Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755782
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755782/1
Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek gemeente Kampen
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 28-01-2026
Intitulé
Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek gemeente KampenDe raad van de gemeente Kampen,
gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 16 december 2025 met kenmerk 86034-2025;
gelet op artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek gemeente Kampen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -
bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in de Omgevingswet;
- -
kring van partijen: natuurlijke personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, middelgrote onderneming, gemeenten, waterschappen, provincies, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie en binding hebbend met de betreffende (buur)gemeente(n);
- -
lokaal eigendom: het juridisch en economisch in (mede-)eigendom hebben van een installatie en de opwek die met de installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in de nabije omgeving van die installatie;
- -
nabije omgeving:
- a.
in het geval van elektriciteitsopwek door zonne-energie: binnen een straal van 500 meter gemeten vanaf de buitenranden van het zonneveld;
- b.
in het geval van elektriciteitsopwek door windenergie: binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de windturbine, gemeten vanaf de voet van de turbine.
- a.
Artikel 2 Toepassingsbereik
- 1.
Deze verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
- 2.
Onder een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt verstaan:
- a.
een zonnepark met een capaciteit van ten minste 1 MW;
- b.
een windturbine met een capaciteit van ten minste 2 MW; of
- c.
andersoortige installatie met een capaciteit van ten minste 1 MW.
- a.
Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom
Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom
- 1.
Bij de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen geldt er voor de producent een inspanningsverplichting om 60 procent lokaal eigendom te bereiken.
- 2.
Lokaal eigendom wordt in beginsel gerealiseerd in de nabije omgeving van de installatie. Indien realisatie van lokaal eigendom in de nabije omgeving van de installatie niet mogelijk blijkt, wordt lokaal eigendom gerealiseerd binnen het grondgebied van de gemeente Kampen. In dit geval wordt in deze verordening bij de definitie van ‘kring van partijen’ en ‘lokaal eigendom’ in artikel 1 onder ‘nabije omgeving van de installatie’ mede verstaan binnen het grondgebied van de gemeente Kampen.
- 3.
Er is in ieder geval niet voldaan aan de inspanningsverplichting als:
- a.
er geen aantoonbaar en verifieerbaar contact is geweest met een bestaande georganiseerde vorm van personen of ondernemingen uit de kring van partijen;
- b.
er niet meer dan één bijeenkomst met die partijen is geweest waarin de mogelijkheden voor lokaal eigendom zijn voorgelegd en is verkend;
- c.
er geen reële termijn is gegeven aan de omgeving om lokaal eigendom te bereiken;
- d.
er geen economisch realistisch aanbod is gedaan; of
- e.
er geen voorstel aan de gemeente, dan wel het gemeentelijk energiebedrijf, gedaan is voor invulling van het lokaal eigendom.
- a.
Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom
De producent motiveert voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van de installatie:
- a.
welke inspanningen hij heeft verricht om mede-eigendom ten aanzien van de voorgenomen installatie en de exploitatie daarvan door een kring van partijen te bevorderen;
- b.
welk percentage mede-eigendom is overeengekomen;
- c.
voor zover minder dan 50 procent mede-eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen;
- d.
voor zover minder dan 60 procent mede-eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen.
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
- 1.
Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, onder a, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent aan het college verstrekt:
- a.
de methoden gebruikt voor de communicatie over het project;
- b.
welke informatie is gedeeld en hoe deze informatie beschikbaar is gesteld; en
- c.
ten aanzien van de kring van partijen:
- i.
hoe deze is gedefinieerd;
- ii.
op welke wijze deze partijen bij het project zijn betrokken;
- iii.
op welke wijze de wensen van deze partijen zijn verkend; en
- iv.
hoe deze partijen de mogelijkheid hebben gehad om te participeren.
- i.
- a.
- 2.
Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, onder b, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt:
- a.
welke afspraken met deze partijen zijn gemaakt;
- b.
hoe de afspraken met deze partijen zijn vastgelegd;
- c.
een getekende overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen, al dan niet vertegenwoordigd door de lokale energiegemeenschap, waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd;
- d.
een projectstructuurbeschrijving met daarin opgenomen de financiële- en eigendomsstructuur van het project;
- e.
een overzicht van de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding binnen het project; en
- f.
een overzicht van de taakverdeling.
- a.
- 3.
Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, onder c, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt:
- a.
een overzicht van de andere vormen van financiële participatie die zijn toegepast;
- b.
de redenen waarom 50 procent lokaal eigendom niet haalbaar is; en
- c.
de redenen waarom 60 procent lokaal eigendom niet haalbaar is.
- a.
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek gemeente Kampen
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2026.
De raad van de gemeente Kampen,
M.E. Veldhoen,
griffier
S. de Rouwe,
voorzitter
Toelichting
Algemene toelichting
De grondslag van deze verordening is artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. De begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Energiewet zijn dan ook van toepassing op deze verordening.
De gemeente Kampen vindt het belangrijk dat inwoners in brede zin zeggenschap hebben over en profiteren van grootschalige energieopwek die wordt gerealiseerd in hun omgeving. De ambitie voor het lokaal eigenaarschap kent als uitgangspunt 60-100 procent per project. Deze ambitie komt tot uitdrukking in het beleidsnotitie Duurzame energie opwekken met Kamper Kwaliteit. Naast dat dit streven is opgenomen in het beleid van de gemeente, maakt de gemeente de keuze om het streven naar 60-100 procent lokaal eigendom ook juridisch te borgen door middel van deze verordening.
Het kunnen profiteren van grootschalige energieopwek wordt ook wel financiële participatie genoemd. Deze verordening biedt geen toetsingskader bij de procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.
Bron: EnergieSamen
Artikelsgewijze toelichting
Hieronder wordt voor zover nodig per artikel een toelichting gegeven.
Artikel 1 Definities
Bij de ‘kring van partijen’ is aangesloten bij de mogelijke leden van een energiegemeenschap zoals vermeld in artikel 2.4 van de Energiewet. Wat onder ‘kleine’ en ‘middelgrote’ ondernemingen wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen in artikel 1.1 van de Energiewet. Onder ‘binding hebbend met’ wordt verstaan: bedrijven die hun verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen.
Brievenbusfirma’s vallen niet onder de definitie van lokale ondernemers. Maatschappelijke instellingen wel.
Bewoners, ondernemers en/of lokale overheden, zoals beschreven bij de ‘kring van partijen’, kunnen zelfstandig of door middel van een energiegemeenschap eigenaar worden van de installatie. Daarbij kan het voorkomen dat een bewoner of een onderneming uit een andere gemeente binnen een straal van 10 keer de tiphoogte gemeten vanaf de voet van de windturbine woont. In dat geval worden zij op grond van artikel 1 ook gerekend tot de kring van partijen.
Met de straalhoogte van 10 keer de tiphoogte wordt aangesloten bij de jurisprudentie van het begrip belanghebbende in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7).
Lokaal eigendom is gedefinieerd als het juridisch en economisch (mede-)eigenaarschap van de installatie en het juridisch bezitten van een energieproject en de daarmee gegenereerde elektriciteit. Dit houdt in dat economisch bezien zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap over de installatie is. Deze definiëring sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden of lokaal gevestigde ondernemingen die deelnemen in de Ontwikkelings B.V. door middel van bijvoorbeeld een lokale energiegemeenschap of een directe investering door grondeigenaren of lokale overheden.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening. De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De facultatieve sub-bepalingen in het tweede lid benoemt specifiek zonnepark en windturbine als hernieuwbare bron. De Energiewet hanteert een bredere definitie. In de Regionale Energiestrategie (hierna:RES) zijn specifieke afspraken gemaakt omtrent zon en wind, om meer draagvlak te creëren. Daarom zijn deze hernieuwbare bronnen al opgenomen in de verordening in onderdeel a en b van het tweede lid. Omdat lokaal eigendom ook van belang is voor toekomstige andersoortige installaties is dat opgenomen in onderdeel c van het tweede lid.
Wat onder grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit wordt verstaan is door de gemeente ingevuld. Met het invoeren van een drempel worden kleinere windturbines of zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening.
Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom
Eerste lid
In het eerste lid is een inspanningsverplichting opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 2 moet de producent streven naar 60-100 procent lokaal eigendom. Er wordt geen resultaatsverplichting opgelegd, omdat niet kan worden afgedwongen dat de lokale omgeving mede-eigenaar wil zijn van een dergelijke installatie. De producent moet echter wel aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen om 60-100 procent lokaal eigendom te realiseren.
Tweede lid
Met het tweede lid wordt beoogd dat partijen uit de nabije omgeving voorrang krijgen bij het invullen van het lokaal eigendom. Als dat niet voldoende blijkt wordt de kring vergroot tot de hele gemeente Kampen.
Derde lid
Van de producent wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dat bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat bijvoorbeeld niet. De producent moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Bij een georganiseerde vorm van personen en ondernemingen zoals genoemd in dit lid onder a, kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energiecoöperatie of energiegemeenschap
Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken of een inkoopregeling met dermate hoge inkoopprijzen dat deze niet in een paar jaar terug te verdienen zijn uit de opbrengsten van het energieproject danwel op voorhand financieel minder aantrekkelijk is dan als men niet zou deelnemen in het lokale eigendom. Tot slot dient ook een verantwoord rendement te worden geboden en dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor huishoudens uit de omgeving. Ook moet er een aanbod gedaan worden aan de gemeente, dan wel het gemeentelijk energiebedrijf, als er geen zicht is op andere invulling van het lokale eigendom.
Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom
De producent is verplicht voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen aan het college te motiveren hoe is voldaan aan de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom. Het gekozen moment is een uiterste moment dat de producent de inspanningsverplichting moet aantonen. Bij voorkeur gebeurt dit eerder, omdat logischerwijs dan alle afspraken rondom financiële participatie zijn vastgelegd. Het ligt voor de hand dat het college de producent vervolgens informeert of aan de inspanningsverplichting is voldaan.
Deze bepaling sluit aan bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet (Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23, Amendement lid Rooderkerk).
Het artikel biedt geen grondslag voor het verzwaard afleggen van verantwoording als wél 60 procent lokaal eigendom is behaald (zie artikel 6.12, derde lid, sub c Energiewet en artikel 4, onder c, van deze verordening).
Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering
In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de producent moet aanleveren voor de motivering van de inspanningsverplichting. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om de inspanning te motiveren die de producent heeft geleverd voor het streven naar lokaal eigendom.
Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is af te bakenen. Verder kunnen gegevens door middel van onderstaand tabel gestructureerd worden aangeleverd:
In het tweede lid is opgenomen welke stukken de producent moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt ook als 60 procent lokaal eigendom wél wordt behaald.
De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is ook opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Verder bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen. Lokaal eigendom houdt in dat de kring van partijen in alle opzichten betrokken kan zijn bij de ontwikkeling, dat is dus niet puur financieel. Het is van belang dat de kring van partijen onderdeel is van het besluitvormingsproces en de ontwikkeling van het park. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van partijen en de producent.
In het geval dat de producent niet 50 procent lokaal eigendom heeft behaald, wordt in het derde lid stukken gevraagd ter onderbouwing waarom 50 procent lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financiële participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van 50 procent lokaal eigendom moet de producent deugdelijk motiveren dat deze ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was. Dit volgt uit de wettekst waar 50 procent is opgenomen. Er is een aanvullend artikellid opgenomen voor de 60 procent op basis van ons lokale beleid.
Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel behoeft geen toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl