Beleidsregel vestiging energie-verkooppunten

Geldend van 20-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel vestiging energie-verkooppunten

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel houdende nadere regels omtrent de afweging om ten behoeve van de vestiging van energie-verkooppunten al dan niet gebruik te maken van de mogelijkheden van de Omgevings-wet in H5 (afwijken van het Omgevingsplan) en H6 (wijzigen van het Omgevingsplan).

ARTIKEL 1: BEGRIPSOMSCHRIJVING

In deze beleidsregels wordt verstaan onder een energie-verkooppunt (evp) een plek waar duurzame of fossiele brandstoffen worden verkocht, zoals een energy-hub, (vrachtwagen)laadplein of tankstation.

ARTIKEL 2: AANLEIDING

Er zijn meerdere initiatieven op het gebied van evp’s aan de gemeente Tiel voorgelegd. Het omgevingsplan van Tiel biedt echter (vrijwel) nergens ruimte aan vestiging van een evp. Er is daarom een groeiende behoefte aan duidelijkheid over wat we in onze gemeente van plan zijn met evp's (of en waar ze in de nabije toekomst eventueel mogen worden gevestigd). In deze beleidsregel worden handvatten geformuleerd voor de beoordeling van en besluitvorming over ruimtelijke initiatieven voor evp’s.

ARTIKEL 3: DUIDELIJKHEID EN CONSISTENTIE

Het bevoegd gezag (het college) moet beoordelen of de gevraagde vestiging van een evp aanvaardbaar is. Dit besluit moet goed onderbouwd zijn, ook bij een weigering. Als motivering kan/zal verwezen worden naar deze beleidsregel, waarin duidelijkheid wordt gecreëerd over wat het beleid is. Tegelijkertijd wordt daarmee voorkomen, dat iedere aanvraag individueel wordt gemotiveerd, met het risico op willekeur.

Door het vaststellen van voorliggende beleidsregel zorgt het college van Tiel voor stelselmatigheid en consistentie in de uitoefening van de bevoegdheid om (al dan niet) af te wijken van het Omgevingsplan of (de raad voor te stellen) het te wijzigen ten behoeve van vestiging van een evp. Het college handelt in beginsel overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (art. 4:84 Awb1).

ARTIKEL 4: LOKAAL BELANG

  • Energietransitie en netcongestie: Tiel verleent geen medewerking aan initiatieven die volgens de netbeheerder een negatieve impact hebben op de beschikbare netcapaciteit, totdat de netcongestie onder controle is2, tenzij de initiatiefnemer aantoont dat een autonome energievoorziening wordt gerealiseerd.

  • Mobiliteit: De huidige verdeling van evp’s en het gewenste voorzieningenniveau zijn relevant (zie bijlage). Voor potentiële locaties in Wadenoijen en omgeving is het project Westelijke Ontsluiting kaderstellend.

  • Ruimtelijke ordening: In het buitengebied is toename van bebouwing in het algemeen ongewenst, dus ook voor evp’s. Bij afwijken van deze hoofdlijn speelt ruimtelijke inpassing een belangrijke rol.

  • Milieu en externe veiligheid: Naast het omgevingsplan is de regelgeving opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving, de Bruidsschat en in het Externe Veiligheidsbeleid (LPG). Nieuwe LPG-tankstations zijn niet in woon- en kantoor-gebieden toegestaan, maar wel in het buitengebied (als aan de ambities voor nieuwe situaties uit ons EV beleid wordt voldaan; nee, tenzij). Energieopslagsystemen moeten voldoen aan de PSG 37-1. Binnen de plaatsgebonden risicocontouren (PR) zijn geen (zeer) kwetsbare bestemmingen toegestaan. Binnen de aandachtsgebieden externe veiligheid moet aan de ambities voor nieuwe situaties uit ons EV beleid wordt voldaan.

ARTIKEL 5: BOVENLOKAAL BELANG

Bij de beoordeling van initiatieven wordt ook gekeken naar:

  • De provinciale Omgevingsverordening. De Provincie Gelderland heeft een restrictieve houding ten aanzien van stedelijke activiteiten in het agrarisch of buitengebied.

  • De strategie Clean Energy Hubs voor goederenvervoer. Een aantal provincies in de Goederenvervoercorridor (routes van Rotterdamse Haven naar Duitsland), het Rijk en het havenbedrijf Rotterdam ontwikkelen samen een strategie om verduurzaming van zwaar goederenvervoer mogelijk te maken via zogenaamde Clean Energy Hubs (CEH). Dat is een tank-, laad- of bunkerstation, dat in minimaal twee alternatieve, duurzame energiebronnen voorziet en vooral gericht is op zwaar goederenvervoer. De Hub kan ook gericht zijn op andere faciliteiten, zoals openbaar vervoer, horeca, truckparking of vergaderruimtes.

  • Het CEH-programma is op zijn beurt onderdeel van het programma Goederen-vervoercorridors. In dat kader heeft het college van Tiel op 01-04-2025 besloten (nr. A.7) om met het daartoe opgestelde Knooppuntenplan Tiel/Rivierenland in overleg te gaan met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, voor het opstellen van een pakket aan maatregelen om het knooppunt Tiel/Rivierenland binnen de Goederenvervoercorridor Oost en Zuidoost te versterken. Onderdeel van dat pakket is het stimuleren van de ontwikkeling van Clean Energy Hubs. Dat wil de gemeente Tiel de komende jaren activeren via het ophalen van lopende verkenningen en initiatieven in de regio, door het verkennen of en hoe diverse opgehaalde initiatieven binnen dit realisatiepact passen en door middel van het initiëren van haalbaarheidsonderzoek.

ARTIKEL 6: FOSSIELE BRANDSTOFVERKOOP

Tiel heeft een adequaat voorzieningenniveau, er zijn momenteel voldoende reguliere fossiele brandstofverkooppunten (bvp) in Tiel. Er is geen behoefte aan meer bvp’s met fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG, zie bijlage). Tiel verleent daarom in principe geen medewerking aan dit soort initiatieven.

ARTIKEL 7: DUURZAME BRANDSTOFVERKOOP

Tankstations met duurzame brandstoffen leveren een bijdrage aan verduurzaming en de gemeente is in principe bereid om (op termijn) initiatieven af te wegen aan de intake- en omgevingstafel. Op dit moment werkt Tiel echter niet mee aan nieuwe initiatieven, omdat eerst duidelijkheid moet worden verkregen over netcongestie, CEH-ontwikkelingen en het project Westelijke Ontsluiting (zie ook artikel 9: termijn).

ARTIKEL 8: OVERWEGINGEN

  • 1. De specifieke behoefte aan (vrachtwagen)laadpleinen is momenteel (nog) niet urgent, maar kan in de komende vijf à tien jaar wel toenemen, met name door landelijk ontwikkelingen. Daarom wordt in de afwegingen ruimte gelaten voor de (nabije) toekomst, wanneer deze ontwikkelingen zich gaan ontvouwen, zoals:

    • 1.1.

      Toename van het aantal zero-emissie-zones met uitfasering van toelating van fossiele voertuigen.

    • 1.2.

      Het in 2035 verwachte omslagpunt voor investering in fossiele versus elektrische vrachtwagens. Beschikbaarheid van laadinfra wordt daarmee langzaam een bouwsteen voor het ondernemersklimaat van Tiel (en de regio) in brede zin.

    • 1.3.

      Resultaten en conclusies van locatie-verkenningen in/rond Tiel in het kader van het CEH-programma.

  • 2. De lokale behoefte is adequaat afgedekt:

    • 2.1.

      De behoefte is gelokaliseerd op onze bedrijventerreinen.

    • 2.2.

      In 2025 is op bedrijventerrein Kellen een evp in voorbereiding/uitvoering genomen. Uitgangspunt is, dat dat voorlopig voldoende is.

    • 2.3.

      Bij de evaluatie van deze beleidsregel wordt de behoefte aan evp's opnieuw bekeken.

  • 3. Initiatieven mogen niet extra bijdragen aan netcongestie-problemen. Koppeling aan energieopwekking wordt meegewogen in de beoordeling.

ARTIKEL 9: TERMIJN

Deze beleidsregel treedt in werking na publicatie. Na een periode van vijf jaar wordt de beleidsregel geëvalueerd.

Ondertekening

Bijlage

afbeelding binnen de regeling


Noot
1

Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht regelt de inherente afwijkingsbevoegdheid bij beleidsregels, die inhoudt dat er van de regel mag worden afgeweken om onevenredige nadelen te voorkomen.

Noot
2

Tennet gaf in juni 2025 aan, dat, vanwege vertraagde oplevering van hoogspanningsnet-uitbreidingsprojecten, grootverbruikers van elektriciteit en de grotere producenten van wind- en zonnestroom langer moeten wachten op een nieuwe of zwaardere aansluiting. Dit wordt 2033 of bij meer tegenslag 2035.