Regeling vervalt per 01-01-2029

Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Wijchen

Geldend van 15-01-2026 t/m 31-12-2028

Intitulé

Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Wijchen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen,

gelet op de artikelen 3, 14, en 15 van de Algemene subsidieverordening Wijchen 2018;

besluit vast te stellen:

de Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Wijchen

Artikel 1. Definities

In aanvulling op de begripsomschrijvingen in de Algemene subsidieverordening Wijchen 2018, en verordeningen die daarvoor in de plaats treden, wordt in deze subsidieregeling verstaan onder:

  • a)

    aanvraag: een verzoek om subsidieverlening dat is ingediend door of namens een aanvrager, voorzien van de bij of krachtens deze regeling voorgeschreven gegevens en bescheiden;

  • b)

    appartementsrecht: appartementsrecht als bedoeld in artikel 106, vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

  • c)

    bestaande woning: een bewoonbare woning die al dan niet onderdeel is van een VvE, wooncoöperatie of woonvereniging en die is opgeleverd aan de eigenaar-bewoner vóór de aanvraag in het kader van onderhavige subsidieregeling is ingediend en is gelegen in de gemeente Wijchen;

  • d)

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie;

  • e)

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen;

  • f)

    doe-het-zelver: eigenaar-bewoner die één of meer energiebesparende isolatiemaatregelen eventueel in combinatie met een energiezuinige ventilatiemaatregel uitvoert of laat uitvoeren zonder tussenkomst van een bouwbedrijf;

  • g)

    eDNA: een door het Rijk erkende methode om te aan te tonen of er soorten in het gebouw aanwezig zijn.

  • h)

    eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die:

    • a.

      een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;

    • b.

      gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben;

    • c.

      zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of

    • d.

      op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;

  • i)

    energielabel: energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • j)

    energiebesparende isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van deze beleidsregel;

  • k)

    energiezuinige ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b van deze beleidsregel;

  • l)

    GVvE: gemengde vereniging van eigenaars, zijnde een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich naast één of meer verhurende eigenaars ten minste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt.

  • m)

    ISDE: investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing als bedoeld in titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies;

  • n)

    monument: een onroerende zaak met woonbestemming die is ingeschreven in het rijksmonumentenregister op grond van de Erfgoedwet, of die is aangewezen als gemeentelijk monument op grond van de Erfgoedverordening Wijchen 2023 of verordeningen die daarvoor in plaats treden.

  • o)

    Rd-waarde: warmteweerstand van het isolatiemateriaal, uitgedrukt in m2 K/W;

  • p)

    slecht geïsoleerde woning: woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen, gelet op de criteria uit bijlage 1, niet of slecht geïsoleerd zijn:

    • de vloer en de bodem;

    • de gevel, waaronder de spouwmuur;

    • het dak en de zoldervloer en vlieringvloer;

    • de ramen, panelen in kozijnen en deuren,

  • daaronder begrepen een woning die deel uitmaakt van een slecht geïsoleerd gebouw waarvoor een (gemengde) vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bestaat en die grenst aan een slecht geïsoleerd bouwdeel waarvoor een maatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, wordt getroffen;

  • q)

    (pre) Soorten Management Plan: een gedetailleerd plan dat is ontworpen om specifieke diersoorten in een bepaald gebied te beschermen en hun leefomgeving te verbeteren.

  • r)

    SVVE: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars;

  • s)

    Akte van splitsing: een notariële akte volgens art. 5:111 BW waarin het gebouw en de daarbij behorende grond gesplitst is in een aantal appartementsrechten;

  • t)

    U-waarde: warmtegeleiding van glas, uitgedrukt in W/m2;

  • u)

    Verordening: Algemene subsidieverordening Wijchen 2018 en verordeningen die daarvoor in de plaats treden;

  • v)

    VvE: vereniging van de eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ten behoeve van één of meerdere gebouwen waarin zich uitsluitend woningen van eigenaar-bewoners bevinden;

  • w)

    wooncoöperatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 18a, van de Woningwet;

  • x)

    woonvereniging: vereniging die eigenaar is van één of meer gebouwen en waarvan de leden het recht hebben om in een bepaalde woning die onderdeel uitmaakt van dat gebouw of die gebouwen te wonen.

Artikel 2. Doelgroep van de subsidie

  • 1. Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaar-bewoners, VvE’s en GVvE’s, met een slecht geïsoleerde woning of slecht geïsoleerde woningen op het grondgebied van de gemeente Wijchen met:

    • a.

      een bouwjaar van vóór 1992, en

    • b.

      met een WOZ-waarde van maximaal 477.000 euro op 1 januari 2024.

  • 2. De in het eerste lid genoemde maximale WOZ-waarde is niet van toepassing op maximaal 10% van de van een VvE of GVvE deel uitmakende woningen.

  • 3. De in het eerste lid genoemde maximale WOZ-waarde is niet van toepassing op monumenten.

Artikel 3. Staatssteun

Bij verstrekking van een subsidie aan een GVvE wordt toepassing gegeven aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).

Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Een subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een op of na de datum van inwerkingtreding van deze regeling uitgevoerde:

    • a.

      energiebesparende isolatiemaatregel die voldoet aan de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen zoals omschreven in de ISDE. Voor VvE’s en GVvE’s gelden de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen zoals omschreven in de SVVE. Voor monumenten gelden de voorwaarden voor isolatie van de ISDE voor monumenteneigenaren.

    • b.

      energiebesparende isolatiemaatregel indien deze bedrijfsmatig wordt uitgevoerd en onder de wetgeving op natuurbescherming valt. In dat geval mag deze alleen uitgevoerd worden wanneer dit volgens de landelijke methode natuurvriendelijk isoleren wordt gedaan door een daarvoor gecertificeerd bedrijf wanneer:

      • I.

        er op basis van een (pre-)Soorten Management Plan ontheffing is verleend voor het gebied waar de woning zich bevindt; of

      • II.

        er aangetoond wordt via een door het Rijk erkende methode dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn, bijvoorbeeld middels de methode eDNA of ecologisch onderzoek.

    • c.

      energiezuinige ventilatiemaatregel die voor de eerste keer wordt aangelegd. Het gaat om een systeem voor een CO2 gestuurde ventilatie of een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%. Deze maatregel komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze wordt gecombineerd met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel uit onderdeel a.

  • 2. Het college kan van de in het eerste lid, onder a, bedoelde minimale m2 eisen afwijken als hier niet aan kan worden voldaan omdat het een zeer kleine woning betreft.

  • 3. Voor (G)VvE’s, wooncoöperaties en woonverenigingen wordt de subsidie alleen verstrekt voor die woningen die grenzen aan het te isoleren bouwdeel. Alle woningen die grenzen aan het te isoleren bouwdeel moeten tegelijk worden geïsoleerd.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de in redelijkheid gemaakte kosten inclusief btw in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een maatregel als bedoeld in artikel 4. Als de maatregel door een doe-het-zelver wordt uitgevoerd, dan tellen de gemaakte uren niet mee als kosten.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal de subsidiabele kosten na aftrek van reeds verleende of nog te ontvangen andere subsidies voor dezelfde maatregelen, met een maximum van € 1.600,- per bestaande woning. De totale som van alle voor de maatregel verstrekte subsidies mag de totale subsidiabele kosten niet overschrijden. Dit bedrag geldt per appartementsrecht in het geval van een VvE of GVvE, en per woning in het geval van een wooncoöperatie of woonvereniging. Het subsidiebedrag is maximaal € 1.600,- per bestaande woning.

Artikel 7. Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op de volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Als de aanvrager een incomplete aanvraag aanvult, dan geldt als ontvangstdatum de datum waarop de aanvullende informatie is ontvangen.

  • 3. Als het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van een aantal aanvragen met dezelfde ontvangstdatum, dan worden deze aanvragen door middel van een loting gerangschikt.

Artikel 8. Aanvraag

  • 1. Een aanvraag kan schriftelijk worden ingediend vanaf de dag van inwerkingtreding van deze subsidieregeling tot en met 31 december 2028. Een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd wordt, in afwijking van artikel 7, derde lid van de verordening, ingediend binnen 12 maanden na uitvoering van de maatregelen, maar uiterlijk 31 december 2028.

  • 2. De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 6 van de verordening, voorzien van:

    • a.

      het adres van de woning, of in geval van een VvE of GVvE de adressen van de woningen, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      een omschrijving van de te treffen maatregel(en), bedoeld in artikel 3, met een specificatie van de isolatiewaarde, het aantal m2 en hoe deze zullen worden uitgevoerd;

    • c.

      als het een energiebesparende isolatiemaatregel betreft die bedrijfsmatig wordt uitgevoerd en onder de wetgeving op natuurbescherming valt, een bewijs waaruit blijkt dat voorafgaand aan de te nemen of genomen maatregel zich geen beschermde diersoorten op de plek van de maatregel bevinden of bevonden;

    • d.

      een offerte of nota van de te nemen of genomen maatregelen;

    • e.

      een de-minimisverklaring dat de leden van een GVvE die geen eigenaar bewoner zijn niet meer subsidie ontvangen dan is toegestaan op grond van de de-minimisverordening; en

    • f.

      fotobewijs waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd, op het moment dat de aanvraag na realisatie wordt gedaan.

    • g.

      indien vereist: bewijs dat de benodigde vergunningen zijn verkregen voor de maatregel(en).

  • 3. In aanvulling op de vereisten uit lid 2 en in afwijking van artikel 6 van de verordening dienen de GVvE en VvE bij de aanvraag eveneens in te dienen:

    • a.

      een overzicht waaruit de eigendomssituatie van de betreffende appartementen blijkt;

    • b.

      (een) plattegrond(en) van het gebouw waarop aangeven staat welke appartementen grenzen aan het te isoleren bouwdeel;

    • c.

      een verslag van ledenvergadering waaruit blijkt dat de VvE goedkeuring verleend aan de voorgenomen installatie van de energiebesparende maatregel;

    • d.

      een document waaruit blijkt dat de aanvrager gemachtigd is om de aanvraag te doen.

  • 4. De aanvraag wordt ingediend op een door het college beschikbaar gesteld (digitaal) aanvraagformulier.

  • 5. In afwijking van lid 1 kan voor monumenten alleen subsidie worden aangevraagd voordat de maatregel is uitgevoerd.

Artikel 9. Subsidieverlening en beslistermijn

  • 1. Als de aanvraag wordt ingediend vóór uitvoering van de maatregel, dan wordt een subsidie verleend voor een periode van 9 maanden, maar uiterlijk tot en met 31 december 2028. In de verleningsbeschikking staan de aanvullende voorwaarden waaraan binnen die periode moet zijn voldaan.

  • 2. De subsidie kan gecombineerd worden met andere subsidies of leningen.

  • 3. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de verordening, kan het college de beslistermijn met maximaal vier weken verdagen. Zij doet hiervan voor afloop van de beslistermijn mededeling aan de aanvrager.

Artikel 10. Weigering, lagere vaststelling of intrekking

  • 1. De subsidie wordt, onverminderd artikel 9 van de verordening, geweigerd als:

    • a.

      niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling;

    • b.

      er niet wordt voldaan aan de in de verleningsbeschikking vermelde voorwaarden;

    • c.

      het maximale subsidiebedrag voor een woning is bereikt;

    • d.

      het subsidieplafond is bereikt;

    • e.

      voor dezelfde maatregel al eerder een subsidie is verstrekt op grond van deze subsidieregeling;

    • f.

      de aanvrager voor dezelfde woning op grond van een eerdere subsidieregeling voor de maatregelen genoemd in artikel 4 reeds het maximale subsidiebedrag van €1.600,- heeft ontvangen;

    • g.

      de maatregel niet is uitgevoerd vóór 1 januari 2029 of meer dan 12 maanden geleden is uitgevoerd;

    • h.

      er is gestart met uitvoering van de maatregel vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling; of

    • i.

      de maatregel verband houdt met het plaatsen van een aan- of uitbouw.

  • 2. De subsidie aan een GVvE wordt, in aanvulling op het eerste lid, geweigerd, lager of op nihil vastgesteld of ingetrokken als niet voldaan is aan de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).

  • 3. De subsidie aan een monumenteigenaar wordt, in aanvulling op het eerste lid, geweigerd, lager of op nihil vastgesteld of ingetrokken als niet aangetoond kan worden dat de aanvrager over de juiste vergunningen beschikt.

Artikel 11. Subsidievaststelling en beslistermijn

  • 1. In afwijking van artikel 12 en 13 van de verordening wordt de subsidie bij een subsidieaanvraag:

    • a.

      vóór uitvoering van de maatregel binnen 6 weken na een melding dat de maatregel is uitgevoerd of nadat de verleningstermijn is verstreken ambtshalve vastgesteld; of

    • b.

      na uitvoering van de maatregel gelijktijdig met de verlening, ambtshalve vastgesteld.

  • 2. De melding, bedoeld in lid 1 onderdeel a, dient vergezeld te zijn van betalingsbewijs of betalingsbewijzen en fotobewijs waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd.

Artikel 12. Uitbetaling

Het college betaalt de subsidie binnen 4 weken na de vaststelling aan de aanvrager of op verzoek van de aanvrager aan het bouwbedrijf uit.

Artikel 13. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt daags na publicatie in werking.

  • 2. Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2028.

  • 3. De subsidieregeling VWLE vervalt met ingang van de dag waarop deze subsidieregeling in werking treedt. Op subsidieaanvragen ingediend voor die datum, blijft de subsidieregeling VWLE van toepassing.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Wijchen.

Ondertekening

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Wijchen op 25 november 2025.

de burgemeester,

R.D. Helmer-Englebert

de secretaris,

J.M. Hendrix

Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning

Bouwdeel

Wanneer aanpakken?

Indicatie dikte of Rc of Ug-waarde

Dak

Hellend of plat dak

Geen, slechte en matige isolatie

Minder dan 9 cm aanwezig of een Rc ≤ 2,0

Zolder- of vlieringvloerisolatie

Geen zolder- of vlieringvloerisolatie aanwezig

Rc ≤ 0,5

Gevel

Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig

Rc ≤ 1,1

Vloer- of bodemisolatie

Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig

Minder dan 5 cm aanwezig, Rc ≤ 1,3

Glas

Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas

Ug waarde ≥ 1,6

Toelichting Model Subsidieregeling lokale aanpak isolatie

Algemeen

Deze regeling strekt ertoe een lokale subsidie mogelijk te maken om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma. Het betreft daarbij woningen van eigenaar-bewoners en woningen in (gemengde) verenigingen van eigenaars. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie sluiten aan bij de voorwaarden uit de “Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties” (hierna: SPUK-regeling), op grond waarvan de gemeente een specifieke uitkering heeft ontvangen. Dit houdt verband met de single information, single audit (SiSa) verantwoordingsplicht van de gemeente voor de op grond van die SPUK-regeling ontvangen specifieke uitkering.

Bij deze regeling zijn de staatssteunregels in acht genomen. Dit is van belang nu deze regeling voorziet in de mogelijkheid van subsidieverlening aan gemengde verenigingen van eigenaars (hierna: GVvE’s). Hier maken naast eigenaar-bewoners, ook verhuurders deel van uit. Die verhuurders zijn ondernemingen in Europeesrechtelijke zin (als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)). Dit betekent dat de Europese staatsteunregels van toepassing zijn. De regeling past daarmee binnen de voorwaarden van het Europees steunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).

Artikelsgewijs

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.

Artikel 1. Definities

Bouwbedrijf

Wil er sprake zijn van een bouwbedrijf als bedoeld in deze regeling dan zal het bedrijf als zodanig ingeschreven moeten zijn in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder de categorie Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw, Bouwinstallatie, Afwerking van gebouwen, Dakbouw en overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw of onder een vergelijkbare categorie. Inschrijving in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie in het handelsregister van een andere lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ook mogelijk.

Doe-het-zelver

De regeling spreekt van een doe-het-zelver als het de aanvrager zelf is die de maatregel uitvoert of laat uitvoeren door een ander die deze activiteit niet blijkens een inschrijving bij de Kamer van Koophandel bedrijfsmatig uitvoert (zie bouwbedrijf).

Eigenaar-bewoner

Iemand die eigenaar is van een woning of appartementsrecht en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben; wordt aangemerkt als eigenaar-bewoner. Dit geldt ook voor een lid van een wooncoöperatie of een woonvereniging, die op grond van zijn lidmaatschap het recht heeft om in een bepaalde woning te wonen en daar ook zelf zijn hoofdverblijf heeft, of na de renovatie zijn hoofdverblijf zal hebben (artikel 1, eerste lid, van de SPUK-regeling). Dit betekent dat iemand geen eigenaar-bewoner kan zijn van een tweede woning, omdat het slechts mogelijk is om op één plek hoofdverblijf te hebben (artikel 10, eerste lid, en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Voor een tweede woning wordt dan ook geen subsidie verleend.

ISDE

De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Eigenaar-bewoners kunnen de subsidie aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren).

Slecht geïsoleerde woning

Deze definitie is overgenomen uit de SPUK-regeling. Het zal veelal gaan om oudere woningen.

SVVE

De Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (hierna: SVVE) is een landelijke subsidie voor het verduurzamen van woningen. Een GVvE, vereniging van eigenaars (hierna: VvE), woonvereniging of wooncoöperatie kan de subsidie aanvragen bij de RVO. Meer informatie is te vinden op de website van de RVO (https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/svve).

Artikel 2. Doelgroep van de subsidie

Deze bepaling regelt welke doelgroepen voor subsidieverlening op grond van deze regeling in aanmerking komen. Deze doelgroep afbakening sluit aan op de SPUK-regeling.

De maximale WOZ-waarde komt overeen met de waarde genoemd in artikel 6, eerste lid, onder b, onder 2e van de SPUK-regeling.

Om te voorkomen dat binnen een VvE of GVvE discussies ontstaan omdat de waarde een beperkt deel van de woningen die deel uitmaken van het gebouw boven de maximale WOZ-waarde grens uitkomen, bevat het tweede lid een uitzondering voor deze situaties.

Artikel 3. Staatssteun

Via een GVvE wordt mede subsidie verleend aan verhuurders van woningen binnen de GVvE. Deze selectieve overdracht van staatsmiddelen aan verhuurders voldoet aan de criteria die gelden voor staatssteun, als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit is toegestaan omdat deze subsidieregeling toepassing geeft aan het staatssteunkader van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831).

Door opname van deze bepaling in de subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan artikel 4, tweede lid, van de verordening, dat verplicht tot opname van een verwijzing naar het Europees steunkader waar toepassing aan wordt gegeven.

Elders in deze regeling wordt hier invulling aan gegeven, door bij de aanvraag een de-minimisverklaring te verplichten (artikel 9, tweede lid) en het niet voldoen aan de uit de de-minimisverordening voortvloeiende eisen als grond voor weigering, lagere of nihil vaststelling of intrekkingsgrond op te nemen (artikel 11, tweede lid).

Artikel 4. Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen

De subsidieregeling is bedoeld als stimulans voor het realiseren van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen. Voor maatregelen die al eerder zijn uitgevoerd is die stimulans niet nodig. Deze komen dan ook niet (achteraf) voor subsidieverlening in aanmerking.

Om te kunnen spreken van een daadwerkelijke effectieve bijdrage aan de verduurzaming zijn, in overeenstemming met de SPUK- regeling, een aantal minimale eisen geformuleerd waaraan de maatregelen moeten voldoen. De opgenomen eisen zorgen er ook voor dat de gemeente de besteding van de specifieke uitkering op een juiste wijze kan verantwoorden. Doordat deze eisen overeenstemmen met de eisen uit titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies en de SVVE, kunnen aanvragers ook een beroep doen op deze subsidieregelingen. Om te bepalen of voldaan zal worden aan de gestelde eisen is het aan te bevelen om vooraf het isolatiemateriaal voor het betreffende bouwdeel of de glaskwaliteit te toetsen aan de hand van de meldcode lijsten van de ISDE (www.rvo.nl/isde).

Een aantal specifieke isolatiemaatregelen kunnen in conflict komen met de faunabescherming. Denk hierbij aan de gevolgen van het isoleren van de spouwmuur of het dak voor huismussen, gierzwaluwen of vleermuizen. Daarom geldt bij uitvoering van deze maatregelen de aanvullende eis om voor subsidie in aanmerking te komen dat er alles aan gedaan moet worden om verstoring te voorkomen. Hoewel de eisen zoals opgenomen in deze regeling gelden voor bedrijfsmatige isolatie geldt ook voor doe-het-zelvers dat zij moeten voldoen aan de wetgeving op natuurbescherming.

In het tweede lid is een uitzondering opgenomen op de minimum m2 oppervlakte eis voor zeer kleine woningen. Het gaat hierbij om woningen waarbij vanuit technisch oogpunt niet aan de minimum oppervlakte eis kan worden voldaan.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Niet alle kosten die verbonden kunnen worden aan het treffen van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen komen voor subsidieverlening in aanmerking. Alleen de kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de maatregel kunnen voor subsidieverlening in aanmerking komen. Dan gaat het om materiaalkosten en het door een bouwbedrijf in rekening gebrachte uurloon. Het moet bovendien gaan om redelijke kosten. Dat betekent dat de kosten marktconform moeten zijn. Kosten die niet direct verband houden met het treffen van de maatregelen, zoals kosten voor tijdelijke vervangende woonruimte, komen niet voor subsidieverlening in aanmerking. Dit geldt ook voor het uurloon van een doe-het-zelver.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

De subsidieregeling is bedoeld als stimulans. Vaak worden niet alle kosten die op grond van artikel 5 in aanmerking komen voor subsidieverlening ook gesubsidieerd. Het subsidiebedrag is gemaximeerd tot € 1600,-. Bij een VvE of GVvE is dit bedrag per appartementsrecht.

Artikel 7. Wijze van verdeling

Deze regeling beoogt op een effectieve en efficiënte manier bij te dragen aan de het Nationaal Isolatieprogramma. Daarbij is het van belang dat projecten die aan de gestelde criteria voldoen snel gesubsidieerd worden. Een aanvullende weging van aanvragen waarbij de beoogde maatregelen voldoen aan de criteria past niet bij deze uitgangspunten. Deze subsidieregeling kent daarom een verdeling systematiek van wie het eerst komt wie het eerst maalt.

In verband met het gehanteerde subsidieplafond geldt het moment dat de aanvraag daadwerkelijk compleet is ontvangen als het moment van ontvangst. In artikel 9 zijn eisen gesteld aan de compleetheid van de aanvraag. Dit artikel bepaalt welke informatie de aanvraag moet bevatten om te kunnen spreken van een complete aanvraag die beoordeeld kan worden. Dit betekent dat het aanvraagformulier volledig moet zijn ingevuld en voorzien moet zijn van alle noodzakelijke bijlagen. Zolang de stukken nog niet in het bezit van het college zijn, bijvoorbeeld omdat de post vertraagd is, zijn deze niet daadwerkelijk ontvangen.

Als er op een dag meer complete aanvragen zijn ontvangen dan waarvoor binnen het subsidieplafond subsidie beschikbaar is, dan wordt door loting een rangorde bepaald. De aanvraag met de hoogste rangorde wordt eerst gehonoreerd, net zo lang tot het moment dat de beschikbare subsidiegelden op zijn. De overige aanvragen worden (gedeeltelijk) afgewezen op grond van het bereiken van het subsidieplafond.

Artikel 8. Aanvraag

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode vanaf de datum waarop deze regeling in werking treedt tot en met 31 december 2028. Aanvragen die buiten deze periode worden ingediend komen niet voor subsidie in aanmerking en worden daarom afgewezen. Een aanvraag kan ook worden ingediend nadat de maatregelen al zijn uitgevoerd. Dit moet dan wel binnen 12 maanden na uitvoering van de maatregelen en uiterlijk 31 december 2028. Dit wijkt af van de in artikel 7, tweede lid, van de verordening opgenomen eis dat aanvragen moeten worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Om de aanvraag te kunnen beoordelen moeten de juiste gegevens volledig worden aangeleverd. Het artikel stelt daarom eisen aan de aanvraag. Deze eisen wijken (deels) af van de in artikel 6, van de verordening opgenomen eisen. Voor de overzichtelijkheid zijn alle eisen opgenomen in deze bepaling. De gegevens maken het ook mogelijk voor het college om te voldoen aan de uit de SPUK-regeling voortvloeiende verantwoordingseisen en de uit artikel 6, vierde lid, van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831) voortvloeiende vergewisplicht in relatie tot staatssteun.

Voor het doen van een aanvraag moet gebruik worden gemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier. Dit draagt bij aan het voorkomen van onvolledige aanvragen. Het maakt het beoordelen de ingediende aanvragen ook eenvoudiger, omdat ze allemaal met hetzelfde format worden ingediend.

Artikel 9. Subsidieverlening en beslistermijn

Als de aanvraag wordt ingediend voordat de te subsidiëren maatregelen zijn uitgevoerd wordt de subsidie voor een periode van negen maanden, maar uiterlijk tot en met 31 december 2028 verleend. De aanvrager heeft dan de tijd om de beoogde maatregelen, met gebruikmaking van de verleende subsidie, binnen deze periode uit te voeren. De termijn van negen maanden wordt hierbij als realistisch beschouwd. In verband met de op grond van de SPUK-regeling af te leggen verantwoording moeten de maatregelen ook voor 31 december 2028 zijn uitgevoerd. In de verleningsbeschikking worden aanvullende voorwaarden opgenomen over de manier waarop de aanvrager aan moet tonen dat hij de maatregelen ook uitgevoerd heeft. Zo kan er een voortgangsrapportage verlangd worden of foto’s van de realisatie van de maatregel. Na afloop van de termijn wordt de subsidie, op basis van de door de aanvrager aangeleverde informatie, vastgesteld. Op het moment dat niet (op tijd) aan de voorwaarden wordt voldaan wordt de subsidie op nihil vastgesteld (zie ook artikel 11).

Het tweede lid, bevat een van artikel 8, tweede lid, van de verordening afwijkende beslistermijn. Dit is omdat de aanpak kan leiden tot een plotselinge toename van aanvragen waardoor de gebruikelijke beslistermijn niet haalbaar is in alle gevallen.] Als de aanvraag niet compleet is, dan wordt er een mogelijkheid geboden om de aanvraag aan te vullen, waarbij deze beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan worden opgeschort. Wanneer het niet mogelijk is om het besluit binnen de termijn te nemen dan kan de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden verlengd, waarbij de aanvrager schriftelijk over deze verlening wordt geïnformeerd.

Artikel 10. Weigering, lagere vaststelling of intrekking

Eerste lid

De subsidieaanvraag wordt afgewezen als niet is voldaan aan de voorwaarden om voor subsidieverlening in aanmerking te komen. In de subsidieverleningsbeschikking kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van de verantwoording van de besteding (zoals het maken van foto’s of het rapporteren over de voortgang). Op het moment dat de aanvraag incompleet is kan de subsidieaanvraag, na een geboden hersteltermijn om de aanvraag alsnog compleet te maken, ook buiten behandeling worden gelaten (artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht).

Op het moment dat het subsidieplafond is bereikt wordt een aanvraag op deze grond afgewezen (zie de artikelen 7 en 8).

De subsidie voor een bepaalde maatregel wordt slechts eenmaal verstrekt.

De aanvraag en uitvoering moeten ook binnen het opgenomen tijdvak worden gerealiseerd. Dit in verband met de verantwoordingsplicht van de gemeente van de besteding van de op grond van de SPUK-regeling ontvangen uitkering.

De subsidie is niet bedoeld voor het realiseren van een aan- of uitbouw. Dat deze aan- of uitbouw een gunstig effect heeft op de isolatiewaarde van bijvoorbeeld een gevel, maakt niet dat een voorgenomen project op grond van deze regeling voor subsidieverlening in aanmerking komt.

Mocht achteraf blijken dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan volgt intrekking van de verleningsbeschikking of vaststellingsbeschikking.

Tweede lid

Omdat bij een GVvE ook verhuurders deel uitmaken van de vereniging gelden hier aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden moeten voorkomen dat de subsidieverlening aan deze verhuurders kan worden aangemerkt als het verlenen van ongeoorloofde staatssteun.

Artikel 11. Subsidievaststelling en beslistermijn

Een subsidieaanvraag kan worden ingediend voor of nadat de maatregel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is uitgevoerd (zie artikel 9). Deze bepaling regelt de beslistermijnen voor beide situaties.

Aanvraag voor uitvoering

De subsidie wordt binnen 4 weken na een melding daartoe door de aanvrager of het verstrijken van de in het verleningsbesluit genoemde begunstigingstermijn (de termijn waarbinnen de maatregel uitgevoerd moet worden) ambtshalve vastgesteld.

Aanvraag na uitvoering

Op een subsidieaanvraag voor maatregelen die al zijn uitgevoerd, volgt binnen 4 weken een besluit tot verlening en gelijktijdige vaststelling van de subsidie. Ook in deze situatie zijn de hiervoor genoemde mogelijkheden tot opschorting en verlening van de beslistermijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 12. Uitbetaling

De subsidie wordt in beginsel uitbetaald aan de aanvrager, maar kan op verzoek van de aanvrager ook worden uitbetaald aan het bouwbedrijf dat de maatregel heeft uitgevoerd of zal uitvoeren. De aanvrager blijft altijd, ook bij uitbetaling aan het bouwbedrijf, zelf verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de maatregel.

Bijlage 1: Niet of slecht geïsoleerd bouwdeel als bedoeld in artikel 1 in de definitie van slecht geïsoleerde woning

De in deze bijlage opgenomen waarden zijn overgenomen uit de toelichting bij de SPUK-regeling en bepalen wanneer sprake is van een slecht geïsoleerd bouwdeel (Stcrt. 2023, 3877, p. 29-30)