Ondermandaatregeling Gemeenschappelijke Diensten Stichting Watermaatschappij Amsterdam

Geldend van 17-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Ondermandaatregeling Gemeenschappelijke Diensten Stichting Watermaatschappij Amsterdam

Het bestuur en de bestuurder | directeur Gemeenschappelijke Diensten van de Stichting Watermaatschappij Amsterdam (hierna: de Stichting), elk voor zover het ieders bevoegdheden betreft,

gelet op:

het besluit van het college van burgemeester en wethouders en van de burgemeester van Amsterdam d.d. 28 oktober 2025, waarbij aan de directeur Gemeenschappelijke Diensten van de Stichting mandaat, volmacht en machtiging is verleend voor het uitoefenen van bevoegdheden in verband met de beleidsvoorbereiding en uitvoering van de (drink)watertaken c.a.;

het bepaalde in artikel 9 van de statuten van de Stichting (hierna: de statuten), op grond waarvan het bestuur bevoegd is de Stichting te vertegenwoordigen en bevoegd is volmacht te verlenen om de Stichting te vertegenwoordigen;

besluiten:

Vast te stellen de Ondermandaatregeling Gemeenschappelijke Diensten Stichting Watermaatschappij Amsterdam.

Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a) ondermandaat: de bevoegdheid om in naam van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) besluiten te nemen;

  • b) (onder)volmacht: de bevoegdheid om in naam van de gemeente Amsterdam (hierna: de Gemeente) dan wel het college dan wel de Stichting privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • c) (onder)machtiging: de bevoegdheid om in naam van de Gemeente dan wel het college handelingen dan wel de Stichting te verrichten die geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht of privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

Artikel 2 Toekenning en reikwijdte ondermandaat, ondervolmacht en machtiging

  • 1. Het verlenen van ondermandaat voor het nemen van een besluit ter uitoefening van een bevoegdheid omvat het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen en de ondervolmacht voor het verrichten van de daarmee verbonden privaatrechtelijke rechtshandelingen en de ondermachtiging voor het verrichten van daarmee samenhangende feitelijke handelingen.

  • 2. Aan de functionarissen genoemd in artikel 4 wordt ondermandaat, (onder)volmacht dan wel (onder)machtiging verleend voor het uitoefenen van de in artikel 4 genoemde bevoegdheden. De bevoegdheden in artikel 4 worden geacht te zijn gewijzigd voor zoveel en op het tijdstip dat de daarbij genoemde wetten en regelingen zijn gewijzigd.

  • 3. De in artikel 4 genoemde functionarissen hebben de daar aangegeven bevoegdheden slechts voor zover deze betrekking hebben op aangelegenheden die behoren tot hun gebruikelijke werkzaamheden en taken, zoals onder andere blijkend uit een functiebeschrijving.

  • 4. De op grond van dit besluit verleende ondermandaten, (onder)volmachten en (onder)machtigingen, gelden eveneens voor de plaatsvervangers van de in artikel 4 genoemde medewerkers.

Artikel 3 Kader uitoefening bevoegdheid

  • 1. Een ondermandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging omvat alle handelingen die tot de uitoefening van de bevoegdheid kunnen worden gerekend, zoals het voeren van correspondentie, het verzoeken om informatie, het vragen of geven van advies, het verdagen van beslissingen, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen.

  • 2. De uitoefening van een ondermandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging geschiedt met inachtneming van:

    • a.

      het vastgestelde beleid van de Gemeente, de Stichting en de toepasselijke wet- en regelgeving;

    • b.

      het beschikbaar gestelde budget in de begroting van de Gemeente of de Stichting;

    • c.

      de eventuele bij het mandaat gegeven beperkingen en instructies bedoeld in artikel 10:6, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

    • d.

      de bepalingen in de statuten van de Stichting waaronder de doelomschrijving van de Stichting en de bepalingen omtrent de bevoegdheid de Stichting te vertegenwoordigen.

  • 3. Bij de uitoefening van bevoegdheden op grond van deze Ondermandaatregeling geldt dat:

    • a.

      De directeur Gemeenschappelijke Diensten bevoegd is om (rechts)handelingen ten behoeve van de Stichting te verrichten mits passend binnen de begroting van de Stichting 1 ;

    • b.

      De concerncontroller/ CFO bevoegd is om (rechts)handelingen te verrichten namens de Gemeente en de Stichting met een financieel belang tot ten hoogste €250.000,-;

    • c.

      Afdelingshoofden van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht werkzaam binnen de divisie Gemeenschappelijke Diensten van de Stichting bevoegd zijn (rechts)handelingen te verrichten namens de Gemeente en de Stichting met een financieel belang tot ten hoogste € 100.000,-;

    • d.

      Teamleiders van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht werkzaam binnen de divisie Gemeenschappelijke Diensten van de Stichting bevoegd zijn (rechts)handelingen te verrichten namens de Gemeente en de Stichting met een financieel belang tot ten hoogste €25.000,-;

    Deze bedragen gelden tenzij anders is bepaald en zijn exclusief Btw.

Artikel 4 Te verlenen mandaat, volmacht of machtiging

  • a. Aan de volgende functionarissen werkzaam binnen de kolom Gemeenschappelijke Diensten wordt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging verleend voor het uitoefenen van de hiernavolgende bevoegdheden:

    Nr.

    Omschrijving

    bevoegdheid

    Grondslag

    Bevoegdbestuursorgaan

    Soort

    over

    dracht

    Verleendaan

    Bijzonderheden en beperkingen

    A.1

    Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente

    art. 160 lid 1, aanhef en onder d Gemeentewet

    college

    mandaat

    De in artikel 3, lid 3 genoemde functionarissen

    • a.

      geldt niet voor het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon

    • b.

      financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost

    • c.

      het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan de Stichting expliciet opgedragen taken en bevoegdheden

    A.2

    Vertegenwoordiging buiten rechte van de gemeente (verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, waaronder het ondertekenen van overeenkomsten en andere (feitelijke) handelingen, zoals het aanvragen van vergunningen en ontheffingen namens de gemeente)

    art. 171 Gemeentewet

    burgemeester

    volmacht en machtiging

    De in artikel 3, lid 3 genoemde functionarissen

    zie de bijzonderheden bij nr. A.1 betreft onder meer privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij nr. A 1

    A.3

    Beslissen op aansprakelijkstellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de Stichting

    art. 160, lid 1 aanhef en onder e en f, Gemeentewet

    college

    mandaat

    teamleider

     

    A.4

    Besluiten om een derde aansprakelijk te stellen, in gebreke te stellen in het kader van een ingestelde (rechts)vordering, voor zover deze vordering, aansprakelijkstelling, ingebrekestelling betrekking heeft op de taken en bevoegdheden van de Stichting

    art. 160, lid 1, aanhef en onder e en f, Gemeentewet

    college

    mandaat

    teamleider

     

    A.5

    Besluiten die betrekking hebben op bestuursrechtelijke geldschulden voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de Stichting

    titel 4.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb)

    college, burgemeester

    mandaat

    teamleider

     

    A.6

    Beslissen op ingebrekestellingen wegens niet tijdig beslissen voor zover dit betrekking heeft op de taken en bevoegdheden van de Stichting

    paragraaf 4.1.3.2 Awb

    raad, college en burgemeester

    mandaat

    teamleider

     

    A.7

    Behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Awb, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid behorend tot de taken en bevoegdheden van de Stichting

    titel 9.1 Awb

    college en burgemeester

    machtiging

    teamleider

     

    A.8

    Beslissen omtrent verzoeken om informatie alsmede het uit eigener beweging of op verzoek verstrekken van informatie op grond van de Wet openoverheid (Woo)

    hoofdstukken 3, 4 & 5 Woo

    college

    mandaat

    teamleider

     

    A.9

    De volgende bevoegdheden en feitelijke handelingen:

    • a.

      Die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene, inclusief de daarbij behorende voorbereidingshandelingen zoals onder andere het verlengen van de termijn conform artikel 12 lid 3 AVG

    • b.

      die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

    • c.

      die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens

    artikelen 12 tot en met 23, 33, 34 en 36 van de AVG en artikelen 25 en 28 van de Wet politiegegevens

    college

    mandaat en machtiging

    teamleider

     

    A.10

    Het doen van aanbestedingen, het (voorlopig) gunnen van opdrachten en het besluiten tot en verrichten van (rechts)handelingen die betrekking hebben op de uitvoering van opdrachten.

    Aanbestedingswet

    college, burgemeester

    mandaat, volmacht en machtiging

    teamleider

     

    A.11

    Besluiten tot het aanvragen van vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen, toestemmingen, verklaringen van geen bedenkingen

    Omgevingswet

    Algemene Plaatselijke Verordening,

    Verordening werken in de openbare ruimte

    college

    mandaat

    teamleider

     

    A.12

    Besluiten tot het aanvragen van subsidies

    diverse subsidieregelingen

    college

    machtiging

    teamleider

     

    A.13

    Besluiten en overige (rechts)handelingen in verband met het beheer van archieven.

    Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995, Archiefregeling, Archiefverordening 2008

    college

    mandaat en machtiging

    teamleider

     

    A.14

    Als bronhouder brondocumenten aanbieden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) ter inschrijving in het register brondocumenten ondergrond (BRO)

    • -

      Als bronhouder terugmeldingen afhandelen

    • -

      Een gegeven dat als authentiek gegeven in een basis- of kernregistratie beschikbaar is, gebruiken, als dat gegeven nodig is bij het vervullen van de drinkwatertaak

    • -

      Bij gerede twijfel over de juistheid of het ontbreken van een authentiek gegeven in een basis- of kernregistratie, dit terugmelden aan de stelselbeheerder onder opgaaf van redenen.

    Art. 1, 9 en 33, lid 3 Wet basisregistratie ondergrond, art. 6, 9, 10 Reglement basisinformatie 2018

    college

    mandaat en machtiging

    teamleider

     

    A.15

    Besluiten en overige (rechts)handelingen in verband met het beheer van archieven.

    Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995, Archiefregeling, Besluit informatiebeheer Amsterdam

    college

    mandaat, volmacht en machtiging

    teamleider

    Met uitzondering van:

    • -

      Besluiten tot vervanging van archiefbescheiden als bedoeld in artikel 7 Archiefwet 1995.

    • -

      Vaststelling van toepassing van een kwaliteitssystemen als bedoeld artikel 16 Archiefregeling

    • -

      Besluiten als bedoeld in artikel 15 Archiefwet 1995 inzake het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden

    • -

      Vervreemding (= eigendomsoverdracht van informatie)

    • -

      Besluiten over informatie die genomen worden in verband met de ontvlechting van Stichting Waternet.

    • -

      Besluiten mbt uitzonderingen op de bewaartermijnen uit selectielijsten.

    • -

      Besluiten mbt overbrenging, inclusief besluiten over openbaarheidsbeperkingen daarbij.

    • -

      Besluiten over migraties en conversie van cruciale systemen

    • -

      Besluiten met betrekking tot documenten vervaardigd voor 1 januari 2026. Hierover dient eerst overeenstemming met de gemeente Amsterdam. Uitzondering hierop geldt voor eenvoudige migraties, waarbij geen sprake is van dataconversie. Bijvoorbeeld een 1 op 1 migratie van de ene netwerkschijf naar een andere

  • b. Aan de volgende functionarissen werkzaam binnen de kolom Gemeenschappelijke Diensten wordt volmacht of machtiging verleend voor het uitoefenen van de hiernavolgende bevoegdheden namens de Stichting:

    Nr.

    Omschrijving

    bevoegdheid

    Grondslag

    Bevoegd

    orgaan

    Soort

    overdracht

    Verleend

    aan

    Bijzonderheden en beperkingen

    B.1

    Vertegenwoordiging buiten rechte

    Art. 9 lid 1 en 2 statuten Stichting

    bestuur

    volmacht

    De in artikel 3, lid 3 genoemde functionarissen

    met uitzondering van de besluiten ter goedkeuring van het college of de raad van toezicht, met inachtneming van de bedragen genoemd in artikel 3 lid 3

Artikel 5 Ondertekening

  • 1. Een in mandaat of ondermandaat genomen besluit wordt ondertekend door de gemandateerde.

  • 2. Degene die mandaat heeft te besluiten tot een privaatrechtelijke rechtshandeling, heeft tevens volmacht de rechtshandeling te verrichten en betreffende stukken te ondertekenen.

  • 3. Degene die gemachtigd is een handeling te verrichten die geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling inhoudt, is tevens gemachtigd betreffende stukken te ondertekenen. Een handeling die geen besluit of privaatrechtelijke rechtshandeling inhoudt wordt ondertekend door de persoon aan wie mandaat is verleend de handeling te verrichten.

  • 4. De ondertekening van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, luidt als volgt:

    • a.

      in het geval van ondertekening op grond van een (onder)mandaat of (onder)machtiging met betrekking tot een bevoegdheid van het college:

      Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam,

      namens hen ….. [de gemandateerde of gemachtigde medewerker]

    • b.

      in het geval van ondertekening op grond van een (onder)volmacht of (onder)machtiging met betrekking tot een bevoegdheid van de burgemeester:

      Namens de gemeente Amsterdam,

      de burgemeester van de gemeente Amsterdam,

      voor deze ….. [de gevolmachtigde medewerker]

Artikel 6 Overig

  • 1. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad, treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026.

  • 2. Besluiten als benoemd in dit besluit, welke zijn genomen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit in de periode tussen 1 januari 2026 en het moment van bekendmaking van dit besluit, worden geacht bevoegd en namens het betreffende bestuursorgaan van de gemeente te zijn genomen.

  • 3. Dit besluit inclusief de bijlage, kan worden aangehaald als Ondermandaatregeling Gemeenschappelijke Diensten Stichting Watermaatschappij Amsterdam.

    [Artikel 6 lid 3 bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Dit besluit kan worden aangehaald als Ondermandaatregeling Gemeenschappelijke Diensten Stichting Watermaatschappij Amsterdam.]

Ondertekening

Amsterdam, 7 januari 2026

Het bestuur van Stichting Watermaatschappij Amsterdam en de bestuurder | directeur Gemeenschappelijke Diensten van Stichting Watermaatschappij Amsterdam,

Y.N. Jakobs

Bestuurder | directeur Drinkwater

B.F.M. Rusken

Bestuurder | directeur Amsterdamse

Riool- en Watertaken

E.J. van den Bos

Bestuurder | directeur Gemeenschappelijke Diensten


Noot
1

De directeur is op grond van het besluit van 28 oktober 2025 van het College van B&W en de burgemeester van Amsterdam reeds bevoegd om financiële verplichtingen aan te gaan namens de gemeente Amsterdam mits passend binnen de begroting van de gemeente.