Rentebesluit gemeentelijke belastingen 2026

Geldend van 16-01-2026 t/m heden

Intitulé

Rentebesluit gemeentelijke belastingen 2026

B en W besluit

Burgemeester en wethouders van Hilversum,

Overwegende dat het college op grond van artikel 231 Gemeentewet regels moet maken over hoe invorderingsrente wordt toegepast

Gelezen het voorstel Leidraad invordering 2026 met kenmerk 1514669

Gelet op artikel 31 van de Invorderingswet 1990 en de artikelen 231 en 249 tot en met 257 van de Gemeentewet;

besluiten:

1. Het rentebesluit 2026 vast te stellen opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage

2. Het vorige rentebesluit van 12 november 2019 in te trekken vanaf de datum genoemd in het derde lid. Voor gebeurtenissen vóór die datum blijft het oude besluit gelden.

3. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste werkdag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Hilversum, 6 januari 2026

de gemeentesecretaris, de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage

Rentebesluit 2026

Bij de invordering van gemeentelijke belastingen is hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 van toepassing.

Dit betekent dat invorderingsrente moet worden berekend indien na de laatste betalingstermijn niet of te weinig is betaald. De gemeente vergoedt in de volgende twee gevallen rente:

1. De gemeente vergoedt rente als zij meer dan zes weken te laat is met het terugbetalen van belastinggeld aan de belanghebbende. Als het aan de belanghebbende te wijten is dat de uitbetaling niet tijdig plaatsvindt, bijvoorbeeld als de belanghebbende een onjuist rekeningnummer aan de gemeente heeft verstrekt, dan wordt geen invorderingsrente vergoed. De periode waarover de invorderingsrente wordt berekend begint op de dag na de dagtekening van de aanslag of beschikking en eindigt op de dag voor de betaling.

2. Als een belanghebbende in verband met zijn bezwaarschrift uitstel van betaling heeft gevraagd en dit uitstel door de ontvanger bij beschikking is afgewezen. De gemeente vergoedt rente als de belanghebbende in de bezwaarprocedure in het gelijk wordt gesteld. De periode waarover de invorderingsrente wordt berekend begint op de dag nadat de aanslag volgens artikel 9 van de Invorderingswet 1990 invorderbaar is. Deze periode eindigt zes weken na de dagtekening van de vermindering of herziening. Als in de gemeentelijke belastingverordening een van artikel 9 afwijkende invorderingstermijn is opgenomen, is de vervaldatum van die invorderingstermijn de begindatum voor het vergoeden van invorderingsrente.

Het betaalde bedrag vormt het maximum bedrag waarover invorderingsrente wordt vergoed en wordt eventueel verminderd met een nog openstaand bedrag van de belastingaanslag of het

gevorderde bedrag.

Het percentage van de invorderingsrente is gelijk aan dat van de wettelijke rente zoals dat bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 120, eerste lid, Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is vastgesteld, met een minimum van 4%.

Artikel 31 van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat er regels mogen worden gemaakt over hoe invorderingsrente wordt afgerond en wanneer deze niet hoeft te worden berekend. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Daarin staat dat het bedrag van de invorderingsrente die moet worden betaald naar beneden wordt afgerond op hele euro’s. Het bedrag dat wordt vergoed, wordt naar boven afgerond op hele euro’s. Ook staat erin dat bij de enige of laatste betaling geen invorderingsrente wordt berekend als het bedrag €23 of minder is

Volgens artikel 231, derde lid, van de Gemeentewet moet je ‘ministeriële regeling’ lezen als ‘collegebesluit’. Dat betekent dat het college regels moet maken over hoe invorderingsrente wordt toegepast. Daarom hebben we in de modeluitvoeringsregeling gekozen om de ministeriële regeling (de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990) ook van toepassing te verklaren en de drempel vast te stellen per betaling in plaats van bij de enige of laatste betaling.

De ministeriële regeling voorziet niet in een minimumbedrag voor te vergoeden invorderingsrente. De gemeente kan dit ook niet in de uitvoeringsregeling opnemen. Uit praktische overwegingen wordt als gedragslijn gehanteerd dat geen invorderingsrente wordt berekend als het bedrag per betaling niet hoger is dan €500,-

Ondertekening