Marktverordening gemeente Barendrecht 2025

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 22-01-2026

Intitulé

Marktverordening gemeente Barendrecht 2025

De raad van de gemeente Barendrecht;

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;

Gelet op artikel 149 Gemeentewet;

Gezien het advies van de commissie Samenleving;

BESLUIT vast te stellen de volgende verordening: Marktverordening 2025 gemeente Barendrecht

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde vaste plaatsten per artikelengroep.

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht;

  • c.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een standplaatshouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • d.

    markt: de door het college ingestelde warenmarkt;

  • e.

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • f.

    standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder met een aansprekende uiteenzetting probeert artikelen te verkopen aan het om hem heen verzamelde publiek;

  • g.

    standwerkplaats: standplaats die beschikbaar wordt gesteld om te standwerken;

  • h.

    vaste standplaats: de standplaats die voor 20 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

  • i.

    vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de door het college ingestelde warenmarkten.

Artikel 3. Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen voor de markt, het aanvragen en verlenen van een marktvergunning en het gebruik van standplaatsen.

Artikel 4. Vergunningplicht

  • 1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van het college.

  • 2. Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning. De vergunninghouder is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.

Artikel 6. Extreme weersomstandigheden

  • 1. In geval van een door het KNMI afgegeven code oranje of code rood voor extreme weersomstandigheden kan de marktmeester besluiten een marktdag af te gelasten, eerder dan de reguliere markttijden af te breken of de markt anders in te richten.

  • 2. De te maken keuze in lid 1 wordt altijd in goede overeenstemming met de aanwezige leden van de marktcommissie genomen.

Artikel 7. Hitteprotocol

  • 1. Bij door het KNMI voorspelde maximumtemperaturen van 32,0°C of hoger op het dichtstbijzijnde officiële weerstation kan de marktmeester besluiten een marktdag af te gelasten, eerder dan de reguliere markttijden af te breken of de markt anders in te richten.

  • 2. De te maken keuze in lid 1 wordt altijd in goede overeenstemming met de aanwezige leden van de marktcommissie genomen.

Artikel 8. Marktcommissie

  • 1. Het college kan één commissie instellen die belast is met:

    • a)

      het uitbrengen van advies over al hetgeen de gang van zaken op een markt of groep van markten aangaat;

    • b)

      het uitbrengen van advies over de op een themamarkt te verhandelen waren en de kwaliteit van die waren.

  • 2. De marktcommissie komt tenminste tweemaal per kalenderjaar bijeen.

  • 3. Het college regelt de samenstelling en de werkwijze van de commissies.

Artikel 9. Vergunningaanvraag

  • 1. Een aanvraag voor een marktvergunning wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Tegelijk met het aanvraagformulier moeten de volgende gegevens en stukken worden ingediend:

    • a)

      een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;

    • b)

      een situatietekening op schaal waaruit blijkt hoe de locatie zal worden ingericht, met de opgave van het aantal vierkante meters dat in totaal in beslag genomen wordt, inclusief luifel, dissel, parasols, prullenbakken, uithangborden en andere uitstallingen die onderdeel

    • c)

      een foto van de verkoopinrichting;

    • d)

      een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • e)

      een verzekeringsbewijs in verband met wettelijke aansprakelijkheid;

    • f)

      indien van toepassing, een kopie van het verblijfsdocument waarin is beschreven dat de aanvrager de bevoegdheid heeft om in Nederland te mogen werken c.q. te ondernemen.

  • 3. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het college kan deze termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

  • 4. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positievefictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Paragraaf 2. Vergunning vaste standplaats

Artikel 10. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van maximaal 20 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.

  • 2. Het college kan in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.

  • 3. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 11. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning

  • 1. Het college legt in de nadere regels vast of zij de verdeelprocedure van artikel 13 toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning.

  • 2. Het college kan in het inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 12 toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning.

Artikel 12. Verlenging na afroep

  • 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

  • 2. Bij de verlenging na afroep maakt het college acht weken voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van maximaal 20 jaar.

  • 3. Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door college aangegeven wijze.

  • 4. Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengt het college zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede bullet genoemde duur.

  • 5. Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval past het college de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van de artikel 13 toe, met uitzondering van het tweede lid van dit artikel.

  • 6. In het vijfde lid bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikel 13 wordt toegepast en dat zij vóór de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

Artikel 13. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting

  • 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via loting.

  • 2. Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van maximaal 20 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

  • 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

  • 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer.

  • 5. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd.

  • 6. Het college verleent de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.

Artikel 14. Overschrijving vaste standplaatsvergunning

  • 1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kan het college op zijn aanvraag of op aanvraag van zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind.

  • 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kan het college de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste 3 jaar in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen plaatsvinden voor die branche of artikelgroep.

  • 3. De overschrijving van de vergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het verlopen van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de verdeelprocedure zoals vastgesteld in artikel 13.

  • 4. In geval van overlijden van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.

  • 5. Het college wijst de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde.

  • 6. Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kan het college deze intrekken.

Artikel 15. Intrekking en vervallen vaste standplaatsvergunning

  • 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:

    • a)

      op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

    • b)

      bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 14 de vergunning wordt overgeschreven.

  • 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:

    • a)

      indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • b)

      indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 14 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken;

    • c)

      de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat, zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

    • d)

      van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt;

    • e)

      de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet;

    • f)

      de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd; of

    • g)

      als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet.

Artikel 16. Persoonlijk innemen standplaats, vervanger

  • 1. De vergunninghouder voor een vaste standplaats houdt zich aan de afspraken die zijn gemaakt bij de vergunningsaanvraag.

  • 2. De vergunninghouder neemt ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in.

  • 3. De vergunninghouder kan een schriftelijke aanvraag bij het college indienen om de afspraken omtrent persoonlijke aanwezigheid aan te passen.

  • 4. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger.

  • 5. Een schriftelijke aanvraag daartoe vermeldt de verwachte duur van de afwezigheid van de

  • 2. vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. Het college behoudt zich het recht voor om, naar eigen inzicht en bij veronderstelde excessen, een reden van afwezigheid op te vragen.

  • 6. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

  • 7. Indien de vergunninghouder afwezig is volgens de in de vergunning opgenomen afspraken, dan geldt dit altijd voor een halve marktdag, zoals opgenomen in het inrichtingsplan/en of het instellingsbesluit van de markt(en).

  • 8. De vergunninghouder meldt schriftelijk bij de marktmeesters welk dagdeel het betreft. De

  • 3. vergunninghouder mag dit eens per twaalf maanden langdurig veranderen, door dit schriftelijk aan te geven.

  • 9. Bij kortdurende veranderingen van het moment van afwezigheid, wordt zoals benoemd in artikel 16 lid 4 van deze verordening, een schriftelijke aanvraag ingediend.

  • 10. Een schriftelijke aanvraag dient te allen tijde minimaal twee werkdagen van te voren te worden ingediend. Indien de vergunninghouder door overmacht niet aanwezig kan zijn, dan wordt dit zowel telefonisch als schriftelijk gemeld bij de dienstdoende marktmeester.

Artikel 17. Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. De schriftelijke mededeling wordt tijdig, minimaal twee weken, voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.

Artikel 18. Ontheffing en vervanging

In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen. Hierover wordt de marktcommissie geïnformeerd.

Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met naam genoemde persoon voor de duur van de afwezigheid.

Paragraaf 3. Vergunning dagplaats en standwerkplaats

Artikel 19. Vergunning dagplaats

  • 1. Het college kan een vergunning voor een dagplaats verlenen, indien de betrokken standplaats niet is ingenomen door de houder van een vergunning voor een vaste standplaats of diens rechtmatige vervanger.

  • 2. Voor de vergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór aanvang van de markttijd bij de marktmeester een mondelinge of schriftelijke aanvraag voor een dagplaatsvergunning hebben ingediend.

  • 3. Het college weigert de vergunning, indien de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:

    • a)

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of

    • b)

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan.

  • 4. Het college kan de vergunning weigeren, indien de aanvrager een vergunning voor een vaste standplaats had die niet langer dan één jaar daarvoor is ingetrokken.

  • 5. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. Hij kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 20. Vergunning standwerkplaats

  • 1. Het college kan een vergunning voor een standwerkplaats verlenen aan de gegadigden die op de marktdag vóór aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend.

  • 2. Het college weigert de vergunning, indien de aanvrager in het kalenderjaar:

    • a)

      zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of

    • b)

      niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan.

  • 3. De vergunning is niet overdraagbaar.

  • 4. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. Hij kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Paragraaf 4. Algemene bepalingen

Artikel 21. Legitimatie en identiteit vergunninghouder

Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is. De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 22. Tijdstip innemen standplaats, verkoop goederen, aan- en afvoer goederen

  • 1. Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan twee uur voor aanvang en meer dan een uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

  • 2. De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. De marktcommissie en de marktmeester houden hier toezicht op.

  • 3. Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk op het door het college bepaalde tijdstip heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek (minimaal drie dagen voorafgaand aan de marktdag) van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. Verkoop van goederen, tijdens de opbouw van de marktkraam, is toegestaan vanaf één uur voor aanvang van de markt.

Artikel 23. Markt schoonhouden

  • 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem bedreven handel op zijn standplaats vrijkomt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd.

  • 2. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren.

  • 3. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Paragraaf 5. Handhaving

Artikel 24. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen marktmeester(s) en de overige door het college aangewezen toezichthouders.

Artikel 25. Onmiddellijke verwijdering

Het college kan een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt, gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.

Artikel 26. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Paragraaf 6. Slotbepaling

Artikel 27. Intrekking oude regeling

De Marktverordening gemeente Barendrecht 2004 wordt ingetrokken.

Artikel 28. Overgangsbepalingen

Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening gemeente Barendrecht 2004 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente Barendrecht 2004 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 29. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie in het gemeenteblad.

Artikel 30. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de ”Marktverordening 2025 gemeente Barendrecht”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 16 december 2025,

De griffier,

C.M. Krouwel

de voorzitter,

drs. R.E. Schneider