Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755504
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755504/1
Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Vlaardingen 2026
Geldend van 21-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Vlaardingen 2026Het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 1.46 lid 5 tot en met lid 7, 1.47a, 1.61 lid 1, 1.65 lid 1 en lid 4, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;
overwegende dat:
- -
kwalitatief goede kinderopvang bijdraagt aan een goede start voor kinderen in de maatschappij en bijdraagt aan een goede ontwikkeling op de gebieden van sociaal-emotioneel, cognitieve en taal ontwikkeling;
- -
in de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving kwaliteitseisen zijn opgesteld waaraan een houder moet voldoen zodat de opvang veilig is en kinderen de ruimte krijgen zich te ontwikkelen;
- -
het college de Directeur Publieke Gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond heeft aangewezen als toezichthouder;
- -
het college handhavend kan optreden als een houder van een kinderopvangvoorziening zich niet houdt aan de kwaliteitseisen;
- -
het wenselijk is om Beleidsregels vast te stellen over het toezicht en handhaving die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving en waarin een zorgvuldige belangenafweging en motivering van besluiten is geborgd;
Besluit:
Vast te stellen de Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Vlaardingen 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt het volgende verstaan onder:
- -
afwegingsmodel: overzicht waarbij per model de overtredingen van de kwaliteitseisen geclusterd zijn weergegeven en voorzien van prioriteit (= gekoppeld aan hersteltermijn), de hoogte van de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom (bijlage 1);
- -
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
- -
Besluit go: Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
- -
Besluit ko: Besluit kwaliteit kinderopvang;
- -
Besluit LRK: Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;
- -
Besluit ve: Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
- -
BSO: kindercentrum voor buitenschoolse opvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko al dan niet meertalig als bedoeld in artikel 1.55, derde lid Wko;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen;
- -
dagopvang: kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs gaan volgen als bedoeld in artikel 1 Besluit kwaliteit kinderopvang;
- -
gastouderbureau: bureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
gastouderopvang: opvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
gemeente: gemeente Vlaardingen;
- -
kinderopvangvoorziening: kindercentrum voor dagopvang of voor buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
kindercentrum: kinderopvangvoorziening als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
kwaliteitseisen: de kwaliteitseisen vastgelegd in de Wko en aanverwante regelgeving, welke door de houder nageleefd moeten worden;
- -
LRK: landelijk register kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
PRK: personenregister kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
toezichthouder: de door het college aangewezen toezichthouder kinderopvang die toezicht houdt op de naleving van de kwaliteitseisen kinderopvang;
- -
ve: voorschoolse educatie, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
VOG: verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- -
Wko: Wet kinderopvang.
Artikel 2 Toepassing
Deze beleidsregels, waarvan de bijlage onlosmakelijk onderdeel uitmaakt, zijn van toepassing op toezicht en handhaving van de kwaliteitseisen voor kinderopvangvoorzieningen.
Artikel 3 Toezicht
-
1. De toezichthouder voert het toezicht uit in opdracht van het college.
-
2. De toezichthouder houdt risico gestuurd toezicht op de geboden kwaliteit van kinderopvang en de naleving van de kwaliteitseisen.
-
3. De toezichthouder stelt voor kindercentra en gastouderbureaus na elk jaarlijks onderzoek (en zo nodig vaker) een risicoprofiel op om de inspectielast te bepalen. Hiervoor gebruikt de toezichthouder een landelijk vastgesteld model, met verschillende indicatoren.
-
4. De toezichthouder beoordeelt altijd of de houder voldoet aan de eisen die betrekking hebben op:
- -
Verklaringen Omtrent het Gedrag
- -
Rregistratie in het Personenregister kinderopvang;
- -
Pedagogische kwaliteit;
- -
Voorschoolse educatie (als daar op de locatie sprake van is).
- -
-
5. De toezichthouder kan een herstelaanbod doen voor een snel herstel van een tekortkoming. Een herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder aan de houder om binnen de door de toezichthouder gestelde termijn maatregelen te nemen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen.
-
6. Elke overtreding kan in aanmerking komen voor een herstelaanbod, tenzij:
- •
aard en ernst van de overtreding zich niet leent voor het herstelaanbod;
- •
er te veel overtredingen zijn;
- •
de houder in de voorgaande drie jaar al in de gelegenheid is gesteld om dezelfde of een vergelijkbare overtreding op te heffen;
- •
de toezichthouder direct ingrijpen noodzakelijk acht;
- •
herstel niet mogelijk is binnen de onderzoeksperiode.
- •
-
7. De toezichthouder kan, naast het herstelaanbod, een schriftelijk bevel afgeven bij overtredingen met grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang. Dit is het geval bij ernstige overtreden waarbij het nemen van maatregelen geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet nemen en binnen welke termijn.
-
8. Afhankelijk van de geconstateerde overtreding(en) en het advies van de toezichthouder is het aan het college om gemotiveerd wel of niet handhavend op te treden.
Artikel 4 Handhaving
-
1. Als uit het inspectierapport van de toezichthouder volgt dat de houder niet aan de kwaliteitseisen voldoet, kan het college handhaven.
-
2. Afhankelijk van de ernst en de aard van de overtreding kan een herstel- en/of een bestraffende maatregel worden genomen.
-
3. Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid kan het college een herstelmaatregel nemen en/of een bestuurlijke boete opleggen.
-
4. In het afwegingsmodel, zoals opgenomen in bijlage 1, is opgenomen binnen welke termijn een overtreding hersteld moet worden en de maximale hoogte van de boete of last onder dwangsom.
HOOFDSTUK 2 HERSTELLEND TRAJECT
Artikel 5 Herstelmaatregel
-
1. Indien een houder niet voldoet aan één of meerdere kwaliteitseisen, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(en).
-
2. Bij het uitvoeren van het herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:
-
Stap 1: schriftelijke waarschuwing;.
-
Stap 2: aanwijzing;
-
Stap 3: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
-
Stap 4: exploitatieverbod;
-
Stap 5: intrekken toestemming tot exploitatie en verwijdering uit het Landelijke Register Kinderopvang.
-
3. Indien de aard van de overtreding en de verdere omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan het college een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellend traject overslaan dan wel meerdere keren toepassen. Hierbij wordt rekening gehouden met een eventueel toegekend herstelaanbod, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.
-
4. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis:
- •
Prioriteit hoog : zo snel mogelijk: maximaal twee weken;
- •
Prioriteit gemiddeld : maximaal twee maanden;
- •
Prioriteit laag : maximaal zes maanden.
- •
-
5. De termijnen genoemd in het vorige lid worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang wordt ingezet.
Artikel 6 Intrekking toestemming tot exploitatie
Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wko voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken op grond van artikel 1.46, vijfde en zesde lid, Wko. Aansluitend wordt de registratie uit het LRK verwijderd.
HOOFDSTUK 3 BESTRAFFEND TRAJECT
Artikel 7 Opleggen bestuurlijke boete
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij:
- •
het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wko en aanverwante regelgeving;
- •
het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing;
- •
niet meewerken aan een verzoek van de toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van een toezichthouder;
- •
het starten van de exploitatie, voor de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie;
- •
het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens;
- •
het overtreden van het exploitatieverbod.
Artikel 8 Hoogte bestuurlijke boete
Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72 lid 1 van de Wko wordt voor alle afzonderlijke overtredingen het boetebedrag zoals opgenomen in bijlage 1 als uitgangspunt gehanteerd.
Artikel 9 Recidive
Bij de vaststelling van de boete wordt in het geval van recidive uitgaan van:
- a.
1,5 maal het onder artikel 9 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd.
- b.
2 maal het onder artikel 9 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd.
Artikel 10 Matiging
Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:
- •
de ernst van de overtreding;
- •
de mate van verwijtbaarheid;
- •
de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan; of
- •
de omstandigheden waarin de overtreder verkeert;
de hoogte van de boete onevenredig hoog is.
Artikel 11 Samenloop
De totale op te leggen boete bestaat, ingeval sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 12 Inwerkingtreding en intrekking oude beleidsregels
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekenmaking en werken terug tot en met 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2022.
Artikel 13 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang Vlaardingen 2026”
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 januari 2026,
de secretaris,
drs. E. Stolk
de burgemeester,
drs. B. Wijbenga- van Nieuwehuizen
BIJLAGE 1 AFWEGINGSMODEL
KINDERCENTRA VOOR DAG- EN BUITENSCHOOLSE OPVANG
|
Registratie, wijzigingen en administratie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
Artikel |
Prioriteit |
Boetebedrag / last onder dwangsom |
|
Een kindercentrum is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen. |
1.45, lid 3 Wko |
Hoog |
€ 20.500 |
|
De houder doet van een wijziging in aangegeven gegevens niet onverwijld mededeling aan het college, nadat deze wijziging hem bekend is geworden. |
1.47, lid 1 Wko 7, lid 2 en 3 Besluit landelijk register kinderopvang 5, lid 1 en 2 Besluit landelijk register kinderopvang |
Hoog |
€ 1.000 |
|
Kinderopvang geschiedt niet op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder. |
1.52, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 500 per ontbrekende overeenkomst |
|
De administratie is niet zodanig ingericht dat op verzoek tijdig gegevens kunnen worden verstrekt. |
11, lid 1 Regeling Wet kinderopvang |
Hoog |
€ 8.000 |
|
De administratie is niet compleet. |
11, lid 2 Regeling Wet kinderopvang |
Hoog |
€ 500 per onderdeel |
|
|
|
|
|
|
Pedagogisch klimaat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
Het kindercentrum beschikt niet over een pedagogisch beleidsplan. |
1.50, lid 1 Wko 3, lid 1 en 12, lid 1 Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder draagt er geen zorg voor dat conform het plan wordt gehandeld. |
3, lid 1, 12, lid 1 Besluit ko |
Hoog |
€2.000 |
|
De houder geeft geen uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat ve betreft. |
4, lid 1 Besluit vo |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Het pedagogische beleidsplan is niet compleet |
1.50, lid 1 Wko 3, lid 2 en 3 en 12, lid 2 en 3 Besluit ko 4a, lid 1 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij. |
4a, lid 2 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 2.000 |
|
De houder biedt geen verantwoorde kinderopvang. |
1.49, lid 1 en 1.50 lid 1 Wko 2 en 11 Besluit ko |
Hoog |
€ 10.000 |
|
De houder houdt geen rekening met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden. |
1.49, lid 1 en 1.50, lid 1 Wko 2 en 11 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 per onderdeel |
|
Het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) is niet compleet. |
4.a, lid 1 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
Er wordt niet volgens het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) gehandeld. |
4a, lid 1 Besluit ve |
Hoog |
€ 500 per onderdeel |
|
De uitvoering van het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) wordt niet geëvalueerd of actueel gehouden. |
4a, lid 2 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
Houder biedt niet voldoende uren ve |
2 Besluit ve |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De beroepskracht ve-kind ratio wordt niet nageleefd. |
3, lid 1 Besluit ve |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De maximale groepsgrootte ve wordt overschreden. |
3, lid 2 Besluit ve |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De beroepskracht ve beschikt niet over het juiste diploma. |
4, lid 1 en 2 Besluit ve 10c Regeling Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De beroepskracht ve beheerst niet aantoonbaar over niveau 3F voor mondelinge taalvaardigheid en lezen. |
4, lid 3a Besluit ve |
Hoog |
€ 500 |
|
Er is geen jaarlijks opleidingsplan voor elke ve locatie. |
4, lid 4 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Het opleidingsplan ve is niet compleet, er wordt niet volgens het opleidingsplan gehandeld, het opleidingsplan wordt niet geëvalueerd of actueel gehouden. |
4, lid 4 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 200 per onderdeel |
|
Voor de ve wordt geen programma gebruikt. |
5 Besluit ve |
Hoog |
€ 1.000 |
|
De pedagogisch beleidsmedewerker wordt niet ingezet voor het verhogen van de kwaliteit van de ve |
2a, lid 1 Besluit ve |
Gemiddeld |
€1.000 |
|
De pedagogische beleidsmedewerker wordt niet juist ingezet voor de ve |
2a, lid 2 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Er wordt niet vastgelegd aan hoeveel doelgroepkinderen op 1 januari ve wordt geboden. |
2a, lid 4 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
|
|
|
|
|
Personeel en groepen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
Een VOG-plichtige:
Een persoon die niet voldoet aan de VOG/PKR-eisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen. |
1.50, lid 3 en 4 en 1.48d, lid 2 en 3 Wko |
Hoog |
€ 2.000 per persoon |
|
Er is niet verzocht dat de VOG-plichtige (op tijd) opnieuw zijn geldig VOG overlegt. |
1.50, lid 7 Wko |
Hoog |
€2.000 |
|
De houder overlegt niet (tijdig) de geldige VOG van een persoon van 12 jaar of ouder die ten tijde van de opvang aanwezig is, op verzoek van de toezichthouder. |
1.50, lid 8 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Een beroepskracht of een pedagogische beleidsmedewerker beschikt niet over een passende opleiding. |
1.50, lid 1 Wko 6, lid 1 en 3, 15, lid 1 en 3 Besluit ko 7, lid 1 en 2, en 9a, lid 1, 2 en 3 Regeling Wko |
Hoog |
€2.000 |
|
Een beroepskracht meertalige BSO beschikt niet over:
|
1.50, lid 1 Wko 15, lid 1 Besluit ko 7a en 9aa Regeling Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
Een beroepskracht ve:
|
4, lid 1, 2, 3 en 3a Besluit ve 10c Regeling Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De inzet van een beroepskracht in opleiding of stagiair geschiedt niet overeenkomstig de cao. Meer dan een derde deel van het totaal aantal in te zetten beroepskrachten op het kindercentrum bestaat uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. |
1.50, lid 1 Wko 9 en 9c Regeling Wko |
Hoog |
€ 1.000 € 3.000 |
|
Bij de inzet van een beroepskracht in opleiding of stagiair is geen rekening gehouden met de opleidingsfase. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 8 en 16, lid 7 Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder stelt niet jaarlijks voor elke locatie een opleidingsplan vast. De houder geeft niet op concrete en toetsbare wijze uitvoering aan het opleidingsplan. Het plan is niet compleeet. |
4, lid 4 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder evalueert het plan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij. |
