Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755464
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755464/1
2e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Ouder-Amstel 2025
Geldend van 20-01-2026 t/m heden
Intitulé
2e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Ouder-Amstel 2025De raad van de gemeente Ouder-Amstel,
Gelezen het voorstel d.d. 16 december 2024, nummer RV24- 106,
Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet,
BESLUIT:
Vast te stellen 2e wijziging van het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Ouder-Amstel 2025.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- -
Actualiteit: een onderwerp, geagendeerd op verzoek van één of meerdere leden, met een spoedeisend karakter;
- -
Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
- -
Burgerraadslid: een afgevaardigde, niet-raadslid, van een fractie zoals benoemd door de raad als commissielid op voordracht van voornoemde fractie overeenkomstig het in Artikel 43 lid 6 van dit reglement bepaald;
- -
College: college van burgemeester en wethouders;
- -
Dag: kalenderdag, tenzij specifiek wordt aangegeven dat werkdag bedoeld wordt;
- -
Initiatiefvoorstel: voorstel voor een verordening of ander voorstel op eigen initiatief door één of meer raadsleden gedaan;
- -
Interpellatie: het vragen van inlichtingen tijdens de raadsvergadering aan een portefeuillehouder over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;
- -
Interruptie: een korte opmerking of vraag zonder inleiding;
- -
Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
- -
Portefeuillehouder: lid van het college van burgemeester en wethouders;
- -
Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
- -
Vergadering: een vergadering van een door de gemeenteraad ingestelde commissie of de raadsvergadering zelf;
- -
Voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering.
Artikel 2. De voorzitter
De voorzitter is belast met:
- 1.
Het leiden van de vergadering;
- 2.
Het handhaven van de orde;
- 3.
Het formuleren van de door de vergadering te beslissen vraagpunten en conclusies;
- 4.
Het doen naleven van het reglement van orde;
- 5.
Hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
Artikel 3. De plaatsvervangend voorzitter
-
1. De raad benoemt bij aanvang van de zittingsperiode uit zijn midden een eerste en tweede plaatsvervangend voorzitter.
-
2. De raad kan een door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontzetten als deze niet langer het vertrouwen van de raad geniet.
Artikel 4. De griffier
-
1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, de commissievergaderingen van de raad, vergaderingen van het presidium en het fractievoorzittersoverleg.
-
2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen.
-
3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 5. Fractievoorzittersoverleg
-
1. De raad heeft een fractievoorzittersoverleg bestaande uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. Het overleg wordt ondersteund door de griffier.
-
2. De voorzitter van de raad is tevens voorzitter van het fractievoorzittersoverleg.
-
3. Het fractievoorzittersoverleg behandelt alle onderwerpen aangaande de organisatie en het functioneren van de raad, waaronder voorstellen voor reglementering en handhaving van de orde, niet zijnde onderwerpen die aan het presidium toebehoren.
-
4. Het fractievoorzittersoverleg kan aanbevelingen doen aan de raad over de organisatie van de werkzaamheden van de raad en van zijn commissies en al het andere wat middels dit reglement of anderszins wordt opgedragen.
-
5. Het fractievoorzittersoverleg adviseert de voorzitter in alle andere aangelegenheden indien hij daarom verzoekt.
-
6. De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten, tenzij het fractievoorzittersoverleg anders bepaalt. De agenda en de besluitenlijst van het fractievoorzittersoverleg zijn openbaar na de vergadering, tenzij het fractievoorzittersoverleg anders bepaalt.
-
7. De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of portefeuillehouder(s) uit te nodigen voor het fractievoorzittersoverleg. Het overleg kan besluiten anderen uit te nodigen de vergadering bij te wonen.
-
8. Bij afwezigheid kan een fractievoorzitter zich laten vervangen door een ander raadslid van zijn fractie.
-
9. De burgemeester kan zich laten vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.
-
10. Elk lid heeft één stem in het fractievoorzittersoverleg.
-
11. Bij het staken van de stemmen gaat een onderwerp naar een volgende vergadering.
Artikel 5a. Presidium
-
1. De raad heeft een presidium, dat bestaat uit de voorzitters van de fracties en de voorzitter van de raad.
-
2. Het presidium heeft in ieder geval de volgende taken:
- a.
Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen;
- b.
Het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies;
- c.
Het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de gemeentewet.
- a.
-
3. De voorzitter van de raad is de voorzitter en wordt bijgestaan door de griffier.
-
4. De leden van het presidium kunnen zich laten vervangen door een ander raadslid van de fractie.
-
5. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
-
6. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar. De agenda en de besluitenlijst zijn wel openbaar.
-
7. De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of portefeuillehouder(s) uit te nodigen voor het presidium. Het overleg kan besluiten anderen uit te nodigen de vergadering bij te wonen.
-
8. Elke fractie heeft in het presidium één stem.
-
9. Bij het staken van de stemmen zal er extra informatie worden aangevraagd door de griffie en aan de hand van de aangevraagde informatie zal opnieuw gestemd worden.
Artikel 6. Inlichtingen (technische vragen)
-
1. Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk of per e-mail ingediend bij de griffier.
-
2. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en eventueel voorzien van een toelichting.
-
3. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college.
-
4. Beantwoording door het college vindt zo spoedig mogelijk plaats.
Hoofdstuk 2: Toelating van nieuwe leden; fracties en benoeming wethouders
Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders
-
1. Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw te benoemen leden en de processen-verbaal van de stembureaus.
-
2. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt.
-
3. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
-
4. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw te benoemen lid op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
-
5. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.
Artikel 8. Fracties
-
1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
-
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
-
3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
-
4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
-
5. . De nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 3: Vergaderen
Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 9. Vergaderfrequentie
-
1. De vergadering komt bijeen zoveel mogelijk volgens een jaarlijks door het Presidium vast te stellen rooster.
-
2. Verder komt de vergadering bijeen als dit door het fractievoorzittersoverleg, het presidium of door de burgemeester nodig wordt geacht, dit met inachtneming van een redelijke termijn.
-
Voorts komt de vergadering bijeen indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen hierom verzoekt.
-
3. De vergadering vindt doorgaans op donderdag plaats, met de mogelijkheid om uit te wijken naar dinsdag indien nodig.
Artikel 10. Oproep en agenda
-
1. Het presidium stelt de conceptagenda van de vergadering vast.
-
2. De leden worden minimaal zeven dagen voor de vergadering schriftelijk door middel van toezending van de conceptagenda opgeroepen.
-
3. In spoedeisende gevallen kan de griffier na het verzenden van de conceptagenda tot voor de aanvang van een vergadering een aanvullende conceptagenda opstellen. Deze wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht aan de leden.
-
4. Bij aanvang stelt de vergadering de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de vergadering bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. De raad geeft bij meerderheid toestemming om het onderwerp te behandelen.
-
5. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de vergadering de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 11. De stukken
-
1. De conceptagenda en de daarbij behorende stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.
-
2. Stukken die reeds in bezit zijn van de leden worden niet opnieuw toegezonden.
-
3. Indien voor stukken door het college geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken digitaal achter slot aan de raad aangeboden.
-
4. Het college kan geheimhouding opleggen, waardoor de informatie voor de raad ook automatisch wordt opgelegd. Daarnaast kan de raad zelf geheimhouding opleggen op eigen documenten.
Artikel 12. Andere deelnemers aan de vergadering
-
1. Een portefeuillehouder woont, voor zover de te behandelen nader toe te lichten onderwerpen geheel of in hoofdzaak tot zijn portefeuille behoren, de vergaderingen bij, waarbij hij in de gelegenheid wordt gesteld het standpunt van het college nader toe te lichten.
-
2. De vergadering kan het college verzoeken de secretaris of diens plaatsvervanger in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
-
3. De vergadering kan bepalen dat naast de in de vergadering aanwezige leden, de portefeuillehouders, de secretaris, de griffier en de voorzitter ook anderen deelnemen aan de beraadslaging.
-
4. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.
Artikel 13. Openbare kennisgeving
-
1. Een vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huis blad, op de gemeentelijke publicatieborden en via de gemeentelijke website ter openbare kennis gebracht.
-
2. De openbare kennisgeving vermeldt:
- a.
de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;
- b.
de hoofdlijnen van de agenda;
- c.
de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; tenzij voor bepaalde stukken geheimhouding is opgelegd;
- d.
de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 45 van dit reglement.
- a.
Paragraaf 2. Orde der vergadering
Artikel 14. Presentielijst
-
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen en commissievergaderingen.
-
2. Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst in de vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 15. Zitplaatsen
-
1. De voorzitter, de leden en de griffier hebben in een vergadering een vaste zitplaats, die door de voorzitter na overleg met het fractievoorzittersoverleg is aangewezen.
-
2. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de portefeuillehouders, secretaris en overige personen, die voor een vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 16. Audioverslag en besluitenlijst + commissie besluiten
-
1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een audioverslag en het opstellen van een concept-besluitenlijst van de vergadering. Ditzelfde geldt voor de commissievergaderingen.
-
2. Een concept van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de eden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep.
-
3. De leden, de voorzitter, de portefeuillehouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering te doen, als de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besloten is.
-
4. Een voorstel tot verandering dient voor de vergadering bij de griffier te worden ingediend.
-
5. De besluitenlijst bevat tenminste:
- a.
De namen van aanwezige leden, de voorzitter, de griffier en de wethouders, evenals van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;
- b.
Een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest en de genomen besluiten daaromtrent;
- c.
Een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
- d.
De tekst van de tijdens de vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;
- a.
-
6. De concept-besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en wordt daarna door de voorzitter en de griffier ondertekend.
-
7. Het gesprokene in de vergaderingen wordt digitaal vastgelegd en wordt als audio-verslag door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt en is voor iedereen toegankelijk.
Artikel 17. Ingekomen stukken
-
1. Bij een vergadering ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. De griffier geeft zo mogelijk bij ieder stuk aan op welke wijze het stuk (procedureel) wordt afgedaan. Deze lijst wordt aan de leden van de raad per e-mail toegezonden.
-
2. Een lid van de raad kan het presidium verzoeken een ingekomen stuk te agenderen voor een vergadering.
Artikel 18. Spreekregels
-
1. Het presidium doet bij de agenda een voorstel hoe een stuk in een commissie behandeld zal worden.
-
2. Onderdeel van dit voorstel kan uitmaken het spreken in een aantal termijnen of spreektijd.
-
3. Het presidium kan bij meerderheid van stemmen besluiten om een voorstel niet in een commissie, maar rechtstreeks in de raad te behandelen.
-
4. De vergadering stelt deze voorstellen van orde vast gelijk met vaststelling van de agenda.
-
5. Tijdens de vergadering bewaakt de voorzitter de orde.
-
6. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers.
-
7. Een spreker voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
-
8. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering.
-
9. Een voorstel van orde kan door de voorzitter of een lid worden gedaan. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raad/ commissie terstond.
Artikel 19. Handhaving orde; schorsing
-
1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij
- a.
De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
- b.
Een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
- a.
-
2. Indien een persoon die het woord voert, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende persoon die het woord voert, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats vindt, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
-
3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 20. Toehoorders en pers
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het verstoren van de orde is verboden.
- 1.
De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van een vergadering verstoren, te doen vertrekken. De voorzitter kan toehoorders die bij herhaling de orde in een vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot die vergadering ontzeggen.
- 2.
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid-of beeldregistraties willen maken doen hiervan vooraf mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Artikel 21. Beraadslaging
-
1. Een vergadering kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
-
2. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de vergadering besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de vergadering heropend is.
Artikel 22. Lidmaatschap van andere organisaties
-
1. Een lid van de vergadering, een portefeuillehouder of een ander, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft het recht verslag te doen over zaken die in het betreffende algemeen bestuur aan de orde zijn.
-
2. Ieder lid van een vergadering kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, mondelinge vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 6 van dit reglement, zijn van overeenkomstige toepassing.
-
3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
-
4. Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur.
-
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Paragraaf 3. Openbaarheid van de vergaderingen
Artikel 23. Openbare en besloten vergaderingen
-
1. De vergaderingen worden in het openbaar gehouden.
-
2. De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
-
3. De vergadering beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
-
4. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
-
5. Een vergadering kan op grond van een belang genoemd in artikel 7.5 van de Wet open overheid (Woo), over het in een vergadering behandelde en omtrent de inhoud van stukken, welke aan die vergadering worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt zowel door de leden die bij de behandeling tegenwoordig waren, als door de leden die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennisnemen, in acht genomen, totdat de raad haar opheft.
-
6. De voorzitter kan omtrent de inhoud van de stukken, waarvan hij aanneemt dat ze in aanmerking komen voor toepassing van het vorige lid, voorlopige geheimhouding opleggen. Hij geeft hiervan terstond kennis aan de vergadering.
Artikel 24. Verslag besloten vergadering
-
1. Het verslag van een besloten vergadering wordt in de eerstvolgende vergadering ter besluitvorming digitaal beveiligd aangeboden.
-
2. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de vergadering een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit verslag.
Hoofdstuk 4: de Raadsvergadering
Paragraaf 1. Besluitvorming
Artikel 25. Opening vergadering; quorum
-
1. De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor bij de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.
-
2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 26. Hamerstukken
-
1. Raadsvoorstellen kunnen door een commissie als hamerstuk zijn benoemd.
-
2. Indien een lid van de raad een hamerstuk toch wil bespreken meldt hij uiterlijk de dag voor de raadsvergadering om 12.00 uur dit onder opgave van reden bij de griffier.
-
3. De griffier meldt dit, met de motivering, terstond aan de overige raadsleden en het college.
-
4. Bij de vaststelling van de agenda meldt het lid van de raad welk hamerstuk het lid tot bespreekstuk wil maken.
-
5. Een tot bespreekstuk gemaakt agendaonderwerp wordt toegevoegd als laatste punt van de agenda.
-
6. Over hamerstukken volgt geen debat meer; de hamerstukken worden gezamenlijk met één hamerslag aangenomen. Een stemverklaring is toegestaan.
Artikel 27. Beslissing
-
1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
-
2. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren door het afleggen van een stemverklaring.
-
3. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.
Artikel 28. Algemene bepalingen over stemming
-
1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
-
2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.
-
3. De vergadering kan stemmen middels handopsteking.
-
4. Bij stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.
-
5. Voor een hoofdelijke stemming trekt de voorzitter, ter aanwijzing van het lid met wie de oproeping voor de stemming aanvangt, een nummer uit de schaal. Daarin bevindt zich een aantal briefjes, gelijk aan het aantal volgens de presentielijst ter vergadering aanwezige leden en genummerd van 1 tot en met het getal, gelijk aan het aantal aanwezige leden. Het getrokken nummer wijst aan, dat als eerste lid zijn stem uitbrengt, degene wiens handtekening achter dat nummer op de presentielijst is geplaatst.
-
6. Het oproepen van de namen geschiedt vervolgens door de griffier in volgorde van zitplaatsen, waarbij de richting van de wijzers van de klok wordt aangehouden. Indien echter de voorzitter lid van de raad is brengt hij het laatst zijn stem uit.
-
7. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
-
8. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft.
-
9. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
-
10. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 29. Stemming over amendementen en moties
-
1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.
-
2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
-
3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
-
4. Indien over een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
Artikel 30. Stemming over personen
-
1. Wanneer een stemming moet plaatshebben over het benoemen van personen, of het opstellen van een voordracht of aanbeveling, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.
-
2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
-
3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen.
-
4. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
-
5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
-
6. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
-
7. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
- a.
een blanco stembriefje;
- b.
een ondertekend stembriefje;
- c.
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
- d.
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
- a.
-
8. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de vergadering, op voorstel van de voorzitter.
-
9. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 31. Herstemming over personen
-
1. Wanneer bij de eerste stemming over meer dan twee personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
-
2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
-
3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 32. Beslissing door het lot
-
1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
-
2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
-
3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Paragraaf 2. Rechten van leden
Artikel 33. Amendementen
-
1. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
-
2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
-
3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
-
4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 34. Moties
-
1. Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.
-
2. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
-
3. Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt aangekondigd bij de vaststelling van de agenda. De behandeling van die motie vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
-
4. De raad bepaalt of dan direct over de motie wordt gestemd, dan wel dat deze als nieuw agendapunt wordt opgevoerd.
Artikel 35. Initiatiefvoorstel
-
1. Een initiatiefvoorstel wordt alleen in behandeling genomen, indien het schriftelijk bij de voorzitter is ingediend.
-
2. De griffier brengt het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk ter kennis aan de overige leden en neemt daarbij een tijdschema op voor het presidium met de beoogde behandeldata in de commissie en de raad. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat het college in de gelegenheid wordt gesteld binnen zes weken na het indienen van een initiatiefvoorstel hun wensen en bedenkingen over het voorstel kenbaar te maken; pas daarna kan de raad een besluit nemen over het betreffende initiatiefvoorstel.
-
3. Indien de reactie niet binnen de termijn van zes weken kan worden gegeven, stelt het college de indiener en de andere raadsleden hiervan gemotiveerd in kennis.
-
4. Indien besloten wordt tot het in behandeling nemen van het voorstel vindt behandeling van het voorstel plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met of voorafgaand aan een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld.
Artikel 36. Interpellatie
-
1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste de dag voor de raadsvergadering om 13.00 uur schriftelijk of per mail bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
-
2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Om een interpellatie te kunnen houden is de instemming nodig van de meerderheid van de leden. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
-
3. De voorzitter verleent aan de interpellant het woord om één of meer vragen aan de portefeuillehouder(s) te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door de portefeuillehouder(s) krijgt de interpellant desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om aan de interpellant en/of de portefeuillehouder(s) vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Daarmee kan de raad met elkaar en met het college in debat gaan. De interpellant kan desgewenst een slotverklaring afleggen en eventueel een motie indienen.
Artikel 37. Schriftelijke vragen
-
1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
-
2. De vragen worden bij de griffier ingediend. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
-
3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de verantwoordelijke portefeuillehouder de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
-
4. De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad medegedeeld.
-
5. De vragen en antwoorden worden zo spoedig mogelijk aan de raad toegezonden.
-
6. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
-
7. Vragen gaan niet over individuele kwesties of persoonlijke zaken; raadsleden zijn verantwoordelijk voor algemeen beleid.
Artikel 38. Vragenhalfuur
-
1. Na de opening van de raadsvergadering is er een vragenhalfuur, tenzij er bij de griffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden.
-
2. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tezamen met de te stellen vragen uiterlijk de dag voor de raadsvergadering om 12.00 uur bij de griffier. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.
-
3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.
-
4. Vragen moeten gaan over algemene, politieke of andere zaken, waarin de gemeenteraad bevoegdheden heeft, dan wel waarin hij een betekenisvolle invloed kan uitoefenen en niet over individuele belangen, waarvoor de gemeente procedures heeft vastgesteld of klachten over individuele personen.
-
5. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de portefeuillehouders en voor de overige leden.
-
6. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven.
-
7. Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
-
8. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
-
9. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 5 commissievergaderingen
Artikel 38A. Vragen aan het college
-
a. Op de agenda van de commissievergadering staat het onderwerp vragen aan het college.
-
b. Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tezamen met de te stellen vragen uiterlijk de dag voor de commissievergadering om 12.00 uur bij de griffier.
-
c. De vragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst bij de griffier.
-
d. Vragen moeten gaan over algemene, politieke of andere zaken, waarin de gemeenteraad bevoegdheden heeft, dan wel waarin hij een betekenisvolle invloed kan uitoefenen en niet over individuele belangen, waarvoor de gemeente procedures heeft vastgesteld of klachten over individuele personen.
-
e. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de portefeuillehouders en voor de overige leden.
-
f. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven.
-
g. Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
-
h. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
-
i. Dringende actuele vragen kunnen ook gesteld worden in de commissie, deze worden bij de agendavaststelling gemotiveerd aangekondigd.
Artikel 39. Instelling commissies
-
1. Er zijn de volgende vaste algemene raadscommissies:
- a.
Commissie burger en bestuur
- b.
Commissie ruimte en gebiedsontwikkeling
- a.
-
2. Er zijn de volgende vaste bijzondere raadscommissies:
- a.
Auditcommissie
- b.
Werkgeverscommissie
- a.
-
3. De raad kan op voorstel van het fractievoorzittersoverleg andere bijzondere commissies instellen. Bij de instelling kan de raad afwijken van de bepalingen in dit reglement.
Artikel 40. Taak van de commissies
-
1. De commissies dienen de raad, het college en de burgemeester gevraagd en ongevraagd van advies over alle tot haar werkgebied behorende onderwerpen.
-
2. De commissies kunnen de controlerende en volksvertegenwoordigende taken van de raad overnemen.
-
3. De commissies kunnen de kaderstellende taak van de raad voorbereiden.
Artikel 41. Besluitvorming commissie
-
1. Een commissie besluit bij meerderheid van stemmen, berekend naar verhouding van het aantal zetels dat elke fractie in de gemeenteraad heeft.
-
2. Het staken van de stemmen wordt in het verslag vermeld. Het gevoelen van een minderheid wordt in het commissieadvies tot uitdrukking gebracht.
Artikel 42. Schriftelijke raadpleging
-
1. In spoedeisende en/of bijzondere gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kunnen de leden van de commissies schriftelijk worden geraadpleegd.
-
2. Indien twee of meer leden tegen de schriftelijke raadpleging bezwaar hebben, belegt de voorzitter zo spoedig mogelijk een vergadering.
Artikel 43. Samenstelling commissies
-
1. De voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de commissies worden aangewezen door de raad uit zijn midden, voor de duur of de resterende duur van de zittingsperiode van de raad. Een plaatsvervangend voorzitter dient lid van de betreffende commissie te zijn. Ze kunnen te allen tijde ontslag nemen. De voorzitter heeft geen stem in de vergadering. De plaatsvervangend voorzitter brengt als laatste zijn stem uit indien hij de commissie voorzit.
-
2. De fracties in de gemeenteraad benoemen specialisten voor de ter bespreking voorliggende onderwerpen.
-
3. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee afgevaardigden per fractie, de voorzitter uitgezonderd.
-
4. Afgevaardigden kunnen zowel raadslid als niet-raadslid zijn. Een afgevaardigde, niet raadslid, wordt aangemerkt als een burgerraadslid. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet alsmede de Gedragscode voor leden van de gemeenteraad van Ouder-Amstel 2024 zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerraadslid.
-
5. De fracties in de gemeenteraad kunnen per raadsperiode maximaal twee personen afvaardigen die, die woonachtig zijn in Ouder-Amstel, maar niet geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de betreffende fractie.
-
6. De in het vierde en vijfde lid genoemde afgevaardigden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd als commissielid. Alvorens commissieleden hun functie kunnen uitoefenen, leggen zij de eed of de verklaring en belofte af.
-
7. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde en vijfde lid genoemde vereisten.
-
8. Indien een commissielid niet meer voldoet aan de in het vierde lid genoemde vereisten, kan de raad bij twee/derde meerderheid van stemmen bepalen dat de toegang tot de commissievergadering wordt ontzegd.
-
9. Commissies ingesteld op grond van artikel 39 lid 2 van dit reglement kennen in het algemeen 1 lid per fractie.
Artikel 44. Aanwezigheid portefeuillehouders en anderen
-
1. Een portefeuillehouder wordt door de voorzitter in de gelegenheid gesteld ook over niet op de agenda voorkomende onderwerpen aan de commissie mededelingen te doen.
-
2. Een portefeuillehouder kan zich in een commissie laten assisteren door de secretaris, afdelingshoofden, medewerkers van het ambtelijk apparaat en externe deskundigen.
Artikel 45. Spreekrecht burgers
-
1. Na de opening van een commissievergadering kunnen andere aanwezigen dan de leden, de portefeuillehouders, de griffier en de secretaris, gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren. Wanneer het gaat over onderwerpen die op de agenda staan vermeld krijgen zij het woord bij het betreffende agendapunt. Over andere onderwerpen die tot het taakveld van de commissie behoren, wordt aan het begin van de vergadering gelegenheid gegeven.
-
2. De spreektijd per persoon bedraagt ten hoogste vijf minuten. De voorzitter verdeelt de tijd evenredig als er meer dan zes sprekers zijn, waarbij altijd een minimum spreektijd geldt van drie minuten. Bij meer dan tien sprekers neemt de commissie in overweging een aanvullende bijeenkomst te organiseren waarin interactie tussen burgers en bestuur centraal staat.
-
3. De spreektijd kan worden benut voor het stellen van maximaal één vraag aan de commissie. Het staat de commissieleden vrij om gedurende de vergadering hierop antwoord te geven, dan wel de inspreker van een schriftelijke reactie te voorzien. De voorzitter of een commissielid doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de spreker.
-
4. Het spreekrecht wordt uitgeoefend in de volgorde van aanmelding met dien verstande, dat de voorzitter bevoegd is hiervan af te wijken, indien meerdere personen over hetzelfde onderwerp willen spreken. Alsdan komen de sprekers over dat onderwerp na elkaar aan de beurt.
-
5. Degenen, die van het spreekrecht gebruik willen maken, kunnen dit tot uiterlijk 12:00 uur melden op de dag van de commissievergadering, onder opgaaf van naam en adres en van het punt of de punten, waarover zij het woord willen voeren bij de griffier. Bovendien geeft hij aan of hij namens een groepering spreekt of op persoonlijke titel. De griffier wijst betrokkenen op de regels omtrent het inspreken.
-
6. Het is niet toegestaan over persoonlijke aangelegenheden te spreken. Eén en ander ter beoordeling van de voorzitter.
-
7. Het is niet mogelijk van het spreekrecht gebruik te maken als de inspreker over het onderwerp een bezwaar- of beroepschrift heeft ingediend, of als inspreker wil praten over een stuk dat op dat moment ter visie ligt.
-
8. Op het gesprokene door de toehoorders volgt geen discussie. Commissieleden kunnen naar aanleiding van het gesprokene aan de betreffende spreker vragen stellen, die deze kan beantwoorden.
-
9. Eenieder kan over een niet-geagendeerd onderwerp maximaal tweemaal van het spreekrecht gebruik maken; eenmaal over de inhoud en eenmaal over een eventueel afgesproken procedure.
-
10. De voorzitter kan afwijking van het gestelde in voorgaande leden toestaan.
-
11. De regels omtrent het inspreken in commissies worden duidelijk op de gemeentelijke website gepubliceerd en op verzoek schriftelijk ter hand gesteld.
Hoofdstuk 6: Slotbepalingen
Artikel 47. Uitleg reglement
-
1. In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de vergadering op voorstel van de voorzitter.
-
2. Het fractievoorzittersoverleg kan voorstellen doen ter nadere uitwerking van dit reglement.
Artikel 48. Inwerkingtreding
Dit gewijzigde reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking
Ondertekening
Ouder-Amstel, 10 april 2025
De raad voornoemd,
De Raadsgriffier,
mevr. L.W.F. Örsçek- Moolenaar
De voorzitter,
mevr. S.C.T. De Roy van Zuidewijn- Rive
Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Ouder-Amstel 2025
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.
Artikel 2 en 3. De (plaatsvervangend) voorzitter
- -
De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. Op grond van artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet, is bepaald dat het oudste raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. (Overigens geldt ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de waarneming van het ambt van de burgemeester.)
- -
De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
- -
De voorzitters hebben middels afspraken bepaald hoe een vergadering kan lopen. Daarvoor zijn ook procesbeschrijvingen gemaakt.
Artikel 4. De griffier
De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen.
In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
De griffier is ook de "brievenbus" voor de raad en commissies en zal fungeren als brievenbus voor de voorzitters. De griffie bestaat inmiddels uit raadsgriffier en commissiegriffier. Het is mogelijk dat voor bijzondere klussen of in de loop der jaren ook anderen aan de griffie worden toegevoegd. Daarom is hier geregeld dat anderen dan de griffier zelf de taken van de griffier kunnen uitoefenen, zodat bijvoorbeeld de commissiegriffier alle zaken rond een commissie kan regelen.
Artikel 5. Het fractievoorzittersoverleg
Het fractievoorzittersoverleg regelt alle zaken die betrekking hebben op de raad en alles daaromheen, met uitzondering van de samenstelling van de voorlopige agenda voor de vergadering van de commissies en de raad.
Het fractievoorzittersoverleg kan ook nadere regels stellen, zolang deze niet strijdig zijn met dit reglement of de wet.
Artikel 5A1. Presidium
Het presidium bewaakt het vergaderschema en is belast met de samenstelling van de voorlopige agenda voor de vergadering van de commissies en de raad. Daarnaast heeft het presidium als taak het toetsen van de kwaliteit van de raadsvoorstellen. Ook kan het presidium procedurevoorstellen doen voor de afhandeling van raadsvoorstellen en ingekomen stukken.
Het presidium kan op de voorlopige agenda voor de vergadering van de commissie hamerstukken voorstellen. Indien een commissielid het hamerstuk toch wil behandelen, dan dient het lid uiterlijk één dag voor de commissievergadering om 12:00 uur het verzoek in om er een bespreekstuk van te maken. De griffier brengt dit agenderingsverzoek zo spoedig mogelijk ter kennis aan de overige leden het college.
Artikel 6. Inlichtingen
Er zijn vele formele mogelijkheden tot het vragen van inlichtingen. Deze zijn geregeld in de hoofdstukken 4 en 5. Los van deze procedurele vragenmogelijkheid, kan ook buiten iedere vergadering om, om inlichtingen worden verzocht, zoals geregeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet.
Onder inlichtingen verstaan wij overwegend technische vragen. De beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats (volgens door het presidium vastgestelde data)
Hoofdstuk 2: Toelating van nieuwe leden; fracties
Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden.
Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden.
Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature.
De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Voor burgerraadsleden is een en ander geregeld in art. 43 van dit reglement.
Artikel 8. Fractie
Er is aangegeven wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning).
Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting van de raad plaats. Gebruikelijk is dat de leden die op de dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie worden beschouwd. Tussentijds kan dit echter wijzigen; fracties kunnen samengaan of splitsen. Het is aan de raadsleden zelf om aan te geven welke verbanden zij in de raad wensen in te nemen. Hiertoe biedt dit artikel de mogelijkheid.
In de loop van zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.
Hoofdstuk 3: Vergaderingen
Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 9. Vergaderfrequentie
Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Voor commissies is er de vrijheid van de gemeenteraad om deze te organiseren.
Er is gekozen om één avond van de week tot "politieke avond" te maken: íedere donderdagavond is gereserveerd voor het politieke werk. Dit maakt dat bij dringende zaken zonder veel discussie. Een extra vergadering kan worden uitgeschreven; de donderdag is beschikbaar. Indien een raadscommissie bijvoorbeeld een hoorzitting wil houden, kan het presidium een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Als reserveavond is de dinsdagavond bepaald.
Artikel 10. De agenda
Bij een zelfstandige rol van de raad past een eigen agendabeheer. Om niet de agendakeuzes bij de griffie te leggen, is het verstandig als er voorafgaand aan de verzending van de commissieagenda's overleg plaats vindt in het presidium. Dit is echter een voorlopige vaststelling van de agenda.
Vanzelfsprekend besluiten de commissie en raad uiteindelijk over de agenda.
Stukken die het college aanbiedt worden niet meer geagendeerd; pas als een raadslid om agendering verzoekt, komt het op de eerstvolgende agenda. Op het moment dat een raadslid hierover debat wil of uitgebreide vragen heeft, meldt dit raadslid het bij de griffie. Het raadslid geeft hierbij aan welk deel van het betreffende onderwerp besproken dient te worden. Gaat het om simpele vragen dan kan worden volstaan met schriftelijke afhandeling, gaat het om ingewikkelder zaken dan is commissiebehandeling wenselijk. Pas dan wordt een stuk geagendeerd, waarbij de medecommissieleden op de hoogte worden gebracht en zich dus ook kunnen voorbereiden.
De griffie kan autonoom een stuk aan het presidium voordragen ter agendering, als de wens tot debat evident is. Het college kan de wens om (urgent) een stuk te bespreken aangeven bij de griffie. Het presidium zal hierover dan zo spoedig mogelijk gemotiveerd beslissen.
Dit betekent dat als het college graag de mening van de raad hoort, en dus aan de commissie verzoekt om een stuk te agenderen, de commissie dit niet hoeft te doen, bijvoorbeeld omdat het college een bijzonder zinnig stuk heeft neergelegd, dat geen vragen of opmerkingen behoeft.
Pas als een stuk daadwerkelijk vragen of oppositie oproept zal hiermee een stuk op de agenda komen.
Hiermee ligt de verantwoordelijkheid daar waar hij hoort: het college doet de dagelijkse gang van zaken, en de raad bemoeit zich daar alleen in controlerende zin mee; het vertrouwen is dat het college zijn werk naar behoren vervult, en zo niet, dan agendeert de raad.
Om procedures vast te houden dienen stukken die naar de raadsvergadering moeten, natuurlijk wel te worden geagendeerd voor de raad. Dit is duidelijk wettelijk geregeld.
Commissiebehandeling van dit soort stukken is geen automatisme.
In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om enkele weken voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een dergelijke spoedsituatie kan de griffier na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. Dit kan tot voor de aanvang van de vergadering. Individuele raadsleden kunnen via het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de vergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.
Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de vergadering zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de vergadering de mogelijkheid het onderwerp naar een commissie te verwijzen of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt (en niet het college). Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris.
Artikel 11. De stukken
Op de woensdag in de week van het presidium worden de concept agenda en de stukken voor de commissievergaderingen aan de raadsleden verzonden en verder openbaar gemaakt.
De concept raadsagenda wordt de dag na de laatste commissievergadering verzonden.
Artikel 12. Andere deelnemers aan de vergadering
Dit artikel is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Mensen kunnen niet in rechte worden vervolgd voor hun uitspraken in raad of commissie.
Lid 1 is tevens een nadere uitwerking van artikel 21 lid 2 van de Gemeentewet. Dit artikel voorziet in de mogelijkheid dat wethouders door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering aanwezig te zijn.
Afgesproken is dat de aanwezigheid van collegeleden bij de commissie vereist is bij die onderwerpen die hun portefeuille betreffen. De rol van collegeleden hangt af van het doel van de bespreking. Zo kan collegeleden gevraagd worden om deel te nemen aan bijvoorbeeld een brainstormende discussie of zij kunnen technische vragen van raadsleden beantwoorden. Bij de raadsvergadering zijn in principe alle collegeleden aanwezig.
Artikel 13. Openbare kennisgeving
Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
Paragraaf 2. Orde der vergadering
Artikel 14. Presentielijst
De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen vaststellen. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.
Artikel 16. Verslag
Het recht om aanpassing voor te stellen (vierde lid) komt ook toe aan het raadslid en de portefeuillehouder, die bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig waren. Het is aan commissie of raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State).
Artikel 17. Ingekomen stukken
Ingekomen stukken worden niet aan de raad in een vergadering aangeboden. Dit gebeurt separaat, middels een digitaal postoverzicht. Hierop wordt ook de behandeling voorgesteld.
Artikel 18. Spreekregels
Het is noodzakelijk om goed te regelen wanneer iemand mag spreken, en hoe vaak men het woord mag voeren. Een goede voorbereiding kan alleen van start gaan als men duidelijk weet wat de verwachting is. Daarnaast is het voor de eerlijkheid noodzakelijk dat ieder lid evenveel gelegenheid krijgt het woord te voeren. Overigens kan een vergadering bij vaststelling van de agenda een andere spreekorde vaststellen. Gekozen is voor een flexibele opstelling in dit reglement; het simpelweg altijd in 2 termijnen spreken, doet geen recht aan een open debat.
Zeker in de commissie wordt belang gehecht aan het informele karakter. Daarom zal het presidium bij de agenda aangeven welke vorm van behandeling wordt voorgesteld.
De beraadslaging over een motie of amendement vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp.
De leden 9 en 10 gaan over wijzigingen in de orde van een vergadering. De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden.
Artikel 19. Handhaving orde; schorsing
De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter blijft echter onverlet. Artikel 19 artikel is slechts een aanvulling op de Gemeentewet.
Artikel 20. Toehoorders en pers
Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid van dit artikel voorziet hierin. Wat storend voor de orde is, is aan de vergadering.
Bepalingen over mobiele telefoons, tekenen van goed- of afkeuring zijn allemaal vervat in art. 2: op het moment dat de voorzitter of de vergadering vindt dat de orde verstoord is, dient opgetreden te worden.
Aangezien de vergaderingen in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.
Artikel 21. Beraadslaging
Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.
Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd.
Artikel 22. Lidmaatschap van andere organisaties
Leden van de raad (of in voorkomende gevallen een portefeuillehouder of een ander, zoals de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente.
Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.
In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels uit dit reglement. Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die aansluit bij de regels voor inlichtingen.
Paragraaf 3. Openbaarheid van de vergaderingen
Artikel 23. Openbare en besloten vergaderingen
In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. In de gemeentewet regelt artikel 82, vijfde lid, de openbaarheid van commissievergaderingen. In deze bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op raadscommissies. Deze worden in dit artikel herhaald.
Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht.
In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.
Artikel 24. Verslag
In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, Gemeentewet. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij commissie of raad anders beslissen.
Hoofdstuk 4: de Raadsvergadering
Paragraaf 1. Besluitvorming Artikel 25. Opening vergadering; quorum
De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet op komt dagen.
Voor commissies is afgezien van het vaststellen van een quorum; het is aan de raadsfracties om het besluit van een commissie ook waarde te geven door aanwezigheid.
Artikel 26. Hamerstukken
Tijdens de commissiebehandeling wordt reeds bepaald of een stuk nog bespreking moet hebben, of een stemverklaring vereist. Zo niet dan wordt dit als hamerstuk geagendeerd; alle hamerstukken worden tijdens de raadsvergadering met één hamerslag afgedaan. Ook het presidium kan stukken direct als hamerstukken agenderen.
Geregeld is dat ieder individueel raadslid het recht heeft om de dag voor de commissievergadering uiterlijk om 12:00 uur van de hamerstukkenlijst af te halen. Dit kan bij de griffier, met daarbij een uitdrukkelijke motivatie. De griffier stuurt deze nog rond, waarna de voltallige raad in vergadering over het verzoek beslist.
Artikel 27. Beslissing
Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.
Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming begint.
Artikel 28. Algemene bepalingen over stemming
Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming aldus plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen.
Bij wie de stemming begint, is geregeld in lid 5.
Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
Artikel 29. Stemming over amendementen en moties
Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van burgemeester en wethouders. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is artikel 35 van toepassing.
Artikel 30. Stemming over personen
Zie ook artikel 28
Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over:
- a.
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
- b.
de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort.
De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd (artikel 31 van de Gemeentewet).
Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel waarvan de raad mag afwijken.
Wanneer er veel benoemingen te doen zijn (bij voorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) kan een gecombineerd stembiljet worden ontworpen. In het vijfde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 Gemeentewet. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement.
Artikel 31. Herstemming over personen
Dit artikel regelt hoe een herstemming moet plaatsvinden. Deze procedure is uitgebreider dan de gemeentewet toeschrijft. Zolang een en ander binnen dezelfde vergadering plaatsvindt is dit toegestaan.
Artikel 32. Beslissing door het lot
Hiermee wordt invulling gegeven aan art. 31, derde lid, van de Gemeentewet.
Paragraaf 2. Rechten van leden
Artikel 33. Amendementen
Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van burgemeester en wethouders voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.
Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt gelijktijdig plaats met het raadsvoorstel. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een extra termijn. Voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard.
Artikel 34. Moties
Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolgen is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen.
Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft.
Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de initiatiefvoorstellen. Tenzij er vanuit de raad een voorstel van orde komt, dan kunnen moties ook op ander moment behandeld worden.
Artikel 35. Initiatiefvoorstel
Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend.
Artikel 36. Interpellatie
Dit artikel stelt nadere regels als bedoeld in artikel 155 van de Gemeentewet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.
Artikel 37. Schriftelijke vragen
Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad de recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Het college streeft ernaar om de vragen binnen 16 dagen te beantwoorden.
In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen, of een motie indienen.
Artikel 38. Vragenhalfuur raadsvergadering
Deze bepaling vormt een aanvulling op het voorgestelde artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht.
Hoofdstuk 5: De commissievergadering
Artikel 39. Commissies
De raad stelt de raadscommissies in. Er zijn 2 vaste algemene commissies: Ruimte & Gebiedsontwikkeling en Burger & Bestuur.
Naast de algemene raadscommissies zijn er commissies met een beperkte taakomschrijving, de bijzondere raadscommissies. Deze hebben een nauw omschreven taakstelling.
Artikel 40. Taak van de commissies
De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies is gekozen voor het laten plaatsvinden van het politieke debat in een raadscommissie en besluitvorming in de raad.
De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellende, controlerend en volks-vertegenwoordigend orgaan.
Bij lid 2. Worden de volgende bijzondere raadscommissies genoemd: a.Auditcommissie en b. Werkgeverscommissie. Beide commissie hebben eigen verordeningen.
Artikel 41. Besluitvorming commissie
Hier wordt geregeld dat de commissieleden stemmen met gewicht; het aantal raadszetels per partij is bepalend voor de hoeveelheid uitgebrachte stemmen.
Artikel 42. Schriftelijke raadpleging
In uitzonderlijke gevallen kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd, bijvoorbeeld omdat een stuk spoedend door de raad behandeld dient te worden. Als de leden liever bijeen willen komen, is geregeld dat ze dit kunnen melden.
Artikel 43. Samenstelling van de commissies
De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft artikel 43, derde lid van dit reglement voor dat een raadscommissie bestaat uit ten minste een en maximaal 2 leden per fractie. De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Leden van een raadscommissie hoeven geen raadslid te zijn. De fracties in de gemeenteraad kunnen per raadsperiode maximaal twee personen afvaardigen die niet geplaatst zijn op de kandidatenlijst van de betreffende Het is mogelijk dat de raad (moet) besluiten een voorgedragen persoon niet te benoemen tot lid van een commissie. Dit kan het geval zijn wanneer een voorgedragen lid niet voldoet aan de vereisten van de Gemeentewet of de Gedragscode.
Om ervoor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie is bepaald dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor het lid van een raadscommissie.
Lid 8. Indien een commissielid niet meer voldoet aan de in het vierde lid genoemde vereisten, kan de raad bij twee/derde meerderheid van stemmen bepalen dat de toegang tot de commissievergadering wordt ontzegd. Dit gaat om commissieleden die niet op lijst hebben gestaan voor de verkiezingen.
Artikel 44. Aanwezigheid burgemeester en wethouders en anderen
Het is wenselijk dat collegeleden de commissie zaken kunnen melden die niet op de agenda staan. Dit is hier geregeld. Ook geregeld is dat zij zich kunnen laten bijstaan door een ter zake deskundige. Hiermee kan de commissie altijd op de meest adequate wijze worden geïnformeerd. Daarenboven heeft de betrokkene dan ook immuniteit voor het ter vergadering gesprokene.
Artikel 45. Spreekrecht burgers
In dit artikel is het spreekrecht van burgers bij openbare commissievergaderingen opgenomen.
Vanuit de ervaringen van de afgelopen tijd is hierbij bedacht dat het wenselijk kan zijn een raadsspreekuur te houden. Het blijkt nu dat mensen die in formele vergaderingen inspreken zich soms onbegrepen voelen, omdat ze niet gewend zijn aan praten in een formele setting. Door een spreekuur in te lassen, kan je hiermee laagdrempelig mensen tegemoet treden.
Bijzonder is het verzoek van het college aan een commissie om te beoordelen of een stuk de inspraak in kan. Op dit moment van commissiebehandeling is geen inspraak mogelijk. Dit zou ten slotte nogal dubbelop zijn; de inspraakprocedure komt juist. Het oordeel van de commissie is op dat moment vooral marginaal en niet bindend; naar aanleiding van de inspraakprocedure kunnen raadsleden hun mening wijzigen! Na die inspraakprocedure komt het college met een notitie waarin deze beschreven staat, en gemeld wordt wat er met die inspraak is gedaan. Tijdens de tweede behandeling in de commissie is inspraak wel mogelijk.
Een betrokkene mag slechts tweemaal van zijn spreekrecht gebruik maken, voor zover het hetzelfde niet-geagendeerde onderwerp betreft. Eén keer om het onderwerp inhoudelijk aan te kaarten en een tweede keer over de procedure. Met dit laatste wordt de mogelijkheid geschapen om terug te komen als e.e.a. te lang duurt, niet conform wens wordt uitgevoerd of dergelijke. Met deze systematiek wordt een herhaling van zetten voorkomen. Een betrokkene kan dus kiezen voor inspreken bij de commissie of het raadsspreekuur. Beide is niet mogelijk!
(Bij geagendeerde onderwerpen is dat natuurlijk anders, daar heeft men iedere keer dat iets geagendeerd is spreekrecht.)
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl