Beleid Uitdaagrecht waterschap Vallei en Veluwe

Geldend van 23-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleid Uitdaagrecht waterschap Vallei en Veluwe

Het algemeen bestuur van Waterschap Vallei en Veluwe;

gelezen het voorstel van het college van dijkgraaf en heemraden van 2 september 2025;

gelet op het bepaalde in:

  • artikel 79 van de Waterschapswet;

  • afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 6 Participatie- en inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe 2022.

besluit vast te stellen:

Beleid Uitdaagrecht waterschap Vallei en Veluwe

1. Inleiding

Waterschappen zijn verplicht beleid te ontwikkelen voor het uitdaagrecht, ook wel right to challenge genoemd. Dit is vastgelegd in de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die op 1 januari 2025 inwerking is getreden. Het doel van deze wet is om de betrokkenheid van inwoners en organisaties bij het werk van waterschappen te vergroten en hen meer invloed te geven op de uitvoering van het waterschapswerk.

Het uitdaagrecht is het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om overheden uit te dagen om taken over te nemen, binnen de geldende wettelijke vereisten. Het is een specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase. Ingezetenen of lokale maatschappelijke partijen kunnen het waterschap verzoeken om de feitelijke uitoefening van een taak over te nemen als zij veronderstellen deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. Hoe het waterschap omgaat met het uitdaagrecht wordt hieronder beschreven. Het uitdaagrecht is verankerd in de Participatie- en inspraakverordening Waterschap Vallei en Veluwe 2022 (hierna: Participatieverordening), zoals omschreven in artikel 6. De Participatieverordening geeft drie belangrijke uitgangspunten:

  • het bestuursorgaan dat uitgedaagd wordt, beslist ten aanzien van zijn eigen taken of het uitdaagrecht van toepassing is;

  • het uitdaagrecht is van toepassing op ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen;

  • het uitdaagverzoek bevat een plan van aanpak voor het uitvoeren van activiteiten, zoals omschreven onder punt 3 en 5 van dit beleid.

2. Voorwaarden

De taken van het waterschap zijn divers en vinden plaats vanuit autonomie (eigen bevoegdheid) en medebewind (bevoegdheid voortkomend uit wettelijke taken). De Participatieverordening laat ruimte voor de bestuursorganen om zelfstandig te beslissen over een uitdaagverzoek, met een aantal duidelijke beperkingen. Het uitdaagrecht is maatwerk, met daarbij een aantal voorwaarden:

  • a.

    uitdaagverzoeken betreffende wettelijke waterschapstaken die voortkomen uit medebewind (zoals het beheer van waterkeringen en rioolwaterzuiveringen) worden uitgesloten;

  • b.

    uitdaagverzoeken worden conform de Aanbestedingswet, Europese Dienstenrichtlijn, Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en Wet Markt en Overheid beoordeeld;

  • c.

    in aanvulling onder b worden er geen overschrijdingen van Europese drempelwaarden voor aanbesteding toegestaan;

  • d.

    het moet gaan om tenminste een goedkoper en/of beter resultaat;

  • e.

    het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap toetst het verzoek en het bevoegde bestuursorgaan beslist of het uitdaagverzoek wordt ingewilligd.

3. Uitdaagverzoeken indienen

  • 1. Een uitdaagverzoek wordt schriftelijk ingediend.

  • 2. Aan het uitdaagverzoek wordt een plan van aanpak toegevoegd.

4. Activiteiten

In dit beleid wordt geen lijst opgenomen met activiteiten waarop het uitdaagrecht van toepassing kan zijn. Het college voert een dialoog over het uitdagingsverzoek.

5. Plan van aanpak

  • 1. Het plan van aanpak dient aan de volgende criteria te voldoen:

    • a.

      een uiteenzetting van de activiteiten die de uitdager van het waterschap wil overnemen; en

    • b.

      een beschrijving op welke wijze de uitvoering van de activiteiten door de uitdager leidt tot eenzelfde resultaat; en

    • c.

      een onderbouwing van het resultaat van de activiteit. In het plan van aanpak moet aannemelijk worden gemaakt dat het resultaat beter is dan dat wanneer het waterschap de activiteit zelf uitvoert.

  • 2. Het plan van aanpak bevat:

    • a.

      een opzet van de organisatie van de uitdager;

      • i.

        Waar bestaat de organisatie uit (aantal personen, rechtsvorm passend bij uitvoering van de activiteit); en

      • ii.

        Hoe wordt de continuïteit in uitvoering geborgd.

    • b.

      een beschrijving van de uitvoering van het uitdaagrecht:

      • i.

        Welke activiteit wil de organisatie uitvoeren; en

      • ii.

        Wat is het areaal (omschrijving en plattegrond).

    • c.

      een begroting:

      • i.

        Hoe is de financiering geregeld;

      • ii.

        Wat zijn de kosten voor het waterschap en zijn er andere financieringsbronnen, zoals subsidie;

      • iii.

        Wanneer begint en eindigt de activiteit; en

      • iv.

        Wat is de meerwaarde om de activiteit te laten uitvoeren door de organisatie.

6. Beoordeling en beslissing

  • 1.

    • a.

      Het college toetst per concrete uitdaging of deze voldoen aan de voorwaarden en criteria, zoals omschreven onder punt 2 en 5. Het college maakt hierbij een kwalitatieve beoordeling van het plan van aanpak en een gesprek met de initiatiefnemer. Daarna beslist het bevoegde bestuursorgaan binnen een redelijke termijn gemotiveerd of het verzoek wordt ingewilligd.

    • b.

      De beslissing van het bevoegde bestuursorgaan over het toepassen van het uitdagingsverzoek is geen besluit in de zin van het eerste lid, van artikel 1:3 van de Awb. Tegen deze beslissing kan geen bezwaar gemaakt worden.

    • c.

      Indien het resultaat van de beoordeling het plan van aanpak van het uitdaagverzoek voldoet aan het uitdaagrecht, dan bepaalt het college of het uitdaagrecht privaatrechtelijk of publiekrechtelijk uitgevoerd wordt.

    • d.

      Het college kan per uitdaging besluiten of er een proefperiode van toepassing is.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 6 oktober 2025 door het algemeen bestuur,

Drs. Ing. K.A. Blokland

Secretaris

Mr. S.H.M. Ornstein MCPm

Dijkgraaf

Toelichting bij Beleid Uitdaagrecht waterschap Vallei en Veluwe

Algemeen

Het uitdaagrecht is een relatief nieuw instrument. Verschillende waterschappen zijn er mee aan de slag, maar er is geen rijksbeleid. Het uitdaagrecht is daarmee ook voor het waterschap een zoektocht en het is niet op voorhand te zeggen wat voor soort aanvragen ingediend gaan worden.

Bij de omschrijving van het begrip uitdaagrecht is aangesloten bij de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen. In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatiesof een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben.

Beleidskader

In dit beleid wordt aan het uitdaagrecht creatief en flexibel vorm geven, maar wel zo, dat helder is wat initiatiefnemer en waterschap van elkaar mogen verwachten. Het beleid is bindend voor het Waterschap. Initiatiefnemers mogen er dus op vertrouwen dat het beleid wordt gevolgd. Tegen dit beleid, dat het een nadere uitwerking is van de uitdaagrecht staat geen bezwaar open.

Uitdaagverzoeken

Uitdaagverzoeken zijn geen aanvragen in de zin van Awb (art. 1:3 lid 2). Daarom wordt er geen besluit op een aanvraag genomen. Het beleidskader uitdaagrecht is bedoeld voor het college. Er kunnen geen rechten aan ontleend worden door initiatiefnemers.

Voorwaarden waaraan een uitdaagverzoek moet voldoen

Verzoeken inhoudende een toepassing van het uitdaagrecht op wettelijke publieke taken van het waterschap die voortkomen uit medebewind (zoals het beheer van waterkeringen en rioolwaterzuiveringen en verzoeken die van toepassing zijn op de interne bedrijfsvoering van het waterschap (bijvoorbeeld P&O taken) worden niet in behandeling genomen. Deze verzoeken worden geweigerd. Het uitdaagrecht kan wel toepassing hebben op niet wettelijke publieke taken, zoals:

  • Uitvoeren van natuurbeheertaken in en rond watergangen,

  • Onderhoudstaken in en rond watergangen (conform onderhoudsverordening),

  • Onderhoud aan recreatievoorzieningen aan water (zoals vissteigers of wandelpaden).

Omdat uitdaagrecht maatwerk is, volgt na aanmelding van een uitdaging altijd een persoonlijk gesprek met de initiatiefnemer. Het uitdaagverzoek wordt zorgvuldig onderzocht en de afwijzing wordt deugdelijk gemotiveerd. Indien een uitdagingsverzoek niet voldoet aan de voorwaarden, zoals omschreven in het beleid, dan wordt het uitdagingsverzoek afgewezen. Deze afwijzing is geen besluit in de zin van Awb (art. 1:3 lid 1). Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen de afwijzing op een uitdagingsverzoek.

De beslissing om een verzoek in te willigen wordt gedaan door het bevoegde bestuursorgaan. Het zal meestal gaan om taken van het college van dijkgraaf en heemraden als in de regel het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de uitvoering van waterschapstaken (artikel 84 van de Waterschapswet).

Boordeling en besluit uitdaagverzoeken waarop het uitdaagrecht van toepassing is

De beoordeling of het waterschap wel of niet invulling geeft aan het verzoek het uitdaagrecht toe te passen wordt gedaan door het college. Het college beoordeelt het plan van aanpak dat door de uitdager bij het indienen van een aanvraag wordt ingediend, en dat in een gesprek wordt toegelicht. Het college toetst het plan van aanpak kwalitatief. Hierbij let het college vooral op de voorwaarde dat de activiteiten waarop het waterschap wordt uitgedaagd, beter worden uitgevoerd dan wanneer het waterschap de activiteiten zelf uitvoert. Hierbij let het college bijvoorbeeld op:

  • Hoe de uitdager georganiseerd is,

  • Kwaliteitsborging van de activiteit waarop het waterschap wordt uitgedaagd,

  • Of risico’s goed beheerst worden.

Omdat er nog weinig ervaring is met het uitdaagrecht is ervoor gekozen geen kwalitatief toetsingskader op te nemen in dit beleid.

Voor iedere uitdaging moet daarnaast beoordeeld worden welke financieringsvorm het meest geschikt is. Het gunnen kan via een opdrachtverstrekking (privaatrecht) of via een subsidieverleningsbesluit (publiekrecht). Bij overeenkomst van opdracht worden er afspraken vastgelegd over de uitvoering van de uitdagingsopdracht. Voor het publiekrechtelijke besluit geldt dat de wijze van evaluatie en de activiteiten concreet worden omschreven in de subsidieverleningsbesluit. De Algemene subsidieverordening van het Waterschap is hier van toepassing. De beslissing op het uitdaagverzoek wordt hiermee rechtmatig genomen en is niet in strijd met de Wet, zoals de Aanbestedingswet en de Awb.

Proefperiode

Het college kan per geval besluiten een proefperiode toe te passen. In dat geval wordt het uitvoeren van de uitdaging na een afgesproken periode geëvalueerd. Aan de hand van deze evaluatie kan het college beslissen na de uitvoering van de uitdaging te beëindigen. Voor overeenkomsten van opdracht geldt dat de afspraken over ontbinding van de overeenkomst worden vastgelegd.