Regeling vervalt per 01-01-2029

Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur Arnhem 2026 t/m 2028

Geldend van 17-01-2026 t/m 31-12-2028

Intitulé

Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur Arnhem 2026 t/m 2028

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ARNHEM;

Gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;

Gezien ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 -2028’;

Overwegende dat:

  • De gemeente Arnhem in ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025-2028’ heeft vastgelegd een breed, divers cultuuraanbod van hoge kwaliteit na te streven dat toegankelijk is voor iedereen.

  • De gemeente een sterke culturele sector ambieert die flexibel is en zichzelf steeds ontwikkelt en vernieuwt.

  • De gemeente relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk de mogelijkheid wil bieden hun activiteiten verder te ontplooien en zich verder te ontwikkelen op zakelijk vlak.

  • Dat deze organisaties niet behoren tot de culturele basis – of meerjarenvoorzieningen en hun activiteiten ook niet in aanmerking komen voor een meerjarige subsidiebijdrage in het kader van de artistieke regeling Producties, Evenementen en Festivals.

  • Een nieuwe subsidieregeling voor de periode 2026-2028 om deze instellingen een impuls en perspectief te geven hieraan kan bijdragen.

  • De gemeente voornemens is het subsidiehuis per 2029 breder open te stellen/ te herijken.

BESLUIT: vast te stellen: Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur Arnhem 2026 t/m 2028

Toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Activiteit: de gerichte activiteiten van de aanvrager;

  • b.

    Aanvrager: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich ten doel stelt activiteiten zonder winstoogmerk te verrichten ten behoeve van een cultureel doel in de gemeente Arnhem;

  • c.

    Beginnend maker: een maker die niet langer dan 8 jaar geleden net een kunstopleiding heeft afgerond, of een autodidact, met een eigen startende professionele beroepspraktijk binnen de kunsten;

  • d.

    Activiteitenprogramma: een samenhangend geheel van activiteiten die de aanvrager uitvoert ten behoeve van de ondersteuning van beginnende makers in hun beroepspraktijk, en daarmee ook hun ondernemerschap, in de gemeente Arnhem;

  • e.

    Ontwikkelactiviteiten: activiteiten waarmee de aanvrager zich verder wil professionaliseren op zakelijk vlak. Het betreft activiteiten voor de ontwikkeling van de eigen organisatie.

  • f.

    Commissie: De commissie bestaat uit medewerkers (cultuur) werkzaam voor de gemeente aangevuld met een onafhankelijk en deskundig expert vanuit het werkveld;

  • g.

    Begrotingssubsidie: een begrotingssubsidie is een subsidie die expliciet in de gemeentebegroting is opgenomen. Dat wil zeggen dat in de begroting van de gemeente staat welke organisaties subsidies ontvangen en hoeveel ze maximaal kunnen krijgen (artikel 4:23 derde lid c Awb).

  • h.

    Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;

  • i.

    Asv: Algemene subsidieverordening Arnhem 2016;

  • j.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 genoemde activiteiten.

Artikel 3. Doel van de regeling

Een van de uitgangspunten van het huidige Arnhemse cultuurbeleid, is dat in Arnhem professionele makers (van startend, via mid-career, naar end-career) kunnen werken vanuit artistieke vrijheid. Het geven van ruimte aan onderzoek, verdieping, reflectie en experiment leidt tot vernieuwing binnen en tussen de disciplines en verrijkt zo het aanbod in de stad, en zorgt voor dynamiek in de Arnhemse kunst- en cultuursector. Deze regeling draagt daaraan bij door relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk de mogelijkheid te bieden hun activiteiten verder te ontplooien en zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren op zakelijk vlak.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie wordt verstrekt voor een activiteitenprogramma dat de aanvrager uitvoert om beginnende makers in Arnhem in de ontwikkeling van hun beroepspraktijk, en daarmee ook hun ondernemerschap, te ondersteunen.

  • 2. De subsidie wordt ook verstrekt voor ontwikkelactiviteiten waarmee de aanvrager zich op zakelijk vlak verder professionaliseert.

  • 3. De activiteiten van de aanvrager dragen bij aan de beleidsspeerpunten van het college op het gebied van het faciliteren van culturele en creatieve makers (zie ‘Doel van de regeling’).

  • 4. De activiteiten dienen een Arnhems belang. Dit is het geval als:

    • a.

      de activiteiten plaatsvinden in Arnhem en overwegend makers uit Arnhem bereiken; en

    • b.

      de activiteiten bijdragen aan de eigen ontwikkeling van de aanvrager, gevestigd in de gemeente Arnhem.

Artikel 5 Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die:

    • a.

      het ontplooien van activiteiten op het gebied van kunst en cultuur als statutaire doelstelling hebben;

    • b.

      volgens de statuten maximaal acht jaar bestaan of actief zijn in Arnhem op de datum van indiening van de subsidieaanvraag;

    • c.

      in de periode van twee jaren voorafgaand aan het tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd al aantoonbaar actief zijn op het gebied van de in artikel 4.1. bedoelde subsidiabele activiteiten in de culturele sector;

    • d.

      volgens het Handelsregister gevestigd zijn in Arnhem.

  • 2. Niet voor subsidie in aanmerking komen rechtspersonen die op 1 januari 2026 al een begrotingssubsidie of meerjarige subsidiebijdrage in het kader van de artistieke regeling Producties, Evenementen en Festivals ontvangen van de gemeente Arnhem.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

  • 1. De aanvraag wordt ingediend via een aanvraagbutton op de website van de gemeente Arnhem onder subsidies kunst, cultuur en evenementen. Dat kan vanaf 15 februari tot 15 maart 2026.

  • 2. Uitsluitend volledige en vóór 15 maart 2026 ingediende aanvragen worden in behandeling genomen.

  • 3. De aanvraag betreft een subsidie voor drie jaar: 2026, 2027 en 2028.

  • 4. Voor de beoordeling van de aanvraag zijn, naast het bepaalde in artikel 4:2 van de Awb, de volgende stukken noodzakelijk:

    • a.

      een Meerjarenplan 2026 – 2028 waaruit de visie van de organisatie blijkt, inclusief een activiteitenprogramma voor deze periode;

    • b.

      een toelichting in welke mate de activiteiten een aantoonbare bijdrage leveren aan de beleidsspeerpunten van de gemeente Arnhem op het gebied van het faciliteren van creatieve en culturele makers;

    • c.

      een beschrijving van de ontwikkelactiviteiten voor de eigen organisatie (als hiervoor subsidie wordt aangevraagd).

    • d.

      een sluitende, realistische meerjarenbegroting voor de jaren 2026-2028 met dekkingsplan aansluitend op de looptijd van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en een toelichting daarop;

    • e.

      bij aanvragen vanaf €10.000: het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het laatst beschikbare jaar (indien aanwezig).

    • f.

      als een aanvrager voor het eerst subsidie aanvraagt bij de gemeente Arnhem, voegt deze ook de volgende documenten als bijlage toe:

      • 1.

        een actueel exemplaar van het uittreksel van de Kamer van Koophandel;

      • 2.

        de meest recente statuten;

      • 3.

        bankrekeningnummer en tenaamstelling.

  • 5. Uit de aanvraag blijkt op welke wijze de Code Cultural Governance, de Code Culturele Diversiteit en Inclusie en de Fair Practice Code (waaronder eerlijke beloning) wordt toegepast.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel 4 genoemde activiteiten.

  • 2. Niet voor subsidiëring in aanmerking komen de kosten die door subsidieontvanger zijn gemaakt vóór 1 januari 2026 zijn gemaakt.

Artikel 8 Hoogte van de subsidie

  • 1. De gevraagde subsidie bedraagt per aanvrager ten minste € 20.000 per jaar en maximaal € 35.000 per jaar. Onderdeel hiervan zijn de kosten voor eventuele ontwikkelactiviteiten: deze bedragen maximaal 12,5% van de totaal aan te vragen subsidie. Dit betekent dat voor een periode van 3 jaar per aanvrager maximaal € 105.000,-- aan subsidie kan worden verstrekt.

  • 2. De subsidie bedraagt maximaal 90% van de totale jaarlijkse subsidiabele kosten.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor de regeling bedraagt € 300.000,-- voor de periode van 3 jaar.

  • 2. Het college kan de hoogte van het subsidieplafond wijzigen.

  • 3. Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste en tweede lid, is vastgesteld onder voorbehoud dat voldoende middelen door de gemeenteraad op de begroting beschikbaar worden gesteld.

Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling

  • 1. De aanvraag voor activiteiten zoals vermeld in deze regeling wordt op basis van onderstaande criteria door een ambtelijke adviescommissie (zie artikel 11) beoordeeld, waarbij de volgende weging plaatsvindt:

    • Kwaliteit van het activiteitenprogramma:

      0 – 10 punten, vermenigvuldigd met factor 5 = maximaal 50.

    • De mate van haalbaarheid van het plan, de professionaliteit van de aanvrager en de financiële onderbouwing:

      0 – 10 punten, vermenigvuldigd met factor 4 = maximaal 40.

    • De bijdrage aan het in de Uitgangspuntennota opgenomen doel over ‘het beter faciliteren van makers’:

      0 – 10, vermenigvuldigd met factor 3 = maximaal 30 punten.

  • 2. Op grond van de mate waarin aanvragen voldoen aan de in het eerste lid weergegeven criteria stelt het college een rangorde van de aanvragen vast.

  • 3. Aanvragen die naar het oordeel van het college voor subsidiëring in aanmerking komen, worden in volgorde van de rangorde (deels of geheel) toegekend tot zover het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 11 Commissie

  • 1. Ten behoeve van de beoordeling van de aanvragen om subsidie is er een ambtelijke commissie ingesteld aangevuld met een onafhankelijk en deskundig expert vanuit het werkveld.

  • 2. De commissie beoordeelt de aanvragen

    • a.

      per individuele aanvraag;

    • b.

      in samenhang met het geheel van de aanvragen.

  • 3. De commissie adviseert het college schriftelijk en gemotiveerd op de aanvragen, zowel over het al dan niet verlenen van de subsidie als over de hoogte ervan.

Artikel 12 Weigeringsgronden

De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 10 van de Asv genoemde gevallen in ieder geval geweigerd worden indien:

  • a.

    de activiteiten zoals blijkt uit de ingediende begroting een onvoldoende betrouwbare financiële basis hebben;

  • b.

    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

  • c.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

  • d.

    de activiteiten een politiek, godsdienstig of levensbeschouwelijk karakter hebben;

  • f.

    de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet.

Artikel 13 Bevoorschotting

Op basis van een verleende subsidie kan door het college een voorschot van maximaal € 35.000,-- per jaar worden verstrekt.

Artikel 14 Verplichtingen

  • 1. Bij een besluit tot subsidieverlening worden aan de subsidieontvanger in ieder geval de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring en gebruikt daarvoor het format dat de gemeente hanteert;

    • b.

      de subsidieontvanger meldt onmiddellijk iedere relevante wijziging ten opzichte van de gegevens die bij de aanvraag zijn overlegd. Wijzigingen zijn relevant wanneer ze 20% of hoger van de inhoudelijke resultaten of de besteding van de subsidie betreffen.

    • c.

      de subsidieontvanger vermeldt in publicaties, persberichten en presentaties dat activiteiten mede tot stand zijn gekomen door een bijdrage van de gemeente Arnhem. Vermelding geschiedt o.a. door middel van het logo van de gemeente.

Artikel 15 Eindverantwoording van verleende subsidie

De eindverantwoording van op grond van deze regeling verleende subsidie vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 16 van de Asv.

Artikel 16 Afwijkingsmogelijkheid

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een aanvrager afwijken van een of meerdere bepalingen van deze regeling.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2029.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Impulsregeling Cultuur 2026 -2028”

Ondertekening

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris,

de burgemeester,

TOELICHTING

Het cultuurbeleid van de gemeente Arnhem ‘Standplaats Arnhem: Uitgangspuntennota Cultuurbeleid 2025 – 2028' is gericht op de versterking van het maakklimaat in de stad. Een cultuurbeleid bezien vanuit het standpunt en belang van culturele en creatieve makers. Een belang als individu, als collectief en werkend in een keten. Als student, jong talent en gevestigd maker. Een beleid dat oog heeft voor wat een maker nodig heeft, zoals waar mogelijk toegang tot en verbinding met de topinstellingen en tegelijk mogelijkheden om een eigen publiek te bereiken. Een beleid dat inzet op ontwikkelruimte, zowel in financiële zin als in ruimtelijke zin, als in coachende en begeleidende zin. Een beleid dat daarmee ook smoel, karakter, identiteit en profiel geeft aan Arnhem als culturele stad. Namelijk een stad waar in relatieve rust en luwte ruimte wordt geboden aan experiment en ontwikkeling, maar waar tegelijk vernieuwing centraal staat en spannende en nog onbekende kunst en cultuur getoond en gepresenteerd wordt. Een stad ook waar de bijkomende grootstedelijke dynamiek en problematiek kunst maatschappelijke betekenis geeft. En waar de verbeeldings- en ontwerpkracht van makers bijdraagt aan opgaven van de stad.

Het doel van de regeling

Deze subsidieregeling beoogt de ontwikkeling en professionalisering van relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk te stimuleren. Onderdeel daarvan is de mogelijkheid van bekostiging in de begeleiding van de ontwikkeling van de eigen organisatie. De regeling voorziet voor een periode van drie jaar in ondersteuning van een activiteitenprogramma, overheadkosten en ontwikkelkosten, zoals coaching of training.

De waarde van de activiteiten wordt zichtbaar in een programma dat beginnende makers in Arnhem bij de ontwikkeling van hun beroepspraktijk ondersteunt. Dit kunnen makers zijn uit alle genres (zoals theater, dans, (pop)muziek, spoken word, The Culture, beeldende kunst, letteren, e-cultuur, design en mode, architectuur) en cross-overs.

Een ambtelijke adviescommissie beoordeelt de aanvragen. Een extern adviseur kan onderdeel uitmaken van de commissie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Eerste lid

Onder ‘activiteitenprogramma’ wordt gerekend het geheel aan activiteiten dat de aanvrager onderneemt om beginnende makers te ondersteunen bij de professionalisering van de beroepspraktijk. Dat kunnen programma's zijn gericht op kennisdeling, netwerkvorming en talentontwikkeling, maar ook het aanbieden van residenties of een presentatieplek.

Tweede lid

Onder ‘ontwikkelactiviteiten’ worden gerekend activiteiten die bewust worden aangegaan met als doel dat de aanvrager zich op zakelijk en professioneel kan ontwikkelen om zo de continuïteit van de organisatie te verbeteren. Dat kan zijn het inschakelen van een coach of mentor, het volgen van trainingen of cursussen of het anderszins actief inzetten van tijd en middelen ten behoeve van de ontwikkeling van de aanvrager. De aanvrager dient aan te tonen op welke wijze de ontwikkelactiviteiten bijdragen aan het doel.

Derde lid

De activiteiten van de aanvrager dragen bij aan de beleidsspeerpunten van het college voor de periode 2025 t/m 2028 op het gebied van het beter faciliteren van makers. De inzet is gericht op het versterken van de hele keten van het creatieve en culturele makerschap: van jong tot oud, van amateur tot professional, van geschoold tot autodidact en van populair tot experimenteel. Arnhem wil een stad zijn die haar makers optimaal faciliteert en in de spotlight zet. Een stad waar makers zich thuis voelen omdat ze kunnen maken wat ze willen maken. Deze artistieke vrijheid is een krachtige en nodige bron van blijvende vernieuwing in de kunst en cultuur. Het maakt het aanbod in de stad interessant, verrassend en bijzonder. Voor inwoners en bezoekers. We hebben onze makers nodig omdat ze bijdragen aan de ontwikkeling van de stad, de leefbaarheid in de stad en daarmee aan het geluk van de Arnhemmers. Hun verbeeldings- en zeggingskracht is onmisbaar bij het vormgeven van de toekomst van onze stad. Zij maken de stad.

Artikel 5 Doelgroep

Eerste lid

Aanvragende organisaties bestaan volgens de statuten maximaal acht jaar of zijn maximaal acht jaar actief in Arnhem op de datum van indiening van de subsidieaanvraag. De regeling beoogt de ontwikkeling en professionalisering van relatief nieuwe cultuurorganisaties die zich richten op het ondersteunen van beginnende makers bij de professionalisering van hun beroepspraktijk te stimuleren. Onder ‘aantoonbaar actief’ wordt verstaan dat van eerder gepresenteerde of ontwikkelde activiteiten beeld- en of promotiemateriaal voorhanden en opvraagbaar is.

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

Tweede lid

Bij de beoordeling wordt uitgegaan van de in de aanvraag vermelde informatie. De aanvrager is verantwoordelijk voor de volledigheid, de relevantie en de juistheid van de in de aanvraag verstrekte gegevens. De aanvrager kan er niet vanuit gaan dat kennis wordt genomen van alle informatie op door hem/haar in de aanvraag vermelde websites.

Vierde lid, sub a.

Een meerjarenplan is een plan dat voor de periode 2026 –2028 uitvoerig aandacht geeft aan de meerjarige ontwikkeling van de organisatie en haar activiteiten. Het bevat een beschrijving van de missie, visie, doelstelling, doelgroep, activiteit(en), planning, financiën, organisatie en communicatie.

Vierde lid, sub b.

De bijdrage van activiteiten aan de beleidsspeerpunten van de gemeente op het gebied van het faciliteren van creatieve en culturele makers dient helder te worden toegelicht en beargumenteerd.

Vierde lid, sub c.

In het meerjarenplan geeft de aanvrager voor de ontwikkelactiviteiten aan op welke manier een coach of extern adviseur wordt betrokken bij de verdere professionalisering op zakelijk vlak, en welke afspraken zijn gemaakt.

Vierde lid, sub d.

Een aanvraag dient een sluitende en goed gespecificeerde begroting te bevatten, voorzien van een dekkingsplan, inclusief een opgave van de aanvragen die bij derden zijn ingediend voor een subsidie, eventuele sponsoring door derden of overige vergoedingen voor dezelfde activiteiten. Bij deze posten dient vermeld te worden welke bedragen reeds zijn toegezegd en welke nog in aanvraag zijn. De aanvrager vermeldt in de begroting expliciet de kosten die gemaakt worden voor de ontwikkelactiviteiten, met name die voor de coach of extern adviseur. Deze bedragen maximaal 12,5% van de totale subsidieaanvraag.

Vijfde lid

De culturele sector heeft drie codes ontwikkeld voor een gezonde en veerkrachtige sector: de Governance Code Cultuur, de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code. Aanvragers dienen in de aanvraag kenbaar te maken hoe ze deze codes op dit moment toepassen, welke stappen ze ondernemen en op welke wijze ze dat vertalen in bedrijfsvoering of activiteiten volgens het principe ‘pas toe en leg uit’.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

Eerste lid

De kosten moeten redelijkerwijze in verhouding staan tot de gerelateerde activiteiten en gestelde doelen en congruent met het meerjarenplan. De gemeente draagt met deze subsidie bij aan de totale exploitatie van de praktijk van de aanvrager inclusief personeelskosten, huisvestingslasten, kosten voor activiteiten en meer specifiek de kosten die gemaakt worden om ontwikkelactiviteiten te bekostigen.

Artikel 10 Wijze van beoordeling en verdeling

Criteria

Bij de beoordeling van aanvragen worden de volgende criteria gehanteerd:

  • Kwaliteit van het activiteitenprogramma: de inhoudelijke kwaliteit van het aangeboden programma wordt gerelateerd aan de wijze waarop de activiteiten van de instelling ondersteunend zijn aan het veld. Onderdeel daarvan is de weging hoe de ondersteunende activiteiten gemotiveerd aansluiten op de behoeften uit het veld, en de breedte en diversiteit daarvan. Daarbij wordt ook gewogen in hoeverre de instelling inspeelt op het veranderende culturele veld.

  • De mate van haalbaarheid van het plan, de professionaliteit van de aanvrager en de financiële onderbouwing. Hierbij gaat het om de professionaliteit en capaciteit van de aanvrager in relatie tot de activiteiten die zij wil uitvoeren. Geeft de aanvrager het vertrouwen dat zij de beschreven activiteiten professioneel, realistisch en geloofwaardig kan organiseren en toont zij hierin voldoende ambitie? Het gaat niet uitsluitend om bewezen kwaliteit van professionaliteit, voortkomend uit eerder opgedane ervaring, maar ook om potentiële kwaliteit, afhankelijk van de positie die een aanvrager in het veld inneemt.

    Beoordeeld worden de kwaliteit van de bedrijfsvoering, de balans tussen kosten en opbrengsten, de mate waarin op aantoonbare wijze wordt gestreefd naar cofinanciering en/of aanvullende inkomsten.

    De bijdrage aan het in de Uitgangspuntennota opgenomen doel ‘het beter faciliteren van makers’: De activiteiten zijn van toegevoegde waarde op het bestaande ondersteunende aanbod voor makers in de stad; zij dragen bij aan de verdere professionalisering van hun beroepspraktijk. Van organisaties wordt verwacht dat zij zich met hun activiteiten blijven ontwikkelen en daarmee actueel en relevant blijven. De aanvrager dient aan te geven hoe de activiteiten zich aantoonbaar verhouden tot de lokale omgeving en het lokale aanbod. Beoordeeld wordt op welke wijze een bijdrage geleverd wordt.

Weging van de criteria

Niet alle criteria wegen even zwaar bij de beoordeling van een aanvraag. Om deze nuance aan te brengen, krijgen de criteria een wegingsfactor mee. De beoordeling bestaat ten eerste uit het toekennen van een aantal punten (steeds maximaal 10 per criterium), dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de factor die voor dat criterium staat (van 2 tot maximaal 10).

  • Kwaliteit van het activiteitenprogramma:

    0 – 10 punten, vermenigvuldigd met factor 5 = maximaal 50.

  • De mate van haalbaarheid van het plan, de professionaliteit van de aanvrager en de financiële onderbouwing:

    0 – 10 punten, vermenigvuldigd met factor 4 = maximaal 40.

  • De bijdrage aan de gemeentelijke beleidsspeerpunten voor cultuur:

    0 – 10, vermenigvuldigd met factor 3 = maximaal 30 punten.

MAXIMAAL 120 punten per commissielid.