4, lid 4 Besluit ve |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Er zijn onvoldoende beroepskrachten ingezet voor het aantal aanwezige opvangkinderen. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 1, 2, 4 en 7 en 16, lid 1, 2 en 4 Besluit ko |
Hoog |
€ 5.000 € 2.500 |
|
Tijdens de uren dat volgens het pedagogische beleidsplan minder beroepskrachten worden ingezet is niet minstens de helft van de benodigde aantal beroepskrachten ingezet. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 1, 2, 4, 7 en 16, lid 1, 2, 4 Besluit ko |
Hoog |
€ 1.000 |
|
De beroepskracht in opleiding of stagiair wordt niet volgens de cao ingezet. |
1.50, lid 1 Wko 9 en 9z Regeling Wko |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
Het minimumaantal in te zetten beroepskrachten bestaat uit teveel beroepskrachten in opleiding of stagiairs. |
1.50, lid 1 Wko 9 en 9z Regeling Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Bij de inzet van anders gekwalificeerde beroepskrachten in opleiding en stagiairs is geen rekening gehouden met de nadere regels waarbij bepaald is onder welke voorwaarde de anders gekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding en stagiairs meegeteld mogen worden bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 8 en 16, lid 8 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Bij de inzet van een anders gekwalificeerde beroepskracht is er ter ondersteuning van deze anders gekwalificeerde beroepskracht niet ten minste een andere beroepskracht op het kindercentrum of op de locatie van een activiteit aanwezig. |
1.50, lid 1 Wko 16, lid 10 Besluit ko (BSO) |
Hoog |
€ 2. 000 |
|
De houder informeert ouders niet over de tijden waarop wel en niet wordt afgeweken van de kind ratio. |
1.50, lid 1 Wko 3, lid 3, onder a en 12, lid 3 onder a Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 500 |
|
Er is geen volwassene beschikbaar die telefonisch beschikbaar is en die binnen vijftien minuten in het kindercentrum kan zijn in geval van een calamiteit. De houder informeert zijn personeel niet over de naam en het telefoonnummer van deze persoon. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 5 en 16, lid 5 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Er is ter ondersteuning van de beroepskracht niet ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 6 en 16, lid 6 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Er wordt op een stamgroep waar een of meerdere beroepskrachten in opleiding worden ingezet, niet ten minste één beroepskracht per dag ingezet. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 11 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Een anders gekwalificeerde beroepskracht wordt als beroepskracht in de dagopvang ingezet. |
1.50, lid 1 Wko 7, lid 12 Besluit ko (dag) |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De houder heeft het minimaal aantal uren waarvoor hij jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers inzet, niet afgestemd op het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal kindercentra dat hij exploiteert. |
1.50, lid 1 Wko 8, lid 1 en 2 en 17, lid 1 en 2 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De houder bepaalt de wijze waarop hij de uren (waarvoor hij pedagogische beleidsmedewerkers inzet) verdeelt over zijn kindercentra, niet jaarlijks. De houder legt de verdeling niet schriftelijk vast. De verdeling van de uren is niet zodanig dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt. |
1.50, lid 1 Wko 8, lid 3 en 17, lid 3 Besluit ko |
Hoog Hoog |
€ 1.000 € 2.000 |
|
De opvang vindt niet plaats in stam- of basisgroepen. |
1.50, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 4.000 |
|
Een kind wordt opgevangen in meer dan één stamgroep. |
9, lid 1 en 18, lid 1 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De maximale (ve) groepsgrootte wordt overschreden. |
3, lid 2 Besluit ve |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder informeert de ouders en het kind over de stamgroep en de toegewezen beroepskrachten. |
1.50, lid 1 Wko 9, lid 3 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Aan een kind in de leeftijd tot één jaar zijn teveel vaste beroepskrachten toegewezen. Van een kind is geen vaste beroepskracht werkzaam in de stamgroep. |
1.50, lid 1 Wko 9, lid 4 Besluit ko 1.50, lid 1 Wko 9, lid 5 Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
Een kind maakt gedurende de week gebruik van meer dan twee verschillende stamgroepruimtes. |
1.50, lid 1 Wko 9, lid 6 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 2.000 |
|
Aan een kind is geen mentor toegewezen. De mentor is geen beroepskracht van het kind. De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind niet periodiek met de ouders. De mentor is voor de ouders geen aanspreekpunt bij vragen over de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. |
1.50, lid 1 Wko 9, lid 11 en 18, lid 5 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 1.000 € 500 |
|
Een beroepskracht in opleiding wordt als vaste beroepskracht aan een kind toegewezen maar:
|
1.50, lid 1 Wko 9b Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt. |
1.55, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder heeft geen gedragscode vastgesteld of daar wordt niet naar gehandeld. |
1.55, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
Het percentage van de openingstijd (van meertalige kinderopvang) waarbij Duits, Engels of Frans als taal wordt gebruikt is te hoog. |
1.55, lid 3 en 4 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De beroepskracht meertalige kinderopvang beheerst niet aantoonbaar voldoende de andere taal (Duits, Engels of Frans. |
1.50, lid 1 Wko 7a Regeling Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De houder heeft geen veiligheids- en gezondheidsbeleid. De houder draagt er geen zorg voor dat conform het beleid wordt gehandeld. |
1.50, lid 1 Wko 4, lid 1 en 13, lid 1 Besluit ko |
Hoog Hoog |
€ 3.000 € 2.000 |
|
Er is niet voldaan aan het vierogen principe. |
4, lid 4 Besluit ko |
Hoog |
€2.000 |
|
De houder heeft het veiligheids- en gezondheidsbeleid niet schriftelijk vastgelegd. De houder houdt het veiligheids- en gezondheidsbeleid niet actueel. |
1.50, lid 1 Wko 4, lid 2 en 13, lid 2 Besluit ko |
Hoog Hoog |
€ 3.000 € 2.000 |
|
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is niet compleet. |
1.50, lid 1 Wko 4, lid 3 en 4 en 13, lid 3 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
Er is niet te allen tijde en minste één volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. |
1.50, lid 1 Wko 4, lid 5 en 13, lid 4 Besluit ko 8 en 9b Regeling Wko 1.Regeling aanwijzing geregistreerde certificaten voor kinderopvang inzake met goed gevolg afgesloten onderricht verlenen voor eerste hulp aan kinderen. |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder heeft voor het personeel geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp. |
1.51a, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is niet compleet. |
1.51a, lid 1 Wko 5, lid 1 en 2 en 14, lid 1 en 2 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling niet. |
1.51b, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De houder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat een personeelslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige. |
1.51b, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling. De deskundige is niet onverwijld geïnformeerd over de aangifte. |
1.51b, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De gastouder of de persoon die werkzaam is bij een onderneming van de houder van een kindercentrum of gastouderbureau doet niet onverwijld aangifte, nadat er is geconcludeerd dat er een redelijk vermoeden is dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of aan mishandeling. |
1.51c, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven niet. |
1.51b, lid 5 en 1.51c, lid 3 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
|
|
|
|
|
Accommodatie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De binnen- of buitenruimtes zijn niet:
|
1.50, lid 1 Wko 10, lid 1 en 19, lid 1 Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
Een stamgroep beschikt niet over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 2 Besluit ko |
Hoog |
€ 2.000 per groep |
|
Per in het kindercentrum aanwezig kind is niet ten minste 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 2 (dag) en 19, lid 2 (BSO) Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
Per in het kindercentrum aanwezig kind is niet ten minste 3 m2 vaste buitenspeelruimte beschikbaar. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 3 (dag) en 19, lid 3 (BSO) Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 2.000 |
|
De buitenspeelruimte is niet aangrenzend aan het kindercentrum. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 3 (dag) en 19, lid 3 (BSO) Besluit ko |
Gemiddeld |
€2.000 |
|
De buitenspeelruimte is niet in de directe nabijheid van het kindercentrum en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 3 (dag) en 19, lid 3 (BSO) Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Het kindercentrum beschikt voor kinderen tot de leeftijd van anderhalf jaar niet over een afzonderlijke slaapplaats. |
1.50, lid 1 Wko 10, lid 4 Besluit ko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
|
|
|
|
|
Ouderrecht |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder informeert de ouders en een ieder die daar om verzoekt niet over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko |
1.54, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder informeert ouders en personeel niet (juist) over het inspectierapport. |
1.54, lid 2 en 3 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De ouders worden niet geïnformeerd over de geschillencommissie. |
1.57c, lid 2 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De ouders worden niet geïnformeerd over de tijden waarop wel en niet wordt afgeweken van de beroepskracht-kind ratio. |
3, lid 1 en 12, lid 4 Besluit ko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Er is niet binnen zes maanden na de registratie een oudercommissie ingesteld. De houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen. |
1.58, lid 1 en 2 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder betrekt ouders niet voldoende op ander wijze. De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie. |
1.58, lid 3 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De oudercommissie voldoet niet aan de eisen. |
1.58, lid 4, 5 en 6 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder heeft niet binnen zes maanden na de registratie een reglement oudercommissie vastgesteld. |
1.59, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 500 |
|
Het reglement oudercommissie voldoet niet aan de eisen. |
1.59, lid 2,3,4 en 5 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
De houder treft voor aangewezen zaken geen klachtenregeling voor ouders. |
1.57b, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd. De klachtenregeling is niet compleet. |
1.57b, lid 2 Wko |
Gemiddeld Gemiddeld |
€ 1.000 € 500 per onderdeel |
|
De houder brengt de klachtenregeling of wijzigingen hiervan niet op passende wijze onder de aandacht van ouders. De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling. |
1.57b, lid 3 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder van een kindercentrum of gastouderbureau heeft geen klachtenverslag over het voorgaande kalenderjaar opgesteld. |
1.57b, lid 4 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
Het klachtenverslag voldoet niet aan de eisen. |
1.57b, lid 5 en 6 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
De houder zendt het klachtenverslag niet tijdig aan de toezichthouder en brengt het niet gelijktijdig op passende wijze onder de aandacht van de ouders. |
1.57b, lid 8 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen. |
1.57c, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€1.000 |
|
De houder brengt de geschillencommissie niet op passende wijze onder de aandacht van de ouders. |
1.57c, lid 2 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
|
|
|
|
|
Overig |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder komt een:
niet na. |
1.65, lid 5 Wko 5:20 Awb |
Hoog |
€ 4.150 |
|
De houder exploiteert een kindercentrum ondanks een verbod hiertoe. |
1.66 Wko |
Hoog |
€ 20.750 |
GASTOUDERBUREAUS EN VOORZIENINGEN GASTOUDEROPVANG
|
Registratie, wijzigingen en administratie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
Artikel |
Prioriteit |
Boetebedrag / last onder dwangsom |
|
Een gastouderbureau of een voorziening gastouderopvang is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen. |
1.45, lid 3 Wko |
Hoog |
€ 20.750 |
|
De houder doet van een wijziging in aangewezen gegevens niet onverwijld mededeling aan het college, nadat dat wijziging hem bekend is geworden. |
1.47, li1 Wko 7, lid 2 en 5, lid 1 en 2 Besluit LRK |
Hoog |
€1.000 |
|
De administratie is niet op een manier ingericht dat op verzoek op tijd gegevens kunnen worden verstrekt,. |
1.56, lid1 Wko 11, lid 1 Regeling Wko |
Hoog |
€ 6.000 |
|
De administratie is niet compleet. |
11, lid 1 en 2 Regeling Wko 7, lid 4 Besluit go |
Hoog |
€ 1.000 per onderdeel |
|
|
|
|
|
|
Pedagogische klimaat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder stelt geen pedagogisch beleidsplan vast. |
1.56, lid 1 Wko 11, lid 1 Besluit go |
Hoog |
€ 3.000 |
|
Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet. |
1.56, lid 1 Wko 12a, lid 1 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
De houder informeert de vraagouder niet over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan. |
12a, lid 2 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De gastouder handelt niet overeenkomstig het beleidsplan. |
1.56b, lid 1 Wko 16 Besluit go |
Hoog |
€ 500 |
|
De houder draagt geen zorg voor het tot stand brengen en begeleiden van verantwoorde gastouderopvang. |
1.49, lid 4 onder a en 1.56, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 10.000 |
|
De gastouder biedt geen verantwoorde gastouderopvang. |
1.49, lid 3 en 1.56b, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 1.000 |
|
|
|
|
|
|
Personeel en eisen gastouder |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
Een VOG-plichtige:
Een persoon die niet voldoet aan de VOG?PRK-eisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen. |
1.56, lid 3, 1.50, lid 3, 1.56b, lid 3 en 1.48 lid 2 en 3 Wko |
Hoog |
€ 3.000 per persoon |
|
De houder overlegt niet (tijdig) opnieuw zijn geldig VOG, op verzoek van de toezichthouder. |
1.56, lid 3, 1.50, lid 6 en 8 en 1.56 lid 7 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder verlangt niet dat een VOG-plichtige (tijdig) opnieuw zijn geldige VOG overlegt. |
1.56, lid 3, 1.50, lid 6 en 8 en 1.56, lid 7 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder of gastouder overlegt niet (tijdig) de geldige VOG van een persoon van 12 jaar of ouder die ten tijde van de opvang aanwezig is op verzoek van de toezichthouder. |
1.56, lid 3k, 1.50, lid 6 en 8 en 1.56 lid 7 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De gastouder beschikt niet over een passende beroepskwalificatie. |
1.56, lid 1 en 1.56b, lid 1 Wko 13, lid 1 onder a en b en 2 Besluit go 10, lid 1 en 1, 10a, lid 1 en 2 en 10b, lid 1 en 2 Regeling Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De gastouder is niet in het bezit van een geldige kwalificatie voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. |
1.56b, lid 1 Wko 13, lid 1 onder b en lid 4 Besluit go 10d Regeling Wko 1 Regeling EHBO |
Hoog |
€ 300 |
|
De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt. |
1.55, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 300 |
|
De houder heeft geen gedragscode vastgesteld of hier wordt niet naar gehandeld. |
1.55, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
|
|
|
|
|
Accommodatie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
Het opvangadres beschikt niet over voldoende speelruimte en/of slaapruimte. |
1.56b, lid 1 Wko 15, lid 1 Besluit go 14, lid 1 onder a Regeling go |
Hoog |
€ 300 |
|
De voorziening voor gastouderopvang beschikt niet over voldoende buitenspeelmogelijkheden |
1.56b, lid 1 Wko 15, lid 1 Besluit go 14, lid 1 onder b Regeling go |
Hoog |
€ 200 |
|
De binnen- buitenruimtes zijn niet:
|
1.56b, lid 1 Wko 15, lid 1 Besluit go |
Hoog |
€ 300 |
|
De voorziening voor gastouderopvang is niet voorzien van rookmelders die voldoen aan de eisen. |
1.56b, lid 1 Wko 14, lid 1 onder c Regeling go |
Hoog |
€ 200 |
|
De voorziening voor gastouderopvang is niet altijd rookvrij. |
1.56b, lid 1 Wko 14, lid 1 onder d Regeling go |
Hoog |
€ 200 |
|
De eisen aan ruimtes waar gastouderopvang plaatsvindt, worden niet jaarlijks door de houder getoetst op naleving tijdens een bezoek aan de voorziening voor gastouderopvang. |
1.56, lid 1 Wko 14, lid 2 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 1.000 per voorziening |
|
|
|
|
|
|
Groepssamenstelling |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De maximale groepsgrootte wordt niet afgestemd op de leeftijd van de opvangkinderen. Bij een gastouder worden meer dan zes kinderen gelijktijdig opgevangen. |
1.56b, lid 1 Wko 14, lid 1 Besluit go 13, lid 1 Regeling go |
Hoog |
€ 300 |
|
De houder draagt er geen zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep opvangkinderen verantwoord is. |
1.56, lid 1 Wko 11b, lid 1 Regeling go |
Hoog |
€ 3.000 |
|
|
|
|
|
|
Veiligheid en gezondheid |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder voert geen beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de door de gastouder op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. |
1.51 Wko 7, lid 1 Belsuit go |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder legt niet in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke risico’s de opvang van kinderen met zich meebrengt. |
1.51 Wko 7, lid 2 en 3 Besluit go 11, lid 4 Regeling go |
Hoog |
€ 500 per onderdeel |
|
De houder inventariseert niet samen met de gastouder jaarlijks de veiligheids- en gezondheidsrisico’s die de opvang van kinderen in alle voor de kinderen toegankelijke ruimtes met zich meebrengt. De houder draagt er geen zorg voor dat daartoe elke opvangadres tenminste een keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau. |
1.51 Wko 7, lid 2 Besluit go |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De risico-inventarisatie is niet compleet. |
1.51 Wko 7, lid 3 en 5 Besluit go 11, lid 1, 3 en 4 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
De gastouder neemt de risico-inventarisatie niet in acht. |
1.56b, lid 1 Wko 12, lid 1 Besluit go 11, lid 2 Regeling go |
Hoog |
€ 200 |
|
De risico-inventarisatie is niet inzichtelijk voor vraagouders. |
7, lid 3 Besluit go |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
Er is geen ondertekend origineel van de risico-inventarisatie bij de voorziening voor gastouderopvang aanwezig. |
12, lid 1 Besluit go 11, lid 1 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 100 |
|
|
|
|
|
|
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder heeft voor de gastouders geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt niet bij aan het snel en adequaat mogelijk bieden van hulp. |
1.51a, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De meldcode is niet compleet. |
1.51a, lid 1 Wko 8, lid 1 en 2 Besluit go |
Gemiddeld |
€ 500 per onderdeel |
|
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode niet. |
1.51a, lid 4 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
De gastouder leeft de meldcode niet na. |
1.56b, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 200 |
|
De houder treedt niet onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige, nadat hem bekend is geworden dat een personeelslid, een gastouder of een meerderjarige bedoeld in artikel 1.56b, lid 3 Wko zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling jegens een opvangkind. |
1.51b, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De houder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling. De houder stelt de deskundige niet onverwijld in kennis van de aangifte. |
1.51b, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 3.000 |
|
De gastouder treedt niet onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige nadat hem bekend is geworden dat de houder (een natuurlijk persoon) zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling jegens een opvangkind. |
1.51c, lid 1 Wko |
Hoog |
€ 300 |
|
De gastouder of persoon werkzaam bij een gastouderbureau doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een vermoeden dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een seksueel misdrijf of mishandeling. |
1.51c, lid 2 Wko |
Hoog |
€ 300 |
|
De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven niet. |
1.51b, lid en 1.51c, lid 3 Wko |
Hoog |
€ 2.000 |
|
|
|
|
|
|
Bereikbaarheid gastouder en achterwacht |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De gastouder is telefonisch niet goed bereikbaar. |
1.56b, lid 1 Wko 12, lid 2 Besluit go |
Gemiddeld |
€ 100 |
|
De gastouder zorgt niet voor een adequate vervanging bij calamiteiten. |
1.56b, lid 1 Wko 12 Besluit go |
Hoog |
€ 200 |
|
|
|
|
|
|
Ouderrecht |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder informeert de ouders en een ieder die daar om verzoekt niet over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko. |
1.54a, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder informeert ouders, personeel en gastouders niet (juist) over het inspectierapport inzake zijn gastouderbureau of een aangesloten voorziening voor gastouderopvang. |
1.54a, lid 2 en 3 Wko |
Gemiddeld |
€1.000 |
|
Er is niet binnen zes maanden na de registratie een oudercommissie ingesteld. De houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen. |
1.58, lid 1 en 2 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder betrekt ouders niet voldoende. De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie. |
1.58, lid 3 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De oudercommissie voldoet niet aan de eisen., |
1.58, lid 4, 5 en 6 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder heeft niet binnen zes maanden na de registratie een reglement oudercommissie vastgesteld. |
1.59, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€ 500 |
|
Het reglement voldoet niet aan de eisen. |
1.59, lid 2, 3, 4 en 5 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
|
|
|
|
|
Klachten en geschillen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder treft voor bepaalde zaken geen klachtenregeling voor ouders. |
1.57b, lid 1 Wko |
Gemiddeld |
€1.000 |
|
De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd. De klachtenregeling is niet compleet. |
1.57b, lid 2 Wko |
Gemiddeld Gemiddeld |
€ 1.000 € 500 per onderdeel |
|
De houder brengt de klachtenregeling of wijzigingen hiervan niet op passende wijze onder de aandacht van ouders. De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling,. |
1.57b, lid 3 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
De houder draagt geen zorg voor een jaarlijks klachtenverslag. Het klachtenverslag is niet compleet. |
1.57b, lid 4 Wko 11 h Regeling Wko |
Laag |
€ 500 |
|
De houder zendt het klachtenverslag niet tijdig aan de toezichthouder en brengt het niet gelijktijdig op passende wijze onder de aandacht van de ouders. |
1.57b, lid 8 Wko |
Laag |
€ 500 |
|
De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen. |
1.57c, ,lid 2 Wko |
Gemiddeld |
€1.000 |
|
De houder brengt de geschillencommissie niet op passende wijze onder de aandacht van ouders. |
1.57c, lid 2 Wko |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
|
|
|
|
|
Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder draagt geen zorg voor het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. |
1.49, lid 4 onder b Wko |
Hoog |
€ 1.000 per voorziening gastouderopvang |
|
De houder draagt er geen zorg voor dat de volgende gesprekken plaatsvinden:
De gesprekken voldoen niet aan de voorwaarden. |
1.56b, lid 1 Wko 11a, lid 1 onder a, b, c en d en lid 2 Regeling go |
Hoog |
€ 1.000 per gesprek |
|
De gastouderopvang wordt niet geëvalueerd met de vraagouder. De evaluatie voldoet niet aan de voorwaarden. |
1.56, lid 1 Wko 11a, lid 1 onder e Regeling go |
Hoog |
€ 1.000 per voorziening gastouderopvang |
|
De bemiddelingsmedewerkers bezoekt niet minstens twee keer per jaar de voorziening gastouderopvang. |
1.56, lid 1 Wko 11a, lid 1 f Regeling go |
Laag |
€ 500 per voorziening gastouderopvang |
|
De houder draagt er geenzorg voor dat per gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. |
1.56, lid 1 Wko 11b, lid 2 Regeling go |
Hoog |
€ 3.000 per voorziening gastouderopvang |
|
De houder draagt er geen zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraagouder en de gastouder en verstrekt hen hierover geen informatie. |
1.56, lid 1 Wko 11b, lid 3 Regeling go |
Gemiddeld |
€ 1.000 |
|
|
|
|
|
|
Overig |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Overtreding |
|
|
|
|
De houder of gastouder komt een aanwijzing, bevel of vordering tot medewerking niet na. |
1.56, lid 1 en 1.65, lid 5 Wko 5:20 Awb |
Hoog |
€ 4.150 |
|
De houder of gastouder exploiteert een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang ondanks een verbod. |
1.66 Wko |
Hoog |
€ 20.750 |
ALGEMENE TOELICHTING
Wettelijk kader
Om de kwaliteit in de kinderopvang te waarborgen heeft de rijksoverheid kwaliteitseisen vastgesteld waar kinderopvangorganisaties zich aan moeten houden. Bijvoorbeeld eisen aan het pedagogisch klimaat (ook in de voorschoolse educatie), personeel en groepen, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting en de omgang met ouders. Daarnaast zijn er eisen gesteld aan de administratie van een kinderopvangvoorziening.
Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang. Daarnaast zijn deze kwaliteitseisen verder uitgewerkt in nadere regelgeving:
- ■
Besluit kwaliteit kinderopvang;
- ■
Regeling Wet kinderopvang;
- ■
Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
- ■
Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorziening voor gastouderopvang;
- ■
Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
- ■
Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang.
Direct vanaf de start van een opvanglocatie moet aan deze kwaliteitseisen worden voldaan.
Ook stelt de wet eisen aan de manier waarop de toestemming tot exploitatie, registratie van voorzieningen, wijzigingen in deze registratie, het toezicht en de handhaving plaatsvindt. Het college is verantwoordelijk voor het geven of intrekken van toestemming, de registratie, het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit en kan binnen de wettelijke kaders haar taken invullen.
De Directeur Publieke Gezondheid van GGD Rotterdam-Rijnmond, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid, is, via een aanwijzingsbesluit aangewezen als toezichthouder voor kinderopvang (zoals bedoeld in artikel 1.61, tweede lid 2 van de Wet kinderopvang). De Directeur Publieke Gezondheid van de GGD Rotterdam Rijnmond is gemachtigd om medewerkers in dienst van de GGD Rotterdam Rijnmond aan te wijzen als toezichthouder om aan zijn/haar verantwoordelijkheid als toezichthouder te voldoen.
De toezichthouder doet onderzoek naar de kwaliteit en beoordeelt of kindercentra, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang, houders en gastouders aan de eisen voldoen.
Daarnaast is de procedure bij aanvragen en wijzigingen van locaties vastgelegd en is het college in beginsel verplicht te handhaven wanneer de toezichthouder een overtreding van deze kwaliteitseisen heeft vastgesteld.
In dit beleid leest u hoe het college in de meeste gevallen zijn bevoegdheid gebruikt. Dat neemt niet weg dat er altijd ruimte blijft voor maatwerk en het college hiervan kan afwijken.
In deze beleidsregels gaat het over kinderopvang bij:
- ■
kinderdagverblijven met of zonder voorschoolse educatie;
- ■
buitenschoolse opvang;
- ■
gastouderopvang via gastouderbureaus.
Deze beleidsregels, inclusief het bijbehorende afwegingsmodel, zijn van toepassing op alle kinderopvang binnen de gemeente Vlaardingen.
Visie en ambitie
Kinderopvang heeft een belangrijke plaats in onze samenleving. Kwalitatief goede kinderopvang draagt bij aan een goede start voor kinderen in de maatschappij en draagt bij aan een goede ontwikkeling en aan het welbevinden van kinderen. In de kinderopvang moeten kinderen zich veilig voelen en de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen (denk aan sociale emotionele-, cognitieve- en taalontwikkeling). Het gaat daarbij om een brede ontwikkeling met aandacht voor sociale activiteiten zoals samen spelen, samenwerken en leren van en met elkaar. Zo draagt kinderopvang bij aan een goede start voor kinderen in het basisonderwijs en de samenleving. Dit volgt ook uit één van de doelen die de wetgever heeft gesteld bij het opstellen van de Wet kinderopvang.
De houder van een kinderopvangvoorziening is verantwoordelijk voor het leveren van kwalitatief goede kinderopvang. Het is belangrijk dat direct vanaf de start van een opvanglocatie verantwoorde en kwalitatief goede kinderopvang wordt aangeboden. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat ze hun kind in een veilige en gezonde, stimulerende en vertrouwde omgeving achterlaten. In het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staan alle organisaties die toestemming hebben gekregen om kinderopvang aan te bieden. In het register staan de contactgegevens van de organisaties, de onderzoeksrapporten van de toezichthouder en de handhavingsmaatregelen die het college heeft genomen.
De ambitie van de gemeente Vlaardingen is dat peuters zo goed mogelijk voorbereid naar de basisschool gaan en dat alle kleuters zonder achterstand in groep 3 gaan starten. De Kinderopvang speel hierin een grote rol.
De eerste jaren van een kind hebben grote invloed op de latere ontwikkeling. Het aanbieden van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving is daarom belangrijk. Voorzieningen voor jonge kinderen leveren daaraan een belangrijke bijdrage, naast het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen. Goede kwaliteit is daarbij een essentiële factor. Daarom wil het college dat kinderen toegang hebben tot kwalitatief goede kinderopvang waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Het college ziet het ook als zijn rol houders te stimuleren de kwaliteit van de geboden opvang daar waar mogelijk te verbeteren en de kwaliteit en veiligheid van kinderopvang te waarborgen. Het college vertrouwt erop dat houders zich uit eigen beweging houden aan alle kwaliteitseisen zoals vastgelegd in wet- en regelgeving in de gemeente Vlaardingen spreekt kinderopvanghouders aan op hun eigen verantwoordelijkheid en gaat met hen in gesprek over (lokale) ontwikkelingen en signalen.
Jaarlijkse rapportage
Het college brengt jaarlijks een rapportage toezicht en handhaving kinderopvang uit. Belangrijke onderdelen in dit verslag zijn het aantal keren dat het college handhavingsinstrumenten, zoals een aanwijzing, boete, last onder dwangsom en exploitatieverbod inzet. Het college houdt zo zicht op de staat van de kwaliteit van de kinderopvang. Het college kan de jaarlijkse rapportage ook gebruiken om de doeltreffendheid van de werkwijze te monitoren en waar nodig aan te passen. Daarbij kijkt het college ook naar de aard van de overtredingen waarop handhaving is ingezet. De resultaten van inspectieonderzoeken kunnen, naast aanscherpingen in de eigen werkwijze en het vaststellen van speerpunten, ook leiden tot aanbevelingen richting de wetgever, de sector of tot de inzet van extra toezicht- en handhavingscapaciteit.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit artikel zijn de begrippen opgenomen die in de beleidsregels staan en wat daar onder wordt verstaan.
Artikel 2 Toepassing
In dit artikel is opgenomen dat de beleidsregels en de bijlage, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de beleidsregels, van toepassing zijn op toezicht en handhaving van de kwaliteitseisen kinderopvang.
Artikel 3 Toezicht
Jonge kinderen zijn kwetsbaar. Toezicht op de kwaliteitseisen waarborgt dat de kinderopvang voor alle kinderen verantwoord en veilig is. Ook heeft toezicht een belangrijke functie in het scheppen van vertrouwen voor goede en veilige opvang van kinderen. Daarnaast levert toezicht een belangrijke impuls tot kwaliteitsbewaking in de kinderopvang.
De toezichthouder is onafhankelijk en beoordeelt of een kinderopvanglocatie voldoet aan de kwaliteitseisen. Vervolgens adviseert de toezichthouder het college op basis van de bevindingen.
De toezichthouder houdt risico gestuurd toezicht op de geboden kwaliteit van kinderopvang en de naleving van de kwaliteitseisen. Dat betekent dat toezichthouders minder intensief inspecteren bij locaties waar geen zorgen over bestaan en intensiever bij locaties waar wél zorgen over zijn. Kortom: minder waar mogelijk, meer waar nodig. Er is meer en steviger toezicht op de locaties waar de kwaliteit niet vanzelfsprekend hoog is.
De toezichthouder heeft vertrouwen in een houder als deze in alle informatie kan voorzien die nodig is om een oordeel te vormen over de kinderopvangvoorziening. Een houder die niet transparant is en onbetrouwbaar blijkt, is reden tot zorg. Ook een reactieve houding, niet open staan voor zelfreflectie of het niet nemen van verbetermaatregelen is reden tot zorg.
Overtredingen bij één of meerdere kindercentra van een houder kunnen ook leiden tot verscherpt toezicht bij andere kindercentra van dezelfde houder. Bij gastouders betrekt de toezichthouder het risicoprofiel van het gastouderbureau.
Soorten onderzoeken
De toezichthouder voert diverse onderzoeken uit, te weten:
- •
onderzoeken voor registratie
- •
onderzoeken na registratie
- •
reguliere jaarlijkse inspectieonderzoeken
- •
incidentele onderzoeken
- •
nader onderzoek (na geconstateerde overtreding(en))
Ook kan de toezichthouder thema-onderzoeken uitvoeren.
Minimaal 1 keer per jaar bezoekt de toezichthouder onaangekondigd ieder gastouderbureau, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Daarnaast bezoekt de toezichthouder ook jaarlijks ten minste 50% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang, waarbij iedere gastouderlocatie ten minste eens per 3 jaar bezocht wordt.
Herstelaanbod
De toezichthouder kan een herstelaanbod doen. Herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder aan de houder van een kinderopvangvoorziening om binnen de tijd van het opstellen van het concept-inspectierapport een geconstateerde overtreding te herstellen en herstel te houden.
Herstelaanbod kan aangeboden worden bij een onderzoek na registratie, een jaarlijks onderzoek en een incidenteel onderzoek. Bij kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. Een herstelaanbod is niet mogelijk bij nadere onderzoeken en onderzoek voor registratie.
Het uitgangspunt van de toezichthouder voor het aanbieden van herstelaanbod is dat er altijd sprake is van structureel blijvend herstel.
Het herstelaanbod is een mogelijkheid die de toezichthouder inzet voor een snel herstel van een tekortkoming. Het is geen recht van een houder. Een houder kan een herstelaanbod weigeren.
Binnen de door de toezichthouder gestelde termijn moeten maatregelen worden genomen om de gewenste kwaliteit te bereiken en een vastgestelde overtreding te herstellen. Dit gebeurt voordat het conceptrapport is opgesteld.
De toezichthouder bepaalt of een houder een herstelaanbod krijgt en binnen welke termijn de overtreding hersteld moet zijn. Na afloop van de afgesproken termijn beoordeelt de toezichthouder of een overtreding structureel is opgeheven.
De toezichthouder beschrijft in het rapport de overtreding én of het herstelaanbod op tijd is nagekomen. Daarbij kijkt de toezichthouder vooral of de overtredingen hersteld zijn en of de kwaliteit structureel verbeterd is. Na afloop van de onderzoeksperiode geeft de toezichthouder een advies aan het college.
Het doel van herstelaanbod is dat het zal leiden tot een sneller herstel van de tekortkoming en er bij de houder meer sprake is van nalevingsbereidheid. Dit komt de kwaliteit van de kinderopvang ten goede.
Schriftelijk bevel
Als de kwaliteit van de kinderopvang zo ernstig tekortschiet dat de (emotionele) veiligheid en gezondheid van de kinderen direct in het geding komt, heeft de toezichthouder de mogelijkheid om zelf in te grijpen. Dit gebeurt met een schriftelijk bevel. Dit doet de toezichthouder in ernstige gevallen, als het nemen van maatregelen geen uitstel kan lijden. Het bevel heeft een geldigheidsduur van 7 dagen.
In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet nemen en binnen welke termijn de houder dit moet doen.
Als de overtreding(en) niet of onvoldoende is/zijn hersteld, treedt het college verder op bijvoorbeeld door het bevel te verlengen
Artikel 4 Handhaving
Vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid besluit het college welke handhavingsmaatregel passend en geboden is. Dit wordt per overtreding, locatie en houder afgewogen. Een handhavingsbesluit kan een herstel- en/of een bestraffende maatregel bevatten. Het college stelt handhavingsbesluiten zo duidelijk en eenvoudig mogelijk op.
Het college betrekt bij de voorbereiding van elk besluit alle feiten en weegt alle belangen af.
Daarbij wordt afgewogen welke handhavingsmaatregel geschikt en noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken; kwalitatief goede kinderopvang. In iedere casus beoordeelt het college of evenredigheid bestaat tussen de ernst van een vastgestelde overtreding en de zwaarte van de op te leggen sanctie.
Ook in hoeverre de kwaliteit van opvang is beïnvloed door een tekortkoming wordt meegewogen in de handhavingsafweging. Bij het ontstaan van overtredingen kunnen specifieke omstandigheden een rol spelen. Bij het opstellen van een besluit houdt het college rekening met deze omstandigheden.
Het college hecht daarbij grote waarde aan het oordeel van de toezichthouder en betrekt dit in de besluitvorming. Ook een reactie van de houder op een inspectierapport betrekt het college bij de beoordeling.
In bijlage 1 is opgenomen binnen welke termijn een overtreding herstel moet worden en de maximale hoogte van de boete of last onder dwangsom.
Bij de inzet van handhaving denkt het college in effect, in alle fases van het toezicht en handhaving. Dat betekent dat het college bij de keuze van handhavingsinstrumenten kiezen voor de instrumenten die het snelt en het meeste effect hebben.
Naast de formele handhavingsmaatregelen (herstellend of bestraffend) kan het college ook een waarschuwing afgeven bij overtredingen met een laag risico.
Artikel 5 Herstelmaatregel
Het college kan de volgende stappen hanteren bij het uitvoeren van een herstellend traject:
Stap 1: schriftelijke waarschuwing;
Stap 2: aanwijzing;
Stap 3: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
Stap 4: exploitatieverbod;
Stap 5: intrekken toestemming tot exploitatie en verwijdering uit het Landelijke Register Kinderopvang.
De aanwijzing
Met de aanwijzing zet het college in op structurele verbetering. Dat betekent dat de overtreding niet alleen moet worden opgeheven, maar dat een houder ook maatregelen moet nemen om te voorkomen dat hij de overtreding opnieuw begaat. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welk termijn, moet nemen om de wettelijke voorwaarden na te leven.
Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.
De aanwijzing is doorgaans de meest geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken. Met de aanwijzing maakt het college aan een overtreder duidelijk dat die te allen tijde aan het opgenomen voorschrift moet voldoen. Daarmee is de aanwijzing in de eerste plaats ook de minst ingrijpende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken.
De last onder dwangsom
Als de aanwijzing niet tot structureel herstel van de overtreding heeft geleid, legt het college in principe een last onder dwangsom op. Het college kan ook direct een last onder dwangsom opleggen zonder dat eerst een aanwijzing is gegeven. Met een last onder dwangsom legt het college de houder de plicht op om maatregelen uit te voeren binnen een aangegeven termijn. Als een houder binnen de hersteltermijn de overtreding opheft en/of niet herhaalt, hoeft deze de dwangsom niet te betalen.
De last onder dwangsom is de meest geschikte handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken na de aanwijzing, als sluiting van de opvang (nog) niet proportioneel is.
Wordt de overtreding na het opleggen van een last onder dwangsom toch herhaald, dan heeft dat financiële gevolgen zonder dat de bedrijfsvoering wordt onderbroken. Daarmee is de last onder dwangsom een handhavingsmaatregel met een gedoseerde financiële prikkel om de overtreding structureel op te heffen.
De last onder bestuursdwang
Bij een last onder bestuursdwang neemt het college bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang doorgaans geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.
Sluiting van de kinderopvang: het exploitatieverbod
Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit het college de kinderopvang tijdelijk. Wat onder verantwoorde kinderopvang wordt verstaan is vastgelegd in artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.
Daarnaast gaat het college over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Bij deze tijdelijke sluiting moet de kinderopvang gesloten blijven zolang niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit verbeterd is en blijft, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.
Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. In de hiervoor beschreven situaties is sluiting van een locatie doorgaans noodzakelijk. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/ of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.
Als het college een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf op de hoogte stellen van deze sluiting. Als de houder dit niet doet, informeert het college of de toezichthouder ouders hierover. Dit gebeurt schriftelijk of mondeling.
Artikel 6 Intrekken toestemming tot exploitatie
Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet naleeft, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit het college de kinderopvang permanent. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK.
Dit is een onvermijdelijke ingreep als de houder voldoende gelegenheid heeft gehad om de kwaliteit van opvang te herstellen en dit, naar het oordeel van de toezichthouder, niet is gelukt.
Het college kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:
- •
niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;
- •
er sprake is van (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.
Artikel 7 Opleggen bestuurlijke boete
Naast de handhaving gericht op herstel maakt het college ook gebruik van de mogelijkheid bestuurlijke boetes op te leggen.
Voor enkele ernstige overtredingen legt het college altijd een boete op, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Van de boete gaat naar verwachting ook een preventieve werking uit.
Elke overtreding beoordeelt en bestraft het college afzonderlijk ook als één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast legt het college een boete op als een houder na het opleggen van een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt het college of het totale boetebedrag dat kan worden opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed.
Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor het college immers moeilijk vast te stellen. Een boete treft niet elke overtreder even zwaar. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan.
Ook het (vrijwillig) sluiten van een locatie is geen reden om van het opleggen van een boete af te zien. Overtredingen van de in het afwegingsmodel genoemde voorschriften kunnen dusdanig ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt het college hiervoor altijd een boete op.
Artikel 8 Hoogte bestuurlijke boete
In artikel 1.72 van de Wko is het maximaal op te leggen boetebedrag opgenomen. Het college heeft derhalve beleidsvrijheid ten aanzien van het bepalen van de hoogte van het op te leggen boetebedrag bij een specifieke overtreding. Voor overtreding van kwaliteitseisen geldt dat college de hoogte van de boetebedragen afstemt op de prioritering van de overtreding. Een hoge prioritering betekent dat er in algemene zin sprake is van een ernstige overtreding, terwijl aan minder ernstige overtredingen een lagere prioritering (gemiddeld of laag) is toegekend.
Gezien het bijzondere karakter van de voorziening voor gastouderopvang is ervoor gekozen om lagere boetes op te leggen.
Artikel 9 Recidive
De houder is verantwoordelijk voor de naleving van de kwaliteitseisen. Daarmee is de houder de overtreder als de kwaliteitseisen niet zijn nageleefd. Elke herhaling van een overtreding van een voorschrift, waarvoor eerder een herstelaanbod is gedaan of handhaving is ingezet, is recidive.
Bij recidive zet het college doorgaans direct een zwaarder handhavingsmiddel in.
Wanneer een houder een overtreding binnen 2 jaar na het opleggen van een aanwijzing herhaalt, dan legt het college voor nieuwe overtredingen een last onder dwangsom op. Wordt een overtreding herhaald na het opleggen en invorderen van een last onder dwangsom of het opleggen van een bestuurlijke boete dan legt het college een hogere dwangsom of boete op.
In beginsel wordt het bedrag uit het afwegingsmodel bij iedere herhaling van een overtreding met 50% verhoogd.
Wanneer binnen 2 jaar twee keer voor dezelfde overtreding een last onder dwangsom is opgelegd en ingevorderd, vervolgt het college de handhaving doorgaans met het exploitatieverbod. De houder voldoet immers langere tijd niet aan de minimale kwaliteitseisen; de kwaliteit van opvang schiet structureel tekort. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang gaat voor het (financiële) belang van de houder en het personeel.
Artikel 10 Matiging
Het college kan de bestuurlijke boete in bepaalde situaties matigen.
Artikel 11 Samenloop
Het college legt per overtreding een boete op. De totale op te leggen boete is de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 12 Inwerkingtreding en intrekking oude beleidsregels
In dit artikel is opgenomen op welk moment de beleidsregels in werking treden onder gelijktijdige intrekking van de oude beleidsregels.
Artikel 13 Citeertitel
Dit behoeft geen toelichting.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl