Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755383
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755383/1
Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn 2026
Geldend van 16-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn 2026De raad van de gemeente Baarn, gelezen het voorstel van het college van 14 oktober 2025, nr. 1387492;
gelet op artikel 32 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening: BEHEERSVERORDENING NIEUWE ALGEMENE BEGRAAFPLAATS BAARN 2026.
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- begraafplaats: Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn;
- particulier (kinder)graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten;
- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen:
- het doen begraven en begraven houden van stilgeboren geboren kinderen, alsmede van overleden kinderen tot 6 jaar
- algemeen graf: wordt per graflaag uitgegeven voor een periode van 10 jaar. Er is geen verlenging van grafrecht mogelijk. Het bestuursorgaan bepaalt wie in het graf wordt begraven. Het graf blijft op naam staan van de gemeente;
- urnengraf: een graf, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon, tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, met of zonder urnen, bevattende de as van overledenen. Een urnengraf wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar, waarna telkenmale een verlenging mogelijk is van een veelvoud van 5 jaar;
- urnennis: een nis, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon, tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, bevattende de as van een overledene. Een urnennis wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar, waarna telkenmale een verlenging mogelijk is van een veelvoud van 5 jaar;
- asbus: een bus ter berging van de as van een overledene. Op de bus worden de naam en de voorletters van de overledene, alsmede een registratienummer, vermeld;
- urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen;
- verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemde plaats waarop as wordt verstrooid;
- grafbedekking: gedenkteken en/of vaste- en winterharde beplanting op een graf of gedenkplaats;
- rechthebbende: de natuurlijke persoon óf rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf, urnengraf, of urnennis;
- belanghebbende: de natuurlijke óf rechtspersoon, aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel diegene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
- beheerder: de namens het college aangewezen functie die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;
- bestuursorgaan: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn;
- grafakte: de overeenkomst waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het bestuursorgaan een grafrecht is overeengekomen;
- grafrecht: recht op een plek op een begraafplaats voor een bepaalde periode. De rechthebbende betaalt hiervoor grafrechten aan de gemeente.
- uitvoeringsregels grafbedekkingen: In de uitvoeringsregels wordt beschreven aan welke vereisten een grafbedekking of de afdekplaat voor een urnennis moet voldoen.
- wettelijke grafrusttermijn: volgens de Wet op de Lijkbezorging geldt een grafrusttermijn van tien jaar vanaf de begraafdatum van de laatste persoon begraven in het graf. Met andere woorden; binnen 10 jaar nadat de laatste persoon begraven is in een graf, moet dat graf met rust gelaten worden.
- natuurlijk graf: een particulier graf in een daartoe door het college aangewezen gebied met een natuurlijke uitstraling, waarvoor specifieke voorschriften gelden ten aanzien van grafbedekking en materialen
- urnament: een bovengronds gedenkteken van keramiek of ander duurzaam materiaal, bestemd voor de bijzetting van één of meerdere asbussen
- herdenkingsmonument: een centraal monument opgericht door de gemeente ter nagedachtenis aan overledenen wier graf is geruimd, of wier as is verstrooid
Artikel 2 Uitbreiding begrippen
Voor zover in of krachtens deze verordening wordt gesproken van 'particulier graf' wordt daaronder mede verstaan: particulier kindergraf, particulier urnengraf, particuliere urnennis en particulier natuurlijk graf.
Artikel 3 Beheer(der)
Het beheer van de begraafplaatsen wordt gevoerd onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Onder toezicht van het bestuursorgaan worden één of meer daartoe aangewezen personen belast met:
- het dagelijks beheer van de begraafplaats;
- het voeren van de administratie die betrekking heeft op de begraafplaats;
- het onderhoud en dagelijkse werkzaamheden van de begraafplaats;
- het delven, openen en sluiten van graven.
Hoofdstuk 2 OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS
Artikel 4 Openstelling begraafplaats
De begraafplaats is dagelijks voor eenieder toegankelijk. Het college maakt de tijden openbaar bekend middels vermelding op de website en een bord bij het toegangshek
- Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de begraafplaats tijdelijk worden gesloten.
- Het is verboden voor eenieder om zich zonder expliciete toestemming daartoe buiten toegangstijden op de begraafplaats te bevinden.
Artikel 5 Ordemaatregelen
- 1.
Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
2. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
- Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden zonder toestemming van de beheerder. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.
- Het maken van foto’s of filmbeelden op de begraafplaats voor commerciële doeleinden is niet toegestaan. Het fotograferen en/of filmen van een monument kan uitsluitend plaatsvinden, indien de rechthebbende van het graf daarvoor toestemming heeft gegeven, tenzij de foto gemaakt wordt door een medewerker/vertegenwoordiger van de gemeente Baarn ten behoeve van haar begraafplaatsadministratie.
Artikel 6 Plechtigheden
1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste drie werkdagen tevoren zijn aangemeld bij de beheerder via de daartoe geëigende communicatiekanalen.
2. Datum en tijdstip van een plechtigheid en de wijze waarop deze plaatsvindt wordt in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.
Artikel 7 Gebouwen en muziekinstallatie
1. Het gebruik van de aula alsmede de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd. Voor tijden van begraven en asbezorging zie hoofdstuk 2, artikel 8.
2. De ruimte en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende, een per keer vooraf te bepalen tijdsduur, ter beschikking van de aanvrager. De muziekinstallatie wordt bediend door de gebruikers van de aula.
Artikel 8 Tijden van begraven en asbezorging
De tijden van begraven en het bezorgen van as zijn:
a) In de periode vanaf 1 april tot en met 31 oktober: op werkdagen van 9.00 tot 15.30 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur;
b) In de periode van 1 november tot en met 31 maart: op werkdagen van 9.00 tot 14.30 uur en op zaterdag van 9.00 tot 12.00 uur.
c) Voor begraven en asbezorging op zaterdag worden extra kosten gerekend.
d) Het college kan in bijzondere gevallen van de in het eerste lid genoemde tijden afwijken.
Hoofdstuk 3 Indeling begraafplaats en onderscheid graven
Artikel 9
Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:
- algemene graven;
- particuliere (kinder)graven;
- urnengraven;
- urnennissen.
Op de begraafplaats te Baarn wordt de mogelijkheid geboden tot het verstrooien van as.
Artikel 10
1. Op het moment van uitgifte van een graf worden de grafrechten in rekening gebracht.
2. Het bestuursorgaan behoudt zich het recht voor de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de urnenmuren, de gravenvelden en het onderscheid in graven vast te stellen en te wijzigen.
Artikel 11 Termijnen van uitgifte en verlenging
1. Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Het bestuursorgaan bepaalt wie in welk graf begraven wordt. Zij behoudt in juridische zin de beschikking over het graf. In een algemeen graf worden maximaal twee stoffelijke overschotten begraven. Op het graf kan een gedenktegel worden geplaatst.
2. Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van 15 of 30 jaar. Deze termijn start op de datum waarop het graf wordt uitgegeven. Deze termijn kan telkens met een veelvoud van 5 jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de lopende termijn, maar niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van die termijn, wordt ingediend. In een nieuw uit te geven graf worden maximaal 2 stoffelijke overschotten begraven en kunnen maximaal 3 urnen worden bijgeplaatst. In graven die eerder uitgegeven zijn voor de begraving van 3 stoffelijke overschotten blijft dit zo, tot het graf na afstand opnieuw wordt uitgegeven.
3. In een urnengraf kunnen maximaal vier asbussen geplaatst worden. Dit wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar, waarna telkenmale en verlenging mogelijk is voor een periode van een veelvoud van 5 jaar.
4. In een urnennis kunnen maximaal twee asbussen geplaatst worden. Een nis dient afgedekt te worden met een zogenaamde “afdekplaat”, die moet voldoen aan de vereisten zoals genoemd in “de uitvoeringsregels grafbedekkingen”. Een urnennis wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar en kan daarna telkenmale voor een periode van een veelvoud van 5 jaar worden verlengd.
5. Een uitsluitend recht op een particulier (kinder)graf, urnengraf of urnennis geeft de rechthebbende de zeggenschap over wie in dat graf wordt begraven, respectievelijk wie in die nis wordt bijgezet, onder voorwaarden en beperkingen van deze verordening.
6. Een recht als in bovenstaand lid bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend.
7. Het in lid 5. bedoelde uitsluitend grafrecht, wordt door het bestuursorgaan schriftelijk bevestigd door middel van een grafakte.
Artikel 12
Het bestuursorgaan kan aan de rechthebbende op een particulier graf toestemming verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder, overeenkomstig de door hen op te stellen voorwaarden.
Hoofdstuk 4 Vereisten voor begraving of bijzetting
Artikel 13
1. De rechthebbende of belanghebbende die wil doen begraven, een asbus wil doen bijzetten of wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk zes werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, uiterlijk om 12.00 uur schriftelijk (digitaal) kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag gelden niet als werkdag.
2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier (kinder)graf zal plaatsvinden, dient een verklaring van de rechthebbende te worden overlegd óf, indien deze is overleden, door één van de in artikel 18, tweede lid, bedoelde personen.
3. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving daarvan zo tijdig mogelijk worden gedaan.
4. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraven of een ander wettelijk daarmee gelijkgestelde document te worden overlegd.
5. Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven, dient behalve het in het vierde lid bedoelde verlof óf document, ook het in het derde lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd.
Artikel 14
1. Daadwerkelijke begraving of bijzetting van een asbus mag slechts geschieden, indien van tevoren respectievelijk het verlof tot begraven of de crematieverklaring is overlegd aan de beheerder.
2. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan, in afwijking van artikel 11 lid 2 en met inachtneming van de wettelijke grafrusttermijn, alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaar.
Artikel 15
1. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 door de beheerder.
2. Tot de begraving of de bijzetting wordt alleen overgegaan nadat:
a. De beheerder heeft geconstateerd dat aan de opgenomen vereisten is voldaan en hiervoor opdracht heeft verleend;
- Bij begraving van een stoffelijk overschot, de identiteit van het stoffelijke overschot is vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene, dan wel de geslachtsnaam van het stilgeboren geboren kind bevat.
3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door medewerkers van de begraafplaats. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
Artikel 16
1. Rechthebbenden of belanghebbenden leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit.
2. Uitvaartondernemers zijn, in naam van rechthebbenden of belanghebbenden, verplicht bij het verzoek van begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven,
alsook afwijkende maten van de kist (standaardmaten zijn: lengte 2.05 m en breedte 65cm).
Hoofdstuk 5 Tarieven
Artikel 17
1. De toegepaste tarieven voor de rechten voor de uitgifte van (kinder)graven en urnennissen / -graven, rechten voor het begraven, opgraven en herbegraven, rechten voor bijzetten en bijgezet houden van asbussen en verstrooiing van as, rechten voor het onderhoud van graven en overige rechten, worden jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad en openbaar gemaakt in de tarievenlijst behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van de begraafplaatsrechten.
2. Daarbij wordt tevens aangegeven, wanneer of binnen welke termijn de betreffende kosten voldaan moeten zijn. Hierop is van toepassing de afspraken geldend voor de inning van gemeentelijke belastingen.
3. De vastgestelde tarieven worden in rekening gebracht, ongeacht welke handelingen men zelf uitvoert ter zake het (urnen-)graf, de urnennis of de asverstrooing.
Hoofdstuk 6 Overgang grafrecht en verlenging grafrecht
Artikel 18
1. Een recht op een particulier (kinder)graf, urnengraf of urnennis kan worden overgedragen, door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
2. Het bestuursorgaan is niet aansprakelijk indien de (persoons-)gegevens van de (nieuwe) rechthebbende foutief doorgegeven worden via de uitvaartondernemer en als zodanig verwerkt.
3. Na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende kan het grafrecht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na overlijden van de rechthebbende of belanghebbende. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
4. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het bestuursorgaan bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren.
5. Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kan het bestuursorgaan het grafrecht alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier (kinder)graf, urnengraf óf urnennis dat inmiddels is geruimd. De nieuwe rechthebbende is in een dergelijk geval opnieuw uitgiftekosten verschuldigd.
6. Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde administratiekosten verschuldigd, dus ongeacht de mate van bloedverwantschap.
7. Het voor bepaalde tijd verleende recht kan telkens met een veelvoud van 5 jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het strijken van de lopende termijn, maar niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van die termijn, wordt ingediend;
8. Indien de rechthebbende van een urnennis, een urnengraf óf een particulier (kinder)graf met daarin een asbus, de uitgiftetermijn niet wenst te verlengen, dan dient de rechthebbende de urn(nen) (op afspraak) af te halen op de begraafplaats, binnen twee weken nadat de termijn is verlopen. Indien de rechthebbende hier geen uitvoering aan geeft c.q. niets van zich laat horen, dan mag aangenomen worden dat hij/zij afstand doet van de urn(nen). De beheerder is vervolgens gerechtigd de as te (laten) verstrooien.
- De jaarlijkse rechten van onderhoud, bij graven van voor 1 juli 2013, worden door de gemeente Baarn uitgefaseerd. Zodra er een bijzetting plaatsvindt in een bestaand graf, in geval van verlenging van het grafrecht óf bij overschrijving van het grafrecht wordt "Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn 2026" van kracht en wordt het onderhoud vooraf afgekocht.
Hoofdstuk 7 Einde grafrechten
Artikel 19
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van het bestuursorgaan, van het recht op het (urnen-)graf of de urnennis. Van de ontvangst van een zodanige verklaring doet het bestuursorgaan mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 20
1. De grafrechten vervallen:
a. Door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;
b. Indien de rechthebbende afstand doet van het recht;
c. Indien de begraafplaats wordt opgeheven.
2. Het bestuursorgaan kan de grafrechten vervallen verklaren:
a. Indien de betaling van het gebruiksrecht en/of de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;
b. Indien de rechthebbende of belanghebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt (bijvoorbeeld verwaarlozing van het graf);
c. Indien de rechthebbende of belanghebbende van een (kinder)graf of urnennis/ -graf is overleden en het recht niet binnen een jaar na overlijden is overgeschreven.
3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, tweede lid onderdelen b en c vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.
4. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken, beplanting of andere voorwerpen kunnen gedurende één maand voor het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende of belanghebbende van het graf worden verwijderd, nadat de beheerder daarover is ingelicht. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen aanspraken op deze zaken meer maken.
Hoofdstuk 8 Gedenktekens, grafbeplanting en onderhoud
Artikel 21
1. Het plaatsen of verwijderen van grafbedekking, een afdekplaat geschiedt alleen met toestemming van het bestuursorgaan. Deze aanvraag verloopt via website van de gemeente.
- Behoudens de gevallen genoemd in het tweede lid, is voor het hebben van een grafbedekking een schriftelijke vergunning nodig van het college.
- De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
- Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.
Het college kan de vergunning weigeren indien:
- Niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;
- De grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
- De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
- De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
2. Voor het hebben van een grafbedekking is geen vergunning nodig als bedoeld in het eerste lid, indien:
- Bij een particulier graf de grafbedekking bestaat uit:
- Staand monument waarvan de hoogte niet meer dan 90 cm bedraagt en die de breedte de grafmaat niet overschrijdt, al dan niet in combinatie met een omranding, een set banden of een rand van blokken of stenen, die eveneens de grafmaat niet overschrijdt;
- Bij een particulier urnengraf de grafbedekking bestaat uit een liggende steen die de grafmaat niet overschrijdt, dan wel een urnentegel waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 50 x 50 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;
- Bij een particuliere urnennis de grafbedekking bestaat uit een urnentegel waarvan de lengte- en breedte maat niet meer dan 30 x 49 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;
- Op een graf uitsluitend beplanting aanwezig is.
3. In de gevallen waarin het tweede lid van toepassing is, maakt degene die tot plaatsing van een grafbedekking wil overgaan hiervoor een afspraak met de beheerder. Hierbij wordt aangegeven de aanduiding van het graf, het tijdstip van de aanvang en de duur van de werkzaamheden die nodig zijn in verband met de plaatsing van de grafbedekking, alsmede de naam van degene die de plaatsing uitvoert.
4. Omtrent de wijze van aanvraag van de toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of onderhoud van beplantingen stelt het bestuursorgaan de “algemene uitvoeringsregels grafbedekkingen” vast.
5. Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde regels.
6. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde toestemming weigeren indien:
- Niet voldaan is aan de door haar vastgestelde regels conform de algemene uitvoeringsregels grafbedekkingen;
- De grafbedekking afbreuk doet – ter beoordeling van de beheerder - aan het aanzien van de begraafplaats;
- De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
- De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
7. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of beplanting op algemene graven, particulieren graven en urnengraven geschiedt door of namens de rechthebbende of de belanghebbende.
8. Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of afsluitplaten, komen voor rekening en verantwoordelijkheid van de rechthebbende of de belanghebbende. Hieronder valt ook het herstel in geval van verzakking.
Artikel 22 Onderhoud
1. Het bestuursorgaan voorziet in het onderhouden van de begraafplaats.
2. Iedere rechthebbende van een particulier graf, urnengraf of urnennis en iedere belanghebbende bij een algemeen graf, is jaarlijks een verplicht bedrag verschuldigd voor onderhoud, ongeacht de werkzaamheden die de rechthebbende of belanghebbende zelf uitvoert op of rondom het graf. De tarieven worden jaarlijks opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad en vastgelegd in “de verordening op de heffing
3. De minimale onderhoudswerkzaamheden die door de begraafplaats wordt verricht bestaan uit; een jaarlijkse algenreiniging van het monument, snoeiwerkzaamheden, tweemaal per jaar het verwijderen van onkruid op het graf en het onderhoud van de paden.
Artikel 23
1. De rechthebbende of belanghebbende is verplicht het graf behoorlijk te onderhouden.
2. Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te (laten) herstellen, kan het bestuursorgaan de hiervoor in aanmerkingen komende voorwerpen, of zo nodig de gehele grafbedekking, doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende en vervalt daarna aan het bestuursorgaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht kan worden.
3. De verwijdering vindt niet eerder plaats, dan nadat de rechthebbende per brief is ingelicht (op het adres zoals bekend bij het bestuursorgaan), over de verwaarloosde toestand van de grafbedekking en er binnen de gestelde termijn geen actie is ondernomen door de rechthebbende. De oproeping geschiedt door een mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats indien het adres van de rechthebbende niet bekend is bij het bestuursorgaan. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
4. De in artikel 21 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende te zijn aangebracht. In verband met wortelopdruk is het niet toegestaan om op of bij het graf een boom of grote struik te planten.
6. Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbenden of belanghebbenden.
7. De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de – door welke omstandigheden dan ook – toegebrachte schade, op eerste aanschrijving - voor eigen rekening - te herstellen.
8. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument, kan het bestuursorgaan direct maatregelen treffen. De daarmee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de rechthebbende óf belanghebbende.
9. Beplanting en losse voorwerpen (zoals meubilair, vaasjes, kaarsjes), die zich buiten de afmetingen van het graf bevinden, worden van gemeentewege verwijderd.
10. Verwelkte bloemen, vergane kransen en andere ontsierende voorwerpen (zoals linten, siervazen en dergelijke voorwerpen), worden zonder voorafgaande mededeling aan de rechthebbende of belanghebbende van gemeentewege verwijderd.
11. In geval van ernstige verwaarlozing van een graf kan het bestuursorgaan besluiten om het grafrecht vervallen laten verklaren en het graf te laten ruimen. Dit is mogelijk, zodra het 10 jaar geleden is dat de laatste persoon in het graf is begraven.
Artikel 24
1. Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving of een bijzetting geschiedt voor rekening en risico van de rechthebbende of de belanghebbende. De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een daartoe erkend bedrijf. Of door medewerkers van de begraafplaats.
- Behoudens de gevallen genoemd in artikel 21, is voor het hebben van een grafbedekking een schriftelijke vergunning nodig van het college.
- De rechthebbende van een particulier (kinder)graf vraagt de vergunning voor een grafbedekking aan. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.
2. Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde toestemming weigeren indien:
- Niet voldaan is aan de door haar vastgestelde regels conform “de algemene uitvoeringsregels grafbedekkingen”;
- De grafbedekking afbreuk doet – ter beoordeling van de beheerder - aan het aanzien van de begraafplaats;
- De duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
- De constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
3. Voor het hebben van een grafbedekking is geen vergunning nodig als bedoeld in het eerste lid, indien:
- bij een particulier (kinder)graf de grafbedekking bestaat uit:
- bij een particulier graf de grafbedekking bestaat uit een staand monument waarvan de hoogte niet meer dan 90 cm bedraagt en die de breedte de grafmaat niet overschrijdt, al dan niet in combinatie met een omranding, een set banden of een rand van blokken of stenen begrepen, die eveneens de grafmaat niet overschrijdt
- bij een particulier urnengraf de grafbedekking bestaat uit een liggende steen die de grafmaat niet overschrijdt, dan wel een urnentegel waarvan de lengte- en breedtemaat niet meer dan 50 x 50 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;
- bij een particuliere urnennis de grafbedekking bestaat uit een urnentegel waarvan de lengte- en breedte maat niet meer dan 30 x 49 cm bedraagt en de dikte 2 cm is;
- op een graf uitsluitend beplanting aanwezig is. In verband met wortelopdruk is het niet toegestaan om op of bij het graf een boom of grote struik te planten.
4. Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen, dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting of voorwerpen door het bestuursorgaan – op kosten van het bestuursorgaan – tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.
Hoofdstuk 9 Ruimen van graven en urnen
Artikel 25
1. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van stoffelijk overschot(ten), worden begraven in een door het bestuursorgaan aangewezen gedeelte van de begraafplaats. In geval van ruiming van een urnennis, urnengraf óf particulier graf met een asbus, dient de rechthebbende de de asbus(sen) op te komen halen. Indien men aangeeft geen interesse meer te hebben in de asbussen óf men laat niets van zich horen, dan zal de as verstrooid worden op een door het bestuursorgaan aangewezen gedeelte van de begraafplaats.
2. Het bestuursorgaan kan de rechthebbende op een particulier graf toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde ruimte te doen plaatsen, dan wel opnieuw te doen begraven in een ander graf.
3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn het bestuursorgaan schriftelijk verzoeken bij de ruiming, de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving in een graf elders. Het voornemen van het bestuursorgaan om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, door middel van een aankondiging op het publicatiebord, ter kennis van de rechthebbende of belanghebbende gebracht. Tevens zal iedere belanghebbende, op zijn/haar thuisadres, zoals bekend bij de administratie, persoonlijk aangeschreven worden.
4. Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 3 zal niet eerder plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale wettelijke grafrusttermijn (10 jaar), van de laatst in gebruik genomen graflaag.
5. De rechthebbende van een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving of bijzetting elders of te doen verstrooien in geval van ruiming van een urnengraf.
Artikel 26
1. Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw begraven in een ander graf op de begraafplaats van stoffelijke resten, geschiedt uitsluitend door de daartoe door het bestuursorgaan aangewezen personen.
2. Het opgraven van stoffelijke overschotten en het ruimen van graven is slechts toegestaan, indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
Hoofdstuk 11 Historische graven en opvallende grafbedekking
Artikel 27
1. Het bestuursorgaan houdt bij welke graven van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2. Het bestuursorgaan houdt bij welke zogenaamde oorlogsgraven op de begraafplaatsen aanwezig zijn en rapporteert – via de consul – de toestand van de graven aan de oorlogsstichting.
3. Het bestuursorgaan beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die in het eerste lid bedoeld wordt.
Hoofdstuk 12 Klachten
Artikel 28
1. Ingezetenen en personen die in de gemeente een belang hebben, kunnen omtrent feitelijke handelingen of het nalaten van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaatsen bij het bestuursorgaan een klacht indienen via de website van de gemeente Baarn.
2. De klachtenprocedure van de Gemeente Baarn is van toepassing.
Hoofdstuk 13 Overige bepalingen
Artikel 29
Door vestiging van een nieuw grafrecht of nieuw gebruik van een grafruimte onderwerpt een rechthebbende of belanghebbende zich aan de bepalingen van deze verordening, zoals deze eventueel nader wordt gewijzigd of aangevuld en verplichten zij zich tot tijdige betaling van de daarop gebaseerde kosten.
Artikel 30
Een exemplaar van deze verordening wordt éénmalig, op verzoek aan de rechthebbende of belanghebbende, verstrekt.
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen
Artikel 31
In geval waarin deze verordening niet voorziet of in geval van verschil van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het bestuursorgaan.
Artikel 32
De verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen prevaleert boven de Verordening op de heffing en invordering van de begraafplaatsrechten, in geval van strijdigheid van bepalingen.
Artikel 33
1. Besluiten van het bestuursorgaan die genomen zijn krachtens de voorgaande (oude) verordeningen, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de voorgaande (oude) verordeningen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 34
1. Voor de overtreding van enig voorschrift, ingesteld bij of krachtens deze verordening, wordt eenieder gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2. Overtreding van enig voorschrift als bedoeld in het eerste lid, kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 35
1. Deze verordening kan worden aangehaald als Beheersverordening Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn 2026.
2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 26 november 2025
Namens deze,De griffier, de voorzitter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl