Beleidsregels Compensatie Alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027

Geldend van 22-07-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels Compensatie Alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027

Besluit van het Dagelijks Bestuur van Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden tot vaststelling

van beleidsregels voor de uitvoering van de artikelen 1 t/m 7 van de ‘Beleidsregels Compensatie

Alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027 van Gemeenschappelijke Regeling de

Bevelanden’.

Het dagelijks Bestuur van Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden;

gelezen het voorstel van de afdeling Werk, Inkomen en Zorg met nummer Z25.228458;

overwegende dat:

-het wenselijk is aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en

- daartoe beleidsregels wenst vast te stellen;

gelet op:

- artikel 78gg Participatiewet

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

“Beleidsregels Compensatie Alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027 van

Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden”.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Alleenverdiener: In deze beleidsregels wordt verstaan onder Alleenverdiener: het huishouden dat:

  • a.

    een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

  • b.

    vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;

  • c.

    een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.

    - Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.

    - Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet.

Ondertekening

Hoofdstuk 2: Toegang Artikel 2 Ambtshalve toekenning

2.1 Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe

2.2 Ambtshalve toekennen over 2025 (fase 2) over de reeds bekende huishoudens in 2023 en/of 2024 (fase 1). Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

  • a.

    het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

  • b.

    voor 2025 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

  • c.

    op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

  • d.

    er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en

  • e.

    de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

2.3 Ambtshalve toekennen over 2026 en/of 2027 voor bekende huishoudens waar het vermoeden bestaat dat zij recht hebben op grond van eerdere toekenning. Het college kent de vaste tegemoetkoming over de jaren 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

  • a.

    het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;

  • b.

    voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet;

  • c.

    op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;

  • d.

    er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten en

  • e.

    de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

Artikel 3 Aanvraag zelfmelder

4.1 Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

4.2 De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college.

4.3 Het college beoordeelt of de aanvrager, als bedoeld in artikel 1.1, alleenverdiener is.

4.4 Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

4.5 Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.

4.6 Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

4.7 Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college​ rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

4.8 Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

4.9 Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

4.10 De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.​

Hoofdstuk 3: Toekenning en verstrekking Artikel 4 Toekenning

Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag​.

Artikel 5 Verstrekking

Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer over het betreffende kalenderjaar. De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen Artikel 6 Ingangsdatum

Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025 en

gelden tot en met 31 december 2028.

Artikel 7 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Compensatie

Alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027 van Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking de Bevelanden.

Vastgesteld op

Namens het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking de Bevelanden

Namens deze,

Dhr. R. Nagtzaam De (interim) Directeur

21 juli 2025