Reclamenota Gemeente Pekela 2025

Geldend van 19-01-2026 t/m heden

Intitulé

Reclamenota Gemeente Pekela 2025

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Doelstelling

De Reclamenota heeft tot doel:

  • a.

    Het waarborgen van een ordelijk straatbeeld.

  • b.

    Het beschermen van verkeersveiligheid.

  • c.

    Het respecteren van cultuurhistorische waarden.

  • d.

    Het ondersteunen van een aantrekkelijke en leefbare fysieke leefomgeving.

  • e.

    Het bevorderen van gelijke behandeling en transparantie voor ondernemers en organisaties.

Artikel 1.2 Juridische grondslag

De Reclamenota is gebaseerd op artikel 2:16, 3:1 lid 3 en 4:13 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Pekela 2025. Deze bepalingen geven de grondslag voor het stellen van nadere regels inzake reclame-uitingen.

Artikel 1.3 Begripsbepalingen

In deze nota wordt verstaan onder:

  • a.

    Lichtreclame (stilstaand): reclame die gebruik maakt van een verlicht oppervlak of verlichte elementen, zoals neonverlichting of LED-licht, met een vast of wisselend patroon.

  • b.

    Bewegende verlichting (niet-digitaal): lichtreclame waarbij het licht knippert, pulseert, van kleur verandert of zich verplaatst, zonder dat gebruik wordt gemaakt van digitale beeldschermen.

  • c.

    Digitale reclame (stilstaand): reclame die wordt weergegeven via digitale schermen zoals LED, LCD of andere beeldschermtechnieken, zonder bewegende beelden.

  • d.

    Bewegende digitale reclame: digitale reclame waarbij bewegende beelden, video’s, animaties of livestreams worden getoond.

  • e.

    Tijdelijke reclame: reclame-uiting die bedoeld is voor een kortdurende periode, bijvoorbeeld ter promotie van evenementen, acties of verkiezingen.

  • f.

    Openbare ruimte: alle voor het publiek toegankelijke wegen, pleinen, groenstroken, waterwegen en andere niet-privaateigendommen.

Hoofdstuk 2. Categorieën reclame-uitingen

Artikel 2.0 Algemene bepaling

Alle reclame-uitingen als bedoeld in dit hoofdstuk dienen te voldoen aan de beoordelings- en weigeringscriteria, zoals opgenomen in artikel 4.2.

Artikel 2.1 Gevelreclame

1. Gevelreclame is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    De reclame mag uitsluitend worden aangebracht op de begane grond en de eerste verdieping.

  • b.

    De reclame mag maximaal 10% van het geveloppervlak beslaan.

  • c.

    De reclame moet qua architectuur en kleurgebruik in overeenstemming zijn met het pand.

  • d.

    De reclame mag niet in strijd zijn met het omgevingsplan of het gemeentelijk welstandsbeleid.

2. Op gemeentelijke monumenten is gevelreclame verboden, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a.

    Er is expliciet een vergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders.

  • b.

    De reclame is omkeerbaar en veroorzaakt geen schade aan het monument.

  • c.

    Er is vooraf advies ingewonnen bij de monumentencommissie.

Artikel 2.2 Lichtreclame (stilstaand en bewegend niet-digitaal)

1. Lichtreclame is toegestaan vanaf 7.00 uur tot 23:00 uur of tot het sluitingstijdstip van de betreffende inrichting, tenzij sprake is van een 24-uursbedrijf.

2. De volgende vormen van lichtreclame zijn niet toegestaan:

  • a.

    Knipperende, pulserende of wisselende verlichting die hinder veroorzaakt voor omwonenden of verkeersveiligheid oplevert.

  • b.

    Geluid producerende lichtreclame.

3. Lichtreclame is verboden in de volgende gebieden:

  • a.

    Woongebieden.

  • b.

    Gebieden met natuur- of landschapswaarden.

  • c.

    De directe nabijheid van verkeerslichten en kruispunten.

Artikel 2.3 Vrijstaande reclameobjecten

1. Vrijstaande reclameobjecten, zoals sandwichborden, zijn uitsluitend toegestaan bij de ingang van het betreffende perceel;

2. De vrijstaande reclameobjecten mogen niet breder zijn dan 80 cm en niet hoger dan 120 cm.

3. Vrijstaande reclameobjecten zijn niet toegestaan:

  • a.

    In de openbare ruimte zonder vergunning.

  • b.

    Binnen een afstand van 1 meter van rijbanen, fietspaden of zebrapaden.

  • c.

    Wanneer zij de verkeersveiligheid belemmeren of in strijd zijn met het groenbeleid van de gemeente.

Artikel 2.4 Tijdelijke reclame-uitingen

1. Tijdelijke reclame-uitingen zijn toegestaan voor evenementen, maatschappelijke campagnes en commerciële acties, mits daarvoor vooraf vergunning is verleend conform hoofdstuk 4.

2. Politieke reclame valt ook onder tijdelijke reclame, tenzij in hoofdstuk 3 afwijkende regels zijn opgenomen.

3. Vergunningaanvragen voor tijdelijke reclame dienen uiterlijk vier weken voor de geplande plaatsing te zijn ingediend.

4. Tijdelijke reclame mag niet eerder dan vier weken voorafgaand aan een evenement of actie worden geplaatst en moet uiterlijk drie dagen na afloop verwijderd zijn.

5. Het is verboden tijdelijke reclame te bevestigen aan bomen, verkeersborden, brugleuningen en lantaarnpalen, tenzij schriftelijke toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders.

6. Bij commerciële of charitatieve doeleinden moet duidelijk vermeld worden wie de afzender is en wat het doel van de campagne is.

7. Driehoeks- en sandwichborden mogen uitsluitend worden geplaatst op door het college aangewezen lantaarnpalen of locaties.

8. Driehoeks- en sandwichborden moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    De maximale afmeting bedraagt 1 m² per zijde.

  • b.

    De borden moeten zijn vervaardigd van weerbestendig en stevig materiaal, zoals kunststof of gecoat hout.

  • c.

    De borden mogen geen reflecterend of lichtgevend materiaal bevatten.

  • d.

    Het aantal driehoeks- of sandwichborden bedraagt maximaal 15 per evenement of actie.

  • e.

    Op het moment dat het aantal borden in de gemeente de 45 overstijgt zal het college het aantal toegestane borden per organisatie naar evenredigheid verkleinen.

9. Spandoeken, posters en banners mogen uitsluitend worden geplaatst op daartoe door het college aangewezen aanplakzuilen, locaties of op eigen terrein.

10. Spandoeken en banners over de openbare weg zijn verboden, tenzij hiervoor expliciet een vergunning is verleend.

11. Het formaat van spandoeken, posters en banners bedraagt ten hoogste 6 m² per uiting.

Artikel 2.5 Reclame op vaartuigen

1. Reclame op vaartuigen is verboden indien:

  • a.

    De reclame uitsluitend bedoeld is om de aandacht van voorbijgangers te trekken.

  • b.

    De reclame visuele of nautische hinder veroorzaakt.

  • c.

    Het vaartuig geen primair functioneel doel dient.

2. Een uitzondering op het verbod geldt indien:

  • a.

    De reclame onderdeel uitmaakt van een evenement waarvoor expliciete toestemming is verleend door het college van burgemeester en wethouders.

  • b.

    De reclame-uiting tijdelijk van aard is en past binnen het ruimtelijke karakter van het betreffende vaargebied.

Artikel 2.6 Digitale reclame en bewegende digitale reclame

1. Digitale schermen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    Ze bevinden zich binnen winkels of bedrijfspanden en zijn niet gericht op de openbare weg.

  • b.

    Ze zijn geplaatst op digitale reclamemasten buiten de bebouwde kom, op door de gemeente aangewezen locaties.

2. Bewegende beelden, livestreams of videoreclame zijn niet toegestaan op openbare terreinen, tenzij ze worden ingezet tijdens specifieke evenementen waarvoor een vergunning is verleend.

Artikel 2.7 Raam- en etalageruimte

Reclame achter ramen is vrijgesteld van de vergunningplicht, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a.

    De reclame beslaat niet meer dan 25% van het totale ruitoppervlak.

  • b.

    Er worden geen knipperende of bewegende elementen gebruikt.

  • c.

    De zichtbaarheid van de winkelruimte blijft behouden.

Hoofdstuk 3. Reclame-uitingen bij verkiezingen

Artikel 3.1 Tijdelijke politieke reclame

1. Tijdelijke politieke reclame is toegestaan gedurende:

  • a.

    Maximaal zes weken voorafgaand aan de verkiezingsdatum.

  • b.

    Tot en met drie dagen na afloop van de verkiezingen.

2. Toegestane middelen voor politieke reclame zijn:

  • a.

    Affiches op gemeentelijke verkiezingsborden.

  • b.

    Spandoeken, posters en banners op eigen terrein.

  • c.

    Sandwichborden en aanhangers, mits toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders.

3. Politieke reclame is verboden op gemeente-eigendommen, zoals brugleuningen, bomen, openbare verlichting of prullenbakken, tenzij:

  • a.

    er schriftelijke toestemming is verkregen van het college van burgemeester en wethouders; en

  • b.

    de aanvraag voor plaatsing ten minste vijftien werkdagen voor de geplande plaatsingsdatum is ingediend.

Artikel 3.2 Nadere eisen bij politieke uitingen

1. Politieke reclame-uitingen mogen:

  • a.

    Geen gevaar opleveren voor het verkeer.

  • b.

    Geen haatzaaiende of beledigende inhoud bevatten.

  • c.

    In afwijking van artikel 2.4, lid 11 niet groter zijn dan 2 m² per bord, spandoek poster of banner op particulier terrein. Voor reclame in de openbare ruimte geldt de vergunningplicht en de maatvoering zoals bepaald in artikel 2.4.

2. Het college van burgemeester en wethouders behoudt zich het recht voor om aanvullende regels te stellen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid.

Hoofdstuk 4. Vergunningverlening

Artikel 4.1 Vergunningsplicht

1. Voor alle niet-vrijgestelde reclame-uitingen is een vergunning vereist.

2. De aanvraag bevat:

  • a.

    Situatietekening met locatie en afmetingen.

  • b.

    Specificaties van het materiaal, kleur en ontwerp.

  • c.

    Vermelding van plaatsingsduur en verwijderdatum.

Artikel 4.2 Beoordelings- en weigeringscriteria

1. Aanvragen voor een vergunning voor een reclame-uiting worden beoordeeld op de volgende criteria:

  • a.

    De visuele inpassing van de reclame in de directe omgeving.

  • b.

    De gevolgen voor de verkeersveiligheid en zichtlijnen.

  • c.

    De impact op de culturele, esthetische en landschappelijke waarde van de locatie.

  • d.

    Beperking van hinder of overlast voor de omgeving.

  • e.

    Bescherming van monumenten en beschermde dorpsgezichten.

2. Een vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de criteria onder lid 1.

Hoofdstuk 5. Handhaving en sancties

Artikel 5.1 Handhaving

1. De controle op naleving van dit beleid wordt uitgevoerd door buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s).

2. Jaarlijks vinden gerichte controles plaats op risicolocaties, waaronder winkelgebieden, doorgaande wegen en plekken waar eerder overtredingen zijn vastgesteld.

Artikel 5.2 Sancties

Indien reclame-uitingen in strijd zijn met het reclamebeleid, kunnen de volgende sancties worden opgelegd:

  • a.

    Een schriftelijke waarschuwing met een redelijke hersteltermijn.

  • b.

    Een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang.

  • c.

    Verwijdering van de reclame door de gemeente, waarbij de kosten worden verhaald op de overtreder.

Artikel 5.3 Intrekking van vergunning

Een verleende vergunning kan worden ingetrokken indien:

  • a.

    De vergunninghouder zich niet houdt aan de gestelde voorwaarden.

  • b.

    De feitelijke situatie ter plaatse zodanig verandert dat heroverweging noodzakelijk is.

  • c.

    De reclame-uiting onevenredige overlast of schade aan de omgeving veroorzaakt.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1 Overgangsrecht

1. Bestaande reclame-uitingen die vóór de inwerkingtreding van deze nota zijn geplaatst mogen in stand worden gelaten voor een periode van maximaal drie jaar na inwerkingtreding.

2. Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op de redelijke terugverdientijd van investeringen, ontheffing verlenen voor een langere periode, mits dit niet leidt tot onaanvaardbare hinder of aantasting van de openbare orde, verkeersveiligheid of ruimtelijke kwaliteit.

3. Indien bestaande reclame-uitingen worden gewijzigd of verplaatst na inwerkingtreding, dienen zij onmiddellijk te voldoen aan de regels van deze nota.

4. Voor reclame-uitingen die evident gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid of onevenredige hinder veroorzaken, kan het college besluiten dat geen overgangstermijn geldt.

Artikel 6.2 Legaliseringsregeling bestaande reclame-uitingen

1. Reclame-uitingen die vóór de inwerkingtreding van deze nota zijn geplaatst, maar die volledig voldoen aan de inhoudelijke bepalingen van deze nota (waaronder afmetingen, locatie, materiaalgebruik, verkeersveiligheid en welstand), kunnen door het college worden gelegaliseerd zonder dat een vergunning hoeft te worden aangevraagd.

2. De eigenaar of gebruiker van de reclame-uiting dient binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze nota een melding in bij het college van burgemeester en wethouders. De melding bevat:

  • a.

    een actuele foto van de reclame-uiting,

  • b.

    een situatietekening of duidelijke omschrijving van de locatie,

  • c.

    een opgave van de afmetingen en toegepaste materialen.

3. Het college beoordeelt of de gemelde reclame-uiting voldoet aan de gestelde eisen van deze nota en geen aanleiding geeft tot bezwaar op grond van verkeersveiligheid, openbare orde of ruimtelijke kwaliteit.

4. Indien het college vaststelt dat aan de voorwaarden is voldaan, ontvangt de melder een schriftelijke bevestiging dat voor de betreffende reclame-uiting geen vergunningplicht meer geldt.

5. Indien geen melding wordt gedaan binnen de gestelde termijn van twaalf maanden, vervalt de mogelijkheid tot legalisatie en dient alsnog een reguliere vergunning te worden aangevraagd. Indien geen melding wordt gedaan binnen de in dit lid bedoelde termijn, geldt voor de betreffende reclame-uiting de overgangstermijn als bedoeld in artikel 6.1.

Artikel 6.3 Inwerkingtreding

De Reclamenota treedt in werking op de dag na die van bekendmaking op overheid.nl.

Artikel 6.4 Citeertitel

De Reclamenota wordt aangehaald als: “Reclamenota gemeente Pekela 2025.”

Artikel 1.1 – Doelstelling

De doelstelling vormt de kern van deze nota. Er moet een balans gevonden worden tussen economische belangen (zichtbaarheid voor ondernemers), de kwaliteit van de leefomgeving, verkeersveiligheid en de bescherming van cultuurhistorische waarden. In de praktijk helpt een duidelijke doelstelling bij consistente toepassing en handhaving van nadere regels.

Artikel 1.2 – Juridische grondslag

De nota rust op artikel 2:16, 3:1, lid 3 en 4:13 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Pekela 2025. Deze artikelen geven het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere regels te stellen. Door de expliciete juridische basis zijn deze regels rechtmatig en goed handhaafbaar.

Artikel 1.3 – Begripsbepalingen

De begripsbepalingen verduidelijken kernbegrippen als lichtreclame, bewegende verlichting, digitale reclame en tijdelijke reclame. Dit voorkomt interpretatieverschillen en maakt vergunningverlening en handhaving transparant.

Artikel 2.0 – Algemene bepaling

Deze bepaling voorkomt herhaling door te bepalen dat álle reclame-uitingen moeten voldoen aan de beoordelings- en weigeringscriteria (art. 4.2). Zo wordt duidelijk dat naast de specifieke regels per categorie altijd een algemene toets geldt.

Artikel 2.1 – Gevelreclame

Gevelreclame is vaak noodzakelijk voor ondernemers, maar kan het straatbeeld verstoren. Daarom gelden strikte regels voor de plaatsing, omvang en inpassing in de architectuur. Bij monumenten is extra zorgvuldigheid vereist; hier is vooraf advies van de monumentencommissie verplicht. Zo wordt de cultuurhistorische waarde beschermd.

Artikel 2.2 – Lichtreclame (stilstaand en bewegend niet-digitaal)

Lichtreclame verhoogt de zichtbaarheid in de avonduren, maar kan ook leiden tot hinder of verkeersonveilige situaties. Daarom zijn knipperende en geluid producerende reclame in die situaties verboden. Verder zijn woongebieden en natuurgebieden uitgesloten om overlast en aantasting van de leefomgeving te voorkomen. Artikel 2.2 regelt zowel stilstaande lichtreclame als bewegende niet-digitale lichtreclame (zoals knipperende neonlichten). Digitale reclame valt onder artikel 2.6.

Artikel 2.3 – Vrijstaande reclameobjecten

Vrijstaande objecten, zoals sandwichborden, kunnen het straatbeeld en de verkeersveiligheid sterk beïnvloeden. Door deze te beperken tot de perceelsingang en door maximale afmetingen te stellen, wordt verrommeling van de openbare ruimte tegengegaan.

Artikel 2.4 – Tijdelijke reclame-uitingen

Tijdelijke reclame is van belang voor evenementen, acties en campagnes, maar moet beperkt blijven in tijd en omvang. Daarom geldt een maximale plaatsingsduur van vier weken voorafgaand en drie dagen na afloop. Voor politieke reclame gelden afwijkende termijnen, zoals bepaald in hoofdstuk 3.

Voor driehoeks- en sandwichborden zijn nadere regels gesteld over formaat (max. 1 m² per zijde), materiaal (weerbestendig, geen reflectie) en aantal (max. 15 per evenement, totaalplafond 45). Zo wordt wildgroei en verkeersonveiligheid voorkomen.

Spandoeken, posters en banners zijn toegestaan op aangewezen plekken of eigen terrein, met een maximale omvang van 6 m². Spandoeken over de openbare weg zijn slechts toegestaan met vergunning, om hinder en rommelige situaties te voorkomen.

Door een vergunningplicht en aanvraagtermijnen kan de gemeente de plaatsing plannen, controleren en handhaven.

Politieke reclame valt onder tijdelijke reclame, tenzij anders is bepaald in Hoofdstuk 3.

Artikel 2.5 – Reclame op vaartuigen

Reclame op vaartuigen kan leiden tot visuele vervuiling of nautische hinder. Daarom is dit in beginsel verboden. Alleen bij evenementen kan hiervan tijdelijk worden afgeweken, mits met toestemming van het college.

Artikel 2.6 –Digitale reclame en bewegende digitale reclame

Digitale reclame kan storend zijn in de openbare ruimte. Daarom is het gebruik beperkt tot winkels en aangewezen reclamemasten buiten de bebouwde kom. Bewegende beelden zijn alleen toegestaan bij evenementen met vergunning. Zo wordt het straatbeeld beschermd en de verkeersveiligheid gewaarborgd.

Artikel 2.6 regelt digitale schermen en bewegende digitale reclame, terwijl artikel 2.2 (stilstaande en niet-digitale bewegende) lichtreclame regelt. Door deze scheiding worden alle categorieën afgedekt en wordt overlap voorkomen.

Artikel 2.7 – Raam- en etalageruimte

Reclame achter ramen is toegestaan, maar beperkt tot 25% van het ruitoppervlak. Dit voorkomt dat winkelstraten een gesloten karakter krijgen. Knipperende of bewegende elementen zijn verboden, om afleiding en onrust in het straatbeeld te vermijden.

Artikel 3.1 – Tijdelijke politieke reclame

In verkiezingstijd is politieke reclame onmisbaar om partijen zichtbaar te maken. Door een termijn van zes weken vooraf en drie dagen na afloop wordt verrommeling voorkomen. Toegestane middelen zijn verkiezingsborden, spandoeken op eigen terrein en sandwichborden met toestemming. Verbodsbepalingen voor bomen, brugleuningen en lantaarnpalen voorkomen schade en overlast.

De regels uit artikel 2.4 over tijdelijke reclame zijn aanvullend van toepassing voor zover niet anders bepaald in dit hoofdstuk.

Artikel 3.2 – Nadere eisen bij politieke uitingen

De in lid 1, sub b genoemde beperking is bedoeld om te waarborgen dat uitingen niet in strijd zijn met de wet, zoals bij haatzaaiende, beledigende of discriminerende boodschappen. Dit voorkomt dat de gemeente pas kan handelen nadat er onrust is ontstaan. Hiermee blijft de nota in lijn met artikel 7 van de Grondwet, artikel 10 EVRM en de landelijke richtlijnen van de VNG en het Ministerie van BZK.

In afwijking van artikel 2.4, lid 3 geldt voor politieke reclame een ruimere termijn van zes weken voorafgaand aan de verkiezingen. De beperking tot 2 m² per spandoek voorkomt dat politieke reclame een onevenredige impact heeft op het straatbeeld en sluit aan bij landelijke richtlijnen.

Voor tijdelijke politieke reclame geldt geen vergunningplicht, omdat dit valt onder de vrijheid van meningsuiting en het eigendomsrecht. Hiervoor geldt uitsluitend een toestemmingsstelsel op grond van artikel 3.1. De in artikel 3.2 opgenomen voorwaarden zijn bedoeld om de leefbaarheid en veiligheid te beschermen, zonder de uitoefening van dit grondrecht te belemmeren. Voor niet-politieke tijdelijke reclame in de openbare ruimte blijft een vergunning of toestemming van het college vereist zoals geregeld in artikel 2.4.

Artikel 4.1 – Vergunningsplicht

De vergunningsplicht zorgt voor zorgvuldige toetsing van aanvragen. Door standaardvereisten voor situatietekeningen, materialen en termijnen wordt transparantie en uniformiteit in de procedure bevorderd.

Artikel 4.2 – Beoordelings- en weigeringscriteria

Alle aanvragen worden getoetst aan deze criteria. Het gaat om de visuele inpassing, verkeersveiligheid, ruimtelijke kwaliteit en bescherming van monumenten. Ook hinder en overlast worden meegewogen. Een vergunning wordt geweigerd als een uiting strijdig is met deze normen.

Artikel 5.1 – Handhaving

Handhaving door BOA’s is essentieel om het beleid geloofwaardig te maken. Door jaarlijks risicolocaties te controleren, wordt toezicht gericht en effectief ingezet.

Artikel 5.2 – Sancties

Er is gekozen voor een stapsgewijze aanpak: waarschuwing, dwangsom, bestuursdwang en uiteindelijk verwijdering op kosten van de overtreder. Zo blijft de handhaving proportioneel.

Artikel 5.3 – Intrekking van vergunning

Als omstandigheden wijzigen of de aanvrager zich niet aan de voorwaarden houdt, kan de vergunning worden ingetrokken. Dit geeft het college de mogelijkheid om in te grijpen bij misbruik of overlast.

Artikel 6.1 – Overgangsrecht

Bestaande reclame-uitingen mogen nog maximaal drie jaar blijven staan. Het college kan in bijzondere gevallen een langere termijn toestaan, gelet op investeringskosten. Gevaarlijke of hinderlijke uitingen vallen buiten de overgangsregeling. Dit artikel beschermt ondernemers tegen plotselinge lasten, maar waarborgt tegelijkertijd de veiligheid.

Artikel 6.2 – Legaliseringsregeling

Deze legaliseringsregeling (door middel van een meldingssysteem) vormt een tijdelijke uitzondering op het reguliere vergunningensysteem zoals bedoeld in artikel 4.1 van deze nota. Zij is uitsluitend van toepassing op bestaande reclame-uitingen die zijn geplaatst vóór de inwerkingtreding van deze nota en die aantoonbaar voldoen aan alle inhoudelijke eisen. Ondernemers hoeven dan geen volledige vergunningprocedure te doorlopen. Deze regeling voorkomt onnodige lasten en handhaving en vergroot de rechtszekerheid.

Indien geen melding wordt gedaan binnen de termijn van twaalf maanden, blijft het overgangsrecht uit artikel 6.1 van toepassing, waarna de reclame uiterlijk na afloop van die termijn moet worden aangepast of verwijderd.

De combinatie van overgangsrecht in artikel 6.1 en legalisering in artikel 6.2 zorgt voor een evenwichtige invoering van het nieuwe reclamebeleid. Ondernemers krijgen de tijd om zich aan te passen, terwijl de gemeente de mogelijkheid behoudt om ongewenste situaties snel te beëindigen.

Nieuwe reclame-uitingen blijven vergunningplichtig, tenzij expliciet vrijgesteld

Artikel 6.3 – Inwerkingtreding

De Reclamenota treedt in werking de dag na publicatie. Hierdoor is duidelijk wanneer de regels gaan gelden.

Artikel 6.4 – Citeertitel

De citeertitel zorgt ervoor dat de nadere regels eenvoudig te citeren zijn in juridische documenten en besluitvorming.

Ondertekening

Bijlage: Toelichting ‘Reclamenota Gemeente Pekela 2025’