Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755468
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755468/1
BELEIDSREGELS WET BIBOB GEMEENTE BRUMMEN 2025
Geldend van 17-01-2026 t/m heden
Intitulé
BELEIDSREGELS WET BIBOB GEMEENTE BRUMMEN 2025Kenmerk Z117001/D464528
DE BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE BRUMMEN, EN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,
Ieder voor zover het zijn/haar bevoegdheden betreft;
Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming over het toepassen van hun uit de wet voortvloeiende bevoegdheden;
Gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Algemene plaatselijke verordening gemeente, de Algemene subsidieverordening gemeente Brummen, de Aanbestedingswet 2012 en de Omgevingswet.
HEEFT BESLOTEN:
- 1.
De beleidsregels voor toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voor de gemeente Brummen vast te stellen.
Inleiding
Deze beleidsregels leggen uit hoe de gemeente Brummen de Wet Bibob uitvoert.
Wat is de Wet Bibob?
Het doel van de Wet Bibob is, voorkomen dat de Gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdient geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De Gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
- -
activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is;
- -
activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd;
- -
opdrachten voor de overheid;
- -
vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen van de gemeente.
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De Gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1.1: Uitleg begrippen
In de beleidsregels staan verschillende begrippen. In artikel 1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in de beleidsregels nog enkele andere begrippen.
Hieronder leest u wat die begrippen betekenen:
- a.
Gemeente: in deze beleidsregels verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Brummen) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om iets te doen.
- b.
Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Brummen uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob.
- c.
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.
- d.
Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek, zoals bedoeld artikel 7a, lid 5 van de Wet Bibob.
- e.
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Brummen.
- f.
RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van de Wet Bibob. Dit samenwerkingsverband gaat georganiseerd criminaliteit tegen.
- g.
Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen, ontheffingen en subsidies.
Artikel 2.1 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand een nieuwe aanvraag indient?
- 1.
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag voor één van de volgende vergunningen ontvangt:
- a.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horecabedrijven;
- b.
exploitatievergunning openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen;
- c.
exploitatievergunning speelgelegenheden als bedoeld in artikel 2:39a van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen;
- d.
vergunning in kader van tegengaan onveiligheid, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat als bedoeld in artikel 2:40b van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen;
- e.
exploitatievergunning voor een seksinrichting zoals bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen.
- f.
vergunningen voor verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied of verhuur van bedrijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b.
- 2.
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag ontvangt voor één van de onderstaande vergunningen als deze is aangevraagd voor één of meer risicoactiviteiten (bijlage 1) of afkomstig is uit een risicogebied (bijlage 2). De gemeente zal dit Bibob-onderzoek uitvoeren als ook één of meerdere van de situaties onder lid 3 van dit artikel voorkomen.
- a.
een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de omgevingswet voor:
- -
een bouwactiviteit;
- -
een omgevingsplan activiteit;
- -
een milieubelastende activiteit;
- b.
evenementenvergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Brummen. Voor zover het gaat om een dancefeest, houseparty of vergelijkbaar feest in de openlucht of in een niet daartoe bestemd en uitgerust gebouw, een vechtsportevenement of -gala, een motortreffen of vergelijkbaar feest van een motorclub en een race met één of meer motorvoertuigen;
- c.
een vergunning zoals bedoeld in (de) volgende artikel(en) van de Huisvestingswet:
- -
artikel 8 Huisvestigingswet (huisvestingsvergunning);
- -
artikel 21 Huisvestingswet (onttrekking, samenvoeging, omzetting);
- -
artikel 22 Huisvestingswet (splitsing appartementsrechten);
- -
artikel 23c Huisvestingswet (toeristisch verhuur);
- 3.
Op alle vergunnings- of ontheffingsaanvragen waar de gemeente een wettelijke Bibob-bevoegdheid zal de gemeente een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als:
- a.
de gemeente dit nodig vindt door een eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- b.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de wet Bibob;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- 4.
De gemeente voert meestal geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woningcorporaties die zijn toegelaten als toegelaten instelling onder de Woningwet.
Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als één van de
situaties uit lid 3 van dit artikel voorkomen.
Artikel 2.2 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand al een vergunning heeft (verleende vergunning)?
- 1.
De gemeente zal een eigen onderzoek uitvoeren bij verleende vergunningen als beide situaties hieronder voorkomen:
- a.
de gemeente krijgt een melding dat de persoon die de vergunning heeft gekregen de vergunning op naam van iemand anders wil zetten (wijziging aanvrager of vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet), en
- b.
één of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied gebeuren (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
- 2.
De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als:
- a.
de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) of risicogebieden (zie bijlage 2);
- b.
de leidinggevende(n) en/of zeggenschap hebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd;
- c.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambachtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- d.
de gemeente een tip of een bericht heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob;
- e.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 2.3 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe bij subsidie?
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels) goedgekeurde subsidie, zoals bedoeld in de algemene subsidievoorwaarden, als:
- a.
de activiteit waarvoor de subsidie geldt onder één of meer van de risicoactiviteiten valt (zie bijlage 1);
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- c.
de gemeente een tip of een bericht heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob;
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 2.4 Wat gebeurd er als iemand weigert de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen?
- 1.
Gaat het om een aanvraag voor een vergunning of subsidie? Dan kan de gemeente beslissen de aanvraag niet te behandelen. Dit staat in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- 2.
Gaat het om een verleende vergunning, ontheffing of subsidie? Dan kan de gemeente de vergunning, ontheffing of subsidie intrekken. Het weigeren om vragenformulieren (helemaal) in te vullen wordt door de Wet Bibob namelijk gezien als ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties, zoals vastgoedtransacties en/of overheidsopdrachten.
Vastgoedtransacties:
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of stuk grond. De gemeente moet betrokkene laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start ban de onderhandelingen.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.
Overheidsopdrachten:
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De gemeente moet partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijke Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is. Zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
Artikel 3.1 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als:
- a.
het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage2);
- b.
het gebouw belangrijk is voor hoe de omgeving eruitziet (karakteristiek of beeldbepalend is en/of aangewezen als rijks- of gemeentelijk monument);
- c.
de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie;
- d.
als er ook een aanvraag voor een vergunning of subsidie is of wordt gedaan (ie hoofdstuk 2 van deze beleidsregel);
- e.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- f.
de gemeente een tip of een bericht heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob;
- g.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 3.2 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?
- 1.
De gemeente zal vóór het aangaan van het contract een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als:
- a.
één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder risicoactiviteiten vallen (zie bijlage 1) of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2);
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de andere partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- c.
de gemeente een tip of een bericht heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 of 11a van de Wet Bibob;
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob;
- e.
de gemeente informatie of een tip (zoals bedoeld in onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een onderaannemer.
- 2.
Als één of meer van de situaties onder 1 a tot en met e voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.
Artikel 3.3 Wat gebeurt er als iemand weigert mee te werken aan het Bibob-onderzoek?
Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die persoon. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet informatie hierover in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht zetten, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten.
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 4.1 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregels
In deze beleidsregels heeft de gemeente Brummen omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Artikel 4.2 De oude beleidsregels worden ingetrokken
De Beleidsregels Wet Bibob gemeente Brummen 2021 gelden niet meer.
Artikel 4.3 Startdatum nieuwe beleidsregels
Deze beleidsregels werken vanaf de dag na de publicatie van deze beleidsregels.
Artikel 4.4 De citeertitel van de nieuwe beleidsregels
Deze beleidsregels worden geciteerd als: “Beleidsregels Bibob gemeente Brummen (2025)”.
Bijlage 1: Risicoactiviteiten
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Brummen - als dat kan - een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel geld. Ze zijn onderverdeeld in de volgende categorieen.
Horeca-activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
- 1.
Horecabedrijven
- 2.
Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
- 3.
Coffeeshops
- 4.
Shishalounges
- 5.
Zaalverhuur
Recreatie en vrijetijd
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de APV. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er in elk geval een vergunning nodig.
- 1.
Recreatieparken
- 2.
Evenementen, zoals
- a.
Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
- b.
Ride out motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
- c.
Motorclubs, Outlaw Motor Gangs (OMG) en daaraan gerelateerde clubs
- 3.
Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s
- 4.
Fitnessbedrijven/sportscholen
- 5.
Commerciële sportactiviteiten.
Prostitutie
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de APV. Voor deze activiteit geldt ook een maximum in de regio. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
- 1.
Prostitutie- en seksbedrijven
- 2.
Escortbedrijven
- 3.
Seksbioscopen
- 4.
Erotische massagesalons
Detailhandel en dienstverlening
- 1.
Smartshops/headshops/giftshops
- 2.
Wellnesscentra/zonnestudio’s
- 3.
Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops
- 4.
Belwinkels
- 5.
Goudinkoopbedrijven
- 6.
Pandjeshuizen
- 7.
Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
- 8.
Darkstores
Wonen
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
- 1.
Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden met 3 of meer kamers).
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten
- 3.
Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)
- 4.
Opvang vluchtelingen
- 5.
Huisvesting van arbeidsmigranten.
Bouwen
Voor deze activiteit is een omgevingswetvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien worden aangepast.
- 1.
Als de bouwsom van de bouwactiviteit hoger is dan € 1.000.000, - (exclusief btw);
- 2.
Vanaf de vierde aanvraag binnen een periode van 24 maanden van dezelfde aanvrager en/of betrokkene met een bouwsom hoger dan € 50.000,- (exclusief btw) en lager dan € 1.000.000, - (exclusief btw);
- 3.
Als al gestart is met de bouw van een vergunningsplichtig bouwwerk, zonder dat daar de vereiste vergunning voor is aangevraagd en de bouwsom hoger is dan € 50.000,-- (exclusief btw) of lager of gelijk is aan € 1.000.000,-- (exclusief btw);
- 4.
Als een aanvrager binnen periode van 12 maanden meerdere vergunningaanvragen binnen één project indient kan de partij bij ongewijzigde omstandigheden (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners enz.) kunnen volstaan naar de eerder verkregen vergunning den het daarvoor ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden moet de aanvrager alleen de wijzigingen doorgeven;
Opslag
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
- 1.
Garageboxen/opslagruimtes
- 2.
Bedrijfsverzamelgebouwen
Milieubelastende activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning vanuit de Omgevingswet nodig:
- 1.
(gevaarlijke) Afvalbewerking en/of -verwerking
- 2.
Afvalrecycling
- 3.
Mestverwerking
- 4.
Sloop- en/of asbestverwijdering
- 5.
Autodemontage
- 6.
Vuurwerkopslag/transport
- 7.
Datacenters
Zorg, welzijn en opleiden
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
- 1.
Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
- 2.
Re-integratie-activiteiten
- 3.
Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
- 4.
Religieuze instellingen
Duurzaamheid en transitie
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie worden aangevraagd.
- 1.
Energieproductie (inclusief (mest) vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
- 2.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Hippische sector
Deze activiteiten gebeuren soms via een vastgoedtransactie. Soms is voor deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Het is ook mogelijk dat een omgevingsplan-activiteit nodig is of dat er sprake is van een milieubelastende activiteit.
- 1.
Maneges
- 2.
Paardenhouderijen
- 3.
Stoeterijen
- 4.
Huisvesting van grooms
- 5.
Het fokken of handelen in paarden
Bijlage Risicogebieden
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Brummen een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld (nieuwe) bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoed dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen deze gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek allen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat ia als er een vergunning nodig is voor een activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Aangewezen risicogebieden:
-
Ondertekening
Dit besluit is genomen tijdens de vergadering van het College van Burgemeester en Wethouders van 16 december 2025.
Het college B&W van de gemeente Brummen,
De voorzitter G.J.M. van Rumund
Toelichting op de Beleidsregels Wet Bibob: hoe past de gemeente Brummen de Wet Bibob toe?
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente Brummen zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen van het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregels Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en contracten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
Eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
De gemeente start altijd met een eigen Bibob-onderzoek. De gemeente voert hiervoor onderstaande stappen uit.
- -
Hit no hit
De gemeente vraagt bij Politie, Justitie en Belastingdienst op of betrokkene voorkomt in hun systeem. Komt betrokkene niet voor, dan kan de gemeente ervoor kiezen geen verder Bibob-onderzoek uit te voeren. Komt de betrokkene voor, dan vervolgt de gemeente het Bibob-onderzoek met de volgende stap;
- -
Betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen:
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. Betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, zoals genoemd in Artikel 2.1, lid 1 en Artikel 2.3 Bibob-beleid, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
- -
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
- 1.
De gemeente controleert en onderzoekt alle informatie die betrokkene heeft ingevuld op het Bibob-vragenformulier en alle toegevoegde documenten (bijlagen).
- 2.
De gemeente controleert en onderzoekt extra informatie die betrokkene heeft ingeleverd bij de gemeente als de gemeente hierom heeft gevraagd.
- 3.
De gemeente doet onderzoek naar informatie over betrokkene en de omgeving van betrokkene in open bronnen waar iedereen toegang toe heeft, zoals de Kamer van Koophandel en het Kadaster.
- -
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
-
• Politiegegevens (zie artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens);
-
• Justitiële gegevens zoals strafblad;
-
• Informatie van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob;
-
• Informatie van de Rijksbelastingdienst zoals bedoeld in artikel 7c van de Wet Bibob.
-
• Informatie uit het Bibob-register
-
• Informatie uit het Centraal curatele- en bewindregister
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar (met uitzondering van politiegegevens) ook van Bibob-relaties van be-trokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
-
• Degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan betrokkene;
-
• Degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over betrokkene;
-
• Degene die direct of indirect vermogen geeft of heeft gegeven aan betrokkene;
-
• Degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager staat vermeld op de aangevraagde of al gegeven beschikking;
-
• Degene die met betrokkene gelijk kan worden gesteld door zijn invloed op betrokkene.
- -
Betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardigheid moet zijn dat betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
- 1.
Betrokkene gebuikte eigen vermogen
-
Betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als betrokkene met contant geld betaalt.
- 2.
Betrokkene gebruikt vreemd vermogen
-
• Een lenings- of schenkingscontract waarop staat wat de voorwaarden voor de lening of schenking zijn. Dit contract moet in het Nederlands zijn, of vertaald zijn naar het Nederlands.
-
• Documenten die de identiteit van de (indirecte) geldgever bewijzen:
- -
Geldig identiteitsbewijs
- -
Adres en woonplaats
- -
Gegevens over de natuurlijke persoon (aandeelhouders) als de financiering door rechtspersonen gebeurt.
-
• Documenten waaruit blijkt waar het geld van de geldgever vandaan komt en om hoeveel geld het gaat. Denk aan overeenkomsten, jaaropgaven, loonstroken en belastingaangiftes.
-
• Bankafschriften waaruit blijkt dat betrokkene het geld heeft ontvangen.
-
• Betaalt betrokkene met contant geld? Dan moet betrokkene laten zien hoe hij aan dit geld komt.
-
• Maakt betrokkene gebruik van crowdfunding of andere manieren om via een platform geld te halen bij een groep mensen? Dan kan de gemeente het platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers bekend te maken aan betrokkene of de gemeente.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob (LBB)
De gemeente kan ook het LBB een onderzoek laten doen. Het LBB heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het LBB heeft daarom meer invloed op betrokkene en de privacy van betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het LBB daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het LBB onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
- a.
De gemeente heeft nog vragen over de integriteit van betrokkene en/of de omgeving van betrokkene, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van de Wet Bibob
- b.
De gemeente heeft nog vragen over de bedrijfsstructuur van één of meerdere bedrijven die te maken hebben met de beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie;
- c.
De gemeente heeft nog vragen over de financiering van de activiteiten;
- d.
Het LBB adviseert de gemeente om hen onderzoek te laten doen naar betrokkene, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- e.
De gemeente heeft een tip ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan, of een rechtspersoon met overheidstaak, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesaanvraag bij het LBB. Betrokken kan de aanvraag wel intrekken.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het LBB, of het een negatief of positief be-sluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele acti-viteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
Vergunningen en subsidies
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
-
• Betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
-
• Betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
-
• Betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
-
• Betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het LBB. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
-
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel geld of vermogen.
-
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat in of met het gebouw of de grond strafbare activiteiten zullen gebeuren.
-
• De gemeente is ervan overtuigd dat betrokkene mogelijk niet integer is door ernstige strafbare activiteiten waarmee betrokken te maken heeft.
-
• De gemeente is ervan overtuigd dat er strafbare activiteiten zijn uitgevoerd om het gebouw of de grond te verkrijgen.
Vastgoedtransacties
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten. Of het contract te verbreken dat aan de vastgoedtransactie is gesloten. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
-
• De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokken de tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
-
• De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dat is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
-
• De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
-
• De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
-
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel geld of vermogen.
-
• Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat in of met het gebouw of de grond strafbare activiteiten zullen gebeuren.
-
• De gemeente is ervan overtuigd dat de betrokkene mogelijk niet integer is door ernstig strafbare activiteiten waarmee de betrokkene te maken heeft.
-
• De gemeente is ervan overtuigd dat er strafbare activiteiten zijn uitgevoerd om het gebouw of de grond te verkrijgen.
Overheidsopdrachten
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven of het contract voor deze overheidsopdracht te verbreken. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
-
• Betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
-
• Betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
-
• Betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
-
• Betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het LBB. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
-
• Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat één of meer uitsluitingsgronden van toepassing zijn als bedoeld in artikel9 Wet Bibob. De gemeente kan dan beslissen dat de partij niet mee mag doen aan e aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012.
-
• Bij contacten zoals bedoeld in de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) kan de informatie uit het Bibob-onderzoek reden voor de gemeente zijn om het contract niet te sluiten of te verbreken.
Hoe snel krijgt betrokken de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de vraag van betrokken voor een beschikking. Ook het LBB moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het LBB meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het LBB, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het LBB nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het LBB de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het LBB niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het betrokkene direct weten als dit gebeurt. Mist het LBB nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het dit op bij betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het LBB moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het LBB heeft om advies te geven, maar het verlengt de periode van 8 weken. Ook de gemeente krijgt deze periode erbij om op de aanvraag te reageren.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het LBB een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan betrokkene. De gemeente laat betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om op de aanvraag van betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob).
Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het LBB.
De gemeente moet betrokkene een kopie van het advies van het LBB geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
- -
Een aanvraag voor een beschikking te weigeren;
- -
Een verleende beschikking in te trekken;
- -
Extra voorschriften (regels) op te leggen in de beschikking.
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
Betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheimhouden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Andere rechten en plichten van de gemeente
- -
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een advies van het LBB en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing
- -
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganen informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
- -
Uit het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente blijkt dat betrokkene een gevaar vormt.
- -
De gemeente vermoedt dat betrokkene de aanvraag heeft ingetrokken omdat de gemeente de Wet Bibob uitvoert.
- -
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkene(n) moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 28 van de We Bibob.
- -
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Bijlage 1: Risicoactiviteiten:
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten zijn de volgende activiteiten:
- -
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / ereritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
- -
Activiteiten waarvoor in de gemeente Brummen een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- -
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebeid toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt¹. Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
- 1.
Zijn criminelen goed bekend met de branche?
- 2.
Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
- 3.
Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
- 4.
Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
¹Kamerstukken II, 1999/00, 26 883, nr. 5, p. 2
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector².
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe³. Ook voegde het sommige niet-vergunningsplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe⁴. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horeca-branche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen⁵. Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
²Kamerstukken II, 1999/00, 26 883, nr. 3
³Kamerstukken II, 2010/11, 32 676, nr. 3, p 4-7
⁴Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
⁵Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Hippische sector
De hippische sector is ook als risicobranche opgenomen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de paardensportbranche een hoge economische waarde vertegenwoordigt en een voor criminele inmenging kwetsbare sport is. Dit komt onder meer omdat er veel (cash) handel plaatsvindt, geldstromen niet altijd duidelijk zijn, de waardes van paarden moeilijk te bepalen zijn er weinig controle plaatsvindt. Hierbij valt ook te denken aan fenomenen als Trade based money laundering, BTW-(carrousel)fraude en witwassen. Daarnaast liggen maneges vaak op afgelegen locaties waar weinig (sociale) controle en veel ruimte is. Dit zorgt ervaar dat de paarden sportbranche een aantrekkelijke wereld is voor criminelen.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor de in de bijlage 1 genoemde activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten
Voorbeeld 1:
Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.
De ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.
Als de ondernemer de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.
Voorbeeld 2:
Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.
Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:
- -
De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.
- -
Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.
- -
De ondernemer vraagt om een wijziging van het omgevingsplan.
- -
De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.
- -
Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het veranderen van het omgevingsplan. De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.
Verschil tussen Ride out motorclubs en Motorclubs, Outlaw Motor Gangs
Ride out motorclubs organiseren groepsritten voor motoren. Dit kan variëren van een ontspannende tocht door het landschap tot een grootschalig evenement met honderden deelnemers.
Motorclubs, Outlaw Motor Gangs, deze clubs hebben vaak een omstreden reputatie en worden soms geassocieerd met criminele activiteiten.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl