Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755749
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755749/1
Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026
Geldend van 27-01-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026Het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal;
Gezien het voorstel;
Overwegende dat het gewenst is subsidie te verstrekken voor het voorschoolse aanbod in Reimerswaal, zodat ouders gestimuleerd kunnen worden om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan een voorschools programma;
In aanmerking nemend dat een afzonderlijke subsidieregeling daarvoor gewenst is;
Gelet op de Wet kinderopvang, de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening 2021 van de gemeente Reimerswaal;
BESLUIT:
vast te stellen:
Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026
Artikel 1. Begripsbepaling en toepassingsbereik
-
1. In deze regeling wordt verder verstaan onder:
- a.
kinderopvangvoorziening: een kindercentrum in de gemeente Reimerswaal, waar bedrijfsmatig, of anders dan om niet, verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van de opvang van kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, plaatsvindt;
- b.
kinderopvangtoeslag: wat hieronder wordt verstaand in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- c.
peuteropvang: aanbod voor peuters tussen 2 en 4 jaar voor in totaal maximaal 8 uur per week verdeeld over 2 dagdelen op verschillende weekdagen per week en maximaal 40 weken per jaar;
- d.
voorschoolse educatie (VE): aanbod voor doelgroeppeuters voor maximaal 16 uur per week, verdeeld over minimaal 3 dagdelen op verschillende weekdagen per week en minimaal 40 weken per jaar;
- e.
peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar;
- f.
doelgroeppeuter: een peuter met een indicatie voor VE van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland, zie sub h;
- g.
voorschools programma: een door het Nederlands Jeugdinstituut erkend gestructureerd programma, van voorschoolse educatie aangeboden. Gericht op ontwikkelingsstimulering en ter voorbereiding op de basisschool;
- h.
verklaring voorschoolse educatie (VVE): een door de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan voorschoolse educatie geïndiceerd is (indicatie);
- i.
ouder: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang;
- j.
ouderbijdrage: het bedrag dat als vaste eigen bijdrage van de ouder verschuldigd is voor kinderopvang;
- k.
Landelijk Register Kinderopvang: een register op grond van artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang met gegevens van alle geregistreerde kinderopvangvoorzieningen in Nederland;
- l.
fiscaal maximumuurtarief: de maximale uurprijs voor dagopvang in een kindercentrum zoals vastgelegd in het Besluit kinderopvangtoeslag.
- a.
-
2. Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 2 bedoelde activiteiten.
Artikel 2. Activiteiten
Subsidie kan worden verleend aan de kinderopvangvoorziening, welke een voorschools programma aanbiedt voor reguliere peuteropvang en/of voorschoolse educatie aan kinderen met een VVE.
Artikel 3. Doelgroep
-
1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een kinderopvangvoorziening, zoals bedoeld in artikel 2, welke voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a.
de kinderopvangvoorziening is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK);
- b.
de kinderopvangvoorziening voldoet aan de wettelijke eisen van de Wet Kinderopvang voor het exploiteren van een voorschools aanbod;
- c.
de kinderopvangvoorziening voldoet aan de wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen, zoals neergelegd in onder meer het Besluit kwaliteit kinderopvang en Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
- a.
-
2. Het college kan in de subsidiebeschikking aanvullende voorschriften over de kwaliteit van het voorschoolse programma en/of de voorschoolse educatie opnemen.
Artikel 4. Hbo pedagogisch medewerker
-
1. Krachtens artikel 1.50 van de Wet kinderopvang en de onderliggende regelgeving, zet een kinderopvangvoorziening, waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, een hbo pedagogisch beleidsmedewerker in ten behoeve van de kwaliteitsverhoging van voorschoolse educatie.
-
2. Het takenpakket van de hbo pedagogische betreft minimaal één of meerdere van onderstaande taken:
- a.
implementeren, of uitvoeren van beleidsvoornemens gericht op de doorgaande lijn, ouderbetrokkenheid, interne kwaliteitszorg, toeleiding en externe zorg;
- b.
coaching en instrueren van beroepskrachten voorschoolse educatie;
- c.
verrichten van pedagogische educatieve werkzaamheden voor de doelgroeppeuter;
- a.
-
3. De inzet van de hbo pedagogische beleidsmedewerker, zoals bedoeld in lid 2 sub a tot en met c, omvat maximaal 10 uur per doelgroeppeuter per jaar.
-
4. Het subsidiebedrag ten behoeve van de inzet van de hbo pedagogisch beleidsmedewerker bedraagt een jaarlijks vastgesteld maximaal bedrag per uur.
-
5. De hbo pedagogisch beleidsmedewerker voldoet aan de kwalificatie-eisen van het functieboek van de cao kinderopvang en is minimaal in het bezit van één van onderstaande opleidingen:
- a.
Hbo-, of bachelorsdiploma;
- b.
Associate Degree-opleiding;
- c.
Bijscholing van mbo-4-opgeleiden in de vorm van een certificaat via een door de branche-erkende scholing of Evc-procedure op het gebied van coaching en pedagogiek.
- a.
Artikel 5. Subsidiegrondslag
-
1. De subsidie bestaat uit:
- a.
een bijdrage per uur en/of per geplaatst kind. De hoogte van de bijdrage wordt voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar (kalenderjaar) vastgesteld door het college. De subsidie wordt verleend voor het tijdvak van een jaar.
- b.
een bijdrage per doelgroeppeuter per jaar voor de inzet van een hbo geschoolde medewerker.
- a.
-
2. Bij de vaststelling van de subsidiebijdrage wordt rekening gehouden met de tegemoetkoming van het Rijk op grond van het Besluit kinderopvangtoeslag. In Bijlage A is de subsidieopbouw nader uitgewerkt.
Artikel 6. Wijze van betaling
-
1. De toegekende subsidie wordt bij wijze van bevoorschotting uitbetaald tot maximaal 100% van het toegekende subsidiebedrag.
-
2. In het besluit tot subsidieverlening worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten vastgelegd.
Artikel 7. Wijze van verdeling
Als het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overtreft, worden alle subsidies naar evenredigheid verminderd, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Artikel 8. Aanvraag
-
1. De subsidie wordt aangevraagd voor de kinderopvangvoorziening middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
-
2. De subsidieaanvraag bevat:
- a.
het aantal kinderen en aantal opvanguren per locatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b.
daarbij dient een onderverdeling naar de volgende categorieën te worden gemaakt:
- i)
met aanspraak op kinderopvangtoeslag (KOT),
- ii)
zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag (NKOT),
- iii)
VVE-geïndiceerd (VVE) en
- iv)
niet VVE-geïndiceerd (NVVE);
- i)
- c.
een onderbouwing van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod;
- d.
de wijze waarop het kindercentrum de uren van de hbo pedagogisch beleidsmedewerker inzet;
- e.
de taken van de hbo pedagogisch beleidsmedewerker en op welke wijze de taken bijdragen aan de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie.
- a.
-
3. Bij een eerste subsidieaanvraag moet worden overlegd:
- a.
de laatste jaarrekening van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert;
- b.
een recent uittreksel (dagtekening minder dan 3 maanden voor de aanvraag) van de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert.
- a.
-
4. In afwijking van artikel 7 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Reimerswaal 2021 dient de aanvraag vóór 1 oktober te zijn ingediend, voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 9. Verantwoording en vaststelling
-
1. De kinderopvangvoorziening levert jaarlijks, op voor 1 mei, een tussentijdse voortgangsrapportage aan bij het college.
-
2. Aanvragen tot vaststelling worden alleen in behandeling genomen indien deze zijn ingediend middels het door het college vastgestelde verantwoordingsformulier.
-
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 15 lid 1 van de Algemene Subsidieverordening Reimerswaal 2021 dient een aanvraag tot vaststelling uiterlijk door de aanvrager te zijn ingediend op 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden.
-
4. De subsidie wordt vastgesteld voor het kalender jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden op basis van het daadwerkelijk aantal kinderen in de voorschoolse leeftijd en opvanguren per kind aan de hand van het afgesproken subsidietarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 8, lid 2 onder a. en b.
Artikel 10. Zaken waarin de verordening niet voorziet
In alle gevallen waarin de Algemene Subsidieverordening Reimerswaal 2021 en deze subsidieregeling niet voorzien, beslissen burgemeester en wethouders.
Artikel 11. Slotbepalingen
-
1. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.
-
2. De subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2022 wordt ingetrokken.
-
3. De subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van het college van 16 januari 2026.
De secretaris,
mr. F.L.A.R. Marquinie
De burgemeester,
Dhr. J.J. Luteijn
Bijlage A
Subsidie opbouw
De subsidie opbouw van de Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026 is opgebouwd uit verschillende componenten.
Volume in aantal uren per kind per jaar
Jaarlijks stelt het college het maximum aantal te subsidiëren uren kinderopvang per kind per jaar vast. Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden:
- a.
Regulier (voor 2026 geldt een maximum van 320 uur per jaar): kinderen waarvoor geen indicatie voor voorschoolse educatie geldt;
- b.
VVE (voor 2026 geldt een maximum van 640 uur per jaar): kinderen waarvoor wel een indicatie voor voorschoolse educatie geldt;
Maximale subsidiebijdrage per uur
Jaarlijks stelt het college de maximale subsidiebijdrage per uur vast. Deze is gekoppeld aan de indexering van de landelijke kinderopvangtoeslagregeling en bestaat uit een inkomensafhankelijke component en een vaste component.
- a.
Inkomensafhankelijke subsidiebijdrage per uur
De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage is gelijk aan de subsidiebijdrage per uur minus de vastgestelde ouderbijdrage en geldt uitsluitend voor kinderen van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage voor 2026 wordt vastgesteld op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag 2026.
- b.
Vaste subsidiebijdrage per uur
De vaste subsidiebijdrage per uur is een subsidiebijdrage die geldt voor alle kinderen en dient om de ouderbijdrage te dempen. Deze subsidiebijdrage dekt - tot een vastgesteld maximum uurtarief - het verschil tussen het kostendekkend uurtarief van de aanbieder en het normtarief voor de ouderbijdrage dat aanbieders bij ouders in rekening brengen.
Deze regeling is standaard van toepassing op het VVE-aanbod met beperkte openingstijden (40 weken per jaar, maximaal 16 uur per week). Voor doelgroeppeuters die gebruik maken van een VVE-aanbod in combinatie met hele dagopvang (52 weken per jaar en meer dan 16 uur per week) zijn aangepaste subsidievoorwaarden van toepassing als het college deze mogelijkheid expliciet heeft opengesteld. Die luiden als volgt:
- c.
De maximale vaste subsidiebijdrage per uur bedraagt 0,56 (320/572) maal het verschil tussen de subsidiebijdrage en het normtarief voor de ouderbijdrage (zie b.) voor maximaal 572 uur per jaar.
- d.
Aanvullend wordt een subsidie verstrekt voor een extra dagdeel zonder ouderbijdrage van maximaal 286 uur per jaar tegen het uurtarief voor de subsidiebijdrage.
Maximale ouderbijdrage per kindplaats
Jaarlijks stelt het college het maximale normtarief voor de ouderbijdrage per kindplaats vast. Deze is gekoppeld aan het aantal uren per kindplaats.
Daarbij worden de volgende categorieën onderscheiden:
- a.
Regulier: voor 2026 geldt dat er een ouderbijdrage geldt voor 100% van het aantal uren. Dit betreft de ouderbijdrage voor kinderen waarvoor geen indicatie voor voorschoolse educatie geldt;
- b.
VVE: voor 2026 geldt dat er een maximum aantal uren met ouderbijdrage geldt van 8 uur per week of 320 uur per jaar. Dit betreft de ouderbijdrage voor kinderen waarvoor wel een indicatie voor voorschoolse educatie of maatwerk geldt.
Bijdrage voor de inzet van de hbo pedagogisch medewerker
Voor de inzet van een hbo geschoolde pedagogisch medewerker kan door het bestuur van de kinderopvangvoorziening een subsidiebedrag per doelgroeppeuter per jaar worden aangevraagd. Daarvoor dient een jaarplan te worden overlegd, waarin wordt aangegeven hoe de hbo geschoolde pedagogisch medewerker wordt ingezet en welke doelen in dat jaar dienen te worden behaald.
Toelichting Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie Reimerswaal 2026
Algemeen deel
Subsidieverlening binnen de gemeente Reimerswaal vindt plaats op grond van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente. In deze subsidieregeling zijn de specifieke voorwaarden en afwijkende bepalingen voor de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie nader uitgewerkt. Het college kiest ervoor om de subsidiering van het voorschoolse aanbod volgens het principe ‘geld volgt kind’ te laten lopen.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2. Activiteiten
De subsidie past in het gemeentelijk streven om voorschoolse voorzieningen voor iedereen financieel bereikbaar te maken en een hoog bereik van de voor VVE-geïndiceerde kinderen te realiseren. De subsidie draagt eraan bij dat kinderen zonder ontwikkelingsachterstand in groep 1 van het basisonderwijs kunnen beginnen.
Artikel 3. Doelgroep
De subsidie wordt aangevraagd door het bestuur van een kinderopvangvoorziening met een wettelijk geregistreerd aanbod in de gemeente.
Artikel 4. Hbo pedagogisch medewerker
Voor elk doelgroeppeuter/kind de kinderopvangvoorziening moet een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo-niveau beschikbaar zijn. De inzet van de pedagogische beleidsmedewerker op hbo-niveau heeft tot doel de kwaliteit van de VVE op de groep te verhogen.
Artikel 5. Subsidiegrondslag
De hoogte van de gemeentelijke subsidie wordt bepaald door het gezamenlijke ouderinkomen, de eventuele kinderopvangtoeslag en de mogelijke VVE indicering door de jeugdgezondheidszorg.
Dit leidt tot vier categorieën peuters/ouders, waarbij opgemerkt dient te worden dat peuters/ouders slechts in één van de vier categorieën ingedeeld kunnen worden:
|
Niet VVE-geïndiceerd (NVVE) |
VVE-geïndiceerd (VVE) |
|
|
Geen recht op kinderopvangtoeslag (NKOT) |
A |
C |
|
Recht op kinderopvangtoeslag (KOT) |
B |
D |
De subsidieopbouw wordt toegelicht in de subsidiebeschikking. In bijlage A wordt de jaarlijkse door het college vast te stellen subsidieopbouw nader toegelicht.
De inkomensafhankelijke bijdrage, die ouders zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag betalen, komt overeen met de netto-ouderbijdrage na verrekening van kinderopvangtoeslag van het Rijk die ouders met aanspraak op kinderopvangtoeslag van het rijk betalen. Hierdoor is de eigen bijdrage voor ouders mét en zonder recht op kinderopvangtoeslag, bij een vergelijkbaar inkomen, gelijk. Aan het extra aanbod, wat bestemd is voor kinderen die zijn geïndiceerd voor voorschoolse educatie, zijn voor de ouders in kwestie geen kosten verbonden. Deze dagdelen worden volledig door de gemeente bekostigd.
Het bestuur van de kinderopvangvoorziening bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, de subsidie- en ouderbijdrage die van toepassing is op het aanbod. Het bestuur brengt de subsidie in mindering op de door de ouders/verzorgers van de peuters te betalen kosten voor het gebruik van een kindplaats.
Artikel 7. Wijze van verdeling
Als het totaal van de subsidieaanvragen het subsidieplafond overtreft, worden alle subsidies naar evenredigheid verminderd, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt
Artikel 8. Aanvraag
De aanvrager dient bij de aanvraag naast de gegevens over de uren en aantal kinderen, ook een onderbouwing te voegen van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod.
Nieuwe aanvragers voegen bij de eerste subsidieaanvraag een jaarrekening en een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel toe. Omdat de subsidiebijdrage per peuter afhankelijk is van aanspraak op kinderopvangtoeslag en afhankelijk is van een indicatie wordt deze informatie bij de aanvraag verstrekt. Voor de aanvraag is een formulier beschikbaar.
De subsidie wordt toegekend voor een kalenderjaar.
Artikel 9. Verantwoording en vaststelling
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke bezetting en de daadwerkelijk bestede uren per kind aan de hand van het vooraf vastgelegde subsidietarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 8, lid 2. onder a. en b.
Voor de subsidieverantwoording wordt een standaardformulier vastgesteld. Als bijlage bij dit formulier dienen de jaarstukken, waaronder een accountantsverklaring, te worden overlegd.
Vóór 1 mei van het lopende kalenderjaar informeert de aanvrager de gemeente middels een tussenrapportage. Deze tussenrapportage bevat per geplaatste peuter de volgende gegevens:
- a.
klantnummer peuter/ ouder(s)
- b.
geboortedatum
- c.
startdatum
- d.
einddatum, indien relevant
- e.
geïndiceerd of niet-geïndiceerd
- f.
met kinderopvangtoeslag (KOT)/ zonder kinderopvangtoeslag niet-KOT
- g.
aanwezigheid inkomensverklaring (J/N)
- h.
ouderbijdrage per uur
De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag. Dit kan zijn als gevolg van een lager aantal kinderen dan vooraf verwacht werd, of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders. De subsidieverlening vindt plaats op basis van een gemiddeld inkomen en de vaststelling op basis van het daadwerkelijke inkomen en de in rekening gebrachte ouderbijdrage. Na vaststelling wordt met de aanvrager afgerekend en vindt –indien van toepassing - terugvordering of verrekening plaats.
Indien uit de verantwoording blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het verleende subsidiebedrag wordt de subsidie vastgesteld op het toegekende subsidiebedrag. Het is niet mogelijk een hoger bedrag dan het verleende subsidiebedrag vast te stellen.
Indien het bestuur van de kinderopvangvoorziening constateert dat in de loop van het kalenderjaar de verleende subsidie ontoereikend is voor een voorschools aanbod, kan zij een herziening van het toegekende subsidiebedrag verzoeken bij de gemeente. Dit kan zijn als gevolg van een hoger aantal kinderen dan vooraf verwacht werd, of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders.
Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen heeft het college de bevoegdheid om na een eenmalige rappel over te gaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 10. Zaken waarin de verordening niet voorziet
Op grond van dit artikel kan onder meer in specifieke situaties aanvullend op de generieke situatie tot maatwerk worden besloten door het college.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl