Regeling vervalt per 01-01-2027

Beleidsplan geldzorgen, minima en schulden 2026 - 2029

Geldend van 27-01-2026 t/m 31-12-2026

Intitulé

Beleidsplan geldzorgen, minima en schulden 2026 - 2029

De raad van de gemeente Goirle;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025

besluit:

  • 1.

    Het Beleidsplan geldzorgen, minima en schulden vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.

  • 2.

    Het college op te dragen om het Beleidsplan geldzorgen, minima en schulden 2026 uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 te evalueren en op basis daarvan uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 een geactualiseerd beleidsplan voor de jaren na 2027 ter besluitvorming aan de raad aan te bieden.

Voorwoord

De term bestaanszekerheid hoor je steeds vaker. Bestaanszekerheid is een randvoorwaarde voor het welzijn van alle mensen en voorkomt problematische gevolgen. Gemeenten, Rijk, partners en de inwoner zelf hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid; een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving.

Inwoners met geldzorgen verdienen een gemeente die naast hen staat. Werken aan en met vertrouwen is hierin een belangrijke basisvoorwaarde. We zijn ons er van bewust dat dit vertrouwen er niet (meer) vanzelfsprekend is. Het is daarom een aandachtspunt in de dienstverlening aan onze inwoners.

De gemeente Goirle wil schulden voorkomen, bestrijden én verzachten, en zorgen dat inwoners met een laag inkomen volwaardig kunnen meedoen. Vanuit wettelijke kaders, maar vooral vanuit de vraag: wat heeft deze inwoner nodig om weer perspectief te ervaren? Perspectief op financiële zelfredzaamheid én maatschappelijke participatie.

De gemeente heeft vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) een belangrijke rol in het voorkomen en bestrijden van problematische schulden en het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen. Daarnaast heeft de gemeente vanuit de participatiewet de verplichting om enkele regelingen uit te voeren, zoals de individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand. De gemeente is ook bevoegd om minimaregelingen te treffen voor inwoners die dit nodig hebben. Gemeenten hebben voor meerdere regelingen een beleidsvrijheid.

Dit beleidsplan beschrijft de visie, doelen en maatregelen van de gemeente Goirle voor de periode 2026–2029 op het gebied van geldzorgen, minima en schulden.

Visie en uitgangspunten

Onze visie is vastgelegd in de beleidsvisie sociaal domein 2022-2026 ‘Goirle Glanst’: ‘wij werken samen met de Gôolse gemeenschap aan een doenerig ’ dorp waar inwoners goed kunnen toeven.

Visie

Als we dit meer concreet verbinden aan dit beleidsplan vinden we dat ‘Iedere inwoner verdient (financiële) bestaanszekerheid en de mogelijkheid om mee te doen aan de samenleving’.

Ambitie

We willen geldzorgen voorkomen of deze in ieder geval in een zo vroeg mogelijk stadium oplossen of, als dat niet mogelijk is, beheersbaar maken. Door in te zetten op het ondersteunen en ontzorgen, willen we ervoor zorgen dat inwoners minder stress bij geldzorgen ervaren.

Schuldhulpverlening en inkomensondersteunende maatregelen zijn beschikbaar voor elke inwoner van Goirle.

Aandachtspunt: we hebben met dit beleid niet de ambitie om het aantal huishoudens met een laag inkomen te verminderen. Dat kan ook niet, omdat inkomenspolitiek voorbehouden is aan het Rijk en met dit beleid het inkomen (uit werk, uitkering, pensioen etc.) niet wijzigt. Wel heeft het (gemeentelijk) beleid invloed op de toename van het gebruik van het ondersteuningsaanbod door inwoners met een laag inkomen en daarmee op de te besteden middelen van inwoners.

Als gemeente zijn we ons bewust dat we moeten werken aan het vertrouwen van onze inwoners in ons als gemeente. Daarnaast willen we werken vanuit vertrouwen in de inwoners. Bij dit laatste willen we ook leren van inwoners met ervaringskennis.

Speerpunten

  • 1.

    Preventie en vroegsignalering

    Inwoners ervaren grip op hun geldzaken. Wanneer inwoners geldzorgen ervaren, streven we ernaar hen vroegtijdig te bereiken, zodat problemen niet verergeren

  • 2.

    Bekendheid met ondersteuningsmogelijkheden en vergroten van bereik

    De inwoner weet welk aanbod er is, begrijpt dit en heeft hier vertrouwen in.

  • 3.

    Laagdrempelige toegang en eenvoud

    Het is makkelijk om ondersteuning te vragen en we kijken actief waar we nog meer kunnen helpen. De inwoner voelt zich gehoord en ervaart minder geldstress

  • 4.

    Verstevigen onderlinge samenwerking

    Samen zorgen we ervoor dat een inwoners met een hulpvraag over geldzorgen gezien en geholpen wordt

Geldzorgen

Een life-event of het leven met een laag inkomen kan zorgen voor geldzorgen en/of schulden.

We spreken van een laag inkomen als iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Je kunt hierbij onderscheid maken tussen noodzakelijke kosten zoals voedsel, ziektekosten, energie, huur en kleding en kosten om actief deel te nemen aan de samenleving zoals het ontvangen van bezoek, de contributie van een vereniging of het kopen van een verjaardagscadeau.

Oorzaken

Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan het ontstaan van financiële problemen, zowel op individueel niveau als op maatschappelijk niveau.

Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de maatschappij zoals de energiecrisis de afgelopen jaren. Maar ook de hoge inflatie die we nu kennen en het rijksbeleid ten aanzien van de bijstandsuitkeringen zorgt ervoor dat mensen moeite kunnen krijgen om rond te komen. Zo heeft de landelijke Commissie Sociaal Minimum geconcludeerd dat het besteedbaar inkomen van veel huishoudens op het sociaal minimum te laag is. Hierdoor kunnen zij niet rond komen en niet mee doen aan de samenleving.

Op individueel niveau spelen zogeheten life-events een rol. Denk aan het krijgen van kinderen, 18 jaar worden (volwassen), maar ook het overlijden van een naaste, een echtscheiding of ontslag. Daarnaast kunnen verschillende andere factoren bijdragen aan het ontstaan van financiële problemen zoals laaggeletterdheid, ziekte of psychische problemen, verslaving en lichamelijke of cognitieve beperkingen.

Naast persoonlijke oorzaken worden financiële problemen ook sociologisch bepaald. Dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn op je financiële situatie. Armoede of geldzorgen kunnen aan volgende generaties doorgegeven worden. Financiële problemen bij ouders hebben invloed op de kansen, het toekomstperspectief en de financiële zelfredzaamheid van hun kinderen.

De laatste jaren zien we ook een verhoogd armoederisico onder zelfstandige ondernemers, dit door o.a. onzeker inkomen. Deze groep zit vaak nog in de verborgen armoede. Dit geldt ook voor werkenden met een laag inkomen en/of geldzorgen.

Gevolgen

Het hebben van financiële problemen kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. Zo lopen mensen het risico om sociaal geïsoleerd te raken doordat ze bijvoorbeeld over onvoldoende middelen beschikken om activiteiten te ondernemen. Dit kan tot schaamte leiden. Het hebben van financiële problemen heeft ook een negatief effect op je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Steeds meer onderzoeken tonen aan dat geldzorgen stress en schulden veroorzaken. Dit kan een negatieve invloed hebben op andere leefgebieden.

Naast de middelen die uitgegeven worden aan voorzieningen vanuit het minimabeleid en trajecten in de schuldhulpverlening, zorgt armoede voor hogere zorgkosten, minder arbeidsparticipatie, meer onderwijsuitval, een hogere (uitkerings-)afhankelijkheid en een groter gebruik van ondersteuning op andere leefgebieden (denk daarbij aan huisvesting, mentale en fysieke gezondheid en sociale relaties).

Onderzoeken tonen aan dat armoede bij (ongeboren) kinderen een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van hun brein en lichaam. Ze:

  • Groeien minder gezond op;

  • Presteren door de stress (die ook zij door de situatie ervaren) minder goed op school;

  • Krijgen niet dezelfde kansen om zich maximaal te ontplooien als leeftijdsgenootjes die niet in armoede opgroeien;

  • Hebben zelf een grotere kans om later ook in armoede te leven (dit noemen we intergenerationele armoede).

Samenhang bredere sociaal domein

Inzetten op geldzorgen heeft een positief effect op andere leefgebieden en daarmee is er ook veel samenhang met andere beleidsthema’s in het bredere sociaal domein.

Kansengelijkheid: Bij volwassenen; het volwaardig mee kunnen doen in de maatschappij en tegengaan van sociaal isolement. Bij kinderen; mee kunnen doen met leeftijdsgenootjes en jezelf maximaal kunnen ontwikkelen.

Positievere en veiligere leefomgeving in gezinnen: Stress veroorzaakt veel spanningen. Spanning tussen ouders en tussen ouders en kinderen. Inzet op ondersteuning en regelingen in het kader van geldzorgen heeft daarin een positieve bijdrage. Dat zal ook merkbaar zijn bij de jeugd- en gezinsprofessionals die gezinnen bijstaan.

Gezondheid: Door in te zetten op armoede en geldzorgen, bevordert dit ook de gezondheid van inwoners en leidt dit tot minder zorgmijding. Zowel de gevolgen van chronische stress als de gezondheid in de zin van voeding en sporten.

Arbeidsparticipatie: Inwoners in de bijstand worden gestimuleerd en ondersteund om aan het werk te gaan. Door in te zetten op sociale activering en re-integratie kunnen mensen meedoen in de maatschappij en zingeving ervaren. Voor bijna iedereen loont het om te gaan werken. Werken is de snelste manier om meer inkomen te verkrijgen, schulden en geldzorgen te voorkomen.

Wat valt op?

Vanuit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2023 heeft landelijk 3,8% van de huishoudens gedurende minimaal 1 jaar een inkomen op het sociaal minimum. In Goirle is dit 2%. Voor een huishouden tot 120% van het sociaal minimum is dit landelijk 12,1% en in Goirle is dit 8,6%.

Er zijn ook cijfers bekend met betrekking tot de armoedegrens. Het Rijk heeft het afgelopen jaar een nieuwe systematiek ingevoerd om de armoedegrens te berekenen. Het fundament voor de armoedegrens is het minimaal benodigde budget om van te leven, hierbij wordt gekeken naar inkomsten, werkelijke vaste kosten voor huur en energie en het hebben van een financiële buffer. In Goirle leeft 1,3% van de huishoudens onder de armoedegrens. Landelijk is dit 3,1%.

Het niet kunnen duiden van de verborgen armoede is een belangrijk signaal wat we willen geven. Deze zijn niet meegenomen in cijfers en de vraag is dan ook hoe groot deze groep is.

Als gemeente zijn we de afgelopen jaren bezig geweest met monitoring in verschillende dashboards. Daarin ligt de focus op de zaken die wij zelf vanuit de jeugdwet, Wmo en P-wet verstrekken (wettelijke taken).

Andere zaken hebben we minder in beeld gebracht; wie is onze inwoner, kan hij tot een doelgroep behoren en hoe ontwikkelt die zich? Klantreizen van mensen, o.a. met schulden, zijn niet altijd niet goed in beeld. Ook het meenemen van de ervaringen van de inwoner zelf, kan beter.

Juridisch kader

Het wettelijke kader voor schuldhulpverlening is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs verplicht gemeenten om een meerjarenplan op te stellen waarin in ieder geval wordt aangegeven:

  • a)

    welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen;

  • b)

    welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd;

  • c)

    hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven, wordt vormgegeven;

  • d)

    het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft om een eerste gesprek te hebben met de inwoner;

  • e)

    hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.

Het doel van schuldhulpverlening is om inwoners rust en overzicht te geven over hun financiële situatie en zo mogelijk betalen of regelen van aanwezige schulden. Tegelijkertijd gaat het om het voorkomen van een terugval. De Wgs regelt dat inwoners met financiële problemen of (dreigende) problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies en schuldhulpverlening. Vanaf 2021 is ook vroegsignalering van schulden op basis van signalen door derden een wettelijke taak van de gemeente.

Inkomensondersteuning

Gemeenten mogen inwoners met een laag inkomen geen extra inkomen geven. Wel mogen (moeten) we inwoners met een laag inkomen ondersteunen. Daarvoor zijn regels opgenomen in de Participatiewet en in de Invorderingswet 1990. De gemeentelijke kaders voor bijzondere bijstand zijn opgenomen in beleidsregels.

Gemeenten hebben beleidsvrijheid om aanvullend beleid te voeren, mits dit uitlegbaar en uitvoerbaar is.

Hieronder ziet u welke verplichte en niet verplichte regelingen er zijn.

Verplichte regelingen:

  • Bijzondere bijstand: vergoeding van noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere of dringende omstandigheden en waarin het huishouden niet zelf kan voorzien;

  • Individuele inkomenstoeslag: een toeslag voor personen van 21 jaar of ouder en jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen hebben en geen zicht hebben op inkomensverbetering;

  • Studietoeslag; een toeslag voor studenten met een medische beperking, die door hun beperking niet of nauwelijks kunnen bijverdienen;

  • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen;

Niet verplichte regelingen:

  • Collectieve zorgverzekering: aanbod van een collectieve zorgverzekering bestaande uit een basisverzekering met aanvullende verzekering (in Goirle is dit van CZ of VGZ). Met het pakket komen veel voorkomende kosten voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast ontvangen inwoners een tegemoetkoming voor de kosten van de aanvullende verzekering.

  • Participatie kinderen: dit wordt uitgevoerd door de gemeente en/of Stichting Leergeld. Het gaat om ondersteuning aan kinderen waardoor zij mee kunnen doen aan (buiten)schoolse activiteiten;

  • Participatie volwassenen: volwassenen ontvangen een bedrag op jaarbasis voor sociaal maatschappelijke participatie

Schuldhulpverlening

In de Wgs is opgenomen dat de gemeenteraad telkens voor 4 jaar een plan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners van zijn gemeente. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende schuldhulpverlening en het voorkomen dat inwoners schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. Om de samenwerking en de samenhang tussen geldzorgen en schulden te behouden worden de doelstellingen voor de komende vier jaar voor schuldhulpverlening gepresenteerd in de speerpunten in hoofdstuk 6.

In dit hoofdstuk schuldhulpverlening gaan we expliciet op de onderdelen in waaraan het plan op grond van de Wgs moet voldoen.

Gewenste resultaten komende 4 jaar

De afgelopen jaren heeft het kabinet zich ingezet om geldzorgen, armoede en schulden te voorkomen en aan te pakken. Op 12 juli 2022 lanceerde het kabinet de landelijke Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. Het landelijke schulden beleid dat is opgesteld stelt dat er minder mensen gaan van beginnende schulden naar problematische schulden en meer mensen stromen succesvol en duurzaam uit problematische schulden. De ambities van het kabinet doen een beroep op de dienstverlening van de gemeente. Het kabinet heeft zich samen met o.a. de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (verder NVVK en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (verder VNG) sterk gemaakt om de basisdienstverlening op te stellen die gaat gelden voor alle gemeenten. Onder de basisdienstverlening vallen onder andere een hulpaanbod dat toegespitst is op verschillende doelgroepen, het standaard aanbieden van een saneringskrediet met aflostermijn van 18 maanden en het bieden van begeleiding en nazorg.

Wij gaan ons de komende jaren inzetten om aan te sluiten bij de elementen van de basisdienstverlening. We gaan meedenken en meepraten over de verdere invulling van de elementen van de basisdienstverlening en deze vertalen naar de mogelijkheden binnen onze eigen organisatie. We zetten ons in om:

  • preventie en vroegsignalering te verbeteren;

  • de schuldhulpverlening toegankelijker te maken;

  • de samenwerking met partijen binnen en buiten de gemeente te verbeteren;

  • begeleiding aan te bieden die nog meer geënt is op het vergroten van de financiële zelfredzaamheid.

Hoe we deze doelstellingen willen behalen staat benoemd in de speerpunten in hoofdstuk 6.

Kwaliteit borging

De kwaliteit van de integrale schuldhulpverlening wordt geborgd door ons commitment aan de gedragscode en richtlijnen van de NVVK, de branchevereniging voor organisaties die werkzaam zijn op het gebied van financiële hulp. De Kredietbank Nederland voert o.a. de schuldhulpverlening uit en is lid van de NVVK. De NVVK Gedragscode beschrijft de uitgangspunten die van toepassing zijn op de hulp- en dienstverlening die NVVK-leden bieden. De Gedragscode gaat over kwaliteit, inhoud en intentie van deze hulp en dienstverlening. Elke 3 jaar voert de NVVK een audit uit om te beoordelen of leden nog voldoen aan de kwaliteitseisen.

Vroegsignalering

Als gemeente hebben wij een eigen procesregisseur schulden in dienst. Op maandelijkse basis ontvangt zij meldingen van betalingsachterstanden vanuit diverse vaste lasten partners op het gebied van de zorgverzekering, water, energie, het CAK, huur en sommige hypotheekverstrekkers vanuit de applicatie Vindplaats Schulden (verder VPS) van Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR).

Momenteel is men landelijk bezig om de gemeentelijke belastingen en de gemeentelijke vorderingen toe te voegen. Het doel van de vroegsignalering van betalingsachterstanden is om inwoners eerder te kunnen bereiken en indien zij dat wensen te helpen bij het oplossen van schulden, om zo problematische schulden te voorkomen. Op het moment dat inwoners sneller worden bereikt en geholpen, zijn de financiële problemen nog relatief beheersbaar. Dat maakt de hulpverlening gemakkelijker en de kans van slagen groter.

In Goirle kiezen we voor een eerste digitaal bericht in de 1e week, wat telefonisch kan worden opgevolgd in week 2 en, als nodig, in week 3 of 4 een huisbezoek plaats kan vinden.

Daarnaast staat schuldenproblematiek vaak niet op zichzelf en spelen er meerdere problemen dan enkel betalingsachterstanden. De samenwerking met andere teams wordt dan opgezocht.

Wacht- en doorlooptijden

Het eerste gesprek waarin de schriftelijke of mondelinge hulpvraag wordt vastgesteld, vindt plaats binnen vier weken nadat een inwoner zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening of er een signaal is ontvangen van schuldeiser(s) en de inwoner heeft het aanbod voor een gesprek geaccepteerd.

De wettelijke termijn voor de beschikking tot schuldhulpverlening is maximaal 8 weken (opgenomen in de gemeentelijke verordening beslistermijn schuldhulpverlening) na de dag waarop het eerste gesprek over schulden heeft plaatsgevonden.

Indien er sprake is van een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

Schuldhulpverlening aan gezinnen

Indien ouders met inwonende minderjarige kinderen zich melden voor schuldhulpverlening, is er extra aandacht voor mogelijke achterliggende problematieken. Wanneer er sprake is van mogelijke uithuiszetting i.v.m. huurachterstand worden er afspraken gemaakt ter vermijding huisuitzetting in het belang van de minderjarige kinderen. Verder wordt onder meer bekeken of de (inkomens)voorzieningen, zoals het kindgebonden budget en de toeslagen op orde zijn en of gebruik gemaakt kan worden van speciale voorzieningen voor kinderen die hun participatie bevorderen, zoals Stichting Leergeld en passende minimaregelingen. Bij het opstellen van het plan van aanpak worden de specifieke omstandigheden van het gezin meegenomen en zo nodig wordt het gezin verwezen naar passende hulpverlening. Er wordt dan gezorgd voor een warme overdracht naar de betreffende hulpverlenende instantie als dit nodig is.

Beweging naar wat inwoners nodig hebben

Speerpunt 1: Preventie en vroegsignalering

Inwoners ervaren grip op hun geldzaken. Wanneer inwoners geldzorgen ervaren, streven we ernaar hen vroegtijdig te bereiken, zodat problemen niet verergeren .

Waarom?

Bepaalde levensgebeurtenissen (verder: life events) vergroten het risico op financiële problemen, een daling van het inkomen en/of schulden welke kunnen leiden tot geldzorgen. Denk aan een geboorte, 18 jaar worden, een huwelijk, maar ook een scheiding, overlijden van een partner of pensioen. Juist op die momenten willen we dat inwoners weten waar zij terecht kunnen met vragen, zodat ze goed voorbereid zijn. Als we inwoners tijdig ondersteuning bieden, voorkomen we dat problemen erger worden en doorwerken naar andere leefgebieden, zoals gezondheid, opvoeden en sociale contacten.

Het is belangrijk om risicogroepen op deze momenten proactief te benaderen, omdat inwoners pas ‘op zoek’ zullen gaan naar ondersteuningsaanbod wanneer zich een life event voordoet en/of zij geconfronteerd worden met een hulpvraag. Daarnaast is belangrijk dat inwoners vaardigheden aanleren om om te kunnen omgaan met financiële tegenslagen, maar ook tijdig om hulp durven vragen binnen het eigen netwerk, bij vrijwilligers of bij professionals. Als tijdig ondersteuning wordt geboden, worden ergere problemen voorkomen en blijft de situatie behapbaar. We zien dat lokale organisaties in het maatschappelijk middenveld vaak laagdrempeliger zijn voor inwoners dan de gemeente en een toeleiding kunnen vormen naar de individuele gemeentelijke voorzieningen.

Vroegsignalering op basis van betalingsachterstanden in de vaste lasten (o.a. huur/hypotheek, zorgverzekering, water en energie) is bij uitstek een middel om inwoners met betalingsachterstanden vroegtijdig en proactief te benaderen. We zien dat steeds meer vaste lasten partners betalingsachterstanden melden en dat ook frequenter doen. Een aantal inwoners maakt in een eerder stadium gebruik van hulp, dan wanneer zij op eigen initiatief hulp zouden hebben gezocht. Kortom we willen problematische schulden bij inwoners voorkomen door tijdig signalen op te vangen en preventieve maatregelen te nemen.

Hoe gaan we dit doen?

  • We blijven inzetten op een eigen procesregisseur schulden.

  • We blijven inzetten op vroegsignalering op basis van betalingsachterstanden van de vaste lasten.

    Nog niet alle vaste lasten partners melden nu al betalingsachterstanden. Dit willen wij verder uitbreiden. Ook blijven we oog houden voor het verbeteren van onze werkprocessen.

  • We zetten in op preventie door informatie over life events te verstrekken (zoals geboorte, volwassen worden, werkloos raken, ziekte, pensioen, echtscheiding, overlijden partner, psychische problemen/verslaving etc.).

    We bepalen samen met onze partners in het maatschappelijk middenveld welk aanbod rondom life events we opzetten, denk aan voorlichtingen, bijeenkomsten en flyermateriaal. Per doelgroep bepalen we hoe we hen op een effectieve manier kunnen benaderen. De informatiecampagnes maken de inwoner bewust van de financiële risico’s en voorzien in tips voor budgetbeheer.

  • We zetten in op het aanbieden van een goed online aanbod.

    Online zijn er steeds meer laagdrempelig platform voor tips en informatie over geld. Dit is fijn en kan tegelijk ook ‘te veel’ worden en daardoor onoverzichtelijk. We onderzoeken welk platform van toegevoegde waarde kan zijn voor inwoners van de gemeente Goirle. Ook bekijken we of we een eigen digitaal platform ontwikkelen.

  • We zetten nog meer in op het versterken van signalering via bestaande en nieuwe vindplekken.

    Dit doen we niet alleen door onze individuele voorzieningen, maar ook het collectieve aanbod dat voor alle inwoners toegankelijk is (vb. donderdagochtendplein) onder de aandacht te (blijven) brengen bij partners. We verkennen en versterken ook de signalering en toeleiding naar ondersteuning via (nieuwe) vindplekken, zoals: verenigingen, lokale voorzorgcirkels, werkgevers, scholen en de rechtbank.

  • We verkennen mogelijkheden rondom financiële educatie voor jongeren.

    We willen een focus hebben op de groep jongeren, werkenden en ondernemers. Hoe bereiken we hen en hoe komen we met hen in gesprek op thema’s rondom geldzorgen. Dit draagt o.a. bij aan bewustwording en taboedoorbreking.

  • Lokaal uitwerken van het Actieplan Basisdienstverlening Schuldhulpverlening.

    In 2024 is het Actieplan Basisdienstverlening Schuldhulpverlening opgesteld. Dit actieplan bestaat uit 20 elementen die elke gemeente hanteert om de lokale schuldhulpverlening op een basisniveau te brengen. We brengen in beeld waar Goirle nu staat, wat er nog gedaan moet worden en welke prioriteit we hierin zien.

Speerpunt 2: Bekendheid met ondersteuningsmogelijkheden en vergroten van het bereik

De inwoner weet welk aanbod er is, begrijpt dit en heeft hier vertrouwen in.

Waarom?

Uit gesprekken met partners komt naar voren dat zowel inwoners als partners uit het (voorliggend) veld het bestaande gemeentelijke ondersteuningsaanbod niet altijd goed kennen. Daarnaast weet men ook niet hoe men gebruik kan maken van regelingen.

Hoe gaan we dit doen?

  • We communiceren over de ondersteuningsmogelijkheden (minimaregelingen, schuldhulpverlening en aanbod in het voorliggend veld).

    We zetten in op het creëren van bekendheid van alle lokale en landelijke ondersteuningsmogelijkheden met extra aandacht voor specifieke doelgroepen

  • We actualiseren de bestaande regelingen.

    Er zijn enkele regelingen (bijv. computerregeling) die niet meer aansluiten bij de huidige tijd. Ook zijn er kindregelingen die op verschillende plekken aangevraagd kunnen worden en constateren we dat er verschillende termen voor dezelfde regeling worden gebruikt. We bekijken alle huidige regelingen en maken deze up-to-date. Daar waar nodig maken we keuzes in werkprocessen om het voor de inwoner zo duidelijk mogelijk te maken.

  • We zorgen voor een overzichtelijke weergave van het minimabeleid op B1-niveau.

    We zorgen ervoor dat het landelijke en lokale aanbod eenvoudig en overzichtelijk te vinden is op de website van de gemeente. Daarnaast brengen we het aanbod ook regelmatig onder de aandacht bij inwoners via de gemeentelijke media, lokale krantjes en vindplaatsen zoals de huisarts etc. Dit geldt zowel voor financiële ondersteunende regelingen als voor ondersteuning bij schulden. Ook zorgen we ervoor dat in mondelinge communicatie met de inwoner rekening gehouden wordt met eenvoudig taalgebruik. Daarbij communiceren we met een duidelijke boodschap.

  • We vereenvoudigen het aanvragen van meerdere regelingen.

    Als inwoners met een hulpvraag binnenkomen om één regeling aan te vragen, wijzen we hen ook op de andere regelingen waarvoor zij in aanmerking komen. We onderzoeken of dit kan middels het werken met één (digitaal) aanvraagformulier waarop een aanvraag voor meerdere minimaregelingen ineens kan worden ingediend.

  • We benaderen inwoners die een bijstandsuitkering krijgen actief over het ondersteuningsaanbod dat wij hebben.

    We benaderen deze inwoners proactief en benoemen het ondersteuningsaanbod bij geldzorgen en schulden.

  • We volgen de ontwikkelingen van de wet proactieve dienstverlening.

Speerpunt 3: Laagdrempelige toegang en eenvoud

Het is makkelijk om ondersteuning te vragen en we kijken actief waar we nog meer kunnen helpen. De inwoner voelt zich gehoord en ervaart minder geldstress.

Waarom?

We willen meer inzetten op persoonlijk contact wanneer een inwoner met een hulpvraag contact opneemt. Via een gesprek, via de mail of via de telefoon, afhankelijk van de voorkeur van de inwoner. Wanneer een inwoner eenmaal de stap naar hulpverlening heeft gezet, maar de hulpvraag ergens anders thuishoort, zetten we in op een warme overdracht en actieve benadering.

We gaan er vanuit dat niet iedere inwoner met een hulpvraag zelf contact opneemt. We gaan er actief op af en helpen met ontzorgen (zonder daarbij de verantwoordelijkheid van de inwoner weg te nemen). Daarnaast laten diverse recente onderzoeken zien dat mensen met geldzorgen door stress geen goede beslissingen kunnen nemen en hulp nodig hebben. Dit vraagt dan ook om aandacht voor stress sensitieve dienstverlening. Een integrale blik en brede uitvraag passen hierbij. Geldzorgen hebben vaak invloed op andere leefgebieden. Een aanvraag bijzondere bijstand is tot op heden een ‘papieren transactie’ en past dus niet meer in deze visie.

De drempel die inwoners ervaren voor een gesprek over geldzorgen kan worden veroorzaakt door de veelvoud aan formulieren die ingevuld moeten worden. De toegang tot dienstverlening kan dus van invloed zijn op het niveau van stress dat inwoners ervaren.

Hoe gaan we dit doen?

  • We zetten in op stress sensitieve dienstverlening.

    Door in de dienstverlening rekening te houden met de effecten van langdurige stress, kunnen we inwoners met geldzorgen beter helpen. Door bijvoorbeeld aanvraagprocedures overzichtelijk te houden, te ontzorgen en trajecten in de schuldhulpverlening op te knippen in kleine stapjes. Stress sensitieve dienstverlening komt dan ook terug in alle eerder benoemde acties hierboven. Daarnaast willen we inzetten op het scholen van onze klantmanagers, zodat zij deze methodiek kunnen toepassen in gesprekken met inwoners en met meer empathie om kunnen gaan met mensen in financiële nood.

  • We onderzoeken hoe aanvraagformulieren voor minimaregelingen vereenvoudigd kunnen worden.

    We evalueren, indien mogelijk ook met ervaringsdeskundigen/inwoners met een laag inkomen zelf, hoe het invullen zo eenvoudig mogelijk kan worden gemaakt. We letten hier nadrukkelijk op B1 niveau en bijvoorbeeld het gebruik van pictogrammen. Natuurlijk dient er wel aan de wettelijke eisen voor het aanvragen van deze regelingen te worden voldaan.

  • We verkennen de mogelijkheden rondom het automatisch/ambtshalve toekennen van voorzieningen.

    We onderzoeken of en voor welke regelingen we over kunnen gaan tot ambtshalve toekenningen, waardoor meerdere jaren achtereen aanvragen niet nodig is.

  • We onderzoeken of het nodig is om de bereikbaarheid van de (gemeentelijke) dienstverlening te verbeteren.

    We willen duidelijk hebben of de bereikbaarheid van de gemeentelijke dienstverlening nu een obstakel is om een hulpvraag te stellen. Daarna willen we verkennen wat we kunnen doen om dit te verbeteren.

  • We verkennen de mogelijkheden voor een brede intake.

    Tijdens een brede intake wordt de hulpvraag besproken en wordt bekeken met welk ondersteuningsaanbod we de inwoners kunnen ondersteunen. Met een brede uitvraag wordt de hulpvraag integraal opgepakt en kan de inwoner waar nodig warm worden overgedragen naar de verschillende afdelingen binnen het sociaal domein. Binnen de ontwikkeling van het team Samen Tijdelijk Aansluiten Preventief (verder STAP) pakken we dit op. Voor bijzondere bijstand wordt verkend hoe de brede intake in de dienstverlening opgenomen kan worden. Enkel een ‘papieren transactie’ is dan niet meer aan de orde. Het is onze wens om te achterhalen wat er speelt, zodat we gericht kunnen kijken welk aanbod passend is.

Speerpunt 4: Verstevigen onderlinge samenwerking

Samen zorgen we ervoor dat een inwoner met een hulpvraag over geldzorgen gezien en geholpen wordt.

Waarom?

We onderscheiden in het versterken van onderlinge samenwerking enerzijds de samenwerking tussen de gemeenten en de partijen in het voorliggend veld en ervaringsdeskundigen. Anderzijds de samenwerking binnen de gemeentelijke teams/domeinen.

Als gemeenten kunnen we het taboe op geldzorgen niet alleen oplossen. Hier hebben we de organisaties in het maatschappelijk middenveld en ervaringsdeskundigen heel hard bij nodig.

Het blijft voor een inwoner toch lastig om te weten waar hij moet zijn. Je moet als inwoner ook maar net die informatie tegenkomen op het moment dat jij deze informatie nodig hebt. Daarom willen we er ook voor zorgen dat de vrijwilligers en de professionals in het ondersteuningsaanbod weten welk hulpaanbod er nog meer is en dat zij inwoners die bij hen aankloppen actief informeren en in contact brengen met de gemeente en het overige hulpaanbod. Samen doen dus!

Dit vraagt om een goede samenwerking en uitwisseling tussen alle partners. Het is belangrijk dat partners elkaar kennen, op de hoogte zijn van elkaars aanbod en bereid zijn de inwoner daarmee in verbinding te brengen zodat we samen de inwoner verder kunnen helpen. Dit vraagt om een blijvende inzet zeker in de huidige arbeidsmarkt waar mensen steeds sneller van baan wisselen.

Steeds meer onderzoeken laten zien dat door het inzetten van ervaringsdeskundigen inwoners zich veiliger en beter begrepen voelen. Ze zorgen voor een betere aansluiting op de leefwereld van de inwoner, wat leidt tot betere communicatie en wederzijds begrip.

Hoe gaan we dit doen?

  • We blijven ontmoeting tussen diverse teams binnen het sociaal domein stimuleren en faciliteren.

    Het is van belang dat medewerkers in het sociaal domein van elkaar weten wat zij doen en welk ander aanbod er binnen gemeente is. Met de komst van het team STAP zetten we nog meer in op dat de teams Werk&Inkomen, STAP en WMO-voorzieningen op de hoogte zijn van elkaars aanbod zodat een hulpvraag op een meer integrale manier kan worden opgepakt. Signalen worden zo opgemerkt en kunnen warm worden overgedragen naar de andere domeinen wanneer dit van toepassing is.

  • We zetten in op het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en organisaties in het maatschappelijk middenveld.

    We verkennen met organisaties hoe we elkaar actief op de hoogte houden van elkaars ondersteuningsaanbod (bijvoorbeeld een webinar) en welke rol het Dorpsteam en team STAP hierin hebben. Voor schuldhulpverlening wordt verkend hoe het lokale en regionale netwerk vergroot en versterkt kan worden. Verder bepalen we of we de samenwerking met bewindvoerders kunnen verstevigen.

  • We zetten in op samenwerking met ervaringsdeskundigen.

    Gemeente Goirle heeft met een pilot de eerste positieve ervaringen opgedaan met het inzetten van ervaringsdeskundigen. Ook bij het thema geldzorgen, armoede en minima willen we inwoners met ervaringskennis actief betrekken. Dit bij beleidsontwikkeling, communicatie, de ontwikkeling van voorzieningen en bij de uitvoering.

  • We onderzoeken hoe we de samenwerking met Hilvarenbeek en Oisterwijk kunnen verbeteren.

  • We onderzoeken hoe we de schuldhulpverlening in Goirle beter in kunnen richten.

Monitoring en evaluatie

In het vorige hoofdstuk benoemden wij vier speerpunten en bijbehorende acties. Deze acties moeten er toe leiden dat we inwoners met geldzorgen, in armoede en/of die schulden hebben, in een vroegtijdig stadium bereiken. En dat zij gebruik maken van het beschikbare ondersteuningsaanbod.

Wat willen we monitoren:

  • Dat we meer inwoners (eerder) gaan bereiken

  • Dat inwoners het aanbod kennen

  • Dat inwoners eerder en meer gebruik gaan maken het aanbod

Op dit moment hebben wij nog niet concreet in beeld hoe we dit gaan doen. In Q4 van 2025 maken wij gebruik van de expertise van een onderzoeksbureau om de meetinstrumenten verder uit te werken en in te richten.

Waar nodig maken we hierover afspraken met onze samenwerkingspartners.

De monitoring wordt altijd een combinatie van tellen en vertellen. Vertellen kan bijvoorbeeld een verhaal zijn een inwoner die een participatieregeling heeft aangevraagd. Wat is zijn ervaring over zijn ‘klantreis’. En dan geldt niet alleen het verhaal van de inwoner, maar ook wat we er van geleerd hebben, bijvoorbeeld het aanpassen van een aanvraagformulier.

De monitoring biedt dan een ook basis voor de evaluatie over 4 jaar.

Financieel kader

In dit hoofdstuk maken we inzichtelijk wat de gevolgen zijn van de keuzes die in dit beleidsplan worden voorgesteld. Naast de keuzes in het beleidsplan is er ook de reguliere groei, door bijvoorbeeld groei van aantal inwoners of veranderingen in doelgroep.

Programmakosten

Programmakosten zijn kosten van de regelingen zelf. Het geld dat bij de inwoners terecht komt. De regelingen zijn open-eind-regelingen, wat inhoudt dat wanneer een inwoner voldoet aan de gestelde voorwaarden hij recht heeft. Ongeacht het budget dat vooraf begroot is.

Wij hebben de ambitie om het bereik te laten groeien. Er wordt een langzame stijging verwacht over de komende jaren. Dit hangt nauw samen met communicatie en bekendheid van regelingen en de wijzigingen die daarin plaats gaan vinden. Via de P&C-cyclus van de gemeente stellen we waar nodig de begroting bij.

Het effect kan zijn dat mensen minder geldzorgen hebben, wat gevolgen heeft op hun gezondheid en welbevinden. Dit kan een positief effect hebben op de zorgkosten. Dit is niet meetbaar te maken.

Uitvoeringskosten

Onder uitvoeringskosten verstaan we de kosten die we maken om de regelingen uit te voeren. Dit beleidsplan heeft mogelijk gevolgen voor de uitvoeringskosten. Mogelijk, omdat we enerzijds inzetten op het vergroten van het bereik van de regelingen met als gevolg meer aanvragen die behandeld moeten worden en meer besluiten die genomen moeten worden. Anderzijds zetten we in op laagdrempelige toegang en eenvoudige processen waardoor wellicht ook de eigen processen efficiënter worden ingericht. Dat maakt dat het op dit moment nog niet mogelijk is om aan te geven of er gevolgen zijn voor de uitvoeringskosten en zo ja, wat deze gevolgen financieel betekenen.

Naast de ambities in deze nota zijn er ook landelijke ontwikkelingen die financiële gevolgen kunnen hebben. Een belangrijke ontwikkeling is het plan ‘basisdienstverlening schuldhulpverlening’, hiervoor ontvangen gemeenten, in de algemene uitkering, aanvullende middelen vanuit het Rijk. De ontwikkeling moet leiden tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente bestaat uit minimaal dezelfde elementen. Omdat de plannen nog niet concreet zijn kunnen we hier nog geen financiële gevolgen aan verbinden.

Daar waar nodig stellen we de gemeentelijke begroting bij.

Slotbeschouwing

We zetten in op bestaanszekerheid, preventie en vertrouwen, en kiezen voor wat werkt voor inwoners. Dat vraagt lef, partnerschap en ruimte voor maatwerk.

De gemeente Goirle kiest voor een proactieve, mensgerichte aanpak. Door te investeren in preventie en samenwerking willen we bijdragen aan een samenleving waarin financiële problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt, en waarin iedereen gelijke kansen krijgt om mee te doen.

Het vraagt ook dat wij een lerende organisatie zijn die continu bezig is met ontwikkeling en bijsturing in deze dynamische en veranderende samenleving. Zo blijven wij bouwen aan een optimale dienstverlening voor onze inwoners.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van woensdag 10 december 2025.

raadsgriffier,

Frits Harteveld

voorzitter,

Mark van Stappershoef