Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755444
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755444/1
Treasurystatuut gemeente Nuenen 2026
Geldend van 16-01-2026 t/m heden
Intitulé
Treasurystatuut gemeente Nuenen 2026Burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen besluiten d.d. 16-12-2025:
Het Treasurystatuut 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Treasurystatuut 2019.
[De aanhef bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Het Treasurystatuut 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Treasurystatuut 2009.]
Inleiding
In de Financiële verordening gemeente Nuenen 2023 is bepaald dat burgemeester en wethouders een Treasurystatuut vaststellen en dit ter kennisgeving naar de raad sturen.
Het Treasurystatuut bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Onder treasury wordt verstaan: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.
In het Treasurystatuut worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten vastgelegd evenals taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen, uitzettingen, derivaten gebruik, en het verstrekken van leningen en garanties aan derden.
Doelstellingen en het treasurybeleid
Artikel 1 Doelstellingen treasuryfunctie
De doelstellingen van het treasurybeleid van de gemeente zijn:
- 1.
Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de gemeentelijke taken en het beleid binnen de jaarlijks door de raad vastgestelde kaders van de begroting (beschikbaarheid);
- 2.
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
- 3.
Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s (risicominimalisatie);
- 4.
Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van dit statuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.
Risicobeheer
Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
- 1.
Het voorzichtigheidsbeginsel wordt breed toegepast door de treasuryfunctie;
- 2.
Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten worden de regels en bepalingen van dit Treasurystatuut, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en aanvullende regelgeving in acht genomen.
Artikel 3 Renterisicobeheer
-
1. De bepalingen in de Wet Fido met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden nageleefd;
-
2. Nieuwe leningen, uitzettingen of vervroegde aflossingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
-
3. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen;
-
4. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
Artikel 4 Koersrisicobeheer
-
1. De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend producten te hanteren waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is. Hierbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsplanning.
Artikel 5 Kredietrisicobeheer
-
1. Voor het aanhouden van gelden op rekeningcourant of spaarrekening dient de dienstverlenende financiële instelling ten minste een single A-rating te hebben, afgegeven door minstens twee van de drie erkende ratingbureau’s Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch;
-
2. Financiële instellingen moeten gevestigd zijn in landen met minimaal een AA-rating en vallen onder Nederlands of EER-toezicht, zoals De Nederlandsche Bank;
-
3. Tussenpersonen/bemiddelaars op de geld- en kapitaalmarkt dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
Artikel 6 Valutarisicobeheer
-
1. Overeenkomsten voor het aangaan van financieringen, het uitzetten van middelen en het verlenen van garanties luiden uitsluitend in euro’s om valutarisico’s uit te sluiten.
Financieringen en uitzettingen
Artikel 7 Liquiditeitsbeheer
-
1. De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsplanning;
-
2. Om de kosten van het liquiditeitsbeheer te minimaliseren wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen door afstemming van de liquiditeitspositie op de liquiditeitsplanning;
-
3. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken met als doel de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren;
-
4. De gemeente vraagt offertes op, direct of via tussenpersonen, bij minimaal 2 instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken;
-
5. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.
Artikel 8 Langlopende financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer geldt het volgende uitgangspunt:
- 1.
Als financieringsinstrument zijn uitsluitend onderhandse leningen toegestaan.
Artikel 9 Kortlopende financiering
Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden de volgende uitgangspunten:
- 1.
De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiestelsel bij de bank met de gunstigste condities;
- 2.
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken;
- 3.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen, rekening courant krediet en kortlopende financiering tussen deelnemers van Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Dienst Dommelvallei en BVO Dienst Dommelvallei zelf.
Artikel 10 Uitzettingen
Bij uitzettingen bestaat er een onderscheid in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzetting van overtollige financiële middelen.
10.1 Uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak
Voor uitzettingen en garanties1 uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
- a)
Het college mag leningen of garanties verstrekken en/of participaties hebben vanuit zijn publieke taak;
- b)
Het college bepaalt of een garantie/participatie tot de publieke taak behoort. Het college neemt geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen brengen;
- c)
Indien van toepassing wordt bij het afgeven van garanties gebruikt gemaakt van de be-staande waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, de Stichting Waarborgfonds Sport en het Waarborgfonds voor de zorgsector;
- d)
Uitgangspunt is dat bij de financiering passende hypothecaire en/of secundaire zekerheden worden gevestigd.
10.2Uitzetting van overtollige financiële middelen
Overtollige financiële middelen worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën, financiële instellingen, BVO Dienst Dommelvallei en/of haar deelnemers, volgens onderstaande uitgangspunten:
- a)
Overtollige financiële middelen vanaf het drempelbedrag, als opgenomen in de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’, moeten worden aangehouden bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het schatkistbankieren wordt door de huisbankier automatisch verzorgd;
- b)
Tot aan het drempelbedrag kunnen overtollige financiële middelen worden uitgezet bij financiële instellingen, die voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 5, en/of bij BVO Dienst Dommelvallei en/of haar deelnemers.
Bij dit laatste worden de uitlener, lener, hoofdsom, ingangsdatum, einddatum, rentepercentage (tarief huisbankier conform looptijd lening) en rentebedrag schriftelijk vastgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de liquiditeitsplanning.
Relatiebeheer
Artikel 11 Bankrelaties en bancaire condities
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor de af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
- 1.
Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek beoordeeld;
- 2.
Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te beschikken over een single A-rating van twee erkende rating agencies. De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch.
Leningen en garanties aan derden
Artikel 12 Uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
De volgende algemene uitgangspunten gelden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden:
- 1.
Er dient vastgesteld te zijn dat het project zonder gemeentelening of gemeentegarantie niet of niet exploitabel tot stand komt;
- 2.
Indien er landelijk opererende instellingen of andere overheidsinstanties zijn die bereid zijn onder overzienbare en aanvaardbare voorwaarden garanties of leningen te verstrekken dan garandeert of leent de gemeente niet of slechts gedeeltelijk;
- 3.
Het risico voor de gemeente dient overzienbaar en aanvaardbaar te zijn en zoveel mogelijk te worden beperkt;
- 4.
Een gemeentelening of gemeentegarantie moet passen binnen de hiervoor geldende nationale en internationale kaders, waaronder de Wet Fido en de bepalingen die van toepassing zijn op staatssteun.
Artikel 13 Voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
Ter beperking van het gemeentelijk risico worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld:
- 1.
Het besluit om een lening of garantie te verstrekken moet worden genomen door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160 lid 1 sub d van de Gemeentewet. De lenings-, garantie- en overige overeenkomsten die op basis van dit besluit worden afgesloten worden op grond van art. 171 lid 1 van de Gemeentewet ondertekend door de burgemeester;
- 2.
Bij garanties moet de geldgever zich verbinden zonder toestemming van het college geen uitstel van betaling te geven, bij niet voldoening van enige verplichting van de geldnemer daarvan het college zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het jaar aan het college een opgave te verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar;
- 3.
De instelling die een lening of een garantie krijgt betaalt jaarlijks aan de gemeente een marktconforme rente dan wel garantiepremie, die overeenkomt met de richtlijnen van de Europese Unie. Bij verstrekking van een lening worden tevens de directe kosten van het aantrekken in rekening gebracht;
- 4.
Met betrekking tot roerende en onroerende goederen die met de gegarandeerde of verstrekte geldleningen worden aangeschaft kunnen nader in te vullen zekerheidseisen worden gesteld, zoals het vestigen van het recht van hypotheek;
- 5.
Garanties voor financiering van investeringen in de sportsector voor niet-commercieel ingestelde verenigingen geschieden uitsluitend op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport zich eveneens minimaal 40% garant stelt;
- 6.
De garantie- of leningverkrijgende instelling dient haar jaarrekening of vergelijkbare stukken binnen zes maanden na afloop van het jaar ter beschikking te stellen aan het college. Het college draagt zorg voor een tijdige aanlevering en bepaalt bij niet naleven hiervan per geval de consequenties, te ondernemen stappen en gevolgen;
- 7.
Gedurende het bestaan van de garantie- of leningsovereenkomst mag de verkrijgende instelling de bezittingen die met de lening zijn gefinancierd niet veranderen of afbreken, noch bezwaren of vervreemden zonder toestemming van het college. Afhankelijk van de grootte van het risico kan dit tevens worden bepaald voor overige nader aan te wijzen bezittingen van de instelling;
- 8.
De door de gemeente betaalde bedragen uit hoofde van de garantiestelling blijven als een direct opeisbare schuld op de instelling rusten. Over deze vordering wordt door de gemeente rente in rekening gebracht volgens een door het college bij het aangaan van de garantie te bepalen percentage.
Administratieve organisatie en interne controle
Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
- 1.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
- 2.
Bevoegdheden kunnen via mandaat schriftelijk worden vastgelegd;
- 3.
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
- a.
Iedere betalings- of opnametransactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
- b.
De uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
- c.
De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
- a.
- 4.
Tegenpartijen versturen de bevestigingen van iedere transactie naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
- 5.
Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
Artikel 15 Verantwoordelijkheden
|
Functie |
Verantwoordelijkheden |
|
Raad |
|
|
College van B&W |
|
|
Controller |
|
|
Portefeuillehouder Financiën |
|
|
Financieel adviseur/vakspecialist |
|
|
De afdelingshoofden |
|
|
Financiële administratie |
Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie. |
|
Externe accountant |
Het in het kader van zijn reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut. |
Artikel 16 Bevoegdheden
|
Bevoegde functionaris (eerste handtekening) |
Autorisatie door (tweede handtekening) |
|
|
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer |
||
|
Het uitzetten van geld via callgeld, deposito en spaarrekening |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Het aantrekken van geld via callgeld of kasgeld |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen |
Financieel medewerker |
Financieel adviseur/vakspecialist/Manager Financiën |
|
Bankrelatiebeheer |
||
|
Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen |
Financieel adviseur/vakspecialist |
College van B&W |
|
Bankcondities en tarieven afspreken |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Aangaan van acceptgiro- en incassocontracten |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Risicobeheer |
||
|
Goedkeuren van partijen aan wie geldleningen worden verstrekt in het kader van de publieke taak |
Financieel adviseur/vakspecialist |
College van B&W/Gemeenteraad |
|
Financiering en uitzetting |
||
|
Het afsluiten van kredietfaciliteiten |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Het aantrekken van gelden via onderhandse leningen |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Manager Financiën |
|
Het uitzetten van gelden via (staats)obligaties, MTN’s, CP’s, CD’s, onderhandse geldleningen, spaarrekeningen en deposito’s |
Manager Financiën |
College van B&W |
|
Het beleggen in garantieproducten |
Manager Financiën |
College van B&W |
|
Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak |
Manager Financiën |
College van B&W |
|
Het garanderen van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak |
Manager Financiën |
College van B&W |
Artikel 17 Informatievoorziening
|
Informatie |
Frequentie |
Informatieverstrekker |
Informatie-ontvanger |
|
Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor liquiditeitsplanning |
2x per jaar bij begroting en kadernota |
Afdelingshoofden |
Financieel adviseur/vakspecialist |
|
Opstellen van de paragraaf Financiering bij de begroting |
Jaarlijks |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Gemeenteraad |
|
Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf Financiering van jaarrekening |
Jaarlijks |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Gemeenteraad |
|
Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via de tussentijdse rapportages |
2 x per jaar bij turap |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Gemeenteraad |
|
Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 wet Fido |
Per kwartaal |
Financieel adviseur/vakspecialist |
Derden |
Inwerkingtreding
Artikel 18.
Dit Treasurystatuut treedt in werking op 1 januari 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 16-12-2025
De gemeentesecretaris,
J. Verbruggen
De burgemeester,
F. van Genugten
Bijlage 1: Begrippenkader
In dit statuut wordt verstaan onder:
- -
Daggeld: Een lening zonder vaste looptijd, waarbij het geleende bedrag elke dag kan worden teruggevraagd of opnieuw kan worden verlengd. De rente wordt per dag berekend en is doorgaans variabel;
- -
Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
- -
Drempelbedrag: Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid met een minimumbedrag dat is vermeld in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
- -
Financiële instellingen: Kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandse Bank;
- -
Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte;
- -
Kasgeldlening: Een kortlopende lening met een looptijd van enkele dagen tot maximaal twee jaar, die bedoeld is om tijdelijke financieringsbehoeften te dekken;
- -
Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
- -
Koersrisico : Het risico dat de financiële activa (aandelen, obligaties, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
- -
Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
- -
Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
- -
Liquiditeitsplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;
- -
Liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
- -
Onderhandse lening: Lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;
- -
Rating: Een classificatie door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft;
- -
Rating agency: Een creditrating wordt afgegeven door een bureau (‘rating agency’) dat gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid; De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch;
- -
Rekening-courantkrediet: Een kortlopende financieringsvorm waarbij de bank een kredietlimiet toekent op de lopende rekening, zodat de rekeninghouder naar behoefte geld kan opnemen en terugstorten binnen die limiet;
- -
Rentecompensatiestelsel: Van rentecompensatie bij een bank is sprake als een debetsaldo op een bepaalde rekening wordt gecompenseerd door een creditsaldo op een andere rekening van die klant zodat er minder/geen debetrente hoeft te worden betaald.
- -
Renterisico : Het risico op (toekomstige) ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen van leningen of uitzettingen met een looptijd van een jaar of langer;
- -
Renterisiconorm: De renterisiconorm staat vermeld in de wet Fido. Deze bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, niet meer mag bedragen dan een percentage van het begrotingstotaal;
- -
Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
- -
Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
- -
Schatkistbankieren: Het aanhouden van gelden bij het ministerie van Financiën;
- -
Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;
- -
Tussenpersoon/bemiddelaar: Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken of uitzetten van middelen op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair of geldmakelaar genoemd;
- -
Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
- -
Valutarisico: Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van het hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment.
Noot
1De subsidietitel (artikel 4:21 Algemene wet bestuursrecht) is van toepassing op subsidies waarbij niet daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld als de overheid rente en aflossing van een door een bank aan een derde verstrekt krediet garandeert. Een dergelijke subsidieverhouding eindigt als de derde zijn verplichtingen nakomt, zonder dat er daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd.
Een garantie is in de systematiek van de subsidietitel een subsidieverlening onder de opschortende voorwaarde dat zich een onzekere gebeurtenis voordoet. Kredietverlening door de overheid valt in het beginsel onder de aanspraak op financiële middelen (MvT bij derde tranche Awb, Kamerstukken II 1993/94, 23700, 3, p. 32).
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl