Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755454
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755454/1
Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2026-2030
Geldend van 16-01-2026 t/m heden
Intitulé
Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte 2026-2030De raad van de gemeente Nijkerk;
gelezen het collegevoorstel van 2 september 2025;
gelet op artikel 2.1 Omgevingswet
b e s l u i t :
- 1.
De NOTA Integraal Beheer Openbare Ruimte 2026-2030 (NOTA IBOR) vast te stellen;
1. Inleiding
De fysieke leefomgeving in Nijkerk vormt het decor van het dagelijks leven van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In deze omgeving komt alles samen: wonen, werken, bewegen, ontmoeten en ontspannen. De kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloedt direct hoe onze inwoners hun stad, wijk of dorp beleven. Daarom is het noodzakelijk om het beheer van deze ruimte toekomstgericht, integraal en doelgericht te organiseren.
Met de Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) zetten we een belangrijke stap. Deze nota biedt één samenhangend beleidskader voor het gemeentelijk beheer van de openbare ruimte. Daarmee verlaten we de versnippering van losse beheerplannen per discipline (zoals wegen, groen of verlichting), en kiezen we voor een integrale, strategisch onderbouwde aanpak. Zo leggen we een stevig fundament onder het beheer én onder opgaven als klimaatadaptatie, verdichting en participatie.
1.1. Aanleiding
Onze leefomgeving verandert voortdurend. De druk op de openbare ruimte neemt toe door verstedelijking, klimaatverandering, maatschappelijke behoeften en technologische ontwikkelingen. Dat vraagt om keuzes. De gemeenteraad stelt de ambities vast; het college vertaalt deze naar uitvoering. Met deze nota wil het college de gemeenteraad beter in positie brengen om richting te geven aan de gewenste kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte.
1.2. Doel van de NOTA IBOR
De NOTA IBOR bundelt visie, strategie en sturing. Ze maakt het mogelijk om samenhangend beleid te voeren en beter te anticiperen op complexe opgaven. De nota biedt helderheid in rollen, kaders en verwachtingen. Ze stelt de gemeenteraad in staat om op hoofdlijnen richting te geven, en het college om daarbinnen slagvaardig uitvoering te geven.
1.3. Beheerplannen en de reikwijdte
De NOTA IBOR vormt het overkoepelende kader voor alle gemeentelijke beheerplannen van de openbare ruimte. Per discipline (zoals verharding, groen of civiele kunstwerken) worden afzonderlijke beheerplannen opgesteld die binnen de kaders van deze nota functioneren. Hierin wordt concreet uitgewerkt welke maatregelen wanneer worden genomen, met welke inzet en tegen welke kosten. Jaarlijks worden deze plannen geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
De nota heeft uitsluitend betrekking op de onderdelen van de openbare ruimte waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Werkzaamheden van derden – zoals nutsbedrijven, waterschappen of terreinbeheerders – vallen buiten deze nota, al vindt vanzelfsprekend afstemming plaats wanneer dat nodig is.
1.4. Wat wordt van de gemeenteraad gevraagd?
De gemeenteraad stelt met deze nota de beleidskaders vast: de kwaliteitsambities, de uitgangspunten en de financiële randvoorwaarden. Daarmee geeft zij het college het mandaat en de verantwoordelijkheid om binnen deze kaders uitvoering te geven aan het beheer van de openbare ruimte. Afwijkingen buiten deze kaders worden ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.
Praktisch: Met het vastleggen van de NOTA IBOR geeft de gemeenteraad het College de opdracht en het mandaat om binnen de kaders van deze nota uitvoering te geven aan het beheer van de openbare ruimte. Na vaststelling van deze NOTA IBOR worden de kaders vertaald naar disciplinaire beheerplannen. De disciplinaire beheerplannen worden vastgesteld door het college. De beheerplannen zijn de uitvoeringsleidraad voor het operationeel en dagelijks beheer. Afwijkingen binnen de kaders van de NOTA IBOR worden besloten door het college. Afwijkingen buiten de kaders van de NOTA IBOR worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Jaarlijks wordt een voortgangsrapportage, waarin een afwijkingenregister is opgenomen, voorgelegd aan het college en wordt de gemeenteraad per raadsinformatiebrief op de hoogte gehouden. Een voortgangsrapportage is nodig omdat we de NOTA IBOR komende periode verder professionaliseren en doorontwikkelen (zie hoofdstuk 6). Op termijn zal de P&C-cyclus voldoende rapportagemogelijkheden bieden. Het afwijkingenregister, door-ontwikkelingen en nieuwe ontwikkelingen vormen de basis voor de navolgende NOTA IBOR.
Met de Nota IBOR kunnen we ook in de richting van de functieveranderingsprojecten die impact hebben op de openbare ruimte, bijvoorbeeld woningbouw, beter formuleren aan welke kwaliteitseisen de toekomstige buitenruimte moet gaan voldoen.
Schematisch overzicht van het systeem van beheer
Onderstaand schema laat zien hoe het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) en de beheerplannen zich verhouden tot andere producten en processen binnen het taakveld beheer.
Het schema geeft per niveau: strategisch, tactisch en operationeel weer welke stappen en producten een rol spelen, en hoe deze op elkaar aansluiten. Ook zijn de belangrijkste terugkoppelmomenten richting de gemeenteraad opgenomen.
Met dit overzicht willen we u inzicht geven in:
- •
De positie van het IBOR in het bredere systeem van beheer.
- •
De samenhang tussen plannen, uitvoering en monitoring.
- •
De momenten waarop u als gemeenteraad kaders stelt en wordt geïnformeerd.
U komt dit schema vaker tegen in dit IBOR plan. Zo kunt u de inhoud steeds plaatsen binnen het geheel van afspraken, processen en verantwoordelijkheden die samen zorgen voor sturing en waardecreatie in de openbare ruimte.
Fig 1. Schematisch overzicht van het systeem van beheer
1.5. Relatie met andere beleidsdocumenten
De NOTA IBOR sluit aan op reeds vastgesteld beleid, waaronder de Omgevingsvisie 2040, de Visie Beheer Openbare Ruimte (2020), het Landschapsontwikkelingsplan (2025), het overkoepelend Beleidsplan Sociaal Domein, het Programma Water (2025–2029) en specifieke plannen voor afval, havens en begraafplaatsen. Waar mogelijk is samenhang gezocht; waar nodig blijven deze documenten zelfstandig voortbestaan vanwege financiering of juridische positie.
1.6. Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken beschrijven we de ambities, trends, huidige stand van zaken, beheerstrategie, financiële kaders en ontwikkelopgaven voor de komende periode. Elk hoofdstuk bouwt voort op de integrale visie en ambities die centraal staan in deze nota.
2. Beleidscontext en uitgangspunten voor het beheer
In diverse beleidsdocumenten zijn ambities vastgesteld die richting geven aan de inrichting, het gebruik en het beheer van de openbare ruimte. De Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) is een uitvoeringsdocument dat deze beleidsmatige kaders vertaalt naar concrete eisen en beheermaatregelen. In dit hoofdstuk informeren wij de gemeenteraad over de beleidscontext waarbinnen het IBOR-programma wordt uitgevoerd.
2.1 Gemeentelijke ambities: “Samen wonen, werken, leven”
Het coalitieakkoord 2022–2026 vormt een belangrijk fundament voor het gemeentelijk beleid. De drie pijlers – Samen wonen, Samen werken, Samen leven – bevatten ambities die directe implicaties hebben voor het beheer van de openbare ruimte:
- •
Samen wonen
- o
Klimaatbestendige inrichting van woonwijken vraagt om beheer dat voorkomt dat wateroverlast en hittestress ontstaan.
- o
Toegankelijkheid voor een ouder wordende bevolking vereist onderhoud aan stoepen, zitplekken en veilige oversteekplaatsen.
- o
Participatie bij wijkinrichting vraagt om beheer dat inspeelt op bewonersinitiatieven en bijdraagt aan tevredenheid.
- o
- •
Samen werken
- o
Bereikbaarheid en mobiliteit leiden tot eisen aan infrastructuurbeheer, met aandacht voor fietsroutes en verkeersveiligheid.
- o
Multifunctioneel gebruik van bedrijventerreinen vraagt om beheer dat ruimte biedt aan energietransitie en wateropvang.
- o
Datagedreven beheer ondersteunt efficiënt onderhoud op logistieke knooppunten.
- o
- •
Samen leven
- o
De openbare ruimte als plek voor ontmoeting en beweging vraagt om beheer dat toegankelijk, veilig en uitnodigend is.
- o
Initiatieven zoals buurttuinen en schoonmaakacties vragen om faciliterend beheer en samenwerking met bewoners.
- o
Deze ambities worden niet opnieuw geformuleerd in deze nota. De Nota IBOR operationaliseert ze via concrete beheermaatregelen, zoals uitgewerkt in hoofdstuk 3.
2.2 Strategische beleidsdocumenten
Naast het coalitieakkoord zijn er diverse beleidsdocumenten die richting geven aan het beheer van de openbare ruimte. Deze documenten zijn door de gemeenteraad vastgesteld en vormen het kader waarbinnen het IBOR-programma wordt uitgevoerd:
|
Beleidsdocument |
Relevantie voor IBOR |
|
Omgevingsvisie Gemeente Nijkerk 2040 |
Verhoogde gebruiksdruk, klimaatadaptatie, vergroening, inclusiviteit, participatie, langzaam verkeer, ecologisch beheer |
|
Landschapsontwikkelingsplan 2025 |
Behoud en versterking van landschappelijke kwaliteit, beheer van beeldbepalende elementen, landschappelijke inpassing |
|
Visie Beheer Openbare Ruimte (2020) |
Effectgestuurd beheer, beeldkwaliteit, technische normen, participatie, samenwerking met marktpartijen en bewoners |
|
Routekaart Energieneutraal Nijkerk 2050 |
Duurzame energieopwekking, laadinfrastructuur, elektrificatie gemeentelijk wagenpark, beheer van energieruimte in de openbare ruimte |
|
Beleidsplan Afval (VANG 2024–2028) |
Inrichting en beheer van inzamelvoorzieningen, ondergrondse containers, aansluiting op IBOR-doelen waar mogelijk |
|
Programma Water (2025–2029) |
Klimaatadaptieve inrichting, wadi’s, vergroening, biodiversiteit, beheer vanuit rioolheffing en integratie in beheerplannen |
|
Beheerplan Haven en Sluis (2021–2025) |
Specifiek beheergebied met eisen voor waterbeheer, infrastructuur en voorzieningen, deels eigenstandig gefinancierd |
|
Beleidsplan Begraafplaatsen (2021–2026) |
Waardige inrichting en onderhoud, deels openbaar groen, eigen financiering en zeggenschap, aansluiting op IBOR waar mogelijk |
|
Beleids- en beheerplan Bewegen en Spelen (10-4-2024) |
Belang van Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de openbare ruimte |
|
Hondenbeleidsplan (maart 2023) |
Maatregelen om overlast van honden te voorkomen, faciliteren in voorzieningen voor het uitlaten van honden |
|
Overkoepelend beleid Sociaal Domein (2025-2040) |
Rekening houden met inclusie en toegankelijkheidsnormen, Openbare ruimte die bijdraagt aan sociale verbinding, gezondheid en gelijke kansen. |
2.3 Toelichting en rol van de gemeenteraad
- •
Deze beleidsdocumenten zijn niet onderdeel van de Nota IBOR, maar vormen het inhoudelijke en financiële kader waarbinnen het beheer plaatsvindt.
- •
De Nota IBOR herformuleert geen beleidsinhoud, maar vertaalt deze kaders naar uitvoeringsgerichte eisen en beheermaatregelen.
- •
Sommige plannen, zoals het Beheerplan Haven en Sluis en het Beleidsplan Begraafplaatsen, hebben een eigenstandig karakter en financiering. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de IBOR-doelen, maar deze plannen blijven zelfstandig.
- •
De gemeenteraad wordt met dit hoofdstuk geïnformeerd over de beleidscontext. Er is geen sprake van nieuwe beleidsvorming binnen deze nota.
- •
De concrete eisen die voortvloeien uit deze beleidsdocumenten zijn opgenomen in paragraaf 3.3 van deze nota.
|
De in de diverse beleidsstukken geformuleerde beleidsdoelen voor de openbare ruimte in Nijkerk zijn: De openbare ruimte moet de gevolgen van klimaatverandering op kunnen vangen
De openbare ruimte moet duurzaam worden ingericht
De openbare ruimte moet de benodigde ruimte bieden aan de verhoogde gebruiksintensiteit door verdichting van het aantal woningen
De openbare ruimte moet zijn opgebouwd uit groen/blauwe zones
De openbare ruimte moet de benodigde ruimte bieden aan de groei van het langzaam verkeer
De openbare ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn
De kenmerkende landschappelijke waarden van Nijkerk moeten worden behouden en versterkt
De openbare ruimte moet ruimte bieden voor het uitlaten van honden
|
|
De beleidsdoelen voor de uitvoering van het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte zijn: Het beheer moet worden afgestemd op het maatschappelijk effect, niet op de inspanning
Het beheer moet in samenwerking met marktpartijen en bewoners worden uitgevoerd
De beeldkwaliteit is leidend in het onderhoud
|
3. Huidige Situatie
De kwaliteit van de openbare ruimte in Nijkerk is het resultaat van beleid, uitvoering en samenwerking. In dit hoofdstuk schetsen we de stand van zaken. Wat is het areaal dat we beheren? Hoe functioneert het huidige beheer in de praktijk? Wat zijn de ervaringen van de afgelopen jaren en waar liggen de kansen voor verdere verbetering? Deze analyse vormt de basis voor de doorontwikkeling van het beheer in de komende periode.
3.1. Beschrijving van het areaal
De gemeente Nijkerk beheert circa 615 hectare openbare ruimte. Daarvan bestaat ongeveer 280 hectare uit verharding, 265 hectare uit groen, en 70 hectare is oppervlaktewater. Deze ruimte is opgedeeld in beheereenheden zoals wegen, pleinen, plantsoenen, bermen en civiele kunstwerken. In bijlage 2 is een nadere uitsplitsing opgenomen naar oppervlakten, lengtes en aantallen per discipline.
3.2. Stand van zaken beheer en onderhoud
Effect-gestuurd beheer
Sinds de introductie van effect-gestuurd beheer werken we op basis van het visuele en maatschappelijke resultaat. De uitvoering richt zich op het realiseren van het afgesproken kwaliteitsbeeld, zoals vastgelegd in de landelijke beeldkwaliteitscatalogus van het CROW. In Nijkerk hanteren we beeldkwaliteitsniveau A voor de meeste beheercategorieën, met uitzondering van de bermen buiten de bebouwde kom, waarvoor niveau C geldt. Voor de technische staat geldt niveau B als ondergrens.
De beeldkwaliteit wordt gemonitord via inspectierondes. Afwijkingen worden besproken met uitvoerende partijen en leiden tot bijstelling van werkzaamheden. De samenwerking met aannemers is ingericht op gedeelde verantwoordelijkheid en optimale afstemming.
Fig.2 Beeldkwaliteitsladder
Het meten en bepalen van de beeldkwaliteit is mogelijk door het gebruik van de, door het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) landelijk vastgestelde, beeldmeetlatten. Hierin zijn 5 kwaliteitsniveau‟s te onderscheiden waarbij eenvoudig geldt: hoe lager de kwaliteit, hoe goedkoper het is. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld weergegeven.
De beeldkwaliteit zegt niets over de frequentie van de maatregelen die worden uitgevoerd. Om bijvoorbeeld de A kwaliteit voor de mate van zwerfvuil in het centrum te bewerkstelligen is vaker onderhoud nodig dan het behouden van deze A kwaliteit in het buitengebied
Integraal werken
Waar mogelijk voeren we werkzaamheden integraal uit. Klein onderhoud wordt opgepakt in gemengde ploegen van gemeentelijke buitendienst en aannemer. Groot onderhoud wordt geprogrammeerd op basis van inspectie en afgestemd op de technische levensduur van kapitaalgoederen. De uitvoering van vervangingsinvesteringen sluiten aan bij het Meerjarig Investering Programma (MIP) en het Programma Water. Een toelichting op Klein-onderhoud, Groot-onderhoud en Investeringen, volgens de regels van de BBV (Besluit, Begroting en Verantwoording), is opgenomen in bijlage 3. Door werkzaamheden te combineren beperken we de overlast, benutten we schaalvoordelen en verhogen we de effectiviteit.
Realisatie van beleidsdoelen
Bij herinrichtingen en vervangingsinvesteringen worden beleidsdoelen zoals klimaatadaptatie, vergroening, toegankelijkheid en multifunctionaliteit vanuit het integraal beheer openbare ruimte meegenomen. Zo worden regenwaterafkoppeling, wadi’s en circulaire materialen standaard onderdeel van nieuwe ontwerpen. Wanneer beleidsdoelen sneller moeten worden gerealiseerd is er een programma en funding vanuit de betreffende beleidsvelden (zoals bijvoorbeeld het realiseren van beleidsdoelen met betrekking tot het uitlaten van honden).
Participatie
Participatie bij herinrichtingstrajecten vanuit vervangingsinvesteringen of groot-onderhoud is structureel ingebed. Het participatiebeleid van de gemeente is hierbij leidend. Via haal- en brengsessies en interactieve presentaties worden bewoners betrokken bij het ontwerp. In het dagelijks beheer vinden wijkwandelingen plaats waarbij bewoners hun ervaringen en wensen kenbaar kunnen maken. Deze informatie wordt gebruikt om beheer en onderhoud beter aan te laten sluiten bij de beleving van gebruikers.
3.3. Resultaten en ervaringen afgelopen periode
Effect gestuurd beheer
De ervaringen met effect-gestuurd beheer zijn positief. Er is meer aandacht voor het eindresultaat en samenwerking leidt tot flexibel en doelgericht werken. De beeldkwaliteit voldoet grotendeels aan de afgesproken niveaus. Waar dat niet lukt, is vaak sprake van extreme weersomstandigheden, beperkte bereikbaarheid of capaciteitsdruk.
Bewoners blijken het onderhoud anders te ervaren dan de technische metingen aangeven. Inwoners onderschrijven of begrijpen ook niet altijd de veranderingen in de openbare ruimte. Vooral bij groen spelen subjectieve factoren, zoals uitstraling en persoonlijke voorkeuren, een rol. Deze observaties vragen om verdere verdieping in de richting van ‘belevingskwaliteit’.
Druk op de buitendienst
Onze buitendienst wordt voor veel meer dan alleen de taken binnen het klein-onderhoud van de diverse disciplines ingezet Zie bijlage 4. Wij merken dat er steeds meer inzet wordt gevraagd voor bijvoorbeeld:
- •
Opbouw en afbouw van gemeentelijke evenementen (afzettingen, bewegwijzering, etc.);
- •
Beschikbaar stellen van materieel en personeel bij noodsituaties (soms op aangeven hulpdiensten);
- •
Inzet landelijke- provinciale en gemeentelijke verkiezingen.
Ook vervult de buitendienst belangrijke taken bij meldingen en toezicht:
- •
Registreren en opvolgen van meldingen van inwoners over schade of overlast;
- •
Signaleren van onveilige of vervuilde situaties tijdens de dagelijkse werkzaamheden;
- •
Doorverwijzen of coördineren van meldingen met andere gemeentelijke afdelingen of aannemers.
Hiermee vervult de buitendienst belangrijke taken maar beperkt daarmee wel het aandeel aan de reguliere taken, waardoor extra kosten worden gemaakt voor inhuur van personeel.
Beschikbaar budget
De kosten voor beheer en onderhoud zijn de afgelopen jaren gestegen door prijsstijgingen in grondstoffen, energie en arbeid. Tegelijkertijd is het areaal gegroeid door woningbouw en uitbreiding van voorzieningen. Hierdoor zijn de eerder begrote middelen onder druk komen te staan.
In de Kadernota 2026 is extra budget beschikbaar gesteld voor indexatie en areaaluitbreiding. Daarmee wordt voorkomen dat kwaliteit moet worden ingeleverd. Verdere financiële beheersing vraagt om een scherpe prioritering van werkzaamheden en het optimaal benutten van koppelkansen, bijvoorbeeld via het Programma Water.
Integraal beheer – bij groot-onderhoud en investeringen
Bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen is er winst te behalen in de programmering en de planvorming. Integraal werken bespaart namelijk kosten en voorkomt bovendien dat er vaker overlast van werkzaamheden is. De integrale aanpak wordt niet voldoende nageleefd in de programmering en planvorming omdat er maatregelen ontbreken. Dit komt omdat er geen afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de verouderde beheerplannen en omdat de afschrijvingstermijnen van de verschillende beheerplannen nog onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Gevolg is dat er dan ook geen goede overwegingen worden gedaan over koppelkansen ten aanzien van de beleidsdoelen. Er is dan nog wel sprake van een suboptimale integratie omdat op basis van ‘gezond boerenverstand’ in de uitvoering werkzaamheden worden gecombineerd. Een actualisatieslag is nodig om tot een betere integrale afweging, planning en uitvoering te komen.
Financiële verantwoording en begroting
Veranderingen in de voorschriften BBV hebben door verschil in interpretatie geleid tot inconsistentie in de diverse beheerplannen.
Samenwerking en participatie
De samenwerking met marktpartijen is verstevigd via langjarige onderhoudscontracten. Hierdoor ontstaat ruimte voor structurele afstemming, gezamenlijke kwaliteitscontrole en een gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel. De aannemers leveren niet alleen capaciteit, maar denken ook actief mee over verbeteringen en innovaties.
Ook bewoners nemen in toenemende mate verantwoordelijkheid voor hun leefomgeving. Wijkwandelingen worden goed bezocht en leveren waardevolle informatie op. Daarnaast ontstaan lokale initiatieven, zoals buurtgroenonderhoud of zwerfvuilacties. Door deze initiatieven actief te faciliteren, bijvoorbeeld met materialen of communicatie, versterken we het eigenaarschap van bewoners.
De samenwerking met zowel inwoners als marktpartijen vormt een belangrijke bouwsteen voor een toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte.
Realisatie van de beleidsdoelen in de buitenruimte
Alle beleidsvoornemens zijn geïmplementeerd in het dagelijks en operationeel systeem. Bij de aanpak van investeringen alsmede uit de initiatieven vanuit het Programma Water zijn al flink wat fysieke beleidsvoornemens gerealiseerd. De jaarlijkse voortgang met betrekking tot deze doelen koppelen we terug aan de betreffende beleidsvelden. Zie doorontwikkeling in hoofdstuk 6.
3.4 Verbeterpunten (2026-2030)
De nieuwe voorzieningen in de openbare ruimte worden opgenomen in het beheer
Nieuwe voorzieningen, zoals klimaatadaptieve elementen en biodivers groen, opnemen in beeldkwaliteitscriteria en onderhoudsniveaus.
Het onderhoud in overeenstemming met het landschapsontwikkelingsplan
Het beheer beter laten aansluiten bij de landschappelijke kenmerken zoals vastgelegd in het Landschapsontwikkelingsplan.
Verdere integrale benadering op strategisch, tactisch en praktisch niveau
Integrale programmering en afstemming op strategisch en tactisch niveau verbeteren. Daarbij is aandacht nodig voor onderhoudscycli, afschrijvingstermijnen en samenwerking met derden. In het Meerjarig Investerings-Programma (MIP) van dit moment zijn met name investeringen in wegen opgenomen, waarbij andere disciplines (zoals groen) in de uitvoering meeliften. We werken toe naar een meer integrale investeringsplanning, waarin alle onderdelen van de openbare ruimte samen worden bekeken.
Fig.4 Gewenste integrale benadering
Financiële verantwoording en begroting
Er wordt een consistente benadering van vervangingsinvesteringen, groot-onderhoud en klein-onderhoud vanuit de diverse disciplines gerealiseerd. De benadering krijgt een duidelijke plek binnen de begroting en is in overeenstemming met de BBV. Voorstellen tot aanpassing van de financiële verordening, bijvoorbeeld door het gaan hanteren van andere afschrijvingstermijnen worden aan de gemeenteraad voorgelegd.
|
Ambities tot verdere verbetering ( 2026-2030) die direct kunnen worden ingezet: Opnemen van de nieuwe voorzieningen in de openbare ruimte in beeldkwaliteit en onderhoudsniveaus. Het onderhoud wordt aangepast op de landschappelijke kenmerken en draagt bij aan versterking van deze kenmerken. De integrale benadering wordt verder geprofessionaliseerd op strategisch, tactisch en praktisch niveau. Er komt éénduidige benadering van investeringen, groot-onderhoud en klein-onderhoud, en een overeenkomstige verantwoording binnen de begroting. |
4. Beheerstrategie en Kwaliteit
Een goed ingerichte en onderhouden openbare ruimte ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om duidelijke keuzes in onderhoudsniveaus, een doordachte strategie voor vervanging en investeringen, en heldere afspraken over monitoring. In dit hoofdstuk geven we richting aan de uitvoeringspraktijk: hoe zorgen we ervoor dat ambities worden vertaald naar concrete kwaliteit op straat?
4.1. Strategische beleidskeuze: uitgangspunten voor onderhoudsniveaus en ambitie
In Nijkerk stellen we de inwoners centraal in het beheer van de buitenruimte. Iedereen moet kunnen rekenen op een openbare ruimte die schoon, heel, veilig én aantrekkelijk is. Dat betekent dat we overal in de gemeente een vergelijkbaar onderhoudsniveau hanteren. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar wijk of kern. Alle inwoners verdienen dezelfde kwaliteit.
Onze strategie is gebaseerd op effectgestuurd beheer: we sturen op het maatschappelijke effect en de zichtbare kwaliteit. Dit betekent dat we het onderhoud afstemmen op het beoogde resultaat in plaats van op vaste frequenties. Klachten en meldingen worden sneller opgepakt en informatie uit de buitenruimte wordt steeds beter benut dankzij data en digitale systemen.
4.2. Meerjarenplanning groot-onderhoud
Op basis van inspecties per discipline wordt het groot onderhoud per discipline voor de eerste vijf jaar gepland. Er wordt gecontroleerd of het grootonderhoud in overeenstemming is met de levensduur van de kapitaalgoederen. Aansluitend worden de groot-onderhoudswerkzaamheden van alle disciplines op elkaar afgestemd. Deze systematiek vormt de basis voor een integrale onderhoudsplanning, waarmee we efficiëntie en samenhang in uitvoering bevorderen.
4.3. Projecten en investeringen
Voor vervangingsinvesteringen geldt dezelfde systematiek als voor onderhoud: inspectie en afschrijving vormen het vertrekpunt. De investeringen worden integraal afgestemd en er wordt beoordeeld welke beleidsdoelen kunnen worden meegenomen. De hieruit voortkomende integrale projecten worden opgenomen in het Meerjarig Investerings-Programma (MIP).
4.4. Kwaliteitsniveaus
Nijkerk maakt gebruik van kwaliteitsniveaus zoals deze voorgesteld door het CROW (kennisplatform). Deze kwaliteitsniveaus gaan over de technische kwaliteit en de beeldkwaliteit. De technische kwaliteit is een beoordeling op basis van prestatie-eisen die in tekst ten opzichte van andere niveaus wordt weergegeven. De beeldkwaliteit gaat over het verzorgingsniveau waarbij in fotomateriaal het gewenste beeld wordt aangegeven (zie ook 3.2.) Nijkerk hanteert
- -
Beeldkwaliteit A voor de gehele openbare ruimte.
- -
Beeldkwaliteit C voor bermen in het buitengebied.
- -
Technische kwaliteit minimaal op niveau B (voldoende, voorzieningen blijven functioneel, maar er kunnen wel beperkte afwijkingen zijn).
Deze kwaliteitsniveaus blijven leidend voor de komende beheerperiode (2026–2030).
4.5. Differentiatie naar gebied of functie
We maken bewust géén onderscheid in onderhoudsniveaus per wijk of gebied. Iedereen in Nijkerk moet zich thuis kunnen voelen in een verzorgde omgeving, ongeacht waar men woont. Deze keuze draagt bij aan gelijke behandeling en herkenbaarheid van de gemeentelijke ambitie.
4.6. Monitoring en sturingsinstrumenten
Om de kwaliteit te borgen en waar nodig bij te sturen, monitoren we actief:
- -
Jaarlijkse inspecties van beeldkwaliteit en technische staat.
- -
Evaluaties van herinrichtingsprojecten, inclusief beheerervaringen.
- -
Wijkwandelingen met bewoners voor beleving en feedback.
- -
Aansluiting bij landelijke kennisplatforms voor inzicht in beheer van nieuwe voorzieningen.
Op basis van deze informatie sturen we bij waar nodig. Kleine afwijkingen worden binnen de kaders gecorrigeerd. Voor afwijkingen buiten de kaders volgt een voorstel aan de gemeenteraad.
Deze beheerstrategie vormt de ruggengraat van ons dagelijks handelen. Daarmee geven we richting aan een openbare ruimte die aansluit bij de wensen van onze inwoners én voorbereid is op de opgaven van de toekomst.
|
Samengevat: Voor het integraal beheer van de openbare ruimte van Nijkerk is het centraal stellen van de inwoners hét uitgangspunt voor alle activiteiten. Continueren van de ingezette kwaliteitsniveaus. Geen onderscheid in het kwaliteitsniveau van het onderhoud naar gebied of functie. Kwaliteitsmetingen worden met regelmaat uitgevoerd, die resulteren in bijstellingen van het klein-onderhoud en de planningen van groot-onderhoud en investeringen. Er worden wijkwandelingen georganiseerd om de ervaringen van bewoners te meten. Projectevaluaties en evaluatie van het onderhoud om structurele verankering van beleid te bewerkstelligen. Er wordt aangesloten bij landelijke kennisplatforms waar beheerdata worden gedeeld om meer inzicht te krijgen in het beheren van de nieuwe voorzieningen. |
5. Financieel Kader
Dit is de eerste NOTA IBOR in deze vorm. Het voorgestelde beleid is al enkele jaren ingezet en er wordt nu ook voorgesteld dit beleid te vervolgen waarbij budgetwijziging op basis van indexatie in de branche en areaalvergroting, zoals is voorgesteld in de Kadernota, als taakstellend budget voor de komende periode wordt aangehouden. Dit Integraal Beheerkader omvat de onderhoudsplannen van kapitaalgoederen zoals bedoeld in artikel 18 van de financiële verordening. De gemeenteraad stelt met dit kader de jaarlijkse dotaties en de meerjarige onderhoudsplanning vast.
5.1. Overzicht beschikbare middelen
In de Kadernota 2026 is aangegeven dat er naast de € 600.000 ook middelen voor prijsstijgingen en areaaluitbreiding ter hoogte van een bedrag van € 1.250.000, zijn gereserveerd voor de NOTA IBOR.
Dit zijn taakstellende budgetten voor de geactualiseerde beheerplannen. In grote lijnen zijn de beheerplannen zover dat we al kunnen zeggen dat de middelen totaal toereikend zijn.
In Artikel 18 van de financiële verordening is voor onderhoud kapitaalgoederen aangegeven dat het college de gemeenteraad tenminste eens in de vijf jaar onderhoudsplannen voor de volgende kapitaal- goederen aan zal bieden: openbare ruimte, wegen, kunstwerken, verlichting en riolering. De plannen geven het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De gemeenteraad stelt nu de kaders van deze onderhoudsplannen in de NOTA IBOR vast. De financiële verordening wordt hierop aangepast.
5.2. Begroting en meerjarenraming
Binnen deze middelen zijn er wel zaken, zoals stortingen in voorzieningen, gewijzigde investeringsbedragen die vragen om een wijziging van de begroting.
Ons voorstel is om de begrotingswijzigingen die voortvloeien uit de geactualiseerde beheerplannen via de 1e Bestuursrapportage 2026 te verwerken.
Het gaat hier dan om financieel technische wijzigingen die volgens de BBV en de Financiële verordening van Nijkerk noodzakelijk zijn, maar die geen extra financiële effecten hebben.
5.3. Scenario’s en financiële consequenties van verschillende kwaliteitsniveaus
In navolgende NOTA’S IBOR zullen op deze plek meerdere strategische scenario’s voor het beheer van de openbare ruimte, als alternatief op het huidige beleid worden opgenomen.
5.4. Risico’s en reserveringen
Nieuwe functionaliteiten van de openbare ruimte
Met de nieuwe functionaliteiten van de openbare ruimte worden er verschillende nieuwe voorzieningen met nieuwe methoden en technieken aangebracht. Wij gebruiken voorzieningen die al enige tijd zijn beproefd maar ervaringen ten aanzien van onderhoud en afschrijvingen op de lange termijn zijn nog onbekend.
Gesubsidieerd of geschonken, maar nu nog beheren!
Het is mogelijk om voor de diverse voorzieningen subsidies te krijgen. Er is een stimulans vanuit het rijk, de provincie of soms wordt gewoon vanuit een bedrijf of zelfs particulier, bijvoorbeeld een kunstobject of een boom, geschonken. De omvang is heel verschillend maar wat meestal overeenkomt is dat het object of de voorzieningen na het verkrijgen in het onderhoud moet worden opgenomen en er over deze kosten nog niet goed is nagedacht. Bijzondere aandacht moet er ook zijn voor borging van het onderhoud vanuit andere programma’s, werkzaamheden van derden, bewonersinitiatieven
6. Doorontwikkeling IBOR 2026 - 2030
In de NOTA IBOR zijn de trends en doorontwikkelingen besproken. Daarnaast de ambities en de huidige stand van zaken, waarin ook is teruggekeken naar afgelopen periode. Hieruit zijn conclusies en verbeterpunten gehaald. En vervolgens hebben we in het document de kaders voor de komende periode aan u voorgelegd. Om deze ambities en doelstellingen te behalen binnen de voorgestelde kaders willen we de komende jaren de nodige aanpassingen en verbeteringen doorvoeren binnen ons werksysteem en – processen. In dit hoofdstuk gaan we hier verder op in.
6.1. Systeem van Beheer
Bij de doorontwikkeling van Beheer de komende 5 jaar zijn de door u gestelde kaders en ambities onze kapstok. De beheerplannen zijn de inhoudelijk invulling hiervan middels de uitwerking van ‘hoe’ we dit willen gaan bereiken. Daarnaast gaan we werken aan het systeem dat we hebben om de ambities en de doelen te behalen. Zoals hieronder in het schema is te zien hebben we meerdere producten nodig per niveau om dit te kunnen bereiken. Van strategisch naar operationeel:
- •
Strategisch: Het IBOR, ligt voor u en is voor de periode 2026 – 2030.
- •
Tactisch: Programmering met de MIP en de projectportfolio.
Dit onderdeel is zoals u wellicht weet deels al operationeel (MIP) echter moet nog worden geprofessionaliseerd de komende jaren. Hiervoor gaan we een programmeerproces opzetten waarmee we jaarlijks onze gehele programmering voor ‘Ruimte’ kunnen maken en bijstellen. De resultaten hiervan krijgt u terug in de MIP en de jaarlijkse P&C documenten.
- •
Tactisch: Beheerplannen.
De beheerplannen worden na de vaststelling van het IBOR aangeboden aan het college. De beheerplannen voorzien in de uitwerking van de ‘hoe’ vraag en zijn de basis voor de programmering en de uitvoeringsplannen en -contracten.
- •
Operationeel: Projecten.
De projecten ontstaan uit de programmering. Op dit moment is dit nog niet voor ‘Ruimte’ op een integrale wijze georganiseerd. Door vanuit dit tactische niveau op een integrale wijze de projecten te gaan programmeren willen we de beoogde ambities en doelstelling in het IBOR plan, maar ook uit de andere visies en plannen zoveel als mogelijk gaan realiseren.
- •
Operationeel: Uitvoering klein en groot onderhoud.
Vanuit de beheerplannen komt de duidelijkheid voor dit onderdeel voor de komende periode. Dit onderdeel is op dit moment goed georganiseerd en wordt zeker verbeterd waar nodig.
6.2. Samenwerking met partners en participatie van inwoners
Personeelstekorten vragen om nadrukkelijkere samenwerking met externe partijen.
De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt maakt het steeds lastiger om vacatures, ook in de buitendienst, te vervullen. Nijkerk kiest daarom bewust voor intensievere samenwerking met marktpartijen. Langlopende contracten leveren daarbij aantoonbare winst op: gemeente en aannemers kunnen personeel uitwisselen, benutten elkaars sterke punten en durven te investeren in werving en (bij)scholing.
Samenwerken met bewoners en bedrijven
Tegelijk groeit onder bewoners en bedrijven de waardering voor een schone, verzorgde buitenruimte. De gemeente faciliteert bestaande initiatieven zoals zwerfvuilacties (met materiaal, veiligheidskleding en gratis afvoer) en stimuleert nieuwe vormen van participatie, bijvoorbeeld het onderhoud van wijktuinen, met aandacht voor borging en continuïteit. Dit versterkt zowel de kwaliteit van de leefomgeving als de sociale cohesie.
6.3. Doorontwikkeling van beheerprocessen
Effectgestuurd beheer doorontwikkelen van beeldkwaliteit naar belevingskwaliteit
Voor 2026–2030 wil Nijkerk het effect-gestuurd beheer verdiepen: niet alleen sturen op beeldkwaliteit, maar vooral op belevingskwaliteit. Door wijkgericht in gesprek te gaan wordt gemeten hoe inwoners het onderhoud ervaren en of dit in balans is met de gemaakte kosten; die momenten worden ook benut om participatie te vergroten. Waar duidelijk kan het sturen op belevingskwaliteit direct worden geïmplementeerd. Deze voortgang wordt jaarlijks aangegeven in de voortgangsrapportage. Meer informatie over belevingskwaliteit is opgenomen in bijlage 5.
Doelen en middelen verantwoording
Vanuit de diverse beleidsstukken zijn doelen geformuleerd. Deze doelen worden in de meeste gevallen op het moment van vervanging van de kapitaalgoederen gerealiseerd. De doelen moeten nu verder worden uitgewerkt, gemonitord en verantwoord zodat deze kunnen worden opgenomen in de voortgangsrapportages van de verschillende beleidsvelden. Daarnaast moeten ook de beleidsdoelen voor het integraal beheer van de openbare ruimte (het behalen van de kwaliteitsnormen, afhandeling meldingen) opgenomen worden in de voortgangsrapportage van de NOTA IBOR.
We werken aan een uniforme, overzichtelijke wijze van rapporteren die geschikt is voor de beleidsdoelen vanuit de gehele organisatie, zodat eenvoudig kan worden bijgestuurd en er tot een aanpassing in de prioritering van de realisatie van beleidsdoelen moet worden besloten.
Uitwerking integrale participatie
Participatie wordt nog veel vanuit een sectorale benadering uitgevoerd. Dit levert een ‘gekleurd’ beeld op omdat het onderwerp van invloed is op de opkomst en de resultaten. Met de toename van het aantal functies in de openbare ruimte en multifunctioneel gebruik wordt een professionele integrale benadering steeds belangrijker. Er is een notitie voor participatie bij het integraal beheer van de openbare ruimte nodig, aanvullend op het participatiebeleid.
Beleidsdoelen worden structureel verankerd in ontwerp en uitvoering
De samenwerking met het team Project- en Procesbegeleiding professionaliseren, zodat beleidsdoelen structureel worden verankerd in ontwerp, uitvoering en beheer. Daarbij is het noodzakelijk dat er aan de voorkant van een project goede afspraken worden gemaakt ten aanzien van wat er wordt gemaakt, wie er vanaf welk moment voor welke onderdelen verantwoordelijk is, én, onder welke voorwaarden, op welke wijze, en op welk moment het project weer terug in het beheer wordt genomen.
Zowel het ontwerp als ook de beheerbaarheid worden met regelmaat geëvalueerd. Deze evaluatie geeft input aan de aanpak van navolgende projecten.
Andere omvang van de beheereenheden of functionele afschrijving
We onderzoeken hoe we onze afschrijving en vervangingsstrategie kunnen baseren op de functionele levensduur van de openbare ruimte in plaats van uitsluitend de technische levensduur van objecten, om zo integraler, doelmatiger en toekomstbestendiger te werken. Daarbij wordt gedacht aan een wijkgerichte horizon van circa 30–50 jaar. Dat sluit beter aan bij snel veranderende functies (klimaat, energie, biodiversiteit) en langer meegaande assets. Deze koerswijzigingen hebben impact op BBV-voorschriften, begrotingssystematiek en uitvoering en worden daarom intergemeentelijk en met de commissie BBV verder uitgewerkt. Zie bijlage 6 voor meer achtergrond.
Inzet sensoren, camera’s en drones om data-gedreven te kunnen werken
De technische ontwikkelingen maken het mogelijk om meer sturing te geven aan het onderhoud op basis van ‘live data’ dat wordt gegenereerd door diverse sensoren en camera’s die in de openbare ruimte worden aangebracht.
Robotisering van het onderhoud in de openbare ruimte
Een belangrijke ontwikkeling die wordt ingezet om het tekort aan personeel op te vangen is de inzet van robots. Op dit moment is het maaien door robotmaaiers op afgesloten terreinen al heel normaal, vanaf 2030 wordt verwacht dat de robotisering ook voor een aantal onderhoudsmaatregelen in de openbare ruimte kunnen zorgdragen.
|
Samengevat: doorontwikkeling 2026- 2030 Doorontwikkeling van effectgestuurd beheer: van beeldkwaliteit naar belevingskwaliteit. Samenwerking met aannemers intensiveren, langere contracten aangaan, zo dat investeren loont. Samen met bewoners en bedrijven werken aan het beheer van de openbare ruimte om de sociale cohesie te bevorderen en de openbare ruimte er verzorgder uit te laten zijn. Doelen en middelen verantwoording. Uitwerking integrale participatie. Beleidsdoelen worden structureel verankerd in ontwerp en uitvoering. Verkennen van de mogelijkheden van meer functionele afschrijving. Inzet van sensoren, camera’s en drones overwegen om data-gedreven te kunnen werken. De mogelijkheid tot robotisering van het onderhoud in de openbare ruimte onderzoeken. |
7. Evaluatie, bijstelling en rapportage
7.1 Evaluatie en bijstelling beleid
Dit is de eerste NOTA IBOR in deze vorm. Om de nieuwe werkwijze te verduidelijken, beschrijven we hieronder hoe deze nota wordt opgevolgd in beheerplannen, en hoe evaluatie en rapportage plaatsvinden. Zo is voor de gemeenteraad duidelijk op welke momenten zij invloed kan uitoefenen.
Na vaststelling van deze NOTA IBOR worden de strategische besluiten uitgewerkt in tactische beheerplannen en operationele uitvoeringsplannen. Deze plannen worden door het College vastgesteld.
Ieder jaar vindt een evaluatie plaats waarbij de strategische uitgangspunten worden getoetst.
- •
Aanpassingen binnen de kaders van deze NOTA IBOR worden direct doorgevoerd in de onderhoudsplannen en opgenomen in de jaarlijkse voortgangsrapportage.
- •
Aanpassingen buiten de kaders van deze NOTA IBOR worden afzonderlijk ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd zodra deze zich voordoen.
Op deze manier blijft de gemeenteraad gedurende de looptijd van deze nota in positie om richting te geven aan beleid en uitvoering, terwijl het College binnen de vastgestelde kaders slagvaardig kan handelen.
7.2 Rapportagecyclus richting gemeenteraad en inwonersVoortgangsrapportage
De jaarlijkse voortgang en evaluatie van de beheerplannen worden vastgelegd in een openbare rapportage aan de gemeenteraad (Raadsinformatiebrief, RIB). Deze wordt vóór de behandeling van de kadernota verstrekt, zodat de bevindingen direct kunnen worden meegenomen in de besluitvorming.
- •
Financiële afwijkingen: ontwikkelingen die buiten het beschikbare budget vallen, maar wél binnen de kaders van de gemaakte afspraken, worden ter goedkeuring voorgelegd in de kadernota en/of de bestuursrapportage.
- •
Strategische bijstelling: Inzicht uit de jaarlijkse rapportages vormt samen met andere relevante ontwikkelingen de basis voor de volgende IBOR-nota.
De eerstvolgende NOTA IBOR wordt in 2030 aan de gemeenteraad voorgelegd en beslaat opnieuw een periode van vijf jaar.
Op deze manier zijn zowel de gemeenteraad als inwoners jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken en de voortgang, en blijft er ruimte voor tijdige bijsturing waar nodig.
P&C- Cyclus.
Jaarlijks worden de budgetten uit de diverse beheerplannen in de begroting opgenomen en worden in de Paragraaf Kapitaalgoederen per beheerplan de geplande werkzaamheden vermeld. In de Paragraaf Kapitaalgoederen van de jaarrekening worden de gerealiseerde werkzaamheden vermeld en het verloop van de voorzieningen van de beheerplannen.
|
Wij stellen de Gemeenteraad voor om de NOTA IBOR 2026-2030 vast te stellen, waarmee de volgende strategische kaders:
|
Begrippenlijst:
IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte)
Een integrale beleidsnota waarin het beheer van de openbare ruimte in één kader is opgenomen. Hiermee vervallen de losse beheerplannen per discipline (zoals wegen of groen), en ontstaat een samenhangende aanpak voor onderhoud en investeringen in de leefomgeving.
Beeldkwaliteit
De visuele kwaliteit van de openbare ruimte zoals deze door gebruikers wordt ervaren. Wordt beoordeeld aan de hand van beeldkwaliteitsniveaus (bijv. A, B, C) volgens landelijke meetlatten van het CROW.
Effectgestuurd beheer
Beheerstrategie waarbij niet de inspanning (zoals frequentie van onderhoud) centraal staat, maar het resultaat: een kwalitatief goede buitenruimte. Gericht op maatschappelijke effecten.
Belevingskwaliteit
De subjectieve beleving van bewoners over hoe prettig en verzorgd de openbare ruimte aanvoelt, die niet altijd gelijk is aan de technische of visuele kwaliteit.
Kapitaalgoederen
Duurzame fysieke voorzieningen in de openbare ruimte, zoals wegen, riolering, verlichting en groenvoorzieningen, die worden afgeschreven over een bepaalde gebruiksduur.
Investeringen
Uitgaven voor de aanleg of vervanging van kapitaalgoederen (in de openbare ruimte), zoals wegen, verlichting, groenstructuren of riolering. Deze uitgaven worden geactiveerd (op de balans gezet) en afgeschreven.
Groot-onderhoud
Onderhoudsmaatregelen die periodiek worden uitgevoerd om de technische levensduur van kapitaalgoederen te behalen. Wordt afgestemd op inspectie en afschrijvingstermijnen.
Klein-onderhoud
Regulier en frequent onderhoud dat zorgt voor het behouden van de dagelijkse kwaliteit en netheid van de openbare ruimte.
Wadi
Waterafvoerend systeem in de openbare ruimte dat regenwater op een natuurlijke manier infiltreert in de bodem, ter bevordering van klimaatadaptatie.
Biodiversiteit
De verscheidenheid aan planten- en diersoorten in de openbare ruimte. Natuurinclusief beheer draagt bij aan het ecologisch herstel van flora en fauna.
Landschapsontwikkelingsplan (LOP)
Beleidsplan dat richting geeft aan het behoud en de versterking van de landschappelijke kenmerken van het buitengebied van Nijkerk.
Programma Water
Een beleidsplan dat zich richt op het beheer van afval-, hemel- en grondwater. Het bevat klimaatadaptieve maatregelen zoals vergroening en infiltratievoorzieningen.
CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw. Biedt landelijke richtlijnen voor o.a. beeldkwaliteit in het beheer van de openbare ruimte.
Technische kwaliteit
De fysieke staat van kapitaalgoederen.
Buitenruimte
De openbare fysieke leefomgeving – wegen, groen, pleinen – die voor iedereen toegankelijk is en door de gemeente wordt beheerd.
Participatie
De actieve betrokkenheid van bewoners en bedrijven bij het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, variërend van meedenken tot zelfbeheer.
Beheereenheden
Onderverdelingen binnen het areaal van de openbare ruimte (zoals wijkgroen, verharding of verlichting), die als eenheid worden beheerd.
Functionele afschrijving
Een alternatieve wijze van afschrijven waarbij de gebruikswaarde (functionaliteit) van voorzieningen leidend is, in plaats van de technische levensduur.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nijkerk d.d. 30 oktober 2025,
de griffier,
mevrouw A.G. Verhoef-Franken
de voorzitter,
mevrouw T.T.E. de Jonge-Ruitenbeek
BIJLAGE 1. HET BELANG VAN MATERIËLE VASTE ACTIVA VOOR RAADSLEDEN EN BESTUURDERS
Materiële vaste activa worden in de praktijk vaak “investeringen” genoemd. Denk hierbij aan gebouwen, wegen of machines die lange tijd meegaan. In het BBV (Besluit begroting en verantwoording) worden ze aangeduid als materiële vaste activa of kapitaalgoederen. In deze bijlage leggen we uit wat dit precies inhoudt, wat de rol van de gemeenteraad hierbij is, en waar een raadslid op moet letten.
Wat zijn materiële vaste activa?
Materiële vaste activa zijn bezittingen van de gemeente die langer dan een jaar meegaan en een bepaalde waarde hebben. Voorbeelden zijn gebouwen, wegen, bruggen, machines en soms ook grond. De aanschaf of verbetering van deze bezittingen noemen we investeringen.
Investeringen worden op de balans opgenomen en brengen jaarlijkse kosten met zich mee, zoals:
- •
Afschrijvingen (waardevermindering per jaar),
- •
Onderhoud,
- •
Rente (indien geleend geld is gebruikt),
- •
Verzekeringen.
Een investering hoeft niet altijd een nieuw object te zijn. Ook het verbeteren of aanpassen van een bestaand object kan een investering zijn, bijvoorbeeld als:
- •
De kwaliteit merkbaar verbetert,
- •
De levensduur wordt verlengd,
- •
Het object aangepast wordt aan nieuwe wet- en regelgeving.
Als uitgaven enkel dienen om de bestaande staat te behouden, spreken we van onderhoud.
Cultuurhistorische objecten en voorraden vallen niet onder materiële vaste activa.
Investeringen en de financiële verordening
Volgens artikel 212 van de Gemeentewet moet de gemeenteraad regels opstellen over hoe activa worden gewaardeerd en afgeschreven. De financiële verordening bevat onder andere:
- •
Hoe en wanneer wordt afgeschreven,
- •
Hoe lang iets meegaat (afschrijvingstermijn),
- •
Of onderdelen afzonderlijk worden gewaardeerd (componentenbenadering),
- •
Wat de restwaarde is.
De gemeenteraad kan daarnaast besluiten om dit verder uit te werken in een aparte nota investeringen of een investeringsplan voor meerdere jaren. Hierin staat bijvoorbeeld ook vanaf welk bedrag iets als investering wordt beschouwd.
Let op: Deze grens (investeringsdrempel) mag niet worden aangepast om de begroting gunstiger te laten uitzien. Dit wordt als een wijziging in het stelsel gezien en moet goed onderbouwd worden.
________________________________________________________________________________________________________________________
Onderhoud van vaste activa
De gemeente is voor sommige activa wettelijk verplicht om deze goed te onderhouden, bijvoorbeeld riolering en wegen. Slecht onderhoud kan leiden tot schadeclaims en onveilige situaties.
Via de verplichte paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in de begroting kan de gemeenteraad kaders stellen voor het onderhoud van infrastructuur, gebouwen en andere voorzieningen. Dit is belangrijk omdat:
- •
Het om veel geld gaat – investeringen drukken zwaar op de begroting;
- •
Activa nodig zijn om beleidsdoelen te behalen – bijvoorbeeld bereikbaarheid voor economische groei;
- •
Ze het ‘gezicht’ van de gemeente bepalen – denk aan de openbare ruimte.
De gemeenteraad kan zijn rol invullen door:
- •
Algemene regels te stellen over welke activa de gemeente nodig heeft en hoe ermee wordt omgegaan,
- •
Te besluiten over specifieke investeringen (zoals het bouwen van een brug),
- •
De staat en doelmatigheid van het bezit te bewaken – sluiten ze aan bij de gemeentelijke doelen en zijn de kosten verantwoord?
________________________________________________________________________________________________________________________
Investeringsbudgetten
Alle kosten van investeringen worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten in de begroting. Bij het vaststellen van de begroting stelt de gemeenteraad dus ook de investeringen vast.
Er zijn twee manieren waarop de gemeenteraad apart kan besluiten over investeringen:
- 1.
De gemeenteraad vraagt tijdens de begrotingsbehandeling om een later voorstel voor een specifieke investering.
- 2.
De gemeenteraad stelt algemene regels op waarbij grote investeringen altijd apart ter goedkeuring worden voorgelegd.
Soms zijn er in de loop van het jaar nieuwe investeringen nodig die nog niet in de begroting staan. Dan moet het college een apart voorstel indienen bij de gemeenteraad, inclusief een aanpassing van de begroting. Deze aanpassing moet:
- •
Structureel zijn: structurele lasten worden gedekt door structurele baten.
- •
Reëel zijn: alle bedragen zijn realistisch en volledig ingeschat.
Volgens artikel 189 lid 2 van de Gemeentewet moet de begroting structureel en reëel in evenwicht zijn. Alleen als aannemelijk is dat dit binnen de looptijd van de meerjarenbegroting hersteld wordt, mag hiervan worden afgeweken.
Bijlage 2. Overzicht areaalgegevens
BIJLAGE 3. Definities BBV
Klein onderhoud
Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. Hierbij moet worden gedacht aan maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud is het onderhoud dat vanaf het eerste of het lopende planjaar op een klein gedeelte van het object wordt uitgevoerd.
Groot onderhoud
Lasten van groot onderhoud ontstaan na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud is in de regel gepland onderhoud van veelal ingrijpende aard als gevolg van slijtage, dat op een substantieel deel van het object wordt uitgevoerd en na een langere periode van gebruik moet worden verricht.
Wat zijn materiële vaste activa? (investeringen)
Objecten (bijvoorbeeld gebouwen, wegen) worden geactiveerd als deze een langere tijd (langer dan 1 jaar) mee gaan en een bepaalde waarde hebben. Als deze voor eigen gebruik zijn worden ze gezien als langlopende bezittingen ofwel vaste materiële activa op de balans. Het aanschaffen of vervaardigen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Materiële vaste activa zijn dus feitelijk de objecten die door investeringen door een gemeente worden verworven. Onder investeren wordt verstaan het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt.
Materiële vaste activa kunnen een zeer uiteenlopende vorm hebben. Investeringen in wegen en gebouwen zijn de meest voorkomende activa, maar ook investeringen in apparatuur en machines en grond kunnen, afhankelijk van het gevoerde beleid, onderdeel uitmaken van de materiële vaste activa. Overigens is er bij investeringen niet altijd sprake van een nieuw object. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven:
- •
leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of
- •
leiden tot een levensduurverlenging; en/of
- •
aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften die invloed hebben op de waarde en de levensduur).
Wanneer uitgaven worden gedaan ten behoeve van het behoud van de oorspronkelijke kwaliteit en levensduur van een actief, dan is er sprake van onderhoud.
BIJLAGE 4. DE INZET VAN DE BUITENDIENST:
Groenbeheer
- •
Snoeien van bomen en struiken
- •
Maaien van gazons en bermen
- •
Onkruidbestrijding op verharding en in plantsoenen
- •
Verwijderen van zwerfafval in groenvoorzieningen
Reiniging en afvalbeheer
- •
Legen van openbare afvalbakken
- •
Opruimen van zwerfvuil en dumpingen
- •
Reiniging van straten, pleinen en goten
- •
Verwijderen van bladeren in het najaar
- •
Onderhoud van hondenuitlaatplaatsen en hondenpoepbakken
Wegen- en straatonderhoud
- •
Herstel van stoepen, trottoirs, straatstenen en verhardingen
- •
Bestrijden van gladheid (strooien, sneeuwruimen)
- •
Signaleren en repareren van gaten, verzakkingen en losliggende tegels
- •
Onderhoud van verkeersdrempels en parkeervakken
Riolering en waterafvoer
- •
Reiniging en inspectie van straatkolken en putten
- •
Verhelpen van verstoppingen in het gemeentelijk riool
- •
Preventief onderhoud aan waterafvoersystemen
- •
Signaleren van rioolproblemen of verzakkingen
- •
Onderhoud aan pompen en gemalen
Waterbeheer in de openbare ruimte
- •
Onderhoud van vijvers, sloten, watergangen en fonteinen
- •
Controleren op doorstroming en verwijderen van drijfvuil
- •
Beheer van waterstanden waar van toepassing
Openbare verlichting
- •
Controleren en vervangen van kapotte lampen
- •
Onderhoud aan lichtmasten en armaturen
- •
Signaleren van storingen of onveilige situaties door uitgevallen verlichting
- •
Ondersteuning bij tijdelijke verlichting (evenementen, werkzaamheden)
Speelvoorzieningen
- •
Inspectie van speeltoestellen (veiligheid, slijtage, schade)
- •
Periodiek onderhoud van toestellen en valondergronden
- •
Vervanging of verwijdering van verouderde speeltoestellen
- •
Plaatsen van nieuwe speelvoorzieningen
- •
Afhandelen van meldingen over onveilige situaties of schade
Verkeersvoorzieningen
- •
Plaatsen, onderhouden en vervangen van verkeersborden en straatnaamborden
- •
Aanbrengen en onderhouden van wegmarkeringen
- •
Plaatsen van paaltjes, verkeerspalen, snelheidsdrempels
- •
Uitvoeren van tijdelijke verkeersmaatregelen bij evenementen of werkzaamheden
- •
Signaleren van beschadigde of onduidelijke bebording
Straatmeubilair
- •
Onderhoud en reiniging van banken, prullenbakken, fietsenrekken, plantenbakken, etc.
- •
Repareren of vervangen van beschadigd straatmeubilair
- •
Plaatsen of verwijderen van straatmeubilair bij herinrichtingen of op verzoek
- •
Signaleren van vandalisme of overlast
BIJLAGE 5 .BELEVINGSKWALITEIT
Beleving, Verwachtingen en Beheer
In de openbare ruimte draagt de beheerder continu zorg voor de technische kwaliteit. Dit zorgt voor een openbare ruimte die er verzorgd uitziet, logisch is ingericht, functioneert en op een goede manier kan worden gebruikt.
Het echte succes van de openbare ruimte wordt bepaald door de wensen, behoeften en beleving van gebruikers. Et echte
Voor de gemeente en haar beheerders is daarom fijn om te weten of het beheren van de openbare ruimte aansluit bij de beleving van de mensen; als mensen tevreden zijn over de openbare ruimte en het beheer ervan.
Maar hoe krijgt de gemeente goed inzicht in de belevingswereld van bewoners? En hoe vertaal je die kennis van beleving naar de praktijk van het beheer van de openbare ruimte? Op welke manier kan de gemeente in de praktijk “behoefte gericht” gaan beheren? Met de juiste inzichten kan een beheerder zoveel meer doen dan beter poetsen en repareren. Beter sturen op resultaat met de focus op waarde en beleving is dan essentieel.
verwerk je dat? Want, naast een zeker mate van objectieve beleving, bijvoorbeeld als het om (sociale) veiligheid gaat, is beleving ook subjectief en persoonlijk; rationeel naast gevoelsmatig.
Belangrijk is het om inzicht te krijgen waar de bewoners blij van worden en waar ze zich aan ergeren. En, met welke behoefte of verwachting men kijkt naar bijvoorbeeld beplanting en het onderhoud van de beplanting? Waar de een orde, netheid, openheid en een gevoel van ruimte waardeert, kan de andere juist blij worden van weelderige beplanting waar insecten en vogels voedsel en schuilmogelijkheden vinden.
Kaders
De basiskaders voor beheer wordt gevormd door bestuurlijke waarden en technische kwaliteiten (wet- en regelgeving, beleid en technische normen). Inzicht in beleving maakt het mogelijk dat een beheerder meer kan doen dan alleen schoon, heel en veilig. En met het beheren veel beter aan kan sluiten bij wat mensen echt belangrijk vinden. Het inzicht in beleving moet leiden tot een optimale balans in bestuurlijke waarden, technische kwaliteiten en bewonersbeleving waarmee een betere focus en differentiatie kan worden aangebracht in het beheer van de openbare ruimte.
Het faciliteren en stimuleren van bewonersbeleving binnen het beheren van de openbare ruimte is altijd maatwerk, kan en hoeft niet overal tegelijk en in dezelfde mate, maar moet wel samen met bewoners worden ondernomen.
Aanpak
Inzicht krijgen in beleving begint allereerst met een analyse van het gebied dat is gedefinieerd. Veel informatie is daarbij al voorhanden en kan worden aangevuld met het ophalen van de mening van bewoners.
Vervolgens worden de gegevens vertaald naar waarden. Hierbij betreft het zowel waarden die aansluiten op het gevoel van inwoners als meer feitelijk meetbare waarden. Te denken valt aan aantrekkelijkheid en identiteit, gezondheid, sociale veiligheid, bereikbaarheid en beweegbaarheid, thuis gevoel en betrokkenheid, milieu en duurzaamheid en economische waarde.
Na het vaststellen van de uitgangssituatie vind de match met de huidige situatie plaats. Op basis hiervan kunnen mogelijkheden worden geschetst en aanknopingspunten worden benoemd voor aanpassing van het beheer, en eventueel de detaillering en/of inrichting van de openbare ruimte
Belangrijk is dat de nieuwe belevingssituatie blijvend wordt beoordeeld en/of wordt bijgestuurd om zo beleving positief te blijven beïnvloeden.
Spelregels
Om steeds vanuit het algemeen belang te kunnen blijven handelen, is het belangrijk de volgende spelregels in acht te nemen:
- -
Diversiteit in gebruikers: mensen zijn gelijkwaardig, maar niet hetzelfde. Hun behoeftes verschillen; het is goed om daar op in te spelen.
- -
Jaag het WOW-effect na: door niet alleen te sturen op de basiskwaliteit. Echte tevredenheid heeft juist iets extra’s nodig.
- -
Verlies je niet in het individu: door alle gebruikers te beschouwen en de maatschappelijke belangen van de groep.
- -
Beleving is maatwerk; door uit te gaan van doelstellingen en out of the box te denken om deze te kunnen bereiken.
- -
Gebruik verschillende data-tools: een straatinterview levert andere resultaten op dan een online enquête.
- -
Beïnvloed de beleving actief: door zichtbaar schoon te maken, samen te ontwerpen, goede afhandeling van meldingen, etc.
- -
Betrek je doelgroep actief: actief aan relaties.
- -
Werk samen en laat los: de gemeente mag de rol pakken die nodig is; door niet alles zelf te doen, maar ook door los te durven laten.
- -
Blijf monitoren en bijsturen: meet actief of de methode die wordt gehanteerd werkt en grijp in als dat nodig is.
- -
Communicatie over verwachtingen: beleving kan niet zonder communicatie over wat van elkaar verwachten kan worden.
CROW
De beschreven aanpak en randvoorwaarden zijn gestoeld op het CROW model van ‘Belevingsgestuurd Beheer’.
BIJLAGE 6. FUNCTIONELE AFSCHRIJVING
De ontwikkelingen in de wereld gaan steeds sneller. Dit geldt ook voor de functies die een plek hebben of nog moeten krijgen in de openbare ruimte. Zo hebben we sinds relatief korte tijd rekening te houden met ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen van dit moment, als bijvoorbeeld wadi’s , ruimte voor duurzaamheidsmaatregelen van dit moment, als bijvoorbeeld laadgelegenheid voor elektrische auto’s, ruimte voor meer biodiversiteit van dit moment, als bijvoorbeeld zoomvegetatie langs bosranden. Ook de komende tijd zullen de gewenste functies in de openbare ruimte weer gaan veranderen. Misschien moeten de wadi’s veranderen in waterreservoirs onder invloed van schaarste aan drinkwater door steeds drogere perioden? Misschien moeten er parkeerplaatsen worden gemaakt om auto’s die rijden op waterstof ruimte te bieden? Misschien moeten we de zoomvegetaties weer gaan verwijderen omdat we onze bossen moeten afzetten om roofdieren buiten de bebouwing te houden?
Tegelijkertijd zorgt de ontwikkeling in de techniek dat de technische levensduur van de diverse kapitaalgoederen steeds langer kan worden. Zo hadden we tot enkele decennia geleden vooral betonnen rioolbuizen die moesten worden vervangen bij lekkages maar die we tegenwoordig kunnen relinen en langer functioneel kunnen houden, zo hadden we gloeilampen in onze lichtmasten met een beperkt aantal branduren terwijl de led-lampen van nu ruim drie keer zo veel branduren hebben, zo gebruikten we houten hekwerken en brugdekdelen waar we momenteel kunststof gebruiken omdat deze veel langer mee gaan.
Door de ontwikkelingen in de techniek is het mogelijk (niet noodzakelijk) om voor oplossingen met een langere technische levensduur te kiezen.
De technische levensduur van de kapitaalgoederen is traditioneel de afschrijvingstermijn waar bij het activeren van investeringen rekening wordt gehouden. Maar we bemerken dat we steeds vaker te maken hebben met verouderde wijken, wijken die vanuit de functionaliteit moeten worden
heringericht. Het plan wat destijds voor de wijk is bedacht veranderd en moet eigenlijk in zijn geheel worden herzien.
Daarom willen we laten onderzoeken of het mogelijk is, in een navolgende NOTA IBOR af te stappen van de traditionele werkwijze waarbij op basis van technische levensduur voor de afschrijvingstermijn van de investering wordt gekozen en op basis van deze afschrijvingstermijn onderhoudswerkzaamheden worden bepaald. We willen voor een volgende NOTA IBOR weten of het mogelijk is een werkwijze te gaan hanteren waarbij de afschrijvingstermijn van de investering wordt gekozen vanuit de termijn dat de inrichting van de openbare ruimte functioneel is. Daarmee zou je dan de buitenruimte van bijvoorbeeld een hele wijk gelijktijdig hebben afgeschreven. We willen dáár dan onze onderhoudsmaatregelen op af stemmen. Zeer waarschijnlijk kunnen we er dan ook voor gaan kiezen om materialen te gaan gebruiken die passen bij deze afschrijvingstermijn. We denken daarbij op dit moment aan een termijn van 30-50 jaren, gebaseerd op de wijken waar we nu zien dat de inrichting eigenlijk niet meer voldoet aan de huidige normen.
----------
Beide bovenstaande voornemens tot verandering in werkwijze hebben omvangrijke gevolgen. Deze veranderingen zijn ook gemeente-overstijgend. Zowel ten aanzien van de voorschriften en verplichtingen vanuit de BBV, de invoering van een andere systematiek in de begroting als de implementatie in de buitenruimte. De komende periode willen we deze ideeën nader verkennen in het intergemeentelijk contact en het contact met de commissie BBV .
Bronvermelding
|
Gemeente Nijkerk: |
Versie |
Jaar |
|
2.0 |
||
|
Omgevingsvisie 2040 |
2025 |
|
|
Landschapsontwikkelingsplan |
2025 |
|
|
Visie Beheer Openbare Ruimte |
2021 |
|
|
Routekaart Energieneutraal Nijkerk 2050 |
2017 |
|
|
Programma Water 2025-2029 |
2025 |
|
|
Beleidsplan Afval (actieprogramma VANG 2024-2028) |
2024 |
|
|
Beheerplan Haven en Sluis (2021-2025) |
2020 |
|
|
Beleidsplan Begraafplaatsen (2021-2026) |
2020 |
|
|
Coalitieakkoord 2022-2026 |
2022 |
|
|
CROW: |
||
|
Beeldkwaliteitcatalogus 2023 |
2023 |
|
|
Belevingsgestuurd beheer |
2022 |
|
|
Technische kwaliteitsbeoordelingen CROW |
2023 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl