Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755472
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755472/1
Beleidsnota sekswerk gemeente Bernheze
Geldend van 20-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsnota sekswerk gemeente Bernheze1. Begrippen en afbakening
1.1 Begrippen
Sekswerk: het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling, goederen, middelen en/of onderdak. Sekswerk omvat alle vormen van seksuele dienstverlening.
Met seksuele handelingen met iemand wordt bedoeld dat er sprake is van wederzijdse seksuele interactie met lichamelijk contact tussen sekswerker en klant.
Seksuele handelingen voor iemand verwijzen naar handelingen waarbij de sekswerker iets seksueels verricht voor het genot van de ander, zonder dat er fysiek contact is, zoals bij webcamseks of BDSM-acts waarbij geen lichamelijk contact is.
Sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen of diensten met of voor een ander tegen betaling, goederen, middelen en/of onderdak.
Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling.
Hieronder vallen onder meer seksclubs, bordelen, privéhuizen, escortbedrijven, erotische massagesalons, sekstheaters, seksbioscopen en seksautomatenhallen. Ook parenclubs, swingersclubs en sekssauna’s vallen onder de definitie van een seksbedrijf. Thuiswerkende sekswerkers, erotisch getinte horeca en erotische detailhandel worden niet beschouwd als seksbedrijven binnen deze definitie.
Escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm van bemiddeling tussen klant en sekswerker.
Seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf. Het gedeelte van het seksbedrijf waar het sekswerk plaatsvindt.
Werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend.
Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf;
Klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een sekswerker aangeboden seksuele diensten.
Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
- -
De exploitant;
- -
De beheerder;
- -
De sekswerker;
- -
Het personeel dat in het seksbedrijf werkzaam is;
- -
Toezichthouders zoals bedoeld in artikel 6.2 APV;
- -
Andere personen wier aanwezigheid in het seksbedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt.
1.2 Verschil sekswerk en prostitutie
In dit beleid zijn de begrippen prostitutie en prostituee zoveel mogelijk vervangen door sekswerk en sekswerker. Deze keuze is bewust gemaakt omdat het begrip prostitutie door veel sekswerkers als stigmatiserend wordt ervaren en een negatief imago kent. De term sekswerk erkent het als een vorm van arbeid en sluit beter aan bij het uitgangspunt dat sekswerk in Nederland een legaal beroep is. Daarnaast is sekswerk een bredere term die alle vormen van seksuele dienstverlening omvat, en niet uitsluitend het verrichten van seksuele handelingen. Met deze beleidsnota maakt de gemeente duidelijk dat het beleid gericht is op diverse vormen van sekswerk. Het begrip prostitutie wordt daarom slechts beperkt gebruikt.
1.3 Vergunde en onvergunde seksbranche
Seksbedrijven zijn vergunningsplichtig volgens de APV en Omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Exploitanten van een seksbedrijf, en bijbehorende seksinrichting, dienen te beschikken over een omgevingsvergunning en exploitatievergunning, en als er alcohol wordt geschonken ook een Alcoholwetvergunning. Zonder deze vergunningen is er sprake van een illegaal seksbedrijf.
Onder de onvergunde seksbranche vallen vormen van sekswerker zoals sekswerk vanuit huis, webcamseks en zelfstandige escortdiensten. Deze vormen van sekswerk zijn niet vergunningsplichtig en vallen daarom onder de onvergunde branche. Hoewel er geen vergunning nodig is voor deze vormen van sekswerk, zijn thuiswerkers wel gebonden aan de regels. Wanneer de regels niet nageleefd worden, is er sprake van illegaal sekswerk.
1.4 Scheiding van sekswerk en mensenhandel
Er is gekozen voor een duidelijke scheiding tussen sekswerk en mensenhandel. Mensenhandel kan voorkomen binnen de seksbranche, maar sekswerk is niet per definitie mensenhandel. De focus op mensenhandel kan leiden tot tunnelvisie waardoor sekswerk niet langer als beroep wordt gezien, maar als misdrijf. In dit beleid staat sekswerk als werk en beroepsgroep centraal. Als er vermoedens van seksuele uitbuiting zijn en/of mensenhandel wordt geconstateerd, handelt de gemeente volgens de aanpak mensenhandel.
1.5 Seksuele dienstverlening binnen een zorgcontext
In sommige gevallen wordt seksuele dienstverlening aangeboden in het kader van zorg of begeleiding, bijvoorbeeld aan personen met een beperking, psychische kwetsbaarheid of in het kader van seksualiteitsbegeleiding. De aard en het doel van deze dienstverlening kunnen verschillen van commerciële sekswerkactiviteiten.
De gemeente Bernheze erkent dat dergelijke zorginitiatieven in de eerste plaats zijn gericht op welzijn en ondersteuning. Tegelijkertijd geldt dat, zodra sprake is van het tegen betaling verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander, dit in juridische zin valt onder sekswerk zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de APV. Dit betekent dat het aanbieden of faciliteren van seksuele handelingen tegen betaling, ook binnen een zorgkader, onder het sekswerkbeleid kan vallen als: de dienstverlening bedrijfsmatig of structureel plaatsvindt; meerdere cliënten worden bediend; of de activiteit buiten een erkende zorginstelling plaatsvindt.
Wanneer de seksuele ondersteuning aantoonbaar onderdeel uitmaakt van reguliere zorgverlening, onder verantwoordelijkheid van een erkende zorgaanbieder of geregistreerde zorgverlener, en waarbij het zorgdoel overheerst boven het commerciële belang, kan de burgemeester besluiten dat dit niet wordt aangemerkt als seksinrichting of sekswerk in de zin van de APV. Bij twijfel over de kwalificatie beoordeelt de burgemeester per geval of de aard, omvang en context van de dienstverlening aanleiding geven om het als sekswerk aan te merken. Hierbij worden de belangen van zorgverlening, bescherming van cliënten, openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat zorgvuldig afgewogen.
2. Inleiding
2.1.1. Mensenrechten
Sekswerk is in Nederland een vorm van arbeid; het is een legaal beroep. Het beleid is daarom gebaseerd op het uitgangspunt dat sekswerkers recht hebben op veiligheid, zelfbeschikking en gelijke behandeling, net als mensen in andere beroepen. Dat is vastgelegd in de Grondwet, waarin het recht op vrije keuze van arbeid (artikel 19) en gelijke behandeling (artikel 1) wordt erkend. Vrijwillig sekswerk valt dus onder deze grondrechten. Ook internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), ondersteunen dit. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) moet de overheid mensen beschermen tegen dwang, geweld en uitbuiting, maar ook hun persoonlijke autonomie en privacy respecteren (artikel 8 EVRM). Sekswerk raakt aan deze rechten.
De gemeente Bernheze kiest voor een benadering waarin vrijwillig sekswerk wordt erkend, gereguleerd en beschermd. Om dit te waarborgen, is deze beleidsnota met beleidsregels opgesteld dat een duidelijk kader biedt voor zowel sekswerkers als exploitanten. Het beleid zorgt voor rechtszekerheid, veiligheid en transparantie binnen de branche. De gemeente houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving. Het doel is een eerlijk, duidelijk en veilig werkklimaat voor iedereen in de seksbranche.
2.1.2. Landelijke ontwikkelingen
Met de Wet opheffing algemeen bordeelverbod in 2000 is het in Nederland toegestaan om sekswerk onder gereguleerde voorwaarden bedrijfsmatig aan te bieden. In plaats van landelijke wetgeving koos de overheid voor een lokale invulling van het sekswerkbeleid en stelde gemeenten verantwoordelijk voor de formulering van dit beleid. Het idee hierachter is dat er ingespeeld kan worden op specifieke omstandigheden op lokaal niveau. Veel gemeenten in Nederland hebben in 2000 sekswerkbeleid gemaakt, zo ook de gemeente Bernheze.
Het kabinet werkt sinds 2009 aan landelijke wetgeving: de Wet regulering sekswerk (hierna Wrs). Met de Wet regulering sekswerk (Wrs) streeft de overheid naar een uniforme landelijke aanpak, waarin sekswerk beter gereguleerd en beschermd wordt. De wet introduceert onder meer een landelijke vergunningsplicht voor sekswerkers en exploitanten, een minimumleeftijd van 21 jaar, en verplichte intakegesprekken gericht op het signaleren van misstanden. Daarnaast komt er een landelijk register, en worden klanten strafbaar als ze gebruikmaken van illegaal sekswerk.
De wet is op 26 januari 2021 ingediend bij de Tweede Kamer. De Wrs leidt tot zorgen bij gemeenten, belangenorganisaties en sekswerkers zelf. Zij vrezen onder meer verdergaande stigmatisering, een toename van illegaal en onzichtbaar sekswerk en een belemmering van toegang tot zorg en bescherming. Dit heeft ertoe geleidt dat de wet op onderdelen wordt aangepast. Totdat de wet wordt ingevoerd, blijven gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen lokale beleid. De verwachting is dat het nog lang duurt voordat de Wrs daadwerkelijk wordt aangenomen. Daarom motiveert de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid1 gemeenten om, in afwachting van de Wrs, door te gaan met het opstellen of actualiseren van lokaal sekswerkbeleid.
Naast de Wrs werkt de rijksoverheid ook aan het wetsvoorstel gemeentelijk toezicht op seksbedrijven (hierna: Wgts). Dit voorstel beoogt een wettelijke grondslag te geven aan gemeenten om bij het toezicht op seksbedrijven bepaalde bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers te verwerken. Op dit moment ontbreekt die grondslag, waardoor het gemeentelijk toezicht in de praktijk beperkt is. Het wetsvoorstel voorziet in een wijziging van artikel 151a van de Gemeentewet, zodat gemeenten persoonsgegevens mogen verwerken als dat noodzakelijk is voor toezicht en handhaving bij seksbedrijven. De behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer moet nog plaatsvinden. Tot die tijd blijft de gemeente gebonden aan de huidige wettelijke kaders.
2.2. Aanleiding actualiseren beleidsnota sekswerk in Bernheze
Er zijn twee redenen waarom het van belang is om het ‘Prostitutiebeleid gemeente Bernheze 2000’ en ‘beleidsregels nieuwvestiging seksinrichtingen 2001’ te actualiseren.
Ten eerste verandert de maatschappelijke en technologische context van sekswerk sterk. Door internet, smartphones en social media ontstaan nieuwe, vaak onvergunde vormen van sekswerk. Traditionele locaties zoals sekshuizen en bordelen nemen af, terwijl zelfstandige sekswerkers en alternatieve werkplekken, zoals woningen, recreatielocaties en hotels, toenemen. Deze ontwikkelingen herkennen we in het lokale beeld van de sekswerkbranche in Bernheze (zie paragraaf 2.3). Daarnaast zorgt de toename van zelfstandigen voor meer vraag naar werkruimtes, bijvoorbeeld het huren van een zelfstandige werkruimte of via kamerverhuur voor sekswerk.
De tweede reden betreft een uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Op 3 december 2018 heeft de politie in het Landelijk Overleg Politie en Veiligheid2 aangegeven dat deze zich meer wil richten op de opsporingsonderzoeken naar mensenhandel en het aandeel in de toezichthoudende taak te willen verminderen. In de daaropvolgende jaren hebben de politie-eenheden de bestuurlijke taak overgedragen aan de gemeenten. De politie Oost-Brabant heeft als laatste eenheid de toezichthoudende rol op de seksbranche per 1 januari 2024 overgedragen aan de gemeenten. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het toezicht op de seksbranche, zowel vergund als onvergund.
Bij het actualiseren van de beleidsnota sekswerk is gebruikgemaakt van de handreiking van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Het CCV heeft regelmatig geadviseerd en updates gegeven over landelijke ontwikkelingen. Daarnaast is regelmatig afgestemd met andere gemeenten, zowel met gemeenten die recent hun sekswerkbeleid hebben vernieuwd als met gemeenten die nog bezig zijn met beleidsherziening. Ook is de input van sekswerkers uit de Klankbordgroep Seksworks meegenomen, zodat hun visie goed terugkomt in het nieuwe beleid.
2.3 Aard en omvang sekswerk in de gemeente Bernheze
De gemeente Bernheze heeft voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe beleidsnota sekswerk een analyse uitgevoerd van de aard en omvang van sekswerk in de gemeente. Om te komen tot een goed beeld is er informatie opgevraagd bij de volgende organisaties: politie Oost-Brabant, omliggende gemeenten Oss, Boxtel, Meierijstad, Maashorst en Land van Cuijk, het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC), de GGD Hart van Brabant, prostitutie maatschappelijk werk regio Noordoost Brabant, Kamer van Koophandel (KVK), en de woningcorporaties Joost, Mooiland en Brabant Wonen.
2.3.1. Vergunde branche
De gemeente Bernheze heeft sinds de legalisering van sekswerk in 2000 geen vergunningen afgegeven voor een seksbedrijf. In de omliggende gemeenten zijn wel seksbedrijven gevestigd. Zo zijn er in de gemeenten Meierijstad (Veghel), Maashorst (Uden) en Land van Cuijk (Haps en Overloon) vergunningen afgegeven voor seksclubs en een privéhuis. In Oss en Boxtel zijn vergunningen afgegeven voor erotische massagesalons. De vergunde locaties worden periodiek gecontroleerd door de gemeenten.
2.3.2. Onvergunde branche
Er is beperkt zicht op de onvergunde branche in de gemeente Bernheze. Onder de onvergunde seksbranche vallen vormen van sekswerk zoals sekswerk vanuit huis, webcamseks en zelfstandige escortdiensten. Het is belangrijk om hierin een onderscheid te maken tussen enerzijds de sekswerker die vanuit de eigen woning sekswerk aanbiedt, ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel en belasting afdraagt over de verdiensten en anderzijds ‘carrousel sekswerk’ waarbij sprake is van veelal buitenlandse sekswerkers die voor enkele dagen in een woning worden geplaatst en daarna weer naar een andere locatie gaan. Dit laatste voldoet niet aan de voorwaarden van het werken vanuit de eigen woning. Deze illegale vorm van sekswerk vanuit een woning wordt opgemerkt door de buurt en gemeld bij de gemeente en politie. De politie heeft tijdens het uitvoeren van de bestuurlijke toezichtstaak met name op deze vorm van sekswerk gecontroleerd. Hieruit blijkt dat het voornamelijk gaat om sekswerkers uit Oost-Europa en Zuid-Amerika. Hierbij wordt zowel gebruik gemaakt van sociale huurwoningen van de woningcorporaties als chalets op vakantieparken, recreatiewoningen en parkeerplaatsen (cardates).
Periodiek bekijken toezichthouders van de gemeente Bernheze websites waar sekswerk wordt aangeboden. Als blijkt dat er een advertentie online staat in de gemeente Bernheze, dan wordt er contact gelegd met de betreffende sekswerker. De meeste advertenties op sekssites staan echter op de grotere plaatsen zoals Oss, Uden en Den Bosch. Hierdoor is het lastig om goed beeld te vormen van het aanbod van sekswerk in de gemeente Bernheze. Het is van belang om samen te werken met de omliggende gemeenten en de politie.
3. Uitgangspunten beleidsnota sekswerk Bernheze
Er zijn vier uitgangspunten opgesteld die de doelstelling van het beleid vormen. De uitgangspunten worden hieronder toegelicht.
Uitgangspunt 1: zorgvuldige regulering van sekswerk
Door het actualiseren van het gemeentelijk beleid, de APV en het omgevingsplan, krijgt de gemeente meer mogelijkheden om sekswerk op een zorgvuldige en passende wijze te reguleren. Het invoeren van een vergunningsstelsel, met bijbehorende voorwaarden, moet bijdragen aan het voorkomen van misstanden en het beperken van overlast binnen de seksbranche. Tegelijkertijd wil de gemeente ruimte bieden aan zelfstandige sekswerkers die vanuit hun eigen woning werkzaam zijn, mits dit op verantwoorde wijze gebeurt.
Uitgangspunt 2: het beschermen van het woon- en leefklimaat
Seksbedrijven en zelfstandige sekswerkers mogen, net als andere beroepsgroepen, de veiligheid en leefbaarheid in Bernheze niet aantasten. Ervaringen uit andere gemeenten laten zien dat thuiswerkende sekswerkers zelden voor overlast zorgen. Wanneer er wel overlast is, blijkt er vaak sprake van bredere problematiek. Om overlast in wijken en buurten te voorkomen, zijn zowel seksbedrijven als thuiswerkende sekswerkers gebonden aan geldende wet- en regelgeving. Als deze regels niet worden nageleefd, kan de gemeente – net als bij andere bedrijven – handhavend optreden
Uitgangspunt 3: tegengaan van misstanden en geweld in de seksbranche
De seksbranche is kwetsbaar voor misstanden zoals slechte arbeidsomstandigheden, geweld en seksuele uitbuiting. Dergelijke situaties kunnen zich voordoen binnen zowel vergunde als onvergunde en illegale vormen van sekswerk. Om hier grip op te krijgen, voert de gemeente Bernheze toezichtcontroles uit en werkt zij nauw samen met ketenpartners, waaronder gespecialiseerde ondersteuningsorganisaties. Daarnaast legt de gemeente via regelgeving een duidelijke verantwoordelijkheid bij exploitanten van seksbedrijven om actief bij te dragen aan het voorkomen van misstanden.
Uitgangspunt 4: versterken van de positie van sekswerkers
Sekswerk is in Nederland een legaal beroep en hoort daarom dezelfde rechten en bescherming te krijgen als andere beroepsgroepen. Toch leidt stigmatisering er regelmatig toe dat sekswerkers in hun rechten worden beperkt. Dit belemmert hun zichtbaarheid en maakt het moeilijker om toegang te krijgen tot zorg en ondersteuning. Door de hoge mobiliteit en de vaak anonieme aard van de branche is het voor instanties bovendien lastig om in contact te komen met sekswerkers. Dat blijkt ook uit de lokale analyse: het zicht op de branche is beperkt. Om dit te verbeteren worden verschillende initiatieven ingezet, zoals bestuurlijk toezicht, het zorg- en ondersteuningsaanbod van de GGD en prostitutie maatschappelijk werk (PMW). Deze dragen bij aan het vergroten van de zichtbaarheid en het contact met sekswerkers.
4. Juridisch kader
De gemeente Bernheze baseert haar beleidsnota sekswerk op bestaande wet- en regelgeving, zowel op grondwettelijk als gemeentelijk niveau. Gemeenten hebben de bevoegdheid om lokaal regels te stellen ten aanzien van de vestiging, exploitatie en controle van seksbedrijven. Dit juridisch kader biedt de grondslag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in de seksbranche.
4.1. Gemeentewet
Artikel 151a Gemeentewet
De regulering van sekswerk binnen de gemeente Bernheze is gebaseerd op artikel 151a van de Gemeentewet. Deze bepaling biedt de gemeenteraad de bevoegdheid om bij verordening voorschriften vast te stellen over het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling.
Op basis van deze wettelijke grondslag is in de APV vastgelegd dat het exploiteren van een seksbedrijf alleen is toegestaan met een exploitatievergunning. Hiermee wordt gereguleerd onder welke voorwaarden seksbedrijven zich in de gemeente mogen vestigen. Artikel 151a vormt daarmee de juridische basis voor het gemeentelijk beleid en vergunningenstelsel ten aanzien van seksbedrijven.
Artikel 160 Gemeentewet en artikel 174 Gemeentewet
Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot de uitvoering van het gemeentelijk beleid en het nemen van besluiten over vergunningverlening. Dit betekent dat het college verantwoordelijk is voor het verlenen, weigeren, wijzigen of intrekken van exploitatievergunningen voor seksbedrijven op basis van de in de APV en nadere regels opgenomen criteria.
Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op publiek toegankelijke inrichtingen, waaronder seksinrichtingen. Wanneer de openbare orde of veiligheid in het geding is, kan de burgemeester overgaan tot het (tijdelijk of permanent) sluiten van een seksinrichting. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij signalen van overlast, criminele activiteiten of mensenhandel. Het sluiten van een inrichting is een bestuursmaatregel die wordt ingezet wanneer minder ingrijpende middelen niet toereikend zijn.
4.2. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Op basis van artikel 151a van de Gemeentewet biedt de APV het juridische kader om regels te stellen over het exploiteren van seksbedrijven. In de APV is vastgelegd dat voor het oprichten, veranderen of het exploiteren van een seksbedrijf een exploitatievergunning is vereist. Daarnaast is in de APV vastgelegd aan welke voorwaarden exploitanten moeten voldoen en op welke gronden een vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken. De burgemeester weigert op grond van de APV een exploitatievergunning voor een seksbedrijf wanneer hij van oordeel is dat de vestiging van het seksbedrijf een ontoelaatbare negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde. Zo draagt de APV bij aan het waarborgen van openbare orde, veiligheid, gezondheid en leefbaarheid in de gemeente.
4.3. Omgevingswet en omgevingsplan
In het omgevingsplan legt de gemeente vast op welke locaties seksbedrijven zijn toegestaan of juist worden uitgesloten en onder welke voorwaarden deze activiteit mag plaatsvinden. Daarbij kan het omgevingsplan bepalen of een seksbedrijf alleen met een omgevingsvergunning is toegestaan of onder specifieke voorwaarden rechtstreeks wordt toegestaan.
Het omgevingsplan kan daarnaast regels stellen over de situering, omvang en inrichting van seksbedrijven, met aandacht voor de fysieke leefomgeving, verkeersveiligheid, het straatbeeld en het voorkomen van overlast. Het omgevingsplan bevat echter geen bepalingen over exploitatie, toezicht of openbare orde; deze onderwerpen worden geregeld via de APV en andere relevante wetgeving. Het plan richt zich uitsluitend op fysieke en ruimtelijke aspecten en bevat geen inhoudelijke beoordeling van sekswerk zelf.
4.4. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Seksbedrijven moeten voldoen aan de bouwkundige en hygiënische eisen zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit landelijke besluit stelt regels aan de inrichting en het gebruik van bouwwerken, met specifieke aandacht voor verblijfsruimten, sanitaire voorzieningen en hygiëne. Zo moeten werkruimtes minimaal 5 m² groot zijn, voorzien zijn van stromend warm en koud water en moeten er per vijf werkplekken voldoende sanitaire voorzieningen aanwezig zijn. Daarnaast gelden eisen op het gebied van ventilatie, brandveiligheid en toegankelijkheid voor toezicht. De toepassing van deze eisen wordt meegenomen bij het beoordelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen en kan onderdeel zijn van gemeentelijke handhaving en toezicht, onder meer via inspecties van de GGD. Hiermee wordt bijgedragen aan een veilige, hygiënische en verantwoorde werkomgeving voor sekswerkers.
4.5. Nadere regels
Nadere regels zijn uitvoeringsregels die door het college van B&W kunnen worden vastgesteld op basis van een bevoegdheid die in de APV is gedelegeerd. Ze geven praktische invulling aan de algemene bepalingen in de APV. Nadere regels kunnen worden aangepast door het college van B&W wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld bij jurisprudentie, signalen uit de praktijk of veranderende lokale omstandigheden.
De ‘nadere regels seksbedrijven gemeente Bernheze’ omvatten, aanvullend op het Besluit bouwwerken leefomgeving, technische voorschriften zoals de afmeting en inrichting van de werkruimte, wasbakken badruimte, toiletten, ontvluchtings- en alarmeringsgelegenheid, brandveiligheidsvoorschriften, en gebruiksvoorschriften zoals het verschonen van bed- en handlinnen, hulp bij ongevallen en seksuele gezondheid. Het opstellen van nadere regels heeft tot doel het beheersen en reguleren van de exploitatie van sekswerk en het beschermen en verbeteren van de positie van sekswerkers.
4.6. Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers3
Voor seksbedrijven gelden de hygiënische standaarden zoals vastgelegd in de Hygiënerichtlijn Seksbedrijven en Sekswerkers van het RIVM. Deze richtlijn bevat praktische en toetsbare normen gericht op het voorkomen van infectierisico’s en het waarborgen van een veilige en gezonde werkomgeving voor sekswerkers en klanten. De richtlijn stelt eisen aan persoonlijke hygiëne, zoals zorgvuldig handen wassen, het structureel gebruik van condooms en het hygiënisch reinigen en desinfecteren van materialen en werkruimten. Daarnaast bevat de richtlijn voorschriften voor de inrichting van seksinrichtingen, waaronder voldoende sanitaire voorzieningen, gescheiden werk- en rustruimten, ventilatie en schoonmaakprocedures.
Exploitanten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van hygiënemiddelen, het opstellen van huisregels en het toezien op naleving binnen hun bedrijf. De GGD hanteert de RIVM-richtlijn als norm bij inspecties. De gemeente kan deze richtlijn opnemen als voorwaarde binnen de vergunningverlening ter bevordering van de volksgezondheid en veiligheid binnen de branche.
4.7. Wet Bibob
Het doel van de wet Bibob is te voorkomen dat bestuursorganen strafbare feiten faciliteren. De wet biedt een instrument om te beoordelen of partijen waaraan een vergunning wordt of is verleend integer zijn en geeft de mogelijkheid een vergunning te weigeren of in te trekken wegens mogelijk crimineel misbruik ervan (het witwassen van geld of het plegen van strafbare feiten).
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning, exploitatievergunning en indien van toepassing een Alcoholwetvergunning, moet een Bibob vragenformulier worden ingevuld. De aanvrager is verplicht het vragenformulier volledig en naar waarheid in te vullen. Het is mogelijk dat de gemeente om aanvullende gegevens vraagt aan de aanvrager, ook deze gegevens is de aanvrager verplicht te verschaffen. De gemeente doet onderzoek en maakt daarbij gebruik van open bronnen zoals bijvoorbeeld het internet, sociale media, het handelsregister en het kadaster. Als het naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk is, wordt advies gevraagd van het Landelijk Bureau Bibob. Dit kan ertoe leiden dat een vergunning wordt ingetrokken, geweigerd of dat er bijzondere voorwaarden worden verbonden aan de vergunning.
Daarnaast behoudt de gemeente zich het recht voor om ook nadat een vergunning is verleend, tussentijds een Bibob-onderzoek uit te voeren. De exploitant wordt hiervan op de hoogte gesteld en wordt verzocht de benodigde informatie te verstrekken. Hiermee waarborgt de gemeente de integriteit van de seksbranche en beschermt zij de openbare orde.
5. Beleidsregels
De beleidsregels in deze beleidsnota sekswerk zijn opgesteld om duidelijkheid te bieden over de verwachtingen en normen waaraan seksbedrijven moeten voldoen. Deze regels vormen het toetsingskader bij vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Naast het naleven van deze regels, wordt van exploitanten ook verwacht dat zij handelen in de geest van deze beleidsregels en de wet- en regelgeving zoals toegelicht in hoofdstuk 4 van deze beleidsnota. Dit betekent dat zij niet alleen de formele voorwaarden respecteren, maar ook actief bijdragen aan een veilige, gezonde en integere bedrijfsvoering die aansluit bij de doelstellingen van dit beleid en de maatschappelijke belangen die hiermee gediend worden.
5.1. Beleidsregels
- 1.
De minimumleeftijd van de sekswerker is 18 jaar.
- 2.
De afstand tot andere seksbedrijven of erotische detailhandel is minimaal 100 meter.
- 3.
Bij de vestiging van een seksbedrijf moet aangetoond worden dat de locatie vanuit verkeerskundig oogpunt geschikt is.
- 4.
Voor de vestiging van een seksbedrijf geldt een vergunningplicht op grond van het omgevingsplan en een exploitatievergunning op grond van de APV. Als er ook alcohol geschonken wordt geldt aanvullend de verplichting voor een Alcoholwetvergunning op grond van de Alcoholwet.
- 5.
De exploitatievergunning wordt verleend voor de duur van 10 jaar.
- 6.
Een escortbedrijf kan zich vestigen op locaties binnen de gemeente waar de functie ‘kantoor’ is toegestaan.
- 7.
Een escortbedrijf aan huis is toegestaan.
- 8.
Zelfstandige escort (zzp) zijn niet vergunningsplichtig indien voldaan wordt aan de voorwaarden.
- 9.
Thuiswerken door een sekswerker is onder voorwaarden vergunningsvrij toegestaan in de eigen woning.
- 10.
Sekswerk vanuit een vakantiewoning is niet toegestaan.
- 11.
Webcamseks en het maken van erotische content is vergunningsvrij.
- 12.
Vergunningsplicht voor seksbedrijven met sekspoppen en seksrobots.
- 13.
Raam- en straatsekswerk zijn niet toegestaan.
- 14.
Adverteren is toegestaan.
- 15.
Reclame-uitingen aan de gevel bij seksbedrijven en erotische detailhandel zijn low profile.
- 16.
Erotische detailhandel is toegestaan op locaties waar het omgevingsplan detailhandel toelaat.
- 17.
De vestiging van erotisch getinte horeca is uitsluitend toegestaan op locaties waar dit binnen de regels van het geldende omgevingsplan is toegestaan.
- 18.
Het seksbedrijf stelt een bedrijfsplan op en houdt zich aan de voorwaarden van het bedrijfsplan.
- 19.
De exploitant houdt een actuele en volledige bedrijfsadministratie bij.
- 20.
Toezicht en handhaving op de vergunde seksbranche in Bernheze.
- 21.
Toezicht en handhaving bij onvergund of illegaal sekswerk
5.2. Toelichting op de beleidsregels
1. De minimumleeftijd van de sekswerker is 18 jaar.
Sekswerk mag uitsluitend worden verricht door personen van 18 jaar en ouder. Deze minimumleeftijd is vastgelegd in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarin is bepaald dat het aanbieden of laten verrichten van seksuele diensten door minderjarigen strafbaar is en wordt aangemerkt als mensenhandel. Deze strafrechtelijke bepaling geldt voor zowel sekswerkers als exploitanten, klanten en tussenpersonen. De minimumleeftijd geldt ook voor het aanbieden van sekswerk vanuit de eigen woning en voor het werken als zelfstandige escort. Binnen het lokale beleid wordt hier strikt op toegezien; het inzetten van of samenwerken met minderjarige sekswerkers is niet toegestaan en leidt tot handhavend optreden. De gemeente Bernheze kiest bewust voor de wettelijke minimumleeftijd van 18 jaar. Een hogere leeftijdsgrens zou jongeren van 18 tot 21 jaar feitelijk uitsluiten van legaal sekswerk, waardoor zij eerder in het illegale of onvergunde circuit terechtkomen. Dat vergroot de risico’s op uitbuiting en belemmert toezicht en zorgverlening. De regel over leeftijd wordt niet opgenomen in het omgevingsplan omdat dit een niet-relevante beperking van de rechtsbescherming zou zijn en mogelijk strijdig zijn met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
2. De afstand tot andere seksbedrijven (m.u.v. escortbedrijven) of erotische detailhandel is minimaal 100 meter.
Om clustering te voorkomen en de leefbaarheid en openbare orde te beschermen, hanteert de gemeente een afstandscriterium van minimaal 100 meter tussen seksbedrijven onderling, tussen seksbedrijven en erotische detailhandel en tussen erotische detailhandel onderling. Deze afstand wordt gemeten als de hemelsbrede afstand tussen de dichtstbijzijnde hoeken van de perceelsgrenzen van beide locaties. Deze beleidsregel geldt niet voor escortbedrijven.
Voor vestigingen van erotische detailhandel geldt geen vergunningplicht. Om clustering te voorkomen, is in het omgevingsplan een afstandscriterium opgenomen. Dit houdt in dat nieuwe vestigingen van erotische detailhandel alleen zijn toegestaan als er geen andere seksbedrijven of erotische detailhandelsvestigingen binnen 100 meter aanwezig zijn. Daarnaast zijn eigenaren van erotische detailhandel verplicht hun activiteiten voorafgaand aan de start bij de gemeente te melden. Deze meldingsplicht wordt eveneens vastgelegd in het omgevingsplan. Op deze manier wordt het afstandscriterium ruimtelijk geborgd, beschikt de gemeente over actuele informatie en kan ongewenste concentratie tijdig worden voorkomen.
De gemeente stelt dit criterium op basis van haar bevoegdheden binnen de ruimtelijke ordening (het omgevingsplan) en de APV. Hiermee wordt beoogd een evenwichtige spreiding van seksbedrijven te waarborgen en ongewenste concentraties in woon- of winkelgebieden te voorkomen. Concentratie is niet wenselijk omdat dit kan leiden tot een toename van overlast, zoals geluid, verkeer en ongewenst gedrag in de openbare ruimte. Daarnaast kan het negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid, veiligheid en uitstraling van de buurt. Door spreiding wordt bijgedragen aan het beperken van deze risico’s en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze voorwaarde wordt als beoordelingsregel verbonden aan de vergunningplicht tot de vestiging van een seksbedrijf.
3. Bij de vestiging van een seksbedrijf moet aangetoond worden dat de locatie vanuit verkeerskundig oogpunt geschikt is.
Bij de vestiging van een seksbedrijf is het belangrijk dat de verkeerssituatie goed wordt beoordeeld. Om overlast en verhoogde parkeerdruk in de omgeving te voorkomen, kunnen in de omgevingsvergunning eisen worden gesteld aan de beschikbare parkeerruimte. Het seksbedrijf moet verkeersuitgangspunten aanleveren, zoals het verwachte aantal bezoekers, de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein en de verwachte verkeersbewegingen. Deze gegevens worden beoordeeld op basis van het geldende verkeersbeleid en bepalen mede of de locatie vanuit verkeersoogpunt geschikt wordt geacht. Per aanvraag wordt gekeken naar de parkeernormen naar vergelijkbare situaties, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke aard en omvang van het beoogde seksbedrijf. In de meeste gevallen zal de situatie vergelijkbaar zijn met de parkeernorm voor café, bar of cafetaria.
4. Voor de vestiging van een seksbedrijf geldt een vergunningplicht op grond van het omgevingsplan en een exploitatievergunning op grond van de APV. Als er ook alcohol geschonken wordt geldt aanvullend de verplichting voor een Alcoholwetvergunning op grond van de Alcoholwet.
Onder een seksbedrijf wordt in ieder geval verstaan: seksclubs, bordelen, privéhuizen, escortbedrijven, erotische massagesalons, sekstheaters, seksbioscopen, seksautomatenhallen, parenclubs, swingersclubs en sekssauna’s. Een seksbedrijf vraagt een omgevingsvergunning aan en een exploitatievergunning. Als er alcohol wordt geschonken vraagt het seksbedrijf ook een Alcoholwetvergunning aan. De beoordelingsregels waaraan de aanvraag wordt getoetst staan respectievelijk in het omgevingsplan en de APV.
Omgevingsvergunning
Voor het vestigen van een seksbedrijf is altijd een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit (OPA). Seksbedrijven zijn doorgaans niet rechtstreeks mogelijk op grond van regels van het omgevingsplan, waardoor een aparte beoordeling nodig is. De gemeente beoordeelt per geval of de locatie geschikt is en of vestiging op die plek ruimtelijk aanvaardbaar is. Hierbij worden aspecten zoals de omgeving, leefbaarheid en openbare orde zorgvuldig meegewogen. Zonder een verleende omgevingsvergunning mag een seksbedrijf niet worden gevestigd of in gebruik worden genomen. Deze procedure waarborgt dat sekswerk op een verantwoorde en gereguleerde manier in de fysieke leefomgeving wordt ingepast.
Indien een initiatief voor het vestigen van een seksbedrijf niet voldoet aan de beoordelingsregels bij de vergunningplicht, of als het initiatief buiten de reikwijdte van het omgevingsplan valt, kan de gemeente in sommige gevallen toch medewerking verlenen. Dit gebeurt dan via een zwaardere procedure, zoals een aanvraag voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het omgevingsplan. Deze routes bieden ruimte voor maatwerk, mits het initiatief ruimtelijk en maatschappelijk aanvaardbaar is.
De BOPA-procedure vraagt om een zorgvuldige afweging en een onderbouwing waarom in dat specifieke geval van het plan mag worden afgeweken. Bij een aanvraag voor een BOPA is het verplicht dat de initiatiefnemer in de aanvraag aangeeft of er participatie heeft plaatsgevonden, en zo ja, op welke manier belanghebbenden – zoals omwonenden of ondernemers – zijn geïnformeerd of geraadpleegd. Ook moet worden toegelicht wat de uitkomsten van deze participatie zijn. De gemeenteraad heeft vastgesteld in welke gevallen het uitvoeren van participatie bij de aanvraag van een omgevingsvergunning verplicht is. Hoewel het uitvoeren van participatie niet in alle gevallen verplicht is, verlangt de Omgevingswet dat hierover transparantie wordt geboden. De gemeente betrekt deze informatie bij de afweging of het initiatief – zoals de vestiging van een seksbedrijf – maatschappelijk aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar is. Dit draagt bij aan een zorgvuldige besluitvorming en versterkt het draagvlak in de omgeving.
Exploitatie en Alcoholwetvergunning
In de APV van de gemeente Bernheze is vastgesteld dat seksbedrijven een exploitatievergunning nodig hebben. Onder deze vergunningsplicht vallen in ieder geval seksclubs, bordelen, privéhuizen, erotische massagesalons, escortbureaus, sekstheaters, seksbioscopen en seksautomatenhallen. De gemeente kan extra vergunningsvoorwaarden stellen. Als er alcohol wordt geschonken of verkocht, dient er ook een Alcoholwetvergunning te worden aangevraagd.
Ook openbare inrichtingen waar gelegenheid wordt geboden tot het verrichten van seksuele handelingen zónder directe betaling voor die handelingen, vallen onder de vergunningplicht. Dit betreft zowel een omgevingsvergunning als een exploitatievergunning en indien van toepassen, een Alcoholwetvergunning. Het gaat hierbij om seksbedrijven waarbij klanten niet per seksuele dienst betalen, maar waar toegang wordt verkregen via een entreeprijs of lidmaatschapsbijdrage. Voorbeelden zijn parenclubs, swingersclubs en sekssauna’s. Hoewel er geen directe betaling plaatsvindt voor seksuele handelingen, wordt wel bedrijfsmatig ruimte geboden voor seksueel contact met of tussen derden. Deze inrichtingen vallen daarom onder de vergunningplicht die voortvloeit uit het omgevingsplan en de APV. In de APV is opgenomen dat het verboden is om een dergelijke openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning voor een seksbedrijf voert de gemeente Bernheze op basis van de Wet Bibob een onderzoek uit om de integriteit van de exploitant en het risico op misbruik van de vergunning voor criminele activiteiten te toetsen. Als blijkt dat de vergunning mogelijk wordt gebruikt voor het ondernemen en/of het faciliteren van criminele activiteiten, kan de vergunning worden geweigerd.
5. De exploitatievergunning wordt verleend voor de duur van 10 jaar.
De termijn van 10 jaar is de standaardduur voor het verlenen van een exploitatievergunning aan een seksbedrijf. In uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd bestuursorgaan afwijken van deze termijn, zodat er ruimte is voor maatwerk afhankelijk van de specifieke omstandigheden van een vergunningaanvraag.
Deze termijn biedt ondernemers voldoende zekerheid om hun bedrijf te exploiteren, terwijl de gemeente regelmatig kan evalueren of het bedrijf nog steeds voldoet aan de gestelde voorwaarden en passend is binnen het beleid en de leefomgeving.
Na een periode van 10 jaar wordt de exploitatievergunning opnieuw beoordeeld. Een eventuele verlenging gebeurt niet automatisch: de vergunninghouder moet hiervoor tijdig een verzoek indienen. Het verlengen van de exploitatievergunning is niet vanzelfsprekend; bij de herbeoordeling worden verschillende criteria in overweging genomen, waaronder:
- •
Naleving van vergunningsvoorwaarden: Het bedrijf moet zich hebben gehouden aan alle voorschriften en regels die aan de vergunning zijn verbonden. Herhaalde of ernstige overtredingen kunnen leiden tot weigering van verlenging.
- •
Openbare orde en veiligheid: Als het bedrijf zorgt voor overlast, de openbare orde beïnvloedt of er veiligheidsvragen ontstaan, kan dit aanleiding geven om de vergunning niet te verlengen of, indien nodig, tussentijds te herzien.
- •
Leefbaarheid en omgeving: De invloed van het seksbedrijf op de leefbaarheid van de buurt wordt meegenomen in de beoordeling. Bij aanhoudende overlast of negatieve effecten voor omwonenden kan de exploitatievergunning worden ingetrokken om de woon- en leefomgeving te beschermen.
- •
Wijzigingen in beleid of wetgeving: Veranderingen in gemeentelijk beleid of landelijke wetgeving kunnen ook invloed hebben op de beslissing om de exploitatievergunning al dan niet te verlengen.
Naast de mogelijkheid om de exploitatievergunning niet te verlengen, kan de gemeente ook tussentijds overgaan tot intrekking van de vergunningen als zich ernstige problemen voordoen. Dit zorgt ervoor dat het vestigen en exploiteren van seksbedrijven blijft plaatsvinden binnen een zorgvuldig gereguleerd kader, waarbij zowel de belangen van ondernemers als de bescherming van de omgeving worden gewaarborgd.
6. Een escortbedrijf kan zich vestigen op locaties binnen de gemeente waar de functie ‘kantoor’ is toegestaan.
Escortbedrijven brengen sekswerkers en klanten met elkaar in contact, terwijl de seksuele diensten zelf elders plaatsvinden – bijvoorbeeld bij de klant thuis, in een hotel of op een vakantiepark. Op de vestigingslocatie vinden uitsluitend administratieve en organisatorische werkzaamheden plaats. Daarmee functioneert een escortbedrijf vergelijkbaar met een regulier kantoor. Er geldt geen vergunningsplicht vanuit het omgevingsplan voor het vestigen van een escortbedrijf. Een escortbedrijf kan zich vestigen op elke locatie binnen de gemeente waar de functie ‘kantoor’ is toegestaan, mits de activiteiten passen binnen het geldende omgevingsplan.
7. Een escortbedrijf aan huis is toegestaan.
Gelet op het kenmerk dat op de vestigingslocatie van escortbedrijven uitsluitend administratieve werkzaamheden plaatsvinden, zijn deze, afhankelijk van de omvang, planologisch aanvaardbaar als beroep of bedrijf aan huis. Daarom wordt een escortbedrijf in een pand met een woonbestemming niet gezien als strijdig met het omgevingsplan. De ruimtelijke effecten zijn hetzelfde als bijvoorbeeld bij een administratiekantoor aan huis. Hierbij geldt dat het ontvangen van klanten niet is toegestaan. Daarnaast is het niet toegestaan om vanuit de woning erotische of seksuele workshops en dergelijke aan te bieden aan medewerkers.
8. Zelfstandige escortwerkers (zzp) zijn niet vergunningsplichtig indien voldaan wordt aan de voorwaarden.
Een zelfstandig werkende escortsekswerker (zzp’er) valt niet onder artikel 151a van de Gemeentewet, omdat deze bepaling uitsluitend geldt voor de bedrijfsmatige exploitatie van seksinrichtingen door een derde partij. Zelfstandige sekswerkers die voor eigen rekening en risico werken en geen bemiddeling bieden, zijn niet vergunningsplichtig volgens de APV. Daarom is er geen exploitatievergunning vereist voor de werkzaamheden van een zelfstandige escort. Er is ook geen omgevingsvergunning vereist omdat het zelfstandig werken als escort niet valt onder de definitie van een seksbedrijf.
De zelfstandige escort die vanuit zijn of haar woning administratieve taken verricht moet voldoen aan de voorwaarden van een aan-huis-verbonden beroep, die zijn opgenomen in het omgevingsplan. Deze voorwaarden gelden niet specifiek voor sekswerkers, maar voor alle aan-huis-verbonden beroepen.
De volgende voorwaarden worden gesteld aan zelfstandig werkende escorts:
- a)
De sekswerker moet als zelfstandig ondernemer staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel op het woonadres waar het de zelfstandige escort ingeschreven staat. Deze verplichting volgt uit de Wet op de Kamer van Koophandel en de Handelsregisterwet 2007.
- b)
De inkomsten uit het sekswerk dienen volledig ten goede te komen aan de sekswerker zelf. Er mag geen sprake zijn van afdracht van inkomsten aan derden die buiten de reguliere bedrijfsvoering vallen. Kosten voor diensten of producten die noodzakelijk zijn voor het zelfstandig uitoefenen van het beroep, zoals advertentiekosten, administratie of huur van werkruimte, worden beschouwd als reguliere bedrijfskosten.
- c)
Reclame-uitingen aan de woning zijn in beperkte mate toegestaan conform de welstandsnota (of diens rechtsopvolger). Reclame aan de woning mag niet de indruk wekken dat er sprake is van een seksbedrijf.
- d)
Het sekswerk mag geen overlast veroorzaken voor omwonenden, zoals geluidsoverlast of parkeeroverlast.
9. Thuiswerken door een sekswerker is onder voorwaarden vergunningsvrij toegestaan in de eigen woning.
Een sekswerker (zzp) die vanuit de eigen woning werkt, valt niet onder de reikwijdte van artikel 151a van de Gemeentewet. Dit artikel ziet uitsluitend op de bedrijfsmatige exploitatie van sekswerk, waarbij sprake is van een derde persoon die het werk van een sekswerker faciliteert of aanstuurt. Zelfexploitatie is juridisch niet mogelijk; een persoon kan zichzelf niet als exploitant aanmerken. Daarom is voor een sekswerker (zzp) die werkt vanuit de eigen woning geen exploitatievergunning vereist. Er is ook geen omgevingsvergunning vereist omdat het zelfstandig werken vanuit huis niet valt onder de definitie van een seksbedrijf.
De sekswerker die vanuit zijn of haar woning werkt moet voldoen aan de voorwaarden van een aan-huis-verbonden beroep die zijn opgenomen in het omgevingsplan. Deze voorwaarden gelden niet specifiek voor sekswerkers, maar voor alle aan-huis-verbonden beroepen.
De volgende voorwaarden worden gesteld aan thuiswerkende sekswerkers om toegelaten te kunnen als beroep aan huis:
- a)
Vanuit een woning mogen op grond van het omgevingsplan maximaal twee sekswerkers werkzaam zijn, mits zij beiden op het betreffende adres in de Basisregistratie Personen (BRP) staan ingeschreven. Het is niet toegestaan om met meer dan twee sekswerkers werkzaam te zijn in de woning, omdat dan niet meer gesproken wordt over een ‘beroep aan huis’.
- b)
De woning behoudt de primaire woonfunctie. Dit betekent dat het pand er van buiten en binnen grotendeels uitziet en functioneert als een reguliere woning.
- c)
Voor de woningen gelden op grond van het omgevingsplan regels over de toelaatbare vloeroppervlakte voor een aan huis verbonden beroep. Daarboven is een reguliere woonfunctie niet meer in overwegende mate aanwezig.
- d)
Reclame-uitingen zijn in beperkte mate toegestaan conform de welstandsnota (of diens rechtsopvolger). Reclame aan de woning mag niet de indruk wekken dat er sprake is van een seksbedrijf.
- e)
De sekswerker moet als zelfstandig ondernemer staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel op het woonadres waar het sekswerk wordt verricht. Deze verplichting volgt uit de Wet op de Kamer van Koophandel en de Handelsregisterwet 2007.
- f)
De inkomsten uit het sekswerk dienen volledig ten goede te komen aan de sekswerker zelf. Er mag geen sprake zijn van afdracht van inkomsten aan derden die buiten de reguliere bedrijfsvoering vallen. Kosten voor diensten of producten die noodzakelijk zijn voor het zelfstandig uitoefenen van het beroep, zoals advertentiekosten, administratie of huur van werkruimte, worden beschouwd als reguliere bedrijfskosten.
- g)
Het sekswerk mag geen overlast veroorzaken voor omwonenden. Wanneer een sekswerker vanuit de eigen woning werkt en overlast veroorzaakt, kan de gemeente handhaven op basis van de APV of het omgevingsplan. Handhaving is mogelijk bij verstoring van de openbare orde, aantasting van het woon- en leefklimaat of strijd met de geldende bestemming. Hierbij wordt gekeken naar onder andere geluidsoverlast, verkeersdrukte of hinder voor omwonenden.
- h)
Het is niet toegestaan dat de woning aan derden tegen betaling wordt verhuurd of om niet ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van sekswerk door derden.
- i)
De sekswerker mag klanten aan huis ontvangen tussen 06.00 uur en 01.00 uur.
Over het algemeen is er geen sprake van overlast door sekswerk vanuit de woning, zo blijkt ook bij andere gemeenten. Sekswerkers zijn niet gebaat met overlast creëren en daarnaast werken zij het liefst zo veel mogelijk onopvallend vanwege het stigma dat aan het sekswerk kleeft. Daar waar sprake is van overlast, is meestal meer aan de hand en wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor thuiswerkende sekswerkers. Dit zijn de excessen waarvoor toezicht en handhaving belangrijk is.
Het uitvoeren van zelfstandig sekswerk in een woning van een woningcorporatie is op basis van de huurvoorwaarden niet standaard toegestaan. Als een sekswerker vanuit een huurwoning werkt kan dit ertoe leiden dat de woningbouwcorporatie of een particuliere verhuurder het huurcontract ontbindt. Het is dus belangrijk dat de sekswerker, ook de huurder van de woning, dit zelf navraagt bij de woningcorporatie alvorens sekswerk aan te bieden vanuit de woning. Steeds meer woningcorporaties staat sekswerk vanuit de woning toe onder bepaalde voorwaarden.
Wanneer er niet wordt voldaan aan de voorwaarden van thuiswerkende sekswerkers, is er sprake van illegaal sekswerk. Als de gemeente illegaal sekswerk aantreft in een huurwoning wordt dit gedeeld met de eigenaar of verhuurder van de woning. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een huurder zijn woning onderverhuurt aan één of meerdere sekswerkers. Dit is niet toegestaan. De eigenaar of verhuurder kan door de rechtbank het huurcontract laten ontbinden. Uit eerdere overtredingen in Bernheze blijkt dat het contact met woningcorporaties een succesvolle aanpak is om illegale situaties te beëindigen en herhaling te voorkomen.
10. Sekswerk vanuit een vakantiewoning is niet toegestaan.
Sekswerk vanuit een vakantiewoning is niet toegestaan. Denk aan woningen die te huur zijn via Airbnb, Booking.com of andere online boekingsplatformen. Hieronder vallen ook vakantiehuisjes, recreatiewoningen, chalet (m.u.v. chalet bedoelt voor permanente bewoning), bed & breakfast, tiny house en logies. Sekswerk vanuit vakantiewoningen en vergelijkbare locaties is niet toegestaan, omdat dit gebruik in strijd is met de functie die in het omgevingsplan aan dergelijke locaties is toegekend. Vakantiewoningen zijn doorgaans bestemd voor recreatief verblijf. Van het omgevingsplan (buitenplans) afwijken (BOPA) of het omgevingsplan wijzigen is niet wenselijk.
11. Webcamseks en het maken van erotische content is vergunningsvrij.
De opkomst van online platforms zoals OnlyFans, Fansly en JustForFans biedt sekswerkers nieuwe mogelijkheden om op een zelfstandige en veilige manier erotische content aan te bieden aan een breed publiek. Deze platforms werken met abonnementsmodellen, waarbij sekswerkers direct inkomsten genereren van hun klanten.
Webcamseks en het aanbieden van seksueel getinte content via online platforms, zoals OnlyFans, vallen in de regel niet onder de vergunningsplicht voor seksbedrijven. Deze vormen van sekswerk worden beschouwd als digitale dienstverlening, waarbij geen sprake is van fysiek contact tussen aanbieder en klant en waarbij de diensten uitsluitend op afstand worden geleverd. Omdat er geen fysieke klantlocatie of seksinrichting wordt gebruikt en geen bezoekersstromen of directe impact op de woon- en leefomgeving plaatsvinden, vallen deze activiteiten buiten de reikwijdte van de vergunningsplicht zoals vastgelegd in de APV. Ook vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid is er bij dit type werk doorgaans geen aanleiding tot gemeentelijke regulering via een vergunningstelsel. Andere wettelijke verplichtingen blijven van kracht. Sekswerkers die online diensten aanbieden dienen zich te houden aan belastingwetgeving, arbeidsrechtelijke regels en – indien van toepassing – zich als ondernemer in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.
Indien dergelijke activiteiten worden georganiseerd vanuit een bedrijfsomgeving met meerdere sekswerkers of onder leiding van een exploitant, kan de gemeente dit alsnog aanmerken als een seksbedrijf, waarvoor wel een exploitatievergunning vereist is. In dat geval beoordeelt de gemeente op basis van de feitelijke situatie of de activiteit vergunningsplichtig is.
12. Vergunningsplicht voor seksbedrijven met sekspoppen en seksrobots.
Bedrijven die sekspoppen en/of seksrobots aanbieden, worden in het lokale beleid aangemerkt als seksbedrijven en vallen daarmee onder de vergunningsplicht zoals opgenomen in beleidsregel 4.
Seksrobots zijn mensachtige, levensecht vormgegeven apparaten die zijn ontworpen voor seksuele handelingen en interactie. Ze variëren van realistische sekspoppen zonder technologie tot geavanceerde modellen met sensoren, spraakfunctie en beperkte beweging. Seksrobots kunnen bij seksbedrijven worden ingezet als vorm van dienstverlening. Het is van belang dat het gebruik van seksrobots plaatsvindt binnen de geldende wet- en regelgeving, waarbij modellen met een kinderlijke verschijningsvorm verboden zijn op grond van het strafrecht.
Hoewel bij deze vorm van dienstverlening geen fysieke seksuele handelingen plaatsvinden tussen personen, is sprake van een situatie waarbij klanten tegen betaling in een daarvoor ingerichte ruimte seksuele handelingen verrichten. Dit maakt dat de aard van de dienstverlening vergelijkbaar is met die van reguliere seksbedrijven.
Deze bedrijven kunnen impact hebben op de openbare orde, het woon- en leefklimaat en de veiligheid in de directe omgeving. Door deze activiteiten onder de vergunningsplicht te brengen, kan de gemeente voorwaarden stellen aan de exploitatie, toezicht houden op de bedrijfsvoering en bijdragen aan een zorgvuldige en verantwoorde inrichting van dit type seksbedrijf.
13. Raam- en straatsekswerk zijn niet toegestaan.
Onder een raamsekswerkbedrijf wordt verstaan: een bedrijfsmatige activiteit waarbij gelegenheid wordt geboden tot sekswerk, en waarbij het werven van klanten plaatsvindt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor het publiek toegankelijke locatie. Onder straatsekswerk wordt verstaan: het individueel en bedrijfsmatig aanbieden van sekswerk in de openbare ruimte, waarbij het werven van klanten plaatsvindt door directe benadering op straat of in andere publiek toegankelijke buitenruimtes.
Raamsekswerk en straatsekswerk zijn nergens toegestaan in de gemeente Bernheze vanwege overlast, veiligheidsrisico’s en het negatieve effect op de leefbaarheid van de omgeving. Deze vormen van sekswerk vinden plaats in de openbare ruimte en zijn daardoor zichtbaar voor voorbijgangers. Dit wordt als onwenselijk beschouwd en past niet binnen het streven naar een veilige en neutrale openbare ruimte. Om deze redenen is raamsekswerk en straatsekswerk verboden op grond van de APV en het omgevingsplan.
14. Adverteren is toegestaan.
Seksbedrijven die reclame maken, zijn verplicht om in hun advertenties de bedrijfsnaam te vermelden zoals deze is opgenomen in de vergunning, evenals het bijbehorende vergunningskenmerk dat vermeld staat in de verleende exploitatievergunning. Deze verplichting geldt voor alle vormen van reclame, waaronder advertenties op websites en sociale media, maar ook gedrukte media zoals folders en kranten. Reclame in de openbare ruimte, zoals posters, flyers of gevelreclame, is niet toegestaan wanneer dit leidt tot overlast, aantasting van het straatbeeld of verstoring van de openbare orde.
Thuiswerkende sekswerkers en zelfstandig werkende escorts mogen reclame maken voor hun diensten. Reclame is toegestaan via online platforms, eigen websites en andere digitale kanalen, mits deze niet in strijd zijn met de wet (zoals het verbod op het werven van minderjarigen) en geen misleidende of schokkende inhoud bevatten. Ook hier geldt dat reclame in de openbare ruimte niet is toegestaan wanneer dit leidt tot overlast, aantasting van het straatbeeld of verstoring van de openbare orde.
15. Reclame-uitingen aan de gevel bij seksbedrijven en erotische detailhandel zijn low profile.
Reclame-uitingen aan de gevel van seksbedrijven en erotische detailhandel dienen terughoudend en discreet te zijn vormgegeven. Opvallende, schreeuwerige of seksueel expliciete reclame is niet toegestaan. Ook het gebruik van lichtreclame, bewegende beelden of andere visuele effecten die extra aandacht trekken is verboden. De uitingen mogen geen aanstoot geven en moeten passen binnen een neutraal en verzorgd straatbeeld, ongeacht of het pand is gevestigd in een centrumgebied, op een bedrijventerrein of in het buitengebied. Het doel is een low profile uitstraling die de leefomgeving zo min mogelijk verstoort en geen afbreuk doet aan de visuele kwaliteit van de openbare ruimte.
Alle reclame-uitingen moeten voldoen aan de eisen uit de welstandsnota (of diens rechtsopvolger). Deze nota stelt nadere eisen aan onder andere de positionering, vormgeving, omvang en inpassing van reclame in de gebouwde omgeving. In het centrumgebied is enige mate van zichtbaarheid toegestaan, mits zorgvuldig vormgegeven en afgestemd op de schaal van de omgeving. Op bedrijventerreinen geldt een sobere, zakelijke uitstraling als norm. In het buitengebied zijn reclame-uitingen slechts bij uitzondering toegestaan, en alleen als zij passen bij het landschappelijke karakter.
16. Erotische detailhandel is toegestaan op locaties waar het omgevingsplan detailhandel toelaat.
Erotische detailhandel betreft de verkoop van goederen met een erotisch of seksueel karakter, gericht op volwassenen. Dit omvat onder meer seksspeeltjes, erotische lingerie, seksueel getinte media zoals boeken, tijdschriften en films, en andere aanverwante producten. De verkoop vindt plaats in een fysieke winkelruimte en is uitsluitend gericht op detailhandel – er worden geen seksuele diensten aangeboden en er vindt geen directe seksuele handeling plaats op de locatie. Erotische detailhandel is toegestaan op locaties waar het omgevingsplan detailhandel toelaat, tenzij in het plan uitdrukkelijk anders is bepaald. Voor erotische detailhandel geldt op grond van de APV geen vergunningsplicht.
Op basis van de APV heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om, in het belang van de openbare orde, bepaalde gebieden of delen van de gemeente aan te wijzen waar het exploiteren van erotische detailhandel verboden is. Dit verbod kan ook gelden voor rechthebbenden op een onroerende zaak. Deze bevoegdheid komt aanvullend op de regels uit het omgevingsplan en biedt het college de mogelijkheid om erotische detailhandel in gevoelige of kwetsbare gebieden te weren wanneer dat nodig is ter bescherming van de leefomgeving.
17. De vestiging van erotisch getinte horeca is uitsluitend toegestaan op locaties waar dit binnen de regels van het geldende omgevingsplan is toegestaan.
Onder erotisch getinte horeca worden horecabedrijven verstaan waarvan het aanbod of de uitstraling een overwegend erotisch of seksueel karakter heeft, zoals cafés of bars met schaars geklede bediening of optredens met erotische dans of performance. Deze bedrijven vallen niet onder de definitie van een seksbedrijf, aangezien het verrichten van seksuele handelingen of het aanbieden van seksuele diensten binnen deze inrichting niet is toegestaan. Het is eveneens niet toegestaan dat klanten seksuele handelingen verrichten, hetzij met zichzelf, hetzij met anderen, binnen de inrichting.
De vestiging van erotisch getinte horeca is uitsluitend mogelijk op locaties met een aangewezen horecafunctie in het omgevingsplan. Als het omgevingsplan geen horecafunctie toestaat op de beoogde locatie, kan in bepaalde gevallen worden afgeweken van het plan via een omgevingsvergunning, of kan het plan worden gewijzigd. Voor ‘erotisch getinte vermaakfunctie’ zal de strijdig gebruiksregel in het omgevingsplan, zoals deze ten tijde van het schrijven van deze beleidsnota in het omgevingsplan staat, worden geschrapt.
Erotisch getinte horecabedrijven zijn verplicht om een exploitatievergunning aan te vragen. Als er alcohol wordt verkocht of geschonken, is er aanvullend een Alcoholwetvergunning nodig.
18. Het seksbedrijf stelt een bedrijfsplan op en houdt zich aan de voorwaarden van het bedrijfsplan.
Het aanleveren van een bedrijfsplan is verplicht voor een seksbedrijf dat bedrijfsmatig gelegenheid geeft tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen betaling. In het bedrijfsplan staat beschreven welke maatregelen worden getroffen om de hygiëne, gezondheid en veiligheid van zowel de sekswerkers als klanten te waarborgen. Deze verplichting is opgenomen in de APV. Wanneer de exploitant zijn bedrijfsplan wijzigt, dan moet hij dit melden bij de gemeente.
- 1.
Het bedrijfsplan bestaat in ieder geval uit een omschrijving van de maatregelen die worden getroffen op het gebied van:
- a)
Hygiëne;
- b)
Gezondheid, veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht
- c)
Ter bescherming van de gezondheid van klanten
- d)
Ter voorkoming van strafbare feiten.
- a)
- 2.
Een exploitant heeft een grote verantwoordelijkheid voor in het voorkomen van misstanden en het melden van misstanden bij de politie. Dit moet in het bedrijfsplan zijn uitgewerkt.
- 3.
Een ondeugdelijk bedrijfsplan leidt tot een afwijzing van de vergunningsaanvraag door de gemeente.
- 4.
Het niet naleven van de maatregelen uit het bedrijfsplan kan leiden tot het intrekken van de vergunning.
19. De exploitant houdt een actuele en volledige bedrijfsadministratie bij.
Op grond van de exploitatievergunning en de APV is de exploitant van het seksbedrijf verplicht een volledige en actuele bedrijfsadministratie bij te houden. De gemeente controleert deze administratie in het kader van toezicht en handhaving van de exploitatievergunning. De controle is gericht op het beschermen van sekswerkers, het waarborgen van arbeidsrechten, het voorkomen van misstanden zoals mensenhandel of uitbuiting, en het beschermen van de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid.
Tijdens een controle kunnen toezichthouders onder andere de volgende documenten opvragen en inzien:
- •
Inschrijfformulieren of intakegegevens van sekswerkers: om te toetsen of de werkenden vrijwillig en legaal werken, voldoen aan de leeftijdsgrens en bekend zijn bij de exploitant.
- •
Kopieën van identiteitsdocumenten (voor zover toegestaan en binnen de grenzen van de AVG): ter controle op leeftijd en nationaliteit.
- •
Overeenkomsten of afspraken over werktijden en betalingen: om zicht te krijgen op de aard van de arbeidsverhouding (bijvoorbeeld zelfstandige of werknemer) en of sprake is van eerlijke en transparante afspraken.
- •
Aan- of afwezigheidsregistratie: om te controleren of het bedrijf opereert binnen de vergunde exploitatie en om inzicht te krijgen in de bedrijfsvoering.
Deze documenten geven samen een beeld van de dagelijkse gang van zaken binnen de seksinrichting. De gemeente beoordeelt op basis daarvan of de exploitatie in lijn is met de geldende regels en of de sekswerkers onder veilige en vrijwillige omstandigheden werken. De exploitant is verplicht medewerking te verlenen aan controles en op verzoek de gevraagde stukken volledig en tijdig te overleggen.
20. Toezicht en handhaving op de vergunde seksbranche in Bernheze.
- a)
De gemeente Bernheze voert jaarlijks ten minste twee tot vier controles uit op vergunde seksbedrijven, afhankelijk van de aard en risico’s van de bedrijfsvoering.
- b)
Het toezicht op seksbedrijven wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team onder regie van het Maasland Interventieteam (MIT). Dit team bestaat uit gemeentelijke toezichthouders en juristen en kan worden aangevuld met aanvullende expertise, zoals Wmo-consulenten, de aandachtsfunctionaris mensenhandel en externe partners zoals de politie en de GGD.
Op grond van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een toezichthouder bevoegd plaatsen te betreden in het kader van zijn toezichttaak. Daarbij is hij ook bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen. Dit stelt toezichthouders in staat om tijdens controles deskundigen of samenwerkingspartners mee te nemen, mits zij onder zijn regie handelen en geen zelfstandig toezichthoudende bevoegdheden uitoefenen. De politie kan, indien nodig, optreden als ‘sterke arm’, eveneens op basis van artikel 5:15, tweede lid Awb.
- c)
De toezichthouders van de gemeente controleren op naleving van:
- ○
De APV;
- ○
Het omgevingsplan;
- ○
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);
- ○
Nadere regels;
- ○
Vergunningsvoorwaarden;
- ○
Het bedrijfsplan;
- ○
Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers (GGD);
- ○
Signalen van mensenhandel, geweld of minderjarigheid.
- ○
- d)
De exploitant is verplicht volledige medewerking te verlenen en toezichthouders onbelemmerd toegang te geven.
- e)
Hulpverleners kunnen aansluiten bij controles, maar hebben een aparte, vertrouwelijke rol. Informatie uit hulpverleningsgesprekken wordt niet gedeeld met toezichthouders.
21. Toezicht en handhaving bij onvergund of illegaal sekswerk
- a)
De gemeente controleert op onvergund en illegaal sekswerk.
- b)
Er wordt actief gemonitord op online platforms en advertentiekanalen.
- c)
Ook thuiswerkende sekswerkers worden bezocht met als doel signalering, zichtbaarheid en contactbevordering met zorgverleners.
- d)
Bij vermoeden van illegale activiteiten kan een woning worden betreden met een machtiging tot binnentreding van de burgemeester conform de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) en de APV.
- e)
Bij een overtreding wordt een rapport van bevindingen opgesteld en volgt een handhavingstraject.
6. Versterken positie sekswerkers
Zoals onder het vierde uitgangspunt benoemd, is het essentieel om de positie van sekswerkers te versterken. Sekswerkers bevinden zich ten opzichte van andere beroepsgroepen vaak in een kwetsbaardere positie, zowel op de arbeidsmarkt als in de samenleving. Deze kwetsbaarheid wordt mede versterkt door de maatschappelijke stigmatisering van sekswerk, wat negatieve gevolgen heeft voor hun gezondheid en het contact met ondersteunings- en zorgdiensten. Het verbeteren van de toegang tot deze ondersteuning en het vergroten van de bereikbaarheid van sekswerkers voor dergelijke diensten is daarom van groot belang.
In de inleiding is al aangegeven dat de mogelijkheden om vergund te werken afnemen, waardoor een groeiende groep sekswerkers actief is in de onvergunde, en daarmee vaak illegale, seksbranche. Dit bemoeilijkt het contact tussen gemeenten, ondersteuningsinstanties en deze groep sekswerkers. Als gevolg daarvan wordt het lastiger om hen te voorzien van belangrijke informatie over rechten, plichten en beschikbare ondersteuning. Ook wordt het hierdoor moeilijker om tijdig gezondheids- en veiligheidsproblemen te signaleren en aan te pakken.
Om de bereikbaarheid van sekswerkers in de onvergunde sector te vergroten, voert de gemeente Bernheze controles uit, bij voorkeur maandelijks. Deze frequentie is noodzakelijk omdat sekswerkers zich regelmatig verplaatsen, waardoor het beeld van de sekswerkbranche in Bernheze voortdurend verandert. Dit bemoeilijkt het verkrijgen van grip op de onvergunde sector. De gemeente werkt samen met omliggende gemeenten om de negatieve effecten van verplaatsing tegen te gaan en te voorkomen dat kwetsbare sekswerkers in andere gemeenten onzichtbaar blijven.
6.1 Ondersteuningsaanbod
Uit onderzoek blijkt dat stigmatisering van sekswerkers een van de grootste barrières vormt om toegang te krijgen tot passende ondersteuning. Veel sekswerkers ontvangen hierdoor niet de zorg die zij nodig hebben. Het verbeteren van de toegankelijkheid is belangrijk omdat sekswerkers een verhoogd risico lopen op gezondheidsproblemen zoals seksueel overdraagbare aandoeningen (Soa’s). Om de zorg toegankelijker te maken en de kans op stigmatisering te verkleinen is het van belang om gespecialiseerde professionals in te zetten op het gebied van sekswerk.
De GGD
Vanuit de Wet collectieve preventie volksgezondheid hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor het bewaken en bestrijden van seksueel overdraagbare aandoeningen. De GGD is belast met de uitvoering van deze taak. De GGD speelt een belangrijke rol bij het bieden van ondersteuning aan sekswerkers. Vergunde seksbedrijven zijn verplicht om GGD-medewerkers toegang te verlenen om voorlichtings- en preventiegerichte activiteiten uit te voeren.
Hierbij is het belangrijk om het onderscheid te maken tussen de afdeling seksuele gezondheid van de GGD en de afdeling infectiepreventie.
- -
In het kader van seksuele gezondheid kunnen sekswerkers bij het sekswerkspreekuur in Den Bosch terecht voor vragen over sekswerk, gratis Soa-testen en gratis vaccinaties tegen hepatitis B. Daarnaast bezoekt de GGD twee keer per jaar seksbedrijven om gratis soa testen te doen en gesprekken te voeren met sekswerkers. Vaak sluit ook een ervaringsdeskundige van prostitutie maatschappelijk werk aan. Vergunde seksbedrijven zijn verplicht om GGD-medewerkers toegang te verlenen om voorlichtings- en preventiegerichte activiteiten uit te voeren.
- -
In het kader van infectiepreventie heeft de GGD een toezichthoudende taak bij seksbedrijven. De GGD controleert of de RIVM Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers4 wordt nageleefd. Het rapport van bevindingen wordt gedeeld met de gemeente. De gemeente kan, als de hygiëne voorschriften niet worden nageleefd, handhavend optreden.
Prostitutie maatschappelijk werk
Er is ook aandacht voor maatschappelijke hulpvragen waar sekswerkers mee te maken kunnen krijgen. Prostitutie maatschappelijk werk van de regio Noordoost Brabant is bekend met de problematiek waar sekswerkers mee te maken kunnen krijgen en bieden gratis begeleiding aan op verschillende leefgebieden. Denk hierbij aan veilig werken, huisvestingproblemen, financiële problemen en sociale problemen. Het hulpaanbod wordt afgestemd op de behoefte van de sekswerkers.
Sekswerkers die willen stoppen met sekswerk lopen vaak tegen belemmeringen aan. Uit ervaring blijkt dat zij vaak moeite hebben met het vinden van alternatief werk door een gebrek aan ervaring. Daarnaast verdienen zij met ander werk vaak onvoldoende om zowel hunzelf als hun familie te onderhouden. Sekswerkers die al langere tijd werkzaam zijn moeten hun levensstijl aanpassen omdat zij met ander werk vaak minder bestedingsruimte hebben. Ook verliezen ze hun sociale contacten binnen de seksbranche waardoor ze een nieuw sociaal netwerk moeten opbouwen. Prostitutie maatschappelijk werk helpt en begeleid sekswerkers met het uitstappen.
7. Toezicht
Om ervoor te zorgen dat de wet- en regelgeving wordt nageleefd houdt de gemeente toezicht op zowel de vergunde als de onvergunde branche. Naast het voorkomen en beëindigen van overtredingen draagt het bij aan het signaleren van mogelijke misstanden en het vergroten van de zichtbaarheid van sekswerkers. Door het vergroten van de zichtbaarheid kan de toegang tot zorg en ondersteuning ook verbeterd worden.
Het toezicht op seksbedrijven wordt uitgevoerd door het Maasland Interventieteam (MIT). Dit team bestaat uit gemeentelijke toezichthouders en juristen en kan worden aangevuld met aanvullende expertise, zoals Wmo-consulenten, de aandachtsfunctionaris mensenhandel en externe partners zoals de politie, de GGD en prostitutie maatschappelijk werk. Het Maasland Interventieteam (MIT) werkt indien nodig samen met de bestuurlijk interventieteams van de omliggende gemeenten.
Het is belangrijk om toezicht en opsporing van elkaar te onderscheiden, omdat hier verschillende rechtsnormen, doelen en bevoegdheden bij horen. Het moet voor sekswerkers steeds zoveel mogelijk duidelijk zijn wanneer er sprake is van toezicht en wanneer van opsporing. Opsporing is het onderzoek van strafbare feiten met het oog op strafrechtelijke vervolging. Dit gebeurt onder gezag van het Openbaar Ministerie door daartoe gevoegde opsporingsambtenaren. Opsporing verschilt van toezicht door het doel (bewijsgaring voor strafbare feiten) en de bevoegdheden die kunnen worden ingezet. Toezicht ziet toe op de naleving van vergunningsvoorwaarden, exploitatie-eisen, APV en woningwet overtredingen. Dit gebeurt door toezichthouders die via een wettelijk voorschrift zijn aangewezen.
7.1 Toezicht op de vergunde branche
Bestuurlijk toezicht op de vergunde branche wordt door de toezichthouders van de gemeente uitgevoerd. De exploitant en de beheerder(s) zijn gehouden om toezichthouders ongehinderde toegang te geven tot het seksbedrijf en de bijbehorende seksinrichting en hun werkzaamheden niet in de weg te staan. Het belemmeren of bemoeilijken van het toezicht is een grond voor het intrekken van de vergunning.
De toezichthouders voeren de volgende toezichthoudende taken uit:
- a)
Het actief monitoren van advertentiewebsites en websites van seksbedrijven in de gemeente waarbij diensten in of vanuit de gemeente Bernheze worden aangeboden.
- b)
Het voeren van gesprekken met exploitanten en werknemers van seksbedrijven bij de controles.
- c)
Het controleren op de naleving van de APV, het omgevingsplan, Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl), de ‘nadere regels seksbedrijven gemeente Bernheze’, de vergunningsvoorwaarden, het bedrijfsplan, de ‘Hygiënerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers’.
- d)
Het monitoren en bewaken van de leefbaarheid en openbare orde in de directe omgeving van seksbedrijven en het tegengaan van overlast.
- e)
Het opstellen van rapportages met de bevindingen van de uitgevoerde controles.
- f)
Het aanleveren van de rapportages bij de handhavingsjuristen wanneer er sprake is van het overtreden van de wet- en regelgeving zoals onder punt c is benoemd, ten behoeve het nemen van bestuurlijke maatregelen.
- g)
Het signaleren van misstanden zoals geweld, minderjarigheid, illegaliteit en mensenhandel.
- h)
Het collegiaal adviseren van collega’s op signalen en meldingen.
De frequentie voor het aantal controles die de gemeente per jaar uitvoert op vergunde seksbedrijven is afhankelijk van de gezondheids- en veiligheidsrisico’s die behoren bij een bepaald bedrijfskarakter. Dit varieert van twee tot vier controles per jaar. Als de gemeente het noodzakelijk acht dat een seksbedrijf vaker gecontroleerd wordt kan hiervan worden afgeweken.
7.2 Toezicht op de onvergunde branche
De gemeente Bernheze voert controles uit in de onvergunde seksbranche. De nadruk ligt daarbij op het voorkomen en bestrijden van illegale seksbedrijven en het signaleren van mogelijke uitbuitingssituaties. Om inzicht te krijgen in deze branche maakt de gemeente gebruik van verschillende online platforms waar sekswerkers hun diensten aanbieden. Voor de controles is een werkwijze opgesteld om de zorgvuldigheid en consistentie van de inspecties te waarborgen.
Ook sekswerkers die vanuit huis werken worden gecontroleerd. Tijdens deze controles wordt getoetst of zij voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, zoals beschreven in deze beleidsnota. Daarnaast hebben deze controles tot doel de bereikbaarheid en zichtbaarheid van thuiswerkende sekswerkers te vergroten. Dit bevordert het contact tussen de gemeente, ondersteuningsinstanties en sekswerkers, waardoor de toegang tot zorg en ondersteuning wordt verbeterd en meldingen van misstanden, zoals uitbuiting en geweld, beter mogelijk zijn. De frequentie van controles bij thuiswerkende sekswerkers wordt afgestemd op de specifieke situatie.
Bij duidelijke signalen van illegale activiteiten, bijvoorbeeld op basis van meldingen of advertenties, kunnen toezichthouders de woning betreden na verkregen machtiging van de burgemeester. Deze bevoegdheid is vastgelegd in de Algemene wet op het binnentreden en de APV. Bij geconstateerde overtredingen wordt een rapport van bevindingen opgesteld en wordt een handhavingstraject gestart.
7.3 Samenwerking en toezicht bij signalen van misstanden
Bij signalen van illegaal sekswerk of andere misstanden in de seksbranche werken de gemeente, de politie en zorgpartners nauw samen. Het toezicht wordt afgestemd met de politie, de GGD en het prostitutie maatschappelijk werk, en kan – indien nodig – gezamenlijk worden uitgevoerd. Daarbij is het belangrijk dat tijdens controles een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen toezichthouders en hulpverleners. Gesprekken tussen hulpverleners en sekswerkers, zoals die van de GGD of het prostitutie maatschappelijk werk, zijn vertrouwelijk. De inhoud van deze gesprekken wordt dan ook niet gedeeld met toezichthouders.
Wanneer gemeentelijke toezichthouders strafbare feiten aantreffen of wanneer de veiligheid in het geding is, wordt de politie direct ingeschakeld. Ook bij vermoedens van geweld of seksuele uitbuiting (mensenhandel) wordt de politie en Veilig Thuis geïnformeerd. Indien nodig wordt zorg- en hulpverlening ingeschakeld via de aandachtsfunctionaris mensenhandel van de gemeente Bernheze of via de regionale zorgcoördinator mensenhandel.
De gemeente heeft vooral zicht op de lokale situatie, terwijl de politie beschikt over een landelijk overzicht. In de praktijk signaleren de toezichthouders schrijnende gevallen waarbij sekswerkers van gemeente naar gemeente worden verplaatst om daar te werken. Alleen de politie kan dergelijke patronen herkennen en duiden. Deze informatie kan aanleiding zijn voor een mensenhandel-signaal en vormt een belangrijk onderdeel van de gezamenlijke aanpak.
8. Handhaving
8.1 Uitgangspunten
Bij overtredingen kan de gemeente bestuursrechtelijk handhaven. De gemeente kan via twee wegen handhaven. De eerste optie is via de APV waarin is opgenomen dat het verboden is om een seksbedrijf te exploiteren of de exploitatie te wijzigen zonder vergunning. De tweede optie is via het omgevingsplan als het verboden is om op de betreffende locatie een seksbedrijf te exploiteren. Het doel hiervan is om overtredingen te beëindigen en herhaling te voorkomen. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de ernst van de overtreding, de omstandigheden, de overtreder en eventuele eerder gepleegde overtredingen. De handhaving focust zich voornamelijk op personen die illegale vormen van sekswerk faciliteren en in mindere mate op sekswerkers. Voor hen ligt de focus in eerste instantie op het bieden van zorgverlening en ondersteuning zoals in hoofdstuk 6 omschreven. Dit omdat handhaving ertoe kan leiden dat sekswerkers zich niet melden bij misstanden en niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Om sekswerkers beter te kunnen bereiken en de toegang tot deze zorg te vergroten laten de toezichthouders van de gemeente de contactgegevens achter van prostitutie maatschappelijk werk. In het geval dat een sekswerker herhaaldelijk overtredingen begaat en hulpverlening niet het gewenste effect heeft kan de gemeente ervoor kiezen om handhavingsinstrumenten in te zetten.
Subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel
Bij de inzet van een handhavingsinstrument is het subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel van toepassing conform artikel 3.4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit houdt in dat het handhavingsinstrument in verhouding moet zijn met de ernst van de gepleegde overtreding en het moet afgestemd worden op het doel. Er wordt gekozen voor een lichte maatregel als daarmee het doel, het beëindigen van de overtreding en het voorkomen van herhaling, kan worden bereikt. Als dit niet mogelijk is met lichte maatregelen worden zwaardere maatregelen genomen die passend zijn bij de situatie en omstandigheden.
8.2 Sluiten woning of lokaliteit
Bij ernstige of herhaaldelijke overtredingen kan de burgemeester besluiten een woning of lokaliteit te sluiten met als doel om herhaling te voorkomen en/of ernstige verstoring van de openbare orde, die een voortdurende aantasting van de veiligheid en gezondheid van omwonenden met zich meebrengt, tegen te gaan. Het sluiten van een woning of lokaliteit is een ingrijpend middel en kan alleen toegepast worden als andere maatregelen niet toereikend zijn. In de handhavingsmatrix is opgenomen in welke gevallen de gemeente een woning of lokaliteit kan sluiten.
Het is van belang om bij een sluiting de evenredigheid duidelijk te motiveren. Dit geldt voor zowel de aanleiding van de sluiting als voor de duur van de sluiting. De geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid spelen een belangrijke rol om de evenredigheid van de sluiting te bepalen. Het evenredigheidsbeginsel zal worden getoetst aan de hand van de feiten en omstandigheden per geval. Uit de gerechtelijke uitspraken die hierover zijn gedaan blijkt dat het bijvoorbeeld van belang is in hoeverre een eigenaar of huurder van een pand betrokken was bij de overtreding en of diegene zich actief ingezet heeft om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden.
8.3 Handhavingsmatrix
Bij het opleggen van een bepaald instrument wordt per situatie de hoogte van bijvoorbeeld een dwangsombedrag of de duur van een tijdelijke schorsing van de vergunning bepaald. Hiervoor is gekozen om maatwerk in te kunnen zetten per overtreding, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Dit geldt ook voor de begunstigingstermijn.
In lijn met het eerdergenoemde subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel zet de gemeente lichtere maatregelen in als daarmee het doel kan worden bereikt. Zo kan de gemeente een bestuurlijke waarschuwing opleggen in plaats van een last onder dwangsom als daarmee de illegale situatie kan worden beëindigd en herhaling kan worden voorkomen.
Daarnaast heeft de gemeente een afwijkingsbevoegdheid wat inhoudt dat, als een specifieke situatie daarom vraagt, gemotiveerd kan worden afgeweken van dit beleid. Daarbij wordt de ernst van de overtreding, de mate van overlast en risico’s voor openbare orde, veiligheid en gezondheid meegewogen. Hieruit kan blijken dat er sprake is van dermate ernstige of verzwarende omstandigheden waardoor zwaardere maatregelen noodzakelijk zijn. De gemeente kan in het geval van cumulatie, een opsomming van meerdere overtredingen, ook besluiten om zwaardere handhavingsinstrumenten in te zetten. Als er overtredingen worden geconstateerd die niet zijn vermeld in de onderstaande matrix, dan handelt de gemeente op basis van de ernst van de overtreding en de aangetroffen feiten en omstandigheden.
Als een overtreder binnen twee jaar opnieuw een soortgelijke overtreding begaat wordt dit gezien als een herhaling. Bij herhaling kunnen vervolgstappen worden toegepast zoals omschreven in de handhavingsmatrix. Nadat de gemeente tweemaal een handhavingsinstrument heeft ingezet naar aanleiding van een overtreding wordt de overtreding als structureel gezien. In dat geval kan de gemeente zwaardere instrumenten inzetten om de overtreding te beëindigen. Het kan voorkomen dat tijdens een controle meerdere overtredingen worden geconstateerd. In dat geval geldt dat het zwaarst mogelijke instrument ingezet kan worden.
9. Vaststelling, inwerkingtreding, evaluatie en aanhaling
9.1 Vaststelling
De beleidsnota sekswerk is door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 januari 2026.
9.2 Inwerkingtreding en bekendmaking
De beleidsnota sekswerk treedt in werking op de dag na publicatie. Dit beleid wordt bekendgemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad en publicatie op overheid.nl
9.3 Vervallen oude regels
Met de inwerkingtreding van deze beleidsnota vervallen ‘Prostitutiebeleid gemeente Bernheze 2000’ en ‘beleidsregels nieuwvestiging seksinrichtingen 2001’.
Het omgevingsplan zal worden aangepast zodat het in overeenstemming is met de uitgangspunten en beleidsregels van de nieuwe beleidsnota sekswerk. Hiermee wordt geborgd dat de ruimtelijke regels en het juridisch kader aansluiten bij de gewenste invulling en regulering van sekswerk binnen de gemeente.
9.4 Evaluatie
De beleidsnota sekswerk wordt jaarlijks geëvalueerd. Indien nodig worden hier ketenpartners bij betrokken.
9.5 Citeertitel
Deze beleidsnota wordt aangehaald als “Beleidsnota sekswerk gemeente Bernheze 2026’’.
9.6 Hardheidsclausule
In gevallen waarin de strikte toepassing van deze beleidsnota leidt tot oneerlijke of onverwachte situaties, kan het bevoegd gezag, na zorgvuldige afweging van alle relevante omstandigheden, gemotiveerd besluiten af te wijken van de bepalingen van deze beleidsnota.
Ondertekening
Bijlage 1 - Handhavingsmatrix gemeente Bernheze
|
Artikel |
Overtreding |
Constatering |
Maatregel |
|
Art. 3.4 APV |
Een seksbedrijf te exploiteren of de exploitatie te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan |
1e constatering |
Last onder dwangsom |
|
2e constatering |
Innen dwangsom + bestuursdwang in de vorm van sluiting |
||
|
Art. 3.14 APV |
Overtreden van het sluitingsuur |
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
||
|
3e constatering |
Innen dwangsom + intrekken vergunning |
||
|
Art. 3.16 APV |
Advertenties
En/of
En/of
|
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
||
|
3e constatering |
Innen dwangsom + intrekken vergunning |
||
|
Art. 3.17 APV |
Exploitant laat sekswerker voor zich werken die de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft of in Nederland verblijft of werkt in strijd met de Vreemdelingenwet 2000 |
1e constatering |
Last onder dwangsom |
|
2e constatering |
Innen dwangsom + intrekken vergunning |
||
|
Art. 3.18 APV |
Het seksbedrijf is geopend zonder dat ten minste één op de vergunning vermelde beheerders in het seksbedrijf aanwezig is En/of Er geen voortdurend zicht is op het seksbedrijf |
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
||
|
3e constatering |
Innen dwangsom + intrekken vergunning |
||
|
Art. 3.20 APV |
Het uitvoeren van raamprostitutie |
1e constatering |
Last onder dwangsom |
|
2e constatering |
Innen dwangsom + bestuursdwang in de vorm van sluiting |
||
|
Art. 3.21 APV |
Het uitvoeren van straatprostitutie |
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
||
|
3e constatering |
Innen dwangsom + nieuwe verhoogde dwangsom |
||
|
Art. 3.23 APV |
Verbodsbepalingen klanten |
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
||
|
Art. 3.24 APV |
Het exploiteren van een erotische detailhandel in gebieden die door het omgevingsplan zijn aangewezen als niet-toegestaan |
1e constatering |
Last onder dwangsom |
|
2e constatering |
Innen dwangsom + bestuursdwang in de vorm van sluiting |
||
|
Art. 3.25 APV |
Het openlijk tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke |
1e constatering |
Bestuurlijke waarschuwing |
|
2e constatering |
Last onder dwangsom |
Indicatoren ernstig geval
|
Aantreffen van drugs |
Het aantreffen van drugs levert een indicator voor een ernstig geval op en kan aanleiding geven voor het opleggen van een zwaardere maatregel onder andere op grond van het Damoclesbeleid 2022 gemeenten Oss, en Bernheze. |
|
Aantreffen van wapens |
Het aantreffen van wapens levert een indicator voor een ernstig geval op en kan aanleiding geven voor het opleggen van een zwaardere maatregel, onder andere op grond van artikel 174a Gemeentewet. |
Noot
2In het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) spreken de regioburgemeesters, de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de minister van Veiligheid en Justitie periodiek, in aanwezigheid van de korpschef van de Nationale politie, over het beheer van en de taakuitvoering door de nationale politie. Het overleg vindt tenminste vier keer per jaar plaats. Iedere regioburgemeester spreekt tijdens het LOVP namens de burgemeesters uit zijn regio.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl