerk;

  • het bomenbeleid;

  • een duurzaamheidsprogramma;

  • het Rioleringsprogramma;

  • het Schone Lucht Akkoord.

 

De Omgevingsvisie wordt daarnaast vertaald in het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan is de rechtsopvolger van de bestemmingsplannen en bevat daarnaast een zogenaamde bruidsschat (rijksregels, waarop gemeenten lokaal maatwerk kunnen toepassen) en lokale verordeningen. Het Omgevingsplan geeft meer richting aan de (on)mogelijkheden van functies en activiteiten op een perceel. Denk bijvoorbeeld aan de oppervlakte van bebouwing, de gebruiksmogelijkheden van terreinen en gebouwen en de wijze waarop activiteiten zijn toegestaan (altijd, nadat een melding is gedaan of alleen met een vergunning).

Het Omgevingsplan wordt na vaststelling van de Omgevingsvisie in delen verder uitgewerkt. Wij vertalen de opgaven, ambities en doelen naar (toepasbare) regels. Hierbij geven wij nu alvast aan dat niet alle opgaven, ambities en doelen kunnen worden omgezet in regels in het Omgevingsplan. Sommige opgaven, ambities en doelen zullen op een andere wijze worden bereikt. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van projecten.

Het Omgevingsplan moet voor 1 januari 2032 voor het gehele grondgebied zijn vastgesteld. 

9.6 Wij blijven in beweging

De wereld staat niet stil. Als de wereld om ons heen verandert, moeten wij hierop anticiperen (wendbaar zijn). Dit doen wij steeds vanuit de hoofdgedachte dat ‘rust’, ‘ruimte’ en ‘groen’ en een goede kwaliteit van onze fysieke leefomgeving onze drijfveren zijn.

Bij nieuwe (beleids-)opgaven gaan we uit van deze waarden en de voorliggende Omgevingsvisie. Deze houden wij daarom actueel.

Als nieuwe inzichten ontstaan, bekijken we of, en zo ja op welke manier, wij de Omgevingsvisie moeten aanpassen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij:
1.    Nieuwe inzichten in de uitvoeringsprogramma’s rondom thema’s of kwaliteiten.
2.    Nieuwe opgaven die nog niet in de Omgevingsvisie staan, maar de fysieke leefomgeving wel vanuit een strategisch perspectief beïnvloeden.
Wij volgen in dit kader de beleidscyclus uit de Omgevingswet: 

afbeelding binnen de regeling
Figuur 2: Beleidscyclus Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)

 

Daarbij nemen wij ten minste een keer per raadsperiode (indicatief iedere vier jaar) de verplichting op ons te besluiten over de wenselijkheid van de actualisatie van de Omgevingsvisie. 

Bijlage I Bijlagen

1 Begrippenlijst

Cultuurhistorische erfgoed
Cultuurhistorisch erfgoed omvat de materiële en immateriële waarden die de geschiedenis en cultuur van een regio of land weerspiegelen en zijn essentieel voor het behoud van onze identiteit.

Deelgebied
Gedeelte van het grondgebied van Leudal, dat naar aard of omvang onderscheidend is ten opzichte van de andere delen van Leudal. Wij kennen de volgende gebiedstypen: de kernen (onze dorpen), het buitengebied inclusief de kernrandzones, de bedrijventerreinen en de volgende deelgebieden cultuurgronden westelijk Leudal,  Leudal en omgeving, het Maasdal en de ontginningsgronden van noordelijke Leudal.

Dekzandruggen
Een dekzandrug is een opgestoven hoogte van dekzand. Het merendeel van deze hoogtes is ontstaan in de laatste ijstijd, het Weichselien.

Duurzaam(heid)
Een aanpak of ontwikkeling die voorziet in de behoeften van nu (de huidige generatie), zonder de behoeften voor de toekomst (van toekomstige generaties) in gevaar te brengen.

Energiegemeenschap
Een groep energienetgebruikers in de gebouwde omgeving die besluit energie uit te wisselen of collectieve energieactiviteiten te organiseren via een open en democratisch systeem. Het kan gaan om individuele inwoners, eventueel in samenwerking met lokale overheden en/of ondernemingen.

Energiehub
Een lokale samenwerking tussen gebruikers en producenten van energie, waarin energieopwek, -transport, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar worden afgestemd.

Gebiedseigen
Gebiedseigen verwijst naar elementen, materialen, planten, dieren of processen die van nature in een specifiek gebied voorkomen en goed passen bij de omgeving. Dit begrip wordt vaak gebruikt in de context van natuurbeheer, landbouw en landschapsontwikkeling. In landbouw betekent gebiedseigen bijvoorbeeld dat de soorten en methoden aansluiten bij de natuurlijke kenmerken van het gebied, zoals bodem, klimaat en biodiversiteit. Het doel hiervan is vaak om de ecologische balans te behouden en om het landschap op een duurzame manier te gebruiken en te ontwikkelen. Gebiedseigen planten en dieren zijn aangepast aan de lokale omstandigheden, waardoor ze minder externe input zoals water of meststoffen nodig hebben en minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.

Genetische verarming
Genetische verarming, ook wel genetische erosie of uitputting genoemd, is het verlies van genetische diversiteit binnen een populatie. Dit kan leiden tot een kleinere genenpool en is vaak een gevolg van fragmentatie van leefgebieden, wat isolatie van populaties veroorzaakt en inteelt in de hand werkt. Door genetische verarming worden populaties minder veerkrachtig en kwetsbaarder voor omgevingsveranderingen.

Goede gezondheid
Gezondheid gaat over meer dan ‘het wel of niet hebben van een aandoening’. Goede (of positieve) gezondheid gaat over lichamelijk welbevinden, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.

Hernieuwbare energie
Energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld. Dit is energie uit wind, water, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.

Inzijggebied
Gebied waar de neerslag van nature de grond intrekt, daarmee het grondwater aanvult en dus niet via waterlopen wordt afgevoerd.

Kernrandzone
Een zone van 200 meter rond de kern (het dorp) waar woongebied en bedrijvigheid wordt gescheiden en als het ware een overgangsgebied vormt tussen dorp en buitengebied. Dit doen we voor: 
o    het verbeteren van het woon- en leefklimaat van de inwoners in de dorpen (daar waar de meeste mensen wonen)
o    (milieutechnische) bescherming voor een goede gezondheid 
o    het verhogen van de belevingswaarde door de aanleg van meer groen
o    het bieden van ruimte voor maatregelen die het woon- en leefklimaat verbeteren 
o    het bieden van ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen

Klimaatadaptatie
Het voorbereiden op en aanpassen aan de verandering van het klimaat. De klimaatverandering is zichtbaar door hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen.

Landbouw
Het totaal aan agrarische activiteiten waaronder tuinbouw, akkerbouw en (intensieve) veeteelt.

Extensieve landbouw
Bij extensieve landbouw wordt voedsel geproduceerd op veel grond, maar met minder kunstmest, veevoer en gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor is de opbrengst per hectare lager dan bij intensieve landbouw. Voorbeelden van extensieve landbouw zijn natuur inclusieve en biologische landbouw.

Intensieve landbouw
Intensieve landbouw richt zich op een hoge productie tegen lage kosten, met efficiënte methoden en middelen zoals machines, sterke gewassen, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij worden dieren vaak bedrijfsmatig gehouden in stallen of hokken, zonder dat er grond nodig is om voer te produceren. Onder intensieve veehouderij vallen bijvoorbeeld varkens, kippen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen en parelhoenders.

Landschappelijk raamwerk
De op kaart vertaalde landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Leudal, opgebouwd vanuit de historie, de kenmerken, de waardevolle eigenschappen en de ontwikkelingen van het landschap.

Landschapstype
Een samenstel van eigenschappen en kenmerken van gronden (reliëf, bodem en water) met een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. In Leudal onderscheiden we:
Beekdalen
De beekdalen bestaan uit natuurlijke en aangepaste beken (bijv. rechtgetrokken). Hoewel ze variëren in loop en vorming, spelen ze een belangrijke structurerende rol in het landschap. De waterlopen hebben met hun dalen en afzettingen de ruimtelijke structuur en het landgebruik sterk beïnvloed.
Bos- Mozaïek
Dit landschapstype bestaat uit bossen, heide, venen, zandvlaktes en oude weides en akkers, met graslanden, heide en stuifduinen. Het is een besloten gebied met weinig bebouwing en beperkte vergezichten. De waarde komt voort uit de beleving en de relatie met de aardkundige situatie en cultuurhistorische elementen, zoals landgoederen en buitenplaatsen. Door de aanwezigheid van veel opgaand groen een geheel eigen karakter.
Kampen
De kampen vormen een kleinschalig, afwisselend gebied bestaande uit boerderijen, weilanden, akkers en landschapselementen. Het afwisselende patroon van landgebruik en groene elementen heeft te maken met de ontginningsgeschiedenis en het eeuwenlange agrarische gebruik. Kampen liggen vaak aan de randen van de oudere velden op de overgang naar de voormalige heide. Vandaag de dag zijn veel van de karakteristieke kenmerken van de kampen niet meer zichtbaar.
Maasdal
Het rivierdal, gevormd door de Maas, is de belangrijkste structuurdrager van het Limburgse landschap. Het strekt zich uit van enkele honderden meters tot zes kilometer breed langs de Maas, met hooilanden, graslanden, oude bouwlanden en een mix van oude en nieuwe stads- en dorpskernen.
Ontginningsgronden
De heideontginningen waren de eerste grootschalige ontginningen op zandgronden en vormen nu grootschalige landbouwgebieden. In de 19de eeuw werden vooral de droge, hogere zandgronden ontgonnen; na 1900 volgden de lager gelegen natte gebieden. Ze behoren tot de jonge ontginningen en ontstonden in fasen. Kenmerkend voor deze ontginningen was grootschalige bosaanplant (later omgezet naar akkerland of weiland).
Velden
Een veld of geclusterde velden zijn relatief grote bol gelegen akkers, vaak met een middeleeuwse ontginningsgeschiedenis. Kenmerkend voor dit gebiedstype is de onlosmakelijke combinatie van een open middengebied met daaromheen groenstructuren en bebouwing (kern, lint), waarbij er altijd doorkijkjes richting het open middengebied zijn.

Mobiliteit
Het geheel van vervoersmiddelen en infrastructuur dat bedoeld is om je te kunnen verplaatsen. Dit kan met (fiets, ov, auto) of zonder hulpmiddel (te voet).

Mobiliteitshub
Een plek waar verschillende vervoersvormen samen komen (overstappunt), waar mogelijk ondersteund door voorzieningen zoals een fietsenstalling, ov-opstappunt of (carpool)parkeerplaats.

Natura 2000
Natura 2000-gebieden zijn een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden die zijn aangewezen om soorten en leefomgevingen te beschermen die van internationaal belang zijn. Het doel is het behoud van de biodiversiteit, oftewel de soortenrijkdom, en deze gebieden worden beschermd op basis van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Specifiek voor N2000 Leudal geldt de volgende link; Leudal | natura 2000

Natuurdoel typen
Een natuurdoeltype is een in het natuurbeleid nagestreefd type ecosysteem dat een bepaalde biodiversiteit en een bepaalde mate van natuurlijkheid als kwaliteitskenmerken heeft. Een natuurdoel bevat één of meer natuurdoeltypen. Het stelsel van natuurdoeltypen wordt gebruikt als 'taal' in het natuur- en milieubeleid.

(dag)Recreatie
Recreatie is het geheel van activiteiten die mensen ondernemen om te ontspannen, plezier te hebben en zich te vermaken, vaak in hun vrije tijd. Recreatie behelst meestal een beperkte tijd, van enkele uren tot maximaal 1 dag. Het doel van recreatie is om lichamelijke en geestelijke ontspanning te bevorderen, stress te verminderen en het welzijn te verbeteren. Dit kan zowel binnen- als buitenshuis plaatsvinden en omvat een breed scala aan activiteiten, van sporten, wandelen, en reizen tot creatieve bezigheden zoals schilderen of muziek maken.

Teeltondersteunende voorziening
Voorzieningen/constructies (inclusief containervelden) met als doel het gewas te forceren tot meer groei en of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een beter kwaliteit product. Afdekfolie alléén, dus zonder enige constructie, wordt niet gezien als een teeltondersteunende voorziening.

Toerisme
Toerisme betreft het reizen naar een andere bestemming dan je gebruikelijke woon- of werkplek, vaak met het doel om nieuwe ervaringen op te doen, andere culturen te verkennen, of bijzondere bezienswaardigheden te bezoeken. Toerisme is meestal meerdaags en kan zowel recreatief als cultureel, educatief of zelfs zakelijk zijn.

Verblijfsrecreatie
Verblijfsrecreatie is recreatie waarbij mensen overnachten op een locatie anders dan de gebruikelijke woonomgeving. Dit kan variëren van een weekendtrip tot een langere vakantie.

Vrijetijdslandschap
Een gebied dat geschikt is voor recreatieve activiteiten en vrijetijdsbesteding. Een gebied dat de recreatieve behoeften van mensen vervult. In vrijetijdslandschappen komen verschillende lagen samen en versterken elkaar; natuur, landschap, (agrarische) cultuur, erfgoed, wonen, werken, recreëren.

2 Visiekaart

zie ook Visiekaart

afbeelding binnen de regeling

3 Landschapstypen van Leudal

zie ook Landschapstypen van Leudal

Landschapstypen van Leudal
afbeelding binnen de regeling

 

4 Participatieverslag

1. Inleiding

In juni en juli 2024 hebben de participatiebijeenkomsten voor de Omgevingsvisie Leudal plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomsten zijn we met raadsleden, ketenpartners, inwoners en ondernemers in gesprek gegaan over de Omgevingsvisie.

Het uitgangspunt van de visie is dat de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft, en liefst nog toeneemt, voor toekomstige generaties. Binnen dit kader zijn alle grote opgaven geprojecteerd in de beperkt beschikbare ruimte en worden waar mogelijk functies gecombineerd. Dit betekent dat niet alles overal kan en de visie uitgaat van verhuizende functies en transformerende gebieden. De omgevingsvisie is opgebouwd uit een aantal bouwstenen, zoals het landschappelijk raamwerk, duurzame energie, recreatie en toerisme en wonen. De inbreng die tijdens de totstandkoming van deze bouwstenen is ontvangen van inwoners, ondernemers, ketenpartners en deskundigen is voor zover relevant verwerkt in de omgevingsvisie. De bijeenkomsten van juni en juli 2024 hadden tot doel een laatste (informele) raadpleging te doen en informatie op te halen.

In dit verslag is opgenomen hoe de participatie heeft plaatsgevonden, wie daarbij is betrokken en welke inbreng is geleverd. Daarnaast is – op hoofdlijnen – weergegeven of deze inbreng is verwerkt, op welke manier en waarom.

2. Algemeen

Er zijn in juni en juli drie bijeenkomsten georganiseerd. Namelijk:

  • 25 juni 2024: voor (keten)partners

  • 27 juni 2024: voor raads- en commissieleden

  • 4 juli 2024: voor inwoners, ondernemers, belangenbehartigers en geïnteresseerden

 

De bijeenkomsten zijn in totaal door ca. 150 personen bezocht. Tijdens de bijeenkomsten in juni is een toelichting gegeven op de totstandkoming en inhoud van de omgevingsvisie. Hierbij is gebruik gemaakt van een praatplaat van de visie en een kaart van het grondgebied. De praatplaat is een hulpmiddel om onze omgevingsvisie op een eenvoudige manier te presenteren. Het is geen exacte weergave van onze gemeente en niet geografisch accuraat, maar een schematische voorstelling van belangrijke elementen zoals woonkernen, bedrijventerreinen en het buitengebied. Het geeft een indruk van de toekomstige ontwikkelingen in de verschillende delen van onze gemeente. Het toont hoe we beeldbepalende elementen zoals molens en erfgoed willen behouden, en hoe we door bouwkranen en puzzelstukken laten zien dat er gebouwd, verbouwd en gesloopt moet worden om onze ambities te verwezenlijken. De kaart van het grondgebied geeft in grove zones weer hoe functies evenwichtig (in balans) worden toegedeeld aan locaties. Dit is gedaan vanuit het landschap als basis en in de wetenschap dat niet alles overal en tegelijkertijd kan. De praatplaat en de kaart zijn eveneens gebruikt voor de inloopavond op 4 juli 2024.

Opvallend, maar niet verwonderlijk, is dat het abstractieniveau van de omgevingsvisie niet voor iedereen even grijpbaar is. Vooral inwoners, ondernemers en belangenorganisaties hadden veel vragen en meningen over de invloed van de visie op hun leven en onderneming. Het is ook niet verwonderlijk dat persoonlijke meningen met elkaar botsten.

afbeelding binnen de regeling

Tijdens de sessies is een groot aantal vragen gesteld, opmerkingen gemaakt, voorstellen voor aanvullingen gedaan en tekortkomingen gesignaleerd. Niet alle feedback is van toepassing op de omgevingsvisie. Zo betreft het soms een statement of heeft het betrekking op de planuitwerking. Andere feedback leidt wel tot een aanpassing of aanscherping van de omgevingsvisie.

Naast solitaire feedback zijn ook een aantal meer algemene zaken vaker naar voren gekomen. 
In zijn algemeenheid is de lijn die hieruit naar voren komt, er is: 

  • Behoefte aan meer uitleg waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.

  • Behoefte aan uitleg over de consequenties van die keuzes.

  • Bijzondere onderwerpen die nog ontbreken zoals:

    • de bouw van een kerncentrale, een treinstation, duurzaamheid als extra basisuitgangspunt naast omgevingskwaliteit.


3. Ondernemen en werken - algemeen

De participatie heeft relatief weinig feedback en kritische aandachtspunten opgeleverd. De gegeven feedback had vooral betrekking op uitbreiding van bedrijventerreinen, toekomstperspectief voor ondernemingen en aandacht voor duurzaamheid.

Er is positief gereageerd op de visie om kleinere verouderde bedrijfsomgevingen in de toekomst te saneren en geschikt te maken voor een andere invulling passend bij de omgeving. Ook hebben ondernemers positief gereageerd op de zoekgebieden voor ontwikkelruimte van onze bedrijventerreinen. Niet persé om ruimte te bieden aan nieuwe bedrijven, maar om ruimte te kunnen bieden aan bestaande bedrijven met een verhuisopgave om te kunnen ontwikkelen.
Gelijktijdig hebben omwonenden zorgen geuit. Voor hen staat zoekgebied gelijk aan realisatie met een negatief effect op de kwaliteit van hun woonomgeving.
Deze tegengestelde reacties leiden niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Niet alle zoekgebieden zullen leiden tot daadwerkelijke uitbreiding. Daarbij vindt zoals opgemerkt ook afstemming plaats met buurgemeenten. En daar waar uitbreiding een optie blijkt, worden alle belangen meegewogen en meegenomen in de planontwikkeling en besluitvormingsprocedure.

Tijdens de sessie voor ondernemers en inwoners is geadviseerd om meer inzicht te vergaren in de toekomstwens en -perspectief van ondernemers en bedrijven. Dit advies krijgt geen weerslag in de omgevingsvisie. Wel wordt de overweging en eventuele uitvoering meegenomen in de reguliere activiteitenplanning.

Het laatste opvallende vraagstuk was of duurzaamheid, naast omgevingskwaliteit, niet het derde basisprincipe van de omgevingsvisie en alle toekomstige ontwikkelingen zou moeten zijn? Een begrijpelijke vraag omdat Leudal duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan. Toch nemen we duurzaamheid niet als basisprincipe omdat duurzaamheid slechts deels te ‘verplichten’ is via bestaande  wetgeving. Daarnaast gaan we altijd met initiatiefnemers in gesprek over de wensen en mogelijkheden voor aanvullende duurzaamheidsmaatregelen in ontwikkelplannen. 

4. Ondernemen en werken - agrarische sector

Specifiek over het onderwerp agrarische sector onder het thema ondernemen en werken in Leudal is het volgende ingebracht. Een gebiedsgerichte benadering waardoor niet alles meer overal kan, is voor ondernemers en inwoners die hierdoor geraakt worden moeilijk. De gemaakte analyse van het gebied wordt in twijfel getrokken omdat eigen inwoners/ondernemers het gebied kennen en dus weten welke gronden waarvoor geschikt zijn; hierdoor ontstaat het beeld dat intensieve landbouw op gronden wordt gestimuleerd die naar de mening van de ondernemers niet geschikt zijn. Ook ontbreekt een goede definitie van begrippen zoals intensief, extensief, landschaps- en natuurinclusief, zoekgebied, enz. Anderzijds is juist ingebracht dat het positief is dat het landschap als basis wordt gebruikt. De visie geeft een duidelijke basis voor wat wel en niet mogelijk is. Sommige mensen vroegen zich af waarom grondwaterbeschermingsgebieden niet op de kaart staan. En ook de grote hoeveelheid agrarische bedrijven dat stopt, leidt tot vragen als hoe gaan jullie om met de rustende boer en meer praktische als hoe houden jullie grasland in het beekdal als er geen melkveebedrijven meer zijn. En geef duidelijk de mogelijke ontwikkelruimte van de gebieden aan.

Hieronder is aangegeven of de gemaakte opmerkingen tot een wijziging van de Omgevingsvisie hebben geleid en wat de wijziging behelst.

Een opmerking die meerdere malen terugkwam ging over de analyse die van het gebied is gemaakt en waarom we daarvoor niet de mensen in het gebied hebben gevraagd. We zijn het ermee eens dat de gebruikers over het algemeen een zeer goede kennis van de kwaliteit van de grond hebben. De gebiedsindeling die door ons gemaakt is, is echter een andere kwalificatie dan de kwaliteit van de grond en welk gewas er het beste op geteeld kan worden. Bij de gebiedsindeling is gekeken naar de ontstaansgeschiedenis en de structuren die terug te vinden zijn in het landschap. Daarnaast hebben we in de visie het uitgangspunt dat water en bodem belangrijke factoren zijn bij de afweging van ruimtelijke initiatieven. Hierdoor zetten we in het ene gebied meer in op de bescherming van de beekdalen en is in het andere gebied een intensieve vorm van landbouw mogelijk. Concreet betekent dit dat het mogelijk is om grond die volgens een akkerbouwer zeer geschikt is voor intensieve teelt in de omgevingsvisie is betiteld voor geïntegreerde landbouw.
Daarnaast is de kennis van de individuele ondernemer meestal beperkt tot een zeer specifiek gebied in de omgeving van zijn/haar bedrijf. Het grondgebied van de gemeente is groot en uitgestrekt en de gronden hebben veel verschillende eigenaren en gebruikers. Het is voor ons niet werkbaar om eerst met alle ondernemers in gesprek te gaan en daarna een visie op te stellen. Daarom hebben we eerst een totaalplan opgesteld en zijn we daarna gestart met de participatierondes. De opgehaalde informatie wordt gebruikt om de visie te verfijnen en waar nodig te veranderen. 
Na de visie wordt een programma buitengebied opgesteld. Een van de onderdelen is een uitgangpuntennotitie voor het Omgevingsplan voor het buitengebied. Als deze is vastgesteld vindt een inventarisatie van bedrijven en andere functies in het buitengebied plaats. Een gesprek met de ondernemers over hun toekomstplannen maakt hiervan deel uit.

Door landbouwers is ingebracht dat ze door de gebiedsgerichte benadering geen perspectief hebben voor de toekomst, dat niet gewerkt moet worden met generiek beleid maar dat alleen maatwerk toegepast moet worden, dat niet is gekeken naar de feitelijke situatie en dat ontwikkelruimte moet blijven bestaan met mogelijkheden voor innovatie. 
Het is al langere tijd duidelijk dat de kwaliteit van de natuur, de bodem en het water zwaar onder druk staat. Dit betekent dat het noodzakelijk is om een andere koers te gaan varen. Het principe bodem- en watersturend is hierbij een belangrijk (landelijk) uitgangspunt. Dit betekent niet dat opeens alles anders moet, het betekent wel dat niet alles meer overal kan. Daarbij is gekeken naar de feitelijke situatie en ook naar de gewenste situatie in de toekomst. Het toekomstbeeld is opgenomen in de visie. Daarbij behouden bestaande bedrijven hun rechten. En op het moment dat een bedrijf uitbreidingsplannen heeft en/of een wijziging van de bedrijfsvoering wil doorvoeren stimuleren we een omslag naar de landbouw zoals die op de kaart is aangegeven. 
In de visie is aangegeven waar ontwikkelruimte is. Ruimte voor innovatie blijft maar dit moet wel passen bij het doel van het gebied waarop de innovatie betrekking heeft. 
Als een situatie erom vraagt en de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de visie is het mogelijk om  maatwerk toe te passen. Generiek beleid voor de diverse gebieden blijft echter ook nodig om de hoofdlijnen voor de toekomst uit te zetten en helderheid en duidelijkheid voor ondernemers en inwoners te scheppen.
De overgang van het ene naar het andere gebied is niet keihard. Daarom is er ruimte tussen de gebiedsaanduidingen gelaten. Hierdoor is het mogelijk om maatwerk te leveren bij de bedrijven in de overgangsgebieden.

Verder is aangegeven dat de gebruikte begrippen niet voldoende duidelijk zijn. Deze opmerking is aanleiding geweest om de begrippen nog eens goed onder de loep te nemen en een begrippenlijst bij de visie op te nemen. Ook zijn de gebieden op de kaart gewijzigd van “stimuleren extensieve landbouw” naar geïntegreerde landbouw. Het uitgangspunt van geïntegreerde landbouw is dat de landbouw in balans moet zijn met de draagkracht van de aarde. Bronnen mogen niet op raken. Geïntegreerde landbouw combineert productie met landschaps- en natuurbeheer. Er wordt zo weinig mogelijk en zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt van stoffen die van buiten het bedrijf komen, zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. De focus ligt op het herstellen van bodemkwaliteit, biodiversiteit en van de natuurlijke weerstand van gewassen en productiesystemen. De geïntegreerde landbouw biedt meer mogelijkheden en doet meer recht aan de diversiteit van de landbouw die nu al aanwezig is in het buitengebied.

Door een ondernemer met een akkerbouwbedrijf met een opvolger is uitgesproken dat ze hopen dat hun zoon nog een goede toekomst heeft in de landbouw. 
Wij gunnen ondernemers een goede toekomst en zijn blij met bedrijven die een opvolger hebben. Op sommige plekken betekent dit ook dat je met de inzichten van nu op een andere manier gaat werken. Dat hoeft niet per direct. Een geleidelijke omslag naar landbouw in balans met de draagkracht van de aarde is wel van belang zodat ook komende generaties nog kunnen leven, werken en genieten van ons mooie buitengebied.

Er is gevraagd waarom er geen landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) meer op de kaarten staan. 
Het systeem van de log’s is achterhaald en 10 jaar geleden verlaten.

Er werd ons meegegeven dat slopen nodig is om een nieuwe invulling met staarten of ondermijning te voorkomen. 
In de visie wordt ervan uitgegaan dat niet voor alle vrijkomende agrarische bedrijven een nieuwe invulling kan worden gevonden en dat sloop inderdaad noodzakelijk is. Een uitwerking hiervan komt in het programma buitengebied.

Alle ingebrachte punten zijn gewogen. Waar nodig is een verheldering, verandering en aanvulling in de visie aangebracht.

Tot slot zijn nog een aantal opmerkingen ingebracht die betrekking hebben op individuele bedrijven of woningbouwplannen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenhouderijen, de kosten van het volgen van een planologische procedure, een uitleg over de huidige regels over de kernrandzone of het inrichten van bijvoorbeeld een landbouwsluis. Deze vragen en opmerkingen hebben geen betrekking op de visie en zijn daarom niet beoordeeld of verder uitgewerkt. 

5. Wonen en leven – passend wonen

Bij dit thema denken mensen logischerwijs vaak als eerste aan de nieuwbouw van woningen. De meeste vragen en inbreng waren daarop gericht, vaak vanuit een persoonlijk belang of over een specifiek dorp. Er is positief gereageerd op onze ambitie om in alle dorpen te bouwen. Inbreng daarop was soms wel tegenstrijdig. Zo vroegen enkele aanwezigen om meer verdichting en extra woningen, terwijl anderen juist opriepen om niet alles vol te bouwen (oog houden voor groen en ruimte). Ook is opgemerkt dat het nu vaak nog (te) traditionele bouw- en woonvormen betreft.

In de omgevingsvisie staat kwaliteit centraal. In de tekst is opgenomen dat nieuwe bouwmogelijkheden  passen binnen de demografische en economische ontwikkelingen en worden uitgevoerd met respect voor de kenmerkende karakteristiek en omgeving in het betreffende dorp. Met de omgevingsvisie zetten wij in op een gevarieerd en toekomstbestendig woningaanbod in onze dorpen. Liefst op plekken die vragen om kwaliteitsverbetering of waarvan de functie vervalt. Dat kan via nieuwbouw maar ook verbouw, duurzame bebouwing is uitgangspunt. De omgevingsvisie biedt ruimte voor diverse woon(zorg)vormen en een mix van typologieën zodat er gemengde wijken ontstaan voor jong en oud. Ook houden wij oog voor een groene omgeving (voorkomen hittestress, uitnodigen tot bewegen). Dit sluit aan bij de geleverde inbreng. In een uitvoeringsprogramma / verordening kan desgewenst nader worden gestuurd op een wenselijke uitwerking daarvan.

Tijdens de bijeenkomsten zijn verschillende vragen gesteld hoe/of we inspelen op de kansen vanuit regio Brainport. Bijvoorbeeld door meer te bouwen in dorpen langs de A2 of waar aanwezige voorzieningen onder druk staan (school, supermarkt, verenigingen). De meeste betrokkenen begrijpen dat niet alle voorzieningen meer in elk dorp bestaansrecht hebben. Ze vinden het belangrijk dat wij daar keuzes in maken. Dat aanwezige voorzieningen goed zijn, toegankelijk en bereikbaar. In dat kader is specifiek aandacht gevraagd voor Leudal-West, met relatief veel kleine dorpen.

In de omgevingsvisie is nu opgenomen om extra groei-/woningbouwambitie gericht in te zetten om het bestaande voorzieningenniveau in bepaalde dorpen kracht bij te zetten, ook vanwege het belang voor de omliggende dorpen. Daarnaast kijken we bij onze extra groei-/woningbouwambitie naar de oprukkende regio Eindhoven / Brainportregio. Op de visiekaart geven we de ambitie aan voor de komende periode. Het gaat hierbij om grotere woningbouwontwikkelingen. Denk hierbij aan circa 50 woningen of meer.

6. Wonen en leven – mobiliteit

Er was veel aandacht voor een verkeersveilige leefomgeving en met name voor de plek van de auto in het straatbeeld. Op diverse momenten tijdens de bijeenkomsten is de wens uitgesproken de auto in de woonstraten ‘te gast’ te laten zijn of gebieden zelfs autoluw te maken en de openbare ruimte aantrekkelijker in te richten. Daarmee willen onze inwoners de auto niet in zijn geheel weren (deze is ook nodig), maar laten zien dat voetgangers en fietsers zich op een veilige manier kunnen verplaatsen. Zeker rondom scholen en speelpleinen zou meer aandacht moeten zijn voor een verkeersveilige situatie. Door wegbrengen en ophalen van kinderen bij scholen ontstaan onveilige situaties; voetgangers, fietsers, stoppende en manoeuvrerende auto’s. Ook voor het buitengebied is een aantal keren geopperd verkeersstromen te scheiden. Landbouwroutestructuren en fietsroutes liggen vaak samen. Het is gevaarlijk dat op landbouwroutes fietsknooppunten zijn. Het zijn functies die niet goed samengaan. 
Er wordt gecontroleerd waar en hoe verbeteringen in de routestructuren kunnen worden aangebracht.

De inbreng tijdens de participatiebijeenkomsten sluit daarmee goed aan op de (ontwerp) visie. Waarbij wel van belang is, dat de inrichting van de openbare ruimte steeds per project en per gebied wordt bekeken. Daarnaast speelt gedrag een belangrijke rol in de verkeersveiligheid en de beleving ervan. De omgevingsvisie verandert dit niet.

Een goede bereikbaarheid van voorzieningen is eveneens meerdere keren aan de orde gekomen. Daarbij gaat het ook om goede Openbaar Vervoer voorzieningen voor zowel jongeren als ouderen. In het kader van OV is eveneens de wens / het belang van een station in Leudal aan de orde gekomen. In de omgevingsvisie is opgenomen dat we inzetten op een station in Baexem.

Daarnaast is aandacht gevraagd voor de mogelijkheden van deelmobiliteit, alternatief vervoer en scootmobiels. Deze vormen van vervoer zijn mogelijk en worden ook in de omgevingsvisie beschreven. Desalniettemin is de omgevingsvisie niet het kader voor de verdere uitwerking hiervan. Hiervoor geldt het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit.

7. Wonen en leven – voorzieningen

Tijdens alle sessies is het belang van sociale verbinding aan de orde gekomen. Ontmoetingsplekken hoeven niet altijd formeel geregeld te worden, informeel in diverse vormen is ook waardevol voor inwoners. Ook wordt de suggestie gedaan om bepaalde functies (privaat en publiek) slim te koppelen. Voor de zelfredzaamheid van ouderen wordt nabuurschap en mantelzorg steeds belangrijker. De suggestie is gedaan om ons juist op de jongeren te richten, als mantelzorgers van de toekomst. De omgevingsvisie biedt de algemene ruimtelijke kaders voor verschillende nieuwe ontwikkelingen. In een uitvoeringsprogramma / verordening kan desgewenst nader worden gestuurd op een wenselijke uitwerking daarvan.    

8. Genieten en recreëren

De deelnemers aan de participatiesessies lijken eensgezind.

Een belangrijk deel van de reacties gaat over kwaliteit. Enerzijds is aandacht gevraagd voor de fysieke kwaliteit van de routestructuren, maar er is ook aandacht gevraagd voor het versterken van de belevingswaarde. Ook vonden bezoekers het belangrijk dat ontwikkelingen, activiteiten, evenementen, enz. bij de kwaliteit van de omgeving en bij draagkracht van de omgeving passen. Niet alles kan overal en soms alleen in beperkte mate. Deze reacties sluiten aan bij de ingezette ontwikkelkoers van Leudal. Daarin staat centraal: kwaliteitstoerisme, omgevingskwaliteit en het ontsluiten van het lokale natuurlijk, cultureel en monumentaal erfgoed op een beleveniswaardige wijze.

Verder is aandacht gevraagd voor het behoud van monumenten en veilig gebruik van de routestructuren. Deze feedback is meegenomen in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie en of het bijbehorende kaartmateriaal. Dit geldt ook de voor suggesties om ruimte te bieden aan een grotere dag-attractie passend bij de kwaliteiten van de gemeente Leudal.

9. Natuurlijk Leudal

Tijdens de participatie zijn er zeer wisselende reacties gekomen op het thema Natuurlijk Leudal. Het is een breed thema dat verbonden is met vrijwel alle andere thema’s omdat die zich allemaal in het landschap begeven. Er was duidelijk een groep participanten die de visie helemaal deelt en die het erg kan waarderen dat we als gemeente de indeling hebben gemaakt naar 4 landschapstypen en ook gebiedsgericht willen gaan sturen op het landschap. Er kwamen veel vragen wat in welke zone wordt toegestaan en gestimuleerd.

Vanuit, met name, de meer agrarische gerichte participanten kwamen er opmerkingen dat de kaart veel te groen ziet en dat we geen goede afweging hebben gemaakt. Dit heeft betrekking op een aantal gebieden die een meer natuurlijk karakter zullen krijgen terwijl het nu landbouwgrond is. Dit kan in de vorm van grasland, want er blijven in deze regio dieren die gras eten ook al neemt misschien de hoeveelheid koeien af. 
Eveneens is er aandacht gevraagd voor water vragende functies in droogte gevoelige gebieden.

We gaan als uitwerking van de participatie verder werken aan het landschap en landschappelijke kwaliteit. Dit doen we omdat helder is dat nieuwe ontwikkelingen in het landschap een kwalitatieve toevoeging hebben voor het landschap. In de uitwerking van de visie, middels het programma, zal een nota kwaliteit worden opgesteld. Kwaliteitsregels zijn er voor particulieren en bedrijfsmatige initiatieven.

Tijdens de participatie wordt gesteld dat men er geen nieuwe natuurgebieden in Leudal bij wilt hebben. Dit is ook nergens in de visie opgenomen, we gaan geen nieuwe gebieden aanwijzen. Waar nodig versterken we structuren en zorgen we voor betere overgangen naar gevoelige terreinen. 

10. Duurzaam en toekomstbestendig

In het kader van duurzaamheid is de inbreng grofweg in drie hoofdcategorieën te verdelen: 1) energieopwekking 2) een duurzame woon- en leefomgeving en 3) duurzaam ontwikkelen. De meeste opmerkingen en reacties passen in de eerste categorie. Daarbij is de tegenstrijdigheid zeker aanwezig. Enerzijds is gevraagd om geen toename van windmolens mogelijk te maken en anderzijds is aangegeven dat de huidige zonnepanelen en windmolens richting de toekomst niet voldoende zijn. Daarbij is ook opgemerkt dat er ruimte zou moeten zijn voor groen gas. De tegenstrijdigheid in de belangen van de inbrengers, maakt het meer dan voorheen nodig om vanuit deskundigheid een goede belangenafweging te maken. Dit is in de omgevingsvisie gedaan, door enerzijds uit te gaan van zoveel mogelijk energiebesparing, dan te kijken naar de toekomstige behoefte en vervolgens naar de plekken en wijzen waarop dit het beste kan worden gerealiseerd. Hierbij zullen beide kanten van het spectrum (er is genoeg, er is te weinig) zich onvoldoende gesterkt voelen. Het is dan ook écht een afweging van belangen.

Een duurzame woon- en leefomgeving is belangrijk. Er is gevraagd meer gebruik te maken van de hittestresskaarten en dorps- en schoolpleinen te vergroenen. Dit is wenselijk vanuit de omgevingsvisie, maar is niet in de Omgevingsvisie uitgewerkt. Dit betreft uitvoering. 

11. Gezond en veilig

Specifiek over het thema gezondheid en veiligheid zijn enkele reacties ingebracht tijdens de verschillende informatiebijeenkomsten.
Gezondheid wordt erg belangrijk gevonden zowel vanuit gezond leven maar vooral vanuit milieu: Er is oa. aangegeven dat de luchtkwaliteit erg belangrijk is en niet mag verslechteren, dat het schone lucht akkoord uitgevoerd moet worden. Maar ook zijn er reacties ingebracht waaruit blijkt dat men wel vindt dat gegeven rechten/vergunningen behouden moeten blijven – ook al voldoen die niet (meer) aan de gezondheidseisen. Daarbij geldt ook dat niet iedereen zich kan vinden in strenge(re) normen op gezondheid en milieu omdat dat de bedrijfsvoering kan belemmeren en er geen duidelijk zicht is op wat er dan wel mag/kan. 
Voor het onderwerp veiligheid wordt er aandacht gevraagd voor ondermijning. 
Bovenstaande onderwerpen komen terug in de teksten bij de omgevingsvisie en hebben geen aanleiding gegeven om op dit moment aanpassingen te doen.

12. Overige opmerkingen

In het bijzonder is naar voren gekomen dat de behoefte bestaat aan meer uitleg over de keuzes en de gevolgen van de keuzes. Het is niet verwonderlijk dat hieraan behoefte bestaat en dat deze behoefte tijdens de bijeenkomsten niet of niet geheel kon worden weggenomen. De omgevingsvisie bevat een omschrijving van de thema’s en kwaliteiten van Leudal en geeft ook aan welke opgaven of uitdagingen op ons afkomen. De keuzes die naar aanleiding daarvan gemaakt worden, worden nader toegelicht. Omdat de visie veel tekst bevat, is ervoor gekozen te werken met een praatplaat. De praatplaat zoals gebruikt tijdens de bijeenkomsten zal worden omgevormd naar een website. Door onderdelen van de plaat aan te klikken, verschijnt meer informatie over dat onderwerp en de gemaakte keuzes.

In het verlengde van deze opmerking ontstonden vragen over de gebruikte begrippen. Wij hebben ervoor gekozen een begrippenlijst toe te voegen aan de visie. De toelichting omschrijft wat wij onder een bepaald begrip verstaan binnen Leudal.

Tot slot gaan wij nog in op de opmerkingen over de visie als instrument. Wat doen wij hiermee? De omgevingsvisie bevat de lange termijn visie voor de leefomgeving van Leudal. Wij kijken naar de periode tot 2040. De visie is de basis voor bijvoorbeeld het Omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplannen), uitvoeringsplannen en concrete maatregelen. Het is ook een belangrijke basis voor onze communicatie en samenwerking. Doelen bereiken we samen beter. Ook gebruiken wij de visie om te toetsen of een ruimtelijke ontwikkeling op een bepaalde plek wenselijk is. Het vormt daarmee een toetsingskader voor de gemeente. De visie heeft geen rechtstreekse doorwerking naar eigenaren of exploitanten. Dit betekent dat wanneer een bepaald gebied in de toekomst mogelijk verandert, dit altijd gepaard gaat met gesprekken, processen of besluiten.  

13. Conclusie

De participatiebijeenkomst heeft  waardevolle toevoegingen, verheldering, en ook wijzigingen gebracht. Dit alles is in de tekst van de visie verwerkt en wordt nu verder in procedure gebracht.

Na vaststelling krijgt deze omgevingsvisie een doorvertaling in een programma buitengebied. Daarna wordt het Omgevingsplan opgesteld. In het Omgevingsplan staan de regels waarin concreet staat wat op een specifieke locatie mag. 

5 Nota van Zienswijzen

[Gereserveerd]

Bijlage II Overzicht Documentenbijlagen

Bijlage III Overzicht Informatieobjecten

bedrijventerreinen

/join/id/regdata/gm1640/2025/38d73e6b47fe452ea890d05d5faa2d46/nld@2026‑01‑21;14462135

buitengebied

/join/id/regdata/gm1640/2025/5c9f1bf34eda4ae29f066cc528524318/nld@2026‑01‑21;14462135

cultuurgronden van westelijk Leudal

/join/id/regdata/gm1640/2024/25df70e35f9d45ae92803c0423ce5246/nld@2026‑01‑21;14462135

Cultuurgronden van westelijk Leudal

/join/id/regdata/gm1640/2024/a3ebc87bec464a4ba06fd6afe989b9de/nld@2026‑01‑21;14462135

het maasdal

/join/id/regdata/gm1640/2024/4c84aca7e91d4048a2ab2bdd58f8cc91/nld@2026‑01‑21;14462135

het Maasdal

/join/id/regdata/gm1640/2024/fb2e4ee4a7f74be9a6349da20398b712/nld@2026‑01‑21;14462135

kernen

/join/id/regdata/gm1640/2025/8fd902d3088e4e13b5afbeff7c9268e2/nld@2026‑01‑21;14462135

kernrandzones

/join/id/regdata/gm1640/2025/26edb8f439424c8491989a7ac130e501/nld@2026‑01‑21;14462135

Leudal en omgeving

/join/id/regdata/gm1640/2024/c91d99b8717844fd920d55552de86b21/nld@2026‑01‑21;14462135

Leudal en omgeving

/join/id/regdata/gm1640/2024/f2f52f65aa4f45eebc50e9b0b26d0b48/nld@2026‑01‑21;14462135

ontginningsgronden van noordelijk Leudal

/join/id/regdata/gm1640/2025/74932eb0d7f54161be01d933daa81c42/nld@2026‑01‑21;14462135

Ontginningsgronden van noordelijk Leudal

/join/id/regdata/gm1640/2024/5234637b9ddd4f8c88f2bb04caf8dd4a/nld@2026‑01‑21;14462135