Gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 20-01-2026

Intitulé

Gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout, Zundert de Gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie hebben vastgesteld.

Inwerkingtreding

De gemeenschappelijke regeling treedt in werking met ingang van de dag na deze bekendmaking.

Bezwaar of beroep

Tegen het besluit tot vaststelling van de gemeenschappelijke regeling is geen bezwaar of beroep mogelijk.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert;

overwegende dat:

  • 1.

    voornoemde gemeenten gezamenlijk een zogenaamd "daily urban system" vormen in die zin dat sprake is van een goed verbonden netwerk van steden en dorpen, waarbinnen de belangrijkste verplaatsingen van de betreffende inwoners (wonen, werken, recreëren, gebruik maken van voorzieningen) zich afspelen;

  • 2.

    zij op verschillende terreinen gemeenschappelijke belangen hebben en dat zij ter behartiging van deze belangen wensen samen te werken, in het besef dat:

    • het belang van de regio toeneemt, met maatschappelijke opgaven die gemeentegrenzen overstijgen;

    • samenwerking van belang is in relatie met de ontwikkeling van de Stedelijke Regio Breda - Tilburg, waarin gezamenlijk gestreefd wordt naar een goede balans tussen groei van economie, wonen en mobiliteit, het versterken van de leefkwaliteit en het groen-blauwe karakter van de stedelijke regio;

    • samenwerking kansen biedt om de slagkracht en uitvoeringskracht van de individuele gemeenten te versterken;

    • vanuit een gezamenlijke kernagenda (strategisch inhoudelijk) overleg kan worden gevoerd op verschillende beleidsterreinen waarbij het delen van informatie, intergemeentelijke afstemming en samenwerking aan de orde kan zijn;

    • aard, schaal en mate van samenwerking per taak dan wel beleidsterrein verschillend kunnen zijn;

  • 3.

    voor intergemeentelijke samenwerking de publiekrechtelijke vorm op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen de eerste voorkeur heeft, omdat de invloed van volksvertegenwoordigers op de besluitvorming van samenwerkingsverbanden en de controle op de samenwerkingsverbanden in deze wet is geborgd;

  • 4.

    de samenwerkende gemeenten een gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie wensen aan te gaan voor het behartigen van hun gemeenschappelijke belangen op verschillende terreinen in het publieke domein, waarmee tevens bevestigd is dat de gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie de meest geëigende weg is;

  • 5.

    besluitvorming door de bevoegde bestuursorganen van de deelnemers over in de portefeuillehoudersoverleggen gemaakte afspraken vooralsnog nodig blijft om de betreffende deelnemers te binden;

  • 6.

    deze regeling onverlet laat de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van elke afzonderlijke gemeente om ook buiten deze regeling samenwerking te zoeken en regelingen te treffen;

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluiten:

de gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie te treffen, luidende als volgt:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

In de gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    deelnemende gemeente: een aan deze regeling deelnemende gemeente;

  • b.

    inwonertal: het aantal inwoners van een deelnemende gemeente volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers;

  • c.

    portefeuillehouder: lid van een college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein;

  • d.

    portefeuillehoudersoverleg: vergadering van de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten met betrekking tot een bepaald beleidsterrein;

  • e.

    projecten voor regionale samenwerking: activiteiten die de deelnemende gemeenten samen ondernemen (al dan niet in de vorm van een programma, project of anderszins);

  • f.

    regeling: de gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie;

  • g.

    Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2. Belangen

Het belang van deze regeling is samen te werken om regionale opgaven te identificeren en op basis daarvan opgaven gezamenlijk op te pakken teneinde de slag- en uitvoeringskracht te vergroten.

Hoofdstuk 2. Openbaar lichaam, taken en bevoegdheden

Artikel 3. Openbaar lichaam en bestuursorganen

  • 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd ‘Regio De Baronie', ingesteld bij de regeling. Het openbaar lichaam is gevestigd te Breda.

  • 2. Het openbaar lichaam omvat de aan de regeling deelnemende gemeenten.

  • 3. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 4. Taken

  • 1. Regio De Baronie heeft als taken:

    • a.

      te voorzien in een gestructureerd overlegplatform tussen de deelnemende gemeenten,

      • i.

        dat erop gericht is elkaar te informeren over gemeentelijke activiteiten die voor de regio van belang zijn of kunnen zijn;

      • ii.

        dat naast informatie-uitwisseling ook is gericht op de afstemming, bijvoorbeeld strekkend tot aanbeveling van beleid dat gemeenten gemeenschappelijk zouden kunnen voeren, of aanbeveling van maatregelen waarvan vastgesteld wordt dat het in het belang van de regio wenselijk is als de individuele gemeenten die nemen;

      • iii.

        betreffende projecten voor regionale samenwerking die gemeenten gezamenlijk en eventueel met andere partners kunnen ontwikkelen en (laten) uitvoeren,

    • b.

      het (laten) uitvoeren van projecten voor regionale samenwerking die zijn ontwikkeld in het kader van het hierboven onder punt a, onderdeel iii bepaalde;

  • 2. Ter uitvoering van de in lid 1 genoemde taken bevordert of initieert Regio De Baronie:

    • a.

      de totstandkoming en coördinatie van vakinhoudelijke overlegstructuren als bedoeld in artikel 18 van deze regeling tussen portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten;

    • b.

      de continuïteit van de overlegstructuren;

    • c.

      een samenhangende communicatie en verslaglegging;

    • d.

      een aanspreekpunt voor derden over zaken die de regionale samenwerking betreffen;

    • e.

      het maken van afspraken ten aanzien van portefeuille-overstijgende zaken.

Artikel 5. Bevoegdheden

  • 1. Aan Regio De Baronie worden uitsluitend de bevoegdheden overgedragen die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, waaronder tevens wordt begrepen het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover deze betrekking hebben op vervulling van de taken als bedoeld in artikel 4.

  • 2. Alle taken en bevoegdheden van de regeling berusten bij het algemeen bestuur, tenzij deze bij het dagelijks bestuur zijn neergelegd.

  • 3. De bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting en de jaarrekening kannen niet worden overgedragen aan het dagelijks bestuur.

  • 4. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a van de Wgr.

  • 5. Het algemeen bestuur besluit omtrent de uitoefening van eventuele bevoegdheden van Regio De Baronie ten aanzien van de rechtspersonen waarin zij deelneemt op basis van de wet en de statuten van de betreffende rechtspersoon, waaronder doch niet uitsluitend bij de benoeming van bestuurders.

Hoofdstuk 3. Algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter, samenstelling en werkwijze

Artikel 6. Samenstelling algemeen bestuur en voorzitterschap

  • 1. Het algemeen bestuur bestaat uit zoveel leden als het aantal deelnemende gemeenten.

  • 2. Het college van iedere deelnemende gemeente wijst uit zijn midden de burgemeester als lid aan en een plaatsvervangend lid.

  • 3. De burgemeester van de gemeente met het hoogste inwonertal is voorzitter van het algemeen bestuur.

  • 4. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar of arbeidscontractant in dienst van het openbaar lichaam dan wel van een van de aan de regeling deelnemende gemeenten, met uitzondering van de bijzondere ambtenaren van de burgerlijke stand en onderwijzend personeel.

Artikel 7. Vergaderingen

  • 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee keer, en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt, dan wel minimaal twee leden daartoe schriftelijk onder opgave van redenen verzoeken.

  • 2. Het algemeen bestuur kan één of meer personen verzoeken in een vergadering informatie of adviezen te geven uit hoofde van hun functie of deskundigheid.

  • 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De vergadering wordt in beslotenheid gehouden indien tenminste een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

Artikel 8. Besluitvorming

  • 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

  • 2. Besluiten worden, bij absolute meerderheid van stemmen genomen. Onder absolute meerderheid wordt meer dan de helft van het totaal aantal stemgerechtigde leden verstaan.

Artikel 9. Dagelijks bestuur

  • 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en één ander lid, die allen ook lid zijn van het algemeen bestuur.

  • 2. Het algemeen bestuur wijst het ander lid van het dagelijks bestuur als bedoeld in het vorige lid, aan.

  • 3. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of de plaatsvervangend voorzitter samen met het andere lid van het dagelijks bestuur dit, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, aan de voorzitter verzoeken.

  • 4. Het dagelijks bestuur bereidt de vergaderingen van het algemeen bestuur voor op basis van advies van de directeur Regio De Baronie.

  • 5. Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

Artikel 10. Voorzitter

  • 1. De voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

  • 2. De voorzitter van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte.

  • 3. De voorzitter van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de genomen besluiten.

Hoofdstuk 4. Kernagenda

Artikel 11. Kernagenda

  • 1. Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, in het jaar na de gemeenteraadsverkiezingen, een kernagenda vast. Deze agenda bevat collectieve thema's waarin alle deelnemers participeren, coalitiethema's, waarin minimaal drie (maar niet alle) deelnemers participeren en thema's die mogelijk een coalitiethema of collectief thema kunnen worden.

  • 2. Het algemeen bestuur raadpleegt bij het opstellen van de kernagenda in ieder geval de raden en portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Voorafgaand aan het besluit zoals bedoeld in het eerste lid stelt het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid binnen twaalf weken schriftelijk hun zienswijzen over de kernagenda naar voren te brengen.

  • 4. Indien ontwikkelingen maken dat de kernagenda tussentijds aanpassing vergt, dan doet het algemeen bestuur een voorstel hoe hiermee om te gaan.

Hoofdstuk 5. Participatie

Artikel 12. Betrokkenheid ingezetenen en belanghebbenden bij besluiten

Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen via reguliere procedures bij de colleges en raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid in het kader van deze regeling.

Hoofdstuk 6. Informatie en verantwoording

Artikel 13. Informatieverstrekking

  • 1. Het algemeen bestuur geeft aan de colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, gevraagd of ongevraagd, alle inlichtingen die voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde of te voeren beleid nodig zijn, indien het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. De inlichtingen worden in beginsel schriftelijk verstrekt. Onder ongevraagde aanlevering wordt tenminste de actieve verstrekking verstaan van een:

    • a.

      vierjaarlijkse kernagenda;

    • b.

      jaarlijkse begroting met uitvoeringsagenda;

    • c.

      een financieel jaarverslag;

    • d.

      een inhoudelijk jaarverslag;

    • e.

      halfjaarlijks een verslag van de voortgang van projecten voor regionale samenwerking.

  • 2. Het algemeen en dagelijks bestuur organiseren ten behoeve van informatie-uitwisseling minimaal tweemaal per jaar, een radenbijeenkomst waarvoor alle gemeenteraadsleden van de deelnemende gemeenten worden uitgenodigd. Op de radenbijeenkomst in het voorjaar wordt informatie uitgewisseld met betrekking tot de op te stellen begroting met uitvoeringsagenda voor het daaropvolgende kalenderjaar.

  • 3. Een verzoek om inlichtingen door één of meer leden van de gemeenteraad van één van de deelnemende gemeenten dient schriftelijk te worden ingediend bij het algemeen bestuur en kan onder meer omvatten:

    • a.

      persoonlijke en mondelinge toelichting door de voorzitter of één van de andere leden van het algemeen bestuur in een gemeenteraads- of commissievergadering;

    • b.

      aanlevering van de verslagen van vergaderingen van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de portefeuillehoudersoverleggen.

Artikel 14. Verantwoording

  • 1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt alle inlichtingen die door het college dan wel de gemeenteraad van de gemeente die hij/zij vertegenwoordigt, of één of meer leden daarvan, worden verlangd, voor zover het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang.

  • 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders, evenals aan de gemeenteraad van de gemeente die hij/zij vertegenwoordigt, voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

Artikel 15. Dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen bestuur

  • 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.

  • 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

  • 3. Zij geven, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

Artikel 16. Vergoeding

De leden van het algemeen en dagelijks bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding.

Artikel 17. Archivering

  • 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de regeling.

  • 2. De directeur Regio De Baronie is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de regeling die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.

  • 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13 Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen, is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Breda.

  • 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de regeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente Breda.

  • 6. De archivaris van de gemeente Breda brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de regeling die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

  • 7. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten over de uitoefening van de aan hem opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de regeling.

  • 8. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag of een voortgangsbericht uit aan het interbestuurlijk toezicht over de uitoefening van de aan hem opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de regeling.

  • 9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld.

  • 10. In de verklaring zoals genoemd in het vorige lid kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.

  • 11. Bij opheffing van de regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4, lid 1, Archiefwet 1995.

Hoofdstuk 7. Portefeuillehoudersoverleggen

Artikel 18. Portefeuillehoudersoverleggen

  • 1. Het algemeen bestuur stelt portefeuillehoudersoverleggen op onderscheiden beleidsportefeuilles in die voorzien in een inhoudelijk overlegplatform tussen de deelnemende gemeenten en onderhoudt tevens de contacten met de voorzitters van de porterfeuillehoudersoverleggen.

  • 2. De portefeuillehoudersoverleggen zijn verantwoordelijk voor:

    • a.

      het opstellen van het voor hen relevante onderdeel van de kernagenda;

    • b.

      het vertalen van de kernagenda naar projecten en activiteiten;

    • c.

      het voorbereiden van de bestuurlijke overleggen van de Stedelijke Regio Breda Tilburg.

  • 3. Het portefeuillehoudersoverleg is gericht op:

    • a.

      informatie-uitwisseling over gemeentelijke activiteiten die voor de samenwerkende gemeenten van belang zijn of kunnen zijn;

    • b.

      afstemming, bijvoorbeeld strekkend tot aanbeveling van beleid dat gemeenten gemeenschappelijk zouden kunnen voeren, of aanbeveling van maatregelen waarvan vastgesteld wordt dat het in het belang van de regio wenselijk is als de individuele gemeenten die nemen;

    • c.

      het ontwikkelen van voorstellen aan colleges voor projecten voor regionale samenwerking, inclusief bijbehorende middelen, die gemeenten gezamenlijk en eventueel met andere partners kunnen uitvoeren;

    • d.

      het monitoren van de voortgang van de kernagenda en de hieruit voortvloeiende projecten voor regionale samenwerking.

  • 4. Een voorstel als bedoeld in het vorige lid onder c, wordt door het portefeuillehoudersoverleg aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur toetst of het voorstel past binnen de kernagenda alsmede de kwaliteit en samenhang in de samenwerking. Het algemeen bestuur besluit of een voorstel al dan niet aan de colleges van de deelnemende gemeenten wordt aangeboden.

  • 5. Per deelnemende gemeente neemt in beginsel één lid uit het college van burgemeester en wethouders, zijnde de betreffende portefeuillehouder, deel aan het portefeuillehoudersoverleg. Dit lid kan zich laten vertegenwoordigen door een plaatsvervangend lid uit het college.

  • 6. Het portefeuillehoudersoverleg wijst een voorzitter aan uit zijn midden. De voorzitter stelt de agenda voor het overleg op en draagt zorg voor het tenminste agenderen van de projecten die zijn opgenomen in de kernagenda en de daarvan afgeleide jaarlijkse begroting met uitvoeringsagenda.

  • 7. Het portefeuillehoudersoverleg bepaalt de frequentie van het overleg en vergadert voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt, dan wel minimaal twee leden daartoe schriftelijk onder opgave van redenen verzoeken.

  • 8. Het portefeuillehoudersoverleg is verantwoordelijk voor het doen van voorstellen zoals genoemd in lid 3 onder c en wijst uit haar midden een portefeuillehouder aan die als bestuurlijk trekker zal fungeren voor het betreffende project. Het voorstel omvat tevens een voorstel voor een ambtelijk trekker en een ambtelijk projectleider. Het portefeuillehoudersoverleg treedt zo nodig voor afstemming van de projectopdracht en de bemensing in overleg met de directeur Regio De Baronie, die ten behoeve daarvan in overleg kan treden met de ambtelijke regiegroep.

  • 9. De bestuurlijk trekker van een project rapporteert in elk portefeuillehoudersoverleg over de voortgang van het project en halfjaarlijks aan het algemeen bestuur.

  • 10. Ten behoeve van de informatievoorziening zijn portefeuillehouders verantwoordelijk voor het verzorgen van rapportage over de overlegresultaten uit het portefeuillehoudersoverleg en over de voortgang van regionale projecten uit de portefeuille aan de eigen gemeenteraad, dan wel de van toepassing zijnde raadscommissie.

  • 11. Artikel 15 is op de leden van de portefeuillehoudersoverleggen van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 8. Ambtelijke ondersteuning

Artikel 19. Directeur Regio De Baronie

  • 1. Er is een directeur Regio De Baronie.

  • 2. Het dagelijks bestuur benoemt de directeur Regio De Baronie. Het dagelijks bestuur is tevens bevoegd de directeur Regio De Baronie te schorsen en te ontslaan.

  • 3. De directeur Regio De Baronie staat het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur en de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.

  • 4. Het dagelijks bestuur kan in een instructie nadere regels stellen over de taak en de bevoegdheden van de directeur Regio De Baronie.

  • 5. De directeur Regio De Baronie is in de vergadering van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur aanwezig.

  • 6. De stukken die van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en door de directeur Regio De Baronie medeondertekend.

Artikel 20. Ambtelijke regiegroep

  • 1. Er is een ambtelijke regiegroep waarvan de gemeentesecretaris van elke deelnemende gemeente is lid. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij/zij vervangen door zijn plaatsvervanger.

  • 2. De gemeentesecretaris van de gemeente met het hoogste inwonertal is in beginsel voorzitter van de ambtelijke regiegroep.

  • 3. De voorzitter stelt de agenda voor het overleg op en draagt zorg voor het tenminste agenderen van de projecten die zijn opgenomen in de kernagenda en de daarvan afgeleide jaarlijkse begroting met uitvoeringsagenda.

  • 4. De directeur Regio De Baronie is adviseur van de ambtelijke regiegroep en woont in die hoedanigheid de vergaderingen bij. De directeur verzorgt de praktische organisatie van het overleg en de voorbereiding ervan.

  • 5. De ambtelijke regiegroep komt tenminste viermaal per jaar bijeen, en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt dan wel minimaal twee leden daartoe schriftelijk onder opgave van redenen verzoeken.

  • 6. De ambtelijke regiegroep kan besluiten één of meer personen te verzoeken in een vergadering informatie of adviezen te geven uit hoofde van hun functie of deskundigheid.

  • 7. De ambtelijke regiegroep:

    • a.

      onderhoudt contact met de directeur Regio De Baronie;

    • b.

      adviseert over voorstellen met organisatorische en personele consequenties voor de gemeentelijke organisaties en Regio De Baronie;

    • c.

      bewaakt de naleving van de in deze regeling vastgelegde afspraken over governance, zowel binnen de eigen gemeentelijke organisatie als binnen het samenwerkingsverband Regio De Baronie;

    • d.

      doet op verzoek van de directeur Regio De Baronie of een portefeuillehoudersoverleg aan het portefeuillehoudersoverleg voorstellen voor de ambtelijke bezetting van projecten.

  • 8. Artikel 15 is op de leden van de ambtelijke regiegroep van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 9. Financiële bepalingen

Artikel 21. Begroting

  • 1. Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór de wettelijke datum, doch niet later dan de datum die in de vigerende nota verbonden partijen is opgenomen, de in artikel 34b van de Wgr bedoelde algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 3. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur hanteert hierbij de termijnen van art. 35, eerste lid Wgr, doch niet later dan de datum die in de vigerende nota verbonden partijen is opgenomen.

  • 4. De begroting vermeldt gespecificeerd de door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het begrotingsjaar.

Artikel 22. Kostentoerekening

  • 1. In de begroting staan de kosten die te maken hebben met het in stand houden van de samenwerking en het functioneren van het Baroniebureau. Dit zijn in elk geval de volgende kosten:

    • a.

      organisatiekosten;

    • b.

      huisvestingskosten;

    • c.

      salariskosten;

    • d.

      overige personeelskosten die voortkomen uit de rechtspositie van de functionaris (zoals bedoeld in artikel 19 van deze regeling) en andere medewerkers van het Baroniebureau;

    • e.

      Kosten die verband houden met het uitvoering geven aan collectieve thema’s (onderzoek, projecten, etc.).

  • 2. De kosten zoals bedoeld in het vorige lid, die niet uit andere middelen worden betaald, worden verdeeld over de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt op basis van het inwonertal op 1 januari van het jaar vóór het jaar waarvoor de bijdrage geldt.

  • 3. De kosten die verband houden met het uitvoering geven aan coalitiethema’s en ingroeithema’s uit de vastgestelde kernagenda, worden niet opgenomen in de begroting.

  • 4. Gemeenten die ervoor kiezen om aan de in het vorige lid genoemde thema's mee te doen, maken in het portefeuillehoudersoverleg onderling afspraken over hoe zij de kosten verdelen. Zij spreken onderling ook af hoe de kosten verdeeld worden als een gemeente tussentijds stopt met het meedoen aan coalitie- en ingroeithema’s. Daarnaast zorgen zij ervoor dat deze financiële middelen ieder jaar beschikbaar worden gesteld aan Regio De Baronie.

Artikel 23. Verplichtingen deelnemers

  • 1. De deelnemende gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen, dat Regio De Baronie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, mits het openbaar lichaam binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders blijft.

  • 2. Indien het algemeen bestuur van Regio De Baronie blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

  • 3. De deelnemende gemeenten betalen in het begrotingsjaar bij wijze van voorschot vóór 1 februari telkens de bijdragen als bedoeld in artikel 22 van deze regeling aan Regio De Baronie. De gemeenten betalen de bijdrage op basis van een factuur die Regio De Baronie hen toezendt.

Artikel 24. Jaarstukken

  • 1. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks, vóór de wettelijke datum van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, maar niet later dan de datum die in de vigerende nota verbonden partijen is opgenomen, de voorlopige jaarstukken aan de raden van de deelnemende gemeenten.

  • 2. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de jaarstukken vast.

  • 3. De jaarstukken omvatten, naast een jaarrekening met een overzicht van de baten en lasten over het begrotingsjaar, ook een inhoudelijk jaarverslag.

  • 4. Het algemeen bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, evenals wat het algemeen bestuur verder voor zijn verantwoording nodig acht.

  • 5. Het dagelijks bestuur zendt de jaarstukken binnen twee weken nadat het algemeen bestuur de jaarstukken heeft vastgesteld, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop het jaarrapport betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.

  • 6. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele:

    • a.

      af te boeken van de reserves voor zover aanwezig;

    • b.

      ten laste te brengen van de deelnemers op basis van het bepaalde in artikel 23 van deze regeling.

  • 7. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:

    • a.

      te bestemmen voor dekking van de kosten van het uitvoeringsprogramma van het daaropvolgende kalenderjaar, of voor de vorming of toevoeging aan een algemene reserve;

    • b.

      uit te keren aan de deelnemers op basis van het bepaalde van artikel 21 van deze regeling.

Hoofdstuk 11. Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing

Artikel 25. Toetreding

  • 1. Een gemeente kan toetreden tot de regeling indien daartoe door de deelnemende gemeenten wordt besloten bij unanimiteit, middels gelijkluidende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders.

  • 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.

Artikel 26. Uittreding

  • 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders.

  • 2. De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van één kalenderjaar.

  • 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn.

  • 4. Een uittredende gemeente betaalt in de jaren na het moment van uittreding een afnemend percentage van de algemene bijdrage per inwoner die in de meerjarenbegroting van het openbaar lichaam is voorzien. De afbouw gebeurt als volgt:

    • In jaar 1 na uittreding: 100%

    • In jaar 2 na uittreding: 66%

    • In jaar 3 na uittreding: 33%

  • 5. Een uittredende gemeente is volledig gehouden aan de verplichtingen die het openbaar lichaam op basis van een expliciet besluit van (onder andere) deze gemeente is aangegaan. De uittredende gemeente betaalt de organisatiekosten die met deze verplichting gemoeid zijn tot het moment van afloop van de verplichting.

  • 6. Boven op de kosten als bedoeld in het vierde lid van dit artikel worden afspraken gemaakt tussen deelnemende gemeenten over de kosten als gevolg van het stoppen van het meedoen aan coalitie- en ingroeithema’s als bedoeld in artikel 22, vierde lid.

  • 7. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling.

  • 8. Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de voorgaande bepalingen in beeld. Het algemeen bestuur kan in overeenstemming met de uittredende gemeente in voorkomende gevallen afwijken van de leden 2 tot en met 5.

  • 9. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken op gevormde reserves.

  • 10. De uittredende gemeente kan geen aanspraak maken en ook niet aangesproken worden op een positief respectievelijk negatief rekeningresultaat, vanaf het boekjaar dat voorafgaat aan het moment van uittreding.

Artikel 27. Wijziging van de regeling

  • 1. De regeling kan worden gewijzigd indien daartoe wordt besloten bij unanimiteit, met gelijkluidende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de wijziging van de regeling.

Artikel 28. Opheffing

  • 1. Deze regeling kan worden opgeheven indien daartoe wordt besloten bij unanimiteit, middels gelijkluidende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

  • 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor een liquidatieplan op. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

  • 3. Bij opheffing is het uitgangspunt dat eventuele resterende middelen worden verdeeld onder de op dat moment deelnemende gemeenten. Alleen met een unaniem besluit van het algemeen bestuur kan hiervan worden afgeweken.

  • 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van de kostentoerekeningsmethodiek als bedoeld in artikel 22 van deze regeling. Het voorziet ook in de gevolgen van de opheffing voor de in artikel 19 bedoelde functionarissen. Verder voorziet het liquidatieplan in de vereffening van het vermogen van het openbaar lichaam.

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29. Overgangsbepaling

De eerste aanwijzing van leden van het algemeen bestuur vindt plaats uiterlijk acht weken na de dag van in werking treden van de regeling.

Artikel 30. Duur

De regeling geldt voor onbepaalde tijd.

Artikel 31. Evaluatie

  • 1. Twee jaar na inwerkingtreding van deze regeling vindt evaluatie plaats ten aanzien van de werkwijze en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie. Het algemeen bestuur besluit over de vormgeving van deze evaluatie.

  • 2. Na de periode genoemd in lid 1 besluit het algemeen bestuur per 4 jaar over de wenselijkheid en, indien van toepassing, vormgeving van een evaluatie ten aanzien van de werkwijze en het functioneren van de gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie. Voordat het algemeen bestuur hierover een besluit neemt, peilt het bij de gemeenteraden de behoefte aan een dergelijke evaluatie.

  • 3. Daarnaast zal het algemeen bestuur een evaluatie uitvoeren als een meerderheid van de gemeenten daarom vraagt.

Artikel 32. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

Artikel 33. Slotbepaling

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

Artikel 34. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Regio De Baronie.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen-Chaam op 6 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena op 6 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau op 6 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda op 6 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen op 6 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur op 16 december 2025;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg op 5 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk op 16 december 2025;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout op 13 januari 2026;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert op 6 januari 2026.