Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755614
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755614/1
Financiële verordening Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd 2026
Geldend van 23-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Financiële verordening Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd 2026Het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd,
Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd,
Besluit: de Financiële verordening Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd 2026 vast te stellen.
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd: de in de verordening gehanteerde benaming voor het openbaar lichaam als bedoeld in de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd;
- b.
Algemeen bestuur: het Algemeen bestuur van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd;
- c.
Dagelijks bestuur: het Dagelijks bestuur van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd;
- d.
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van (onderdelen van) de organisatie van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
- e.
Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het Dagelijks bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
HOOFDSTUK 2 Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling indeling van de begroting en paragrafen
-
1. Het Algemeen bestuur stelt de indeling van de begroting vast.
-
2. Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks bestuur de beleidsindicatoren vast.
-
3. Het Algemeen bestuur geeft aan over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
-
1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting en de jaarstukken wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van het structurele meerjarige saldo en indien van toepassing de algemene reserve als gevolg van de begroting en de meerjarenraming.
-
2. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd.
-
3. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
-
1. Het Dagelijks bestuur biedt het Algemeen bestuur een kadernota aan met daarin de algemene en financiële beleidsmatige kaders. Het Dagelijks bestuur zendt deze, samen met de voorlopige jaarrekening, uiterlijk eind april van het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar naar de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
-
2. Het Dagelijks bestuur stuurt vóór eind april voorafgaande aan het volgend begrotingsjaar de ontwerpbegroting en meerjarenraming toe aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten die zienswijzen kunnen inbrengen.
-
3. Het Algemeen bestuur stelt de definitieve begroting en meerjarenraming uiterlijk eind augustus voorafgaande aan het volgend begrotingsjaar vast.
-
4. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringen
-
1. Op advies van het Dagelijks bestuur autoriseert het Algemeen bestuur de baten en lasten van de primitieve begroting en daaropvolgende begrotingswijzingen op het niveau van:
- a
Lasten opgaves
- b
Onvoorzien
- c
Kosten bedrijfsvoering
- d
Bijdragen deelnemende gemeenten
- e
Overige bijdragen
- f
Mutaties reserves, voor zover van toepassing
- a
-
2. Voor begrotingswijzigingen die leiden tot een wijziging in de bijdragen van deelnemende gemeenten (art. 5, eerste lid, onder e), wordt vóór vaststelling ervan de zienswijzeprocedure gevolgd uit de Wet gemeenschappelijke regelingen art. 35, 3e en 4e lid.
-
3. Indien het Dagelijks bestuur voorziet dat het geautoriseerde budget van een in lid 1 genoemd begrotingsonderdeel dreigt te worden overschreden, wordt dit door het Dagelijks bestuur aan het Algemeen bestuur gemeld. Het Dagelijks bestuur doet hierbij een voorstel aan het Algemeen bestuur voor wijziging van de begroting of doet een voorstel voor bijstelling van het beleid.
-
4. Het Dagelijks bestuur is, indien van toepassing, geautoriseerd voor het doen van investeringen die in de loop van het begrotingsjaar moeten worden gedaan, voor zover de lasten van rente en afschrijving passen binnen het begrotingskader.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
-
1. Het Dagelijks bestuur informeert het Algemeen bestuur minimaal één keer per jaar door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd.
-
2. De tussentijdse rapportages worden door het Dagelijks bestuur vastgesteld en bij de verzending aan het Algemeen bestuur ook ter informatie aan de Colleges van de deelnemende gemeenten verzonden.
-
3. De tussentijdse rapportages bevatten een overzicht met de bijgestelde raming op het niveau van de in artikel 5 eerste lid genoemde begrotingsonderdelen.
-
4. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken
-
1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het Dagelijks bestuur het Algemeen bestuur het voorstel aan over de bestemming of dekking van het jaarrekeningresultaat.
-
2. Het Algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag betrekking hebbende op de uitvoeringskosten vast vóór 1 juli van het jaar dat volgt op het verslagjaar.
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
In het kader van de actieve informatieplicht beslist het Dagelijks bestuur niet over de aan- en verkoop van goederen en diensten groter dan € 250.000, dan nadat het Algemeen Bestuur is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks bestuur te brengen.
HOOFDSTUK 3 Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 9. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. Het Algemeen bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
-
2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks bestuur aan het Algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten, exclusief de dotaties aan eventuele reserves.
-
3. Indien de onrechtmatigheden de verantwoordingsgrens van 2% te boven gaan, wordt in de rechtmatigheidsverklaring een specificatie gegeven van de saldi per verschillende vorm van onrechtmatigheid zoals benoemd in artikel 11 4e tot en met 7e lid, en criteria waaronder deze vallen (voorwaardencriterium, begrotingscriterium, M&O criterium).
-
4. In de paragraaf bedrijfsvoering worden geconstateerde onrechtmatige afwijkingen, zoals bedoeld in artikel 11, vierde lid, hoger dan € 25.000 nader toegelicht, tenzij er sprake is van acceptabele begrotingsonrechtmatigheden zoals omschreven in artikel 11 vijfde en zevende lid.
Artikel 10. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
-
2. Het Dagelijks bestuur biedt het Algemeen bestuur jaarlijks uiterlijk op 31 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 11. Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen bestuur geautoriseerde begroting van baten, lasten en investeringen, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5 eerste lid.
-
3. Bij investeringen wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal geautoriseerde investeringsbedrag. Bij een investering die gedaan wordt gedurende meer dan één verslagjaar, wordt een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal geautoriseerde investeringsbedrag, als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begrotingsposten, zoals is opgenomen in artikel 5 eerste lid, als onrechtmatig wordt beschouwd, tenzij deze valt onder het zesde lid.
-
5. Overschrijdingen van lasten zijn onrechtmatig maar worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties waarbij sprake is van:
- a.
autorisatie van de overschrijding door vaststelling van een tussentijdse rapportage;
- b.
direct aan de kosten gerelateerde inkomsten die de overschrijding compenseren;
- c.
een overschrijding als gevolg van een open-einde regeling.
- a.
-
6. De volgende afwijkingen zijn niet onrechtmatig, mits tijdig gemeld aan het Algemeen bestuur, waarbij het melden bij de jaarrekening tijdig is, die betrekking hebben op:
- a.
lagere lasten dan begroot;
- b.
hogere of lagere baten dan begroot;
- c.
hogere lasten die direct het gevolg zijn van voorgaande jaren en niet beïnvloedbaar in het betreffende rekeningjaar.
- a.
-
7. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen bestuur worden als acceptabele onrechtmatigheden beschouwd en worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
-
1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
-
2. Het Dagelijks bestuur zorgt voor het opstellen en vastleggen van regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van bestuurlijke regelingen en eigendommen.
HOOFDSTUK 4 Financieel beleid
Artikel 13. Waardering en afschrijving vaste activa
-
1. Materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, maar eenmalig ten laste van de exploitatie gebracht.
-
2. De materiële vaste activa zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten worden lineair afgeschreven waarbij de navolgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:
-
a. Bedrijfsgebouwen;
– Gebouwen
40 jaar
– Installaties
15 jaar
– Verbouwingen/renovaties
20 jaar, tot maximum van het restant van de levensduur
b. Vervoersmiddelen;
– Voertuigen
10 jaar
c. Machines, apparaten en installaties;
– Hardware, software en randapparatuur
3 jaar
– Overig
5 jaar
d. Overige materiële vaste activa;
– Inventarissen in gebouwen
15 jaar
-
Artikel 14. Reserves en voorzieningen
-
1. Het Dagelijks bestuur geeft, indien van toepassing, jaarlijks bij de begroting en jaarrekening inzicht in (het verloop van) de eventuele reserves en voorzieningen.
-
2. Reserves en voorzieningen worden ingesteld, gewijzigd of opgeheven via een besluit van het Algemeen bestuur.
HOOFDSTUK 5 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 15. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
-
1. Het Dagelijks bestuur neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, in ieder geval een actuele risico-inventarisatie op.
-
2. Het totale financiële risico wordt getoetst aan het beschikbare weerstandsvermogen.
-
3. Ieder risico wordt omschreven en vervolgens gespecificeerd naar:
- a.
Risicoklasse (variëren van 4 tot 1, waarbij 4 de hoogste score geeft met een grote kans dat het zich voordoet en een groot financieel risico met zich meebrengt)
- b.
Financieel gevolg.
- c.
Beheersmaatregelen
- a.
-
4. Het Dagelijks bestuur neemt de verplichte financiële kengetallen op, voor zover deze van toepassing zijn op Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. Dit bevat de volgende kengetallen:
- a.
Netto schuldquote (inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale baten)
- b.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
- c.
Solvabiliteitsratio (de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen (= eigen vermogen + vreemd vermogen)
- d.
Structurele exploitatieruimte (het verschil tussen de structurele baten en lasten, gecorrigeerd voor de structurele mutaties reserves, ten opzichte van de structurele baten)
- a.
Artikel 16. Financiering
Het Dagelijks bestuur neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op, op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Artikel 17. Bedrijfsvoering
Het Dagelijks bestuur neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering;
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportage-grens, zoals bedoeld in artikel 9, derde en vierde lid, overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
- b.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
- c.
rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;
- d.
geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
Artikel 18. Verbonden partijen
Het Dagelijks bestuur neemt in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
HOOFDSTUK 6 Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 19. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en beheersen van activiteiten en processen in Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringen;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten;
- e.
het afleggen van verantwoording door het Dagelijks bestuur aan het Algemeen bestuur over de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de begroting en relevante wet- en regelgeving;
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid in relatie tot de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 20. Financiële organisatie
Het Dagelijks bestuur draagt in ieder geval zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van taken aan afdelingen;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringen;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, en
- h.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 21. Interne controle
-
1. Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 17 onder b. Daarnaast informeert het Dagelijks bestuur het Algemeen bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
-
2. Het Dagelijks bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het Dagelijks bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het publicatieblad van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: “Financiële verordening Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd 2026”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur van Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd op 11 december 2025.
Algemeen bestuur,
T.Y.M Tuerlings
Voorzitter
M. Guijt
Secretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl