Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755542
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755542/1
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool
Geldend van 26-06-2025 t/m heden
Intitulé
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse MuziekschoolOpgericht per 1 januari 1984
Laatste herziening i.k.v wetswijziging juli 2022
(handelend onder de naam)
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 2: BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 4
HOOFDSTUK 3: ALGEMEEN BESTUUR
HOOFDSTUK 4: DAGELIJKS BESTUUR
HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER
HOOFDSTUK 6: DE DIRECTEUR
HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
HOOFDSTUK 8: HET PERSONEEL
HOOFDSTUK 9: FINANCIELE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 10: HET ARCHIEF
HOOFDSTUK 11: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN, OPHEFFING EN LIQUIDATIE
HOOFDSTUK 12: SLOTBEPALINGEN
De colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen en Veere ieder voor zover zij bevoegd zijn;
overwegende dat op het gebied van in stand houden en exploiteren van een Zeeuwse Muziekschool, samenwerking tussen gemeenten in de regio geboden is;
Gehoord de deelnemende gemeenteraden in najaar 2024
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en deelnemende gemeenten
Besluiten:
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool die per 1 januari 1984 is aangegaan, in overleg met de VZG per 25 juni 2020 te wijzigen:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
- 1.
Deze regeling verstaat onder:
- a.
de Zeeuwse Muziekschool (h.o.d.n. Muziekschool Zeeland): het openbaar lichaam genoemd in artikel 2;
- b.
gemeenten: de bij de regeling aangesloten gemeenten i.c. Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen en Veere;
- c.
gemeentebesturen: de colleges van burgemeester en wethouders, ieder voor zover zij bevoegd zijn;
- d.
Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland;
- e.
de regeling: de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool;
- f.
Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
- g.
BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
- 2.
Artikelen en bepalingen uit andere regelingen zijn van overeenkomstige toepassing ‘de gemeente’, ‘de raad’, ‘het college’ en ‘de burgemeester’ te worden gelezen onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam’, ‘het algemeen bestuur’, ‘het dagelijks bestuur’ en ‘de voorzitter’.
Artikel 2: Openbaar lichaam
- 1.
Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam de Zeeuwse Muziekschool gevestigd in de gemeente Middelburg.
- 2.
Het rechtsgebied van de Zeeuwse Muziekschool omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
- 3.
De regeling is aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 3: Doel/Missie
Het openbaar lichaam is ingesteld om de gezamenlijke belangen van de deelnemers te behartigen op het gebied van kunst- en cultuureducatieve activiteiten, waaronder instrumentaal en vocaal muziekonderwijs en muzikale vorming in de ruimste zin wordt uitgeoefend.
Artikel 4: Bestuursorganen
De gemeenschappelijke regeling De Zeeuwse Muziekschool kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
HOOFDSTUK 2: BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 5: Belang
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool voert, de in artikel 6 genoemde regelingen uit.
Artikel 6: Taken en bevoegdheden
- 1.
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool bevordert door middel van muziekonderwijs de participatie in kunst en cultuur met het doel om een bijdrage te leveren aan de actieve en passieve ontwikkeling van kinderen, jongeren, volwassenen en de samenleving.
- 2.
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool kan met instemming van het algemeen bestuur ook diensten aan andere gemeenten verlenen.
Artikel 7: Bezwaar en beroep
Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8: Klachtrecht
Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening over de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 3: ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 9: Samenstelling
- 1.
Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool bestaat uit zoveel leden als gemeenten die deelnemen aan de GR.
- 2.
Het college van iedere deelnemende gemeente wijst een lid en een plaatsvervangend lid uit de leden van het college aan. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid zijn functie bij de gemeente verliest.
- 3.
De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in beginsel binnen één maand na de benoeming van de wethouders van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur.
- 4.
Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, en plaatsvervanger aan.
- 5.
De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur evenals de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk.
- 6.
Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap tot in hun opvolging is voorzien.
- 7.
De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen twee maanden plaats door de raad die het aangaat.
- 8.
Het algemeen bestuur kan personen uitnodigen als adviseur aan de vergadering deel te nemen.
Artikel 10: Bevoegdheden van het algemeen bestuur
- 1.
Aan het algemeen bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. Het algemeen bestuur kan alle bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet.
- 2.
De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar:
-
- a.
het aanwijzen van een voorzitter en diens plaatsvervanger en de overige leden van het dagelijks bestuur;
- b.
het vaststellen van de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenraming, respectievelijk begrotingswijzigingen en de jaarstukken;
- c.
het vaststellen van de lesgeldtarieven;
- d.
het vaststellen van een reglement van orde;
- e.
het vaststellen van de Financiële verordening en de Controle verordening;
- f.
het vaststellen van een verordening tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
- g.
het doen van voorstellen tot wijziging, toetreding, uittreding en opheffing van deze gemeenschappelijke regeling;
- h.
het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24, 24a en 25 van de Wgr.
- a.
- 3.
Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
Artikel 11: Werkwijze
- 1.
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van de deelnemende gemeenten
- 2.
Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen).
- 3.
In het laatste geval vindt de vergadering binnen twee weken plaats (art. 17 Gemeentewet en art. 22 Wgr).
- 4.
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.
- 5.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
- 6.
De deuren worden gesloten wanneer een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig acht.
- 7.
Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.
- 8.
In de vergaderingen van het algemeen bestuur wordt bij stemmingen het gewicht van de stem van het door de betreffende gemeente aangewezen lid bepaald door de som van het bedrag in euro’s dat de deelnemende gemeente in het lopende begrotingsjaar bijdraagt in de vaste kosten, de niet-toerekenbare kosten en de variabele kosten, afgerond naar boven op een veelvoud van 100.000, gedeeld door de factor 100.000.
- 9.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van de vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het algemeen bestuur).
Artikel 12: Besloten vergadering – geheimhouding
In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, begrotingswijzigingen, de jaarstukken en het liquidatieplan.
HOOFDSTUK 4: DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 13: Samenstelling
- 1.
Het dagelijks bestuur bestaat ten minste uit een voorzitter en twee leden.
- 2.
De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat in overeenstemming met artikel 9 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen.
- 3.
De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats.
- 4.
Het dagelijks bestuur heeft minder leden dan de helft van het algemeen bestuur.
- 5.
Het dagelijks bestuur kan personen uitnodigen als adviseur aan de vergadering deel te nemen
Artikel 14: Einde lidmaatschap
- 1.
Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt indien het lid ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur
- 2.
De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het moment dat het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling nieuwe leden voor het dagelijks bestuur heeft aangewezen.
- 3.
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 15: Werkwijze
- 1.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen.
- 2.
Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur.
- 3.
Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
- 4.
Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd.
- 5.
Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van toepassing.
Artikel 16: Taak
De taak van het dagelijks bestuur is:
- 1.
Het uitvoeren van alle taken en bevoegdheden die op grond van de in artikel 6 genoemde wetten en algemeen verbindend voorschriften aan de colleges van burgemeester en wethouders toekomen.
- 2.
Voorts is het dagelijks bestuur belast met:
- a.
de beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
- b.
regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
- c.
het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool;
- d.
de dagelijkse zorg ten aanzien van alle belangen van de Zeeuwse Muziekschool;
- e.
het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit;
- f.
het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool, evenals op al wat de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool aangaat, waaronder de zorg voor de archiefbescheiden;
- g.
Het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel.
- h.
het behartigen van de belangen van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool van belang is.
- 3.
Het dagelijks bestuur heeft de verplichting om het algemeen bestuur actief inlichtingen te verstrekken.
HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER
Artikel 17: Benoeming en Taak
- 1.
De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
- 2.
Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.
- 3.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
- 4.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, aan te wijzen door het dagelijks bestuur.
- 5.
De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.
- 6.
De voorzitter vertegenwoordigt de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door deze aan te wijzen gemachtigde.
- 7.
Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool is betrokken, wordt de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van het dagelijks bestuur vertegenwoordigd.
HOOFDSTUK 6: DE DIRECTEUR
Artikel 18: Functie, Benoeming en Taak
- 1.
De bestuursorganen van de dienst worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. De directeur vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en ten behoeve van het dagelijks bestuur de taak van adviseur.
- 2.
De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
- 3.
De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool.
- 4.
De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
- 5.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgesteld in een statuut. Het statuut wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.
- 6.
De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur.
- 7.
De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel 19: Intern
- 1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
- 2.
Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
- 3.
Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen.
- 4.
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, al dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en verder van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
- 5.
De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.
Artikel 20: informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks bestuur
- 1.
Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
- 2.
Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer raden worden verlangd.
- 3.
Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden.
- 4.
Belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken zendt het algemeen en dagelijks bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten ter informatie.
Artikel 21: informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur
- 1.
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad aangegeven wijze.
- 2.
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door het college waarbinnen dit lid functioneert, worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van de raad bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
HOOFDSTUK 8: HET PERSONEEL
Artikel 22: Personeel
- 1.
Bij de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool is personeel werkzaam.
- 2.
Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool de arbeidsvoorwaardenverordening de collectieve arbeidsovereenkomst Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao SGO) vast.
- 3.
Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.
- 4.
Aanstelling, schorsing en ontslag van personeel geschieden door het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK 9: FINANCIELE BEPALINGEN
Artikel 23: Begrotingsprocedure
- 1.
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren van de gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
- 2.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven.
- 3.
Het dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
- 4.
Nadat deze is vastgesteld, stuurt het algemeen bestuur de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan de raden van de deelnemende gemeenten.
- 5.
Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 30 september van het betreffende begrotingsjaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld..
- 6.
Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen een programma van de eigen begroting kunnen worden opgevangen en/of die geen belangrijke beleidswijzigingen betreffen en/of geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.
Artikel 24: Bijdragen van de gemeenten
- 1.
De deelnemende gemeenten verplichten zich bij te dragen in de kosten van de Zeeuwse Muziekschool zijnde vaste kosten, niet-toerekenbare kosten en variabele kosten.
- a.
De kosten worden als volgt over de deelnemende gemeenten omgeslagen:
bijdrage in de vaste kosten volgens de formule:
aantal inwoners deelnemende gemeente (per 1 jan begrotingsjaar)
---------------------------------------------------------------------- x totaal vaste kosten
totaal aantal inwoners deelnemende gemeenten
bijdrage in de niet-toerekenbare kosten volgens de formule:
totaal aantal docentenuren deelnemende gemeente
------------------------------------------------------------ X totaal niet-toerekenbare kosten
totaal aantal docentenuren alle deelnemende gemeenten
bijdrage in de variabele kosten:
het, met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 lid 2, met de gemeente overeengekomen budget.
- b.
Onder vaste kosten worden verstaan de huisvestingskosten van de Zeeuwse Muziekschool over het betreffende kalenderjaar, voor zover deze door het algemeen bestuur als redelijk zijn aangemerkt.
- c.
De niet-toerekenbare kosten zijn de overige kosten die niet rechtstreeks aan de onderwijssectoren worden toegerekend, namelijk de inhoudelijke overheadkosten, de overige personele verplichtingen, de administratie- en organisatiekosten en de algemene kosten en baten.
- d.
Er kan een voorziening worden gevormd tot een maximum van 5% van de totale begroting, waaruit incidentele tekorten op de exploitatierekening kunnen worden bestreden. Deze voorziening wordt gevoed door en aangewend voor het verschil tussen het effectieve en begrote bedrag voor organisatiekosten en de overige zelf verworven inkomsten.
- e.
De variabele kosten zijn de personeelskosten voor docenten en de diverse uitvoeringskosten, die rechtstreeks aan de onderwijssectoren zijn toe te rekenen.
- f.
Kosten en baten, voortvloeiend uit eventuele verschillen tussen de normatief vastgestelde en de werkelijk afgenomen docentenuren worden ten laste van, respectievelijk ten gunste van een voorziening variabele en niet-toerekenbare kosten gebracht. Deze voorziening is gebonden aan een maximum van 2,5% van de loongevoelige kosten en wordt tevens gevoed door en aangewend voor het effectieve en begrote bedrag voor, vervangingskosten, wachtgelden, kosten garantie-uren en andere personele lasten. Indien de voorziening in enig jaar niet toereikend is om de kosten uit te bestrijden, dan worden deze in verhouding tot het aantal normatief vastgestelde docentenuren door de gemeenten gedragen.
- 2.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks in de begroting het budget voor de docentenuren vast volgens de in de begroting opgenomen onderwijssectoren.
- a.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 januari ten behoeve van de nog vast te stellen begroting een opgavenformulier aan de raden van de deelnemende gemeenten. Hierin wordt een prognose gegeven van de kosten per docentenuur per onderwijssector en een voorstel gedaan voor de af te nemen docentenuren per onderwijssector. De gemeenten zenden dit formulier, met de door de gemeente normatief vastgestelde af te nemen docentenuren, vóór 15 februari retour.
-
Indien het dagelijks bestuur geen opgave heeft ontvangen dient de betreffende gemeente het in de prognose opgenomen budget af te nemen.
- b.
De vermindering van het budget ten opzichte van de laatste vastgestelde begroting is, behoudens het bepaalde sub c van dit artikel, gebonden aan een maximum.
-
Het budget van de deelnemende gemeente voor de variabele kosten mag niet meer dan 5% worden verminderd. Daarbij dient eerst rekening gehouden te worden met de trendmatige fluctuatie van de kosten.
- c.
Indien de toepassing van de 5% vermindering genoemd onder b. leidt tot een verlaging van de totale gemeentelijke bijdragen van het variabele kostenbestanddeel (genoemd in art. 26 sub a) met meer dan 2% van de laatst vastgestelde begroting, vermeerderd met de trendmatige, fluctuatie van de kosten, dan wordt de vermindering van het budget van de betreffende gemeente zodanig evenredig verlaagd, dat de eerder genoemde 2% niet wordt overschreden.
-
Het dagelijks bestuur dient de conceptbegroting daarmee in overeenstemming te brengen.
- 3.
Indien de vermindering van het budget voor variabele kosten leidt tot extra personeelslasten, voortvloeiend uit het op de Zeeuwse Muziekschool van toepassing verklaarde rechtspositieregelingen, door teruggang van het aantal formatieplaatsen, zullen de betreffende gemeenten hier extra bijdragen voor beschikbaar stellen, in verhouding tot de mate, waarin de budgetverminderingen door die gemeenten de teruggang van het aantal formatieplaatsen hebben veroorzaakt.
- 4.
De deelnemende gemeenten zijn verplicht op verzoek van het Dagelijks Bestuur het bedrag van de in de begroting geraamde bijdrage bij wijze van voorschot, in vier gelijke termijnen, aan de Zeeuwse Muziekschool uit te keren, met dien verstande dat het gehele voorschot voor het einde van ieder cursusjaar is voldaan. De eerste termijn is op 1 februari verschuldigd, de tweede op 1 april, de derde op 1 juni en de vierde op 1 augustus. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke rente verschuldigd.
- 5.
De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
- 6.
Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doe het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Artikel 25: Reserve
- 1.
De gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten conform de richtlijn die jaarlijks door het bestuur van de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten wordt vastgesteld.
- 2.
Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op gemeentelijke verzoeken hierover past het dagelijks bestuur de afspraken tussen de deelnemende gemeenten over de te vormen reserve toe.
Artikel 26: Jaarstukken
- 1.
Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdrage, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.
- 2.
De jaarstukken worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.
- 3.
Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt haar vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, evenals de bijdragen die de deelnemende gemeenten betalen in het eventuele exploitatietekort. Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
- 4.
De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar vóór 15 juli.
- 5.
Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken verleent – voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.
HOOFDSTUK 10: HET ARCHIEF
Artikel 27: Archief
- 1.
Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet vast te stellen regeling.
- 2.
Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten toegestuurd.
- 3.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het algemeen bestuur een archiefbewaarplaats aan.
Artikel 28: Informatieveiligheid
- 1.
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft.
- 2.
Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten moeten voldoen
Artikel 29: Participatie
- 1.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kan ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en/of evaluatie van haar beleid.
- 2.
Ingezetenen en belanghebbenden worden niet betrokken:
- a.
ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
- b.
indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- e.
indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;
- f.
indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving.
- 1.
- 2.
- 3.
Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt.
HOOFDSTUK 11: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN, OPHEFFING EN LIQUIDATIE
Artikel 30: Toetreding, uittreding
- 1.
Het college van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek hiertoe aan het algemeen bestuur.
- 2.
Het algemeen bestuur stuurt het verzoek als bedoeld in lid 1 na ontvangst door aan de besturen van de deelnemende gemeenten onder overlegging van zijn advies over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.
- 3.
Toetreding vindt plaats indien de deelnemende gemeenten daarmee instemmen.
- 4.
Elke gemeente kan bij besluit van het college bepalen dat de deelneming aan deze gemeenschappelijke regeling wordt opgezegd.
- 5.
Na toetreding tot de regeling, is uittreding door deelnemers gedurende een periode van vijf kalenderjaren niet mogelijk. Na het verstrijken van deze periode is uittreding te allen tijde mogelijk, mits daarvan conform het vierde lid, met een opzegtermijn van tenminste twee kalenderjaren, van tevoren schriftelijk aankondiging is gedaan en mits wordt voldaan aan de daaraan door het algemeen bestuur te stellen voorwaarden.
- 6.
Elk besluit tot toe- of uittreding van een gemeente wordt direct aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten en aan het Handelsregister Kamer van Koophandel gestuurd.
- 7.
Het algemeen bestuur zorgt voor alle openbaarmaking als er sprake is van wijziging, verlenging of opheffing van de regeling of toetreden en uittreding van deelnemende gemeenten.
Artikel 31: Aanvang uittredingsprocedure
- 1.
De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen.
- 2.
Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept-uittredingsplan.
- 3.
Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
- 4.
De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van twee jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit en de uittredende deelnemer een andere opzegtermijn overeenkomen.
Artikel 32: Procedure voor vaststelling uittredingsplan
- 1.
Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.
- 2.
Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.
- 3.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
- 4.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
- 5.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar
- 6.
Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 en vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
- 7.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
- 8.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 33: Te vergoeden kosten, de uittreedsom
- 1.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van de vennootschappen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
- 2.
Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
- 3.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door Muziekschool Zeeland die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
- 4.
Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 33, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 33, achtste lid, anders is vastgelegd.
- 5.
Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
- 6.
De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 32, vijfde lid.
- 7.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 29B en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het algemeen bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
- 8.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 34: Verplichtingen uittreder
- 1.
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van Muziekschool Zeeland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
- 2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden.
Artikel 35: Wijziging (wijziging heeft geen betrekking op het toekennen van nieuwe taken)
- 1.
De regeling wordt gewijzigd, indien de colleges van twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten.
- 2.
Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of één of meer van de deelnemers.
- 3.
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zaken binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
- 4.
De bij wet voorgeschreven toezending van de wijziging aan Gedeputeerde Staten en aan het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, geschiedt door het dagelijks bestuur.
Artikel 36: Geschillen
- 1.
Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 Wgr de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
- 2.
De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Een lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en een lid wordt aangewezen door de betrokken gemeente(n). Deze twee leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens als voorzitter van de commissie optreedt.
- 3.
De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.
- 4.
De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
- 5.
Indien het advies van de commissie niet leidt tot oplossing van het gerezen geschil wordt bij het verzoek om een beslissing van Gedeputeerde Staten een afschrift van het advies van de commissie gevoegd.
Artikel 37: Ontbinding en liquidatie
- 1.
Deze regeling kan worden ontbonden, op voorstel van het algemeen bestuur, gelezen artikel 9 Wgr, bij een daartoe strekkend besluit van de raden en de colleges van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten.
- 2.
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
- 3.
Het besluit tot ontbinding of tot wijziging van deze regeling wordt direct gezonden aan de gemeenten en Gedeputeerde Staten, mede met het oog op de vereiste goedkeuring door Gedeputeerde Staten van de wijziging van de regeling conform de artikelen 26, 27 en 29 Wgr, alsmede naar het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel van het ressort waaronder de regeling valt.
- 4.
De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven ook na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid.
- 5.
Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van ‘in liquidatie’, zodat het opschrift komt te luiden: “(gemeenschappelijke regeling de Zeeuwse Muziekschool i.l .)”
HOOFDSTUK 12: SLOTBEPALINGEN
Artikel 38: Overgangsbepaling
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.
Artikel 39: Inwerkingtreding
- 1.
Het college van de gemeente Middelburg zorgt namens alle deelnemende gemeenten voor bekendmaking in haar gemeenteblad
- 2.
De deelnemende gemeenten zorgen voor inschrijving in het register, als bedoel in artikel 27, lid 1, Wgr.
- 3.
De aangepaste regeling treedt in werking na bekendmaking in haar gemeenteblad, evenals in het register van de overheid.
Artikel 40: Slotbepaling
In gevallen waarin de regeling niet voorziet beslist het algemeen bestuur.
Artikel 41: Evaluatie
De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Artikel 42: Titel
De regeling kan worden aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling de Zeeuwse Muziekschool’.
Aldus besloten in de algemeen bestuursvergadering van 26 juni 2025
Ondertekening
C. Doorn-Roosenburg, voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl