Leidraad Invordering 2026 van de gemeente Hilversum

Geldend van 16-01-2026 t/m heden

Intitulé

Leidraad Invordering 2026 van de gemeente Hilversum

B en W besluit

Burgemeester en wethouders van Hilversum,

Overwegende dat het wenselijk is het gemeentelijke invorderingsbeleid in een beleidsdocument vast te leggen

Gelezen het voorstel Leidraad invordering 2026 met kenmerk 1514669

Gelet op de Invorderingswet 1990 en de artikelen 160, 231 en 249 tot en met 257 van de Gemeentewet;,

besluiten:

1. De Leidraad Invordering 2026 van de gemeente Hilversum vast te stellen opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage.

2. Deze Leidraad aan te halen als: Leidraad Invordering 2026 van de gemeente Hilversum.

3. De Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2019 van 12 november 2019 in te trekken met ingang van de genoemde datum in het vierde lid van dit artikel, met dien verstande dat het van toepassing blijft op de omstandigheden of feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

4. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste werkdag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Hilversum, 6 januari 2026

de gemeentesecretaris, de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage bij besluit van 6 januari 2026, 1514669

Leidraad Invordering 2026 van de gemeente Hilversum

Verkorte Inhoudsopgave

1.1 Inleiding 5

1.2 Doel 5

1.3 Vaststelling Leidraad 5

1.4 Wet- en regelgeving 5

1.5 Begrippen 6

Hoofdstuk 2Het invorderingsproces7

2.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW) 7

2.2 Stap 2: betalingsherinnering (waarschuwing) 7

2.3 Stap 3: aanmaning (art. 11 IW) 7

2.4 Stap 4: dwangbevel (art. 12 IW) 7

2.5 Stap 5: betekenen dwangbevel (art. 13 IW) 8

2.6 Stap 6: vordering (art. 19 IW) 8

2.7 Stap 7: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW) 8

2.8 Stap 8: beslag (artikel 14 IW) 8

Hoofdstuk 3Waarop kan beslag worden gelegd?10

3.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag) 10

3.2 Betalingsvordering 10

3.3 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen 11

3.4 Overheidsvordering 11

3.5 Beslag op roerende zaken 13

3.6 Beslag onroerende zaken 14

Hoofdstuk 4Acties door belastingschuldige15

4.1 Hoe kan een belastingaanslag worden betaald? 15

4.8 Uitstel van betaling (art 25 IW) 17

4.8.1 Uitstel van betaling algemeen 17

4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling 17

4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep 18

4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen 18

4.8.4 Betalingsregeling voor particulieren 18

4.8.4.2 Betalingsregeling voor ondernemers 18

4.10 Kwijtschelding (art. 26 IW) 20

4.11 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 23

4.12 Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen 27

4.13 Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord) 28

4.16 Insolventieprocedures 31

4.16.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten 31

4.16.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten 33

4.17 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) 33

4.18 Surseance van betaling 34

4.19 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) 34

4.20 Faillissement 35

4.21 Buitengerechtelijk akkoord 35

4.22 Wettelijk breed moratorium (incassopauze) 36

Hoofdstuk 5(Vervolg)acties invorderingsambtenaar37

5.1 Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW) 37

5.2 Verrekenen (art. 24 IW) 37

5.3 Invorderingsrente (art. 28 IW) 37

5.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW) 37

5.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid 38

5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling 38

5.5 Informatieverplichtingen(art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW) 38

Hoofdstuk 1 Inleiding en toepassingsgebied

1.1Inleiding

De gemeente Hilversum vindt het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en consistente invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van vorderingen.

Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen.

Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol.

De leidraad is de basis, maar er moet steeds worden beoordeeld of dit niet leidt tot onbedoelde en onevenredige effecten (artikel 4:84 Awb is van toepassing).

1.2Doel

Deze leidraad is bedoeld om het invorderingsproces en het bijbehorende invorderings- en kwijtscheldingsbeleid vast te leggen en begrijpelijk te maken voor zowel de medewerkers die zich bezighouden met de invordering als de belastingschuldigen.

1.3Vaststelling Leidraad

Het college van B&W heeft de Leidraad Invordering vastgesteld.

Inzien

De leidraad invordering is via www.overheid.nl in te zien.

1.4Wet- en regelgeving

De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten:

Invorderingswet 1990 (IW 1990)

De gemeente Hilversum is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen.

Kostenwet invordering Rijksbelastingen

De Kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wet die regels geeft over hoe de gemeente moet omgaan met burgers en bedrijven. Het zorgt ervoor dat de gemeente eerlijk, duidelijk en volgens bepaalde procedures handelt als zij besluiten neemt die invloed hebben op mensen.

Volgens de IW 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing, maar voor de invordering van gemeentelijke belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen als dat mogelijk is. Daarnaast moet de gemeente zich altijd houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Dwangsom bij niet-tijdige beslissing

Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een (geld) boete die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen. De regeling voor dwangsommen bij niet-tijdige beslissingen (artikel 4:17 Awb) is niet van toepassing op de invordering van belastingschulden. De dwangsom geldt alleen in de volgende gevallen:

• bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet;

• bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet;

• bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in art. 7, lid 1, Kostenwet;

• bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde

• verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet;

• bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 63b van de wet.

1.5Begrippen

Het college van B&W

is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het college kan nadere regels voor de heffing en invordering stellen. Daarbij kan worden gedacht aan regels voor de aangifte, het opleggen van voorlopige aanslagen, maar ook richtlijnen bij de uitleg van bepalingen in de verordening. Ook wijst het college van B&W de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar aan.

De heffingsambtenaar

is verantwoordelijk voor het opleggen van de belasting aanslagen. Naast het opleggen van de aanslagen beslist de heffingsambtenaar ook op de bezwaarschriften, en treedt voor de gemeente op in beroep en hoger beroep.

De invorderingsambtenaar

is verantwoordelijk voor het incasseren van de opgelegde aanslagen. Naast het verzenden van de aanslagen en het incasseren van de bedragen, zorgt de invorderingsambtenaar voor dwangmaatregelen zoals aanmaningen en dwangbevelen.

De belastingschuldige

is degene die de belastingaanslag moet betalen - dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld.

Gevorderde som (Kostenwet)

is het openstaande belastingbedrag zonder kosten van de aanmaning en het dwangbevel en zonder invorderingsrente.

De belastingdeurwaarder

is wettelijk bevoegd om deurwaarderswerkzaamheden in het kader van dwangmaatregelen te verrichten voor de invordering van gemeentelijke belastingen. Hij voert zijn taken altijd uit in opdracht van de invorderingsambtenaar en houdt bij de uitoefening van die taken rekening met de persoonlijke situatie van de belastingschuldige.

Een ondernemer

is een belastingschuldige die een onderneming heeft of zelfstandig een beroep uitoefent.

Een particulier

is een belastingschuldige die geen ondernemer is.

Hoofdstuk 2Het invorderingsproces

Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er een herinnering en altijd een aanmaning en een dwangbevel gestuurd en uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen.

Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiezen wij voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.

2.1Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW)

Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen.

Versturen van het aanslagbiljet

De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige gestuurd. In sommige gevallen wordt de belastingaanslag niet aan de belastingschuldige maar aan zijn wettelijke vertegenwoordiger verstuurd.

MijnOverheid

De belastingaanslag kan ook digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aanpassen bij MijnOverheid.

2.2Stap 2: betalingsherinnering (waarschuwing)

Op de aanslag staat de datum waarop de aanslag moet zijn betaald. Als de betaling niet op tijd binnenkomt, wordt er een betalingsherinnering gestuurd. De belastingschuldige heeft dan veertien dagen om toch nog te betalen zonder extra kosten.

2.3Stap 3: aanmaning (art. 11 IW)

Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. Hij moet dan binnen veertien dagen het openstaande bedrag betalen, met extra kosten.

2.4Stap 4: dwangbevel (art. 12 IW)

Als ook na de vooraankondiging dwangbevel de belastingschuldige de belastingaanslag niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen.

Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige bevel krijgt om de schuld te betalen.

2.5Stap 5: betekenen dwangbevel (art. 13 IW)

De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.

Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:

- de belastingaanslag die nog niet is betaald;

- de plicht om te betalen, en;

- de gevolgen als er niet wordt betaald.

Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:

1. Door de invorderingsambtenaar via de post (art. 13 IW).

2. Door een deurwaarder volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

(Rv).

Kosten betekening dwangbevel

Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som.

2.6Stap 6: vordering (art. 19 IW)

De invorderingsambtenaar kan een derde (= een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'.

2.7Stap 7: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW)

Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt. Dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling.

Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen. Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog twee dagen om te betalen.

Kosten hernieuwd bevel tot betaling

Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening.

2.8Stap 8: beslag (artikel 14 IW)

Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen.

Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder het recht heeft om eigendommen van een belastingschuldige in beslag te nemen.

Op welke zaken mag een deurwaarder beslag leggen?

Beslaglegging kan plaatsvinden op verschillende soorten eigendommen:

- beslag onder derden (bijv. beslag op een auto die bij een garage staat voor onderhoud);

- beslag roerende zaken (bijvoorbeeld auto, TV);

- beslag op onroerende zaken (bijvoorbeeld woning);

- etc.

Specifieke vorm van beslag

- loonbeslag (bij de werkgever wordt op het loon van de werknemer beslag gelegd).

Hoofdstuk 3Waarop kan beslag worden gelegd?

Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd of vordering worden gedaan op het inkomen of zijn eigendommen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen toegelicht.

3.1Vordering op loon of uitkering (loonbeslag)

De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.

De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd.

Beslagvrije voet

De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.

Bezwaar tegen beslagvrije voet

De belastingschuldige kan bezwaar maken tegen de hoogte van het bedrag dat hij maandelijks krijgt (de beslagvrije voet). Daarvoor dient hij binnen 4 weken contact op te nemen met het deurwaarderskantoor. Zie artikel 3.5.

Vordering (loonbeslag) opheffen

Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.

3.2Betalingsvordering

Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. De betalingsvordering kan worden toegepast bij zowel particulieren als ondernemingen.

Beslagvrij bedrag en betalingsvordering

Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.

Deze bedragen zijn wettelijk vastgelegd in artikel 475da, lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.).

Kosten betalingsvordering

De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen.

Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering

De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeldt. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.

Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk

Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. Voor deze procedure (artikel 17 IW) is een advocaat verplicht.

3.3Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen

De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder de curator in het faillissement van belastingschuldige en onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders.

De vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen wordt in voorkomende gevallen toegepast.

3.4Overheidsvordering

De overheidsvordering is een eenvoudige manier van beslag leggen op de betaalrekening(en) van de belastingschuldige, inclusief de kredietruimte.

Het beslag heeft geen betrekking op spaarrekeningen of tegoeden op creditcards en wordt niet uitgevoerd wanneer de belastingschuldige in de schuldsanering zit of failliet is verklaard. De bank is verplicht hieraan mee te werken.

Als de invorderingsambtenaar een overheidsvordering heeft gedaan, krijgt de belastingschuldige hierover een brief. De bank meldt op het bankafschrift ook dat de overheidsvordering is gedaan. De belastingschuldige kan zijn bank geen opdracht geven het bedrag terug te storten.

Hoeveel en hoe vaak mag er worden afgeschreven

De invorderingsambtenaar kan een overheidsvordering inzetten bij belastingaanslagen met een openstaand bedrag van maximaal € 1.500. Er mag per belastingaanslag niet meer dan twee keer per maand een overheidsvordering worden gedaan. Dit mag maximaal 3 aaneengesloten maanden. De overheidsvordering zelf mag niet meer dan € 500,- bedragen.

Geldproblemen door de overheidsvordering

Als de belastingschuldige geldproblemen krijgt door de uitvoering van de overheidsvordering dan kan de belastingschuldige contact opnemen met de invorderingsambtenaar.

De invorderingsambtenaar maakt dan betaalafspraken over het nog te betalen bedrag en kan (een deel van) het met de overheidsvordering afgeschreven bedrag terugbetalen.

Bezwaar tegen beslagvrije voet overheidsvordering

De invorderingsambtenaar berekent de beslagvrije voet voordat de overheidsvordering wordt gestuurd aan de bank. Als de belastingschuldige hierdoor een lager bedrag overhoudt dan de voor hem geldende beslagvrije voet, kan hij de invorderingsambtenaar verzoeken de overheidsvordering in te trekken.

Bij het verzoek aan de invorderingsambtenaar moet de belastingschuldige:

- inkomen -en gezinsgegevens verstrekken voor de vaststelling van de beslagvrije voet;

- een overzicht verstrekken van banktegoeden op het moment dat de overheidsvordering is gedaan;

- aangeven of op het moment dat de overheidsvordering werd gedaan ook al beslag op het loon was

gelegd.

De invorderingsambtenaar bepaalt op grond hiervan eerst de van toepassing zijnde beslagvrije voet. Als deze berekening leidt tot een correctie van de vordering, past de invorderings- ambtenaar een vermogenstoets toe.

Dit gebeurt op basis van het totaal van de bank- en spaartegoeden op het moment dat de vordering is gedaan. Hiermee wordt voorkomen dat de belastingschuldige met geen of weinig inkomen maar met spaargeld de overheidsvordering ongedaan kan laten maken.

Als door een gerechtsdeurwaarder beslag is gelegd op het loon houdt de invorderingsambtenaar bij zijn beoordeling of de overheidsvordering moet worden ingetrokken, rekening met het feit dat belastingschuldige slechts het met zijn beslagvrije voet corresponderende bedrag op zijn bankrekening overgemaakt krijgt.

Als geen spaartegoeden aanwezig zijn, is in die gevallen – afgezien van specifieke omstandigheden - aannemelijk dat belastingschuldige door het toepassen van de overheidsvordering een lager bedrag overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet.

Bij aantasting van de beslagvrije voet door de overheidsvordering geldt een beperkte terugwerkende kracht. Dit betekent dat alleen de laatste overheidsvordering vóór het verzoek om herberekening van de beslagvrije voet ongedaan gemaakt wordt.

3.5Beslag op roerende zaken

De belastingdeurwaarder kan bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.

Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.

Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.

Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.

Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden.

De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachtte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen.

Toestemming bij grote bedrijven

Als de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen.

De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:

- de beslaglegging bedoeld is om snel (een deel van) de bezittingen van het bedrijf te verkopen;

- door de beslaglegging geld of de voorraad van het bedrijf vrijwel helemaal in beslag wordt

genomen;

- derden niet onwetend blijven van de beslaglegging, zoals altijd het geval bij een beslag onder

derden.

Kosten van het beslag

De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet.

Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen

Onze deurwaarder van het kantoor heeft de belastingschuldige vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd.

In het proces-verbaal dat de deurwaarder heeft opgemaakt, staat omschreven welke roerende zaken in beslag zijn genomen en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht.

Voor het treffen van een betalingsregeling moet de belastingschuldige contact opnemen met het deurwaarderskantoor. Het deurwaarderskantoor houdt zich daarbij aan de beleidsregels van de gemeente Hilversum.

De belastingschuldige is het niet eens met het beslag (verzet)

De belastingschuldige kan in verzet komen tegen het beslag. Hij moet dan een advocaat inschakelen om de invorderingsambtenaar te dagvaarden. De zaak wordt vervolgens behandeld bij een rechtbank.

3.6Beslag onroerende zaken

Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.

Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht.

Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen.

De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.

Kosten beslag onroerende zaken

Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster.

Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen?

Ook bij beslag op een woning hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen. De belastingschuldige dient hiervoor contact op te nemen met het deurwaarderskantoor.

Hoofdstuk 4Acties door belastingschuldige

In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.

De meest voor de hand liggende actie is een betaling. Bij de afboeking van een betaling op een belastingaanslag moeten als eerste de kosten, als tweede de rente en als derde het restant van de betaling worden afgeboekt op de belastingaanslag (art. 7 IW)

4.1Hoe kan een belastingaanslag worden betaald?

De belastingschuldige kan op de volgende manieren de belastingaanslag betalen:

- door het bedrag zelf over te maken op rekeningnummer NL22 BNGH 0285 1073 05 van de

gemeente Hilversum;

- door het bedrag te betalen via de Digitale Belastingbalie;

- door het bedrag contant te betalen aan het loket van de gemeente;

- door iemand anders de belastingaanslag te laten betalen;

- door middel van automatische incasso.

4.2Automatische incasso

Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 10 keer het bedrag van zijn rekening af. Meer informatie staat op de website van de gemeente.

Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)

Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan.

Het incassoreglement is hier te vinden: www.overheid.nl

4.3Wanneer is er betaald?

- Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen.

- Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip

van betaling.

- Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de

belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling.

- Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de

gemeente is betaald als tijdstip van betaling.

4.4Richtlijnen bij het afboeken van een betaling

Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen:

- betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is

aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW;

- betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen;

- een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling.

4.5Betaling bij vergissing of misverstand

Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.

In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen.

4.6Geen mededeling verwerking betaling

De invorderingsambtenaar stuurt de belastingschuldige geen bericht om hem op de hoogte te brengen over de afboeking van een betaling. Dit geldt ook als een betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving (automatische incasso).

4.7Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)

Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er teveel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.

Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer op naam van belastingschuldige dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.

Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.

Uitbetalingsfouten

Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.

Directe uitbetaling gebeurt wél als de belastingschuldige aantoont dat:

- hij tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling

niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren, én

- hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de

bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.

Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen omdat hij daar geen recht op had.

Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de

belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout.

De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.

4.8Uitstel van betaling (art 25 IW)

4.8.1 Uitstel van betaling algemeen

Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:

- de belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend;

- de belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijn(en) betalen omdat hij geen of onvoldoende geld heeft;

- de belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP).

De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hier van afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling.

4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling

De belastingschuldige kan op 5 manieren uitstel van betaling aanvragen:

- via de Digitale Belastingbalie. Hiervoor is DigiD of eHerkenning nodig.

- per e-mail: belastingen@hilversum.nl

- per post:

Gemeente Hilversum

T.a.v. Belastingen

Postbus 9900

1201 GM Hilversum

- per telefoon: 14 035

- via het bezwaar of beroepschrift

4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep

Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar of beroep vragen om uitstel van betaling.

Uitstel van betaling wordt door de invorderingsambtenaar alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar of beroep tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden.

Het uitstel van betaling eindigt automatisch als er uitspraak is gedaan op het bezwaar of het beroep.

4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen

Als de belastingschuldige de belastingaanslag niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald. De invorderingsambtenaar kan ook aanvullende voorwaarden stellen.

Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn wordt er geen betalingsregeling afgesproken.

4.8.4.1 Betalingsregeling voor particulieren

Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.

Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 12 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven.

Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan de deurwaarder. Dan kan er nog 1 keer een betalingsregeling worden afgesproken.

4.8.4.2 Betalingsregeling voor ondernemers

Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.

Verder geldt dat een betalingsregeling voor ondernemers maximaal 6 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven.

Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan de deurwaarder. Dan kan er nog 1 keer een betalingsregeling worden afgesproken.

4.9Tweede verzoek voor uitstel van dezelfde aanslag (herhaald verzoek)

Als de invorderingsambtenaar bij een herhaald verzoek om een betalingsregeling van mening is dat hij een beslissing kan nemen die gunstiger is voor de belastingschuldige dan zijn eerdere beslissing, dan handelt hij het verzoek zelf af en verstuurt hij een nieuwe betalingsregeling. Tegen deze beslissing kan de belastingschuldige een beroepschrift indienen bij het college van B&W, als hij het met de nieuwe betalingsregeling niet eens is.

4.9.1 Verrekening van teruggaven

Tijdens de loop van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan wel tot gevolg hebben dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het overeengekomen bedrag.

4.9.2 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling

De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling.

4.9.3 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd?

De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:

- de belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling;

- blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt;

- de reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen;

- de belastingschuldige is toegelaten tot de minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen.

Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling. In dat geval zal de invorderingsambtenaar voordat hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen veertien dagen de achterstand te voldoen.

4.9.4 Invordering voortzetten

Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering pas na veertien dagen opgestart dan wel voortgezet.

4.9.5 Beroep

De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:

- zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen;

- een eerder verleend uitstel is ingetrokken.

Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W.

Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.

Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeldt in een brief.

4.10Kwijtschelding (art. 26 IW)

Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel.

Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, wat hij bezit (zoals een auto) en hoe hij woont. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken.

4.10.1 Uitleg van begrippen

Normbedragen bij kwijtschelding

zijn standaardbedragen die wij gebruiken bij de berekening van kwijtschelding. We gaan er bij deze berekening vanuit dat dit de kosten zijn die de belastingschuldige heeft gemaakt om te leven. De hoogte van de bestaanskosten is afhankelijk van de persoonlijke situatie.

Vermogen

is de waarde van alle bezittingen van de belastingschuldige en zijn of haar partner.

Motorvoertuig

Met motorvoertuig wordt niet alleen een auto of een motor verstaan, maar alle voertuigen die met behulp van mechanische of elektrische kracht worden voortbewogen. Dus ook bromfietsen, scooters, brommobielen en elektrische fietsen.

Betalingscapaciteit

is het verschil tussen het verwachte netto inkomen per maand van de belastingschuldige en zijn of haar partner en de verwachte maandelijkse kosten voor levensonderhoud in de 12 maanden na de aanvraag voor kwijtschelding.

Besteedbaar inkomen

is het totaal aan inkomsten (bijvoorbeeld loon, pensioen, sociale uitkeringen, vakantiegeld, huurtoeslag etc. ) verminderd met de maandelijkse kosten, zoals woonlasten en de niet door de werkgever ingehouden premies ziektekostenverzekering en de nominale premies volgens de Zorgverzekeringswet.

4.10.2 Beleidskeuzes kwijtschelding

In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de IW 1990. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).

De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden.

De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is gepubliceerd op www.overheid.nl.

4.10.3 Aanvragen kwijtschelding en aanleveren informatie

Een verzoek om kwijtschelding kan schriftelijk via een speciaal formulier of digitaal (via de digitale belastingbalie) ingediend worden. Als een formulier niet goed is ingevuld, krijgt de belastingschuldige de kans om de ontbrekende gegevens binnen veertien dagen alsnog aan te leveren.

Als uit de toetsing bij het Inlichtingenbureau blijkt dat er meer informatie nodig is kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen veertien dagen worden aangeleverd.

De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens maximaal twee keer op. Als de aanvrager niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen.

4.10.4 Geautomatiseerde kwijtschelding

De gemeente maakt voor het beoordelen van het recht op kwijtschelding gebruik van het Landelijke Inlichtingenbureau. Het Inlichtingenbureau helpt de gemeente bij het controleren van aanvragen voor kwijtschelding. Ieder kwijtscheldingsverzoek dat de gemeente ontvangt wordt door het Inlichtingenbureau getoetst.

Voor deze toetsing vergelijkt het Inlichtingenbureau verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de belastingdienst, het RDW en het UWV) met de voor het Inlichtingenbureau vastgestelde normbedragen.

Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen vraagt de gemeente aanvullende informatie op bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld.

Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling.

De gemeente kan het Inlichtingenbureau ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldigen die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen.

Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige verlenen. De belastingschuldige moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets.

4.10.5 Kwijtschelding van al betaalde belastingaanslagen

De invorderingsambtenaar kan belasting die al betaald is, alsnog kwijtschelden. Dit gebeurt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

- de belastingschuldige moet het verzoek om kwijtschelding binnen drie maanden na de laatste betaling op de belastingaanslag indienen;

- de belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die normaal gesproken zouden hebben geleid tot kwijtschelding, als hij daar eerder om had gevraagd.

Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.

4.10.6 Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding

Bij het beoordelen van het verzoek om kwijtschelding wordt gekeken naar de gegevens en normen die op dat moment gelden.

4.10.7 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden

De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen onder voorwaarden. Deze voorwaarden zullen worden vermeld in de beslissing op het kwijtscheldingsverzoek.

4.10.8 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding

Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij duidelijk uitleggen waarom hij dit besluit heeft genomen en wat de redenen voor de afwijzing zijn.

4.10.9 Na afwijzing: veertien dagen wachten bij voortzetting invordering

Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, of als een beroepschrift tegen een afwijzing is afgewezen, moet de belastingschuldige het verschuldigde bedrag binnen veertien dagen betalen, of binnen de betalingstermijnen die op het aanslagbiljet staan.

4.10.10 Wanneer wordt er geen kwijtschelding verleend?

Er wordt geen kwijtschelding verleend als:

- Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan het inkomen, en de belastingschuldige niet voldoende uitleg heeft gegeven over het verschil.

- Het de belastingschuldige is te verwijten dat de belastingaanslag niet kan worden betaald, bijvoorbeeld wanneer:

- Een belastingteruggaaf niet is gebruikt om de schuld te betalen (tenzij het om een voorlopige teruggaaf gaat).

- Er op enig moment voldoende geld aanwezig was om de aanslag te betalen, maar de belastingschuldige toch niet heeft betaald.

- De belastingaanslag(en) binnen de minnelijke en/of wettelijke schuldsaneringsregeling valt, tenzij er een akkoord is zoals bedoeld in de wet.

- De invorderingsambtenaar extra voorwaarden heeft gesteld waaraan nog niet is voldaan. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend.

- De belasting waarschijnlijk binnen korte tijd betaald kan worden, bijvoorbeeld als:

- Er binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf wordt verwacht, anders dan de

voorlopige teruggaaf.

- Er binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële situatie van de belastingschuldige wordt verwacht. Met een “verbetering” wordt bedoeld dat de belastingschuldige binnen een jaar waarschijnlijk wél weer in staat is om een groter deel van zijn belastingschuld te betalen. Dit kan bijvoorbeeld komen door:

- een stijging van het inkomen;

- een nieuwe baan;

- herstel na tijdelijke financiële tegenslag;

- of andere redenen waardoor er meer financiële ruimte ontstaat.

4.11Kwijtschelding van belastingen voor particulieren

Ex-ondernemers en kwijtschelding

Op een ex-ondernemer (= een particulier die met zijn onderneming of zelfstandig beroep volledig is gestopt) is het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren van toepassing.

4.11.1 Beoordeling kwijtschelding en bevindingen Inlichtingenbureau

Een kwijtscheldingsverzoek wordt beoordeeld op basis van de bevindingen van het Inlichtingenbureau. In de basis worden alleen de onderdelen beoordeeld waar het Inlichtingenbureau een bevinding heeft gemeld. De invorderingsambtenaar kan hier van afwijken als hij daar aanleiding toe ziet.

4.11.2 De auto en vermogen

De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen.

Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie. Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen.

Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is.

Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo.

Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het Inlichtingenbureau of de ANWB Koerslijst. Daarbij wordt uitgegaan van de door de belastingschuldige doorgegeven kilometerstand. Als er geen kilometerstand bekend is wordt er uitgegaan van 15.000 kilometer per levensjaar van de auto.

Als het niet mogelijk is om met de ANWB Koerslijst een waarde te bepalen wordt er gekeken naar een vergelijkbare auto op de tweedehands (online) automarkt.

Een auto telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden.

Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is.

Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is.

Als er meer dan één motorvoertuig in eigendom is wordt de vrijstelling toegepast op de waarde van het goedkoopste motorvoertuig. Alle andere motorvoertuigen worden volledig als vermogen aangemerkt.

4.11.3 Geld op bankrekening(en) en vermogen

- Vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (of vergelijkbare eenmalige ontvangsten) worden in mindering gebracht op het vermogen als deze korter dan 3 maanden geleden zijn ontvangen.

- Als de belastingschuldige in het rood (in de min) staat op een rekening, wordt dit verrekend met een andere rekening van de belastingschuldige waar geld op staat.

- De kredietruimte van een doorlopend krediet wordt niet als vermogen gezien.

- Spaartegoeden tellen mee als vermogen.

4.11.4 Vermogen en studielening

Het vermogen van studenten kan gedeeltelijk gespaard zijn met het lening deel van de studiefinanciering. Dit spaargeld telt mee als vermogen, maar wordt verminderd met 3 maanden lening deel van de studiefinanciering.

4.11.5 Eigen woning en vermogen

Als een woning meer waard is dan de hypotheek, telt de overwaarde mee als vermogen. Dit kan betekenen dat het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen. In sommige gevallen kan de invorderingsambtenaar uitstel van betaling geven, met een hypotheek op de woning als zekerheid. Dit gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen.

Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde.

4.11.6 Vermogen van kinderen

Het vermogen van kinderen die thuis wonen telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen.

4.11.7 Erfenissen en vermogen

Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding na het overlijden van de belastingschuldige, wordt gekeken of de belastingaanslag uit de erfenis kan worden betaald. De financiële situatie van de erfgenamen is meestal niet van belang, tenzij de partner van de belastingschuldige het verzoek indient. In dat geval worden ook hun financiële omstandigheden meegenomen.

4.11.8 Schadevergoedingen en vermogen

Ontvangen schadevergoedingen worden gedurende een bepaalde periode niet meegerekend als vermogen. Materiële schadevergoedingen zijn één jaar vrijgesteld, immateriële schadevergoedingen voor drie jaar.

4.11.9 Vakantiegeld

Vakantiegeld telt mee als inkomen. Voor vakantiegeld wordt gerekend met 7% van het inkomen, tenzij het werkelijk ontvangen vakantiegeld meer of minder is dan dit percentage.

4.11.10 Studenten

Bij het berekenen van het netto besteedbare inkomen wordt gekeken naar de studiefinanciering die de student ontvangt en andere inkomsten die de student heeft.

Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget (bepaald bedrag) voor hun levensonderhoud. In het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag.

De inkomsten van een student worden op een standaardbedrag gesteld.

A. Voor studenten in het hoger onderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen.

B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen en met het bedrag aan onderwijsretributie.

Het standaardbedrag voor boeken en leermiddelen wordt jaarlijks door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald.

Als een student naast studiefinanciering ook eigen inkomen heeft, wordt het inkomen van de student bepaald zoals hierboven bij A en B is beschreven.

Als de studiefinanciering (zonder het collegegeldkrediet voor hoger onderwijs) en de eigen inkomsten samen hoger zijn dan de kosten van levensonderhoud voor het huishouden, wordt de betalingscapaciteit berekend met de volgende formules:

Formule 1: (P + Q) – R – S = X

P is de studiefinanciering die de student heeft gekregen (zonder het collegegeldkrediet)

Q is het totaal van de eigen inkomsten van de student

R is het normbudget voor levensonderhoud dat geldt voor de student

S is de lening die de student bij de DUO heeft ontvangen

De uitkomst (X) kan nooit lager zijn dan nul.

Formule 2: X + Y = T

Y is het standaardbedrag voor inkomsten van de student, zoals eerder beschreven.

T is het totaal van de inkomsten van de student. Dit inkomen wordt gebruikt om het netto besteedbaar inkomen te berekenen.

Als de studiefinanciering voor een groot deel uit een lening bestaat, wordt dezelfde berekening gebruikt zoals hierboven beschreven.

4.11.11 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage

Uitkeringen die de belastingschuldigen ontvangen als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de (aanvullende) bijzondere bijstand voor belastingschuldige jonger dan 21 jaar en de ouderlijke bijdrage in geld die zij ontvangen, wordt wel als inkomen gezien. Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering. Dit is nodig als het geld van de ouders ontbreekt of niet genoeg is, zodat het totaal op het niveau komt van de bijstand voor personen van 21 tot 65 jaar.

4.11.12 Persoonsgebonden budget

Geld dat wordt ontvangen uit een persoonsgebonden budget voor zorg, begeleiding of hulp, en dat niet gedekt wordt door de zorgverzekering of reguliere bijstand, wordt niet als inkomen meegerekend.

4.11.13 Betalingen op belastingschulden

Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen twaalf maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden.

Betalingen voor belastingschulden omvatten niet alleen betalingen aan de Rijksbelastingdienst, maar ook betalingen voor waterschapsbelastingen.

4.11.14 Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering

Een deel van de premie ziektekosten die de belastingschuldige betaalt, wordt niet meegenomen als uitgave, in de berekening van de kwijtschelding. Dat deel noemen wij de normpremie ziektekosten die door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt vastgesteld.

4.11.15 Kwijtschelding tijdens WSNP

Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.

Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van de betalingscapaciteit, zoals beschreven in

artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het inkomen van de belastingschuldige niet

wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat onder het financieel beheer van de

schuldhulpverlener valt.

Ook wordt opgemerkt dat het geld dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt, niet

wordt gezien als vermogen volgens artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

4.11.16 Onderhoud gezinsleden in het buitenland

Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar zijn gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee.

4.12Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen

Voor belastingschuldigen die een bedrijf hebben of zelfstandig werken, gelden voor bepaalde gemeentelijke belastingen (die niet direct met hun werk te maken hebben) dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen. De beoordeling van de aanvraag gebeurt op basis van het inkomen dat iemand heeft en het vermogen dat hij of zij bezit, bijvoorbeeld uit loon, een uitkering, enzovoort.

Bij de beoordeling van het netto-inkomen wordt gekeken naar:

- de balans-, winst- en verliesrekening van het jaar vóór het jaar van aanvraag van de kwijtschelding;

- een kopie van de aangifte inkomstenbelasting van het jaar vóór het jaar van aanvraag van de kwijtschelding, en;

- de volledige bankafschriften van alle privérekeningen en zakelijke rekeningen van de laatste 3 maanden voorzien van datum en saldo.

Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het bedrijfsvermogen dat nodig is voor het bedrijf, niet meegerekend.

4.13Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord)

Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers.

De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen.

Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord

De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord.

Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing?

Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt.

Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek

In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat hij de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kan betalen.

Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat hij voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord.

Hierbij gelden de volgende regels:

- Er wordt geen verrekening gedaan van belastingteruggaven of andere teruggaven die na de datum van het verzoek om het saneringsakkoord zijn ontstaan.

- De betalingstermijn van twaalf maanden begint de dag na de datum van de voorwaardelijke instemming.

- De ondernemer moet alle nieuwe belastingaanslagen, die door de invorderingsambtenaar worden geïnd, tijdig betalen gedurende de gehele saneringsprocedure, niet alleen tijdens de uitstelperiode.

- De ondernemer hoeft geen zekerheid te stellen (zoals een borg).

Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.

Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord

De gemeente doet niet mee aan een akkoord als:

- Een derde voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld en de aansprakelijkstelling meer oplevert dan een akkoord.

- Uit het akkoord meer moet komen dan voortzetting van invordering zou opleveren.

- De ondernemer iets verwijtbaar heeft gedaan waardoor de belastingen niet zijn betaald.

- De ondernemer andere schuldeisers met enige voorrang heeft betaald, zodat nu de gemeente als enige schuldeiser is overgebleven.

- Een of meer schuldeisers hun niet-betaalde deel van de schuld niet kwijtschelden, maar het verkopen aan een derde of omzetten in aandelen.

Bijzondere schuldeisers

Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere:

- Pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder boven de concurrente vordering van de gemeente gaat.

- Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaken totdat hij de koopprijs voor deze zaken ontvangt.

- Dwangcrediteuren. Hiermee worden bedoeld de schuldeisers waarvan de ondernemer in zijn voortbestaan afhankelijk is. Zo houdt de invorderingsambtenaar bij de beoordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld.

- Hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben voor zover hun vordering gedekt wordt door hypotheek niets te maken met andere schuldeisers dus ook niet met de gemeente.

4.14Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding

Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.

Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.

De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar dan kan hij wel een voorwaarde stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen drie jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.

Als de invorderingsambtenaar besluit om voorlopig geen invorderingsmaatregelen te nemen, kan hij voorwaarden of daarbij een termijn stellen. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar de beslissing intrekken. Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin hij aangeeft dat hij de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan veertien dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.

4.15Administratief beroep

Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding

Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan hij een brief richten aan het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet naar de invorderingsambtenaar worden gestuurd.

De invorderingsambtenaar kan in sommige gevallen opnieuw een verzoekformulier sturen naar de belastingschuldige voor het advies aan het college van B&W. Als de belastingschuldige het formulier niet terugstuurt, krijgt hij nog een kans om dat alsnog te doen. Als hij dat niet doet, informeert de invorderingsambtenaar het college van B&W en raadt hij aan om het beroep af te wijzen.

Herhaald verzoek om kwijtschelding

De invorderingsambtenaar behandelt een bezwaar van de belastingschuldige tegen de beslissing over het verzoek om kwijtschelding als een administratief beroep gericht aan het college.

Dit geldt ook als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), nadat dit verzoek eerder (gedeeltelijk) werd afgewezen, en de belastingschuldige geen nieuwe feiten aandraagt. En ook niet aangeeft dat zijn financiële situatie is veranderd.

In zulke gevallen neemt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing als hij denkt dat het voor de belastingschuldige gunstiger is.

Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), maar daarbij nieuwe feiten of veranderingen noemt, dan beslist de invorderingsambtenaar op basis van die nieuwe informatie. Dit geldt ook als het college van B&W al eerder een negatief besluit heeft genomen over een administratief beroep.

Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en) en er geen nieuwe feiten of veranderingen zijn, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af, met een verwijzing naar het eerdere besluit van het college van B&W.

Beroepsfase kwijtschelding

Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten. Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen.

Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding

Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan het opnieuw worden berekend. Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in levensonderhoud leiden niet tot een herberekening.

Beslissing college op beroep

Als het college van B&W het beroep terecht vindt, kan het de zaak meteen behandelen. Het college kan het verzoek alsnog goedkeuren of afwijzen, maar dan met nieuwe of andere redenen.

Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift

Als het beroep binnen tien dagen wordt ingediend, wordt de invordering opgeschort. Als het beroep later wordt ingediend, kan het niet ontvankelijk zijn. Toch kan het college van B&W nog altijd de bezwaren uit het beroep beoordelen, als het belang van de invordering dat niet tegenhoudt.

Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding

Als de invorderingsambtenaar niet op tijd beslist over een verzoek om kwijtschelding, kan de belastingschuldige hiertegen beroep instellen bij het college van B&W. Er is geen termijn voor dit beroep. Als tijdens de procedure blijkt dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding had moeten verlenen, kan het college van B&W meteen inhoudelijk besluiten over het beroep.

4.16Insolventieprocedures

Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige zijn schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden.

De gemeente kan daarbij helpen. Zie Grip op geld | Hilversum Mediastad.

4.16.1De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten

Stabilisatiefase

In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 240 dagen (8 maanden) stopgezet.

Voorwaarden MSNP

Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling voor maximaal 18 maanden, onder de volgende voorwaarden:

- De regeling geldt voor natuurlijke personen (mensen dus).

- De schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente.

- De schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa (is een landelijk overlegorgaan van rechters-commissaris in insolventieprocedures).

- Voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK).

- Er is een redelijke verwachting dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft.

- Het is waarschijnlijk dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord.

- Aan het eind van de regeling wordt er een bedrag betaald dat gelijk is aan wat er anders bij een wettelijke schuldsanering zou worden verkregen.

Het uitstel van betaling begint vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na het afsluiten van de overeenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener binnen 120 dagen (maar uiterlijk 240 dagen) of een regeling met de schuldeisers kan worden bereikt.

Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?

Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.

Gevolgen van het MSNP- uitstel

- Als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen

eventuele beslagen die eerder zijn gelegd.

- Er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting die is ontstaan tot de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.

- Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de

datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het

bestaande beleid.

Intrekken uitstel tijdens de MSNP

De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als:

- De schuldhulpverlener niet binnen 240 dagen na de datum van de schuldregelingsovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat.

- De belastingschuldige nieuwe belastingschulden heeft van na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, en deze niet betaalt.

- De belastingschuldige probeert om zijn schuldeisers te benadelen.

- Hij daarvoor een andere goede reden heeft.

De invorderingsambtenaar trekt het uitstel pas in nadat hij de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige veertien dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen.

Na de toepassing van de MSNP-regeling

De belastingaanslagen die betrekking hebben op de periode waarin MSNP van toepassing was zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden.

4.16.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten

Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?

Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen:

- Is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd?

- Is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden?

- Is een eventueel faillissement of schuldsanering voordeliger voor de belastingschuldige?

- Heeft invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement of de schuldsanering doorgaat?

- Is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen?

- Hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen?

- Hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld?

- Staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord zijn met het voorstel?

- Is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd?

Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.

4.17Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)

Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan worden verlengd tot 5 jaar.

Gevolgen van de WSNP

- Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten.

- Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.

Nieuwe schulden

(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.

4.18Surseance van betaling

In deze situatie waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder.

Gevolgen surseance van betaling

- de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op;

- de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de bewindvoerder aan.

4.19Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren. Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden.

Voorwaarden WHOA

De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is

voldaan:

- het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet;

- de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld;

- dat het waarschijnlijk is dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen.

De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.

De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.

De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.

Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.

Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord

Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.

Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.

4.20Faillissement

Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen.

Toestemming voor faillissementsaanvraag

Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het

college van B&W nodig.

Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.

Gevolgen faillissement

- de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op;

- gelegde beslagen komen te vervallen;

- de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan.

Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.

Einde faillissement

Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen vijf jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als hij of zij bezittingen heeft die veel waard zijn.

4.21Buitengerechtelijk akkoord

Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel.

Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

- alle schuldeisers moeten mee doen;

- alle schuldeisers krijgen hetzelfde percentage;

- het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald;

- de onderneming moet (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen.

Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:

- het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald;

- de invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het deel dat niet betaald is;

- nieuwe belastingaanslagen moeten op tijd worden betaald.

4.22Wettelijk breed moratorium (incassopauze)

Als de invorderingsambtenaar een verzoek krijgt op grond van artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt de invordering voor maximaal 6 maanden stopgezet.

Gevolgen breed moratorium:

- een gelegd beslag door de belastingdeurwaarder vervalt niet. Het beslag wordt alleen tijdelijk opgeschort;

- teruggaven worden niet verrekend;

- een lopende betalingsregeling, wordt tijdelijk opgeschort.

Hoofdstuk 5(Vervolg)acties invorderingsambtenaar

De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht.

5.1Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW)

Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, dan kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(en) op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing.

Artikel 15 IW vormt samen met art 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen.

De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden hij tot versnelde invordering overgaat.

5.2Verrekenen (art. 24 IW)

Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). De invorderingsambtenaar bepaalt of, al dan niet tot verrekening wordt overgegaan.

De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking (brief).

5.3Invorderingsrente (art. 28 IW)

Vergoeden

De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als hij meer dan zes weken te laat is met het uitbetalen van een belastingteruggaaf. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld.

Rente in rekening brengen

De gemeente berekent niet actief invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag. Verdere regels die de gemeente stelt zijn te vinden in het rentebesluit.

Het rentebesluit is hier te vinden: www.overheid.nl

5.4Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW)

De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld.

Daarnaast kan iemand anders, een derde , aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige.

Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld.

De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen.

Twee soorten bepalingen

Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken:

- De fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. De invorderingsambtenaar maakt dan gebruik van de Invorderingswet 1990.

- De civiele aansprakelijkheidsbepalingen. In dit geval maakt de invorderingsambtenaar gebruik van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling hij aansprakelijk stelt om de belastingschuld te kunnen invorderen.

Kosten

Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde.

5.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid

Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde komen overeen met de regels voor uitstel aan een belastingschuldige.

5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling

De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat vervolgens hoger beroep open bij het gerechtshof.

Tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W respectievelijk het dagelijks bestuur eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd in een juridisch geschil.

5.5Informatieverplichtingen(art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW)

Tijdens het invorderen kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens van een belastingschuldige en diens echtgeno(o)t(e) of een aansprakelijkgestelde nodig heeft. Zij zijn verplicht deze gegevens te verstrekken.

Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens

Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan vraagt hij de gegevens opnieuw op.

Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure op te starten.

Index

1.1 Inleiding 5

1.2 Doel 5

1.3 Vaststelling Leidraad 5

1.4 Wet- en regelgeving 5

1.5 Begrippen 6

Hoofdstuk 2Het invorderingsproces7

2.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW) 7

2.2 Stap 2: betalingsherinnering (waarschuwing) 7

2.3 Stap 3: aanmaning (art. 11 IW) 7

2.4 Stap 4: dwangbevel (art. 12 IW) 7

2.5 Stap 5: betekenen dwangbevel (art. 13 IW) 8

2.6 Stap 6: vordering (art. 19 IW) 8

2.7 Stap 7: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW) 8

2.8 Stap 8: beslag (artikel 14 IW) 8

Hoofdstuk 3Waarop kan beslag worden gelegd?10

3.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag) 10

3.2 Betalingsvordering 10

3.3 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen 11

3.4 Overheidsvordering 11

3.5 Beslag op roerende zaken 13

3.6 Beslag onroerende zaken 14

Hoofdstuk 4Acties door belastingschuldige15

4.1 Hoe kan een belastingaanslag worden betaald? 15

4.2 Automatische incasso 15

4.3 Wanneer is er betaald? 15

4.4 Richtlijnen bij het afboeken van een betaling 16

4.5 Betaling bij vergissing of misverstand 16

4.6 Geen mededeling verwerking betaling 16

4.7 Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW) 16

4.8 Uitstel van betaling (art 25 IW) 17

4.8.1 Uitstel van betaling algemeen 17

4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling 17

4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep 18

4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen 18

4.8.4.1 Betalingsregeling voor particulieren 18

4.8.4.2 Betalingsregeling voor ondernemers 18

4.9 Tweede verzoek voor uitstel van dezelfde aanslag (herhaald verzoek) 19

4.9.1 Verrekening van teruggaven 19

4.9.2 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling 19

4.9.3 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd? 19

4.9.4 Invordering voortzetten 19

4.9.5 Beroep 20

4.10 Kwijtschelding (art. 26 IW) 20

4.10.1 Uitleg van begrippen 20

4.10.2 Beleidskeuzes kwijtschelding 21

4.10.3 Aanvragen kwijtschelding en aanleveren informatie 21

4.10.4 Geautomatiseerde kwijtschelding 21

4.10.5 Kwijtschelding van al betaalde belastingaanslagen 22

4.10.6 Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding 22

4.10.7 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden 22

4.10.8 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding 22

4.10.9 Na afwijzing: veertien dagen wachten bij voortzetting invordering 22

4.10.10 Wanneer wordt er geen kwijtschelding verleend? 23

4.11 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 23

4.11.1 Beoordeling kwijtschelding en bevindingen Inlichtingenbureau 23

4.11.2 De auto en vermogen 23

4.11.3 Geld op bankrekening(en) en vermogen 24

4.11.4 Vermogen en studielening 25

4.11.5 Eigen woning en vermogen 25

4.11.6 Vermogen van kinderen 25

4.11.7 Erfenissen en vermogen 25

4.11.8 Schadevergoedingen en vermogen 25

4.11.9 Vakantiegeld 25

4.11.10 Studenten 25

4.11.11 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage 26

4.11.12 Persoonsgebonden budget 27

4.11.13 Betalingen op belastingschulden 27

4.11.14 Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering 27

4.11.15 Kwijtschelding tijdens WSNP 27

4.11.16 Onderhoud gezinsleden in het buitenland 27

4.12 Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen 27

4.13 Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord) 28

4.14 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding 29

4.15 Administratief beroep 30

4.16 Insolventieprocedures 31

4.16.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten 31

4.16.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten 33

4.17 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) 33

4.18 Surseance van betaling 34

4.19 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) 34

4.20 Faillissement 35

4.21 Buitengerechtelijk akkoord 35

4.22 Wettelijk breed moratorium (incassopauze) 36

Hoofdstuk 5(Vervolg)acties invorderingsambtenaar37

5.1 Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW) 37

5.2 Verrekenen (art. 24 IW) 37

5.3 Invorderingsrente (art. 28 IW) 37

5.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW) 37

5.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid 38

5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling 38

5.5 Informatieverplichtingen(art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW) 38

Ondertekening